Evaluatieplan online workshop faciliteren van online communities



Dovnload 69.8 Kb.
Datum21.08.2016
Grootte69.8 Kb.

Evaluatieplan online workshop faciliteren van online communities




Patricia Poelmans en Darco Jansen, februari 2007

De door het Ruud de Moorcentrum gefaciliteerde Communities of Practice zijn steeds volgens dezelfde opzet geëvalueerd (zie algemeen evaluatieplan CoP’s Nieuwe Leraren). Voor alle pilots met CoP’s gelden steeds 2 onderzoeksvragen, namelijk:

1. Kunnen we daadwerkelijk de succesfactoren vormgeven van de CoP?

2. Ervaren de CoP-deelnemers meerwaarde (de veronderstelde voordelen) bij participatie aan de CoP?


De online workshop is opgezet als een CoP. Daarom worden dezelfde vragen als bij de evaluatie van de andere pilot CoP’s gehanteerd, weliswaar in aangepaste vorm voor de invulling die aan de online workshop gegeven is.
1. Succesfactoren van een CoP
Voor het succes van een CoP is het van belang om aandacht te besteden aan drie dimensies die te onderscheiden zijn aan een CoP, namelijk

  • Domein,

  • Gemeenschap en

  • Praktijk (Wenger).

De succesfactoren worden rond deze drie dimensies geclusterd.
Dimensie Domein

Binnen deze dimensie worden de volgende succesfactoren ondergebracht:

- Vaststelling initieel domein

- Afbakening Leeragenda


Dimensie Gemeenschap

Binnen deze dimensie worden de volgende succesfactoren ondergebracht:

- cohesie/ centraal bindend element

- expliciteren van instrumenten concurrentie/reputatie aspecten binnen een gemeenschap

- organiseren

- ict-faciliteren


Dimensie Praktijk

- uitwisseling met de praktijk



2. Meerwaarde/rendement/opbrengst in vergelijking met andere vormen van faciliteren

Een andere onderzoeksvraag is wat de meerwaarde/het rendement van de workshop is in relatie tot andere vormen van facilitering door het Ruud de Moorcentrum, zoals bijvoorbeeld het seminar van 7 december of 1-op-1 advies vanuit RdMC. De verwachting is dat het in een community werken aan 'moderatieproblemen' effectiever is dan 1-op-1 advies en/of een seminar. Daarbij komt ook aan de orde of men via de online workshop inderdaad zelf ervaren heeft hoe een community (kan) functioneren. En wat naar aanleiding van eigen ervaringen (met eigen communities) en deze online workshop de belangrijkste struikelstenen en belangrijkste ontwikkelrichtingen zijn  (in kader van hun eigen rol). Wenst men van de online workshop een meer continue activiteit maken? Of heeft men meer behoefte aan een moderatoren CoP met ondersteunende bibliotheek met regelmatig actvierende werkvormen zoals deze online workshop?


3. Methode
Aan het eind van de workshop wordt een vragenlijst in Sharepoint (de omgeving van de workshop) aangeboden. De omvang van de vragenlijst bedraagt maximaal 40 vragen. De tijdsbelasting moet zo minimaal mogelijk zijn voor de deelnemers.
Daarnaast wordt, na toestemming van de deelnemers, de online workshop ook geobeserveerd aan de hand van een observatieprotocol. Er wordt vanuit twee invalshoeken geobserveerd:

  1. kwantitatief, de participatiegraad.

  2. kwalitatief, het proces.

De observatie heeft vooral als doel de evaluator een impressie te geven van het verloop van de workshop, om zo de resultaten van de vragenlijst beter te kunnen interpreteren.



Met de resultaten van de vragenlijst en de observatie wordt strikt vertouwelijk omgegaan. De verstrekte gegevens zullen uitsluitend voor evaluatie en verbetering van de workshop worden gebruikt. Bij een rapportage over de uitkomsten van deze evaluatie wordt er voor gezorgd, dat de verstrekte gegevens niet meer tot de persoon herleidbaar zullen worden weergegeven.


Algemeen evaluatieplan CoP’s Nieuwe Leraren



Patricia Poelmans

Versie oktober 2005

Volgens het plan van aanpak 20061 is het projectdoel van het project CoP Nieuwe Leraren het ontwikkelen en faciliteren van diverse Communities of Practice voor zij-instromers en beginnende leraren in het basis-, voortgezet en beroepsonderwijs (bve-sector). Hiertoe worden verschillende types CoP’s ontwikkeld:


  • Overkoepelende CoP omgevingen voor alle zij-instromers en beginnende docenten (open CoP’s per sector)

  • Maatwerk CoP’s

  • RdMC-interne CoP’s

Volgens het plan van aanpak begint elke CoP-pilot met een analyse document (positioneringsnotitie) waarin o.a. wordt vastgelegd wie de betrokken partijen zijn, wie waar verantwoordelijk voor is, de doelstellingen die partijen willen bereiken. Vervolgens wordt een uitvoeringsplan (inclusief evaluatieopzet) opgesteld, de CoP-omgeving ontworpen en gerealiseerd en een CoP zelf geïnitieerd. Tenslotte wordt afgesloten met een evaluatie en een consolidatie van ervaringen en ingezette tools. De positioneringsnotitie van een pilot vormt de belangrijkste input voor het evaluatieplan.


Om de evaluaties van pilots beheersbaar en uitvoerbaar te houden wordt in dit evaluatieplan een algemeen stramien beschreven voor de evaluatie van de CoP’s Nieuwe Leraren. De bedoeling is tot een generieke opzet te komen voor de evaluatie van Cop’s Nieuwe Leraren die door het Ruud de Moorcentrum van de Open Universiteit Nederland worden opgezet en/of gefaciliteerd. De bedoeling is dat de verschillende pilots CoP Nieuwe Leraren zo veel mogelijk op dezelfde manier en methodiek geëvalueerd worden. Daarnaast bestaat de mogelijkheid dat iedere pilot specifieke evaluatievragen formuleert die in de mate van het mogelijke worden meegenomen.
Voor dit evaluatieplan wordt in de eerste plaats aangesloten bij de notitie “Evaluatie van usabilty van RdMC pilots: een kader” 2. In deze notitie wordt een generieke evaluatievragenlijst voor RdMC pilots beschreven. De bedoeling van de vragenlijst is gebruikerservaringen binnen RdMC pilots te inventariseren. Als kader voor deze inventarisatie is het concept usability gekozen. Usability is de mate waarin een product door bepaalde gebruikers in een bepaalde gebruikersomgeving kan worden gebruikt om bepaalde doelen effectief, efficiënt en naar tevredenheid te bereiken (ISO 9241-11). Vragen over effectiviteit, efficiency en tevredenheid worden bij de evaluatie van CoP pilots meegenomen zoals beschreven in de eerder genoemde notitie.
Deze vragen naar usability worden aangevuld met specifieke vragen voor de evaluatie van CoP pilots die beschreven zijn in de positioneringsnotities van de pilots. De positioneringsnotitie Community of Practice - Primair onderwijs, maart 2005, van Hanneke Potters is de enige beschikbare positioneringsnotitie bij het schrijven van dit algemeen evaluatieplan.In de positioneringsnotitie wordt ingegaan op wat een CoP eigenlijk is en hoe dit ingevuld kan worden voor de pilot Community of Practice Primair onderwijs. Ook de doelstellingen van de pilot, waaruit drie vraagstellingen worden gedestilleerd worden beschreven. De doelstellingen van de pilots CoP Nieuwe Leraren is, volgens de positioneringsnotitie, antwoord te krijgen op de volgende vragen:

  1. Kunnen we daadwerkelijk de succesfactoren vormgeven van de CoP?

  2. Ervaren de CoP-deelnemers meerwaarde (de veronderstelde voordelen) bij participatie van CoP?

  3. Is de CoP ook interessant als instrument voor (opleidings)scholen en lerarenopleidingen?

We gaan er in dit evaluatieplan vanuit dat de vragen naar succesfactoren en meerwaarde (vraag 1 en 2) gelden voor alle CoP pilots. Dit plan beschrijft hoe de evaluatievragen naar succesfactoren en meerwaardes worden beantwoord. Daarnaast wordt ook aangegeven hoe usabilty gebruikerservaringen worden geïnventariseerd.
1. Methode van dataverzameling
Voor beantwoording van de evaluatievragen naar succesfactoren en meerwaarde worden data verzameld over de CoP en haar deelnemers. De doelgroep van de community zijn docenten met weinig beschikbare tijd. Dit kan al een rol spelen bij de deelname aan de community. Voor de evaluatie heeft dit ook als gevolg dat de gevraagde evaluatieactiviteiten voor de deelnemers zo weinig mogelijk tijd vragen. Data worden als volgt verzameld:


  1. De community deelnemers krijgen tussentijds en na afloop van de pilot een vragenlijst voorgelegd:

In Sharepoint is er een enquête mogelijkheid waarvan gebruik kan worden gemaakt. In bijlage 1 zijn twee voorbeeldvragenlijsten opgenomen. De bedoeling is dat deze in Sharepoint worden aangemaakt.


  1. Daarnaast wordt de CoP ook geobserveerd aan de hand van een observatieprotocol. Er kan vanuit twee invalshoeken geobserveerd worden:

    1. kwantitatief, wie neemt hoe vaak deel?, de participatiegraad

    2. kwalitatief, wat is de aard van de reacties die gepost worden?

Kwantitatief: de participatiegraad

Omdat de pilots aantallen deelnemers betreft die nog te overzien zijn wordt de aantallen reacties per deelnemer nog handmatig geturfd. Dit proces kan in de toekomst eventueel geautomatiseerd worden.

Niet alle deelnemers zullen even veel deelnemen aan de CoP. Er is een indeling te maken met concentrische cirkels (bron: http://procop.du.nl) , waarbij de meest actieve deelnemers in de kern zitten. Daaromheen vind je de andere CoP-leden. De CoP wordt gevormd door deze twee groepen. Vervolgens kent de CoP gasten. Dit zijn mensen die minimaal een sessie (virtueel of fysiek) bijwonen. Een CoP kent ook toeschouwers, de potentials t.a.v. het versterken van de CoP.

Ten aanzien van hoe men aan de CoP deelneemt, zijn een aantal gradaties aan te geven:



  • Oriëntatie

  • Lurken/proeven

  • Meedenken/discussiëren

  • Leveren van een unieke bijdrage

  • Voortgang trekken

De participatie kan aan de hand van de onderstaande figuur beschreven worden.


Figuur 1: Participatie CoP



Kwalitatief

Daarnaast kunnen de bijdragen aan de hand van hun inhoud gecategoriseerd worden.

In de CoP is in het forum reeds een vorm van categorisering aangebracht. Deelnemers kunnen hun bijdrage plaatsen onder: nieuwe leerkracht, groep, school of omgeving. (zie figuur 2). Deze indeling is gebaseerd op het competentieschema van de Stichting Beroepskwaliteit Leraren (SBL). Het observatieprotocol is aan de hand van deze indeling opgezet.

Figuur 2: Indeling CoP forum


Daarnaast kunnen de bijdragen nog verder gecategoriseerd worden. Er zijn verschillende criteria, indelingen hierbij mogelijk. Literatuurverkenning levert de volgende op:


Wenger (2002)

van den Berg & Koertshuis (2005)

Lockhorst (2004)

Domein

Conceptueel

Content related

Gemeenschap

Interpersoonlijk

Social

Praktijk










Procedureel

Regulative

Wenger (2002) onderscheidt drie belangrijke dimensies aan een CoP:



  • Domein: waar het over gaat

  • Gemeenschap: wederzijdse betrokkenheid

  • Praktijk: gedeelde handelingsrepertoire

Van den Berg en Koertshuis (2005) onderscheiden 3 verschillende niveaus voor de categorisering van

de communicatie binnen CSCL:


  • Communicatie op conceptueel niveau, waarbij een appèl gedaan wordt op cognitieve leeractiviteiten van de lerenden

  • Communicatie op procedureel niveau, waarbij een appèl gedaan wordt op de taakuitvoering van de lerenden

  • Communicatie op interpersoonlijk niveau waarbij een appèl gedaan wordt op de affectieve leeractiviteiten van de lerenden

Lockhorst (2004) maakt voor de aard van de communicatie binnen een CSCL omgeving onderscheid

tussen:


  • Content related: inhoudsgebonden zaken

  • Regulative: regulatieve aspecten

  • Social: sociale aspecten

Deze categorieseringen overlappen elkaar. We kiezen uiteindelijk, omdat ook de succesfactoren volgens de indeling van Wenger zijn gecategoriseerd, voor de volgende criteria:



  • Domein

  • Gemeenschap

  • Praktijk

Maar we voegen er de categorie Procedureel aan toe. We weten van de evaluatie van een pilot met VO docenten (Poelmans, 2005) dat ook gecommuniceerd wordt over zaken die met de organisatie van de CoP te maken hebben. Deze communicatie geven we het label procedureel.
Het hierboven beschreven observatieprotocol is in een Excel sheet (zie bijlage 2) vastgelegd. Eerst wordt ingevoerd wie een bijdrage heeft geleverd onder de juiste forum rubriek. Vervolgens wordt de bijdrage gecategoriseerd als domein, praktijk, gemeenschap of procedureel. Een opmerking bij dit observatieprotocol is dat de kwalitatieve benadering redelijk arbeidsintensief is. Het valt te overwegen om slechts gedurende bepaalde periodes de inhouden te categoriseren, bijvoorbeeld bij de opstart van de CoP, na 2 maanden, etc.
3. Vraag 1: Kunnen we daadwerkelijk de succesfactoren vormgeven van een CoP?
Voor het succes van een CoP is het van belang om aandacht te besteden aan drie dimensies die te onderscheiden zijn aan een CoP, namelijk

  • Domein,

  • Gemeenschap en

  • Praktijk (Wenger).

De succesfactoren worden rond deze drie dimensies geclusterd.
Dimensie Domein

Binnen deze dimensie worden de volgende succesfactoren ondergebracht:

- Vaststelling initieel domein

- Afbakening Leeragenda


Dimensie Gemeenschap

Binnen deze dimensie worden de volgende succesfactoren ondergebracht:

- cohesie/ centraal bindend element

- expliciteren van instrumenten concurrentie/reputatie aspecten binnen een gemeenschap

- organiseren

- ict-faciliteren


Dimensie Praktijk

- uitwisseling met de praktijk


Via een vragenlijst (zie bijlage 1) zal bij de docenten hun beleving van deze succesfactoren geïnventariseerd worden. In deze vragenlijst komen ook vragen naar usabilty, voorzover die door de vragen over succesfactoren nog niet zijn gesteld. Daarnaast wordt via observatie (zie bijlage 2) van het forum nagegaan of genoemde succesfactoren vast te stellen zijn.


4. Vraag 2: Ervaren de CoP-deelnemers meerwaarde (de veronderstelde voordelen) bij participatie van CoP?
Er worden een achttal meerwaardes/voordelen verondersteld bij participatie aan een CoP, namelijk:

  1. Erkenning en waardering krijgen van elkaar ( zie dimensie 2: gemeenschap)

  2. De deelnemer leert dingen die rechtstreeks ten goede komen aan zijn of haar lespraktijk ( zie ook bij dimensie 3: de praktijk)

  3. Deelnemers kunnen verschillende motieven hebben om mee te doen, maar ze moeten elkaar wel kunnen aanvullen of helpen (complementair).

  4. De zij-instromer kan door het virtueel ontmoeten van lotgenoten, zich minder eenzaam voelen en hierdoor steun ervaren.

  5. De zij-instromer kan op ieder moment van de dag ( weekenden) uitwisselen of dringende vragen stellen met betrekking tot zijn/haar beroepspraktijk. Plaats en tijdsonafhankelijkheid. Wanneer de begeleiders van de pabo of school niet beschikbaar zijn, is deze mogelijkheid een goede aanvulling

  6. De zij-instromer kan zijn kennis en ervaring verbreden naar ander type scholen. Beperking van lokaalgebondenheid is hiermee ondervangen-> zorgt voor een verbreding op kijk op de beroepspraktijk. Een vergelijking met bijvoorbeeld een jenaplanschool en een traditionele school is gemakkelijker.

  7. De zij-instromer bouwt een netwerk van contacten op binnen het beroepenveld.

  8. De zij-instromer kan ‘gevoelige zaken’, die schoolgebonden zijn makkelijker bespreekbaar maken, mits natuurlijk de privacy wordt gerespecteerd.

Via de tweede schriftelijke vragenlijst (zie bijlage 1) wordt vastgesteld of de deelnemers deze veronderstelde meerwaardes ook ervaren. In deze tweede vragenlijst komen naast vragen over meerwaarde ook vragen over succesfactoren en usability aan bod.





Literatuur




Beijering, J. e.a. Eindrapport Virtueel kenniscentrum en expertisenetwerken: opbouw en verspreiding van expertise. Utrecht, Stichting Digitale Universiteit, 2002. Digitale Universiteit, http://www.digiuni.nl


Berg, van den, E. & Koertshuis, E. (2005). Communicatie binnen CSCL. Paper gepresenteerd op de Onderwijsresearch dagen 2005 te Gent.
Blunt, R. How to build an E-learning Community? een artikel verschenen op e-learningplaza.nl

http://www.e-learningplaza.nl/ELP2/artikelen/show_art2.asp?nr=216
Bood, R. P. en Coenders, M.J.J.; Communities of Practice: bronnen van inspiratie. Utrecht: Lemma, 2004
Brand, S., How Buildings Learn: What Happens After The’re Built. New York:

Penguin Books, 1994


Coenders, M.J.J. en Bood, R.P.:Ritme in het ontwerpen van Communities of Practice. TH& MA nummer 2004,2
Hezemans,O.M.G.en Ritzen, M.M.J; Communities of Practice: Wat doen we ermee? Artikel t.b.v. TH&MA nummer 2004,2
De Jong, Y., Lam, I. & Admiraal W. (2005). Evaluatie van elektronische leeromgevingen (ELO’s) in de lerarenopleiding: een ontwerp van een instrument om de aansturing van het leerproces in ELO’s te evalueren. Paper voor de Onderwijs Research dagen 2005 te Gent.
Koschmann, T. Suthers, D. & Tak-Wai, C. (2005). Computer Supported Collaborative Learning. 2005: the next 10 years! Proceedings on the International Conference on Computer Supported Collaborative Learning. Taipei, May 30 - June 4, 2005.

Lockhorst, D. (2004). Design principles for a CSCL environment in teacher training. Utrecht: IVLOS. http://elearning.surf.nl/docs/e-learning/proefschrift_lockhorst.pdf


Mittendorff, K. (2004). Collectief leren in communnities of practice. Wageningen: Stoas. http://www.stoas.nl/upload_Onderwijs/workingpapers/XQ027.pdf
Peck, M.S., The Different Drum: Community Making and Peace. New York: Touchstone, 1998,1987.
Poelmans, P. (2005). Community of practice ‘Nieuwe leraren’ Evaluatie pilot met VO docenten. Heerlen, OUNL, Ruud de Moorcentrum.
Potters, J.M.C., CD-rom Community of Practice ‘Nieuwe leraren’ Resultaten van Pilot 1. Heerlen, Open Universiteit Nederland 2004.
Potters, J.M.C. (2005). Positionerningsnotitie Community of Practice Primair Onderwijs. CoP-PO.Heerlen: OUNL, Ruud de Moorcentrum.
Stichting Beroepskwaliteit Leraren (SBL) www.lerarenweb.nl
Stichting Digitale Universiteit. Communities of practice in het Hoger Onderwijs. http://procop.du.nl
Wenger, E., R. McDermott en W. Snyder, Cultivating Communities of Practice: A Guide to Managing Knowledge. Boston: Harvard Business School Press, 2002

Bijlage 1: Vragenlijsten



Vragenlijst 13




  1. Waren de doelstellingen van de CoP voldoende duidelijk bij aanvang van de CoP?

Ja

Nee


Gedeeltelijk
Gelieve uw antwoord op vraag 1 toe te lichten.



  1. Is het duidelijk op welke vragen u een antwoord krijgt binnen de CoP en op welke vragen niet?

Ja

Nee


Gedeeltelijk
Gelieve uw antwoord op vraag 2 toe te lichten



  1. Als aftrap voor de CoP is er een startbijeenkomst georganiseerd. Heeft u deelgenomen aan de startbijeenkomst?

Ja

Nee
Gelieve uw antwoord op vraag 3 toe te lichten





  1. Wat vond u goed aan de startbijeenkomst?



  1. Wat vond u minder goed aan de startbijeenkomst?



  1. Heeft de startbijeenkomst voldoende duidelijk gemaakt wat de bedoeling is van de CoP?

Ja

Nee


Gedeeltelijk
Gelieve uw antwoord op vraag 6 toe te lichten



  1. Vindt u een startbijeenkomst noodzakelijk?

Ja

Nee
Gelieve uw antwoord op vraag 7 toe te lichten





  1. Heeft u het gevoel dat u de andere CoP deelnemers kunt vertrouwen?

Ja

Nee


Gedeeltelijk
Gelieve uw antwoord op vraag 8 toe te lichten



  1. Heeft u het gevoel erbij te horen en keert u graag terug naar de CoP?

Ja

Nee


Gedeeltelijk
Gelieve uw antwoord op vraag 9 toe te lichten



  1. Wat verwacht u van een moderator in een CoP?



  1. Hebben de moderatoren van de CoP aan uw verwachtingen voldaan?

Ja

Nee


Gedeeltelijk



  1. Wat verwacht u van de andere community deelnemers?



  1. Hebben de andere CoP deelnemers aan uw verwachtingen voldaan?

Ja

Nee


Gedeeltelijk



  1. Wat verwacht u van de ICT-omgeving van een CoP?



  1. Heeft de ICT-omgeving van de CoP aan uw verwachtingen voldaan?

Ja

Nee


Gedeeltelijk



  1. Kunt u eenvoudig en goed vinden wat u zoekt?

Ja

Nee


Gedeeltelijk
Gelieve uw antwoord op vraag 16 toe te lichten



  1. Is duidelijk hoe u de CoP moet gebruiken?

Ja

Nee


Gedeeltelijk
Gelieve uw antwoord op vraag 17 toe te lichten



  1. Is de handleiding duidelijk?

Ja

Nee


Gedeeltelijk
Gelieve uw antwoord op vraag 18 toe te lichten



  1. Staat er voldoende actuele informatie op de centrale webpagina van de CoP?

Ja

Nee


Gedeeltelijk
Gelieve uw antwoord op vraag 19 toe te lichten



  1. Gaat de CoP in op gemeenschappelijk ervaren problemen van de praktijk?

Ja

Nee


Gedeeltelijk
Gelieve uw antwoord op vraag 20 toe te lichten



  1. Zijn de antwoorden die u krijgt direct toepasbaar?

Ja

Nee


Gedeeltelijk
Gelieve uw antwoord op vraag 21 toe te lichten.



  1. Zou u de CoP aan andere docenten aanraden?

Ja

Nee
Gelieve uw antwoord op vraag 22 toe te lichten





  1. Wanneer u nog opmerkingen en/of suggesties ter verbetering van het functioneren van de CoP heeft, kunt u die hieronder kwijt.




Vragenlijst 24



  1. Waren de doelstellingen van de CoP voldoende duidelijk bij aanvang van de CoP?

Ja

Nee


Gedeeltelijk
Gelieve uw antwoord op vraag 1 toe te lichten.



  1. Is het duidelijk op welke vragen u een antwoord krijgt binnen de CoP en op welke vragen niet?

Ja

Nee


Gedeeltelijk
Gelieve uw antwoord op vraag 2 toe te lichten



  1. Als aftrap voor de CoP is er een startbijeenkomst georganiseerd. Heeft u deelgenomen aan de startbijeenkomst?

Ja

Nee


Gelieve uw antwoord op vraag 3 toe te lichten



  1. Wat vond u goed aan de startbijeenkomst?



  1. Wat vond u minder goed aan de startbijeenkomst?



  1. Heeft de startbijeenkomst voldoende duidelijk gemaakt wat de bedoeling is van de CoP?

Ja

Nee


Gedeeltelijk
Gelieve uw antwoord op vraag 6 toe te lichten



  1. Vindt u een startbijeenkomst noodzakelijk?

Ja

Nee
Gelieve uw antwoord op vraag 7 toe te lichten





  1. Heeft u het gevoel dat u de andere CoP deelnemers kunt vertrouwen?

Ja

Nee


Gedeeltelijk
Gelieve uw antwoord op vraag 8 toe te lichten


  1. Heeft u het gevoel erbij te horen en keert u graag terug naar de CoP?

Ja

Nee


Gedeeltelijk
Gelieve uw antwoord op vraag 9 toe te lichten



  1. Wat verwacht u van een moderator in een CoP?



  1. Hebben de moderatoren van de CoP aan uw verwachtingen voldaan?

Ja

Nee


Gedeeltelijk



  1. Wat verwacht u van de andere community deelnemers?



  1. Hebben de andere CoP deelnemers aan uw verwachtingen voldaan?

Ja

Nee


Gedeeltelijk



  1. Wat verwacht u van de ICT-omgeving van een CoP?



  1. Heeft de ICT-omgeving van de CoP aan uw verwachtingen voldaan?

Ja

Nee


Gedeeltelijk



  1. Kunt u eenvoudig en goed vinden wat u zoekt?

Ja

Nee


Gedeeltelijk
Gelieve uw antwoord op vraag 16 toe te lichten



  1. Is duidelijk hoe u de CoP moet gebruiken?

Ja

Nee


Gedeeltelijk
Gelieve uw antwoord op vraag 17 toe te lichten



  1. Is de handleiding duidelijk?

Ja

Nee


Gedeeltelijk
Gelieve uw antwoord op vraag 18 toe te lichten


  1. Staat er voldoende actuele informatie op de centrale webpagina van de CoP?

Ja

Nee


Gedeeltelijk
Gelieve uw antwoord op vraag 19 toe te lichten



  1. Gaat de CoP in op gemeenschappelijk ervaren problemen van de praktijk?

Ja

Nee


Gedeeltelijk
Gelieve uw antwoord op vraag 20 toe te lichten



  1. Zijn de antwoorden die u krijgt direct toepasbaar?

Ja

Nee


Gedeeltelijk
Gelieve uw antwoord op vraag 21 toe te lichten.



  1. Zou u de CoP aan andere docenten aanraden?

Ja

Nee
Gelieve uw antwoord op vraag 22 toe te lichten





  1. Door participatie aan de CoP krijgt u erkenning en waardering van andere CoP deelnemers.

Mee eens

Gedeeltelijk mee eens

Mee oneens
Gelieve uw antwoord op vraag 23 toe te lichten.



  1. Door participatie aan de CoP leert de deelnemer dingen die rechtsreeks ten goede komen aan zijn of haar lespraktijk.

Mee eens

Gedeeltelijk mee eens

Mee oneens
Gelieve uw antwoord op vraag 24 toe te lichten.



  1. Deelnemers kunnen verschillende motieven hebben om mee te doen, maar ze moeten elkaar wel kunnen aanvullen of helpen.

Mee eens

Gedeeltelijk mee eens

Mee oneens
Gelieve uw antwoord op vraag 25 toe te lichten.


  1. Door participatie aan de CoP ontmoet ik virtueel lotgenoten, waardoor ik me minder eenzaam voel en hierdoor steun ervaar.

Mee eens

Gedeeltelijk mee eens

Mee oneens
Gelieve uw antwoord op vraag 26 toe te lichten.



  1. Op ieder moment van de dag (weekenden) kan ik ervaringen uitwisselen of dringende vragen stellen met betrekking tot mijn beroepspraktijk. Wanneer de begeleiders van de lerarenopleiding of school niet beschikbaar zijn, is deze mogelijkheid een goede aanvulling.

Mee eens

Gedeeltelijk mee eens

Mee oneens
Gelieve uw antwoord op vraag 27 toe te lichten.



  1. Door deelname kan ik mijn kennis en ervaring verbreden naar andere type scholen. Dit zorgt voor een verbreding van mijn kijk op de beroepspraktijk

Mee eens

Gedeeltelijk mee eens

Mee oneens
Gelieve uw antwoord op vraag 28 toe te lichten.

29. Door deelname aan de CoP bouw ik een netwerk van contacten op binnen het beroepenveld.

Mee eens

Gedeeltelijk mee eens

Mee oneens
Gelieve uw antwoord op vraag 29 toe te lichten.



  1. Ik kan 'gevoelige zaken' die schoolsgebonden zijn makkelijker bespreekbaar maken, mits natuurlijk de privacy wordt gerespecteerd.

Mee eens

Gedeeltelijk mee eens

Mee oneens

Gelieve uw antwoord op vraag 29 toe te lichten.





  1. Wanneer u nog opmerkingen en/of suggesties ter verbetering van het functioneren van de CoP heeft, kunt u die hieronder kwijt.



Bijlage 2: Observatieprotocol





Wie?

Categorisering










Nieuwe Leerkracht







onderwerp x

persoon a

domein




persoon b

domein










Groep







onderwerp y

























School







onderwerp z

























Omgeving







onderwerp w









1 Community of Practice (CoP) InCoPpertje: “Wees niet CoPschuw maar leer van je collega’s” Plan van aanpak 2006. Darco Jannsen.

2 Evaluatie van usability van RdMC pilots: een kader.

3 Deze vragenlijst zal in Sharepoint worden aangemaakt.

4 Deze vragenlijst zal in Sharepont worden aangemaakt.







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina