Examenvragen bedrijfsorganisatie



Dovnload 35.14 Kb.
Datum07.10.2016
Grootte35.14 Kb.

EXAMENVRAGEN BEDRIJFSORGANISATIE

1)Leg uit : Wat zijn de samenstellende elementen van een bedrijfsorganisatie?

Het geheel van menselijke activiteiten om via aanwending van zekere middelen een beoogd doel te bereiken, op de meest efficiënte en effectieve manier.


  • menselijke activiteiten => management

  • middelen => productiefactoren zoals kapitaal, natuur, arbeid

  • efficiënt => met zo weinig mogelijk input zoveel mogelijk output

2) Wat is organiseren en pas dit toe op een voorbeeld (jeugdbeweging of sportclub) ?

Sportclub

- leden voor jaar => gratis gebruik van sauna

- exchange met andere buitenlandse sportclubs

- …
3) Een onderneming werkt in een open systeem dat beïnvloed wordt door verschillende omgevingsfactoren ? Geef een viertal omgevingsfactoren.



  • klanten, concurrenten, leveranciers

  • Overheid => wetgeving

=> fiscaliteit

  • Lobby’s => werken in bedrijven om de wetgeving te regelen met de overheid in voordeel van bedrijf

  • Actiegroepen => gaia, greenpeace

  • Vestigingsplaats (vb. Amylum)

4) Binnen de onderneming in haar totaliteit bestaat er één corporate strategy die te maken heeft met de uitbouw en de groei van de onderneming. Kies zelf een mogelijke groeistrategie uit en leg uit aan de hand van een voorbeeld.

VERTICALE AANPASSINGEN OP BEDRIJFSKOLOM

=>integratie

Samenvoegen van opeenvolgende fasen in de bedrjfskolom

Vb. Winkelketens die zelf hun broodbakkerijen gaan opzetten. Ze zien hoeveel brood er gevraagd wordt en passen aan de hand van de dagelijkse vraag hun aanbod aan

HORIZONTALE AANPASSING

=>Parallellisatie = diversificatie

Het bijeenbrengen in 1 onderneming van producten die zich in verschillende bedrijfskolommen maar in dezelfde bewerkingsfase bevinden.

Vb. dameszaak die ook handtassen en schoenen in assortiment opneemt


6)Welke basisvoorwaarden moeten vervuld zijn om tot een gezonde segmentatie te komen ?

- segmenten moeten meetbaar zijn => onderling voldoende van

elkaar verschillen om ze te kunnen herkenen en te meten

- segmenten moeten bereikbaar zijn via gerichte

promotiecampagnes en op doelgroep afgestemde

distributiekanalen

- Segmenten moeten groot genoeg zijn en over voldoende

koopkracht beschikken om als doelgroep interessant te zijn


7) Geef de voor-en nadelen van een lage-kosten-strategie t.o.v. een differentiatiestrategie

NIET GEZIEN

8)Leg volgende begrippen uit en geef telkens ook een voorbeeld :

marktpenetratie / marktexpansie / productexpansie / diversificatie / bedrijfskolom / Integratie / voorwaartse integratie / achterwaartse integratie / specialisatie / parallellisatie



marktpenetratie => toepassen door vergroten marktaandeel (klanten van concurrenten afsnoepen <= goedkoper, betere kwaliteit, gadgets… op korte termijn, op lange termijn iets meer geven dan de anderen => competitief voordeel)

Gebruik van producten stimuleren => frequentiestrategie

=>gebruiksfrequentie

Opvoeren


=> hoeveelheidsstrategie

Nadeel: blijft zich vastbijten in eenzelfde situatie


Marktexpansie => zoeken naar nieuwe afzetmogelijkheden

=> product op buitenlandse markt verkopen

=> vb restaurant met afhaaldienst


Productexpansie => vernieuwd product vb. cola light lemon


  • nieuwe eigenschappen, smaken,

generatieproducten

Diversificatie => zoekt groei in ontwikkelen van nieuwe producten,

die op nieuwe markten verkocht worden



Bedrijfskolom => geeft de goederenstroom aan voor een

bepaald product. Het is een schematische weergave van de keten van bedrijven die zorgen voor de doorstroming van goederen en/of diensten van oerproducent naar consument.



Integratie => samenvoegen van opeenvolgende fasen in

bedrijfskolom

- vb winkelketen die hun eigen brood per winkel bakt

Voorwaartse integratie: de volgende consument in de bedrijfskolom

opkopen

Vb. GB opgekocht door Carrefour



Achterwaartse Integratie
Specialisatie=> de werkzaamheden binnen een onderneming

beperken zich tot 1 product of 1 productgroep vb.

kledingzaak alleen vrouwenkledij
Parallellisatie= diversificatie: het bijeenbrengen in 1 onderneming

van producten die zich in verschillende bedrijfskolommen maar in dezelfde bewerkingsfasen

bevinden vb dameszaak die ook handtassen en schoenen gaat verkopen.
9) Vijf krachten bepalen de competitie binnen een industrietak. Bespreek de kopersanalyse en de leveranciersanalyse, meer bepaald de macht van de kopersgroep en de leveranciers.

NIET GEZIEN


10)Bespreek de verschillende fasen van de productlevenscyclus en geef ook telkens een voorbeeld.

INTRODUCTIEFASE



  • primaire vraagstimulering: reclame maken voor product in minder mate voor merk.

  • Weinig concurrenten

  • Hoge prijs

  • Omzetcurve = vlak

  • Marktniche= marktsegment

  • Beperkt aantal modellen

  • Is mogelijk dat productcyclus hier stopt bij floppen van product

  • Mogelijke productwijzigingen

  • HDD-recorder

  • afroomprijsstrategie toepassen

    • beste van de markt afromen. De mensen die het nieuwste willen en die er een hoge prijs wil voor betalen

      • -early adopters

      • - early majority

      • -late majority

GROEIFASE



  • omzet groeit

  • nieuwe en grotere doelgroepen

  • marktniche vergroot

  • schaalvoordelen =>ideale kostverdeling over de producten

  • merk wordt heel belangrijk

  • veel concurrentie

  • aantal modellen stijgt

  • relatief hoge prijzen

  • veel reclame

  • vb.gsm

VOLWASSENHEIDSFASE

- markt=verzadigd

- concurrentie=groot

- ondernemingen zoeken nieuwe markten/afzetkanalen

- zoeken naar groeisegmenten => productvernieuwingen

- prijsverlagingen mogelijk

- aantal aanbieders gestabiliseerd

- lange fase

- vb. wasmachines

AFTAKELINGSFASE

- andere behoeften

- nieuwe producten die beter voldoen aan nieuwe behoeften

- vb. cassettespele


11)Geef kort het verschil tussen deze begrippen i.v.m. de financiële analyse : liquiditeit, rentabiliteit,solvabiliteit

LIQUIDITEIT: De vergelijking van inkomsten en uitgaven.

Een onderneming is liquide als ze erin slaagt haar korte

termijn betalingsverplichtingen te voldoen.

Hoe groter de coeff. Hoe groter veiligheidsmarge die

de ond. Heeft.

RENTABILITEIT: De vergelijking van investering die een o

onderneming doet en het resultaat dat ze daarmee

behaalt.

SOLVABILITEIT: nagaan in welke mate een ond. Schulden heeft

aangegaan en in hoeverre ze in staat is om de intresten

en aflossingen te betalen.


12)Geef het verschil tussen efficiëntie en effectiviteit

efficiënt: met zo weinig mogelijk input (productiefactoren) zoveel

mogelijk output

 input/output vb. ratio arbeidsproductiviteit

effectief: evolutie van de output t.o.v. de evolutie van de output van

de concurrentie

vb. ratio van de relatieve groei


13)Oefening op financiële analyse

14)Wat betekent cash-flow ?

Een belangrijk deel van totale liquiditeitsstroom van een onderneming in een bepaalde periode. Het geeft weer hoeveel financiële middelen uit de werking van de onderneming werden voortgebracht tijdens een bepaalde periode.

= kasopbrengsten – kaskosten

Geeft een beeld van de zelffinancieringsmogelijkheden: hoe meer

middelen een ond. Kan voortbrengen hoe beter.


15)Hoe kan men toegevoegde waarde omschrijven ? (cijfermatig)

Niet gezien


16) De BCG(Boston consulting group) heeft onderzoek gedaan naar de portfolio (product-mix) die mogelijk is binnen een bedrijf. In deze groei-marktaandeel –matrix vinden we vier mogelijke gebieden waartoe een product kan behoren. Geef de benaming van deze vier gebieden en leg kort uit.

STER - grote behoefte aan cash



    • snelgroeiende markt

    • zware concurrentie

    • hoge winstmarges

MELKKOE = CASHCOW



HOND


    • stagnerende markt

    • winstmarges heel klein

    • cash-opslorpers

    • product ombouwen of weggooien

PROBLEEMKIND



    • klein marktaandeel

    • snelgroeiende markt

    • kleine winstmarges

    • veel nood aan cash

    • op korte termijn tekort aan cash

    • het kan niets worden, maar het is niet zeker dat het flopt.




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina