Eruit halen wat erin zit! Dat je school en topsport kunt combineren bewijzen meerdere scholieren op het Bonhoeffercollege. Er zijn leerlingen die in de top voetballen, schaatsen, paardrijden, zeilen, darten enzovoorts



Dovnload 13.26 Kb.
Datum25.07.2016
Grootte13.26 Kb.
Eruit halen wat erin zit!
Dat je school en topsport kunt combineren bewijzen meerdere scholieren op het Bonhoeffercollege. Er zijn leerlingen die in de top voetballen, schaatsen, paardrijden, zeilen, darten enzovoorts. De sportievelingen werken hard voor hun sport en willen hun schoolwerk daar niet onder laten lijden. Dat vereist naast hun talen een goede discipline en doorzettingsvermogen.

Tom Houtenbos en Ruben Stam zijn zulke sporters. Ze hebben allebei namen die goed zouden passen in een schaatsklassement. Ze trainen elke dag, maar in de maand april niet; dan rusten ze uit van het afgelopen schaatsseizoen en fietsen hooguit op en neer naar school, want de spieren hebben rust nodig. Het schoolleven gaat intussen gewoon door. Allebei werken ze hard aan hun

Havo-examen. Een dubbelinterview met twee ambitieuze topsporters.
Wanneer begon je met schaatsen?

T. Ik was vijf jaar toen een vriendinnetje me vroeg of ik meeging naar de ijsbaan voor een schaatstraining. Ik vond het leuk en bleek het ook goed te kunnen, want ik mocht direct door naar een groep voor gevorderden. Het vriendinnetje had het (misschien om die reden) snel gezien, maar door haar ben ik dus gaan schaatsen. Van mijn ouders zou ik het nooit geleerd hebben want mijn vader heeft zelfs nog nooit op schaatsen gestaan.

R. Voordat ik op mijn tiende ging schaatsen, heb ik van alles aan sport gedaan. Het liep allemaal op niks uit. Bij tennissen kon ik niet tegen m’n verlies (en dat gebeurde de hele tijd), voor judo had ik geen feeling en voetballen zat er helemaal niet in want dat kon ik gewoon niet. Uiteindelijk probeerde ik de schaatssport en dat bleek een schot in de roos te zijn. Ik heb het talent net als Tom, niet van mijn ouders. Mijn vader schaatste nooit, maar sinds ik vaak op de Meent moet zijn, is hij daar ook om zijn rondjes op het ijs te maken.

Hoe vaak train je en wat doe je tijdens trainingen?

T. Half april beginnen we met het opbouwen van de conditie door veel te fietsen. Ook skeeleren we veel. Die sport lijkt het meest op schaatsen alleen ga je veel langzamer.

R. We gaan altijd naar een asfaltbaan in Medemblik. Net als de schaatsbaan is die 400 meter. Je kweekt er veel conditie mee omdat het zwaarder is dan schaatsen; de weerstand is veel groter. In de winter trainen we meer op de bovenbeenspieren. Naast het schaatsen, tacxen bijvoorbeeld heel veel. Dat is wat anders dan spinnen wat je doet op een speciale, zware fiets. Met tacxen zit je op je eigen racefiets die in een standaard staat.

T. We gaan ook veel naar Petten waar we krachttraining doen op de trappen van de dijk. Op één been zo groot mogelijke sprongen maken bijvoorbeeld. Daarmee heb ik afgelopen seizoen helaas mijn teen gebroken. Ik baalde daar enorm van want ik was net genezen van een liesblessure.



Wat is het voordeel van zo’n individuele sport als schaatsen?

R. De prijzen die je wint zijn alleen voor jou! Die medaille wordt om jouw nek gehangen en dat heb je te danken aan jezelf! Hoewel ik me tegelijkertijd heel goed realiseer dat ik het niet zou kunnen zonder de inzet van mijn trainers en de support van mijn ouders en vriendin.

T. Ik vind het fijn om een individuele sport te doen want als het fout gaat, kan je het alleen jezelf verwijten. Daarbij sta je er niet helemaal alleen voor want je hebt altijd nog je trainer die je bijstaat in de wedstrijden.

Hoe betrokken moet je zijn als trainer?

T. Onze trainers Marten Horstman en René Wit maken ons beter. Net als Gerard Kemkers zijn ze heel betrokken. Ik vind dat goed. De fout die Kemkers tijdens de Olympische Spelen op de tien kilometer maakte, vind ik te begrijpen. Stel dat Sven Kramer wel de verkeerde baan ingegaan was en hij had er niks van gezegd! Dan had je ook heel Nederland over je heen gehad.

R. Het is fijn als je trainer met jouw wedstrijd bezig is. Ik voel me gesteund als zij mij de tijden toeschreeuwen en mij aanmoedigen.

Wie kennen jullie van de oude schaatshelden?

T. Ik ken eigenlijk alleen Ard Schenk. Die zie je nog wel eens voorbijkomen in sportprogramma’s over vroeger.

R. Ja, en Kees Verkerk, Hilbert van de Duim. In terugblikken van die wedstrijden zie je trouwens dat ze behoorlijk langzaam gaan.

T. Die wollen mutsen zijn ook best vreemd en ze hadden geen klapschaatsen!



Wat hebben jullie al gewonnen in de jeugdcompetities?

T. Dit jaar heb ik niet prijzen behaald door de blessures die ik had. Maar daarvoor heb ik een keer de 1500 meter gewonnen tijdens de Gewestelijke Kampioenschappen. Ik heb ook meegedaan met de Nederlandse Kampioenschappen (NK) voor junioren.

R. Afgelopen seizoen werd ik zesde op de 3000 meter bij de NK afstanden. Daar ben ik heel blij mee! De tijden zaten heel dicht bij elkaar.

Hoe ga je om met de spanning voor de wedstrijd?

R. Ik vind die spanning lekker en ga er beter door schaatsen. Ik wil ook winnen want ik kan niet goed tegen mijn verlies. Ik ben chagrijnig als ik niet win. En ook al noemt mijn vader allemaal dingen op die ik goed heb gedaan, het blijft in mijn hoofd zitten dat het niet had mogen gebeuren.

T. Het is leuk als er publiek is dat je aanmoedigt. Daardoor ga ik beter schaatsen, denk ik. Mentale training hebben wij nog niet.

Ben je wel eens in het buitenland voor de schaatssport?

T. We waren laatst in Berlijn voor een trainingskamp. Daar trainden Sablikova en Bøkko ook! Er is daar dan ook een prettige baan. Maar ik ga niet met hen op de foto hoor!


R. Daarbij zien we die schaatsers ook in Heerenveen, maar het is wel bijzonder om samen met hen op dezelfde baan te trainen.

Wie is je schaatsvoorbeeld?

R. Die heb ik niet. Ik wil op mezelf lijken en beter worden dan iedereen. Ik heb wel een poster van Sven Kramer op mijn kamer hangen maar hij is geen idool voor mij.

T. Trevor Marsicano is voor mij een voorbeeld. Hij is een jonge Amerikaan die heel veel op zichzelf traint. Hij heeft wel een coach maar die woont ver weg en hij krijgt de trainingen door via internet. Bij de wedstrijden is die trainer er wel maar verder moet hij het dus allemaal alleen doen. Ik vind dat heel knap!

Waar ben je goed in en wat kan je verbeteren?

T. Lange afstanden, de 3000 meter, maar ook de 1500 meter gaan me goed af. Volgend jaar gaan we meedoen met de 5000 meter. Dat is wel weer even stap. In sprinten, de 500 meter, ben ik minder goed.

R. Ik heb ook meer met lange afstanden dan met de sprint, maar het is belangrijk dat we blijven trainen op de explosiviteit van de 500 meter. Tijdens de allround kampioenschappen bepaalt die korte afstand veel in het eindklassement.

Hoe combineer je het schoolleven met de schaatssport?

R. Dat gaat goed. In de bovenbouw heb je naast de reguliere lessen ook keuzewerktijd. In die uren kan je kiezen voor welk vak je extra wilt werken. Dat is voor iedereen prettig maar voor mij des te meer want er is ook altijd een docent aan wie je vragen kunt stellen. Daarbij heb ik tussen het schaatsen en school door genoeg tijd om te studeren.

T. Als we wedstrijden hebben, krijgen we daar vrij voor zolang je er maar goed voor staat wat de cijfers betreft. Maar de meeste wedstrijden vallen buiten de schooluren

R. Ik heb door een wedstrijd wel eens informatie gemist die ik nodig had voor een toets maar meestal gaat het goed. Ik ga er vanuit dat ik mijn examen ga halen.

T. Ik ook!

Missen jullie veel op sociaal gebied?

T. Ik vind het wel leuk af en toe een feestje maar laat het aan me voorbij gaan als ik de volgende dag een wedstrijd heb. Mijn vrienden begrijpen dat wel hoor!

R. Ik houd niet van uitgaan. Ik heb ooit in de disco in Heeg gestaan, tijdens de zeilweek: veel te vol! Ook feesten in de Bob’s kunnen mij niet boeien. Laat mij maar lekker fietsen in de buitenlucht! Eerst lekker tegen de wind in en dan voor de wind terug naar huis!

Wat ga je na de Havo doen?

R. Ik ga Sport, Management en Ondernemen doen op de HVA in Amsterdam. Daar leer je veel over de organisatie rondom topsport maar je sport zelf ook heel veel.



T. Ik ga me volgend jaar helemaal richten op de schaatssport. Ik wil eruit halen wat erin zit.
Marijke Lute



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina