Existentiële vragen bij grens-ervaringen levensbeschouwingen = samenhangende antwoorden



Dovnload 161.16 Kb.
Datum25.08.2016
Grootte161.16 Kb.
Religie


  1. Inleiding

  • existentiële vragen bij grens-ervaringen

  • levensbeschouwingen = samenhangende antwoorden

    • religieus

    • a-religieus

    • ongelovig

  • nood aan zingeving

    • vroeger: Christelijke levensbeschouwing

    • postmoderne samenleving: veelheid overtuigingen en levensvisies

    • ontgrenzing: geen duidelijke grenzen  verlies houvast : verlammend

  • grenzen

    • lijden: douleur-muraille (Desmet)

    • dood : laatste grens

  • opzet cs:

    • kwesties ivm lijden en dood

    • christelijk zinaanbod

    • kennis eigen cultuur: confrontatie christ geloofstraditie




  1. Hoofdstuk 1: Lijdende mensen

 lijdensvraag

Lijden :


  • Gn oplosbaar probleem

  • Mysterie

  • Tastend op zoek gaan nr verheldering en zin




    1. Pijn en lijden

PIJN LIJDEN:

  • > dan fysieke pijn

  • Emotionele, familiale en spirituele

  • Verbonden met mens-zijn  getuige waardigheid mens

    •  dr hogere graad bewustzijn

    •  dr diepere waarden

    •  dr zinvragen

LIJDEN:

  • Mysterie

  • Verbonden met verlangend wezen

PIJN:

  • Oplosbaar (?) – controleerbaar

  • Prikkeling pijnR

  • Exact wat pijnlijder zegt dat het is




    1. Lijden heeft veel namen

 leed: heel persoonlijk, onuitsprekelijk


      1. Pleger en/of slachtoffer van het kwaad

  • Zichzelf

  • Anderen




  • Uit eindigheid, beperktheid bestaan = erfkwaad

 msl mengvorm: menselijke onwil en onmacht


      1. Fysiek, psychisch, sociaal, moreel en spiritueel

  • Fysiek lijden

  • Psychisch leed

  • Sociale lijden

    • Echt arm: vnl ook relationeel arm ANAWIM

      • Dorothee Sölle: ‘Lijden’: belangwekkende factore

  • Morele of ethische lijden

  • Spirituele lijden

    • Angst voor leegte en zinloosheid

 nt scheidbaar

P Tillich: Angsten



  • Angst voor het lot en de dood Romeinse tijd

  • Angst voor schuld en verwerping Late Middeleeuwen

  • Angst voor leefte en zinloosheid nu




    1. Verwerking zwaar lijden (E Kübler-Ross)

 Elizabeth Kübler-Ross: 1965  stervensgebeuren

  1. ontkenning

  2. ergernis en woede

  3. marchanderen

  4. depressief reageren

  5. aanvaarden

 BG Glaser

 AL Strauss

 E Lau

 Manu Keirse en Jan Peers: golvende ellips rond centrum aanvaarding



Acceptatie = creatief zoeken hoe je op elk moment zal afrekenen met problemen en

complicaties die zich stellen




      1. Ontkenning

Conflict tss verslagenheid en levensmoed

“rustpauze”

 roep om nabijheid


      1. Agressie, protest en woede

Tss ontgoocheling en waardering

Test op betrouwbaarheid

 patiënt bevestigen


      1. Marchanderen



      1. Verdriet: treuren en depressie

Permanent op de loer

Binnenlaten werkelijkheid  verlaten gevoel

 verdriet toelaten


      1. Aanvaarding

Nt = berusting

Uit handen geven ipv uit handen genomen w

 wenst afscheid te nemen


  1. Hoofdstuk 2: is er ruimte voor lijden in onze samenleving?

Postmoderne samenleving

 lijden bestreden

 Brantschen: is er voldoende ruimte en plaats voor dat lijden en de verwerking ervan?

 D Sölle: “Men moet zich afvragen wat er ve maatschappij zal terechtkomen, waarin bepaalde vormen van lijden moeiteloos w vermeden…, waarin rouwtijden knap kort zijn, waarin de gehandicapten en zieken snel uit het huis… zijn… . Een dergelijke blindheid is mogelijk in een maatschappij … waarin het vanzelfsprekend is dat men niet lijdt.”




    1. Kritische reflecties over gezondheid en ziekte in onze samenleving

GZ = topwaarde  artsen ‘priesters vd nieuwe magie’

 Plato en Aristoteles: GZ heid  relatief doel vd mens

 I Zola: medicalisering van het leven
Lijden en dood: haaks op prestatiegericht zelfontplooiingsideaal


    1. Lijden en menswaardigheid: elementen van scheiding in onze cultuur (M. Desmet)

M Desmet: boek ‘Is lijden mensonwaardig?’  arts


      1. Economisering en leven in hol-land




        1. Economisering ziekenhuis

GELD : economie  (af)god

Media  profeet


 economisering: rationalisering – liberalisering – schaalvergroting

 zorg ‘witte woede’


Nutsdenken  zinsverduistering


        1. Leven in hol-land: hors-heure

“hoeveel tijd?”

 meer kwanti-tijd dan kwali-tijd  hors-heur (horreur)

Ipv bonne-heur
 paliatieve zorg: tijd nemen, volgen eigen ritme van leven en sterven


      1. Visualisering en ont-luistering

Medische beeldvorming

IZ

Endoscopie



Kijkoperaties

Dossier bekijken

 ont-luistering


      1. Veel netwerken, weinig gemeenschap

Zieken: vaak eenzame helden

Gemeenschap: moet mog maken dat IK max comfort, privacy en vrijheid mijn leven kan leiden

  waar we samen toe behoren en iets wat ons draagt, zeker in het lijden

Families : beperkte draagkracht


Lijden waardig dragen kan nt z gemeenschap


  1. Hoofdstuk 3: zin-vragen vanuit lijdenservaringen

    1. Is lijden mens-onwaardig? (M. Desmet)

M Desmet: verbindingswegen tss lijden en menswaardigheid

      1. Probleemstelling: lijden en menswaardigheid: 2 gescheiden wegen?

“Dokter, vindt u dit nog menswaardig?”

 retorische vraag

Aftakeling ondanks S/ controle  verontwaardiging omgeving


        1. Ver-ont-waardiging

 onverdraaglijke devaluatie geliefde mens

= drijfkracht: intuïtie anders

lijden zal nt ophouden
Te veel lijden/te veel zullen lijden?


        1. In-vraag-stelling van het begrip menswaardigheid

Aftakelen of lijden = mensonwaardig?

 inflatie ‘menswaardigheid’

Louter lijdenseliminatie  minderwaardig leven

 Lijden door waarden

 plek geven


      1. Enkele verbindingswegen tussen lijden en menswaardigheid

        1. Een ervaring van diep-menselijke waardigheid in lijdenssituaties

Etty Hillesum: Ndl Jodin tijdens Duitse bezetting en jodenjacht

“men kan menswaardig leiden en mensonwaardig”


 ervaring vd poging te leven tot het einde toe

 lijden door weten van ‘meer’, ‘dieper’

 pijn lijden: pijnstillers EN lijdensversterkers

 complexiteit  complexiteit en diepte mens: ‘menswaardigheid’

 Daniel Sulmasy: “lijden deel vh mysterie vh menszijn” (arts)


        1. Waardering in blik en woord

Iemand in blik & woord waard-eren

 nederigheid – verwondering – bewondering over wat zieke verdraagt

 middelen van binnenuit

 wezen mens niet in zintuiglijke  zin-getuigen te midden vh verschikkelijke




        1. De weg van de gemeenschap of een goede omgeving

 houding vd omgeving is essentieel  behoefte gemeenschap

 lijden verandert in een gemeenschap: menselijke ruimte v vriendelijkheid en openheid


Palliatieve zorg: herontdekken wat gemeenschap kan betekenen

Respect


Luisterbereidheid

Gemeenschappelijke zaak

 gemeenschap rond lijdende


    1. Protest en aanvaarding

Lijden op zich NIET zinvol

 kan op menswaardige, ‘zinvolle’ manier gedragen w

 allereerst VERZET er blijft lijden

 realiteit lijden aanvvaarden


K Depoortere

 aanvaarding : nt = berusting of resignatie

Lijden zinloos: risico wanhoop of verlamming

 overgave houdt verzet gezond en menselijk


L Bakker

 woede en aanvaarding samen

 verzet en overgave elkaar gezond houden
A Vergote

 creatieve verzaking

Zonder gelatenheid: mens breekt in vruchteloze opstandigheid

of inkapseling in afzijdige ontmoediging




    1. Voorbij de schuldvraag

 beschuldigingen: allerlei schuldmechanismen  zichzelf of anderen

 zoeken soort reden, ‘zin’ of rechtvaardiging

 hardnekkige reflex

 geeft gn echte zin

 ervaring ernstig nemen

‘deculpabiliseren’




    1. Als niets meer vanzelfsprekend is

      1. Lijden stelt een aantal vanzelfsprekendheden in vraag

JH Van den Berg  wankelen vanzelfsprekendheden

K Depoortere



GEZOND

Medisch gezond



ZIEK

Medisch ziek



GENEZEN

Medisch genezen



Op het niveau vd totaalmenselijke beleving

Vanzelfsprekende verhoudingen

Conflictueuze belevingen

Groeiend naar nieuwe harmonie

Lichaam

Lichaam-intrument

Lichaam-hinder

Lichaam-partner

Dingwereld

Groot territorium

Klein territorium

Waarde vh alledaagse

Mensenwereld

Begrip

Organisatie rond ego



Onbegrip

Isolement



Begrip om onbegrip

Solidariteit



Eindigheid

Theoretische vraag

Weinig waaroms



Ervaring

Te veel waaroms



Kern-leven

Op weg naar aanvaarding






        1. Een andere verhouding tot het lichaam

Genezing  getekend door de confrontatie met lichamelijkheid: partner


        1. Een andere verhouding tot de wereld van de dingen

Ziek  inschrompeling territorium

Sommigen nooit overheen

Anderen nieuwe harmonie  volmenselijk verrijkt

Confrontatie met de ziekte kan alledaagse dingen verrassend nieuw maken




        1. Communicatiestoornissen in relaties met mensen

  • gedragsverandering

  • hulpeloosheid

  • afhankelijkheid




        1. Confrontatie met eigen eindigheid

Françoid Mauriac: “als de hakbijl in het bos vlakbij hoorbaar is”

 vragen over broosheid vh leven


Gezond: rustig besef relatieve onvervangbaarheid en uniciteit

Zieke: vervangbaarheid roept radicale eindigheid op – bedreiging v mijn identiteit


Religieuze vragen: dieper confilct onder gewijzigde verhouding tot lichaam, dingen, medemensen
Genezen : kans op meer volmenselijke harmonie


      1. Aandacht voor zinvragen

To cure EN to care  totaalmenselijke zorg voor lijdende mensen


    1. Zingeving bij lijden?

Wantrouwig tov zingeving waarbij lijden van mensen gebagatelliseerd w
Harold Kushner  Thornton Wilder “The bridge of San Luis Rey” (1927)

Thornton Wilder “The eigth day”: geweven tapijt nu slechts achterkant zichtbaar

Harold Kushner: is er wel een voorkant?
Dostojevski: “De gebroeders Karamazow”: protest tegen lijden als prijs voor hogere harmonie (Ivan)
Zinloos lijden KAN zin ontvangen dr manier waarop de betrokken ermee omgaan

Harold Kushner: “Nu mij dit is overkomen, wat ga ik eraan doen?”


Zingeving   receptieve zin-ontdekker, zin-ontvanger

Zin fundamenteel aangereikt, ‘van elders’


Religie kan steunend karakter bieden


    1. Waar blijft God?

      1. Waar blijft God bij lijden?

Ongelovig omwille v onnoemelijke menselijke leed  vraag naar Gods bestaan
Marnix Gijsen ‘Ik denk aan God’: vgl God met Ilse Koch (lampekap uit mensenhuid)

Auschwitz en vele wreedheden 20e eeuw

 god in vraag

André Glucksmann: “derde dood van god”

Peter Toole: “Waiting for Godot in Sarajevo”
Protest-atheïsme: revolte tg lijden en tg God

Albert Camus: “Le mythe de Sisyphe”: ‘Il n’y a qu’un problème philosophique : le suicide »

 Camus kiest permanente revolte tg zinloosheid, z beroep op god

 handelen zonder hopen

‘La Peste’: absurditeit leven

 Oran door pestepidemie afgezonderd

Père Paneloux: religieus goedpraten  protest en inzet

Dr Rieux : te midden van absurditeit vechten tg leed


Door godsgelovigen in vraag gesteld:

 machtig en liefdevol & goed: wrm zoveel leed?


Plaats God in onze cultuur  breed cultureel-maatschappelijk


      1. Vebreding van de vraag: afscheid van godsgeloof in onze cultuur

        1. Het woordje God: belast

 God is liefde (1Joh 4,16)

 benauwende of naïeve godsvoorstellingen

Opperwezen en regelaar in een crisis

 misbruik ‘god’


Martin Buber: proberen op te heffen boven beladen bijklanken


        1. Types hedendaags ongeloof

  • In vraag

  • Dood verklaard





  1. Leven alsof er geen God bestaat

 Godsverduistering

Martin Buber: Westerse maatschappij: god uit blikveld verdwenen


 ook goed stelling z god

 binnenwereldse bekommernissen

= ‘praktisch atheïsme’


  1. Deisme

 god vaag en onbepaald: redelijk en aanvaardbaar

  • 1e stoot

  • Goede belonen en kwade straffen

 komt nt tss in persoonlijke leven v alledag

= ontkrachting vh eigene vh christelijke godsgeloof

Uit Verlichting


  1. Ahteisme

= expliciet verloochenen bestaan God

 kritische vragen aan godsgelovigen: uitzuiveren geloof

 uit reactie

 zwaarwichtige motieven:



    • wetenschappelijke en technische redenen: god als gatenvuller

P Schmidt‘alleen een nutteloze God kan men beminnen owv Hemzelf’

Verschillende invalshkn: hoe ipv wrm



    • in naam vd menselijke vrijheid en waardigheid

      1. zelfstandigheid en autonomie als waarden

      2. K Marx: Godsgeloof betekent in hun ogen dat de mens vervreemd raakt van zijn eigen mogelijkheden

      3. Helende kritiek: authentiek christelijke godsgeloof: humaniserend en mensontplooiiend

    • Protest tegen manifeste onzin/lijden/kwaad in de wereld

      1. Georg Büchner: de rots vh atheïsme

      2. Teveel absurditeit

      3. Kort, precair, ongetwijfeld accidenteel leven



  1. Agnosticisme

 niet kunnen weten of god bestaat  nt over uitspreken

H Arts: “…de agnostische houding verwoordt met de Engelse uitdrukking I wonder”

negatieve agnost

 positieve agnost: zoekende

 echte godgelovige altijd ook ‘zoeker’
Veel tijdsgenoten veeleer agnostisch dan atheïstisch, mr veel racune’s tg Jerj


        1. Spirituele leegte een nieuwe religiositeit

  1. Leegte en reacties daarop

 vragen aan ongelovigen: mooier, beter?

Nietzsche: Duits filosoof “De vrolijke wetenschap”  dolende mensen


 leegte w opgevuld met andere ‘goden’ (namaakgoden/afgoden)

M Luther: ‘god’ : iets of iemand waaraan absolute waarde w gehecht

 vallen door de mand
 toename belangstelling religieuze: vanuit leegte-ervaring en ontgoocheling

 diepe spirituele leegte  spirituele zoektoch




  1. Religieus reveil

 hunkering naar heelheid

  • meervoudig bestaan: verlangen innerlijke éénwording

  • hunker naar verbondenheid met groter geheel

 ‘religiositeit’

 sporen nieuwe religieuze interesse

Christelijke godsdiest overkoepelende rol verloren

Nieuwe religieuze huisjes: grote aantrekkingskracht boven- en buitennatuurlijke

Redfield 1993 ‘De Celestijnse Belofte’  enorm populair onder New Age

9 thema’s in fictief verhaal te Peru



    1. word je bewust van het toeval/de omstandigheden in iemands leven of bestaan

    2. ervaar een hoog begrip voor de wereldgeschiedenis en menselijke ontwikkeling

    3. word je er bewust van dat alle levende wezens een enorm energieveld bezitten (aura)

    4. word je er bewust van dat sommige mensen andere mensen hun energie afnemen, waarmee een conflict wordt gecreëerd

    5. realiseer je dat dominantie en controle jou en anderen niet helpt

    6. word je er bewust van dat je een droom hebt en een bestemming om te vervullen

    7. word je er bewust van dat vele van je acties en gedachten begeleid worden

    8. realiseer je dat sommige mensen het antwoord hebben dat je zoekt

    9. het kunnen begrijpen dat de mensheid op reis is naar het kunnen leven in harmonie met elkaar en de natuur, en dat de wereld zich ontwikkelt in 1000j tot een paradijs

 New Age: Nieuwetijdsdenken

Soort religieuze mentaliteit ’70: stroming met verschillende vertakkingen

Holisme: zoeken naar eenheid en heelheid

Het ‘goddelijke’

 Kuitert: ‘ongeneeslijk religieus’

 niet per se heropleving ‘godsgeloof’

JB Metz: religievriendelijk atheïsme


        1. Bijbels-christelijk godsgeloof: crisis, eigenheid en kansen

  1. Crisis van het monotheisme in onze cultuur

 verwijderd van belijdend geloof in persoonlijke, liefdevolle God

  • cultuur gericht op het ‘zelf’  monotheïstische godsdienst ‘vreemd’: radicaal andere

    • transcendent heel anders

    • immanent in verbond

    • Islam: theo-centrisch : meest vreemd




  1. Eigenhied van bijbels-christelijk geloof: luisteren en vertrouwen

A Heschel: erkenning dat er een God is die mensen met interesse en liefde tegemoet komt

 geloof = antwoord op openbaring God



  • Bijbel

    • Herder, behoeder, barmhartige (Burggraeve: rachamim: rechem: de broze andere (ver)dragen tot hij geboren kan w)

  • Jezus Christus: Het woord is vlees geworden (Joh 1, 14)

  • Luisterhouding

  • Getuigenis-geloof : ‘geloof uit het gehoor’

    • Eigen keuze en vrije wil om erop in te gaan

    • In relatie treden met een persoonlijke God

    • Kwestie vertrouwen (geloog vertrouwen liefhebben: etymologisch verwant)




  1. Kansen

 verdieping, uitzuivering, hernieuwde keuze

 geloof gestalte als minderheidsgroep




  1. Hoofdstuk 4: Christelijke visie op God en het lijden

    1. Klassieke modellen

Waar is God als mensen lijden?

Klassieke: theodicee: god vrijpleiten van schuld




      1. God als rechtvaardige Rechter – met bijbels illustratie: de vrienden van Job

Lijden als straf voor zonde

 menselijke schuld: oeroude idee

 Job: OT Wijsheidsliteratuur


  • kaderverhaal: oorspronkelijk

    • satan wil Job’s oprechtheid en belangeloosheid testen

    • alles en iedereen kwijtl: gratuit trouw aan God

    • krijgt erna alles terug

  • gedicht: tss 2 en 42: worsteling Job = geloofscrisis

    • 4-27: Elifaz, Bildadn Sofar; God is rechtvaardig: boekhoudersvisie

    • Te midden van aanklacht: omkering stijl: smeking om redding

  • God verwerpt visie zelf

  • Einde: andere God: Ondoorgrondelijke – Grote Onbegrijpbare




      1. God als wijze pedagoog

Lijden toegelaten of gezonden  mens rijper, dieper en sterker

Wijsheid3,4-5

Weerstanden stimuleren vindingrijkheid en weerbaarheid


      1. Kritische bedenkingen

 reden voor lijden  vergroot lijden?

RECHTER


  1. Aantasting Gods goedheid  verbonden met oorsprong lijden

  2. onvoldoende recht onschuldig menselijk lijden

NT: Abba-Vader: vergevende goedheid

Jezus wijst lijden als straf voor zonder expliciet af (Joh 9,2-3: blindgeborene)

PEDAGOOG

 nt als algemene regel



  1. grens van ervaringen van absurd, onschuldig lijden

    1. Kushner

  2. groeien door een lijdenservaring is soms mogelijk: KAN heilzame, opvoedkundige waarde hebben SOMS




    1. Een nieuw antwoord: een (mee)lijdende God

God wil lijden niet, hij lijd mee

  • nadruk op goedheid

  • God wil lijden nt

  • AN Whitehead: ‘de lijdende metgezel die ons verstaat’

  • Elie Wesel: “De Nacht”: Waar is God? Hij hangt aan de galg.

  • Gods nabijheid

  • “mede-leven” : lijden hoort tot eindige, beperkte menselijke conditie

  • Jezus werkelijk geleden: solidariteit




    1. Een “antwoord” vanuit het Christusgebeuren

 nooit sluitende verklaring

      1. Die ons bij-staat

Kees Waaijman: Jawhe – Wezer, Bijstand

 Christenen knn toegroeien nr vertrouwen

 Israël: meest broze en breekbare mensen

 Jezus van Nazaret: God zelf aan het werk  zij die gebukt door het leven moesten

Gods toewending tot lijdende mensen

 Evangelische verhalen over de genezingen: Gods helende werkzaamheid (signaal)

Wonderen cfr Asclepiostempel Epidauros

Reputatie als Exorcist: strijd tegen lijden geassocieerd met demonen en

vernietigende krachten

Héle mens genezen: fysiek – sociaal – religieus

 zonde vergeving(Mc 2,17)

Nooit voor show of eigenbelang  psychosomatische mechanismen

 eigen lijden en dood op Golgota: geïdentificeerd met broze, gekwetste mens

Paul Claudel: ‘…om het lijden met zijn aanwezigheid te vullen’

Gods vergevingsgezindheid en solidariteit met wie lijdt

 mensen hier en nu vriendelijk en zorgzaam blijven omringen  Christelijke optiek




      1. Een weg door het lijden heen. God heeft het laatste woord

Jezus’leven mondt uit in Gods eeuwigheid

3e dag: opgewekt uit de dood = belofte dat dat lijden en dood nt laatste woord hebben

 onheil omgezet in heil  mensen van HOOP

Weg DOORHEEN lijden

R Michiels: God heeft Jezus nt behoed voor het lijden, mr in het lijden

 Pasen of pascha




      1. Maar God heeft ook het eerste woord

Schepper  1e woord: Vanwaar komt lijden en kwaad dan?

KWAAD


  • nt even oorspronkelijk als goede (verschil met dualisme)

  • uit liefde het andere in leven: zelfstandige schepping  kwade mogelijk

  • zonder vrijheid geen echte liefde

  • relatieve zelfstandigheid natuur

  • we kennen maar 1 wereld

 Augustinus: “Met al ons ongeluk, houden we toch vh leven”

Begrijpbaar dat niet iedereen dat beaamt




    1. Consequenties naar de beleving toe

Lijden  vormen levensvisie … ‘spiritualiteit’ – zin-beleving


      1. God blijven aanspreken

RELATIE TOT GOD

 vocatief is essentieel (Indo-Germaanse stam ‘God’)

 gebed (Psalmen: smeekbeden) Psalm 22 op kruis

 Ex3,7 hoort noodkreten volk

 overgave: zonder veel te verstaan, veel kunnen doorstaan

 ‘amen’: en toch zijt Gij betrouwbaar




      1. Naaste worden

Lijden van andere mensen = uitdaging in spoor v Jezus

Lc 6,36: Wees barmhartig zoals je Vader barmhartig is




  1. Hoofdstuk 5: verantwoordelijkheid voor de lijdende ander. Filosofische diepte-lezing van de parabel van de barmhartige Samaritaan

Lucas: arts  parabel van Jezus Lc 10, 25-37

‘Wie is mijn naaste?’  ‘Wie is de naaste geweest van de gewonde?’

R Burggraeve geïnspireerd door E Levinas (Joods filosoof)


    1. De mens voor zichzelf onderweg. Verantwoordelijkheid in de eerste persoon

Vertrekpunt  vanuit de ander

Het zeer ‘natuurlijk’ ik dat eerst aan zichzelf en de zin vh eigen bestaan denkt

Onderweg vanuit eigen bestaansontwerp

Leven = reis

Trial and error  verantwoordelijkheid in de 1e persoon

Bestaan = opdracht - baatzucht

vanuit en voor zichzelf


    1. De ander “onder-breekt” de mens onderweg

Reis onder-broken = binnen breken ‘andere’, ‘extra-ordinaire’, ‘buiten-gewone’

HETERONOMIE vd verschijning vd ander

= orde-verstoring

Bij toeval langskomen, ongepland

ALTERITEIT: radicale ‘vreemdheid’ - uitwendigheid


    1. Door het lijden van de ander “aangedaan”

 aangedaan: emotioneel geraakt – ondersteboven gegooid

 laat nt onverschillig: gedeneutraliseerd

 pijnlijk geraakt worden

 getroffen knn w: lichamelijk zijn  lijfelijk hart: gevoelig en kwetsbaar

Intermenselijke ethiek: ‘geraakt worden’: geen geest zonder lichaam
Blik afwenden

 nt met probleem inlaten


Openheid voor lijden

‘bekering’ die weerzin overwint




    1. Er gaat een ethisch appèl uit van de lijdende ander

Geraakt in de IMPERATIEF


      1. De ander in zijn kwetsbare naaktheid roept mij op

Alteriteit  ethische karakter wegens wezenlijke kwetsbaarheid en ellende

 breekt heteronoom mijn bestaan binnen

Lijden nr het kwaad toe uit het morele kwaad

 kwetsbare ‘naaktheid’  geappelleerd/geroepen worden




      1. Ethisch appèl: verboden te doden

Schokervaring: “mogelijkheid en tegelijk verbod om berooide links te laten liggen”

 iets niet mogen doen: nt veronachtzamen

Bekoord om te doden (om niet te zien): natuurlijke verleiding tot de moord

 verantwoordelijkheid in 1e persoon

 kwetsbaarheid en zwakheid ander

 ethische grondervaring: datgene wat kan, eigenlijk niet mag




      1. Opvordering, geen dwang

 opvordering: tegelijk eisende en smekende vraag

Gezag: ‘ontwapende autoriteit’: bevel zonder dwang

‘appel’: onvoorwaardelijk verplichtend karakter
Paradox naastenliefde als gebod:

Liefde  niet gedwongen, subjectieve voorkeur

Vriendschap  wederkerigheid

Naastenliefde  gn vorm van eros – objectieve gegevenheid vd ander

Uitwendige verschijning = gebod


      1. Verantwoordelijkheid in de tweede persoon

Verantwoordelijk in de 2e persoon

 volstrekte heteronomie

Ongevraagd

 verantwoordelijk gesteld door de verschijning vd ander: ‘door (vanuit) de ander’




    1. Positief of negatief antwoord op het ethisch appèl vd ander

      1. Uitgedaagd tot een grondkeuze

Lijdende mens ervaren als ethisch appel

 grote boog: ontwijken appel

 positief antwoord

 moeten kiezen voor het goede, kunnen kiezen voor het kwade


 ethische bevordering of verheffing vh ik

Inschakeling van mezelf: uitverkiezing

 niet-verwisselbaarheid of onvervangbaarheid  bevordert uniek-zijn

 ethische in vrijheid vh antwoord


 grondkeuze – fundamentele optie  bepalend voor grondhouding


      1. Goed of kwaad

Weigeren ja te zeggen = kwade stichten

 reële schuld: responsorische structuur


Ja zeggen  bestaan w zelf goed : goede stichten door onoorwaardelijk beschikbaar te stellen

(R Burggraeve)




    1. Barmhartigheid als positief antwoord

      1. De naaste is degene die barmhartigheid bewijst

Barmhartigheid

= positief opgenomen verantwoordelijkheid in 2e persoon

Bewogenheid de ander te ‘dragen’ en bij te staan  ethisch moederschap (tot hij geboren w)
Wie is mijn naaste  wie is de naaste geweest vd lijdende?

Object (Passief) Subject (Actief)

OT: naastencasuïstiek
Samaritaan: geminacht door Joden


      1. Een dynamiek van goedheid vol verlangen

Barmhartigheid: dynamiek van goedheid vol verlangen

 verlangen om mij in onbaatzuchtigheid te wijden aan het welzijn van de ander

 inwendig moeten

Onvoorwaardelijke en zuivere goedheid  verlangen zichzelf steeds in barmhartigheid te overtreffe

Verantwoordelijkheid opneem  groei verlangen en plicht steeds meer goedheid
Betrokkenheid: rijker en creatiever  overvloed en veroneindiging extravagantie liefde

 wets- of voorschriftenethiek

Gedragen door onverzadigbaar medelijden: volheid v toewijding en inzet

(Levinas)




      1. De ander in zijn lijden en sterven niet alleen laten

Hoogste vorm ‘barmhartigheid-vol-verlangen’  ander niet alleen laten in lijden en sterven

Pijn lijdend lichaam: dood kondigt zich aan  onthult kwetsbaarheid

Angst voor de dood: ‘kwaad in mijn vlees zelf’

genadeloos paroxisme vh sterven in volstrekte eenzaamheid en berooidheid


verwijlende en verzorgende nabijheid

Rabbijnse literatuur: ‘ware barmhartigheid’: iemand lief te hebben alsof hij dood was

= volstrekte asymmetrie of nt-wederkerigheid: volstrekte gratuïteit


      1. De “lijfelijke” of “economische” dimensie van barmhartigheid

Antwoord: aards en ecnonomisch

 gehele vermogen van kennen en kunnen = vruchten zelfontplooiing

 ethische herijking zelfontplooiing: met het oog op de ander

 werkelijke en aangepaste bijstand:

Verplicht mezelf zo goed mogelijk te ontplooiien  consecratie en heiliging van mezelf

 ‘hulp-verlening’: letterlijk nemen


Ware spiritualiteit: tss lichamelijke en wereldlijke wezens
Incarnatie = barmhartigheid als hulpverlening  nt mog zonder lichaam

 tastbaar en effectief werk van bijstand en hulpverlening




    1. Besluit: geen totaalverhaal

 geen suggesties om ‘slachtoffers’ te voorkomen

 niets over noodzakelijke structurele, sociaal-politieke uitbouw barmhartigheid en hulpverlening

 geen ‘finale oplossing’

Samaritaan bescheiden en partieel

Derden nodig: nederige barmhartigheid
C Duquoc: Franse theoloog ‘de spaarzaamheid van Jezus’
 open verhaal

 sterk verhaal

Vele facetten lichamelijkheid

Joh 1,14: Het woord is vlees geworden

Gods incarnatie: belichaming

Spiritualiteit: te maken met lijfelijke liefde




  1. Hoofdstuk 6: Spiritualiteit van de arts, enkele elementen ter reflectie

    1. Spiritualiteit van de arts: wat verstaan we daaronder?

Spiritualiteit: manier van leven die geworteld is in een kijk op het leven die een spirituele realiteit erkent

  • onpersoonlijk

  • persoonlijk (Christendom, Jodendom, Islam)  geloof

 bep levenswijze of levensstijl die aandacht heeft voor diepere, onzichtbare dimensies

In heel concrete realiteit

Zekere eenheid in leven
 Christelijke spiritualitiet: incarnatie
Artsenspiritualiteit  betrekking op gehele leven: werk uit roeping – persoonlijk reflecteren

 innerlijke vrijheid nastreven: in waarheid juiste keuze maken


Mat 25,40: al wat je één van deze minste broeders van mij hebt gedaan, heb je mij gedaan

 Gods glorie bewerken




    1. Aandacht en aanwezigheid

Aandachtig en kwaliteitsvol aanwezig zijn
 patiënt centraal

Bruno Cadoré (arts-ethicus) vanuit Levinas:

“De medische praktijk is gebaseerd op een beweging van iemand die lijdt en die zich in volle

vertrouwen tot een ander richt, met een appel op zijn vermogen tot zorg voor hem”

 behandel als persoon: luister-houding  existentiële geladenheid – waarden pt
Desmet: in de ervaring vd pt treden  inleving of empathie
 discrete arts: discernere = onderscheiden

Kiesheid, bescheidenheid, bedachtzaamheid

Nt opdringerig, toch betrokken – eenvoud en gemak

 Hauerwas: aandacht

“Dat aspect v ons moreel leven dat ons in staat stelt om de ander als een gelijke te beminnen

dankzij een nauwkeurig begrip van zijn of haar realiteit”




    1. Passiviteit, ook bij de arts

Viertal aspecten:

  • vertragen inbouwen

  • passiviteit als authentiek ‘mede-lijden’

  • gewonde heler

  • passiviteit als ontvangen




      1. Vertraging inbouwen: pas si vite!

 patiënt volgen

Lijdende als voorganger/voor-ligger

Stilstaan om verder te knn gaan

“Wat zal ik horen?”

 over kronkelwegen vd verwerking (E Kübler-Ross)


      1. Passiviteit als authentiek ”mede-lijden”

= ‘zijn met’ de lijdende ander : solidaire betrokkenheid

 erkent afstand en onderscheid




      1. Gewonde heler

Onderscheid lijden arts en lijden pt

 aanvaarden en plaats geven

 feilbaarheid

Goede arts erkent eigen grenzen en feilbaarheid

 Asclepios: staf en slang: gekwetste heler


      1. Passiviteit als ontvangen

Geven EN ontvangen

 gave vd pt aan de arts



  • verwordering over draagkracht pt

  • innerlijke kracht lijdende mensen

  • initimiteit & innige ontmoeting

  • sereniteit & humor




  1. Hoofdstuk 7: leven na de dood

    1. Deemstering van de dood en van het hiernamaalsgeloof in onze westerse samenleving

Deemstering dood & hiernamaalsgeloof

Moeite met dood

 gecamoufleerd

 vervagings- en verduisteringsproces

 prestatiegerichtheid en vervaging godsgeloof en verdenkingen tov hiernamaalsgeloof

 troostfct hiernamaalsgeloof teruggelopen  ingaan tg empirische evidentie aftakeling

Agnosticisme: over leven na de dood weten we niets


    1. En toch rijzen er verlangens en vermoedens omtrent leven over de dood heen

Heimwee nr leven na de dood

Gn “bewijzen” – wel diepmenselijke verlangens:



  1. Dynamiek nr leven over de dood heen vanuit de liefde (Gabriël Marcel)

    1. Intentionaliteit menselijke handelswijze

  2. perspectief kan oprijzen vanuit het morele leven

    1. inzet voor gerechtigheid  hoop inzet nt tevergeefs

    2. Kant

  3. gedreven door verlangen naar oneindigheid

    1. vele beelden en symbolen van onsterfelijkheid

    2. verschillende modaliteiten onsterfelijkheid

      1. socio-biologische modus

      2. creatieve modus

      3. continuïteit in de natuur

      4. religieuze modus: minder kwetsbaar




    1. Dood en hiernamaals in de religies

C. Cornille: godsdienswetenschappelijke benadering:

“Het gegeven vd dood of de menselijke eindigheid speelt een rol in alle uitingen vd cultuur, mr is de religie die zich bij uitstek heeft bekommerd om de dood.”




      1. De dood als oorsprong van de religie

Dood als oorsprong religie  v begin gesch vergelijkende studie godsd
 Epicurus (340-270)

Religie: ziekte waaraan mensen leden uit angst voor hiernamaals

 Euhemerus (330-260)

Oorsprong in verering belangrijke figuren

 David Hume (1755)

Natural History of Religion: religie uit angst voor dood en ongeluk

 Darwinisme (einde 19e eeuw)

Primitieve volkeren : overblijfselen oudste mensheid

 weerspiegeling oorspronkelijke cultuur & religie

 Herbert Spencer (1820-1903)

Oorsprong religie in verering afgestorven voorouders  belangrijkste voorouder


      1. De symboliek van dood en hiernamaals in de religies

Bedenking Prof Steen

Hij herkent dat dit kan meespelen in ontstaan religie.

Hij is niet akkoord want reductionistisch


  1. geen rekening met transcendente realiteit

    1. je wordt aangegrepen ipv volledig uit mens

    2. god is geen uitvinding

  2. ook positieve factoren aan ontstaan religie

    1. ervaring van waarheid

    2. ervaring van schoonheid

    3. ervaring van goedheid




    1. Reïncarnatiegeloof

      1. Het fenomeen

 groeiend succes vh reïncarnatie geloof in Westen

  • geloof in ‘hiernogmaals’: verschillende keren terug op aarde  zichzelf volop ontplooiien

  • vlag verschillende ladingen

  • “iets in de mans dat op een of andere manier op deze aarde terugkomt”




      1. Oosterse versus moderne westerse visies

Vele stromingen

        1. Reïncarnatie in de oosterse tradities van hindoeïsme en boeddhisme

Indische tradities: Hindoeïsme & Boeddhisme

 ontkomen aan samsara (= bestendige kringloos van sterven en geboren w) (8e-6e v Chr)

= heil


  • vergankelijkheid alles = beginpunt

    • Boeddhisme: ‘alles is lijden’

    • Hindoeïsme: Veda  Upanishaden (geopenbaarde traditie):

‘wat is de zin van genot, wanneer hij die ervan geproefd heeft telkens opnieuw moet terugkeren?’

  • Bevrijding uit samsara

    • Hindoeïsme: moksha neg begrip bevrijding

    • Boeddhisme: Nirvana neg begrip uitdoving

  • Oorzaak lijden/samsara: Karma

    • Wet van oorzaak en gevolg  zowel goede als slechte daden houdt mens gevangen

    • Oorzaak handelingen = begeerte/passie/verlangen

    • Boeddhisme: 2e edele waarheid: begeerte – genot - gehechtheid

    • Hindoeïsme: Upanishads: verlangen

  • Onwetendheid (diepere oorzaak karma en samsara)

    • Bevrijding of uitblussing bereiken dr inzicht/kennis

      • ervaringskennis

    • Hindoeïsme: Atman (diepste zelf)

      • Diepste, eeuwige en onveranderlijke grond vd mens

      • Tegengesteld aan ego/kleine ik

      • Brahman: fundamentele principe vh universum

    • Boeddhisme: Anatman (niet-zelf)

      • Bevrijding uit dukha (rad van lijden)

      • Het ‘zelf’ is een illusie

      • Inzicht krijgen in niet-zelf – begeerte uitdoving  binnengaan in nirvana

      • Nirvana: uitdoving verlangens – ik/ego

    • Om tot inzicht te komen

      • Belang ascese, meditatie en moraliteit

      • Hindoeïsme: goeroe of spirituele meester

Oosten: Reïncarnatie als vloek

Westen: Reïncarnatie als kans tot vooruitgang


        1. Moderne westerse opvattingen

 moderne westerse denkers

  • Kant

  • Goethe

  • Schlegel

  • Schopenhauer

 Lessing (18e eeuw)

‘Die Erziehung des Menschengeslechts’

 nieuwe kennis en vermogens te verwerven  zo verder tot vervolmaking:

=kans nr vollere humaniteit en zelfrealisatie
 Allan Kardec (19e eeuw)

Spiritisme ‘Livre des esprits’


 HP Blavatsky

Theosofie = belangrijke bron hedendaags reïncarnatiegeloof



  • elementen Hindoeïsme

  • Westerse filosofie

  • Christendom

 opgaande beweging in opeenvolgende reïncarnaties: nooit achteruit

 nr goddelijke – middel tot zelfverwerkelijking

 staving obv parapsychologische ewijzen en spirituele ervaringen
 R Steiner (1861-1925)

Vaarwel aan theosofie  antroposofie

 nadruk op positieve ontwikkeling menselijke geest drheen opeenvolgende incarnaties

Tot geest volkomen


 New Age

  • N Am en Europa

  • Sinds enkele decennia

  • Reïncarnatie belangrijk: bepaalde individuele gestalte verloren  hogere zelf neemt nieuwe vorm aan

  • Spirituele prioritair op materiële

  • Holistische correctie verlichtingsdenken

VOORUITGANGSDIMENSIE


 H Zahrnt: wenteltrap tov rad


    1. Christelijk verrijzenisgeloof

Christenen: leven na de dood

 verrijzenis of opstanding: hele unieke persoon  nieuw leven bij God




      1. Motieven (2)

        1. Geloof in een scheppende, liefhebbende God

Martin Buber (Joods filosoof)

 geloof in IEMAND

Geloof hier en nu in scheppingsmacht en de genadevolle liefde van God


  • geloof in Gods almacht

  • overtuiging God is trouw en genadevol  vrome nt in dood laten verzinken

    • Martinus Nijhoff: werk van zijn handen nt zomaar laten varen

    • God neemt gegevene nt terug  maakt het nieuw

    • Fortmann: “een kind dat leeft onder de goede zorgen van zijn moeder, komt het ook niet op te vragen of zijn moeder nog wel voor hem zal zorgen”

 leven dat over de dood heen reikt = gave (nt = natuurlijk gebeuren)

Vervaging geloof in hiernamaals



  • Gereleerd aan vervagingsproces geloof in liefdevolle God




        1. Jezus’ opwekking uit de dood

= Fundament verrijzenisgeloof

1Kor 15: “Als wij verkondigen dat Christus uit de doden is opgestaan, hoe is het dan mogelijk dat sommigen onder u beweren dat er geen opstanding vd doden is?”

Christus als eersteling
Metafoor: ‘opwekking’ / ‘opstanding’

 Jezus Christus in een heel nieuwe bestaanswijze voorgoed bij God is thuisgekomen en dat Hij zo bij ons en in ons kan zijn

 op een nieuwe wijze aan hen heeft laten zien: veronderstelt zeker geloof
 gebaseerd op getuigen (nt op bewijzen)


  • nt interpreteren als zelfsuggestie of uitvinding

  • nt als puur subjectieve ervaring van ‘inzien’

enorme ontgoocheling  enthousiaste en begeesterde verkondiging


      1. Hoezo?

        1. “Stamelend spreken

 gn rationele bewijzen

 hopen op verrijzenisleven na de dood  hoop op voltooiing




        1. Hemel

 uiteindelijke, gelukkigmakende voltooiing vd mens in volle gemeenschap met God

Volheidservaring van geluk

 voorgoed thuiskomen bij God
Eeuwig LEVEN  definitief aan mensen gegeven


  • overstijgen vd tijd

    • Felix Timmermans ‘Hemel’

  • Augustinus: ‘genieten van God en van elkaar in God’

    • Beleving liefdesgemeenschap

  • Paulus: 1Tes 4,17: hemel is ‘samenzijn in de Heer’

 Personen (nt zielen)

Dankzij communicatie met anderen  tot voltooiing
Verrijzenis vh lichaam

We ‘zijn’ een lichaam: éénheid

Lichaam w ontdaan van vergankelijkheid
Voltooiing liefdescommunicatie

Hemel; interpersoonlijke liefdescommunicatie  diepe famiale verbondenheid




        1. Hel

Hel = weigering vd liefde

 definitief neen zeggen aan God eigen keuze

1 Tim 2,4: God wil dat alle mensen gered w

Schrift passage’s

 alarmeren en waarschuwen: oproep tot ommekeer
 vrije mogelijkheid vd mens in te gaan tg God
Hemel: aangenomen als feit

Hel: ?



      1. Enkele belangrijke verschilpunten met reïncarnatiegeloof (3)

  1. aardse geschiedenis eenmalig, uniek en onherhaalbaar

  2. dualistische mensvisie (geestelijke – verschillende lichamen)

geestelijk-lichamelijke: unieke eenheid: lichaam mee omgevormd & transfigureerd

  1. gave-aspect leven na de dood – onverdiend geschenk

zelfverlossing dr de mens – gn vergeving


  1. Ter uitleiding: de veerkracht van de hoop

Christenen zijn mensen van hoop

  • uiteindelijke overwinning van lijden, dood, kwaad

  • ultieme triomf liefde en leven

  • hoop op eeuwig leven

  • hoop op voltooiing mensengesch in Rijk Gods (vrede en gerechtigheid)

Nt enkel Christeren



  • J Moltmann: ontmoedigde maatschappij

    • Deuken in vooruitgangsdenken

    • Spiralen die mensenwereld gevangen houden

  • E Dickinson:hoop als creatieve kracht en impuls naar toekomst toe

  • Van Dale: “wensende verwachting dat iets goeds, dat nog onzeker is en in de toekomst lift, werkelijkheid zal worden”

Hoop als optie

 bepaalde levensvisie

 vorm van vertrouwen

 Gabriel Marcel: pas waargemaakt in de interpersoonlijke sfeer

 gegrond in vertrouwensrelatie: ik-jij-relatie


A. De Saint-Exupery: hoopvol verder stappen, omdat ze weten dat er iemand op hen wacht

 godsgelovigen: omdat Iemand op hen wacht







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina