Europese commissie europees bureau voor fraudebestrijding



Dovnload 251.29 Kb.
Pagina9/9
Datum17.10.2016
Grootte251.29 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

9. Vervolgactie
9.1 Na een intern fraudeonderzoek moet de managementautoriteit worden geadviseerd om de bij de betrokken instantie in werking zijnde systemen te herzien vanwege een mogelijk systeemrisico. Bij de herziening moeten ook de huidige frauderisicoregelingen onderzocht worden om te bepalen of er maatregelen nodig zijn voor het versterken van de controles om zo het frauderisico in de toekomst te verminderen. De EFRO-auditautoriteit moet op de hoogte gebracht worden van eventuele systemische effecten.
9.2 Als er kans is op systeemfraudes en onregelmatigheden, dan moet de EFRO-auditautoriteit een beroep doen op de met de managementautoriteit overeengekomen procedures voor vervolgacties naar aanleiding van systeemfouten.

10. Behandeling van vragen van de media en andere partijen

10.1 Het personeel van de EFRO-auditautoriteit mag geen enkel aspect van het fraudeonderzoek met de media of anderen bespreken, omdat dit eventuele toekomstige tuchtrechtelijke of strafrechtelijke vervolging ernstig in gevaar kan brengen.


10.2 Alle vragen van de media over vermoedelijke of daadwerkelijke gevallen van fraude moeten doorverwezen worden naar het hoofd interne audit of naar de algemeen directeur van de gecontroleerde instantie.
10.3 Het personeel van de EFRO-auditautoriteit mag geen details betreffende de fraude meedelen aan personen die niet officieel bij het onderzoek betrokken zijn.

Bijlage 4 - Voorbeelden van rode vlaggen waarmee rekening gehouden moet worden tijdens audits van concrete acties voor het ESF-programma



Deze voorbeelden werden gegeven door het DWP van het Verenigd Koninkrijk.



    1. hoge prestaties en/of resultaten




    1. hoge uitgaven voor hospitality/gastvrijheid (let op specifieke uitgaven door één personeelslid of door specifieke werknemers)




    1. prestatiepieken in een geografisch gebied of prestatiepieken die specifiek zijn voor individuele (of groepen van) werknemers




    1. stimulerings- en/of belonings- en/of bonusregelingen voor werknemers van de contractant




    1. aanmoedigingspremies (inclusief waardebonnen) voor deelnemers




    1. slechte financiële controles, waaronder controles op de kleine kas, waardebonnen, bonusuitkeringen en reiskosten




    1. groot aantal klachten van deelnemers




    1. groot aantal personen dat gedurende korte periodes voor het programma werkzaam was en die vervolgens een succesvolle arbeidsbemiddeling hebben gekregen (let op de betrokkenheid van specifieke aannemers en/of intern personeel: dit kan op mogelijke samenspanning duiden)




    1. groot aantal plaatsingen bij dezelfde werkgever




    1. bewijs van oneerlijke werkmethoden




    1. bewijs van onvoldoende controles vóór indienstneming van werknemers van de contractant (mogelijke risico dat personeel met een strafrechtelijk verleden ten aanzien van fraude wordt aangenomen)




    1. prestatiepieken in een geografisch gebied of prestatiepieken met betrekking tot (een) specifieke werknemer(s) van de contractant




    1. bezorgdheid over de cultuur, met name wanneer het lijkt of de cultuur het nemen van risico‘s aanmoedigt en door harde doelstellingen wordt aangedreven, en waar het management oneerlijke werkmethoden door de vingers ziet




    1. hoog personeelsverloop of een hoog verloop van contractbeheerders tussen contractanten




    1. moeilijkheden om informatie te verkrijgen, bijvoorbeeld om redenen als: de informatie is niet beschikbaar, is beschikbaar op een andere locatie, is te vinden bij de accountant, is per ongeluk vernietigd of ontbreekt




    1. slechte kwaliteit van de deelnemersdossiers, wat wijst op het niet naleven van regels




    1. spelfouten, onjuiste datums of onjuiste geboortedatums




    1. een onjuist formaat van burgerservicenummers, andere referenties en telefoonnummers




    1. onvoltooide, vooraf ondertekende documenten



    1. generieke verslagen voor de deelnemers




    1. gelijksoortige handtekeningen of gelijksoortig handschrift




    1. gelijksoortige stempels van de werkgever




    1. gebleken inconsistenties of niet-naleving waarvan aannemelijk gemaakt wordt dat die als norm gelden of die gezien worden als een alternatieve oplossing waarvan gebleken is dat die door het management wordt ondersteund.

Bijlage 5 - tabel met mogelijke input voor controleurs/auditors inzake fraudepreventie en -opsporing bij systeemaudits en audits van concrete acties

(Niet uitputtend)



De rol van controleurs/auditors

Fraudepreventie

Fraudeopsporing

Systeemaudits


Auditfunctie
Adviserende functie

  • ter plaatse testen van de fraudebestrijdingsmaatregelen;

  • testen van de respons van de managementautoriteit wanneer zij fraude constateert;

  • instellen van rode vlaggen bij frauderisico.

  • vaststellen van fraude-indicatoren




  • deelnemen in het opzetten van een nationale fraudebestrijdingsstrategie, door het delen van hun kennis; het geven van adviezen ter verbetering van de huidige wetgeving;

  • deelnemen aan opleidingen gebaseerd op hun kennis en ervaring.

  • melden van zwakke punten of tekortkomingen;

  • formuleren van passende aanbevelingen of corrigerende maatregelen voor management- of certificeringsautoriteiten.

Audits van concrete acties


Auditfunctie

Adviserende functie

  • vaststellen en beoordelen van alle interne en externe risico's die tot fraude zouden kunnen leiden;

  • gebruikmaken van hun kennis bij het vaststellen van fraude-indicatoren;

  • samenwerken met de managementautoriteit en met degenen die verantwoordelijk zijn voor fraudeonderzoek, door het verstrekken van informatie, conclusies en bevindingen ter verbetering van fraudepreventie.

  • introduceren van doelgerichte audits van concrete acties op basis van frauderisico's;

  • opsporen van fraude-indicatoren;

  • volgen van stappen bij vermoedens van fraude aan de hand van het overeengekomen fraudebestrijdingsplan

  • gebruiken van hun ervaring voor het verspreiden van kennis aan belanghebbenden en voor het vergroten van het fraudebewustzijn;

  • opstellen van een lijst van tijdens hun audits ontdekte frauduleuze werkmethoden, ter verbreiding van het fraudebewustzijn.

  • onverwijld, of in ieder geval zo snel als praktisch mogelijk, melden van zwakke punten of tekortkomingen aan de bevoegde autoriteit;

  • indien van toepassing opstellen van aanbevelingen om toekomstige fraude te voorkomen.







1 Richtsnoer „Frauderisicobeoordeling en doeltreffende en evenredige fraudebestrijdingsmaatregelen” (in het Engels) inzake de uitvoering van artikel 125, lid 4, onder c) van de Verordening Gemeenschappelijke Bepalingen (EU) nr. 1303/2013, is opgesteld door de DG‘s van de structuurfondsen. EGESIF 14-0021-00 van 16 juni 2014.

2 Raadgevend Comité coördinatie fraudebestrijding.

3 Artikel 125, lid 4, onder c), van de Verordening Gemeenschappelijke Bepalingen (EU) nr. 1303/2013

4 De Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, van 26 juli 1995, geeft een definitie van fraude. Aangezien sinds de goedkeuring van deze overeenkomst het rechtskader is veranderd, wordt de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen momenteel herzien. De Commissie heeft een voorstel gedaan voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (COM(2012) 363 def. van 11.7.2012).

5 Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1).

6 Zie bijlage 1 van dit handboek

7 Deze verordening bevat gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad.



8 Zie bijlage 1 van dit handboek

9 Modellen van het verslag en het advies van de onafhankelijke auditinstantie worden verstrekt door de Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1011/2014 van de Commissie van 22 september 2014 (bijlage III en bijlage IV) tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de modellen voor de indiening van bepaalde informatie bij de Commissie en voorschriften voor de uitwisseling van informatie tussen begunstigden en managementautoriteiten, certificeringsautoriteiten, auditautoriteiten en intermediaire instanties. PB L 286 van 30.09.2014, blz. 1.

10 EGESIF-XXXYY-NL

11 Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 480/2014 van de Commissie van 3 maart 2014, tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (PB L 138 van 13 mei 2014, blz. 5-44).

12 EGESIF 14-0021-00 van 16 juni 2014.

13 Zie bijlage 1 van dit handboek.

14 Zie artikel 127, lid 3, van de VGB.

15 Uittreksel van de norm 1220.A1

16 zie hoofdstuk 1.1

17 De nota COCOF 09/0003/00-NL, vastgesteld op 18 februari 2009.



18 Richtsnoer met betrekking tot de auditstrategie - EGESIF-XX-EN, hoofdstuk 4.2.3 (in het Engels)

19 Richtsnoer voor de lidstaten en de programma-autoriteiten inzake de aanwijzingsprocedure - EGESIF XXX-EN (in het Engels)

20 Voor voorbeelden, zie ISA 240, bijlage 1 - Voorbeelden van fraudefactoren (in het Engels)

21 Zie hoofdstuk 5.2 van het richtsnoer "Frauderisicobeoordeling en doeltreffende en evenredige fraudebestrijdingsmaatregelen” - EGESIF 14-0021-00 van 16 juni 2014 (in het Engels).

22 Andere voorbeelden hiervan zijn opgenomen in bijlage 2 van het richtsnoer „Frauderisicobeoordeling en doeltreffende en evenredige fraudebestrijdingsmaatregelen"- EGESIF 14-0021-00, van 16 juni 2014 (in het Engels)

23 Een rode vlag is een indicator voor mogelijke fraude of corruptie, enz. Het is een signaal dat er iets bijzonders aan de hand is dat misschien nader onderzocht moet worden.

24 ISA 200, punt A.18

25 De definitie van „deskundig oordeel” wordt gegeven in ISA 200: „het toepassen van relevante opleiding, kennis en ervaring op het gebied van audits, financiële administratie en ethische normen bij het nemen van gefundeerde besluiten voor een, gegeven de omstandigheden van de controle-informatie, passende wijze van aanpak”.

26 Bijvoorbeeld voor de programmeringsperiode 2007-2013: hoofdstuk 4 (artikelen 27-36) van gewijzigde Verordening (EG) nr. 1828/2006 van de Commissie van 8 december 2006 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds, en van Verordening (EG) nr. 1080/2006 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling; en voor de programmeringsperiode 2014-2020: artikel 122 van de GB-verordening.

27 Zie de samenvatting van het richtsnoer EGESIF-14-0021-00.

28 Zie artikel 72, onder h) en artikel 125, lid 4, onder c), van de GB-verordening

29 De gedelegeerde en uitvoeringshandelingen tot het melden van onregelmatigheden zijn in voorbereiding.



1   2   3   4   5   6   7   8   9


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina