Executive Summary Refineries samenvatting



Dovnload 94.53 Kb.
Datum24.08.2016
Grootte94.53 Kb.

Executive Summary – Refineries


SAMENVATTING
Het BREF (referentiedocument voor de beste beschikbare technieken) over aardolie- en gasraffinaderijen is de schriftelijke neerslag van een informatie-uitwisseling in overeenstemming met artikel 16, lid 2 van Richtlijn 96/61/EG van de Raad. Deze samenvatting – die gelezen moet worden in samenhang met de in het voorwoord van het BREF opgenomen toelichting op de doelstellingen, het gebruik en de juridische termen– beschrijft de belangrijkste bevindingen, de voornaamste BBT-conclusies en de bijbehorende emissieniveaus . Deze samenvatting kan worden gelezen en opgevat als zelfstandig document, maar is als zodanig geen volledige weergave van de complexiteit van de volledige BREF-tekst. Zij is daarom niet bedoeld als vervanging voor de volledige BREF-tekst als instrument bij de BBT-besluitvorming. Ruim 40 mensen hebben rechtstreeks deelgenomen aan deze informatie-uitwisseling. Oliemaatschappijen zijn gewoonlijk internationale bedrijven, waardoor er ook mensen van buiten de EU bij het proces betrokken zijn geweest.
Toepassingsgebied

Het toepassingsgebied van dit BREF voor de aardolie- en gasraffinaderijen is gebaseerd op paragraaf 1.2 van Bijlage I van de IPPC-richtlijn 96/61/EG, waar ook haar titel van is afgeleid. In dit document komen zowel de aardolie-industrie als de aardgasfabrieken aan de orde. Andere aanverwante activiteiten, zoals de exploratie, de productie, het transport of de marketing van producten, zijn er niet in opgenomen. Dit document heeft betrekking op alle soorten aardolieraffinaderijen, ongeacht hun capaciteit, en alle soorten verwerkingsactiviteiten die daar gewoonlijk plaatsvinden. Bepaalde activiteiten die in raffinaderijen aangetroffen (kunnen) worden, komen hier niet aan de orde, omdat zij in andere BREF’s aan de orde komen (bijvoorbeeld de productie van lage olefinen en oplosmiddelen, en elektriciteitsopwekking met behulp van aardgas). Andere activiteiten worden niet volledig in dit document beschreven omdat zij deels aan de orde komen in andere BREF’s (bijvoorbeeld koeling, opslag, afvalwater- en rookgasbehandeling). Bij de uitvoering van IPPC-vergunningen voor een specifieke locatie dienen derhalve ook andere BREF’s in overweging genomen te worden. Bodemsanering is niet in dit BREF opgenomen omdat dat geen techniek is voor de preventie of bestrijding van verontreiniging.


De Europese raffinage-industrie

De aardolie- en gasraffinage-industrie is een belangrijke en strategische industrie. Alleen al de aardolieraffinaderijen leveren 42% van de energiebehoeften van de EU, en 95% van de brandstof benodigd voor transport. Er zijn ongeveer honderd aardolieraffinaderijen geïdentificeerd in de EU, Zwitserland en Noorwegen, die samen ongeveer 700 miljoen ton per jaar verwerken. De installaties zijn geografisch goed over Europa verspreid, en over het algemeen gelegen aan de kust. Uit schattingen blijkt dat de aardolieraffinaderijsector 55.000 directe werknemers telt, en ongeveer 35.000 indirecte. Er zijn vier aardgasfabrieken op land.


Raffinageprocessen en de belangrijkste milieuaspecten

Het document voorziet in een geactualiseerd beeld van de technische en milieusituatie van de twee industriële sectoren. Het bevat een korte technische beschrijving van de belangrijkste activiteiten en processen die in de sectoren worden aangetroffen, aangevuld met de huidige emissie- en verbruikscijfers van Europese installaties.


Raffinage-installaties zijn gewoonlijk groot en volledig geïntegreerd. Raffinaderijen zijn industriële locaties die enorme hoeveelheden grondstoffen en producten hanteren, en daarnaast zijn het intensieve verbruikers van energie en water. Bij hun opslag- en raffinageprocessen ontstaan er emissies naar de lucht, het water en de bodem, zo zeer dat milieubeheer een belangrijke factor voor de raffinaderijen is geworden. De aard en de hoeveelheid van de raffinaderijemissies naar het milieu zijn over het algemeen bekend. Kool-, stikstof- en zwaveloxiden, stof (voornamelijk afkomstig van verbrandingsprocessen) en vluchtige organische koolstofverbindingen zijn de belangrijkste luchtvervuilers in beide sectoren. Er wordt in een raffinaderij intensief gebruik gemaakt van water, als proceswater en voor koeling. Daardoor wordt het water verontreinigd met olieproducten. De belangrijkste verontreinigende stoffen voor het water zijn koolwaterstoffen, zwavelverbindingen, ammoniak en enkele metalen. Vergeleken met de enorme hoeveelheden grondstoffen die zij verwerken, produceren raffinaderijen geen wezenlijke hoeveelheden afval. Het door raffinaderijen geproduceerd afval bestaat momenteel voornamelijk uit bezinksels, niet-specifiek raffinaderijafval (huishoudelijk afval, sloopafval, enz.) en afgewerkte chemicaliën (bijvoorbeeld zuren, amines en katalysatoren).
De uitstoot in de lucht is de belangrijkste verontreiniging door aardolieraffinaderijen en, in veel mindere mate, aardgasfabrieken (d.w.z. het aantal lozingspunten, uitgestoten tonnen, aantal ontwikkelde BBT’s). Voor elke miljoen ton verwerkte ruwe olie (Europese raffinaderijen variëren van 0,5 tot ruim 20 miljoen ton), stoten raffinaderijen 20 000 tot 820 000 ton kooldioxide uit, 60 tot 700 ton stikstofoxiden, 10 tot 3000 ton stof, 30 tot 6000 ton zwaveloxiden en 50 tot 6000 ton vluchtige organische chemicaliën. Zij produceren per miljoen ton geraffineerde ruwe olie 0,1 tot 5 miljoen ton afvalwater en 10 tot 2000 ton vast afval. Deze grote verschillen in emissie van de Europese raffinaderijen zijn deels te verklaren door de verschillen in integratie en de soort raffinaderij (bijvoorbeeld eenvoudig versus complex). De belangrijkste verschillen houden echter verband met verschillende milieuwetgevingsstelsels in Europa. De belangrijkste emissie in de lucht door aardgasfabrieken bestaat uit CO2, NOx, SOx, en VOS. Water en afval zijn hier gewoonlijk minder belangrijk dan bij aardolieraffinaderijen.
Gezien de vorderingen die raffinaderijen hebben geboekt bij het verminderen van zwavelemissies naar de lucht, is de aandacht inmiddels verschoven naar VOS (met inbegrip van stank), stof( deeltjesgrootte en samenstelling) en NOx, een verschuiving die ook meer algemeen in het milieudebat heeft plaatsgevonden. Wanneer het debat over kooldioxide-emissies aan kracht wint, zal dat ook sterk van invloed zijn op de raffinaderijen. De technieken voor afvalwaterbehandeling in raffinaderijen zijn volwassen technieken, en de nadruk is nu verlegd naar preventie en reductie. De reductie van het waterverbruik en/of van de concentratie van verontreinigende stoffen in het water kan gevolgen hebben voor de uiteindelijke emissie van verontreinigende stoffen.
Technieken die in overweging genomen moeten worden bij het vaststellen van BBT

Er zijn bijna 600 technieken in overweging genomen bij het vaststellen van BBT. Die technieken zijn geanalyseerd aan de hand van een consistente methode. Voor elke techniek wordt die analyse gerapporteerd, samen met een korte beschrijving, de milieuvoordelen, de cross-media-effecten, de operationele gegevens, de toepasbaarheid en de economische aspecten. In sommige gevallen is de drijfkracht voor implementatie onderzocht, en zijn verwijzingen opgenomen naar het aantal installaties waarin de techniek in kwestie wordt toegepast. De beschrijving van de technieken eindigt met een literatuurlijst ter ondersteuning van de gegevens in hoofdstuk 4. Die technieken zijn onderverdeeld in 25 paragrafen, zoals blijkt uit de volgende tabel.










Technieken toegepast op



Para­graaf


Activiteit/proces



productie en preventie

gassen en rook­gassen

afvalwater

vast

afval


TO­TAAL

2

Alkyleren

3

0

0

0

3

3

Basisolieproductie

14

4

2

1

21

4

Bitumenproductie

2

5

1

2

10

5

Katalytisch kraken

17

13

2

5

37

6

Katalytisch reformeren

3

3

0

0

6

7

Vercooksingsprocessen

9

19

8

3

39

8

Koelen

3

-

-

-

3

9

Ontzilting

13

0

4

1

18

10

Energiesysteem

56

22

2

0

80

11

Ethervorming

1

0

1

1

3

12

Gasscheidingsprocessen

3

2

0

0

5

13

Waterstofverbruikende processen

8

0

0

2

10

14

Waterstofproductie

6

0

0

0

6

15

Geïntegreerd raffinaderij­management

33

0

24

6

63

16

Isomerisatie

3

0

0

0

3

17

Aardgasfabrieken

0

12

5

3

20

18

Polymerisatie

1

0

0

2

3

19

Primaire destillatie-eenheden

3

2

3

3

11

20

Productbehandelingen

5

2

4

0

11

21

Opslag en handling van raffinagematerialen

21

19

2

12

54

22

Viscositeitsreductie

3

1

1

1

6

23

Rookgasbehandelingen

-

76

-

1

77

24

Afvalwaterbehandelingen

-

-

41

-

41

25

Afvalbeheer

-

-

-

58

58




TOTAAL

207

180

100

101

588

Zoals uit bovenstaande tabel blijkt, bestaat 35% van de technieken die zijn opgenomen in hoofdstuk 4 uit technieken die zijn gericht op productie en de preventie van verontreiniging, 31% bestaat uit gasbehandelingstechnieken en 17% bestaat uit technieken om waterverontreiniging te verminderen en afval te verminderen of bodemverontreiniging te voorkomen. Uit deze cijfers blijkt ook weer dat luchtemissies het belangrijkste milieuaspecten in de raffinaderijsector vormen.


Beste beschikbare technieken voor aardolie- en gasraffinaderijen

De conclusies ten aanzien van de beste beschikbare technieken voor beide sectoren samen, vormen het belangrijkste deel van dit document, en zijn opgenomen in hoofdstuk 5. Waar mogelijk zijn de bijbehorende emissie-, verbruiks- en rendementsniveaus opgenomen. Ook uit dit hoofdstuk over BBT blijkt weer dat luchtemissies het belangrijkste milieuthema voor raffinaderijen vormen. Er worden meer dan 200 BBT genoemd in hoofdstuk 5 , die betrekking hebben op alle milieuaspecten die zich voordoen in raffinaderijen. Vanwege de complexiteit van de sector, de verschillende gebruikte grondstoffen, het grote aantal cross-media-effecten en de verschillende milieu-inzichten, was het niet gemakkelijk een structuur voor hoofdstuk 5 op te zetten. In dit hoofdstuk zijn bijvoorbeeld geen prioriteiten vastgesteld voor de milieudoelen of de stappen om die te bereiken, vanwege de verschillen van mening binnen de TWG en de per locatie variërende mogelijkheden om dezelfde milieudoelstelling te verwezenlijken.


In dit deel van de samenvatting worden de meest relevante milieukwesties belicht, alsmede de belangrijkste conclusies uit hoofdstuk 5. Tijdens de bespreking van de door de TWG uitgewisselde informatie zijn veel onderwerpen aangeroerd en besproken. In deze samenvatting worden er slechts enkele belicht.
BBT-benadering per eenheid versus algemene BBT-benadering

Bij de opstelling van het BREF vormde de kwestie van de procesintegratie binnen de raffinaderij-industrie als geheel, met name op basis van de stolpbenadering, versus een geïntegreerde multi-mediabenadering per afzonderlijke proceseenheid, dat wil zeggen een benadering per eenheid, een uiterst controversieel onderwerp, gezien het belang ervan voor de meeste conclusies ten aanzien van BBT in hoofdstuk 5. Een belangrijke conclusie is dat beide benaderingen gerespecteerd dienen te worden, omdat zij elk hun eigen verdiensten hebben bij de vergunningsprocedure en elkaar eerder aanvullen dan tegenwerken. Hoofdstuk 5 is daarom verdeeld in twee delen (algemene en proces-BBT). De BBT voor een bepaalde raffinaderij zijn dus een combinatie van niet-eenheidspecifieke elementen, dat wil zeggen die welke van toepassing zijn op raffinaderijen als geheel (algemene BBT), en eenheid-specifieke BBT die van toepassing zijn op een specifiek geval.


Implementatie van IPPC-vergunningen op basis van BBT

Omdat het onwaarschijnlijk is dat er in Europa geheel nieuwe raffinaderijen gebouwd zullen worden, is de toepassing van het BBT-concept het meest relevant voor de vergunningen voor nieuwe proceseenheden in bestaande raffinaderijen, of de actualisatie en vernieuwing van vergunningen voor bestaande faciliteiten. Implementatie van bepaalde BBT-gerelateerde concepten of technieken in die bestaande raffinaderijen kan heel moeilijk zijn. Dit houdt verband met de complexe aard van de raffinaderijsector, de diversiteit ervan, de hoge mate van procesintegratie, of de technische complexiteit daarvan.


Waar van toepassing binnen het BBT-hoofdstuk zijn emissie- of verbruiksniveaus die “gepaard gaan met de beste beschikbare technieken” opgenomen. BREF’s vormen geen wettelijk bindende norm; zij zijn bedoeld om informatie te verstrekken aan de bedrijfstak, lidstaten en het publiek over realiseerbare emissie- en verbruiksniveaus bij het gebruik van bepaalde technieken. Die niveaus zijn geen emissie- of verbruiksgrenswaarden, en dienen niet als zodanig te worden opgevat. De juiste grenswaarden voor specifieke gevallen moeten, rekening houdend met de doelstellingen van de IPPC-richtlijn en lokale overwegingen, worden vastgesteld.
Men was zich ervan bewust dat de implementatie van BBT in elke raffinaderij in elk geval moet worden aangepakt, en dat er meerdere technische oplossingen bestaan. Daarom zijn preventie- of bestrijdingstechnieken gegeven in de BBT als groep van mogelijkheden.
Onder de vele milieukwesties die in het BREF aan bod komen, zijn de vijf hieronder genoemde waarschijnlijk het meest van belang.

  • de energie-efficiëntie verbeteren

  • de stikstofoxide-emissies verminderen

  • de zwaveloxide-emissies verminderen

  • de emissies van vluchtige organische stoffen verminderen

  • de waterverontreiniging verminderen


BBT moeten energie-efficiëntie van raffinaderijen verbeteren

Tijdens de informatie-uitwisseling werd erkend dat een van de belangrijkste BBT voor de sector de verbetering van de energie-efficiëntie is, waarvan het grootste voordeel een vermindering van de emissie van alle luchtverontreinigende stoffen zou zijn. Er werden technieken in kaart gebracht om de energie-efficiëntie binnen raffinaderijen te verbeteren (~32) en er werden gegevens verschaft, maar met geen van de verschillende beschikbare methoden was het mogelijk te kwantificeren wat een raffinaderij energie-efficiënt maakt. Er werden alleen enkele bekendgemaakte cijfers over de Solomon-index voor tien Europese raffinaderijen opgenomen. In het BBT-hoofdstuk wordt erkend dat een verbetering van de energie-efficiëntie op twee fronten aangepakt moet worden: een verbetering van de energie-efficiëntie van de verschillende processen/activiteiten en een verbetering van de energie-integratie overal in de raffinaderij.


BBT dienen stikstofoxide-emissies te verminderen

NOx-emissies van raffinaderijen werden ook genoemd als een onderwerp dat vanuit twee perspectieven geanalyseerd zou moeten worden: dat van de raffinaderij als geheel, en dat van specifieke processen/activiteiten, met name het energiesysteem (ovens, boilers, gasturbines) en katalytische kraakregeneratoren, omdat dat de plaats is waar zij hoofdzakelijk geproduceerd worden. De TWG heeft daarom geprobeerd consensus te bereiken door gebruik te maken van zowel het stolpconcept, als een nauwkeurig onderzoek naar de individuele processen die NOx-emissies produceren. Het is de TWG niet gelukt een enkel bereik van emissies te noemen dat gepaard gaat met de toepassing van BBT binnen het stolpconcept. Door de TWG werden vijf verschillende bereiken of waarden gegeven voor de concentratiestolpbenadering (drie op basis van verschillende scenario’s bij het toepassen van BBT) en twee voor de belastingstolpbenadering (een op basis van het scenario van toepassing van BBT). Bij de BBT die verband houden met NOx-emissies (~17) worden meestal de daarmee gepaard gaande emissiewaarden vermeld .


BBT dienen zwaveloxide-emissies te verminderen

Het derde gebied dat naar voren is gebracht als een onderwerp dat vanuit deze twee perspectieven bekeken moet worden, wordt gevormd door de SOx-emissies, die gewoonlijk worden geproduceerd in het energiesysteem (uit brandstoffen die zwavelverbindingen bevatten), katalytische kraakregeneratoren, bitumenproductie, vercooksingsprocessen, aminebehandeling, zwavelterugwinningseenheden en fakkels. Een extra moeilijkheid hierbij is dat zwavel voorkomt in de door de raffinaderij gemaakte producten. Daarom is een zwavelbalans opgenomen als techniek die als deel van het milieubeheersysteem in overweging genomen kan worden. Als gevolg van dit alles heeft de TWG geprobeerd consensus te bereiken door het stolpconcept te gebruiken en de individuele processen te onderzoeken die SOx emissies produceren. Het is de TWG niet gelukt een enkel bereik van emissies te noemen dat gepaard gaat met de toepassing van BBT binnen het stolpconcept. Door de TWG werden vijf verschillende bereiken of waarden gegeven voor de concentratiestolpbenadering (twee op basis van verschillende scenario’s bij het toepassen van BBT) en twee voor de belastingstolpbenadering (een op basis van het scenario van toepassing van BBT). Bij de BBT die verband houden met SOx-emissies (~38) worden meestal de daarmee gepaard gaande emissiewaarden vermeld .


BBT dienen VOS-emissies te verminderen

VOS-emissies uit raffinaderijen zijn meer als totaal onderwerp dan als een proces/activiteit-onderwerp bekeken, omdat VOS-emissies in de sector afkomstig zijn van diffuse bronnen, waarvoor het emissiepunt niet is vastgesteld. Niettemin worden de processen/activiteiten met een hoog potentieel aan VOS-emissies in de specifieke BBT voor processen/activiteiten genoemd. Vanwege deze moeilijkheden om lozingspunten op te sporen, heeft de TWG geconcludeerd dat het kwantificeren van de VOS-emissies één belangrijke BBT is. Een van de methoden wordt in hoofdstuk 5 als voorbeeld genoemd. In dit geval wordt de implementatie van een LDAR1- of soortgelijk programma eveneens als zeer belangrijk beschouwd. Het is de TWG niet gelukt een bereik van emissies te noemen dat gepaard gaat met de toepassing van BBT, vooral door een gebrek aan informatie. Er zijn veel (~19) aan VOS-emissies gerelateerde BBT in kaart gebracht.


BBT dienen waterverontreiniging te verminderen

Zoals herhaaldelijk in het document aangegeven vormen emissies in de lucht de belangrijkste milieuaspecten binnen een raffinaderij. Omdat raffinaderijen echter grote verbruikers van water zijn, produceren zij ook grote hoeveelheden verontreinigd afvalwater. De (~37) aan water gerelateerde BBT zijn onder te verdelen in twee niveaus. Het ene betreft waterbeheer en afvalwaterbeheer in de raffinaderij als geheel, en het andere specifieke maatregelen om de verontreiniging of het waterverbruik terug te dringen. In dit geval zijn in hoofdstuk 5 maatstaven opgenomen voor het gebruik van zoet water en de hoeveelheid afvalwater, alsmede waterparameters voor het effluent van de afvalwaterbehandeling. Hoofdstuk 5 bevat veel (~21) BBT die gerelateerd zijn aan de mogelijkheid om afvalwater uit het ene proces te recyclen voor een ander.


Opkomende technieken

In dit korte hoofdstuk zijn technieken opgenomen die nog niet commercieel zijn toegepast en zich nog in de onderzoeks- of ontwikkelingsfase bevinden. Vanwege de gevolgen die zij kunnen hebben voor de raffinagesector, zijn zij echter hier opgenomen om de aandacht erop te vestigen bij een eventuele toekomstige herziening van het document.


Conclusies

De milieusituatie van Europese raffinaderijen varieert sterk in de Europese Gemeenschap, waardoor het uitgangspunt voor elk geval anders is. Ook zijn verschillende milieuopvattingen en –prioriteiten duidelijk aanwezig.



Consensusniveau

De raffinagesector is groot en complex, verspreid over alle lidstaten behalve Luxemburg. De omvang en complexiteit worden weerspiegeld in het aantal processen/activiteiten dat in het BREF aan de orde komt, en het aantal (ruim 200) BBT dat het bevat. Het feit dat er overeenstemming is bereikt over al deze ruim 200 BBT, op 27 na, is een teken van de brede betrokkenheid van TWG-leden bij de bereikte conclusies. Deze 27 afwijkende meningen kunnen worden samengevat en op de volgende drie manieren worden ingedeeld:







  • één heeft betrekking op de algemene inleiding bij hoofdstuk 5

  • elf hebben betrekking op de algemene BBT

  • vijftien hebben betrekking op specifieke BBT







  • negentien hebben betrekking op de cijfers in de bereiken die zijn gegeven in hoofdstuk 5. Zij vertegenwoordigen twee standpunten; het eerste is dat bestrijdingstechnieken bijna altijd toepasbaar zijn in alle gevallen en het tweede is dat bestrijdingstechnieken nauwelijks toepasbaar zijn.

  • vier hebben betrekking op de structuur van de delen van hoofdstuk 5 die betrekking hebben op SOx- en NOx-emissies, en vloeien voort uit de stolpbenadering

  • twee hebben betrekking op de wateremissietabel; één op de gemiddelde tijd in de concentratiekolom en de andere op hoe het metaalgehalte in de tabel moet worden uitgedrukt

  • één is gericht op de inleiding bij hoofdstuk 5 en heeft betrekking op de manier waarop de hoogste waarde van de bereiken in hoofdstuk 5 is gekozen

  • slechts één afwijkende mening heeft fundamenteel betrekking op een techniek; basisolieproductie







  • negen hebben betrekking op de wateremissietabel

  • acht hebben betrekking op SOx-emissies

  • acht hebben betrekking op NOx-emissies

  • twee hebben betrekking op stofemissies





Aanbevelingen voor toekomstig werk

Ter voorbereiding van toekomstige BREF-herzieningen dienen alle TWG-leden en belanghebbende partijen gegevens te blijven verzamelen over de huidige emissie- en verbruiksniveaus en over de prestaties van technieken die bij het vaststellen van BBT in overweging genomen moeten worden. Voor de herziening is het eveneens van belang meer gegevens over de haalbare emissie- en verbruiksniveaus te verzamelen, en het economisch rendement van alle geanalyseerde productieprocessen. Voorts is het van belang informatie te blijven vergaren over energie-efficiëntie. Naast deze algemene gebieden is voor sommige technieken in hoofdstuk 4 de informatie nog niet volledig. Andere aanvullende gegevens die in het document ontbreken betreffen de eigenschappen van stof, lawaai en stank. Voorts wordt erkend dat andere organisaties, zoals leveranciers van technologieën, de vorm en validatie van de gegevens binnen het document kunnen verbeteren.


Aanbevelingen voor toekomstig O&O-werk

In de vorige alinea worden veel gebieden genoemd die bij toekomstig werk aandacht verdienen. Veel van het toekomstige werk heeft betrekking op het verzamelen van informatie die bij het herzien van dit BREF kan worden gebruikt. Voorstellen voor toekomstig O&O-werk zijn gericht op technieken die in dit BREF zijn genoemd, maar te duur zijn of nog niet gebruikt kunnen worden in de sector.




1Leak detection and repair: lekdetectie en herstel.







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina