Europese commissie europees bureau voor fraudebestrijding



Dovnload 251.29 Kb.
Pagina3/9
Datum17.10.2016
Grootte251.29 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

1.2. Internationaal kader

Het rechtskader voor 2014-2020 vereist de inachtneming van „internationaal aanvaarde auditnormen”14 voor het uitvoeren van audits. Er zijn drie belangrijke sets internationale controlenormen, namelijk:




  1. de auditnormen van de International Auditing and Assurance Standards Board (IAASB), onder toezicht van de International Federation of Accountants;

  2. de International Standards of Supreme Audit Institutions (ISSAI), gepubliceerd door de International Organisation of Supreme Audit Institutions;

  3. de auditnormen van het Institute of Internal Controleurs/auditors.

Deze drie normensets bieden allemaal soortgelijke richtsnoeren ten aanzien van de verplichtingen van controleurs/auditors inzake fraudeopsporing.


International Federation of Accountants
De internationale controlenorm ISA-240, een van de 36 normen van de IAASB, heeft betrekking op „de verantwoordelijkheden van de auditor inzake fraude in een audit van de jaarrekeningen”. In deze norm zijn de volgende beginselen vastgelegd:


  1. van controleurs/auditors wordt in de eerste plaats alleen verwacht dat zij die fraudegevallen ontdekken die de materialiteitsdrempel overschrijden;




  1. wanneer controleurs/auditors vermoeden dat er sprake is van fraude, wordt van hen verwacht dat zij verdere stappen zullen nemen;




  1. bij de planning van hun auditactiviteiten moeten controleurs/auditors rekening houden met specifieke frauderisicofactoren. In dit kader moet er vanuit gegaan worden dat materialiteit kwalitatieve aspecten bezit;




  1. ook wanneer er een redelijke mate van betrouwbaarheidsgarantie wordt verkregen, blijft de auditor gedurende de gehele audit verantwoordelijk voor het behoud van een professioneel-kritische instelling. Dit omvat „out of the box” denken en handelen;




  1. in gevallen waarin fraude wordt vermoed, moet bijzondere aandacht worden besteed aan communicatie en documentatie.

In het kader van ISA-330, „de reacties van de auditor naar aanleiding van vastgestelde risico’s”, is de auditor verplicht te bepalen welke algemene reactie nodig is om de vastgestelde risico’s van afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude in de jaarrekening aan te pakken. Er bestaat echter een onvermijdelijk risico dat sommige afwijkingen van materieel belang niet ontdekt worden, met name indien deze voortvloeien uit fraude.




International Organisation of Supreme Audit Institutions
De internationale controlenorm ISSAI 1240 heeft betrekking op „de verantwoordelijkheden van de auditor inzake fraude in een audit van de jaarrekeningen”. Deze norm verwijst rechtstreeks naar de internationale auditnorm (ISA) 240 (zie hieronder) en biedt aanvullende richtsnoeren voor controleurs/auditors uit de publieke sector. De norm stelt in het bijzonder:


  • „... er kunnen in de maatschappij verwachtingen bestaan dat de controleurs/auditors uit de publieke sector iedere tijdens de audit geconstateerde niet-naleving aan de autoriteiten melden, of over de doeltreffendheid van de interne audit verslag uitbrengen. Met deze extra verantwoordelijkheden en de daaraan gerelateerde frauderisico's moet de auditor uit de publieke sector rekening houden tijdens het plannen en uitvoeren van de audit” (blz. 4).




  • „De vereisten voor het melden van fraude in de publieke sector kunnen onderworpen zijn aan specifieke bepalingen van de auditopdracht of daarmee samenhangende wet- of regelgeving; dit is in overeenstemming met artikel 43 van de ISA-norm met betrekking tot de communicatie naar een partij buiten de entiteit. Zulke partijen kunnen onder andere bestaan uit regelgevende en handhavingsautoriteiten. In sommige omstandigheden kan er een verplichting bestaan om aanwijzingen van fraude door te verwijzen naar onderzoeksinstanties en zelfs medewerking te verlenen aan deze instanties om te bepalen of er fraude of misbruik heeft plaatsgevonden. In andere omstandigheden kunnen controleurs/auditors uit de publieke sector worden verplicht tot het melden van omstandigheden die kunnen duiden op de mogelijkheid van fraude of misbruik. Zij moeten dit melden aan het bevoegde rechtsprekende orgaan of het passende onderdeel van de overheid of wetgever, zoals de openbare aanklager, de politie, en (indien relevant met betrekking tot de wetgeving) belanghebbende derden. Controleurs/auditors uit de publieke sector zullen bemoeienis in mogelijke onderzoeken of gerechtelijke procedures vermijden. Controleurs/auditors uit de publieke sector moeten bekend zijn met de geldende wet- en regelgeving ten aanzien van melding, communicatie en documentatie over aanwijzingen of vermoedens van fraude. Bovendien moeten controleurs/auditors uit de publieke sector juridisch advies inwinnen in gevallen waar aanwijzingen van fraude bestaan.” (blz. 21)


Institute of Internal Auditors
In de door het Institute of Internal Auditors gepubliceerde internationale normen voor de professionele praktijk van interne audits zijn, ten aanzien van frauderisico‘s en -opsporing door middel van kwaliteitsborgingsactiviteiten en audits, de volgende beginselen vastgelegd:


  1. interne controleurs/auditors moeten voldoende deskundigheid bezitten om het frauderisico en de wijze waarop dit door de organisatie wordt beheerd, te evalueren; van hen wordt echter niet verwacht dat zij het deskundigheidsniveau bezitten van iemand wiens primaire verantwoordelijkheid bestaat uit het opsporen en onderzoeken van fraude (norm 1210.A2);




  1. interne controleurs/auditors dienen de nodige professionele zorgvuldigheid te betrachten door rekening te houden met de ... kans op aanzienlijke fouten, fraude of niet-naleving ... 15(norm 1220.A1);




  1. de interne auditactiviteit moet een inschatting geven van de kans op fraude en een beoordeling van de manier waarop de organisatie het frauderisico beheert (norm 2120.A2); en




  1. interne controleurs/auditors dienen rekening te houden met de kans op aanzienlijke fouten, fraude of niet-naleving, en met andere risico‘s wanneer zij de doelen van hun opdracht uitwerken (norm 2210.A2).

Deze normen brengen de twee verschillende rollen van controleurs/auditors onder de aandacht:




  1. de auditfunctie: controleurs/auditors zijn, als onafhankelijke instanties, belast met het geven van garantie op de regelmatigheid en wettigheid van de verrichtingen en de boekhouding van de gecontroleerde instanties en van de goede werking van een systeem overeenkomstig de gespecificeerde vereisten;




  1. een adviserende functie: controleurs/auditors kunnen aanbevelingen doen ter verbetering of correctie van zwakke punten of fouten in verrichtingen, boekhouding en systemen, waaronder eventueel aanbevelingen ter verbetering van de wetgeving.

Deze verschillende rollen in fraudepreventie en -opsporing worden in de volgende hoofdstukken van dit handboek verder uitgewerkt.





1   2   3   4   5   6   7   8   9


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina