European Studies in Substance Misuse



Dovnload 40.49 Kb.
Datum25.08.2016
Grootte40.49 Kb.
Postacademische vorming

European Studies in Substance Misuse”



Academiejaar 2003-2004



  1. Achtergrond

Drugmisbruik is een wereldwijd probleem dat geen enkele maatschappij of land onaagetast laat. Wereldwijd misbruiken meer dan 2 miljoen mensen illegale drugs en het aantal problematische druggebruikers in de Europese Unie wordt geschat op ongeveer 1.5 miljoen. Drugmisbruik is een belangrijke oorzaak van individueel en sociaal leed: gebroken gezinnen, inkomensverlies, besmetting met HIV of hepatitis C, psycho-sociale problemen, uit de pan swingende gezondheidskosten, criminaliteit, maatschappelijke overlast, uiteenvallende gemeenschappen en buurten, … .


Voorliggend initiatief wil een bijdrage leveren aan het zich snel ontwikkelende netwerk van diensten die zich bezighouden met de preventie van en hulpverlening bij alcohol- en andere drugproblemen. De betrokken faculteiten en vakgroepen van de participerende universiteiten hebben allen een nauwe band met het betreffende werkveld en zijn betrokken bij wetenschappelijk onderzoek, vormingsprogramma’s, curriculumontwikkeling, advies, consult en training inzake drugproblemen.

Gezien de “evidence-based”-benadering meer en meer ingang vind in de verslavingszorg, wordt tijdens deze postacademische vorming aandacht besteed aan een aantal specifieke preventie- en hulpverleningsstrategieën zoals motivationele gespreksvoering, gebruik van aangepaste diagnostische instrumenten, voorlichting en algemene preventie, afstemming van het zorgaanbod op specifieke doelgroepen, zorgcontinuïteit, terugvalpreventie, resocialisatie en reïntegratie, betrokkenheid van het sociaal netwerk, case management en netwerkvorming. In-service training en deskundigheidsbevordering van professionelen blijken immers cruciaal voor het optimaliseren van het hulpverleningsaanbod.





  1. Doelstellingen

De doelstellingen van deze postacademische vorming over drugmisbruik zijn:



  • het stimuleren van de ontwikkeling van adequate en door wetenschappelijk onderzoek ondersteunde interventies op het vlak van preventie, diagnose en behandeling van drugproblemen;

  • inzicht verwerven in de huidige stand van zaken op het vlak van preventie, diagnose en behandeling met betrekking tot specifieke doelgroepen;

  • het creëren van een forum voor professionele hulpverleners voor het uitwisselen van nieuwe inzichten en ervaringen aan de hand van een elektronische leeromgeving en discussiegroepen;

  • het toepassen van de verworven kennis en inzichten op de werkvloer.

De deelnemers verwerven tijdens deze vorming een aantal specifieke vaardigheden en technieken met betrekking tot preventie en diagnose, planning en evaluatie van behandeling van drugproblemen. Ze zijn bovendien in staat om door wetenschappelijk onderzoek onderbouwde bevindingen en ervaringen in de praktijk toe te passen.


  1. Doelgroep

Deze postacademische vorming is voornamelijk gericht op houders van een universitair of hogeschooldiploma in de menswetenschappen, die actief zijn op het vlak van preventie, behandeling, het beleid of onderzoek inzake drugproblemen. Deelnemers die niet aan deze voorwaarden voldoen, kunnen eventueel toegelaten worden na een gesprek met de verantwoordelijke lesgever en/of een toelatingsproef.




  1. Praktische organisatie

De postacademische vorming “European Studies in Substance Misuse” is een on-line vormingsprogramma dat gezamenlijk wordt georganiseerd door de universiteiten van Aarhus (Denemarken), Bilbao (Spanje), Gent, Maastricht (Nederland), Stirling (Schotland) en Stockholm (Zweden). In Gent wordt deze postacademische vorming ingericht door de Vakgroep Orthopedagogiek (Prof. Dr. E. Broekaert) van de Universiteit Gent.

Elke partner-universiteit levert een bijdrage in deze postacademische vorming en is verantwoordelijk voor de inrichting van deze vormingscursus in het eigen land:


        • In Denemarken wordt deze vorming georganiseerd door het Center for Rusmiddelforskning (Centre for Drug and Alcohol Research) van de Aarhus Universitet (Mads Uffe Pedersen & Vibeke Asmussen);

        • In Nederland wordt deze vorming georganiseerd door de Vakgroep Psychiatrie en Neuropsychologie, Afdeling Sociale Psychiatrie en Sociale Epidemiologie (International Institute for Psychosocial and Socio-ecological Research) van de Universiteit Maastricht (Charles Kaplan);

        • In Spanje wordt de vorming ingericht door het Instituto de Drogodependencias (Institute for Drug Dependence) van de Universidad de Deusto in Bilbao (Luis Pantoja & Juan Antonio Abeijon);

        • In het Verenigd Koninkrijk (Schotland) ligt de verantwoordelijkheid voor de organisatie van deze postacademische vorming bij het Department of Applied Social Sciences (Scottish Addiction Studies) van de University of Stirling (Rowdy Yates);

        • In Zweden wordt de vorming georganiseerd door de Socialhögskolan van Stockholms Universitet (Thomas. Lindstein & Ronald Penton).

Sinds 3 jaar coördineert de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent binnen het Socrates-programma een "Curriculum Development Advanced-level (CDA): European Studies in Substance Misuse". Tijdens de afgelopen 3 jaar werden de vakinhouden en concrete organisatie van deze CDA uitgewerkt en werd ook ervaring opgedaan met het gebruik van de elektronische leeromgeving (WebCT)1. Er werd beslist om deze cursus in de verschillende participerende universiteiten te organiseren als postacademische vorming, in afwachting van de eventuele verdere ontwikkeling van deze cursus naar een European Master-na-Master-opleiding.




    1. Titel



European Studies in Substance Misuse





    1. Taal



Gezien dit een gezamenlijk vormingsprogramma betreft van een aantal Europese universiteiten waarbij onder meer gebruik wordt gemaakt van een interactieve leeromgeving en discussiegroepen, is het Engels de voertaal van deze postacademische vorming.





    1. Totaal aantal uren

Deze postacademische vorming bestaat uit 200 uren theorie (Intensief Programma (40u) en 8 on-line modules van telkens 20u (in totaal 160u)) en 180 uren praktijk en stage (inclusief begeleiding). Tevens worden 180 uren voorzien voor het schrijven van een afsluitende paper (inclusief begeleiding).




    1. Onderwijsmethode

Deze postacademische vorming bestaat uit een Intensief Programma (Intensive Programme), een aantal theoretische modules, een praktijkstage en een afsluitende paper.

Het Intensief Programma is een 10 dagen durend vormingsprogramma dat een aantal theoretische lessen omvat die een inleiding vormen op de thema's die in de verschillende modules zullen uitgewerkt worden. Tevens leren de studenten tijdens het Intensief Programma gebruik maken van de elektronische leeromgeving (WebCT).

Na afloop van het Intensief Programma worden de vakinhouden, opdrachten en oefeningen van de theoretische modules via een elektronische leeromgeving aangeboden. Naast het cursusmateriaal en bijhorende taken omvat de leeromgeving ook een thesaursus, discussiegroepen, specifiek email-programma en links naar relevante websites.

Tijdens de praktijkstage verdiepen de studenten zich in één van onderwerpen die aan bod kwamen tijdens het intensief programma of één van de theoretische modules. Op de stageplek maken de studenten een wetenschappelijke evaluatie van de door hen bestudeerde preventie- of interventiestrategie, wat resulteert in een afsluitende paper. In functie van de praktijkstage en het schrijven van de afsluitende paper hebben de studenten regelmatig contact met hun begeleider.


    1. Periode – duur

Deze postacademische vorming wordt voor het eerst georganiseerd in het academiejaar 2003-2004 en loopt van oktober 2003 tot juni 2004. Deze vorming wordt tegelijk ook ingericht aan de universiteiten van Aarhus, Bilbao, Maastricht, Stirling en Stockholm.





    1. Data en locatie




        • Het intensief programma wordt eind september 2003 gedurende 8 dagen georganiseerd door de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent. De volgende jaren wordt het intensief programma afwisselend ingericht in één van de participerende universiteiten.

        • De 8 theoretische modules worden in blokken van 2 weken georganiseerd van half oktober 2003 tot eind maart 2004 via een elektronische leeromgeving. Deze leer-omgeving wordt beheerd vanuit de universiteit van Stirling en is enkel toegankelijk met een persoonlijk paswoord. Via onderstaande URL kunnen de studenten inloggen: (http://www.stir.ac.uk/Departments/HumanSciences/AppSocSci/DRUGS/).

        • De praktijkstage gebeurt – na overleg met de begeleider – in een voorziening naar keuze tijdens de periode april – juni 2004.

        • De afsluitende paper dient tegen 15 juni 2004 afgewerkt te worden ofwel uiterlijk tegen 15 september 2004.




    1. Toelatingsvoorwaarden

Om toegelaten te worden tot de postacademische vorming dient men houder te zijn van een licentiaats- of graduaatsdiploma in de medische, sociale, psychologische en pedagogische wetenschappen en werkzaam te zijn op het terrein van of een speciale interesse hebben voor de preventie, behandeling, het beleid of onderzoek inzake drugproblemen. Deelnemers die niet aan deze voorwaarden voldoen, kunnen eventueel toegelaten worden na een gesprek met de verantwoordelijke lesgever en/of een toelatingsproef.




    1. Inschrijvingsmodaliteiten en –kosten

Studenten kunnen zich voor deze vorming inschrijven in elk van de participerende universiteiten.

Studenten die zich voor deze postacademische vorming inschrijven aan de Universiteit Gent dienen zich officieel in te schrijven op de rol van de Universiteit Gent en moeten zich hiervoor aanmelden bij de studentenadministratie op het rectoraat (Sint-Pietersnieuwstraat 25, 9000 Gent).

Voor deelname aan de postacademische vorming dienen deelnemers een bijdrage van 1000€ te betalen. In deze prijs zijn alle kosten van het cursusmateriaal begrepen, alsook een login en paswoord voor de elektronische leeromgeving, de kostprijs van het intensief programma (exclusief reis- en verblijfskosten) en de supervisie van de praktijkstage en het eindwerk.




    1. Certificaat

Deelnemers die het intensief programma hebben bijgewoond, met succes de verschillende modules hebben gevolgd en van wie de praktijkstage en afsluitende paper positief werden beoordeeld, ontvangen een getuigschrift van de universiteit waar ze zich officieel hebben ingeschreven.




  1. Programma2

De postacademische vorming start met een 8-daags intensief programma, waarbij studenten ingeleid worden in de verschillende vakinhouden en kennismaken met de elektronische leeromgeving. Tijdens het intensief programma krijgen de deelnemers een inleiding tot de verschillende theoretische opleidingsonderdelen.

De daaropvolgende weken worden de studenten verder onderwezen in deze theoretische cursussen op basis van afstandsonderwijs. Elke theoretische module wordt gedurende 2 opeenvolgende weken onderricht.

Nadien doen de studenten – onder begeleiding – een praktijkstage rond een bepaald onderwerp dat aan bod kwam tijdens de cursus. De afsluitende paper is een onderzoekspaper over een geselecteerd onderwerp, bij voorkeur een evaluatie van de praktijkstage.


5.1 Theoretisch gedeelte
Intensief programma (5 tot 12 oktober 2003) (6x 7u=40u)

Theoretische modules aangeboden via de elektronische leeromgeving (WebCT)



(8 x 20u=160) (Oktober 2003 – maart 2004)
5.1.1. Substance misuse : European drug policy (Rowdy Yates) (20 uren) (13 – 26 oktober 2003)



5.1.2. Substance misuse : Community prevention (Luis Pantoja – Juan Antonio Abeijon) (20 uren)

(27 oktober – 9 november 2003)


        • society and substance abuse

        • prevention at community level

        • evaluation of prevention-strategies


5.1.3. Substance misuse : Diagnosis (Juan Antonio Abeijon) (20 uren) (10 – 23 November 2003)



5.1.4. Substance misuse : Community as treatment method (Eric Broekaert) (20 uren) (24 November – 7 December 2003)

        • introduction to the therapeutic community

        • encounter methods

        • family therapy



5.1.5. Substance misuse : Harm reduction-strategies (Rowdy Yates) (20 uren) (2 – 15 februari 2004)



5.1.6. Substance misuse: The social network of substance abusers (Thomas Lindstein & Ronald Penton) (20 uren) (16 – 29 februari 2004)


        • influence of the social network on substance abusers and vice versa

        • involving the social network of substance abusers

        • prevention and intervention strategies for influencing the social network of substance abusers


5.1.7. Substance misuse: continuity of care (Wouter Vanderplasschen & Eric Broekaert) (20 uren) (1 – 14 maart 2004)


        • co-ordination and continuity of care

        • case management for substance abusers

        • integration of different treatment systems


5.1.8. Substance misuse : Evaluation of substance abuse treatment (Vibeke Asmussen & Mads Uffe Pedersen) (20 uren)

(15 – 28 maart 2004)


        • treatment evaluation

        • standardized monitoring

        • qualitative evaluations



5.2. Praktijkstage (1 februari – 31 maart 2004)
Deelnemers doen een praktijkstage in een organisatie of dienst naar keuze die zich bezighoudt met de preventie, behandeling, beleid of onderzoek inzake drugproblemen. Onder begeleiding van een supervisor verdiepen ze zich in één van de preventie- en behandelingsstrategieën die tijdens het theoretisch gedeelte werden aangereikt. Een schriftelijk verslag van deze praktijkstage is vereist.

5.3. Afsluitende paper (1 april – 30 juni 2004)
Aansluitend bij de praktijkstage maken de studenten onder begeleiding van hun supervisor een individueel studieproject, die onder meer een evaluatie inhoudt van een door hen bestudeerde interventie- of preventiestrategie.


  1. Evaluatie

Tijdens deze postacademische vorming worden deelnemers permanent geëvalueerd. Aanwezigheid tijdens het intensief programma is verplicht en aan het eind van deze achtdaagse worden de deelnemers beoordeeld op hun inbreng en de door hen ingeleverde taken en opdrachten. Over 3 van de 8 theoretische modules schrijven de studenten een paper. De praktijkstage en afsluitende paper worden begeleid en beoordeeld door de lesgever onder wiens supervisie de stage en het eindwerk werden uitgevoerd.




  1. Inschrijven

Voor verdere details en inschrijvingen kunt u contact opnemen met:


Wouter Vanderplasschen/Dieter Windels

Universiteit Gent

Vakgroep Orthopedagogiek

H. Dunantlaan 2

B-9000 Gent

Tel. 32-9-264 64 65



Fax. 32-9-264 64 91

Wouter.Vanderplasschen@ugent.be

Dieter.Windels@ugent.be


1 De keuze voor WebCT vloeit voort uit het feit dat de partner verantwoordelijk voor de uitbouw van de elektronische leeromgeving (Rowdy Yates van de University of Stirling) over een licentie beschikt voor en vooral vertrouwd is met het gebruik van dit software-pakket.


2 De organiserende universiteiten houden zich het recht voor eventuele wijzigingen aan te brengen in de volgorde en/of de data van de modules. Het definitief programma van het Intensive Programme in Gent zal in de loop van de maand september 2004 bekendgemaakt worden.







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina