Eucharistieviering bij het Vormsel



Dovnload 275.02 Kb.
Pagina1/4
Datum27.09.2016
Grootte275.02 Kb.
  1   2   3   4

Eucharistieviering bij het Vormsel



DEEL 1

Enige praktische zaken
De liturgische kleur van de gewaden
Rood: op weekdagen en eventueel zondagen door het jaar; op hoogfeesten die de kleur rood hebben.

Wit: op zondagen in de Paastijd, Hemelvaartsdag; op hoogfeesten die de kleur wit hebben.

Paars: op zondagen in de Veertigendagentijd en Advent.

Groen: kan genomen worden op de zondagen door het jaar
Wanneer begint de zondag of het hoogfeest?
Op de vooravond om 16.00 uur. Vanaf dat moment moet de zondag of het hoogfeest gevierd worden.
Welk misformulier en welke lezingen?
Weekdagen: Dan kan altijd het misformulier (collectagebed, gebed over de gaven en gebed na de communie) uit de Mis bij gelegenheid van het vormsel genomen worden. Wij vragen echter deze gebeden niet in de boekjes af te drukken zodat de vormheer zelf uit het missaal kan kiezen.

Dan kunnen altijd de keuzelezingen voor het vormsel worden genomen.


Zondagen in de Advent, Veertigdagentijd en Paastijd:

Dan moet altijd het misformulier (collectagebed, gebed over de gaven en gebed na de communie) van de zondag genomen worden. Wij vragen echter deze gebeden niet in de boekjes af te drukken zodat de vormheer zelf uit het missaal kan kiezen.

Eveneens moeten de lezingen van de zondag gekozen worden. Liefst alle drie de lezingen.
Hoogfeesten: Dan moet altijd het misformulier (collectagebed, gebed over de gaven en gebed na de communie) van het hoogfeest genomen worden. Wij vragen echter deze gebeden niet in de boekjes af te drukken zodat de vormheer zelf uit het missaal kan kiezen.

Eveneens moeten de lezingen van hoogfeest gekozen worden. Liefst alle drie de lezingen.


Zondagen door het jaar

Dan kan eventueel het misformulier (collectagebed, gebed over de gaven en gebed na de communie) uit de Mis bij gelegenheid van het vormsel genomen worden. Wij vragen echter deze gebeden niet in de boekjes af te drukken zodat de vormheer zelf uit het missaal kan kiezen.

Er kan een keuzelezing voor het vormsel gekozen worden in combinatie met lezingen (3 lezingen) van de zondag. Men name dient men het evangelie van de zondag te handhaven.
Chrisma en altaarmissaal, lectionarium, evangeliarium
Heilig Chrisma: De vormheren brengen zelf het heilig Chrisma mee. Dit wordt op het altaar geplaatst. Als het in de intochtsprocessie wordt meegedragen, wordt het niet door vormelingen maar door een priester of een diaken gedragen.

Altaarmissaal gelieve men voorafgaande aan de viering in de sacristie of de ruimte waar men zich bekleedt met de liturgische gewaden klaar te leggen, zodat de vormheer dit kan inzien en zo nodig de linten op de juiste plaats kan leggen.

Lectionarium: Voor de lezingen dient men een lectionarium te gebruiken; dit lectionarium hoort op de ambo te liggen.

Evangeliarium: Het evangelie wordt, zo mogelijk, uit een evangeliarium gelezen. Dit evangeliarium kan door de diaken worden meegedragen in de intochtsprocessie en op het altaar gelegd. Zo niet, dan ligt het vanaf het begin op het altaar. Na het evangelie wordt het op de credens gelegd.
Uit eerbied voor het woord van God dienen geen lezingen (en zeker geen evangelie) gelezen te worden uit gelovigenboekjes.
Functies in de liturgie
De bisschoppen: worden in het liturgieboekje vermeld als: bisschop

Anderen vormheren worden in het liturgieboekje met hun functie vermeld (vicaris, deken) of met de algemene aanduiding ‘vormheer’.
De termen ‘voorganger’ of ‘voorgangers’ zijn geen juiste benamingen in de katholieke liturgie en worden niet gebruikt.
Misdienaars: Het is belangrijk dat er bij de vormselviering voldoende misdienaars en/of acolieten zijn. Dat is voor een goed verloop van de plechtigheid, zeker als een bisschop de vormheer is (in verband met mijter en staf) noodzakelijk maar het heeft ook een goede uitstraling naar de jongeren die gevormd worden.
Altaar
Het altaar - dient gereserveerd te blijven voor de Liturgie van de Eucharistie.

- is aan het begin van de viering bekleed met een altaardwaal. Erop staan eventueel brandende kaarsen en een altaarkruis. Deze kunnen ook in de buurt van het altaar staan. Verder is het altaar leeg. Het missaal en de kelk en hostieschaal worden pas bij de offerande naar het altaar gebracht. Tot zo lang bevinden zij zich op de credens.

- is tot aan de evangelielezing de plaats van het evangeliarium (niet het lectionarium) als dit gebruikt wordt Het ligt daar vanaf het begin of wordt door de diaken meegedragen bij de intochtsprocessie en dan midden op het altaar gelegd. Na het lezen van het evangelie wordt het evangeliarium op de credens gelegd.

- is nooit de plaats voor collecteschalen, mandjes met intenties etc.Zij kunnen voor of bij het altaar gezet worden.


Ambo
Op de ambo ligt het lectionarium open voor de eerste lezing. Indien er geen evangeliarium is wordt hieruit ook het evangelie gelezen.

Verder ligt hier de tekst van de voorbede.



De plaats van de vormheer
Bij voorkeur leidt de vormheer de viering vanaf de zetel die naar het volk toegekeerd staat. Er dient dan een microfoon op statief aanwezig te zijn. Het is niet zo geschikt als de vormheer de teksten voor de viering moeten lezen uit een gelovigenboekje. Beter is het om te zorgen voor een map waarin die teksten staan, netjes op korte regels uitgeprint en in grotere letters. Een acoliet kan dan deze map aan de vormheer voorhouden als hij het openingsgebed met uitgestrekte handen moet zeggen, bij de handoplegging etc.
Volgens de liturgische regels staat de vormheer bij de zetel:

- bij de opening van de viering (kruisteken, schuldbelijdenis, collectagebed

- bij de voorbede

- eventueel bij het gebed na de communie en de zegen


Hij staat bij de ambo:

- bij de homilie


Liefst midden voor het altaar (met microfoon):

- bij de hernieuwing van de doopbeloften

- de handoplegging

- de zalving


Hij staan aan het altaar:

- tijdens de eucharistie

- eventueel tijdens het gebed na de communie en de zegen.
Versiering
Bij de versiering van de kerk dient men er rekening mee te houden dat het een sacrale ruimte is, die dient uit te nodigen tot gebed en contact met God. Daarom dient de versiering smaakvol en niet kinderachtig te zijn. Een kerk vol geelwitte of rode ballonnen is geen geschikte ambiance voor het vormsel, evenmin levensgrote portretten van de vormelingen aan een waslijn boven het altaar.
Zang
Plaats koor: Het zangkoor staat bij voorkeur tussen de gelovigen en de altaarruimte aan de zijkant. De ruimte tussen het celebratiealtaar en het tabernakel is liturgisch gezien geen geschikte plaats voor het koor.

Samenzang: is naast koorzang in iedere liturgische viering belangrijk. Vaak wordt in vormselvieringen de mogelijkheid tot samenzang nauwelijks geboden.

Inhoud: de inhoud van de liederen dient bij de viering van de zon/feest/dag of bij het vormsel aan te sluiten. Liederen in een andere taal dan het Nederlands (of ev. Latijn) dienen vermeden te worden.

Het verdient aanbeveling dat de eeuwenoude hymne “Kom, Schepper Geest, daal tot ons neer bij het vormsel gezongen wordt en dat deze hymne ook door de vormelingen wordt aangeleerd.

Voor verdere geschikte liederen verwijzen wij naar liederen ter ere van de Heilige Geest die speciaal door het bisdom zijn uitgegeven en die u op de website kunt vinden onder het kopje “liturgie”.

Belangrijk voor de liturgie zijn de vaste gezangen (Heer, ontferm U; eer aan God, heilig, heilig en Lam Gods). We verwijzen graag naar de Mis van de Heilige Geest die speciaal voor jongerenkoren is gemaakt, uitgegeven door het Bisdom Breda: Breda http://www.bisdomvanbreda.nl en dan doorklikken naar ‘webshop’. Het zou goed zijn dat de verantwoordelijke voor het vormsel in de parochie hierover tijdig met het koor contact heeft.
Intocht
Er is niets op tegen dat de vormelingen tijdens de intocht meelopen. Zij kunnen dan hun brandende doopkaars in de hand houden; hierdoor wordt uitgedrukt dat het Heilig Vormsel de voltooiing is van hun Doopsel. Na de intocht kunnen de vormelingen de doopkaars doven en bij hun ouders in de bank gaan zitten. De vormelingen zitten niet op het priesterkoor.

Het is niet de bedoeling dat de Paaskaars in de intochtsprocessie wordt meegedragen. Deze kan wel, ook buiten de Paastijd, branden op het priesterkoor


De volgorde van de viering
Openingsriten - De vormheer opent de Vormselviering met het kruisteken en de liturgische groet, bij voorkeur vanaf zijn zetel, waarbij dan een microfoon staat. Let wel: de bisschop heeft een andere groet dan een priester.

- Een welkomstwoord wordt gesproken door de pastoor, iemand van de vormselwerkgroep of het parochiebestuur.

- Soms worden er een openingsgedachte/gedicht ingevoegd dat door een ouder of vormeling wordt voorgedragen. Dat kan als het kort is en de inhoud werkelijk met het vormsel te maken heeft. De ervaring leert echte dat heel vaak teksten gekozen worden die alleen met groeien/talenten/stappen/of medemenselijkheid te maken hebben. dat is voor de liturgie van het vormsel te mager.

- Schuldbelijdenis. Kijk in de keuzeteksten wat er liturgisch mogelijk is en houd je bij de mogelijkheden.

- Lofzang “Eer aan God” is verplicht op zondagen buiten de Advent en Veertigdagentijd en op hoogfeesten. Bij voorkeur wordt de lofzang gezongen. Is dat niet mogelijk dan wordt hij gebeden. Alternatieve versies zijn niet toegestaan. Op weekdagen is de lofzang facultatief.

- Collectagebed kiest de vormheer uit het missaal.
Liturgie van het Woord

- buitenbijbelse lezingen zijn nooit toegestaan

- de normale vertaling van de Schriftlezingen dient gebruikt te worden. Die vinden we in het lectionarium dat gebaseerd is op de Willibrordvertaling van 1975. U worden deze lezingen samen met deze map toegezonden.

- welke lezingen gekozen moeten worden, wordt aangegeven in de e-mailbijlage bij deze map (zie ook pag. 1)

- op weekdagen kan men met twee lezingen volstaan; op zondagen en hoogfeesten zijn drie lezingen voorzien die normalerwijze ook verplicht zijn.

- onderdeel van de liturgie van het woord is de antwoordpsalm die volgt op de eerste lezing; deze zou zo mogelijk gezongen moeten worden; een mogelijkheid is ook het refrein samen te zingen terwijl de verzen worden voorgedragen; men zou in ieder geval moeten streven hier een psalm te zingen die aansluit bij de eerste lezing.

- voorafgaande aan het evangelie (en als begeleiding van de evangelieprocessie) wordt het alleluia met vers gezongen (in de Veertigdagentijd alleen het vers)

- na het evangelie volgt de homilie (officiële naam voor de preek; overweging is niet juist).
Liturgie van het vormsel

- het bij name noemen van de vormelingen (door de pastoor) waarna zij naar voren komen en zich opstellen voor het priesterkoor.

- voorafgaand aan de hernieuwing van de doopbelijdenis kunnen de vormelingen hun doopkaars ontsteken aan het licht van de Paaskaars. Dit is zinvol maar niet verplicht. Dit ontsteken kan met behulp van een kaarsje door acolieten gebeuren.

Er mogen bij deze hernieuwing geen toevoegingen worden gedaan zoals bijv. beloftes van ouders.

- handoplegging door de vormheer en de aanwezige priesters en het gebd om de Heilige Geest. Hierbij is zeker een acoliet nodig die het boek met de tekst voorhoudt aan de vormheer.

- Bij de zalving worden de vormelingen worden begeleid door maximaal twee personen: hun ouders of door een ouder, een peter/meter of een andere persoon die zorg heeft voor de vormeling en zijn/haar vorming in het geloof.

De vormeling of één van de ouders/begeleiders zegt duidelijk de roepnaam van de vormeling opdat de vormheer de vormeling ook juist kan aanspreken.

Het is belangrijk te zorgen voor een goede doorstroming. Daarom is het nodig dat er steeds enkele vormelingen met ouders/begeleiders klaarstaan.

De koster dient te zorgen voor een schaaltje met een snee brood en een kom met water om na de toediening van het vormsel de handen van de vormheer te kunnen reinigen en wassen. Deze handwassing vervangt overigens niet de normale handwassing na het klaarmaken van de gaven.

- De vormheer gaat nu naar de zetel al waar hij de voorbede inleidt. De intentie worden aan de ambo door vormelingen/ouders gezegd.
Liturgie van de eucharistie

- het klaarmaken van de gaven gebeurt op de gebruikelijke wijze.

- oproep tot gebed: Bidt, broeders en zusters….

- het gebed over de gaven wordt door de vormheer uit het missaal gekozen

- de prefatie wordt gekozen uit onderstaande teksten evenals de rest van het eucharistisch gebed. Dit gebed wordt afgezien van de aangegeven acclamaties alleen door de (con)celebrant(en) gebeden.

- dan volgen de gebeden als voorbereiding op de communie (onze Vader, verlos ons, Heer; gebed om vrede en vredeswens; Lam Gods en uitnodiging tot de communie.

- het gebed na de communie wordt door de vormheer uitgezocht uit het missaal.
Slotriten

- Soms wordt hier Soms worden hier een slotgedachte/gedicht ingevoegd dat door een ouder of vormeling wordt voorgedragen. Dat kan als het kort is en de inhoud werkelijk met het vormsel te maken heeft. De ervaring leert echte dat heel vaak teksten gekozen worden die alleen met groeien/talenten/stappen/of medemenselijkheid te maken hebben. dat is voor de liturgie van het vormsel te mager.

- Mededelingen en felicitaties

- Zegen. Let erop dat de gewone zegen voor een bisschop anders is dan bij een priester. De lange zegen met drie afzonderlijke zegenbeden is voor bisschop en priester hetzelfde.


Concelebratie
Een concelebrerende priester:


  • kust samen met de vormheer het altaar aan het begin van de viering (echter niet op het einde).

  • leest, als er geen diaken is, het evangelie. Als de vormheer een bisschop is vraagt hij tevoren geboden om de zegen.

  • staat bij de vernieuwing van de doopbelijdenis naast de vormheer en strekt met hem bij de handoplegging zijn handen over de vormelingen uit.

  • gaat bij het “gebed over de gaven” naast de vormheer aan het altaar staan.

  • houdt zijn handen uitgestrekt over de gaven tijdens de epiclese vóór de consecratie.

  • bidt met de hoofdcelebrant op zachte toon de gebeden mee vanaf de epiclese vóór tot en met de epiclese na de consecratie.

  • buigt wanneer de hoofdcelebrant knielt na de consecratie.

  • bidt op aanwijzing van de hoofdcelebrant een van de intercessiegebeden na de consecratie.

  • bidt samen met de hoofdcelebrant de doxologie.

  • bidt met uitgestrekte armen het onze Vader.



Diaken
De diaken assisteert de hoofdcelebrant bij de zetel en aan het altaar met het missaal, kelk en palla. Ook is hij bij de handoplegging en de zalving in de buurt van de vormheer om hem zo nodig te assisteren. Vóór de lezing van het evangelie vraagt hij gebogen de zegen aan de vormheer. Aan het altaar staat hij naast de hoofdcelebrant, een weinig naar achteren. Hij komt telkens naar voren als hij moet assisteren met boek, palla of kelk. Tijdens de consecratie knielt hij. De acolieten en andere assistenten staan niet bij het altaar maar staan of knielen op hun plaats.
Communiceren
Aan het altaar communiceren eerst de vormheer en de concelebranten tegelijk onder de gedaante van brood. De concelebranten knielen dan één voor één en drinken uit de kelk. Ondertussen reikt de hoofdcelebrant de hostie aan de diaken. Als alle concelebranten uit de kelk gedronken hebben, reikt de hoofdcelebrant de kelk aan de diaken. Indien nog acolieten onder twee gedaanten communiceren, drinkt de diaken pas uit de kelk (en ledigt die) nadat hij de kelk aan de acolieten gereikt heeft. Voordien reikt de hoofdcelebrant hen de hostie. Daarna wordt de Communie uitgereikt in de kerk en wel onder één gedaante.

Het blijkt dat het nodig is in de voorbereiding aandacht te besteden aan het waardig communiceren. Veel van onze vormelingen zijn vervreemd van de viering van de Eucharistie. In het kader van de Vormselcatechese is het geen overbodige luxe om, naast het boetesacrament, nog eens het communiceren onder de aandacht te brengen. Het antwoorden met “amen” en het direct nuttigen van de hostie dienen hier met name vermeld worden.



Ceremoniaris
Vaak zal, als de bisschop, komt zijn ceremoniaris, de heer F. van Genugten, meekomen. Hij regelt dan staf en mijter. Is de ceremoniaris niet aanwezig of komt de hulpbisschop, dan zullen er acolieten moeten zijn die deze taken op zich nemen. De pastoor zal daar dan leiding in moeten nemen.

Korte richtlijnen voor staf en mijter:

- Bij de intrede draagt de bisschop staf en mijter. Deze geeft hij af voor het kussen van het altaar.

- Tijdens de lezing(en) draagt de bisschop de mijter; afnemen vóór het evangelie; bij het begin van het evangelie krijgt hij de staf. Deze wordt weggenomen op het einde van het evangelie.

- Tijdens de preek en de hernieuwing van de doopbeloften draagt hij de mijter

- Bij de handoplegging mijter af.

- Bij de zalving mijter op; bij de voorbede weer af.

- Voor de zegen: mijter op; op het moment dat hij het kruisteken voor de zegen maakt: mijter aangeven.


Verder inlichtingen

Voor verdere vragen kunt u zich wenden tot de dienst Liturgie van het bisdom. (073-5232058; E-mail: liturgie@bisdomdenbosch.nl)






DEEL 2

Teksten voor de liturgie van het vormsel



  1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina