Europese Expansie



Dovnload 50.29 Kb.
Datum25.07.2016
Grootte50.29 Kb.
Europese Expansie

In 1493 was een groot deel van de wereld nog onbekend voor de Europeanen. In Afrika zou een rivier stromen van puur goud en in andere verre landen zijn reuzen en draken. In Indië liggen gouden bergen, bewaakt door mieren met de grote van honden. Als je de evenaar overgaat, verbrand je levend of werd je schip verslonden door een monster. Toch lokten het verre China en Indië, zoals Europeanen heel het gebied achter de rivier de Indus noemden. Exotische producten (zijde, specerijen) waren in de middeleeuwen al wel verkrijgbaar in Europa, maar de handel was in handen van de Arabieren. Omdat er goud mee te verdienen was, wilden Europese handelaren de 'Indische' specerijen zelf halen. Arabieren en Turken blokkeerden de weg over land, dus via zee. De Portugezen waren de eerste. Redenen:



  1. Een zoon van de Portugese koning, Hendrik de Zeevaarder, financierde in de 15e eeuw zeereizen langs de Afrikaanse westkust en investeerde er ook in.

  2. Met behulp van de gegevens die hun zeelieden meebrachten van expedities, maakten de Portugezen nieuwe kaarten die ze geheim hielden. De Portugezen waren ver in hun ontwikkeling van technologie, navigatie, astronomie en kaartlezen en verbeterden dat ook steeds.

  3. Portugal ligt ook dicht bij Afrika, dus het vreemde gebied was gemakkelijk te bereiken.

In 1493 was er slecht nieuws voor de Portugezen: een Italiaan in Spaanse dienst, Columbus, had Indië gevonden door naar het westen te varen. Pas toen een andere Italiaanse ontdekkingsreiziger in Spaanse dienst, Amerigo Vespucci, kwam het idee dat tussen Europa en Azië een ander, onbekend contient lag. Een kaartenmaker noemde deze mundus novus (nieuwe wereld) naar Vespucci: Amerika. Het waren toch de Portguezen die in 1498 als eerste Europeanen over zee Indië bereikten. Vasco da Gama stak met vier schepen de Indische Oceaan over. De Portugezen stichtten versterkte handelsposten aan de Aziatische kusten en dreven in het verre oosten handel met Chinezen en Japanners.

In Mexico veroverde Hernando Cortés in 1519 met een handjevol krijgslieden het rijk van de Azteken. Francisco Pizarro nam in 1530 het Incarijk in Peru in bezit. Bevangen door de goudkoorts en overtuigd dat God hun optreden tegen de 'heidenen' steunde, traden ze wreed op. Ze vernietigden indiaanse samenlevingen en dwongen de bevolking voor zich te werken. De Europese ziektes waren echter de druppel die de emmer deed overlopen. Binnen een eeuw stierven de Azteken en Inca's grotendeels uit.



Portugezen beschermden hun zeeroutes (met geweld), waardoor Engelsen, Fransen en Nederlanders alternatieven moesten zoeken. Het leidde eind 16e eeuw tot nieuwe ontdekkingsreizen. Jacob van Heemskerck en Willem Barentz probeerden via het noordoosten naar Azië te varen, maar strandden in Nova Zembla. Vrijwel tegelijkertijd bereikten vier andere Nederlandse schepen -met flink wat kanonnen- 'om de zuid' de baai van Bantam op Java.
De Renaissance

De Renaissance ontstond in de 15e eeuw in Italiaanse steden als Venetië, Milaan, Rome en Florence. Economisch ging het goed: Italiaanse handelaren profiteerden volop van handel met het Midden-Oosten en Vlaanderen. De onafhankelijke steden wilden allemaal 'de beste' zijn, en die concurrentie leidde tot grote investeringen in de architectuur en een culturele wedloop. In die omgeving ontstond een nieuw levensgevoel, met meer oog voor de goede en mooie kanten van het leven. Giorgio Vasari noemde het een wedergeboorte. Het levensmotto veranderde van memento mori (gedenk te sterven) in carpe diem (pluk de dag).

Er ontstond een nieuwe belangstelling voor het klassieke erfgoed. Humanisten bestudeerden en vertaalden de klassieke taal- en letterkunde en de klassieke filosofie. In de middeleeuwen hadden monniken klassieke teksten vertaald, gekopieerd en bestudeerd, maar dat had volledig in dienst van het christendom gestaan. Humanisten ontdekten dat in de gekopieerde teksten veel fouten waren geslopen en probeerden de teksten in de originele staat te herstellen. De Turkse verovering van Constantinopel in 1453 gaf het humanisme een extra impuls. Geleerden vluchtten naar Italië en namen veel oorspronkelijke Griekse manuscripten en kennis uit de Griekse oudheid mee. Door de uitvinding van de boekdrukkunst en door onderlinge contacten verspreidde het werk van de Italiaanse humanisten zich naar het noorden. Net als humanistische geleerden gingen beeldhouwers, architecten en beeldende kunstenaars het werk van de Grieken en Romeinen bestuderen. Beroemd zijn de beelden en schilderijen van Michelangelo, die mannen en vrouwen naakt afbeeldde, iets dat ongepast zou zijn in de middeleeuwen. De kerk bleef wel een rijke en belangrijke opdrachtgever en de Bijbel bleef een grote inspiratiebron, maar de positie van de kunstenaar veranderde. De anonieme middeleeuwse meesterschilder maakte plaats voor de zelfbewuste kunstenaar.
Erasmus (1466 – 1536)

De Humanist Erasmus gebruikte de kennis uit het Grieks om de originele Griekse bronnen van het Nieuwe Testament te bestuderen en constateerde de Latijnse Vulgaat wemelde van de fouten. Zijn bijbelonderzoek versterkte zijn kritiek op de kerk. In Lof der Zotheid bespotte hij de onwetendheid en de aandacht voor uiterlijkheden binnen de kerk. Hij wilde binnen de kerk een discussie over zijn punten in gang zetten; een breuk in de kerk was niet zijn bedoeling. De hogeropgeleiden lazen Erasmus' werk en worden ook kritisch op de kerk, vooral in het gewest Holland: het begin van de opstand tegen Spanje.
Maarten Luther (1483 – 1546)

Kritiek op:



  • Selibaat ('je mag geen gemeenschap hebben') waaraan geestelijken zich niet hielden.

  • Geestelijken kregen functies doordat ze uit goede (rijke) families kwamen. Hebben te weinig verstand van zaken volgens Luther.

  • Aflaten die overal 'zomaar' werden verkocht. Als de kerk maar geld krijgt.

De Rooms-Katholieke kerk ontkende Luthers standpunten en was boos. En dus Luther ook boos. En dus radicaliseren. 'We hebben geen paus of bisschoppen nodig – je moet zelf je eigen geloof kunnen leiden.'' Luther wil geen tussenpersonen meer. R-K Kerk verklaart Luther vogelvrij, maar een aantal Duitse vorsten steunt hem (want immers: als het geld niet naar de RK Kerk hoeft, kan het naar hen), wat weer leidt tot godsdienstoorlogen in het Duitse Rijk.

Kost veel moeite, maar dan heb je ook niets. Alles leidt tot niets en pas in 1555 volgt het besluit dat ieder staatje z'n eigen geloof mag kiezen volgt (Vrede van Augsburg).


Jean Cauvin/Johannes Calvijn (1509 – 1564)

Calvijn gelooft in predestinatie: van te voren is bepaalt of je goed of slecht bent. Vanaf het begin der tijden was voorbestemd wie verdoemd waren tot de hel, en wie uitverkoren voor het koninkrijk Gods. Alleen God bepaalde dat, de mens had er geen invloed op. Niet dat je dan kan doen wat je wilt, want je moet jezelf wel bewijzen als een goed christen. Dus: veel werken, sober leven, zelfbeheerst zijn, aan bijbelstudie doen en regelmatig naar de kerk gaan.



  • 'Je hebt het recht van opstand als de vorst niet Gods wetten naleeft'.

  • Geen hiërarchie. Geen paus of vorst/overheid, je beslist alles zelf.

  • Anti-autoritair.

  • Calvijns ideeën slaan aan in stedelijke gebieden in de Nederlanden en Frankrijk.


De Nederlanden in 1555

In de 15e eeuw kreeg het Bourgondische huis het ene na het andere gewest in handen. De Bourgondische stamvader had in de 14e eeuw van de Franse koning het hertogdom Bourgondië in Oost-Frankrijk in leen gekregen. Zijn afstammelingen verwierven Vlaanderen en andere 'Franse' Nederlanden, maar ook 'Duitse' gewesten als Holland en Brabant. Aan het eind van de 15e eeuw stierf het Bourgondische huis uit. Hun landen werden geërfd door Habsburgers. De Habsburgse vorst Karel V (1515-1555) breidde zijn Nederlandse gebied uit met Friesland, Groningen, Overijssel, Drente, Utrecht en Gelderland.

Alle gewesten hadden een lange eigen geschiedenis, waarin eigen gewoonten en rechtsregels waren ontstaan. Iedere edelman was heer en meester op zijn eigen landgoederen. Andere landelijke gebieden vielen onder kerkelijk bestuur, waarbij iedere aparte rechtbank zijn eigen regels en gewoonten volgde. Naast eigen De gewesten stonden niet toe dat aan hun privileges (eigen rechtspraak, eigen belasting mogen heffen en belastingen van vorst mogen weigeren) geschonden werden. Het gewestelijk belang ging boven het algemeen belang (gewestelijk particularisme). Door de privileges bleef de macht van de centrale regering in Brussel beperkt.
De landsheer werd in alle gewesten terzijde gestaan door een aantal adviescolleges. De belangrijkste waren de Gewestelijke Staten, met daarin de vertegenwoordigers van de drie standen (geestelijkheid, adel, burgerij). De vorst kon ook alle gewestelijke statenvergaderingen tegelijk bij elkaar roepen: de Staten-Generaal.

Geografisch en sociaal-economisch waren de Nederlanden verdeeld in oost en west. De oostelijke gewesten bestonden, met uitzondering van Groningen en Friesland, grotendeels uit schrale zandgronden, waarop dagloners, pachters en andere keuterboertjes een karig bestaan hadden. Boeren aten de opbrengst van hun land grotendeels zelf op, en er bleef weinig over om te verhandelen. Door de lage opbrengst van het land kon er geen rijke burgerij in de steden ontstaan, en de adel kon zijn macht dus handhaven. De standenmaatschappij van de middeleeuwen, met grote ongelijkheden, was nog intact. Heel anders was de situatie in Groningen, Friesland en de gebieden in het zuidwesten, maar vooral op de klei- en veengronden in de westelijke Nederlanden. Hier was wél ontwikkeling: landbouw en veeteelt werden gekenmerkt door specialisatie en intensivering. Landbouwmethoden werden verbeterd en de graanverbouw verloor terrein aan de specialistische landbouw. De groei van de landbouw kwam door:



  • Bevolkingsgroei (van 2,5 naar 3 miljoen mensen in de eerste helft van de 16e eeuw);

  • Internationale graanhandel (met Oostzeelanden);

  • De stijgende vraag van kooplieden en ondernemers.

Stedelijke organisaties beperkten door vestigings-, kwaliteits- en andere eisen de concurrentie. Maar in de 16e eeuw verloren ze terrein aan kooplieden, die gildebepalingen ontliepen door hun producten op het platteland te laten maken, waar veel goedkope arbeidskrachten waren. De kooplieden gingen het hele productieproces beheersen: ze kochten grondstoffen, lieten deze door arbeiders met van hen gehuurde werktuigen bewerken en verkochten de eindproducten. Het handelskapitalisme kwam op. In het westen, want dat ligt gunstig (kruispunt van waterwegen). Omdat handelaren hun goederen niet snel en veilig konden transporteren, hadden ze een centraal punt nodig waar ze hun waren konden opslaan en verhandelen: stapelmarkt. Antwerpen werd in de 16e eeuw de grootste stapelmarkt van Europa.

De economische ontwikkeling vergrootte ook het bewustzijn en de ontwikkeling van de burgerij. De hogere middengroepen in de steden werden gesterkt in het gevoel dat ze niet minder waren dan de adel en de geestelijkheid. Machtstoename van de burgerij in het westen, in het oosten juist het tegenovergestelde.

Goed, na drie pagina's tijd voor een stukje cabaret. Of 'geloof in de 16e eeuw', hoe je het ook wil noemen. Want God is de bom en bepaalt alles. Alles ligt in Zijn hand. Dondert het? God z'n schuld. Schiet er één of andere idioot zeven mensen dood in een winkelcentrum? Niet zijn fout, God Zijn schuld. Zestiende-eeuwers waren beheerst door angst, angst voor de dood. En God kan helpen je niet dood te gaan, alleen Die is zo moeilijk te bereiken (…). Dus laten we iemand anders een goed woordje bij Hem doen: geestelijken. Aan het begin van de 16e eeuw was er in West-Europa slechts één algemene, christelijke kerk, de rooms-katholieke kerk. Kerk en samenleving vielen samen. Karel V en Filips II traden hard op tegen ketters (mensen die andere opvattingen hadden dan die van de officiële kerkelijke leer). Met strenge straffen kon de ketterij echter niet worden gestopt, er bestond nou eenmaal veel kritiek op de kerk. Want volgens velen deugde de kerkelijke leer niet en er gaapte een kloof tussen de leer en de praktijk. Een duidelijk bewijs volgens velen was de aflatenhandel: de katholieken geloofden dat ze na hun dood eerst een tijdje in het vagevuur voor hun zonden gestraft werden en dat ze daarna pas in de hemel zouden komen. Om de ellendige tijd in het vagevuur te verkorten, kon je aflaten kopen. Tegen geld schold de kerk dan (een deel van) de straf kwijt. De critici zagen deze handel als uiting van verstarde, puur op uiterlijkheden gerichte leer van de kerk. Volgens die leer was het kennelijk mogelijk met je geld je ziel te redden, en dat stond haaks op het ware christendom.

Steeds meer mensen kwamen buiten de kerk te staan. Uiteindelijk stichten deze mensen aan het begin van de 16e eeuw een eigen kerk. Dat is de Hervorming of Reformatie. De aanhangers van de Hervorming, de protestanten, waren het onderling niet over alles eens, maar ze hadden in ieder geval gemeen dat ze terug wilden naar het zuivere, niet door misstanden aangetaste, christendom. Ze wilden een directe relatie tussen mens en God, zonder tussenkomst van heiligen of kerk. Gelovigen moesten zelf de bijbel lezen, en niet afgaan op wat de geestelijkheid zei. Maar het hoofdpunt was dat de mens niet door goede daden in de hemel kon komen, dat kon alleen door Gods genade. De mens was van nature zondig, maar met Gods genade kon je nog naar de hemel. Moet je wel je hele leven liev zijn.

Afijn, ook in de Nederlanden werden vanaf 1520 de denkbeelden van de Duitser Luther en andere hervormers verspreid. Kareltje V natuurlijk niet blij en in 1522 stelde hij een eigen inquisitie in: een speciale rechtbank voor misdrijven tegen het geloof. Vanaf 1545 leek Karel het probleem onder controle te krijgen. Rond die tijd begon ook de katholieke kerk met een eigen hervorming: de Contra-Reformatie genoemd, omdat deze was bedoeld om de Reformatie de wind uit de zeilen te nemen. De geestelijken zouden een betere opleiding krijgen en de bisschoppen streng toezien op de levenswandel van de lagere geestelijkheid.

Terug naar die Niederlände. 17 gewesten die samen een Personele Unie vormden, allemaal dezelfde vorst (Karel V) maar verder grotendeels zelfstandig. In naam bestuurd vanuit Brussel en Madrid. Net als veel anderen vorsten in Europa voert Karel V centralisatiepolitiek: hij wil één grote nationale staat onder één nationaal bestuur. De macht en de bevoegdheden van de centrale regering (dus de vorst) worden uitgebreid en de zelfstandigheid van de afzonderlijke landsdelen worden beperkt.


Staatsinrichting van de Nederlanden vóór centralisatie

Op vier manieren vergroten vorsten in Europa hun macht:



  1. Ze bouwen een ambtenarenapparaat op: in plaats van adel, die hun eigen machtsbasis hadden, huurt de vorst ambtenaren in. Die zijn van hun inkomen afhankelijk van de vorst, omdat ze geen eigen landgoederen hebben, en zullen hem dus trouw blijven.

  2. Ze vormen een beroepsleger. In de Middeleeuwen hadden hoge edelen eigen legers, waarbij de vorst afhankelijk was van hun welwillendheid. Nu betaalde hij legers zelf, zodat de soldaten betrouwbaarder waren. Zo lang hij betaalde, kon hij op ze rekenen.

  3. Ze maken de adel van zich afhankelijk. De adel werd gepaaid met benoemingen in hoge adviescolleges en militaire topfuncties zodat ze niet in opstand zouden komen.

  4. Ze proberen invloed te krijgen in de kerk en godsdienstige eenheid te bewaren.


Staatsinrichting van de Nederlanden ná de centralisatie

G
evolgen:


  • Karel V is niet meer afhankelijk van de gewesten.

  • Hoge adel is beledigd door landvoogdes en Raad van State (zij hadden nu immers weinig macht meer).

  • Lage adel is gefrustreerd over verlies van macht aan stadhouder en inquisitie.

  • Belastingen worden niet langer in overleg met gewesten vastgesteld.

  • Hoge adel verzet zich niet, want ze hopen nog altijd op een functie als stadhouder.


Het begin van de Opstand

1555: Filips II, zoon van Karel V, komt aan de macht. Leider van Spanje, Portugal, overzeese gebieden en de Nederlanden.


Fouten

  • Kerkelijke indeling. Bisschoppen moeten voortaan hoogopgeleiden zijn. Adel natuurlijk niet blij.

  • Granvelle in Raad van State en wordt belangrijkste adviseur van landvoogdes, terwijl de adel dat wil zijn.

  • Filips is vanaf 1559 niet meer in de Nederlanden geweest. Hij regeert op afstand: niemand kan zich met hem identificeren. Daarnaast weet hij zelf ook niet hoe het is in Nederland, maar krijgt alles via brieven (met vertraging) meegedeeld.

In 1559 sloten Filips en de paus een akkoord over de kerkelijke herindeling. Adel boos:



  • De besluitvorming was achter hun rug om gedaan;

  • Ze voelden zich benadeeld omdat je nu gestudeerd moest hebben om bisschop te worden (vroeger werden veel adellijke zonen dat gewoon);

  • Ze vonden dat Granvelle nep-adel was, omdat Karel zijn vader in de adellijke stand had verheven.


Willem van Oranje

1533, Willem van Nassau wordt geboren. Op elfjarige leeftijd erfde hij het Zuidfranse vorstendom Orange en dertig heerlijkheden. Door zijn huwelijk met Anna van Buren kreeg hij er nog eens vijftien bij. Willems familie was protestant, maar zelf was hij katholiek geworden. Niet uit overtuiging, maar omdat Karel V dat eiste. Karel wilde niet dat één van de belangrijkste edelen in zijn rijk een ketter zou zijn. Willem geloofde echter wel dat het voor iedereen het beste was als je katholiek was, maar vond dat je daar niemand toe mocht dwingen. Hij wilde daarom alleen optreden tegen ketters die de openbare orde verstoorden en de kerk bedreigden.

Willem was woedend toen hij vernam wat Filips en Granvelle achter zijn rug om met de paus hadden bekokstoofd, waar de edelen wederom totaal buiten werden gehouden. Samen met de Vlaamse stadhouder Egmont en de hoge edelman Hoorne stuurde hij Filips een protestbrief. Filips weigerde toe te geven, maar zijn positie werd zwakker. De dreiging in de Middellandse Zee (Turken en Algerijnen) steeg en Filips kon zich geen onrust in de Nederlanden veroorloven. Uitgerekend toen nam de onrust toe, door een tweede generatie protestanten, volgelingen van Calvijn.

Slechts 3% van de bevolking was calvinistisch, maar toch moesten de meeste mensen niks hebben van de geloofsvervolging. Ze verafschuwden de wrede ketterverbrandingen en zagen de inquisitie als aantasting van hun privileges. Bovendien waren ze bang dat de vervolging zou leiden tot verstoring van de openbare orde.

Toen Engeland in 1563 een verbod op de import van wol uit de Nederlanden te zetten, verliezen veel mensen in de Nederlandse wolbranche hun baan → werkloosheid → onrust & onvrede.

Alle problemen kwamen tegelijk en versterkten elkaar. Voor alle ellende zochten ze een zondebok: Granvelle. Margaretha van Parma, de landvoogdes, zag ten slotte geen andere mogelijkheid Granvelle te ontslaan. Filips besloot eind 1563 dat offer te brengen.


De adel neemt echter geen vrede, maar wil alleen maar meer nu ze weten dat het best kán. Door de koude winter en oorlogen werd graan uit Duitse gebieden steeds duurder, terwijl dat van levensbelang was. Mensen voelen de crisis opkomen, wat leidt tot een revolutionaire sfeer, iets dat Filips niet zag aankomen. Al kon hij het wel: hoge edelman graaf van Egmont vroeg Filips de inquisitie te verkleinen of verwijderen.
In 1566 gaan 300 lage adel en rijke burgers ('Het Compromis' genoemd) naar de landvoogdes met een smeekschrift waarin wordt gevraagd de inquisitie stop te zetten. Margaretha voelde zich in het nauw gedreven en ziet geen andere mogelijkheid dan de inquisitie op non-actief te zetten. Calvinisten denken dat ze binnen zijn en organiseren manifestaties en openbare hagenpreken, waarin iedereen wordt opgejut. Leidde uiteindelijk tot beeldenstorm. Binnen een week werden in grote delen van Vlaanderen kloosters en kerken leeggehaald. Beelden werden onthoofd of in stukken gehat, schilderijen kapotgestoken, kostbare boekwerken verscheurd. Na twee weken luwde de storm, maar nog de hele maand september werden in de noordelijke en oostelijke Nederlanden kerken en kloosters leeggehaald. Hoge edelen als Oranje, Egmont en Hoorne lieten de calvinisten hun gang gaan, voorlopig althans.
Margaretha besluit Staten-Generaal bijeen te roepen. Calvinisten accepteren echter geen compromissen meer, en dus is Margaretha gedwongen om militair in te grijpen. Het conflict dreigt uit te lopen op totale chaos en een burgeroorlog, en dus besluit Oranje Margaretha te helpen bij het herstel van de orde. De complete hoge adel volgde hem. De opstand was daarna snel voorbij, calvinisten maakten geen kans tegen de legermachten en vluchtten naar Engeland en Duitsland. Ook met de politieke oppositie was het afgelopen, Margaretha eiste namelijk van de hoge adel een eed van onvoorwaardelijke trouw. Willem van Oranje weigerde als enige die af te leggen.
Toen Filips, met vertraging, van de Beeldenstorm hoorde was hij woedend. Hij kreeg een koortsaanval en drie weken verlamd in bed bleef. Omdat de Turkse dreiging inmiddels verminderd was, besloot hij meteen een leger te sturen. Als hij de Nederlanden niet strafte, zouden in andere delen van zijn rijk zijn onderdanen ook in de verleiding kunnen komen om hun eigen gang te gaan. Hij wist echter niet dat op dat moment Margaretha de opstand al had neergeslagen en de edelen alweer aan haar kant stonden.
In 1567 komt Alva (met 10 000 soldaten) naar Nederland. Opdracht: schakel de oppositie uit en zet de centralisatie door (via belastingen). 'Nederland betaalt zelf de problemen die ze maken.'

Willem van Oranje vlucht naar Duitse gebieden voor Alva. Goede keus, want nog in datzelfde jaar onthoofdt Alva graven Egmont en Hoorne op een marktplein. Puurt om te imponeren, want ze stonden aan zijn kant. 'Spanje is de baas, jullie hebben heulemoal niets te zeggen.'

Margaretha neemt onslag: 'Hoe kan ik regeren als mensen die aan mij trouw zweren worden vermoord?'. Hertog van Alva wordt de nieuwe landvoogd en voert gelijk een aantal leuke dingetjes door:


  • Raad van Beroerten:
    Een speciale rechtbank werd ingesteld voor iedereen die zich had verzet. Iedereen die meedeed aan beroerten (beeldenstorm, ketterse denkbeelden, Filips niet voldoende gesteund) kon worden opgepakt en werd vaak ook geëxecuteerd.


  • Tiende Penning:
    10% belasting afstaan. Er wordt niet aan de gewesten gevraagd, ze moeten het maar gewoon afstaan. Het idee flopt, maar het imago van Alva/Filips wordt er niet beter op.


Alva trekt zich niets meer aan van de Nederlandse edelen, slechts de Spaanse. Willem van Oranje vindt dat er een gewapende opstand moet komen tegen de Spanjaarden. En hij heeft een plan.

1568. Een leger hugenoten, Franse protestanten, zou uit het zuiden de grens oversteken. Uit het oosten zou een door Oranje betaald huurlingenleger samen met de ballingen op twee plaatsen aanvallen. Vanaf zee zouden watergeuzen een vierde aanval doen. Oranje hoopte Alva's leger op één punt bezig te houden, zodat de andere troepen dan ongehinderd vestingsteden konden innemen.

Maar helaas. Alva slaat het makkelijk af. De aanval was slecht gecoördineerd, er was nauwelijks contact tussen de fronten en mensen in de Nederlanden wilden rust en deden niet mee, zoals gepland. Jammerrrrr.



Geuzen hadden van Prins Willem van Oranje kaperbrieven gekregen, waardoor ze schepen mochten enteren. Daarnaast hielden ze ook nog de handel over zee tegen; erg populair waren ze dus niet. Ondanks dat, zet Willem van Oranje ze in 1572 opnieuw in: bij zijn tweede aanval. Nederlands zaten toen erg in de pot; er was een strenge winter, er was een nieuwe handelsblokkade van de Engelsen van kracht en de belastingen van Alva gingen de pan uit rijzen.

Willem zoekt echter steun bij de Franse koning Karel IV. Hij doet mee, aangezien hij omsingeld is door de Spanjaarden en bang is om te worden aangevallen. Hij werd overtugd door de Hugenoten (Franse calvinisten). Het plan van Willen is hetzelfde als die van 4 jaar eerder, maar dan met steun van de Franse koning.



Het liep echter wederom iets anders dan verwacht. Op 31 maart 1572 werd een geuzenvloot door een storm gedwongen de Maas op te varen, waar ze op 1 april bij Den Briel de ankers uitgooiden. Ze veroverden het stadje, en daarna meer steden in die omgeving. Het lukte ze, omdat Alva zijn legers in het zuiden wilden houden, waar hij een aanval van de Fransen verwachtte. Veel steden openden de poorten zodra de geuzenvloot voor de muren verscheen (om te voorkomen dat ze zouden worden afgezet). Ook in het oosten had Oranje successen, totdat in de zomer van 1572 hem een ramp gebeurde. De Franse koning had bij nader inzien bedacht dat een oorlog met Filips te riskant was, en zich beter van hugenoten kon ontdoen. In de nacht van 23 en 24 augustus liet hij hun leiders, bijeen voor een bruiloftsfeest, vermoorden. Op de bloedbruiloft werden 3000 hugenoten de dood ingejaagd en zonder steun uit het zuiden waren de kansen gekeerd. Alva had in rap tempo het oosten heroverd, het rijke westen lukte hem nog niet.

Opstandelingen in het westen zetten hun oude stadhouder af en kiezen Willem van Oranje, die het katholicisme afschaft. Alva is boos in het kwadraat en is vastbesloten nu ook het westen te gaan heroveren. Hoe dan ook. Nummer 1 is Naarden, dat zich overgeeft. Alva zet echter alle mannen in een kerk en steekt die in de fik om te imponeren. Dom. Andere steden wisten nu dat overgeven geen zin heeft, en zetten dus alles op alles om Alva te verslaan. Alva besluit te gaan belegeren (insluiten en uithongeren), maar niemand toont een reactie. Steden lukt het af en toe om de belegeraars weg te houden door inundatie toe te passen: ze zetten het land om hun heen onder water. Andere burgers ondergingen de grootste ontberingen om de Spanjaarden buiten de poorten te houden. Toen Leiden na een maandenlange belegering gevraagd werd zich over te geven, was het antwoord: 'In onze stad bevinden zich nog honden, koeien en paarden. En als we tenslotte ook deze nog zullen eten, rest ons nog een arm om te eten en bewaren we de rechterarm om de tiran van de muren af te slaan.' Het Leidens ontzet was uiteindelijk op 3 oktober 1574, toen de Spanjaarden vluchtten voor het water dat door de doorgestoken dijken was gestroomd.


Don Luis de Requesens

Door de langdurige belegeringen was het geld weer eens opgeraakt en soldaten hadden maandenlang geen soldij meer gekregen. Filips was intussen ontevreden over Alva's prestaties en besluit hem eind 1573 te vervangen door Don Luis de Requesens.


Hij probeert orde te stichten door de Tiende Penning en de Raad van Beroerte af te schaffen en door besprekingen te houden met opstandelingen. Steden als Alkmaar en Leiden waren helemaal in handen van extreme calvinisten en wilden dus niks met de Spanjaarden te maken hebben. Requesens' pogingen mislukken en in 1576 overlijdt hij plotseling.
Spanje voert heftige oorlogen met de Turken en gaat in 1575 bankroet. De Spaanse soldaten in de Nederlanden kunnen niet meer betaald worden, en gaan plunderen. Mensen die in gebieden wonen die eerst trouw waren, worden nu ook opstandig. Alle gewesten weten nu dat Spaanse Soldaten (SS) niet te vertrouwen zijn. In 1576 wordt dan ook de Pacificatie van Gent ondertekend.

Pacificatie van Gent (1576)

  • Alle Spaanse troepen moeten uit de Nederlanden.

  • De oude privileges van de steden moeten worden hersteld (decentralisatie).

  • De oude adel (Nederlandse adel) moet weer gaan regeren.

  • De Staten-Generaal moet op eigen initiatief bij elkaar kunnen komen.

Over een godsdienstkwestie werd niets gezegd. Holland en Zeeland blijven dus calvinistisch en de rest katholiek.
In 1576 kom Don Juan om het hoekje kijken als nieuwe landvoogd. Don Juan en Filips II ondertekenen de Pacificatie van Gent, waarschijnlijk omdat ze even rust willen en verder toch niets kunnen beginnen (soldaten zijn immers weg).

In 1577 had Filips weer geld, trekt zijn akkoord echter weer in en ze gaan weer vrolijk vechten. Daarnaast bleken ook de godsdienstige meningsverschillen tussen de gewesten te groot.

In 1578 overlijdt Don Juan aan tyfus en Alexander Farnese, de hertog van Parma (ja, familie van), wordt de nieuwe landvoogd. Hij bestrijdt de opstand en herovert gebieden. Het zuiden besluit samen te gaan werken met de Spanjaarden in de strijd tegen het calvinisme: het zuiden vormt de Unie van Atrecht. Ruim twee weken daarna ontstond de Unie van Utrecht als tegenreactie, een samenwerkingsverband van de noordelijke gewesten.
1580: Filips II verklaart Willem van Oranje vogelvrij en zet later een prijs op zijn hoofd. De Unie van Utrecht is het zat en stelt de Acte van Verlantinghe op, waarin ze Filips afzweren als koning. Filosofen zeggen dat de soevereiniteit (de hoogste macht) niet bij de koning ligt, maar bij het volk. 'Wanneer het volk de koning niet goed vindt, mag hij worden afgezet. De koning vertegenwoordigt immers het volk.' Calvinisten vinden dat als de koning iets doet wat God niet zou willen, mag hij worden afgezet.




Maargoed, Nederland heeft dus geen koning en ce moment. En dus op zoek naar een nieuwe. Soort Idols, maar dan wat serieuzer. Hertog van Anjou is de eerste kandidaat

Het idee was om hem te benoemen in naam, en daarna zelf gewoon te doen wat we wilden. Maar helaas, meneer wil weer zo nodig centraliseren en absolute macht. Hij was ook nog Rooms-Katholiek en die lui kun je nou eenmaal niet vertrouwen.

In 1584 drukken de Noordelijke Nederlanden masssaal op rode knop en Anjou is niet door.

Goed, volgende kandidaat. Willem van Oranje was natuurlijk leuk geweest, maar die is bezweken bij de audities in 1584. Met een beetje hulp van Balthaser Gerards, dat wel. Oké, de volgende kandidaat komt uit Engeland. Queen Elizabeth stuurt één van haar adviseurs: Graaf van Leicester cq Robert Dudley. Gaat u maar op de stip staan. Oh, u bent extreem-calvinistich? Klinkt leuk, maar in 1587 zullen we u wegsturen omdat u ruzie krijgt met zij die dat niet zijn. Ok?

Oh, shit. Dat waren de aanmeldingen. Euh ja. Dan moeten we het zelf maar doen ofzo. Ondertussen is Alexander Furnese weer lekker bezig, meneer was namelijk een goede veldheer en veroverde zelfs gebieden van de Unie van Utrecht. Hij was niet te gewelddadig en maakte gebruik van de religieuze verschillen in de Nederlanden. Hij onderhandelde met de Katholieken in een stad over overgave (zij zaten immers niet zo te wachten op een opstand). Het lukt hem echter niet om alle steden in Zeeland en Holland onder controle te krijgen, omdat ze steeds inundatie gebruiken als verweer.

Maar anyhow, de Unie van Utrecht is er nog; maar sterk verkleind. Filips II wordt boos op Queen Elizabeth, en gaat met haar het gevecht aan. Geld naar Parma wordt stopgezet en gaat naar Groot-Brittannië. Geluuuuuuk! In 1587 besluit Filips een grote vloot te maken: de Armada.

Het was de bedoeling om vanuit Portugal te vertrekken, in Duinkerken de soldaten van Parma op te pikken en daarna recht over te steken en aan te vallen. Door de sterke wind gaat zijn plan in rook op. En ook tegen zijn geld zegt hij bye bye zwaai zwaai.





1585. Nederlands zijn nu zeker dat ze het zelf moeten doen. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden ontstaat, en dat verdient een geboortekaartje.





FOGGUZH.

Friesland / Overijssel / Gelderland / Groningen / Utrecht / Zeeland / Holland


PS: Johan van Ordebarnevelt & prins Maurits leidden de oorlog tegen Spanje verder.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina