Europese commissie europees bureau voor fraudebestrijding



Dovnload 251.29 Kb.
Pagina5/9
Datum17.10.2016
Grootte251.29 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

2.2. Systeemaudits en fraudeopsporing



2.2.1. Auditfunctie
In artikel 4 van ISA 240 over de verantwoordelijkheden van de auditor ten aanzien van fraude bij het controleren van jaarrekeningen, wordt bepaald dat de primaire verantwoordelijkheid voor fraudepreventie en -opsporing bij diegenen ligt die belast zijn met het bestuur en het management van de gecontroleerde instantie.
Als een auditautoriteit tijdens het uitvoeren van haar systeemauditwerkzaamheden echter een vermoeden van fraude constateert, moet zij onmiddellijk reageren teneinde de EU en de nationale begrotingen te beschermen. Wanneer de auditor geconfronteerd wordt met een mogelijk fraudegeval, kan een bestaande en bekende procedure de besluitvorming van de auditor vergemakkelijken.
In Ierland heeft de EFRO-auditautoriteit een fraudebestrijdingsplan ontwikkeld dat door controleurs/auditors kan worden gebruikt wanneer er tijdens een systeemcontrole of een controle van de verrichtingen een vermoeden van fraude bestaat. Het doel is om ervoor te zorgen „dat tijdig en op doeltreffende wijze actie wordt ondernomen”. Het document beschrijft de weg die bij een mogelijk fraudegeval gevolgd dient worden om ervoor te zorgen dat de auditautoriteit het fraudegeval op de juiste wijze aan de bevoegde instanties meldt, terwijl er tegelijkertijd voor gezorgd wordt dat de jaarlijkse rapportagetermijnen door een eventueel onderzoek niet in gevaar worden gebracht. Een kopie van dit fraudebestrijdingsplan is opgenomen in bijlage 4 van dit handboek.
Als de bestaande maatregelen en de interne controle- en toezichtmechanismen naar behoren worden uitgevoerd, zou dit de kans op fraude verkleinen, maar niet onmogelijk maken. Frequente en zorgvuldig geselecteerde audits in kwetsbare gebieden zijn een nuttig instrument voor controleurs/auditors. Zij kunnen helpen bij het vaststellen van systeemgebreken in fraudebestrijdingsmaatregelen en ook bij het opsporen van mogelijke fraudegevallen. Thematische audits zijn daarom nuttige instrumenten.

In overeenstemming met ISA 240 moeten controleurs/auditors op basis van een risicobeoordeling auditprocedures opstellen waarmee zij een redelijke zekerheid verkrijgen dat aanzienlijke schade ten gevolge van fraude ontdekt wordt.


Elke audit houdt echter een risico in dat aanzienlijke tekortkomingen in het interne controlesysteem niet ontdekt zullen worden, ook al is de audit op de juiste wijze gepland en wordt hij op de correcte manier uitgevoerd. Controleurs/auditors moeten blijk geven van een zeer professionele waakzaamheid en een grondig analytisch oordeel, aangezien fraude altijd vergezeld gaat van acties die erop gericht zijn om het bestaan ervan te verbergen, zoals geheime afspraken tussen verschillende personen, vervalsing van documenten, het achterhouden of het niet overleggen van documenten, gegevens of informatie.
Een professioneel-kritische instelling is belangrijk. Auditbewijs moet kritisch worden beoordeeld. Controleurs/auditors moeten bijvoorbeeld alert zijn op:


  • auditinformatie die in tegenspraak is met ander auditbewijs;

  • informatie die twijfels doet rijzen over de betrouwbaarheid van documenten en van antwoorden op vragen die moeten dienen als auditbewijs; en

  • omstandigheden die op mogelijke fraude kunnen wijzen.24

Indien controleurs/auditors op basis van hun deskundig oordeel25 menen dat er aanwijzingen zijn van mogelijke fraude, zullen zij verder onderzoek moeten verrichten. Zij kunnen besluiten aanvullende testen en controles uit te voeren en het te controleren segment uit te breiden.


De controleurs/auditors kunnen tot de conclusie komen dat de mogelijke fraude van invloed is op het gehele systeem of slechts op een deel ervan; of zij kunnen tot de conclusie komen dat er sprake is van een of meer afzonderlijke gevallen van mogelijke fraude. In ieder geval moeten zij snel reageren en, met inachtneming van alle omstandigheden rondom het geval/de gevallen, de bevoegde autoriteiten informeren. Op basis van de ontdekte gegevens moet de auditor de situatie grondig en nauwkeurig analyseren, hij moet het bewijsmateriaal waarop de bevinding is gebaseerd structuren en beslissen wie hierover in kennis gesteld moet worden.
De juiste mensen die hierover in kennis gesteld moeten worden zijn in eerste instantie waarschijnlijk degenen die belast zijn met het bestuur van de gecontroleerde entiteit, tenzij er redenen zijn om aan te nemen dat zij betrokken zijn bij het geval/de gevallen. Voor begunstigden is het medefinancieringsbestuur in handen van managementautoriteiten en intermediaire instanties. De auditor moet de justitiële autoriteiten direct van het geval/de gevallen op de hoogte stellen, onverminderd de nationale wetgeving met betrekking tot de vertrouwelijkheid van informatie verkregen tijdens een audit.
Controleurs/auditors moeten ook de bevoegde nationale autoriteiten informeren, die op hun beurt, in overeenstemming met de toepasselijke sectorale regels inzake het melden van onregelmatigheden26, de Commissie (OLAF) in kennis moeten stellen van onregelmatigheden en gevallen van vermoedelijke fraude.

2.2.2. Adviserende functie
Indien controleurs/auditors concluderen dat de mogelijke fraude van invloed is op het beheerssysteem zelf, moeten zij degenen die belast zijn met bestuur daarvan op de hoogte brengen, tenzij deze personen bij de mogelijke fraude betrokken zouden kunnen zijn. Overeenkomstig artikel 127, lid 5, onder b), van de VGB, moeten zij een advies uitbrengen over de eventueel noodzakelijke voorgestelde en corrigerende maatregelen. Controleurs/auditors kunnen hier een zeer belangrijke inbreng hebben en hun adviezen zullen in het bijzonder nuttig zijn voor degenen die belast zijn met het bestuur om, zo nodig, de bestaande maatregelen aan te passen of te corrigeren.
Zoals opgemerkt in hoofdstuk 2.1.2 mogen controleurs/auditors gebruikmaken van de tijdens hun audits opgemaakte verklaringen om kennis van het gebied te verkrijgen en om de belangrijkste elementen vast te stellen waardoor zij een beter begrip van de voorwaarden voor fraude en van efficiënte fraudebestrijdingsmethoden zullen krijgen. Controleurs/auditors kunnen ook verwijzen naar tijdens audits vastgestelde goede werkmethoden die geen zwakke punten vertoonden. Zij kunnen al die „geleerde lessen” gebruiken om hun kennis te delen met belanghebbenden.
Controleurs/auditors kunnen op verschillende niveaus een adviserende rol vervullen. Zij kunnen managementautoriteiten, intermediaire instanties en certificeringsinstanties ondersteunen bij het ontwikkelen van hun


  • risicoanalyse;

  • rode vlaggen;

  • fraudebestrijdingsbeleid en -maatregelen;

  • opleidingen.

Ondersteuning door controleurs/auditors mag echter hun onafhankelijkheid niet in gevaar brengen. Controleurs/auditors mogen geen deel uitmaken van het besluitvormingsproces omtrent enig document dat zij tijdens hun audit moeten beoordelen.


De door controleurs/auditors verkregen kennis moet tussen hen onderling uitgewisseld worden en, zo nodig, ook met de politie, de rechterlijke macht en de juridische diensten worden besproken. Zie hoofdstuk 4 hieronder voor meer informatie over dit onderwerp.
3. Hoe audits van concrete acties kunnen helpen bij fraudepreventie en -opsporing
Audits van concrete acties worden uitgevoerd om een redelijke mate van zekerheid te verkrijgen over de wettigheid en regelmatigheid van de bij de Commissie gedeclareerde uitgaven. Audits moeten worden gebaseerd op representatieve steekproeven. De steekproefeenheid mag bestaan uit een concrete actie, een project binnen een concrete actie of uit een door een begunstigde bij de Commissie ingediende en gedeclareerde betalingsaanvraag.
Gezien de aard van de audits van concrete acties, zal tijdens het uitvoeren van audits van concrete acties de door de controleur/auditor geleverde bijdrage aan fraudepreventie vrij beperkt zijn. Controleurs/auditors kunnen echter specifieke zwakke punten opsporen die het gevolg zijn van zich herhalende fraudepatronen. Controleurs/auditors kunnen, op basis van hun bevindingen tijdens audits van concrete acties, aanbevelingen opstellen ter verbetering van het systeem. Dit maakt daarom deel uit van het aspect fraudepreventie van de rol van de controleur/auditor.

Audits kunnen ook leiden tot de ontdekking van individuele fraudegevallen. Dit valt onder het aspect fraudeopsporing van de rol van de controleur/auditor.





1   2   3   4   5   6   7   8   9


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina