Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen van de



Dovnload 36.05 Kb.
Datum14.08.2016
Grootte36.05 Kb.

Uitvoeringsregeling bij het MSc programma NanoScience

2006/2007




Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen

van de

Universiteit Leiden



&
Faculteit Technische Natuurwetenschappen

van de

Technische Universiteit Delft


Uitvoeringsregeling


voor de masteropleiding “NanoScience”

Behorend bij de Onderwijs- en examenregeling

van de masteropleidingen “NanoScience” en “Life Science & Technology”




Inhoud:

Paragraaf 1 – Algemeen


Paragraaf 2 – Beschrijving van het programma

Paragraaf 3 – Tutors

Paragraaf 4 – Stage


Paragraaf 5 – Afstudeerproject

Paragraaf 6 – Diploma supplement



Paragraaf 7 – Inwerkingtreding

Paragraaf 1 - Algemeen
Artikel 1.1 - Semesters
Het academische jaar is verdeeld in twee semesters.
Artikel 1.2 – Toelating tot het programma


  1. Studenten met een BSc diploma Natuurkunde van de Universiteit Leiden of een BSc diploma Technische Natuurkunde van de TU Delft worden toegelaten tot het programma. Studenten met een BSc diploma in Life Science & Technology met een minor Natuurkunde aan de TU Delft, of Scheikunde of Biologie met een minor Natuurkunde aan de Universiteit Leiden komen in aanmerking voor toelating. Hun verzoek tot toelating wordt bekeken door de toelatingscommissie welke beslist over toelating. De toelatingscommissie zal eveneens voorstellen aan welke voorwaarden voldaan zal moeten worden teneinde toegelaten te kunnen worden.

  2. Studenten met een BSc diploma in een vakgebied dat gerelateerd is aan de NanoScience (bijvoorbeeld Materiaalkunde, Biologie, Scheikunde, Natuurkunde) aan een willekeurige universiteit of HBO instelling komen in aanmerking voor toelating tot het NanoScience programma. Hun verzoek tot toelating wordt bekeken door de toelatingscommissie welke beslist over toelating. De toelatingscommissie zal eveneens voorstellen aan welke voorwaarden voldaan zal moeten worden teneinde toegelaten te kunnen worden.

  3. Daarnaast zullen studenten uit het buitenland moeten voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • Een cijfergemiddelde (Grade Point Average) van tenminste 75% van het schaalmaximum.

  • Een TOEFL score van tenminste 550 (paper-based test) of 213 (computer based test) of Een IELTS (academische versie) overall Band score van tenminste 6.0 of een andere verifieerbaar bewijs van kennis van de Engelse taal

  1. Verzoeken tot toelating uit landen anders dan Nederland moeten vergezeld zijn van:

  • Een volledig ingevuld, recent toelatingsformulier met een recente pasfoto.

  • Een origineel TOEFL of IELTS score formulier.

  • Origineel document met GRE general test score van de kandidaat.

  • Een CV.

  • Een persoonlijk essay (in het Engels) waarin beschreven de motivatie van de kandidaat om deel te nemen aan het MSc programma naar keuze.

  • Gecertificeerde kopieën van de academische diploma’s van de kandidaat, zowel in de oorspronkelijke taal als in vertaalde vorm naar het Engels, Frans, Duits of Nederlands.

  • Een originele of gecertificeerde kopie van de volledige lijst met cijfers, in de oorspronkelijke taal vergezeld van een vertaling van de lijst naar het Engels, Frans, Duits of Nederlands.

  • Twee originele aanbevelingsbrieven van universitaire stafleden en, indien van toepassing, de huidige werkgever van de student.



Artikel 1.3 – Specialisaties / tracks
Het programma kent geen specialisaties / tracks.
Artikel 1.4 – Eindtermen
Binnen de algemene doelstellingen van de opleiding, zoals geformuleerd in Artikel 2.1 van het Onderwijs- en Examenregelment, zijn de specifieke eindtermen als volgt:
1. Beheersing van de Nanowetenschappen op een academisch niveau. Omdat de Nanowetenschappen een multidisciplinair veld omvatten, houdt dit basiskennis in van de natuurkunde, scheikunde en biologie voor zover ieder van deze een rol speelt op de nanoschaal; inzicht in de materialen en instrumentele technieken die gebruikt worden op de nanoschaal en hun begrenzingen; en vaardigheden op het gebied van theoretische analyse, simulaties en modellering. Deze kennis en vaardigheden dienen beheerst te worden op een niveau vergelijkbaar met wat aan internationale topuniversiteiten geëigend wordt geacht.

2. Diepgaande kennis op minstens één deelonderwerp uit de nanowetenschappen, waarvan de internationale literatuur begrepen kan worden.

3. Ervaring met onderzoek op het gebied van de nanowetenschappen en een scherp oog voor de technologische toepasbaarheid van onderzoek.

4. In staat zijn om een breed scala aan wetenschappelijke en technologische problemen te doorgronden en te abstraheren. Vanuit abstracte formuleringen de samenhang tussen uiteenlopende problemen kunnen zien en creatieve oplossingen kunnen aandragen en realiseren, gericht op praktische toepassing.

5. Kennis uit verschillende vakgebieden kunnen integreren.

6. Kunnen functioneren in een interdisciplinair team van experts bij activiteiten zoals voornoemd. Daarbij schriftelijk en mondeling gemakkelijk kunnen communiceren in het Engels.

7. Zelfstandig en op eigen initiatieven kunnen werken en leren. In staat zijn om ontbrekende expertise te identificeren en in te schakelen.

8. Eigen expertise en/of activiteiten kunnen presenteren aan een lekenpubliek, in het engels. Kunnen inspelen op de achtergrond en interesse van lezers/toehoorders.

9. Kennis hebben van techniek-gerelateerde maatschappelijke ontwikkelingen. In staat zijn om op dit gebied standpunten te formuleren en te verdedigen.

Paragraaf 2 – Beschrijving van het programma
Artikel 2.1 - Algemeen
The MSc programma kent drie elementen: colleges, het afstudeerproject en een stage. Het aanstal studiepunten per element (in Europese punten) is als volgt:
Code Omschrijving Europese punten
- Colleges 60

NS3911 Afstudeerproject 48

NS3901 Stage 12

Artikel 2.2 – Samenstelling van het vakkenpakket



  1. De colleges binnen het NanoScience programma kunnen verdeeld worden in drie categorieën:

(A) Materiaalwetenschappen en technologie;

(B) Biochemische systemen en processen;

(C) Nanofysica en quantum devices.




  1. Per thema zijn een aantal kernvakken en keuzevakken in het curriculum opgenomen. Iedere student moet tenminste één kernvak per thema gevolgd hebben.




  1. Iedere student stelt een persoonlijk programma voor na overleg met zijn/haar eigen tutor en eventueel de studieadviseur. Vakken worden met name gekozen uit de lijsten zoals in 2.7 and 2.9 omschreven. Daarnaast kunnen vakken die hier niet genoemd zijn, ook opgenomen worden. Een persoonlijk programma moet voldoen aan de eindtermen zoals omschreven in de OER en moet goedgekeurd zijn door de Examencommissie.




  1. Maximaal 6 Europese studiepunten kunnen besteed worden aan vakken die niet vakinhoudelijk relevant zijn, zoals bijvoorbeeld Engels of Ethiek.




  1. De examencommissie stelt, indien zij dit na toelating alsnog nodig acht, een cursus Engels verplicht. De examencommissie wint hiervoor advies in bij de studie-adviseur en de opleidingsdirecteur. De student wordt binnen een maand na aanvang van het studieprogramma hiervan op de hoogte gesteld.




  1. Ieder persoonlijk programma wordt bij begin van het collegejaar ter goedkeuring voorgelegd aan de Examencommissie en de tutor, eventueel vergezeld door een motivering van de keuze.




  1. Veranderingen in het persoonlijk programma, zoals die optreden tijdens het collegejaar moeten eveneens door de Examencommissie en tutor goedgekeurd worden.


Artikel 2.3 – Goedkeuring van het vakkenpakket


  1. De Examencommissie beslist over het vakkenpakket van de studenten binnen 20 werkdagen nadat het voorstel is ingediend.

  2. Het besluit van de commissie wordt zo spoedig mogelijk bekend gemaakt.

  3. Veranderingen in het vakkenpakket worden in overweging genomen mits tijdig aangegeven. Voor de beslissing hierover moet opnieuw rekening worden gehouden met een periode van 20 werkdagen.


Artikel 2.4 – Inleidende vakken


  1. De examencommissie bepaalt per student, eventueel op advies van de studie-adviseur en opleidingsdirecteur, welk(e) inleidend(e) vak(ken) verplicht gesteld wordt (worden). Dit geschiedt op basis van de genoten vooropleiding.

  2. Inleidende vakken tot een studielast van 6 Europese studiepunten kunnen opgenomen worden in het Nanoscience curriculum. Indien de studielast van de door de Examencommissie verplicht gestelde inleidende vakken meer is dan 6 studiepunten, dan wordt het teveel aan studielast beschouwd als schakelprogramma welke niet meetelt bij de 120 studiepunten van het masterprogramma.


Artikel 2.5 – Lijst met alle beschikbare inleidende vakken
Code Naam van het vak Europese punten
NS3012 Introduction to Quantum Mechanics 3

NS3001 Introduction to Biochemistry 6

NS3122 Introduction to Statistical Thermodynamics 3
Artikel 2.6 - Kernvakken


  1. Elk NanoScience thema (zie 2.2) omvat 1 tot 3 kernvakken.

  2. Thema (A), Materiaalwetenschappen en technologie: kernvak “Nanotechnology” (NS3501). Omdat in dit thema maar één kernvak beschikbaar is, is het vak verplicht.

  3. Thema (B), Biochemische systemen en processen: kernvakken “Biophysics” (NS3511TU) en “Supramolecular Chemistry” (NS3021). Tenminste één kernvak moet hier uit gekozen worden.

  4. Thema (C), Nanofysica en quantum devices: kernvakken “Molecular Electronics” (NS3531TU) en “Mesoscopic Physics” (NS3521TU). Tenminste één kernvak moet hier uit gekozen worden.

  5. Het vak “Quantum Transport” kan op verzoek van de student dienen als kernvak bij thema (C).


Artikel 2.7 – Lijst met alle beschikbare kernvakken
Thema Code Naam van het vak Europese punten
A NS3501 Nanotechnology 6

B NS3511TU Biophysics 6

B NS3021 Supramolecular Chemistry 6

C NS3521TU Mesoscopic Physics 6

C NS3531TU Molecular Electronics 6
Artikel 2.8 - Keuzevakken
Keuzevakken met een totaal gewicht (in Europese punten) van 60 min het totale gewicht (in Europese punten) aan inleidende vakken en kernvakken, kunnen gekozen worden als onderdeel van het NanoScience programma. Als onderdeel van het persoonlijk programma van iedere student, moeten zij goedgekeurd zijn door de Examencommissie.


Artikel 2.9 – Lijst met alle beschikbare keuzevakken
Thema Code Naam van het vak Europese punten
A NS3541 Nanoparticulate Materials 6

NS3071 NMR spectroscopy 3

MS4111 Thin-film materials 3

NS3051 Scanning-Probe Microscopy 6

NS3061 Single-molecule optics 4

NS3091 Surface Science 6

NS3611 Advanced Materials 6

MS3031 Computational Materials Science 4

ET4149 Solar Cells 4

ET4253 Nanoelectronics 4


B NS3161 Advanced Biophysics 6

LM3051 Biophysical Structure Determination 6

NS3132 Biomolecular Motors 4

NS3201 Colloid and Interface Science 6

NS3561 Crystal Structures 4

NS3102 Cellular Signalling 6

NS3251 In-vivo biomolecular interactions 6

NS3061 Single-molecule optics 4

LM3511 Systems Biology 6

NS3211 Advanced Soft Matter 5
C AP3051G Advanced Quantum Mechanics 6

AP3211D Advanced Solid State Physics 6

AP3191D Physics of semiconductor nanodevices 6

NS3181 Quantum Optics & Quantum Information 10

AP3111D Quantum Electronics and Quantum Optics 6

NS3171 Quantum Theory 10

NS3571TU Quantum Transport 6

NS3581 Solid Sate Physics II 3

NS3231 Statistical Physics 10

NS3141 Superconductivity 6

NS3191 Theory of Condensed Matter 10

NS3241 Computational Physics 10

AP3021G Advanced Statistical Mechanics 6

MS3011 Semiconductor principles and devices 3


Overig WM0320TN Ethiek 3

NS3631 Erasmus Mundus Lecture Series 3




Paragraaf 3 – Academic advisors


              1. Iedere student krijgt een academic advisor aangewezen. Dit gebeurt door de Opleidingsdirecteur op advies van de toelatingscommissie. Hierbij wordt gestreefd naar toelating op basis van voorkeur qua inhoudelijk thema (zie 2.2). Op verzoek kan de student te allen tijde van academic advisor wisselen.

              2. Wetenschappelijke stafleden kunnen als academic advisor aangewezen worden.

              3. De academic advisors begeleiden de studenten in de samenstelling van hun vakkenpakket, studievoortgang en keuze voor afstudeergroep. Ze ontmoeten de aan hen toegewezen student minstens eenmaal per maand.

              4. De academic advisor formuleert in samenspraak met de betreffende student, en eventueel na advies van de studie-adviseur, een persoonlijk curriculum welke ter goedkeuring aan de Examencommissie wordt overgedragen.


Paragraaf 4 – Stage
Een stage vindt plaats bij voorkeur bij een bedrijf, maar ook een universitair instituut behoort tot de mogelijkheden, mits buiten de Universiteiten van Leiden en Delft. Stages kunnen zowel in Nederland als daarbuiten gedaan worden.
Paragraaf 5 – Afstudeerproject
Een onderzoeksproject welke afgesloten wordt met een Master’s Thesis (afstudeerverslag) vindt plaats ofwel aan de faculteit Wiskunde & Natuurwetenschappen van de Universiteit Leiden, ofwel aan de faculteit Technische Natuurwetenschappen van de TU Delft, ofwel aan beide. Iedere andere locatie dient goedgekeurd te worden door de Examencommissie.
Paragraaf 6 – Supplement bij het diploma
Een overzicht van het persoonlijk programma (waaronder het vakkenpakket) wordt bij het diploma gevoegd. Dit supplement is in het Engels opgesteld.

Paragraaf 7 – Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking op 1 september 2006.

Deze regeling is vastgesteld door de decanen van de respectievelijke Faculteiten.








De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina