Extremisten in een gematigd land De 'gevaarlijke lenigheid' van het Vlaams Blok De electorale dijkbreuk van 13 juni die van één Vlaming op vier een Blok-kiezer maakte, kent een historisch precedent



Dovnload 23.12 Kb.
Datum17.08.2016
Grootte23.12 Kb.
Extremisten in een gematigd land




De 'gevaarlijke lenigheid' van het Vlaams Blok
De electorale dijkbreuk van 13 juni die van één Vlaming op vier een Blok-kiezer maakte, kent een historisch precedent. In 1936 stemde een kwart van de Belgen ook al antidemocratisch, zij het op drie verschillende partijen. Valt er van dat precedent iets te leren?

D


VNV-voorman Staf De Clercq afgebeeld als Vlaamse leeuw (op de voorpagina van 'Pourquoi pas?' in 1936).

E toplui van het Vlaams Blok hebben nog nooit het genoegen gesmaakt om door de koning in audiëntie te worden ontvangen. Dat is hun ideologische voorgangers van het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) wel te beurt gevallen. VNV-leiders Staf De Clercq en Hendrik Borginon werden eind mei 1936 door koning Leopold III ontboden. Dat paste in de 'raadplegingen' die het staatshoofd gewoonlijk na verkiezingen houdt. Dat De Clercq en Borginon (elk apart overigens) naar het paleis mochten, kwam doordat hun radicaal-rechtse en Vlaams-nationalistische VNV op 24 mei 1936 een klinkende verkiezingsoverwinning had geboekt.

Eerst koning Boudewijn en later zijn opvolger Albert maakten er een principe van om geen Blokkers ten paleize over de vloer te willen. Dat heeft niet alleen te maken met de niet zeer breeddenkende sociale inzichten van het Blok, maar ook met het republikeinse en separatistische programma van die partij. Die vormt een rechtstreekse bedreiging voor ’s konings broodwinning.

Dat lag wat anders in de jaren dertig. De Vlaams-nationalisten beweerden toen het federalisme aan te hangen — een vloek in die tijd — en uiteindelijk de Groot-Nederlandse gedachte te zijn toegedaan.

In het federale België van nu komt de koning er niet aan te pas wanneer een nieuwe Vlaamse regering moet worden gevormd. En zie, voor het eerst kreeg het Vlaams Blok dan toch een invitatie voor een ontmoeting met een informateur, gisteren, met Yves Leterme. Het is absoluut niet de bedoeling om het Blok op te nemen in een volgende Vlaamse regering, zegt Leterme. Maar ,,uit respect voor de 980.000 kiezers’’ van die partij wil hij wel eens luisteren naar wat ze zoal te vertellen heeft.

Haast identiek hetzelfde argument gebruikte Leopold III, toen hij in de dagen na de verkiezingen van 24 mei 1936 niet alleen De Clercq en Borginon ontving, maar ook Léon Degrelle, de leider van het extreem-rechtse en populistische Rex, en communistenleider Joseph Jacquemotte, nog twee winnaars van de verkiezingen van 24 mei 1936.

,,De koning’’, aldus diens secretaris Robert Capelle in zijn memoires, ,,vindt het zijn plicht te luisteren’’ naar de leiders van de drie partijen ,,die, samen, meer dan 500.000 stemmen hebben verzameld.’’ Het VNV hield niet van verkiezingen. Als fascistische partij vond ze het parlement overbodig en aanzag ze verkiezingen alleen als een gelegenheid om propaganda te voeren voor de Vlaams-nationalistische en extreem-rechtse zaak. Ze trad in 1936 dan ook niet op onder haar eigen naam maar als… Vlaamsch Nationaal Blok. Ze kreeg haast een kwart meer stemmen dan bij de vorige verkiezingen in 1932 en steeg, in Vlaanderen en Brussel, van 7 tot 12,7 procent. De partij verdubbelde ermee haar zetelaantal in de Kamer van volksvertegenwoordigers van 8 tot 16, op een totaal van 202. Die aantallen waren voor die tijd spectaculair, vooral omdat Rex bij diezelfde verkiezingen in één klap 21 zetels binnenhaalde, vooral ten koste van de katholieke partij, terwijl extreem-links, de communistische partij, zijn zetelaantal verdrievoudigde van 3 tot 9.

De ‘extremisten’, die tot dan met zijn elven in het parlement zetelden, waren vanaf 1936 dus goed voor 46 kamerleden. Ze vertegenwoordigden 24,7 procent van de stemmen, op een kleinigheid na de komma na identiek zoveel als wat het Vlaams Blok vorige zondag bij de Vlaamse verkiezingen binnenhaalde.

Het is een opvallende historische parallel, met het essentiële verschil dat de extremistische stemmen over drie partijen waren verdeeld. Ze waren bovendien zowel links als rechts terug te vinden en bekampten elkaar soms letterlijk op leven en dood. Maar die drie partijen hadden wel gemeen dat de traditionele partijen, de katholieke, de liberale en de socialistische Belgische Werkliedenpartij (BWP), hen als hinderlijke spelbrekers aanzagen. En omgekeerd, dat de neofieten zich profileerden als een radicaal alternatief voor het establishment van, dixit het VNV, de ‘kleurpartijen’.

Historici zijn er nog lang niet uit over hoe ze de electorale dijkbreuk van 1936 moeten interpreteren. Gemakshalve brengen ze die meestal in verband met de economische crisis van de jaren dertig. Maar dat klopt slechts ten dele. Want de crisis was toen al over haar hoogtepunt heen, al bleef de werkloosheid nog altijd hoog. Uit het stembusresultaat van 24 mei 1936 sprak vooral een groot onbehagen met de tijd, een combinatie van ongenoegen en angst. Het vond zijn uitlaatklep in een grote scepsis tegenover de nog jonge massademocratie en vooral tegenover de hautaine burgerlijke macht van de banken en het grootkapitaal die de politiek beheersten.

Rex trok tal van ‘malcontenten’ aan, zoals renteniers die een deel van hun fortuin waren kwijtgespeeld in de devaluatie van 1935 en kiezers die waren verontwaardigd door de vele politieke schandalen en schandaaltjes die Rex aan het licht had gebracht.

Het Vlaams Blok heeft die Rex-tactiek herhaaldelijk geïmiteerd, onder meer door campagne te voeren met symbolen als bokshandschoenen en bezems (,,Grote kuis!’’) en door al dan niet vermeende schandalen in de openbaarheid te brengen. Al is het Visa-schandaal in Antwerpen maar een onnozelheid in vergelijking met de malversaties waarmee Degrelle kon uitpakken.

Rex, dat in het hart van de katholieke zuil was ontstaan, profiteerde zeker ook van de verdeeldheid binnen de verstarde katholieke partij. De rivaliteiten tussen de grote partijen en hun jarenlange onmacht tegenover de economische crisis droegen evenzeer bij tot het ontstaan van een antidemocratisch en ‘antipolitiek’ klimaat.

Het VNV plukte ervan de vruchten doordat het vooral succes kon oogsten bij sociale groepen die zich existentieel bedreigd achtten, de middenstand en de boeren. Na de verkiezingen van 1936 wilde koning Leopold — die een erg actieve politieke rol speelde — de winnaars ervan wel aanhoren, maar het was, aldus Gaston Eyskens in zijn memoires, ,,gewoon ondenkbaar’’ dat ze ook tot een regering konden toetreden. Niet dat er toen een cordon sanitaire bestond. Tenslotte sloot de katholieke partij in meerdere provincies met het VNV wel een bestuursakkoord bij de vorming van de bestendige deputaties. Maar, aldus Leopold, ,,de rexisten vergissen zich als ze denken persoonlijk te kunnen teren op de 280.000 kiezers die voor hen hebben gestemd. Deze kiezers willen ‘iets nieuws’: zuiverheid, verjonging van de kaders.

Van de rexistische beweging valt niets constructiefs te verwachten. Ze is een gevaar maar ze zal misschien andere partijen aansporen om heilzame maatregelen te nemen.’’ Leopold III had het dus begrepen: de kiezer had een signaal uitgestuurd. En: ,,We moeten de publieke opinie tevreden stellen.’’

HET herschikken van het politieke landschap behoorde ook toen tot de orde van de dag. Wat vandaag leidt tot de vorming van kartels, heette toen concentratie of frontvorming. Het VNV zou een pragmatisch akkoord sluiten met Rex en nog in 1936 aansturen op een ‘Vlaamse concentratie’ met de katholieke partij. Een beginselakkoord daarover ging vooral een rechts-autoritaire en antisocialistische richting uit, maar strandde op het verzet van de christelijke arbeidersbeweging. Aan de andere kant van het politieke spectrum hoopten de communisten op een links front met de BWP en de katholieke vakbond, waar ook niets van terecht kwam. Wel succes kende de ‘nationale concentratie’ van de drie klassieke partijen, die tot stand kwam onder druk van Leopold III. Ze leidde na de verkiezingen van 1936 tot de vorming van een tripartite onder leiding van de katholieke premier Paul Van Zeeland. Ze had behalve een principiële kant — de noodzaak van een doortastend en politiek breed gedragen beleid — ook een praktische reden.

 Het stoorde de overigens zeer verdeelde katholieke partij dat ze niet langer de grootste partij van het land was en het hinderde haar nog meer dat er mathematisch niet zonder de BWP te regeren viel. Om het socialistische gewicht te versnijden, wilde ze er ook de liberalen bij. Dat belette niet dat de BWP — die haar claim op het premierschap na een manoeuvre van Leopold en Van Zeeland had laten vallen — een doortastend sociaal programma kon doordrukken. De politieke elite had de socialisten ook nodig. Want in juni 1936 trok een golf van sociale onrust door het land, volgens Gaston Eyskens als gevolg van communistische agitatie, met stakingen van in de Antwerpse haven tot in de Borinage. Alleen de matigende invloed van een socialistisch geïnspireerd beleid kon de sociale rust doen weerkeren.

De arbeidersbeweging hield er de veertigurige werkweek, een week betaalde vakantie en een verhoging van de kinderbijslag aan over. Opmerkelijk was dat het VNV na de verkiezingen van 1936 zijn revolutionaire toon begon te milderen. Niet langer aanzag het verkiezingen alleen als ‘incidenten’ die uitsluitend konden dienen om propaganda te voeren. Het koos tegelijk ook voor het parlementaire werk. Staf De Clercq wilde ,,sterk reformistische daden en successen’’ nastreven, maar besefte tegelijk dat dit een ,,gevaarlijke lenigheid’’ zou vergen.

Datzelfde is vandaag merkbaar bij het Vlaams Blok. Enigszins schizofreen toont het Blok zich tevreden dat het door Leterme voor een gesprek is uitgenodigd, maar tegelijkertijd doet het diens informatieronde stoer af als ,,een theekransje’’ en ,,een soap’’ voor politieke mietjes.

Het Blok mag zich tenslotte, zijn imago getrouw, niet te gretig tonen. Maar natuurlijk wil het er, drijvend op zijn electorale succes, toch graag ‘bij’ zijn, al beseft het ook dat regeringsdeelname er niet meteen in zit. De partij gaat ervan uit dat dit een kwestie van tijd is. Sinds 13 juni begint het cordon sanitaire, dat haar van de macht weghoudt, inderdaad meer en meer barsten te vertonen. Zelfs observatoren van onverdachten huize zoals VUB-hoogleraar Kris Deschouwer stellen nu dat het nodig is om te ‘durven’ dit ethische dogma ter discussie te stellen. Het zijn niet langer alleen geïsoleerde rechtse politici als Hugo Coveliers, Leo Delcroix, Jean-Marie Dedecker of een CD&V’er uit Temse die deze gedachte genegen zijn. Ook Vivant of de N-VA-jongeren bepleiten ze nu. Het Blok lijkt te groot geworden.

Toch berust het opgeven van het cordon sanitaire, net als zoveel vermeende remedies om het Blok te bestrijden, op een gok met een onzekere uitkomst. De partij, zo wil de redenering, moet ‘mee in het bad’ en zich aan het concrete beleid ‘verbranden’. Daarbij zal ze — en dat is de gok — als onbekwaam door de mand vallen of bij haar electoraat haar appeal als eeuwige nee-zegger verliezen. Het zal moeten blijken. Het Vlaams Blok blijft voorzichtig. Het eist vandaag dus niet meteen ministerportefeuilles op, maar herhaalde donderdag zijn aanbod van eind mei om vanuit de oppositie steun te verlenen aan een minderheidskabinet van CD&V en N-VA, eventueel aangevuld met de VLD. Als dat maar werk maakt van een reeks breekpunten van het Blok.

De partij wil dus andere partijen haar vuile werk laten opknappen. Al oogt dat minimumprogramma opmerkelijk flauw (‘reformistisch’ in plaats van revolutionair) vergeleken met al het gespierde van de partij tevoren zoal voorhield. Zijn het dan doetjes geworden bij het Vlaams Blok? Of gaat het net om die ‘gevaarlijke lenigheid’? Toen ze bij Leopold III op audiëntie gingen, hadden Staf De Clercq en Hendrik Borginon zich al evenmin meteen van hun radicaalste kant getoond. De Clercq had zelfs gevraagd dat Leopold dezelfde ‘sympathie’ voor de Vlamingen aan de dag zou leggen die Albert had opgebracht — en vreselijk groot was die in de feiten ook al niet.

De meeste Blok-breekpunten zijn ook al niet bijster origineel. Ze komen ook voor in het programma van onder meer het Vlaams kartel of zijn alleen federaal of in een communautair overleg te realiseren. En een moeder-aan-de-haard-premie van 400 euro per kind per maand, tja. En het vóór de verkiezingen geëiste ‘Vlaams veiligheidskorps’ hoeft ook al niet meteen; voorzitter Frank Vanhecke wil al vrede nemen met ,,een engagement voor meer veiligheid’’. Hij is ervoor zelfs bereid om de terminologie van het Blok ,,af te zwakken’’.

Dat klinkt allemaal als een zwaktebod, zeker in vergelijking met wat bijvoorbeeld een nog lichtelijk zegedronken Filip Dewinter onmiddellijk na de verkiezingen had gesteld. Bijvoorbeeld dat hij niet alleen de hoofddoeken, maar zelfs de djellaba’s op straat wilde verbieden. Waarmee hij dus als een heuse Taliban kledingvoorschriften in Vlaanderen wil invoeren. Ook Arabische opschriften op winkels wil hij weg. Maar wat dan bijvoorbeeld met een bekende, maar inderdaad niet erg volkseigen klinkende reclameslogan als freedom of speech?

 DIE tegenstelling brengt een paradox in het Vlaams Blok aan het licht. Het is nu zo groot geworden dat het vorige zondag ook een pak eerder gematigde kiezers heeft aangetrokken. Zoveel extremisten zijn er in Vlaanderen nu ook weer niet. Die nieuwe kiezers maakten niet zozeer een positieve keuze voor het hard-rechtse Blok, maar stemden uit onvrede met klassiek-democratisch rechts voor die partij, bijvoorbeeld omwille van het migrantenstemrecht. Met zo’n electoraat kan het Blok geen al te extremistische of louter oppositionele eisen blijven stellen.

Wat dat betreft komt de recente veroordeling van de partij wegens racisme het Blok ironisch genoeg goed uit, zeker wanneer het Hof van Cassatie die uitspraak bevestigt. Dat geeft het de partij een juridisch voorwendsel om zichzelf om te vormen tot een Vlaams Blok light — in zijn eigen termen een Vlaams Blok plus, extra of ultra. Een op die manier herboren Blok kan de ‘fatsoenlijke’ rechts-conservatieve partij worden waarvoor volgens de politieke marketing een gat in de markt bestaat. Daarvoor kan het Blok een nieuwe naam aannemen, met een wat bijgevijld programma. Al blijft het de vraag welke boegbeelden die nieuwe partij moeten belichamen, zeker als het gerecht de kopstukken van nu wegens racisme hun burgerrechten zou ontnemen. De uiterst autoritair en centralistisch geleide partij beschikt amper over bekwaam politiek personeel en wat zich behalve het leidende trio Dewinter-Vanhecke-Annemans met mondjesmaat in de media mag aandienen, bestaat uit nauwelijks meer dan handpoppen.

In zijn programma neemt het Blok nu al een ongemakkelijke spagaat aan. Het tooit zich met een aura van redelijkheid om nieuwe, meer gematigde kiezers aan te trekken. Maar het wil ook zijn extremistische, xenofobe, ‘historische’ harde kern niet teleurstellen. Daarom blijft het bijvoorbeeld zijn 70-puntenplan nog altijd tot zijn erfgoed rekenen. Het noemt dat weliswaar door de feiten achterhaald, maar de partij vertikt het om het te verloochenen.

Een ultieme lakmoesproef voor de ideologische keuze van het Vlaams Blok light kan volgen in 2006, wanneer Filip Dewinter de match wil aangaan met Patrick Janssens om de Antwerpse bugemeesterssjerp. Ook die kende een precedent in de jaren dertig. Om zijn succes van 1936 te verzilveren daagde Léon Degrelle de gevestigde politieke orde uit door een tussentijdse verkiezing uit te lokken. Van Zeeland nam de handschoen op. Degrelle haalde op 11 april 1937 de voor hem desastreus lage score van 19 procent. Van Zeeland, die de steun genoot van een monsterverbond bestaande uit de drie grote partijen, de communisten én kardinaal Van Roey, scoorde 76 procent.

Uiteindelijk hielpen het VNV en Rex zichzelf naar de haaien. Ze hielden hun achterban een zo extremistische koers voor, dat die nooit democratisch kon worden gerealiseerd. Ze zochten de ultieme steun dan ook buitenlands. Al voor de oorlog onderhielden ze warme contacten met nazi-Duitsland en fascistisch Italië. Bij de Duitse inval van mei 1940 gingen ze meteen hun goede diensten aanbieden bij de bezetter. De collaboratie plaatste hen politiek voorgoed buitenspel.


Marc Reynebeau

19/06/2004



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina