Erik Croes Lerarenopleiding Geschiedenis Fontys Sittard 2005 voorwoord



Dovnload 84.38 Kb.
Datum22.08.2016
Grootte84.38 Kb.





Erik Croes

Lerarenopleiding Geschiedenis

Fontys Sittard

2005
VOORWOORD

Tijdens het eerste studiejaar van de tweedegraads lerarenopleiding geschiedenis komt het onderdeel stadsgeschiedenis om de hoek kijken dat in principe uit twee delen bestaat. Tijdens deze cursus worden de verschillen en de overeenkomsten van de steden door de eeuwen heen uitgediept. Het betreft hierbij niet alleen de stedenbouw of stadsplanning maar ook de functie van de steden en hoe de inwoners van de steden en de plattelandbewoners over de steden dachten.

Als ondersteuning wordt het boek ‘Steden vroeger en nu, een inleiding in de geschiedenis van de Europese stad’ van Marlite Halbertsma gehanteerd. Hierin worden steden uit verschillende periodes bekeken en beschreven beginnende bij de steden in de Grieks – Romeinse wereld tot twintigste eeuw.
Het tweede deel bestaat uit veldwerken in de regio van de opleiding in Sittard en een verre uitstap naar Brugge. Buiten Brugge zijn ook steden als Tongeren en Sittard bezocht en bestudeerd. Een dergelijk veldwerk bestaat uit een uitgestippelde route door de stad met daarbij vragen die door de docent zijn gemaakt. Door deze vragen te beantwoorden is het de bedoeling dat de student, met toevoeging van zijn / haar eigen kennis, bepaalde zaken duidelijk wordt met betrekking tot de stad die hem / haar op het eerste gezicht niet direct zou opvallen.


INHOUDSOPGAVE

Titelpagina 1

Voorwoord 2

Inhoudsopgave 3

Inleiding 4

Korte geschiedenis van Aken 5

Een middeleeuwse stad 6

Veldwerk 9

Bijlage;


  • Stadsplattegrond binnenstad Aken.

  • Koppeling naar Halberstma


INLEIDING

Omdat ik denk dat het veldwerk een belangrijk gedeelte is voor het geschiedenisonderwijs heb ik voor mijn Individuele studieactiviteit gekozen om een veldwerk in Aken uit te stippelen.

Drie weken voor het bezoek aan Aken is er informatie verzameld en gemaild naar de plaatselijke VVV om tot enig inzicht te komen wat er nou bezocht moest worden eenmaal in Aken aangekomen. De voorbereidende werkzaamheden hebben in totaal ongeveer twaalf uur gekost waarbij het zoeken naar een middeleeuwse stadsplattegrond een spreekwoordelijke ‘speld in de hooiberg’ bleek. Die zijn simpelweg niet te vinden en de meest verjaarde uitvoering is er een uit de achttiende eeuw.

Enigszins bekend in Aken wist ik wel een aantal historische gebouwen en restanten ervan te liggen en ben ik me meer daar op gaan richten. De reeds bekende gebouwen waren de Ponttor, Dom, Domschatzkammer, Rathaus, enkele middeleeuwse huizen en de veel voorkomende renaissance bouwstijl die onder leiding van de architect Couven over heel Aken is verspreid. Door verder te zoeken en kaarten te bekijken bleek dat de twee ringwegen die Aken bezit, over de eerste en de latere uitbreiding van de stadsmuur loopt. De ringwegen volgend bleek ook dat er nog een poort, vergelijkbaar met de Ponttor, en een verdedigingstoren was ( Marschiertor en Langerturm). Tenslotte is er in Aken een zeer mooi museum dat voornamelijk gericht is op de geschiedenis van de stad. Museum Burg – Frankenberg bleek echter gesloten te zijn op alle dagen behalve de zondag en omdat de zondag een onmogelijke dag voor mij was is hier helaas geen bezoek aan gebracht. De planning was echter om vanuit het museum het veldwerk te starten met reeds enige kennis op zak. Het totale veldwerk duurt ongeveer 5,5 tot 6 uur en er is een lunchpauze van ongeveer één uur bij inbegrepen.


Veel plezier!
KORTE GESCHIEDENIS VAN AKEN
Ongunstige natuurlijke omstandigheden lieten in de prehistorie alleen sporadisch nederzettingen toe op de hoger gelegen delen. De Kelten waren de eerste bevolkingsgroep die zich in het dal, bij de warme water bronnen, vestigden. De nederzetting wordt vernoemd naar hun water – en beschermgod ‘Granus’ en heet vanaf dat moment ‘Aquas Grani’ waaruit later Aquisgranum is ontstaan. De Romeinen die de streek beheersten van de 1ste eeuw tot de 4de eeuw n. Chr. bouwde de nederzetting uit tot een militaire bad – en rustplaats met drie thermen naast religieuze bouwwerken en onderhoudsgebouwen.

Tijdens en na de grote volksverhuizing werden de naar het westen verdrongen Franken ook in de Akense regionen aangetroffen waarbij koning Pippijn in Aken een hof lief bouwen. De zoon van Pippijn, Karel de Grote, maakt van Aken zijn hoofdresidentie, die tot het einde van de 18de eeuw uit een Pfalz met paleiszalen, kapellen en een koningsbad, abdij en nederzettingen van omwonenden zoals gewoonlijk bij Frankische dorpen.

De betekenis van de Pfalz groeit wanneer koning en tevens keizer Otto I deze tot kroningsplaats benoemd en tot 1531 zijn er in totaal 30 Duitse koningen en keizer gekroond. Otto III stichtte er twee Benedictijnse kloosters ( St. Adalbert en St. Johann Baptist in het huidige Burtscheid ). Barbarossa doopte de nederzetting in 972 om tot ‘Ahhe’, in aansluiting op de heiligverklaring van Karel de Grote, het uitdelen van privileges aan de stad Aken en het uitgeven van het stadsrecht, met als doel een omwalling / ommuring te realiseren ( de zogenaamde barbarossamauer in 1171 ).

Rond 1300 wordt de grote fortificatie verdubbeld door een nieuwe muur en een gracht rondom het ‘Aachener Reich’ van Ludwig van Beieren. Als bedevaartsoord had Aken al in de vroege middeleeuwen een naam en als in 1349 de stad de heiligdomsvaarten verder ontwikkeld komen vanaf dat jaar honderdduizenden pelgrims naar de keizerstad. Rond deze tijd groeit ook de doekenweverij erg sterk en brengt het de stad in grote welvaart.

In de vroege reformatiejaren wordt door middel van een Spaanse bezetting in de oude ‘Reichsstadt’ een grondwet opgesteld in 1614. Verhoudingsgewijs overleeft Aken, op enkele plunderingen en bezettingen na, de dertigjarige oorlog vrij goed.

De stadsbrand 1656 had echter wel verstrekkende gevolgen. Praktisch de gehele stad ging op in de vuurzee en logischerwijs volgt de wederopbouw, met onder andere een stadsplan en wijken. Zo kan Aken zich twaalf jaar na de brand als juweel presenteren als Frankrijk en Spanje in Aken de eerste Akense vrede tekenen en dus vrede sluiten.



Een stad in de middeleeuwen:

De middeleeuwen is een periode die vaak 500 tot 1500 wordt aangeduid. In deze tijd zijn de Romeinen verdwenen in West-Europa en veel plaatsen zijn in verval geraakt. In deze tijd werden op en bij Romeinse nederzettingen steden gebouwd. Aken is zo’n stad die eerst bevolkt werd door Romeinen en naderhand uitgroeide tot een middeleeuwse stad. Hieronder wordt beschreven hoe zo’n middeleeuwse stad tot stand kwam.

Door het wegtrekken van de Romeinen werd het niet meer veilig om te handelen over grote afstanden. Veel mensen werden weer boer en om zich veilig te voelen gingen veel boeren bij elkaar wonen. Ook was het handig om voorzieningen als water etc. met elkaar te delen, bovendien was het ook gezelliger dan alleen wonen.

De boeren kregen steeds beter gereedschap om het land te bewerken. IJzeren ploegen met wielen, hoefijzers voor de paarden en een trekspan. Door deze verbeteringen werd het voor de boeren minder zwaar en waren de oogsten veel groter. Er bleef zelfs voedsel over. Dat werd verkocht op de markt.

Maar ook kooplieden gingen bij elkaar wonen. Zo ontstonden er steden. Er was niet veel handel aan het begin van de Middeleeuwen. De meeste boeren verbouwden hun eigen voedsel. Ook de kleding en de gereedschappen werden door de mensen zelf gemaakt. Alleen de dure en luxe goederen werden verhandeld.

Maar de arme mensen konden deze goederen niet betalen. Alleen de rijke kasteelheren en bestuurslieden hadden daar geld voor. In de winter lag zelfs de hele handel stil. De kooplieden trokken dan met hun handelswaar naar een veilige plaats. Dicht bij een kasteel was het redelijk veilig. 

Vanaf de negende eeuw kwamen er steeds meer mensen in West-Europa. Daardoor werd er ook meer gehandeld en kwam er dus ook meer verkeer. De handelaars moesten immers ook van de ene plaats naar de andere komen. De oude 'schuilplaatsen' voor handelaars groeiden uit tot echte steden. 

Andere steden ontstonden door een gunstige ligging: Een hogere plaats langs een rivier, vlakbij de zee, of bij een kruising van handelswegen. 


Ook in de buurt van een kasteel, klooster of kerk werd gebouwd.

Stadsrechten

De nederzettingen trokken steeds meer mensen aan. Alles moest in goede banen geleid worden. Er werden eigen wetten en regels gemaakt. De landheer, graaf of bisschop die de baas was over het gebied waar de stad lag, moest hier zijn toestemming voor geven. 

Als hij dat deed kreeg de nederzetting stadsrechten en mocht het zich een stad noemen. Een stad had het recht een eigen rechtbank te hebben en wetten te maken. Ook mocht een stad zich verdedigen met een stadsmuur. De mensen kwamen de stad binnen door een poort. 's Avonds werden de poorten gesloten, zodat boeven en schurken niet naar binnen konden. Als je dan zelf niet op tijd weer de stad was binnengekomen, moest je de nacht buiten de stadsmuren doorbrengen. En dat was geen pretje met al die boeven buiten!

Hoe zag de stad eruit?

Ter bescherming werd om de stad een gracht gegraven en een stadsmuur met torens en poorten gezet. Binnen die muren stonden de huizen aan kronkelige smalle straatjes. Het grootste gedeelte van de muren om Aken zijn verdwenen, wel zijn enkele torens nog heel goed bewaard gebleven. Tijdens het veldwerk zul je deze wel tegenkomen

Maar er waren ook open plekken met zelfs enkele boerderijen en boomgaarden. De meeste huizen waren van hout. Als er brand uitbrak was dat natuurlijk wel heel gevaarlijk. De kerk, die midden in de stad werd gebouwd, was echter meestal van steen gemaakt. Daarom bestaan veel kerken nu nog.

De meeste straten waren modderig. Alleen de hoofdstraat was met stenen bedekt. Maar je zag niet veel van de straat, omdat er erg veel rommel op lag. De mensen gooiden namelijk hun vuilnis gewoon op straat. En de straten werden maar één keer per jaar schoon gemaakt. Daar zal het wel lekker geroken hebben!

Als de straten dan schoongemaakt waren, werd het opgehaalde rottende vuil in de rivier gestort. Of in de grachten van de stad. Uit diezelfde grachten werd het drinkwater gehaald.
Geen wonder dat er vaak ziekten uitbraken in de steden. Al die rotzooi en dat vieze drinkwater

De markt en de handel

Het centrum van de stad was het marktplein. Het was er vaak gezellig druk. De inwoners van de stad (poorters), liepen langs de kraampjes. Er was zelfs muziek te horen.

Veel steden verdienden goed aan de handel. In de vroege Middeleeuwen werden eigenlijk alleen maar luxe goederen verhandeld. Later kwamen daar de gewone spullen voor het dagelijks gebruik bij. Bijvoorbeeld etenswaren.

Op de markt stonden grote stenen huizen van de rijke mensen. Ook vond je er de kerk, het stadhuis en de waag. De waag was een grote weegschaal, waarop alle handelswaar gewogen werd voordat het verkocht werd.

Het stadsleven

De Middeleeuwse steden waren erg smerig, druk en lawaaierig. Er waren veel mensen op weg naar de winkels en de markt.


Overal lagen zakkenrollers op de loer. Er was erg veel misdaad in de steden.

In sommige steden kun je nu nog zien hoe deze Middeleeuwse steden er uit zagen. Het centrum van die steden is amper veranderd. In Aken kun je in sommige delen van stad nog het Middeleeuwse karakter terug zien.

Sommige steden danken hun welvaart aan de godsdienst. Als er bijvoorbeeld een bekende heilige begraven lag, kwamen er veel mensen naartoe om er te gaan bidden en de heilige te eren. Andere steden verdienden goed aan de handel. Aken heeft een groot gedeelte van haar welvaart te danken aan godsdienst
VELDWERK
Vertrek:

Vanuit Sittard wordt de intercity naar Heerlen ( 08:18 ) of de stoptrein naar Heerlen ( 07:52 ) genomen. De trein naar Aken vertrekt om 09:02 en men reist met de Euregio trein. De stoptrein komt rond 08:15 aan in Heerlen en de intercity rond 08:35. In Heerlen aangekomen is er dus nog tijd genoeg om treinkaartjes te halen voor de rit naar Aken.



Kosten;

Sittard – Heerlen : O.V. – jaarkaart

Heerlen – Aken Hbf: 8,20 euro (retour)
Aankomst Aken:

Aangekomen in Aachen – Hbf verlaat je het station in de richting van het centrum en kom je uit op de Römerstrasse die je naar rechts volgt. Op de Wilhelmstrasse uitgekomen steek je schuin naar links over en kom je uit in de Zollernstrasse. Op de hoek van de Zollernstrasse en de Herzogstrasse ligt een kerk waarbij de volgende vragen moeten worden beantwoordt;



  1. Hoe heet deze kerk?



  1. In welke stijl is deze kerk gebouwd?

Je loopt de Zollernstrasse naar beneden...



  1. In welke bouwstijlen zijn de huizen nummer 26, 28, 29 en 31 gebouwd?

We zijn nu onderweg naar museum Burg – Frankenberg. Aan het einde van de Zollernstrasse ga je links de Lothringerstrasse in en zie je Burg – Frankenberg reeds liggen met een klein parkje ervoor. Loop rondom het museum en maak daarbij de volgende vragen;



  1. Wat voor een soort burcht was Burg – Frankenberg?



  1. Wanneer is de burcht gebouwd?



  1. Wie waren de heren die er destijds woonden?



  1. Wanneer is de burcht gerestaureerd?



  1. Waaraan kun je duidelijk zien dat de burcht gerestaureerd of een deel aangebouwd is?

We lopen weer terug naar de Lothringerstrasse. Deze loop je helemaal door tot aan de Harscampstrasse waarbij je de volgende vraag beantwoordt;



  1. Voor welke stijl zijn de balkonnetjes die je opmerkelijk veel ziet in de Lothringerstrasse typerend?

We komen uit in de Harscampstrasse en gaan hier linksaf richting de Theaterstrasse waar we naar rechts gaan. De eerste straat gaan we nu naar links en zo belanden we in de Wallstrasse die we helemaal uitlopen totdat we bij de Marschiertor komen. Hier aangekomen maak je de volgende vragen;



  1. Waar heeft deze toren / poort gelegen met betrekking tot de fortificatie van de stad Aken?


  1. Wanneer is de toren / poort gebouwd?



  1. Welke bouwstijl is er aan toegevoegd en waaraan herken je deze?



  1. Hoe heette de garde die verantwoordelijk was voor de verdediging van de stad Aken?



  1. Waarvoor was de toren / poort gebouwd volgens de inscriptie?



  1. Wanneer is de toren / poort gerestaureerd en waarom?



  1. Waaraan dankt de toren / poort haar naam, denk je?



  1. In welke stijl is het gerechtsgebouw gebouwd als je de Franzstrasse inkijkt?

We lopen weer verder over de Boxgraben.



  1. Bekijk nummer 43 goed en geef aan welke bouwstijl het heeft.

Vóór het grote kruispunt lopen we het straatje naar links in, de Gerlachstrasse. Bijna aan het einde ervan zie je aan de linkerkant een kerk liggen waar je de volgende vragen bij maakt;



  1. In welke stijl is de kerk gebouwd? Noem drie kenmerken waaraan je dat kunt zien.



  1. Aan wie is de kerk gewijd?



  1. Waar gingen de pelgrimages vanuit het ‘Rheinland’ heen in de middeleeuwen?



21. Welke elf plaatsen behoren tot de ‘Rheinländische St.-Jakobusgesellschaft’?


We lopen de Gerlachstrasse uit en slaan rechtsaf de Jakobstrasse in. Hier gaan we weer de tweede straat naar links, de Deliusstrasse. Deze komt uit in de Mauerstrasse die we helemaal uitlopen tot aan de Königstrasse waar we links omhoog gaan, onder het spoor door, en waar we dan op de grote weg uitkomen die de Junkerstrasse heet. Aan de overkant van de straat is een parkje waar een toren staat. Maak daar de volgende vragen;

  1. Welke functie had de toren en waarvan was hij een onderdeel?



  1. Waarom denk je dat de toren zo heet?



  1. Welke functie heeft de toren tegenwoordig?



  1. Van welke twee burgemeesters zijn de wapenschilden boven de deur?



26 Wat waren de andere twee voor personen? (twee andere wapenschilden)

We lopen nou de Junkerstrasse door tot de Pontwall en uiteindelijk tot aan de Ponttor. Maak bij de Ponttor de volgende vragen;



  1. Wat is het verschil tussen de Marschiertor en Ponttor t.o.v. de Langerturm?



  1. Waaraan kun je zien dat deze poort een hoofdingang was?



  1. In vergelijk met de Marschiertor is de Ponttor meer gefortificeerd. Welke conclusie kun je daaruit trekken?



  1. Probeer te achterhalen wie die vrouw met dat kindje is die je nu alweer ziet boven de poort.

We lopen de Pontstrasse omlaag en zien aan de linkerkant een kerk met daarvoor nog een huis, nummer 150. Voor de vragen te beantwoorden moet je misschien wel de kerk binnen gaan.



  1. In welke stijl is het huis gebouwd?



  1. Welke functie heeft het huis tegenwoordig?



  1. In welke stijl is de kerk gebouwd?



  1. Hoe heette de eerste kerk die op deze plek is opgericht?



  1. Wanneer is de kerk en het klooster zwaar beschadigd door brand?



  1. Wat werd als laatste gerestaureerd aan de kerk waardoor de totale restauratie werd voltooid en in welk jaar was dit?



  1. Noem drie verschillen met de St. Jakobskerk.




  1. Voor wie is er een aparte hoek ingericht in de kerk?

We gaan weer aan de wandel en loop je tegen een restant van de Barbarossa-muur. Deze muur is o.l.v. Frederik I gebouwd en was in totaal 2,5 kilometer lang.



  1. Hoe dik is de Barbarossa – muur ongeveer?

We lopen nu de Pontstrasse helemaal uit tot op de markt. Hier is een uur de gelegenheid om te lunchen.




LUNCHPAUZE

Na de lunchpauze bezoeken we het Rathaus aan de markt van Aken. Het Rathaus is gebouwd op de oude fundamenten van de Pfalz van Karel de Grote. In het Rathaus bevindt zich de rijkszaal en hier worden jaarlijks de Karelprijzen uitgereikt. De entree is voor studenten 1 euro. Maak hier de volgende vragen;



  1. Uit welke drie hoofddelen bestond de Pfalz van Karel de Grote?



  1. Welke symbolische waarde zit er achter de vormgeving van de zilveren schaal en de beker op de tussenverdieping in het trappenhuis?



  1. Welk persoon staat achter de tafel op de muurschildering boven aan de trap en waarvoor heeft hij gezorgd?



  1. Welk tafereel speelt zich af op de muurschildering aan de overzijde?



  1. Wat speelt zich af op de muurschildering boven de uitgang van de rijkszaal?



  1. Wat beeldt de schildering aan de rechterzijde van de rijkszaal uit?

We verlaten het Rathaus en lopen rechts de Krämerstrasse in. Helemaal vooraan zie je een middeleeuwse aanbouw op de hoek van het Rathaus. Beantwoordt de volgende vragen;



  1. Waarvoor diende de opklapbare panelen onder de ramen van het pand?



  1. Waarvoor diende dit gebouw dan hoogstwaarschijnlijk?

We lopen de Krämerstrasse verder omlaag en slaan bij de eerste gelegenheid rechtsaf de Katschhof op. Hier steken we over en lopen door een klein straatje dat de Chorstrasse heet. Hierna slaan we linksaf en lopen door de Klostergasse we de Domschatzkammer bezoeken.

Hier moeten studenten 3 euro entree betalen en zullen enkele vragen gemaakt worden.


  1. Wat is het verband tussen Karel de Grote en die Romeinse marmeren sarcofaag?



  1. Waarom moest de sarcofaag verplaatst worden in de kerk in 1843?



  1. Wat zit er in de Armreliekhouder en wat zit eromheen?


  1. Van wie is deze armreliekhouder een schenking geweest?



  1. Wat zit er in het borstbeeld van Karel de Grote?



  1. Van wie is hoogstwaarschijnlijk de Maria – mantel afkomstig?



  1. Waar verwijzen de drie Akense heiligdommen naar?



  1. Wat zit er in de drie Akense Heiligdommen?



  1. Waar zijn de sloten van die in de vitrinekast liggen?

We verlaten de Domschatzkammer en lopen in de richting van de Dom waar een bezoek aan wordt gebracht. Na dit bezoek lopen we naar de Friedrich – Wilhelmplatz waar de Elisenbrunnen gelegen zijn. Hier kun je eventueel voelen hoe warm die bronnen nou precies zijn en welke geur daarbij vrijkomt.



Dit is het einde van het veldwerk door Aken.

BIJLAGE
STADSPLATTEGROND AKEN MET ROUTE


De groene route begint vanaf het centraal station in Aken. Vanaf de Elisenbrunnen is de route in lichtgroen aangegeven en dit geeft de kortste route naar het centraal station weer.

Koppeling naar het boek Steden Vroeger en Nu van Marlite Halbertsma.

Voor mijn individuele studieactiviteit heb ik gebruik gemaakt van het boek steden vroeger en



nu van Marlite Halbertsma.

Ik heb geprobeerd om een koppeling van het veldwerk en de literatuur te maken. Ik heb mij

gericht op de zaken die in de literatuur worden beschreven en ook terug komen in het

veldwerk. Ik heb mij geconcentreerd op de stad Aken in de tijd van Romeinen en de

Middeleeuwen. Ik heb het geïndustrialiseerde Aken en Aken in de 18e en 19e eeuw niet

behandelt omdat ik van mening ben dat dit niet terug komt in het veldwerk. Sterker nog, hier

zou een heel nieuw veldwerk over gemaakt kunnen worden.
De stad als werktuig in de geschiedenis:
het boek geeft aan dat de stad een werktuig is om iets anders te gebruiken. Mensen bouwen geen stad om een mooie stad te krijgen. Er ontstaat een bestuurlijk of religieus centrum, een marktplaats omdat op een kruising van land- en/of waterwegen nederzettingen ontstaan die van zo’n groot belang zijn en een omvang krijgen dat ze nieuwe activiteiten aantrekken. Bij Aken is dit ook het geval. Bij Aken lag de nadruk misschien meer op een religieuze functie dan een politieke of sociaal-economische. Door de aanwezigheid van de warmtebronnen hebben de Kelten en Romeinen hier in een vroege periode nederzettingen gebouwd.
Aken krijgt naast een religieuze functie ook een politieke functie in de periode van de Franken. Vooral onder Karel de Grote krijgt Aken een belangrijke plek in het rijk van Karel de Grote. Hij benoemd Aken tot zijn hoofdresidentie, hierdoor neemt het politiek karakter van Aken alleen maar toe. Er wordt gesuggereerd dat Aken deze eer toeviel aan het feit dat de warmtebronnen een helende functie hadden tegen de kwalen van Karel de Grote. De politieke en religieuze functie van Aken nemen alleen maar toe als Karel de Grote heilig wordt verklaard ( bedevaartsoord) en als de stad een kroningsstad wordt.

Symbool voor de religieuze en politieke functie is wellicht de Dom van Aken. Deze kerk is oorspronkelijk opgebouwd uit de Hofkerk voor Karel de Grote.


De stad als fetisj:
Volgens het boek moet een stad altijd aan de behoeften van de inwoners voldoen. Bij een fetisj is echter het feit dat deze behoeften nooit voldaan worden. Het gras is altijd groener aan de overkant. Er wordt vaak gedacht dat mensen vroeger in de stad wel gelukkig waren en dat daar werken en wonen harmonieus in elkaar overgingen. Hier stellen mensen zich iets voor wat er niet is of nooit geweest is: ‘’ vroeger of elders’’. Het verlangen naar het verleden is onverzadigbaar, architecten spelen daar op in. Een mooi voorbeeld is het referendum wat Aken heeft gehouden over een glaspaleis wat het stadsbestuur wilde bouwen. Het glaspaleis ( in navolging van het glaspaleis in Heerlen en futuristisch cultureel centrum) zou een modern cultureel centrum worden in het centrum van Aken. Het resulteerde in een volmondig nee van de bevolking. De inwoners waren bang dat het glaspaleis het historisch centrum van de stad zou ontsieren. Hier wordt het gelijk van de auteur bewezen: Wat in de steden van vandaag is verdwenen dat we met alle macht terug willen hebben. Uiteraard geld dan ook dat het kleine beetje wat nog niet verdwenen is dus ook moet blijven.
Bij de stadbrand van 1665, die praktisch de hele stad in as legde, heeft men de kans gegrepen om de stad volledig nieuw op te bouwen volgens een stadsplan. Dit geeft maar aan dat men vroeger niet zo bezig was een stad als fetisj te zien. Eeuwen geleden wilde men liever een moderne uitstraling dan het behouden van het historisch karakter.


Wat is een stad:
Veel mensen bij elkaar:
Omstreeks 3000 v. Chr. kan men al spreken van stedelijk leven als er enkele boeren bij elkaar gaan wonen om praktische redenen. Vaste bewoning en landbouw op zich waren echter niet voldoende om over een stad te spreken. De belangrijkste voorwaarde was dat er een voedseloverschot kon ontstaan om de stedelijke bevolking te voeden. De vruchtbare gebieden moesten ook zo efficiënt mogelijk benut worden. Dit was een functie voor het bestuurlijk apparaat, daarnaast moesten ze ook de distributie naar de stad en de bevolking sturen.

Aken lag gunstig in een heuvelgebied en in het stroomgebied van de maas. De belangrijkste reden voor de nederzettingen in het gebied was echter, zoals al eerder vermeld, de aanwezigheid van de warmtebronnen.

Het boek spreekt over het verval van de steden als de handel wegvalt. Vooral de val van het Romeinse rijk heeft ertoe bijgedragen dat in Europa de handel stil en/of weg viel. De komst van de Franken heeft ervoor gezorgd dat het weer veiliger werd om te handelen. Daarbij komt ook dat Aken zelfs hoofdresidentie van Karel de Grote wordt en in plaats van te vervallen groeit de stad in deze periode.
Om een stad te definiëren had men in de geschiedenis een duidelijk onderscheid. Een stad was pas een stad als men stadsrechten had. Overal ter wereld worden er andere criteria gesteld om huidige steden te onderscheiden van dorpen. Veelal wordt de statische regel van de 10000 inwoners als grens gebruikt tussen stad en dorp. Aken voldoet hier met zijn 258.000 inwoners ruimschoots aan. Aken was echter al langer een stad, namelijk vanaf het moment als keizer Barbarossa de stad in 972 stadsrechten geeft.
De Europese stad:
In europa is er sprake van continuïteit van de steden, er is een duidelijke overgang te zien van de Romeinse nederzettingen naar de middeleeuwse steden tot de moderne steden. Aken is hierbij geen uitzondering, het enige wat Aken onderscheid van andere Europese is de manier waarop de steden hun stedelijke functies behielden. Bij het wegvallen van de Romeinse bestuurlijke invloeden nam de Christelijke Kerk de bestuurlijke functies over. In Aken was dit ook wel het geval, maar de invloed van de Franken mag hierbij niet weggelaten worden.

De continuïteit was ook terug te zien in de vorm van de steden. De oudere steden ( o.a. Aken) hadden een organische vorm die niet op de Romeinse vorm van steden gebouwd waren. De Romeinse steden hadden rechthoekige vormen en geplande stratenpatronen. Pas in de 12e eeuw, bij de bouw van nieuwe steden, ging met dit model weer gebruiken. Tijdens de renaissance won deze vorm van stedenbouw weer aan populariteit. In Aken is te zien dat het toch een mix is van de middeleeuwse organische stijl en de rechthoekige stijl van de oudheid. Hierbij heeft de stadsbrand van 1665 weer een rol gespeeld. Doordat een groot gedeelte van de stad afbrandde had men nu de gelegenheid en ruimte om volgens een patroon de stad opnieuw op te bouwen.


De middeleeuwse stad:
In de middeleeuwen verdween de cultuur van de oudheid niet helemaal. De klassieke cultuur ging geleidelijk over op een middeleeuwse cultuur met de christelijke Kerk als hulpmiddel voor de overgang. Deze middeleeuwse steden speelden een rol in de verschuiving van het culturele en economische accent van de middellandse zeegebieden ( de Oudheid) naar de gebieden in ( West-) Europa. Er zijn steden die ontstaan zijn uit Romeinse nederzettingen, maar er zijn ook een groot aantal steden die geen Romeinse wortels hebben. Dit is een verklaring voor het feit dat middeleeuwse steden zoveel van elkaar verschillen.
Stedelijk verval was deels verantwoordelijk voor het wegtrekken van de elite uit de steden. De publieke gebouwen werden niet meer hersteld en de elite voelde zich niet meer verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van de stad. In Aken was dit echter niet het geval. Hier trok meer elite naar toe. Omdat het de hoofdresidentie ( weliswaar alleen in de winter) van Karel de Grote werd had de stad minder last van het stedelijk verval en was de continuïteit en overgang van een Romeinse stad naar een middeleeuwse stad groter dan elders in Europa.

Wat nog typerend is voor de overgang van de Romeinse steden naar de middeleeuwse steden was de verschuiving van centra in de steden. Op diverse plaatsen vestigde politieke, economische en culturele centra zich naar plekken die niet overeen kwamen met de vergelijkbare centra van de oudheid. Voor zover ik het heb kunnen vinden is dit in Aken niet het geval geweest. Op de ruines van de Romeinse gebouwen ( badplaatsen en religieuze gebouwen) lieten Pepijn en Karel nieuwe complexen plaatsen die later uitzouden groeien tot de hoofd palts ( palatium) van Karel de Grote.

Na het edict van Milaan in 313 na Chr. worden christenen niet langer vervolgd en worden er in groot tempo kerken gebouwd in heel Europa. Typerend hiervoor was dat deze vaak buiten het centrum en soms zelfs buiten de Stadsmuren gebouwd. De reden hiervoor was dat christenen weinig behoeften hadden om hun kerken naast heidense tempels te bouwen. Ook hier vormt Aken enigszins een uitzondering omdat de belangrijkste religieuze gebouwen in het centrum staan. Dit komt wederom door de aanwezigheid van Karel de Grote. Naast zijn basilica had hij ook een paleiskerk nodig. Dit om audiënties en ontvangsten te houden, dit werd de Paltskapel die nu nog nadrukkelijk aanwezig is in het centrum van Aken. Karel bouwde dus een complex van religieuze en politieke gebouwen, waarbij ook zijn woonverblijf was in begrepen. Na het tijdperk van de karolingers namen de kerk en de lokale heren een belangrijker plek in, in het bestuur van Aken. Overal in Europa had de kerk al een belangrijke bestuurlijke functie in de steden en zou deze lange tijd weten te bewaren.

Niet alleen op politiek gebied was de Kerk belangrijk in de steden, de Kerk had ook een economische functie.

Door de aanwezigheid van kloosters, heiligen en relieken hadden middeleeuwse steden een grote aantrekkingskracht op pelgrims. Pelgrims moeten eten en overnachten en dat was voor veel middenstanders in Aken een belangrijke bron van inkomsten, ook wilde veel pelgrims een aandenken van hun tocht. Aken was ook een belangrijk bedevaartsoord voor pelgrims. Wederom was de rol van Karel hierin groot. Relieken bezorgde een wereldlijke vorst veel macht, aangezien Karel een machtige en grote vorst was heeft hij er mede voor gezorgd dat Aken een redelijke voorraad aan relieken bezat. De belangrijkste zijn De gordel van Maria, de gordel van Christus en de geselstrop van Christus. Verder is de heiligverklaring van Karel de Grote ook niet geheel onbelangrijk. Deze zaken zorgde ervoor dat er veel pelgrims naar Aken trokken.

Ondanks het feit dat door de brand Aken een groot gedeelte van haar middeleeuwse gebouwen heeft verloren, is het weinig kwijt geraakt van het middeleeuws karakter. Centraal in de stad staan de religieuze en politieke gebouwen zoals het stadhuis, de dom, de paltskapel en andere gebouwen. Verder zijn tijdens een bezoek aan de stad toch nog middeleeuwse elementen herkenbaar. Enkele stratenpatronen, gebouwen en poorten/torens geven aken nog een middeleeuws karakter. Dit komt door het feit dat al deze gebouwen zorgde voor de uitstraling van de stad. De inwoners van de stad vonden het belangrijk dat de stad een goede uistraling had, dus werd er voor deze gebouwen veel tijd en geld uitgetrokken. Dit resulteerde in imposante gebouwen van steen. Die de brand dus redelijk tot goed hebben doorstaan.


Europese steden in de 20e eeuw, louter pleziersteden?
Het boek beschrijft de verandering die de steden ondergaan. Het gaat hier om het handwerk, de industrie die plaats maken voor diensten. Aken is hier geen uitzondering in, ook hier is de bedrijvigheid van karakter veranderd.

Wat echter hetzelfde is gebleven in veel steden, ook in Aken, is de historische binnenstad. Veel steden hebben hun historische binnenstad ( voor zover dat mogelijk was) behouden en/of gerestaureerd. Dit onderhouden heeft wel een duidelijke visie nodig:



  • kies je voor toeristen?

  • kies je voor een toename van klanten voor de middenstand?

  • kies je voor een afname van kapitaalkrachtige inwoners?

  • Wil je de stad een levendig karakter laten behouden en daarmee de verloedering en criminaliteit afremt.

Veel steden hebben een mix van een modern gedeelte van de stad en een historisch gedeelte. Vaak is dat gekomen door mate van overlevering van historische panden, de staat en de bruikbaarheid van de panden. Aken heeft, naar mijn mening, gekozen voor een mix van dit alles. Hoewel een groot gedeelte van de bevolking trots is op hun historische binnenstad en de waarde ervan heeft men ook graag moderne invloeden in de stad. Dit is ook nodig om de stad de functie van een plezierstad te behouden. Want dat is Aken tot op zekere hoogte wel.





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina