Etappe 1 : Vrijdag 18 september, 151,44 km, 19,10 per u naar Maastricht



Dovnload 141.31 Kb.
Pagina1/5
Datum26.08.2016
Grootte141.31 Kb.
  1   2   3   4   5
verslag 09
Etappe 1 : Vrijdag 18 september, 151,44 km, 19,10 per u naar Maastricht
Het is mooi weer en nog donker als ik in alle stilte vertrek, wat zoals steeds gepaard gaat met de nodige emoties.

Op het spoor verlies ik effe mijn kaartjes in de haast om niemand tegen te komen. In alle stilte rijden dit jaar, dat was alleszins de bedoeling en achteraf gezien is dat best gelukt ook. Fris dus maar droog en dat is heel wat. Het wordt een dagje genieten van een vrij zonnige herfst. Met gaandeweg meer kleding uit. Fietsendeweg.

Via St. Niklaas naar Temse waar ik Dr. Zenner vergeefs groet, de brug over met een laatste blik en dan volg ik de N 16 waar de ochtendspits op gang komt. Ik zit al in een andere wereld, hoor er niet meer bij.

Bij Puurs en Willebroek zijn er werken en is het wat zoeken. Kan de grote baan blijven volgen tot in Mechelen, bij Battel een plasje en dan naar de Kathedraal en voorts naar het Coraelhuys om een stempel en ik doe er het verhaal van mijn tochtplannen en krijg er koffie en uitgebreide babbels. Ik beloof over 5 weken terug te komen. Moet verder en dan langs gekende wegen naar Scherpenheuvel, alwaar stempel, kort bezoek aan de basiliek en eten iets verderop in het zonnetje aan de Lourdesgrot in Herk-De-Stad of in de buurt toch. In Hasselt krijg ik even onverwacht gezelschap van een verloren gereden dame, maar ik rij te hard en moet ze achterlaten. Het is mooier weer geworden en door de mooie streken rond en bij Bilzen, waar ik na een koffieke bij de statie een eerste bergje meepik, nl. de Bilzerberg natuurlijk, bereik ik tijdig Maastricht. Ik haal een stempel bij de VVV die dit jaar van niets weten en eerst eens de baas moeten raadplegen en bezoek daarna de binnenstad, het museum inherent aan de hoofdkerk St. Servaas met alle kerkschatten, goed voor een stempel en gratis bezoek. Passeer ook de thuishaven van de Maastrichter Staar. Ik was er al iets na drieën en tegen 5 uur trek ik dan naar Frans en Karen. Goed onthaal hier : wat bijpraten, eten, drinken, was en plas, verslagjes op internet en dan naar bed om 10 uur, in een levendige nacht. Frans schildert mooi en gaat binnenkort tentoonstellen. Dat zal de moeite zijn. Min of meer toch wat geslapen. Nog iets te hard gereden vandaag, zoals gewoonlijk.


Etappe 2 : Zaterdag 19 september, 142,73 km, naar Aken, Lierneux, 17,15 per u.
Ik sta zeer vroeg op. Niet zo best geslapen, rumoerig appartement. Frans en Karen slapen nog, maar er staat iets te eten klaar en de beste wensen krijg ik ook mee. Ik heb zeer lastige benen. De dag begint grijs en nevelig en het heeft geregend als ik de oude brug over de Maas passeer en hier begint mijn tocht dan feitelijk, volgens het boekje. Het is rustig op straat, want zaterdag en ik vind de weg in dit prachtige Limburgse Heuvelland wat vlotter dan vorig jaar, met enkele pittige hellinkjes bij de Bemelerberg en vooral bij Vijlen, er zijn trouwens al heel wat wielrenners op tocht hier. In Aachen bezoek ik de binnenstad wel deze maal. De Domkerk bij de Paltskapel is niet bezoekbaar wegens een dienst en ik bewonder de mooie gotiek en het Stadhuis, haal bij de Fleischerei bij de St. Jacobs, goed voor een kort bezoek, een stempel. Daarna zoek ik, gezien het steeds verbeterende weer de Oude Akerweg op, een aarden- en gravel pelgrimsweg uit de Middeleeuwen, met een pittige klim en antitankversperringen waar we terug in België komen. Ik passeer een paar peddelende downhillers die me in de afdaling iets verderop in volle vaart voorbijschieten maar die ik toch niet ver moet voorlaten. Voorbij de mooie bedevaartskapel bij Kelmis, Neu-Moresnet aan het Drielandenpunt gaat het via steile hellinkjes en mooie landelijke weggetjes met prachtige vergezichten en soms tussen de koebeesten door naar Moresnet . Hier zijn er wat wandelaars op pad, doe ik heel wat kleren uit wegens het heerlijke weer en dan gaat het onder de spoorbrug verder richting Clermont. Ik laat me nog eens uitdagen door enkele fietsers en mis zo een afslagje. Zo doe ik een omweg van een 15 km. langs het grote Amerikaanse Kerkhof hier bij Aubel ergens en ik word toch beloond met een mooi vergezicht en raak uiteindelijk toch nog versukkeld in het mooie stadje met zijn prachtige centrum, dat je niet bereikt zonder een zeer lastige, maar korte klim en waarvan ik vorig jaar totaal niks te zien had gekregen wegens het slechte weer. Nog enkele Nederlandse wielrenners op achterstand gereden, klimmend. Eén daalde af aan 35 per uur met de neus op het stuur …. ha ha ha …. Buiten Clermont rij ik op weg naar Limbourg even mee met de Netespurters, maar die kan ik natuurlijk niet volgen in de klim. Vind nog wat vocht voor mijn drinkbussen want het is warm. Ook hier wacht een steile helling naar het oude stadsgedeelte. Ik kom er wat door met mijn benen. Ik eet net als vorig jaar, maar nu buiten aan een monumentje voor de vrouw, in Polleur. Dan volgt een stevige langere klim omhoog richting de Fagne de Polleur en de bekende helling van Le Haut Desniée, goed voor een discrete sanitaire stop ergens in de bossen. Ik was hier van ’t voorjaar al eens over gereden. Na een mooie en snelle afdaling richting de Amblève bij Stoumont bereik ik het rustige, groene en slingerende dal van De Lienne, dat ik al genietend kan volgen tot in Lierneux. Hier bezoek aan de supermarkt, verspeel mijn zonnebril en keer dan een eindje terug naar mijn vast adresje hier, niet zonder in deze winkel eens te vragen of er hier geen ander logies is. Eten is er niet te krijgen bij mijn hospita, dus heb alles mee en ik krijg toch een borrel, installeer mijn fiets in de stal en neem een lekker badje, was, plas en alles klaarmaken voor morgen. Nog een babbel in de late avond.met de boer aan de keukentafel en op tijd naar bed. Geschreven stempel en betalen …..
Etappe 3 : 115,35 km, 17,56 km u naar de abdij van Orval zondag 20 september
Op tijd op en de zon staat weer in de keuken. Weinig uitgebreid ontbijt tegen vorig jaar. De kleindochter zit mee iaan een karige tafel en ze moeten dringend weg naar de Mis. Hospita is zeer katholiek. Het wordt snel warm vandaag en er zijn ochtendnevels. Eens het eerst colletje over gaat het in de buurt van Gouvy al snel in dalende lijn naar het dal van de Ourthe, mij inmiddels welbekend van de 2 keren dat ik dit voorjaar en in augustus Tillf-Bastogne-Tillf gereden heb, maar dan in de andere richting. Het is mooi en het is genieten. Eens dit dal terug uitgeklommen wordt de bebossing wat minder en krijgen we lange hoge heuvels, waar ik op de winderige top steevast eens naar huis bel. Mijn vrouw is het nog niet gewoon, maar soms weet ik niet zeker of ze nu blij is dat ze even van me af is of dat ze me eigenlijk wat mist. Raadselachtige wezens. Bij Bourcy ontdek ik de nieuwe fietsspoorroute en omdat ik me voorgenomen heb eens alles te doen onderweg wat ik vorig jaar nog niet deed volg ik deze nieuwe weg. Het gaat natuurlijk goed vooruit en het is mooi. Soms zie je nog oude soldatenputjes, links en rechts. De spoorweg brengt me na wat vragen rechtstreeks tot aan de rotonde met het wielermonument van LBL en zo moet ik even terug tot aan het Mardasson dat ik uitgebreid bezoek en waar ik eet en drink met een sanitaire ontstopping. In Bastogne zorg ik voor wat eten en een fotoke bij de tank en de NUTS generaal - Bradley zeker ? - en dan gaat het over pittige heuvels verder richting de Semois, waar het landschap vervlakt. In Rossignol een stop met eten en een panoramische terugblik naar het Noorden, waar zich wel wat stapelwolken lijken te verzamelen. Nog een caféke bezocht in Jamoigne waar ze mij - enigszins vanuit een beschonken rij tooghangers - een ‘grand sportivo’ noemen, vlak bij Orval en dan vind ik met wat vergeefs gevraag en dito verwarde uitleg en terwijl ik een groep CM-wandelaars uit Vlaanderen passeer de beruchte binnenweg-pelgrimsweg. Het is een steile afdaling over niet meer dan een bospad door heel wat modder en best wel op het randje voor mijnen Oxford maar alles houdt het en ik kom uit op het weggetje dat links van de abdij achter de brouwerij door het bos intrekt en moet nog eens voor alle zekerheid de juiste weg vragen aan een automobilist, ook al zat ik al goed. In de abdij is er van mijn reservering niet veel meer terug te vinden. Het is een vervelende broeder aan de Hôtellerie. Ik betaal voor het chalet en buiten bij de fietsen is deze ietwat zeurende broeder me 10 minuten later al wat vergeten en wil me al wandelen sturen ‘au Carrefour, monsieur’, tot ik hem eraan herinner dat ik hem net betaald heb. Er zijn 2 Hollanders (?) die wel binnen geraken zonder reservatie. Moet je horen nota bene, Heilige Benedictus …. Ze zijn best arrogant en zijn vorig jaar naar Rome gefietst. Bah, weten niks van pelgrimage af, je kan er niet mee praten of ze scheppen op en volgens mij ‘poteren’ ze wel eens met de bus en de trein aan de incoherente uitleg over hun afgelegde weg te horen. Nochtans zijn het blijkbaar Brabanders. Zoals steeds doe ik was en plas, kook ik mijn pot pasta en participeer ik uitgebreid aan de complies en zo. Dat doet deugd, als ze het Salve Regina zingen. Daarna zit ik nog wat te mijmeren in de tuin bij de vijver. Deze plek trekt mij enorm aan. Het bed was wat beter dan vorig jaar en ik slaap goed daar in de kelder van het chalet. Ben ook nog nen Orval gaan drinken met een stuk abdijkaas. Niet te vergeten he.
Etappe 4 : 161,63 km, 18, 84 per u, maandag 21 september, naar Chalons-en-Champagne :,

Vroeg op en na ontbijt en alles opgeruimd trek ik tegen een uur of acht de deur van het chalet achter mij dicht en dan steek ik de sleutel in de bus bij de portier. Hier staan de 2 fietsen van onze pochende ‘kaaskobaniërs’ nog te slapen en ik ben even in de verleiding om hun banden plat te zetten of iets van de ochtendstond of zo te zeggen per brief. Ze doen maar. Het is verspilde moeite.

Na nog een blik achterom gaat het even verder met een klimmetje langs de grens en dan puf en tuf ik al hellingend Frankrijk binnen voor een dag of 8, enigszins beducht voor de loslopende honden hier. In Avioth is de kerk gesloten en maak ik alleen een paar foto’s. Het is nevelig en fris hier zoals gewoonlijk. In Montmédy rijd ik naar de citadel via de 9 percentshelling westelijk van de stad. Ook hier is alles toe, niet zo verwonderlijk op een maandag misschien. Ik vervolg rustig mijn tocht naar Dun-sur-Meuse waar ik traditioneel een stempel haal bij het mooie meisje in het ODT, dat zoals steeds zeer vriendelijk is. In het nu meer open op-en-neer golvende landschap bezoek ik even verder in Romagne-sous-Montfaucon uitgebreid het grootse Amerikaanse Kerkhof, waar duizenden margrieten lenteachtig bloeien tussen evenzovele witte kruisjes met het woord ‘private’ op, waar alles perfect is onderhouden en gemillimeterd, indrukwekkend. Dan neem ik een pittig omwegje naar Montfaucon, waar ik boven op de berg middagmaal, mijn liefste vrouw bel en geniet van het weer in de kapotgeschoten kerkruïne aan het Amerikaans monument : een zuil voorstellend een fascesbundel, gecvormd door alle federale staten, maar dat fasces had toen die betekenis nog niet. De wind zit wat tegen en er volgt een lange, rechte afdaling, dan weer een klim naar het speeldomein van de Kronprinz en de Keizerlijke abri’s. Verderop draait de weg meer naar het zuiden en valt de wind wat meer mee. Eens de Vienne over wordt het landschap open en kaal en zit ik in de Champagne-Argonnestreek, waar stuntende militaire vliegtuigen en de rookpluim van een stinkfabriek enige tijd mijn gezellen zijn. Altijd mooi is het spel van wind en wolken hier. Alles ademt De Groote Oorlog van 14-18 en ik fotografeer druk. Nog even wat winkelen in St. Rémy, ook ‘n stempeltje daar en dan gaat het over de Autoroute de l’Est en de nieuwe TGV naar Straatsburg richting l’Epine waar ik de ongelofelijke kerk bekijk ( vorig jaar gemist ) alvorens me verder naar Chalons te haasten, want het is al iets na de vijven. Pluk nog wat zure appels onderweg. In Chalons-en-Champagne stuurt het meisje in het ODT me met een stempel snel terug naar de Nôtre-Dame, die ik effe bezoek en dan geraak ik net op tijd via de vriendelijke dame van accueil pèlerins aldaar, die wat telefoontjes doet en op vertoon van mijn credencial bij een leuke gastfamilie met opgroeiende kinderen, de Tressons, die vlak naast een kerk wonen. Ik slaap met uitzicht op de enorme luchtbogen vlak voor mijn raam en kan ze bijna aanraken, veel was doe ik niet maar ik krijg lekker eten, kan internetten, we drinken samen ‘infusions’ en we maken eens kennis. Gezellig. Studerende kinderen en een heel plezant en sprookjesachtig ingericht huis met een grote mezzanine. Mensen ingesteld op heel de wereld. Ik ben wel moe want ik had veel kms. met al die omwegjes vandaag.

Zoonlief stond zijn bed af. Waarvoor mijn dank. Ik beloof hen een kunstwerkje. Haalde in de afdaling van de Kronprinz naar de Four de Paris 60 vandaag. Fietske doet het goed. Beste nachtrust.


Etappe 5 : 106 km, 15,07 per u, dinsdag 22 september, naar Troyes
Leuk afscheid vanmorgen, het is het ochtendritueel van dit gezin, kinderen moeten naar school. Ontbijtjes, kussen, bedankjes en dan sta ik op straat in de halven donker en de kinderen en mevrouw hangen uit het raam. Zwaaien, leuk. Dan gaat het door de stad naar de buiten, zeg maar. Nog wat fris en nevels bij de kapel bij Compertrix. Nog steeds tegenwind, dat zullen we moeten verteren. Mevrouw Tresson had me gewaarschuwd dat er niet veel te zien zou zijn vandaag, maar daar ben ik het niet mee eens omdat ik van vorig jaar weet dat er heel veel mooie kleine kerkjes te bewonderen zijn, de mooiste somtijds van heel de Chemin hier. Naast de grote open vlaktes natuurlijk. Hier staat geen struik of plant gewas meer op. Het golft zachtjes en de bodem is krijtwit en zit vol kalk. Bij regen en wind kun je hier afzien.

Tegen de wind in stoempen wordt het naar het Westen met zicht op de enkele minuscule tractoren die de

onafzienbare vlakte proberen om te ploegen. Ik verpoos even in de tunnel onder de autoroute en moet dan

meer zuidelijk van richting veranderen en terug over de snelweg bij Dommartin-Lettrée. Ik bekijk van al deze

kerkjes en dorpjes wat ik vorig jaar niet zag. Eens over de RN verderop is het even klimmen over een lange

heuvel naast het militair schietdomein en dan ben ik na een snelle afdaling en een korte tussenstop voor een

hapje en een drankje in Poivres, in het domein te Mailly -Le -Camp, waar de soldaten mij af en toe een beetje

afgunstig nakijken en ik maar best geen foto’s trek. Rijen tanks, tenten en kanonnen aan alle kanten. Genieten

verderop in ieder dorpje van de prachtige hallenkerkjes, weerom is er niet veel open. Zit een uur met hoge

nood en vind geen plekje om aan deze grote nood te voldoen, pfff … ik sta ver op springen….Bij de Aube, te

Vinets zoek ik mijn bloedeigen relaxsite op, droog mijn kleren wat in de zon, voer de vissen, bel mijn vrouw en

maak dat ik wat kan eten, ik had nog wat mee dat ik gisteravond niet moest opeten wegens het onverwachte

familiebezoek. Het wordt warmer en aan de school in Montsuzain krijg ik een bidon water. De kerk wordt hier

gerestaureerd en dan volgen de laatste schilderachtige loodjes naar Troyes, voorbij kastelen en

vakwerkhuizen en met een flinke laatste klim, zicht op de streken van morgen en dito afdaling.

In de stad neem ik de tijd en bezoek de kerken en monumenten uitgebreid, mag mijn fiets in de kathedraal

stallen, met een beetje zoeken vind ik later de weg naar de Rosières, waar ik bij de Marokkaan

winkel en een plasje doe en in de JHB een hele zaal krijg, petit-déjeuner bestel en was en plas kan doen.’s

Avonds ga ik uitgebreid koken en met de medebewoners de actualiteit bespreken bij de televisie. Redelijk

geslapen. Plezante kok hier is altijd wat boos omdat ik zelf kook.

Ik voel me erg moe, waarschijnlijk met lastige ZW-wind vandaag. Voor morgen in Vézelay logies geregeld, de

dag erna ook al. Dan beginnen we echt te avonturen.


Etappe 6 : 142,57 km, 17,79 km u woensdag 23 september, naar Auxerre en Vézelay
Vroeg op, zaal opgeruimd, hier maak ik altijd een hele constructie met dekens voor de ramen want er hangt

een lamp tegen het raam. Lekker ontbijt met wat pasta van gisteren het is hier nog stillekes en alles staat voor

de rest al klaar dus ik kan mij goed suikeren voor een lange dag vandaag. Het weer ziet er goed uit, naar

gewoonte wat frisjes. Een parcours in een heel ander landschap en het gaat goed vooruit met eerst een hele

stroom auto’s van de ochtendspits richting Troyes. Het wordt spoedig mooi en warm weer en ik passeer mooie

stadjes en landelijke dorpjes als Evry -Le -Chatel, het is hier rondom de Armance-rivier heel bucolisch. In Ervy

vriendelijke ontvangst in het circusachtige ODT en naar de winkel en na een hele reeks kleine dorpjes bereik ik

tenslotte de beroemde honden van La Coudre die ik steeds een slag voor probeer te zijn. Echter zijn er weinig

kerkjes open. Dra gaat de route met een stevige klim omhoog bij het begin van de Chablis en beklim ik een

panoramatoren. Zicht over heel de wijnstreek. Het is hier mooi en echt zuiders warm weer nu en dat noopt tot

veel drinken. Schiet me ook nog ergens onder de TGV Paris-Lyon door in the middle of niemandsland. Raar …

Net voor Auxerre moet er flink geklommen worden over de A6, maar dan volgt zoals steeds een mooie

afdaling en hierbij ontrolt zich een prachtig panorama over de stad die ik aan een reuzensnelheid nader.

Het ODT is op dit uur toe en dus haal ik mijn ‘sello’ in de kathedraal met een leuk klimmetje erbij

door de smalle straatjes van de oude stad. Druk van de boottoeristen hier. Bezoekje aan de kathedraal zelf.

Met dit weer kijk ik uit naar de tocht langs het Nivernais-kanaal en eens de stad uit zoek ik achter het stadion

van de bekende voetbalploeg snel het jaagpad op en vertraag mijn pedaalslag tot een genietend peddelen

langs deze prachtige site, waar de sluiswachters lui liggen te slapen en ik al vlug een rustig hoekje opzoek

voor ’t middageten. Wat GSM - en naar huis.

Ik neem de gelegenheid te baat om alle bezienswaardigheden en bijzondere rotsen, kastelen en hoven van

playsantie al switchend naar de linker- en rechteroever en over de vele bruggetjes bij de sluisjes, onderweg

te bekijken. Er varen heel wat bootjes op het kanaal, veel Engelsen en wat verderop kampeert een heuse

Romastam aan de oevers. Ik eet opnieuw bij het sprookjeskasteel met de zee van purperen bloemen voor

ik in een warme late namiddag de klim naar Vézelay zelf aanvang.

Dat is best een stukje pittig werk en reikhalzend uitkijken als over de laatste heuvel het pittoreske Vézelay verschijnt dat van op zijn eenzame hoogte al kantelend op de steilte heel de vallei en de omliggende streken lijkt te beheersen als een van ver zichtbaar baken voor de vermoeide pelgrim die het geborgte blij en ontroerd begroet als een eerste grote tussenstop op zijn lange weg naar Spanje.

Binnen de muren veel drukte en ik bezoek het winkeltje, het ODT en rijd op het gemakje de steile straat omhoog al laverend tussen de puffende en zwetende toeristen, een jaarlijks terugkerende beloning voor wat ik al achter mij heb, waarbij ik veel bekijks en commentaar krijg. Boven bij de koperen Jacobssschelp in de trappen voor de kathedraal neemt men voor mij een fotoke en dan ‘treed ik even binnen’ bij de Soeurs Franciscaines, eentje in bloemetjesschort, betalen en niet weinig, ik kook en ontmoet de andere gasten o.m. een ( tijdelijk ?) Frans koppel waarbij hij heel druk is en doet, best een geleerd man en iets later valt een hologige uitgemergelde Nederlander-bedelaar uit Eindhoven binnen, die door de zuster van dienst aan mijn zorgen wordt toevertrouwd en voor wie ik als goede Christen zeg maar eten klaarmaak in de gezellige keuken annex eetzaal. Maakt hij toch van de gelegenheid wel gebruik om mijn GSM te pikken en naar huis te bellen, zeker. Deze jonge kerel van 18 is op de vlucht langs de Chemin zeg maar, zonder geld, op de dool voor zichzelf en weet ik veel. Wat er van moet worden weet ik niet maar Hollanders betrouwen doe ik op deze tocht niet meer en ben blij dat ik niet op 1 kamer met hem slaap.



Weer een slechte ervaring met Nederlanders. Met de Fransen nog gefilosofeerd en gedebatteerd, ondermeer daarover. De vrouw is nog wel wat rustig en verstandig, de man mankeert iets. Het blijkt niet echt een koppel te zijn ook. Raadsels. Ik bezoek in het laat de basiliek nog een keer om te genieten van de avondlijke stilte en rust en om wat te mediteren in dit ongelofelijk gebouw, een van de mooiste van het land. Was en plas en schrijven, bezoekje aan de huiskapel, bellen, regelen en slapen.
Etappe 7 : 124,41 km, 18.22 km/u naar Dompierre, bij de Cisterciënzers van Sept-Fons, donderdag 24 sept.
’s Morgens volg ik reeds om 7 u de completen en dan trek ik er na een snel maar stevig ontbijt vandoor.

Ik was helaas vergeten mijn GSM af te zetten en ging die toch wel af in de kerk zeker. Ik schaam me er nog voor, maar het blijkt nog wel eens meer te gebeuren en ze kunnen er wel eens mee lachen. Flink op weg dus en dat betekent al snel heel wat geklim, in het Morvan park hier, terwiil Vézelay, torenend op zijn heuvel stilaan in de verte boven de nevels verdwijnt. Vanwege de dichte mist moet ik mijn lampjes aanzetten en me goed inpakken, want dat brengt steeds grote kou mee. En oppassen voor achterliggers. Er zit nog steeds wat tegenwind en het blijft lang fris en ik heb niet zoveel moed vandaag. In Corbigny verlaat ik de Sweerman route, de Via Limoviensis en volg de fietsroute van het Vlaams Genootschap. Hiervoor heb ik stukjes kaart uitgeknipt, geplastificeerd en in fluo gezet naast een geschreven routeverloop, zeer summier. Zijn goed gedetailleerd. In het stadje koop ik nog gauw wat fruit en drinken. Ik volg een rustig golvende weg, met veel tegenwind door een uitgesproken stille streek (Bazois) met heggetjes en golvende heuvels en links in de verte de hogere heuvels van de Morvan. Ik zit lastig en slecht op mijn fiets en draai en keer en rommel aan mijn zadel. Wat verderop rijdt mij een Belgisch Berlingoke tegemoet en ik zwaai eens, zoals naar gewoonte en even later word ik ingehaald en maak ik kennis met een vriendelijke dame uit Aalst, stelt mij eten voor maar ik moet verder en bedank na een gezellige babbel hartelijk en vriendelijk en maak een foto. Wat verderop ligt er opeens een echte chequeboek op de weg en pas in Cercy vind ik een gendarmerie, waar ik hem na wat gebel en gezoek in de kazerne eindelijk kan afgeven onder achterlating van mijn personalia. ‘Peut-etre ça me rendra une bouteille, on ne sait jamais’ we lachen eens en dan gaat de tocht weer verder. In Chatillon-en Bazois, nog voor Alluy laat ik het kasteel links liggen, moet ik weer over het Canal du Nivernais en is er weer wat leven te bespeuren. In het volgende stadje, Cercy-La-Tour, na de kazerne , moet ik aan een zebrapad stoppen voor een hele kleuterschool die parmantig oversteekt en druk en levendig in schijfjes van twee aan twee de rare fietser becommentarieert. ‘ Allez, allez’, roepen de juffen (naar de kleuters he). Ik peddel nog wat voort tot aan de kerk waar ik in het inmiddels warmere zonnetje op de trappen mijn potje zelfgemaakte pasta opeet om de batterijen wat aan te vullen en de kleren wat laat drogen. Terug de oversteek gemaakt van het Canal du Nivernais, naast de rivier de Nièvre en na een stevige klim over enkele heuvels kom ik - onder een stevige hitte inmiddels - uit in het vlakke dal van de Loire. Op de grens van Auvergne en Bourgogne. Alles is hier kurkdroog, bruin en verschroeid. Word op een stuk ‘gele départemental’ de berm ingereden door een kraan. Had het gelukkig op tijd (achterom) gezien. Dan gaat het over de Loire over een stokoude brug, linksaf richting Dompierre en ik passeer een Hollandse fietser die reeds op zoek is naar een gîte of logies. Laat maar rijden, ik ben ze wat beu. Ga nog even naar een supermarkt en ontmoet dan zo een typisch Frans koppel op de racefiets, witte Peugeots, allemaal al wat ouder maar perfect onderhouden. We rijden samen verder. Vriendelijk en behulpzaam brengen ze mij tot aan de abdij, waar natuurlijk een foto getrokken wordt en dan meld ik me aan. Wat toerisme hier in de winkel en dan staat er ineens een reuzegrote broeder in een rafelige blauwe overall, die naar de grond kijkt en me een reusachtige natte hand geeft. Ik word goed geïnstalleerd in een mooie cel, douche, was en plas en om 7u eten in stilte in de refter met nog 3 andere gasten. Ik wandel wat in de tuin, en volg de officies mee in het weergaloze moderne kerkgebouw. achterin, net als Orval een reusachtig glasraam met OLV met het Kind. Tachtig jonge monniken velen uit Polen, maar ook uit heel de rest van de wereld zingen, werken en bidden hier en het is een groots unisono-geluid en stille ontroering als het Salve Regina in het donker tegen de gewelven omhoog zweeft, alleen het glasraam verlicht. Jongens, jongens ……… Ik slaap hier goed.

De Frère-Hôtelier belooft me ander eten na mijn pastavraag voor morgen. We zien wel. Ik doe een donatie in de bus bij de keuken. En ben een week onderweg.



  1   2   3   4   5


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina