Europese commissie europees bureau voor fraudebestrijding



Dovnload 251.29 Kb.
Pagina2/9
Datum17.10.2016
Grootte251.29 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

1.1. Het EU-rechtskader

Volgens artikel 317 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie moeten de lidstaten in samenwerking met de Commissie zorgen voor een goed beheer van de EU-begroting. Het artikel voorziet ook in „de controle- en auditverplichtingen van de lidstaten in de uitvoering van de begroting en de daaruit voortvloeiende verantwoordelijkheden”.

Volgens artikelen 310 en 325 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie zijn de Commissie en de lidstaten verplicht om fraude en alle onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de EU worden geschaad, te bestrijden. De lidstaten nemen ter bestrijding van fraude die de financiële belangen van de EU schade toebrengt, dezelfde maatregelen als die welke zij treffen ter bestrijding van fraude die hun eigen financiële belangen schaadt.

Overeenkomstig artikel 59, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement5 6 zijn de lidstaten, in het kader van dit gedeelde beheer, in de eerste plaats verantwoordelijk voor de preventie, opsporing en correctie van onregelmatigheden en fraude. Daarom moeten de lidstaten sterke beheers- en controlesystemen ontwikkelen voor het waarborgen van degelijk financieel beheer, transparantie en non-discriminatie.

Overeenkomstig artikel 125, lid 4, onder c), van de Verordening Gemeenschappelijke Bepalingen (EU) nr. 1303/20137 8 (de VGB), moeten de managementautoriteiten, voor de nieuwe programmeringsperiode van 2014-2020, doeltreffende en evenredige fraudebestrijdingsmaatregelen treffen die in verhouding staan tot de geïdentificeerde risico‘s. Artikel 124, lid 2 van de onderhavige verordening voorziet in de aanwijzing van managementautoriteiten op basis van een verslag en het advies9 van een onafhankelijke auditinstantie die de aanwijzing zal toetsen volgens de criteria vastgelegd in bijlage XIII van de VGB. De Commissie heeft richtsnoeren voor de aanwijzingsprocedure10 gepubliceerd om de controle-/auditinstanties bij de uitvoering van deze taak te ondersteunen.

In artikel 59 van het Financieel Reglement zijn in het kader van gedeeld beheer ook algemene vereisten voor controle-/auditinstanties vastgelegd. De controles/audits dienen voornamelijk betrekking te hebben op drie belangrijke elementen:


Artikel 59 van het Financieel Reglement en artikel 127 van de VGB voorzien in drie belangrijke soorten controles/audits in het kader van gedeeld beheer:




  1. systeemaudits gericht op de goede werking van het beheers- en controlesysteem van het operationele programma;




  1. controles/audits van concrete acties of een passende steekproef van concrete acties, opgesteld op basis van de gedeclareerde uitgaven;




  1. audits van jaarrekeningen en beheersverklaringen.

De controle-/auditinstanties die verantwoordelijk zijn voor deze controles/audits moeten onafhankelijk zijn en moeten bij het uitvoeren van hun functie en het uitbrengen van hun advies te werk gaan volgens internationaal aanvaarde controlenormen. Dit advies moet zekerheid bieden inzake de wettigheid en regelmatigheid van de uitgaven alsmede over de werking van de controlesystemen.


Tabel 1 van bijlage IV van de Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 480/2014 van de Commissie11 geeft een lijst met de belangrijkste vereisten voor de beheers- en controlesystemen ten behoeve van managementautoriteiten die in de programmeringsperiode 2014-2020 moeten worden beoordeeld. Deze lijst bevat nu voor het eerst een belangrijke vereiste voor fraudebestrijdingsmaatregelen ten behoeve van managementautoriteiten en intermediaire instanties. Controle-/auditautoriteiten moeten nu beoordelen of aan de belangrijke vereiste nr. 7 („Doeltreffende invoering van evenredige fraudebestrijdingsmaatregelen”) is voldaan. Dit betekent dat er, meer dan in de voorgaande programmeringsperiode, specifieke aandacht en verslaglegging worden vereist voor de ingevoerde controlesystemen voor fraudepreventie en -opsporing.
Niettemin is, overeenkomstig artikel 30, lid 2, van voornoemde gedelegeerde verordening, een ernstige tekortkoming in de belangrijkste vereisten voor fraudebestrijdingsmaatregelen op zich niet voldoende om een ernstige tekortkoming in de doeltreffende werking van het beheers- en controlesysteem vast te stellen; dat is pas het geval als het gebeurt in combinatie met bewijs van een tekortkoming ten aanzien van de andere belangrijkste vereisten als vermeld in tabel 1 van bijlage IV van bovengenoemde verordening.
Ten behoeve van de lidstaten en de programma-autoriteiten van de ESIF heeft de Commissie een richtsnoer „Frauderisicobeoordeling en doeltreffende en evenredige fraudebestrijdingsmaatregelen”12 gepubliceerd. Deze nota biedt de controle-/auditautoriteiten verdere richtsnoeren voor het toezicht op managementautoriteiten ten aanzien van de naleving van artikel 125, lid 4, onder c). Bijlage 4 bij dit richtsnoer biedt controle-/auditautoriteiten een ontwerpchecklist ter beoordeling van de mate waarin managementautoriteiten en intermediaire instanties voldoen aan artikel 125, lid 4, onder c). Deze ontwerpchecklist kan deel uitmaken van de checklists die controle-/auditautoriteiten gebruiken bij het uitvoeren van systeemaudits.
Vermeldenswaard is ook artikel 148, lid 4, van de VGB, dat voorziet dat, ondanks het beginsel van evenredigheid bij de controle van operationele programma‘s, de controle-/auditautoriteit audits van concrete acties kan uitvoeren wanneer een risicobeoordeling of een audit van de Europese Rekenkamer heeft uitgewezen dat er een specifiek risico van onregelmatigheid of fraude bestaat. Dat is het geval indien er aanwijzingen zijn van ernstige tekortkomingen in de doeltreffende werking van het beheers- en controlesysteem van het desbetreffende operationele programma13.



1   2   3   4   5   6   7   8   9


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina