Europees parlement



Dovnload 58.76 Kb.
Datum18.08.2016
Grootte58.76 Kb.


EUROPEES PARLEMENT

1999



2004

{ENVI}Commissie milieubeheer, volksgezondheid en consumentenbeleid

<RefStatus>VOORLOPIGE VERSIERefStatus>

<RefProc>2000/2081RefProc><RefTypeProc>(INI)RefTypeProc>

<RefVer>RefVer
>

{28-07-2000}28 juli 2000

ONTWERPVERSLAG

over de volksgezondheids- en consumentenbeschermingsaspecten van de uitbreiding

(2000/2081(INI))

{ENVI}Commissie milieubeheer, volksgezondheid en consumentenbeleid

Rapporteur: John Bowis en Ria G.H.C. Oomen-Ruijten



INHOUD


Blz.

PROCEDUREVERLOOP 4

ONTWERPRESOLUTIE 5



TOELICHTING 9


PROCEDUREVERLOOP

Op {04-05-2000}4 mei 2000 deelde de Voorzitter van het Parlement mede dat de {ENVI}Commissie milieubeheer, volksgezondheid en consumentenbeleid toestemming was verleend tot opstelling van een initiatiefverslag, overeenkomstig artikel 163 van het Reglement, over de volksgezondheids- en consumentenbeschermingsaspecten van de uitbreiding.

De {ENVI}Commissie milieubeheer, volksgezondheid en consumentenbeleid benoemde op haar vergadering van {22-09-1999}22 september 1999 John Bowis en Ria G.H.C. Oomen-Ruijten tot rapporteurs.

De commissie behandelde het ontwerpverslag op haar vergadering van ##.

Op dezelfde/laatstgenoemde vergadering hechtte zij met ... stemmen voor en ... tegen bij ... onthouding(en)/met algemene stemmen haar goedkeuring aan de ontwerpresolutie.

Bij de stemming waren aanwezig: ... (voorzitter/waarnemend voorzitter), ... (ondervoorzitter), ... (rapporteur), ... (verving ...), ... (verving ... overeenkomstig artikel 153, lid 2 van het Reglement), ... en ....

Het verslag werd ingediend op ....

De termijn voor de indiening van amendementen wordt bekendgemaakt in de ontwerpagenda voor de vergaderperiode waarin het verslag wordt behandeld.


ONTWERPRESOLUTIE


Resolutie van het Europees Parlement over de volksgezondheids- en consumentenbeschermingsaspecten van de uitbreiding (2000/2081(INI))

Het Europees Parlement,

- gelet op artikel 49 van het EG-Verdrag,

- gelet op artikel 152 en artikel 153 van het EG-Verdrag,

- gelet op het paper van de Commissie over gezondheid en uitbreiding1,

- gelet op het besluit van de Raad 11624/99 over meer samenwerking op het gebied van volksgezondheid2,

- gelet op de mededeling van de Commissie over Agenda 2000: Voor een sterkere en grotere Unie (COM(1997) 2000 - C4-0371/19973) en de resolutie van het Parlement van 4 december 1997 (A4-0368/19974),

- gelet op het rapport 2000 - Health Systems: Improving Performance5 van de Wereldgezondheidsorganisatie,

- gelet op de mededeling van de Commissie over de gezondheidsstrategie van de Europese Unie (COM(2000) 2856) en de ontwikkeling van een volksgezondheidsbeleid in de Europese Gemeenschap (COM(1998) 2307),

- gelet op artikel 163 van zijn Reglement,



- gelet op het verslag van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en consumentenbeleid (A5-…./2000),

  1. overwegende dat in artikel 152 van het EG-Verdrag staat dat bij de bepaling en de uitvoering van elk beleid en elk optreden van de Gemeenschap wordt een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid verzekerd,

  2. overwegende dat artikel 152 van het EG-Verdrag harmonisering uitsluit van de wetten en regels van lidstaten op het gebied van de gezondheidszorg,

  3. overwegende dat het bestaande acquis communautaire op gezondheidsgebied de volgende terreinen bestrijkt: gezondheid en veiligheid op het werk; schone lucht, water en bodem; emissies en verontreiniging door voertuigen, industrie, landbouw en vuilverwerking; kwaliteit en veiligheid van voedsel; veilig bloed; tabaksregulering; vergunningen voor geneesmiddelen; medische bekwaamheden; vrij verkeer van mensen, diensten, goederen en kapitaal; verzekeringsregels; mensenrechten,

  4. overwegende dat in de aanbeveling van de Raad over convergentie van sociale bescherming uit 1992 de oproep staat om gezondheidszorg voor iedereen toegankelijk en betaalbaar te maken,

  5. overwegende dat uit statistische gegevens, bijvoorbeeld over levensverwachting en kindersterfte, blijkt dat de gezondheidstoestand in de meeste kandidaat-landen beneden het gemiddelde van de EU ligt,

  6. overwegende dat de gezondheidstoestand verband houdt met risicofactoren zoals roken, drugsgebruik, alcoholmisbruik en milieuverontreiniging,

  7. overwegende dat de kandidaat-landen mee kunnen doen aan communautaire actieprogramma's voor gezondheidszorg en dienen te worden geraadpleegd over nieuwe gezondheidsprogramma's,

  8. overwegende dat er een toename in de kandidaat-landen te zien valt van overdraagbare ziektes zoals AIDS, TBS, hepatitis en syfilis die men in de EU de laatste tijd nu juist onder controle had,

  9. overwegende dat een hervorming van de geestelijke gezondheidszorg in veel kandidaat-landen nodig was nadat de psychiatrie onder het communistisch systeem misbruikt was,

  10. overwegende dat family planning en seksuele voorlichting en zorg in de kandidaat-landen niet veel voorstelt en dat daarom het abortuscijfer erg hoog ligt en de gezondheid gevaar loopt,

  11. overwegende dat de mensen onder het communisme weinig verantwoordelijkheid droegen voor hun eigen gezondheid en dat NGO's onvoldoende waren ingeschakeld bij gezondheidsvoorlichting en bevordering,

  12. overwegende dat werkers in gezondheidszorg in de kandidaat-landen een lage beroeps- en financiële status genieten en daarom wellicht naar andere lidstaten zullen emigreren, waardoor er een chronisch tekort aan geschoold medisch personeel ontstaat en patiënten voor behandeling naar andere lidstaten zullen gaan waardoor in die landen de gezondheidszorg overbelast raakt,

  13. overwegende dat de uitgaven voor gezondheidszorg in de kandidaat-landen ongeveer 4,5% van het BNP omvatten, dat is de helft van het percentage dat door de lidstaten wordt gespendeerd,

  14. overwegende dat in artikel 153, lid 1 van het EG-Verdrag staat: Om de belangen van de consumenten te bevorderen en een hoog niveau van consumentenbescherming te waarborgen, draagt de Gemeenschap bij tot de bescherming van de gezondheid, de veiligheid en de economische belangen van de consumenten alsmede tot de bevordering van hun recht op voorlichting en vorming, en hun recht van vereniging om hun belangen te behartigen.,

  15. overwegende dat in artikel 153, lid 2 van het EG-Verdrag staat: Met de eisen ter zake van consumentenbescherming wordt rekening gehouden bij het bepalen en uitvoeren van het beleid en het optreden van de Gemeenschap op andere gebieden.,

  16. overwegende dat het huidige acquis communautaire van het consumentenbeleid consumentenbescherming omvat op de volgende gebieden: productaansprakelijkheid; oneerlijke contractbepalingen; gevaarlijke imitaties; productveiligheid; prijsindicering; misleidende en vergelijkende reclame; colportage en televerkoop; consumentenkrediet; all-in-reizen en timeshare,

  17. overwegende dat men nog steeds weinig begrepen heeft van het belang van consumentenbeleid en consumentenrechten zowel bij de regeringen als bij de bevolking van de kandidaat-landen in haar geheel,

  18. overwegende dat de belangrijkste problemen rond het consumentenbeleid in de kandidaat-landen gelegen zijn op terreinen zoals efficiënte naleving van de wetgeving, de mogelijke rechtsgang voor consumenten, onafhankelijke vertegenwoordigende lichamen van consumenten en voorlichting aan de consument,

  19. overwegende dat speciale aandacht moet worden besteed aan zaken als voedselveiligheid, telecommunicatie, financiële dienstverlening en productbeveiliging in de ruimste zin van het woord,

I. VOLKSGEZONDHEID

1. verzoekt de Commissie om nauw samen te werken met de kandidaat-landen en het Europees Bureau van de WHO om de vooruitgang bij te houden bij hervorming van de lichamelijke, geestelijke, neurologische en milieugezondheid en bij het overnemen van het acquis communautaire in verband met gezondheidszorg en om de ontwikkeling te stimuleren van statistische gegevens en het meten van resultaten zodat afzonderlijke landen beter met elkaar kunnen worden vergeleken;

2. is van mening dat het PHARE-programma een nuttig instrument is om de vooruitgang in de kandidaat-landen te ondersteunen en dat het meer zou kunnen doen op het terrein van de volksgezondheid, dat de landen gestimuleerd en in staat gesteld moeten worden om volledig mee te doen aan het centrum en netwerk voor toezicht, inspectie en controle op drugsverslaving en overdraagbare ziektes; dat zij volledig betrokken moeten worden bij onderzoeksprogramma's in verband met gezondheidszorg en bij de communautaire volksgezondheidsprogramma's; en dat de Commissie het voortouw moet nemen bij het aanmoedigen en ondersteunen van aanvragen van de landen om aan dergelijke programma's mee te doen;

3. is van mening dat de Commissie met de kandidaat-landen overleg moet voeren en vaststellen of zij hulp nodig hebben en, zo ja, wat voor soort hulp, om zonder onnodig oponthoud adequate normen te bereiken voor bloed(producten)veiligheid en kwaliteit;

4. is van mening dat de kandidaat-landen goed doordrongen moeten zijn van het nieuwe acquis communautaire voor lichamelijke en geestelijke gezondheid dat een uitvloeisel is van artikel 152 van het Verdrag en verzoekt de Commissie er alles aan te doen om te overleggen met de kandidaat-landen tijdens de voorbereidende fases van eventuele nieuwe communautaire concept-instrumenten op het terrein van volksgezondheid en bevordering van de gezondheid;

5. is van mening dat de Europese Investeringsbank een zeer belangrijke rol moet spelen als partner op gezondheidsterrein met de kandidaat-landen; dat de Commissie met de Bank en met de regeringen van de kandidaat-landen moet samenwerken om dit te bevorderen en tevens samen met de WHO moet werken aan een databank voor samenwerkings- en hulpprojecten met een bilateraal en multilateraal karakter in elk van de kandidaat-landen zodat efficiënt gebruik van de middelen gewaarborgd is en doublures kunnen worden voorkomen;

2. CONSUMENTENBESCHERMING

6. is verheugd over het resultaat van de onderhandelingen met de kandidaat-landen van de "Luxemburg-groep" over consumentenbeleid en stelt vast dat alle landen uit deze groep het acquis communautaire voor consumentenbeleid hebben aanvaard en dat er geen land is dat om ontheffing of overgangsperiodes heeft gevraagd; spoort de kandidaat-landen van de Helsinki-groep aan om dit voorbeeld bij de komende onderhandelingen te volgen;

7. betreurt het dat er ondanks de vooruitgang op wetgevingsgebied nog steeds weinig begrip is voor het belang van consumentenbeleid en consumentenrechten in een civiele samenleving alsook van het specifiek belang van consumentenorganisaties, zowel bij regeringen als bij de bevolking in haar geheel;

8. is van mening dat na het omzetten van het acquis communautaire in de nationale wetgeving de belangrijkste problemen van het consumentenbeleid in de kandidaat-landen nog steeds gelegen zullen zijn op terreinen zoals efficiënte naleving van de wetgeving; de rechtsgang voor consumenten; onafhankelijke vertegenwoordigende lichamen van consumenten en voorlichting aan de consument;

9. verzoekt de Commissie en de kandidaat-landen om de implementatie te verbeteren van het consumentenbeleid en in het bijzonder effectieve raadplegingsmechanismen op te zetten zodat het probleem van steun aan consumenten-NGO's kan worden opgelost en inspanningen voor onderwijs op scholen en voorlichting aan de bevolking inzake consumentenrechten en -plichten aan te moedigen; tevens moeten de Commissie en de kandidaat-landen bij en na het omzetten van het acquis communautaire speciale aandacht schenken aan kwesties betreffende voedselveiligheid, telecommunicatie, financiële dienstverlening en productbeveiliging in de ruimste zin van het woord;

10. verzoekt de Commissie om nauw samen te werken met de kandidaat-landen bij het opzetten van een permanent regionaal initiatief voor het opleiden en bevorderen van de dialoog en begrip voor allen die op het terrein van consumentenbeleid actief zijn, justitie, de overheid, het bedrijfsleven en NGO's;

p.m. het Europees Parlement verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie, de Raad, de Europese Investeringsbank en de regeringen van de kandidaat-landen alsook het Europees Regionaal Bureau van de Wereldgezondheidsorganisatie (De uiteindelijke procedurele paragraaf moet bovenstaande punten vermelden, maar coördinatie is geboden met de andere betreffende commissies).

TOELICHTING

1.VOLKSGEZONDHEID

Wer in europäischen Angelegenheiten nicht an Wunder glaubt, ist kein Realist.

HINDERNISSEN

We hebben het realisme nodig van professor Hallstein dat gebaseerd was op een geloof in wonderen, willen wij de gezondheidstoestand in Europa er met de uitbreiding beter op zien worden. De economische problemen van na het communisme; de toegang tot sommige van de minder gezonde westerse gewoontes; de lage dunk voor en salariëring van de medische stand; AIDS en TBC; abortus en kindersterfte, dat alles neemt hand over hand toe; drugs, alcohol en tabaksmisbruik; een erfenis van misbruik in de psychiatrie; de mensen worden steeds ouder en de lange mars van de medische wetenschap wordt steeds duurder; met die hindernissen krijgen de kandidaat-landen te maken; sommige ervan moeten ook door de bestaande lidstaten nog genomen worden.



UITBREIDING

Het uitbreidingsproces is evenwel geen miss-verkiezing; het is een partnerschap van bestaande en toekomstige leden die inzien hoe wij elkander kunnen helpen om de hindernissen te nemen en van elkaars ervaringen te leren. Het is tevens in het belang van de EU: er is inmiddels sprake van een spillover effect van ziektes die terugkeren waarvan wij dachten dat we ze overwonnen of op zijn minst onder controle hadden - dyfterie en hepatitis A en nieuwe vormen van syfilis en tuberculose - die allemaal ten minste gedeeltelijk zijn te traceren tot intensievere contacten met de Oost-Europese landen. Met of zonder toetreding, het IJzeren Gordijn bestaat niet langer en de wederzijdse gezondheidsnormen zijn voor ons even belangrijk als de economische en democratische stabiliteit van onze buurlanden.

Centraal moet staan de steun die de Europese instellingen, met inbegrip van de Commissie en de Europese Investeringsbank, aan dit proces kunnen verlenen. Een punt van kritiek op deze instellingen is dat zij tot dusver onvoldoende het voortouw hebben genomen bij het aanmoedigen van de kandidaat-landen om de beschikbare hulp te benutten. Het Paper van de Commissie en het rapport 2000 van de Wereldgezondheidsorganisatie laten zien dat hervormingen en vooruitgang zijn geboekt in de voormalige communistische landen, maar, wellicht met uitzondering van Slovenië, is in al deze landen wel heel wat werk aan de winkel. Er moet zorgvuldig te werk worden gegaan bij het vergelijken van de beschikbare gegevens uit de afzonderlijke landen. In dit verslag wordt gestreefd naar een overzicht en niet naar een beoordeling van elk afzonderlijk land in dit stadium van het toetredingsproces.

SAMENVATTING

Een samenvatting van de huidige positie van de kandidaat-landen uit het Baltisch gebied, Oost- en Midden-Europa luidt dat zij vrijwel allemaal in economische moeilijkheden verkeren, waardoor er minder geld beschikbaar is voor gezondheidszorg en daarmee een lagere prioriteit;

- op sommige punten was de gezondheidszorg goed en is die nog steeds goed, zoals het aantal artsen, hoewel er hiervan te veel in ziekenhuizen zijn en te weinig huisartsen

- sommige aspecten waren goed en zijn nu minder goed, zoals de vaccinatiegraad

- sommige aspecten waren slecht en worden nu beter, zoals het misbruik van psychiatrie

- sommige aspecten bestonden nauwelijks en grijpen nu snel om zich heen, zoals AIDS en syfilis

- sommige aspecten waren slecht en worden alleen maar slechter, zoals roken, drugsgebruik en alcoholmisbruik.

We staan voor de uitdaging dat de infrastructuur, het management en de financiering van de gezondheidszorg verbeterd moet worden; hetzelfde geldt voor gezondheidsopvoeding en gezondheidsbevordering; de mensenrechten moeten worden beschermd; toetreding mag niet leiden tot een vlucht van de medische beroepen als gevolg van lage bezoldiging en een status die is aangetast door de nieuwe ontwikkelingen en onzekerheden rond de financiering van verzekering; ook is het niet wenselijk dat Oost-Europese geneesmiddelen in het westen een goedkope afzetmarkt vinden, waardoor de nodige geneesmiddelen in het oosten niet langer beschikbaar zijn en dat er een tekort aan artsen ontstaat om patiënten te behandelen.



UITGAVEN

Gemiddeld gaat in de EU 8,75% naar gezondheidszorg; de verschillen lopen van 5,8% van het BNP tot 10,5% (Duitsland). Voor de kandidaat-landen van het vasteland bedraagt het gemiddelde 5,8%, lopend van 3,8% tot een uitschieter van 9,4% voor Slovenië. En dan hebben wij het nog niet eens over de omvang van het BNP. De bedragen per hoofd van de bevolking liggen dan nog een stuk lager: 1771 $ binnen de EU en 357 $ voor de kandidaat-landen.



RESULTATEN

De levensverwachting voor mannen bedraagt in de EU 74,5 jaar en voor vrouwen 81,2 jaar. In de kandidaat-landen liggen deze cijfers op 67,4 en 75,8. Tegelijkertijd leeft men in de kandidaat-landen 20% langer met een arbeidsongeschiktheid - men wordt jonger arbeidsongeschikt.

Aan de onderkant van de leeftijdspyramide ligt de sterfelijkheid voor jongens beneden de vijf in de EU op 6,6 per duizend en voor meisjes op 5,4, terwijl de vergelijkbare getallen 16,4 en 12,9 zijn.

Wat ziektes betreft, is resistentie tegen TBC een groot probleem. Afgezien van Slovenië loopt dit van 8% op tot bijna 20%. Zelfs zonder deze complicatie komen bepaalde ziektes erg veel voor; wat bijvoorbeeld TBC betreft, zie je in de EU een frequentie van 20 per 100.000, terwijl deze in de kandidaat-landen kan oplopen tot 100. Anderzijds heeft de Tsjechische Republiek nu een percentage dat in de buurt van dat van de EU-buurlanden ligt. Er zijn wel meer bemoedigende tekenen van vooruitgang: in Polen zijn twee miljoen rokers de afgelopen tien jaar gestopt; daardoor is het aantal voormalige rokers bij mannen verdubbeld en bij vrouwen verdrievoudigd. In Hongarije zijn met privatisering aanzienlijke particuliere investeringen gedaan in gezondheidszorg, vooral dure apparatuur zoals scanners en dialysemachines.



EU-STEUN - DE COMMISSIE

Deze trends moeten worden aangemoedigd en ondersteund. In het Paper van de Commissie wordt terecht de nadruk gelegd op het belang van bilaterale en multilaterale samenwerking in het hervormingsproces en op de noodzaak een databank bij te houden voor informatie over dergelijke projecten zodat het opvullen van lacunes beter kan worden gecoördineerd en doublures kunnen worden voorkomen.

Tevens legt de Commissie terecht de nadruk op de prioriteit die het PHARE-programma toekent aan het terugdringen van de behoefte aan drugs en het verzamelen van nationale gegevens voor de EMCDDA (Het Europees Centrum voor drugs en drugsverslaving). Deze benadering moet ook als model worden beschouwd voor de steun die de Commissie kan verlenen bij het inschakelen van de kandidaat-landen bij het Netwerk voor toezicht en controle op overdraagbare ziektes dat is opgezet met het besluit van de Raad en het Parlement van 1998. Daarnaast kan PHARE steun verlenen aan de ontwikkeling van opleidingen in de volksgezondheid.

Natuurlijk is onderzoek belangrijk. Het heeft zin wanneer de kandidaat-landen volledig worden betrokken bij onderzoeksprogramma's in verband met gezondheidszorg, zoals "levenskwaliteit en management van levende hulpbronnen".

Tegelijkertijd moeten de kandidaat-landen betrokken worden bij de communautaire volksgezondheidsprogramma's. Maar de Commissie rapporteert dat de landen het hier laten afweten. Het voorstel voor het actieprogramma op het gebied van volksgezondheid (2001-2006) bevat specifieke bepalingen over het inschakelen van de geassocieerde landen van Midden- en Oost-Europa. Alles wijst er evenwel op dat de Commissie te passief is en wacht tot aanvragen worden gedaan en vervolgens wacht op concept-voorstellen. Zij zou een actieve rol moeten spelen bij het verschaffen van informatie, advies en steun. De Commissie moet hiervoor mankracht reserveren.

Op één gebied moet zeker nauw worden samengewerkt tussen de EU en de kandidaat-landen, namelijk veiligheid en kwaliteit van menselijk bloed. De waarborg dat bloedtransfusies veilig zijn is voor alle mensen in geheel Europa van essentieel belang. Bij de voorbereiding van haar voorstel voor een richtlijn over dit onderwerp moet de Commissie overleggen met de kandidaat-landen en vaststellen, of en welk soort assistentie zij nodig kunnen hebben om de nagestreefde veiligheid en kwaliteit van het bloed zonder verder uitstel te bereiken.

Ook moet gebruik worden gemaakt van de faciliteiten die geboden worden door het TAIEX (technische assistentie informatie-uitwisselingsbureau) voor de organisatie van voorlichtingsseminars, het verschaffen van expertise op korte termijn en uitwisseling.

EU-STEUN - DE EIB

De Europese Investeringsbank is bezig een belangrijke partner op Europees niveau te worden bij de gezondheidszorg. Zij heeft het potentieel om een net zo belangrijke rol te gaan spelen in de kandidaat-landen.

Op de Raad van Amsterdam van juni 1997 werden gezondheids- en onderwijsprojecten op tijdelijke basis beschikbaar gesteld. Op de Raad van Keulen van juli 1999 heeft de directie van de EIB bevestigd dat projecten in de menselijke kapitaalsectoren van gezondheidszorg en onderwijs volledig in aanmerking komen voor financiering door de EIB, zowel in de EU als in de kandidaat-landen. Het operationeel plan 2000 van de bank heeft van dit terrein een van de drie topprioriteiten van de bank gemaakt.

Deelname en steun van de EIB aan de Europese Waarnemingspost voor gezondheidszorgsystemen (een uniek project waaraan meedoen: de EIB, de Wereldbank, de WHO, de regeringen van Zweden en Noorwegen, London School of Economics en de London School of Hygiene and Tropical Medicine) heeft een aantal rapporten uitgebracht over gezondheidszorgstelsels in de overgang; deze gingen vooral over Estland, Hongarije en Polen.

De EIB is doordrongen van het belang om de geestelijke gezondheid en neurologische diensten te verbeteren met een betere integratie in de eerste, tweede en derde lijn en om een eind te maken aan het onderscheid tussen gezondheidszorg en maatschappelijk werk. Deze prioriteiten worden ook genoemd in het Paper van de Commissie.

Deze ontwikkelingen bij de EIB maken van de bank in potentie een belangrijke speler bij de bevordering van de gezondheidszorg in de kandidaat-landen. Zij moet hiertoe ten sterkste worden aangemoedigd.

EU/WHO-STEUN

Ten slotte moeten wij ingaan op de langdurige ervaring van de Wereldgezondheidsorganisatie in de kandidaat-landen. Maar al te vaak worden de EU en de Europese Regio van de WHO beschouwd als twee afzonderlijke planeten. Als zij zouden samenwerken, zouden zij veel meer kunnen bereiken. Samen zouden de WHO en de Commissie bijvoorbeeld kunnen:



- analyseren welke lessen kunnen worden getrokken uit de afzonderlijke landen, met gebruikmaking van de Europese waarnemingspost voor gezondheidszorgstelsels;

- specifieke steun verlenen aan instellingen en NGO's om hun integratie in de volksgezondheidsnetwerken van de EU te vergemakkelijken;

- via de WHO-liaison-bureaus in de kandidaat-landen vaststellen waar de lacunes en prioriteiten op gezondheidsgebied liggen voor samenwerking en assistentie op bilateraal en multilateraal niveau.

EINDOORDEEL

We verkeren in het vroegste stadium van een proces dat wij met succes bekroond hopen te zien. Europa is nog steeds een gescheiden familie, maar de leden komen elkaar steeds nader. In dit verslag wordt met realiteitszin gekeken naar de situatie. Wij zijn het eens met de Hallstein-doctrine dat van tijd tot tijd een klein wonder nodig is. Wij hebben wonderen aanschouwd bij de vooruitgang van de medische wetenschap en wij hebben wonderen aanschouwd bij het beëindigen van de totalitaire politieke regimes. Beide soorten wonderen moesten het hebben van het geloof der mensen en vastbeslotenheid om er een succes van te maken. Alleen zo kan de uitbreiding een succes worden.



2. CONSUMENTENBESCHERMING

INLEIDING

De overgang naar een markteconomie zorgde voor een onzekere situatie; het ontwikkelen van beleid en structuren ter bescherming van de belangen van consumenten in Midden- en Oost-Europa ging met vallen en opstaan gepaard. De belangrijkste politieke motivatie was de wens ervoor te zorgen dat consumentenbescherming aansluiting vindt bij de EU-wetgeving, hoewel de regeringen in sommige landen zo vaak zijn gewisseld dat vertraging is ontstaan. In bijna elk land bestaat er inmiddels een wetgevingsprogramma met veel omvattende consumentenbescherming of afzonderlijke wetten om zich te conformeren aan de eisen van het acquis communautaire.

De onderhandelingen met de kandidaat-landen van de "Luxemburg-groep" (Hongarije, Polen, Tsjechische Republiek, Slovenië, Estland, Cyprus) hebben geleid tot een voorlopig afsluiten van hoofdstuk 23 over consumentenbeleid. Tijdens het Franse voorzitterschap zullen besluiten vallen over het beginnen van onderhandelingen met de landen van de Helsinki-groep.

Deze vooruitgang op het wetgevend front is zeker toe te juichen, maar ging niet altijd gepaard met de noodzakelijke wijzigingen die ervoor moeten zorgen dat de gewone consument de vruchten kan plukken van de nieuwe hem door de wet toebedeelde rechten. In sommige gevallen blijft er verwarring bestaan tussen regeringen en de onafhankelijke sector over de doelstellingen en het bereik van consumentenbeleid, de organisatorische structuur die hiervoor nodig is en de respectievelijke taken van overheid en onafhankelijke consumentenorganisaties. De uitvoering van het consumentenbeleid speelt zich vaak af in de marge van de regeringsprioriteiten (dit verschijnsel kennen wij ook uit veel lidstaten van de Europese Unie).



ACQUIS COMMUNAUTAIRE

De problemen rond consumentenbescherming in verband met de uitbreiding zijn enigszins verschillend van de problemen op andere gebieden. Op die andere gebieden bestaan massa's wetgeving. Het wetgevend acquis onder hoofdstuk 23 van de onderhandelingen over uitbreiding is vrij gering, zo'n veertien richtlijnen en zes besluiten die hoofdzakelijk op twee terreinen liggen: beveiliging en bescherming van de economische belangen van consumenten zoals financiële dienstverlening, advertenties en voorlichting, commerciële praktijken en consumentencontracten. Ook zijn specifieke aspecten van consumentenbescherming te vinden buiten hoofdstuk 23 op het terrein van voedselveiligheid en vrij verkeer van goederen en diensten.

Consumentenbeleid is q.q. breed geschakeerd. Hoewel iedereen probeert de consument beter te beschermen, is een nauwkeurige definitie van consumentenbescherming moeilijk op schrift te stellen. In het algemeen streeft de communautaire wetgeving op het terrein van consumentenbescherming ernaar om die steken die de markt laat vallen, recht te breien en in te gaan tegen de tendens van een vrijwel ontbreken van informatie door ervoor te zorgen dat essentiële informatie verplicht is en door extra-regels ter bescherming van de consument. De legale aanpak volgt in de meeste gevallen het principe van minimale harmonisering.

Op het terrein van veiligheidskwesties omvat het acquis de richtlijn Algemene productveiligheid 92/59/EEG. Deze richtlijn bestrijkt alle producten die de consument gebruikt, zij stelt algemene veiligheidseisen aan fabrikanten en stelt de lidstaten verantwoordelijk voor het toezicht. De kandidaat-landen moeten een systeem van controle bij de fabricage inruilen voor een meer complex toezicht op de markt. Het acquis omvat tevens de richtlijn productaansprakelijkheid (85/374/EEG) en gevaarlijke imitaties (87/357/EEG).

De economische belangen van consumenten op het terrein van financiële dienstverlening worden beschermd door de richtlijnen consumentenkredieten (87/102/EEG), (90/88/EEG), (98/7/EG). De richtlijnen prijsindicering (98/6/EG), misleidende reclame (84/450/EEG) en vergelijkende reclame (97/55/EG) betreffen consumentenaspecten op het terrein van reclame en voorlichting. Commerciële praktijken vallen onder de colportagerichtlijn (87/577/EEG) en de tele-verkooprichtlijn (97/7/EG) alsook de richtlijn over aansporingen om consumentenbelangen te beschermen (98/27/EG) en de richtlijn over bepaalde aspecten van de verkoop van consumentengoederen en de betreffende garanties (99/44/EG). De oneerlijke contractbepalingenrichtlijn (93/13/EEG), de timeshare-richtlijn (97/47/EG) en de all-in-holiday-richtlijn (90/314/EEG) betreffen consumentencontracten.

Na de multilaterale en bilaterale screening is de Raad overgegaan tot goedkeuring van gemeenschappelijke standpunten ten aanzien van de zes van Luxemburg. Alle landen uit de Luxemburg-groep hebben het acquis inzake consumentenbescherming geaccepteerd. Niemand heeft verzocht om ontheffing of overgangsperiodes. Het hoofdstuk is voorlopig gesloten. Onderhandelingen met de kandidaten uit de Helsinki-groep zullen, naar het zich laat aanzien, beginnen in de tweede helft van het jaar 2000. Het gaat om de volgende landen: Malta, Slowakije, Bulgarije en Litouwen.

Wat de voedselveiligheid en de gevolgen voor consumentenbescherming betreft in de kandidaat-landen, het proces gaat voor de "Luxemburg"-landen een cruciale fase in. De toetredingsconferentie is 14 juni 2000 geopend met hoofdstuk 7 (landbouw) dat veterinaire en plantenziektekundige wetgeving omvat. Onder het acquis vallen allerlei wetten die moeten worden omgezet, geïmplementeerd en nageleefd. Doordat men tot dusver niet veel EU-regels heeft ingevoerd, zullen de kandidaat-landen zich sterk moeten inspannen om aan hun verplichtingen te kunnen voldoen. De nadruk moet worden gelegd op twee speciale kwesties op veterinair gebied. Allereerst moet er een "upgrading" komen van voedsel en voedselverwerkingsbedrijven zodat deze kunnen voldoen aan de normen van de Europese Unie. Ten tweede is het in sommige gevallen nodig om de dierproductiesector te "herstructureren" terwille van het EU-acquis voor dierlijk welzijn. Deze actie moet een hogere prioriteit krijgen gezien de belangrijke gevolgen voor consumentenbescherming binnen de interne markt.

OMZETTING

De omzetting van het EU-acquis in wetgeving door de kandidaat-landen is bezig. De situatie ten aanzien van de omzetting van consumentenbescherming wijkt niet af van die op andere terreinen van communautaire wetgeving. De omzettingsniveaus verschillen sterk, niet slechts tussen de zogenoemde "Luxemburg"- en "Helsinki"-groepen maar ook binnen elke groep afzonderlijk. Voorop lopen Hongarije en Cyprus, daarna komen Slovenië en Estland. Polen heeft de laatste tijd vooruitgang geboekt nadat het flink achterop was geraakt.

Cyprus en Hongarije hebben het grootste deel van het acquis omgezet. De bevoegde Cypriotische autoriteit is bezig aan een evaluatie van de noodzakelijke middelen ter versterking van de administratieve infrastructuur op dit terrein. In Hongarije heeft een inventarisatie plaatsgevonden om de situatie in kaart te brengen hoe toezicht op de markt in feite functioneert op nationaal, regionaal en plaatselijk niveau.

De omzetting verloopt voorspoedig in Estland en Slovenië. Wel moeten de administratieve infrastructuren worden versterkt om toezicht op de markt uit te oefenen en de implementatie van het acquis in de nationale wetgeving na te kunnen leven. Pas wanneer de middelen zijn toegewezen en lopen, komt de tijd om te evalueren hoe efficiënt het toezicht op de markt en de nalevingsautoriteiten zijn.

Een tijdlang waren zowel de Tsjechische als de Poolse wetgeving onvoldoende aangepast op belangrijke terreinen. Het heeft in dit stadium nog geen zin om de efficiency van de administratieve infrastructuur te evalueren.

In de Helsinki-groep hebben Bulgarije en Malta vooruitgang geboekt, terwijl Roemenië nog steeds achteraan sukkelt. Turkije heeft slechts beperkte vooruitgang geboekt. Het gehele proces moet zorgvuldig in het oog worden gehouden.



NALEVING

De noodzaak van effectieve implementatie van communautaire richtlijnen is belangrijker dan de kwestie van de omzetting waar de kandidaten specifieke beloftes zijn aangegaan die kunnen worden geverifieerd. Soms lijkt het wel of er een politiek vacuüm bestaat ten aanzien van het consumentenbeleid en men aarzelt zich vast te leggen op het punt van de financiële en menselijke middelen die nodig zijn om dit beleid te doen slagen en ervoor te zorgen dat de consumentenbeschermingswetten in de praktijk worden nageleefd. De problematiek van beleid en tenuitvoerlegging wordt er niet gemakkelijker op gemaakt door het ontbreken van een effectieve coördinatiemachinerie in vrijwel de gehele regio.

Bovendien bestaat de indruk dat in veel lidstaten er bij de overheid weinig begrip bestaat voor wat consumentenbeleid is; het wordt vaak opgevat als alleen maar toezicht op de markt en als consumentenvoorlichtingsinstrument. In het algemeen bungelen consumentenbeschermingafdelingen ergens onderaan in de pikorde van de ambtenarij; ze beschikken over weinig geld en geringe intercommunicatie met andere ministeries, zoals onderwijs, gezondheidszorg, landbouw enz. Met andere woorden: consumentenbeleid wordt eerder als een beperkte verticale issue gezien dan als een horizontale issue.

Hier kunnen slechts enkele aspecten worden genoemd waar nog veel moet gebeuren voordat men kan toetreden. Een adequate institutionele structuur aan het hoofd van consumentenzaken is broodnodig. De aangewezen instanties moeten verantwoordelijk zijn voor het nemen van initiatieven op consumentengebied en voor het coördineren van door andere autoriteiten opgezette acties. Overlegstructuren zijn nodig om de consumentenbelangen te vertegenwoordigen en de consumenten te betrekken bij het besluitvormingsproces. Onafhankelijk efficiënt toezicht op de markt en standaardiseringsautoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het uitvoeren van de op dit terrein omgezette acquis zijn van essentieel belang.



DE RECHTSGANG

Hoe moeilijk het kan zijn voor de consument om verhaal te halen bij de rechter wegens gebreken bij producten en diensten, contractbreuk door leveranciers enz. - dat is een ander terrein waar nog steeds weinig vooruitgang is geboekt (met uitzondering van Polen). Sommige landen hebben arbitrage ingevoerd; maar veel van de nieuwe wetten, zowel uit het strafrecht als uit het burgerlijk recht, zijn nog steeds niet door de rechter getoetst; rechters hebben weinig of geen ervaring bij het toekennen van schadeclaims voor door de consument geleden schade; de consumenten zijn sterk afhankelijk van zowel overheids- als onafhankelijke adviseurs bij het oplossen van hun problemen.



CONSUMENTENVERTEGENWOORDIGING

Ook baart de geringe vertegenwoordiging van de consumenten in de kandidaat-landen zorg. Over het algemeen staan de consumentenorganisaties in de regio zwak en beschikken zij over weinig geld. Slechts in een paar landen bestaat een effectief NGO-raadplegingssysteem. Het opzetten van onafhankelijke consumentenorganisaties is van essentieel belang voor de ontwikkeling van een burgerlijke consumentensamenleving.

In de lidstaten zien wij een groot aantal vertegenwoordigende lichamen die opkomen voor de belangen van de consument. In de kandidaat-landen is veel minder sprake van een traditie op dit gebied. De prioriteit op het terrein van consumentenbescherming in de kandidaat-landen is de implementering van het acquis. De meeste nadruk is gelegd op het helpen opzetten van een legale infrastructuur en overheidsinstanties.

Zoals er bij de overheid weinig begrip bestaat voor het belang van consumentenbeleid, zo heeft men ook weinig oog voor de rol van de burgerlijke samenleving en voor de specifieke rol van consumentenorganisaties. Door de lange traditie van toezicht zien sommige regeringen de opkomst van sterke effectieve organisaties als een bron van rivaliteit met hun eigen rol en zien zij er zelfs een ondermijning van hun gezag in. Dit is het geval in al die landen waar sterke consumentenorganisaties zijn opgekomen: Bulgarije, Slovenië en Polen (hoewel de toestand daar aan het verbeteren is). In reactie hierop is een kunstmatige "competitie" in het leven geroepen door nieuwe organisaties aan te moedigen (zowel via wetgeving als financiële prikkels) of het verbrokkelen en intrekken van overheidssteun, op het gevaar af dat de met EU-geld opgezette systemen weer worden ontmanteld.

Omdat de ontwikkeling van onafhankelijke consumentenverenigingen niet noodzakelijkerwijs in het belang van het met consumentenzaken belaste ministerie is, lijdt het twijfel of een krachtige ontwikkeling van onafhankelijke consumentenorganisaties plaats kan vinden binnen de nationale programma's van de kandidaat-landen. Het gevaar is niet denkbeeldig dat de in het kader van de multinationale PHARE- en andere programma's ontwikkelde actieprogramma's op het punt van opleiding, onderwijs en directe financiële steun aan consumentenorganisaties teloorgaan wanneer er geen follow-up is na beëindiging van de programma's.

VOORLICHTING AAN DE CONSUMENT

De bevolking in het algemeen is nog steeds slecht op de hoogte en heeft weinig begrip van consumentenbeleid en consumentenrechten, vooral in die landen waar consumentenorganisaties zwak zijn. Dit geldt tevens voor de massamedia. Slechts vier van de landen kennen een consumentenblad (Tsjechische Republiek, Slovenië, Hongarije en Slowakije). Slechts twee van deze bladen zijn onafhankelijk. In de andere landen verloopt voorlichting aan de consument meestal via vaak slordig uitziende brochures en folders of al naar het in de kraam van de massamedia van pas komt.



1 SEC(1999) 713, 18.5.1999.

2 26.10.1999.

3 PB C 286, 22.9.1997, blz. 323.

4 PB C 388, 22.12.1997, blz. 10-17.

5 WHO, juni 2000.

6 Nog niet gepubliceerd in PB.

7 PB C 175, 21.6.1999, blz. 135.


PR\407799NL.doc
PE 293.657

NL NL




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina