Expressions clees pour se debrouiller



Dovnload 354.37 Kb.
Pagina3/5
Datum22.07.2016
Grootte354.37 Kb.
1   2   3   4   5

HANGEN – ETRE ACCROCHE




HERHALEN - répéter




Na de film – après le film
EEN MOOI BOEK

HET MOOI BOEK LIGT OP DE TAFEL
EEN MOOI BOEK un beau livre

MOOIE BOEKEN de beaux livres

HET MOOIE BOEK le beau livre

EEN MOOIE TRAM un beau tram



WORDEN devenir

Ik word achtien jaar oud – je deviens 18 ans
DAAR BUITEN là dehors

LOPEN courir, marcher


SLAAP KINDJE SLAAP

DAAR BUITEN LOOPT EEN SCHAAP

EEN SCHAAP MET WITTE VOETJES

DAT DRINKT ZIJN MELK

ZO ZOETJES… si doucement

De zoen – un bisou

De zoon – un fils

De zon – le soleil

De voet – le pied

IK DOE MIJN JAS UIT j’enlève mon veston

JE DOET JOUW JAS UIT tu enlèves ton veston

JE DOET JOUW JAS AAN tu mets ton veston

JE HANGT JOUW JAS AAN DE KAPSTOK

JE HANGT JOUW PET AAN DE KAPSTOK



PRONOMS



IK, MIJN, ME/MIJ

JIJ, JOUW, JE, JOU

ZE/HIJ,ZIJN/HAAR,HEM/HAAR/HET

WE, ONS, ONS

JULLIE, U, JULLIE

ZIJ, ONZE, HEN/ZE (être humains/choses)
Ecris moi – schrijve me

Ik geeft hem een

Ik geef haar bloemen

Hij geeft haar zoentjes


ONTMOETEN rencontrer

VERVANGEN remplacer

VERGETEN oublier

WETEN savoir

DENKEN penser
IK DENK HET – je le pense

IK WEET HET – je le sais

IK DENK HET – je le pense

IK WEET HET NIET – je ne le sais pas

IK DENK HET NIET – je ne le pense pas
ZE GEEFT JE EEN ZOENTJE elle te donne un bisou
ZE WACHTEN OP ONS on nous attend
IK LUISTER NAAR JULLIE je vous écoute
DENKEN AAN IEMAND penser à qu qn
DENKEN AAN IETS penser à qu ch

DENKEN AAN NIETS penser à rien
HOE ZEG JE DAT IN HET FRANS ? Comment dis tu ça en français?
VERPLICHTING devoir

REVISION ET EXERCISES
Ik sta op om zeven uur. Ik doe de gordijnen open.

Je me lève à sept heures. J’ouvre les rideaux.


Dan neem ik eerst een douche. Tot tien over zeven sta ik onder de douche. Ik droog me af. Ik kleed me daarna aan en kam mijn haar. Ik scheer me ook nog voor ik ga ontbijten.

Puis d’abord je prends une douche. Jusque sept heures dix je suis sous la douche. Je me seche. Je m’habille après et je peigne mes cheveux. Je me rase aussi avant que je vais prendre mon ‘tit déj.


Om half acht ga ik ontbijten. Ik eet twee boterhammen en ik drink een kop koffie.
A sept heures et demie je prends mon ‘tit déj. Je mange deux tartines et je bois une tasse de café.
Na het ontbijt poets ik mijn tanden. Ik ben om vijf voor acht klaar en dan ga ik naar mijn werk.
Après le ‘tit déj, je me lave les dents. Je suis prêt à huit heures moins cinq et puis je vais à mon travail.
Ik ga met de bus naar mijn werk. Ik kom om kwart over acht op mijn werk aan.
Je vais au travail avec le bus. J’arrive à mon travail à huit heure et quart. (note : AANKOMEN arriver).
Ik begin om kwart over acht met mijn werk. Ik neem geen koffiepauze, maar ik drink koffie tijdens het werk.
Je commence à travailler à huit heures et quart. Je ne prends pas de pause café, mais je bois du café pendant le travail.
Ik werk tot kwart over twaalf. Dan heb ik een half uur middagpauze.
Je travaille jusqu’à midi quart. Puis j’ai une demie heure de pause.

Ik werk tot vijf uur. Dan ga ik weer naar huis met de bus.
Je travaille jusqu’à cinq heures. Puis rentre avec le bus.
Ik doe onderweg naar huis vaak ook nog een paar boodschappen. Om zes uur ben ik meestal wel thuis.
En route vers ma maison je fais aussi encore quelques courses. Je suis le plus souvent à la maison à six heures.
Dan kook ik eten. Ik eet om kwart voor zeven .
Après avoir préparé à manger je mange. Je mange à sept heures moins le quart.
Ik zet om acht uur de tv aan voor het journal.
J’allume à huit heures la teloche pour les infos.
Ik ga niet zo laat naar bed. Om tien voor half elf ga ik me uitkleden.
Je ne vas pas très tard au lit. A dix heures vingt je vais ôter mes vêtements.
Ik ga om tien voor elf naar bed.
Je vais au lit à onze heures moins dix.
Meestal doe ik om ongeveer elf uur het licht uit.
Normalement j’éteins la lumière plus au moins à/vers onze heures.
Hoe laat staat Karel op ? Om zeven uur staat hij op.

Hoe laat ontbijt Karel? Om half acht gaat Karel ontbijten.

Hoe laat gaat Karel naar zijn werk? Karel gaat naar zijn werk om vijf voor zeven.

Hoe laat komt Karel op zijn werk aan? Karel komt om kwart over acht op zijn werk aan.

Hoe laat begint Karel met zijn werk? Karel begint zijn werk om kwart over acht.




Hoe laat is het? (V17).
Het is ochtend. Het is zeven uur. Hilde wordt wakker. Ze kijkt op de wekker.
Le matin arrive. Il est sept heure. Hilde se reveille. Elle regarde son horloge.
Hilde staat op en maakt de kinderen wakker. Ze moeten naar school. De school begint om halfnegen.
Hilde se lève et reveille les enfants. Ils doivent aller à l’école. Ça commence à huit heures trente.
Om negen uur is Hilde op kantoor. Ze begint onmiddellijk te werken. Ze leest de post: er is een rekening van een leverancier en een brief van een klant. Hilde werkt tot kwart over tien. Dan drinkt ze een kopje koffie. Ze neemt ook een koekje bij de koffie. Bij het koffiezetapparaat staan ook enkele collega’s van Hilde. Ze praten over de vakantie en de prijs van de benzine. Hilde gaat vlug weer aan het werk, want ’s morgens is er altijd veel werk.
A neuf heures, Hilde est au bureau. Elle commence immédiatement à travailler. Elle lit le courrier : il y a une facture d’un fournisseur et une lettre d’un client. Hilda travaille jusqu’à dix heures et quart. Puis elle boit une tasse de café. Elle prend aussi un biscuit avec le café. A côté da la machine à café se trouvent quelques collègues de Hilde. Ils papotent à propos des vacances et du prix de l’essence. Hilde se met vite à retravailler car le matin il y a toujours beaucoup de boulot.
s Middags eet Hilde met een vriendin in het bedrijfsrestaurant. In het restaurant is het altijd druk, maar toch eet je er snel. Hilde vindt het eten niet slecht, maar ook niet lekker. Na het eten gaan Hilde en haar vriendin terug naar hun afdeling.
Les midis Hilde mange avec une amie dans le restau de la boîte. Il y a toujours beaucoup de monde dans le restau mais quand bien même on mange rapidement. Hilde trouve que la bouffe y est pas mal, sans le trouver délicieux. Après avoir mangé Hilde et son amie retourne à leurs départements (respectifs).
S Middags is het niet zo druk als ‘s morgens. Het is rustig. Hilde typt een brief voor de directeur. Ze telefoneert naar een leverancier in Frankrijk en ze ontvangt de heer Vandeven, een klant uit Nederland.
Les après-midis ne sont pas si affairées que les matins. Il est calme. Hilde tape une lettre pour le Directeur. Elle telephone à un fournisseur en France et elle reçoit Mr Vandeven, un client néerlandais.
Normaal werkt Hilde tot vier uur. Soms blijft ze tot tien over vier. Meestal vertrekt ze stipt, want de kinderen wachten op haar.
Hilde travaille normalement jusqu’à quatre heures. Parfois elle reste jusqu’à quatre heures dix. Généralement elle part ponctuellement, car les enfants l’attendent.
Zij ontvangt vrienden thuis – elle reçoit des amies chez elle.
Soms ben ik niet stipt – parfois je ne suis pas ponctuelle.
Roep je vriend en geef hem iets te drinken – appelle ton ami et donne lui quelque à boire
Ik wacht op Lies. Ik ga met haar boodschappen doen – j’attends pour Lies. Je vais faire des course avec elle.
Waar is mijn auto ? ik zie hem niet!
Dag mijnheer de Directeur. Mag ik U even spreken ? bonjour M. le Directeur. Puis je vous parler ?
Is jan er al ? ik heb een afspraak met hem. – Jan est-il là. J’ai un rendezvous avec lui.



1   2   3   4   5


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina