Faculteitsraad Verslag van de vergadering van woensdag 25 september 2013



Dovnload 200.69 Kb.
Pagina3/6
Datum20.08.2016
Grootte200.69 Kb.
1   2   3   4   5   6

2.3.Beslissingen faculteitsbestuur (J. Branson, I. Glorieux, P. Stouthuysen, E. Haezendonck)


Het faculteitsbestuur vergaderde op 3 en 17 september 2013. De hierna volgende beslissingen van het faculteitsbestuur worden voor aktename medegedeeld aan de faculteitsraad.

2.3.1.Personeelszaken - Zelfstandig Academisch Personeel (ZAP)

2.3.1.1.Bevorderingen 2014 (bevorderingsaanvragen 2013)


Het promotiebeleid van de faculteit, zoals goedgekeurd door de faculteitsraad van 27 februari 2013, voorziet in de eerstvolgende referentieperiode van drie jaar (2014 tot 2016) in 5 FTE bevorderingen, zowel naar het niveau van docent (3) als naar het niveau van hoogleraar (1) en gewoon hoogleraar (1). Met de integratie in de faculteit van de vakgroep SCOM zal het promotiebeleid worden herbekeken. Door de uitbreiding van het ZAP-kader neemt het jaarlijkse ES-trekkingsrecht op het universitair bevorderingskader immers toe tot 2,215 FTE (oorspronkelijk 1.700 FTE, met toevoeging van het 0.515 FTE aandeel SCOM). Dit heeft ook onmiddellijk consequenties voor de bevorderingsmogelijkheden in de lopende bevorderingsronde 2014. Waar het zeer waarschijnlijk was dat de faculteit ES in deze ronde maar één voltijds ZAP-lid zou kunnen bevorderen, is er nu de zekerheid dat twee voltijdse ZAP-leden kunnen worden bevorderd binnen het beschikbare contingent.

De bevorderingsprocedure, zoals vastgelegd in het ZAP-reglement van de universiteit, verloopt als volgt. Het faculteitsbestuur moet oordelen over het rangschikkingsvoorstel dat wordt voorgelegd door de facultaire evaluatie- en bevorderingscommissie (EBC). Indien het faculteitsbestuur het rangschikkingsvoorstel van de EBC goedkeurt, wordt het aan de rector overgemaakt voor verdere behandeling door de senaat en het bestuurscollege. Indien het faculteitsbestuur het rangschikkingsvoorstel niet goedkeurt, gaat het terug naar de EBC met de opmerkingen en voorstellen tot amendering. In een tweede ronde neemt het faculteitsbestuur nog enkel akte van het oorspronkelijke of aangepaste rangschikkingsvoorstel van de EBC maar kan het faculteitsbestuur het voorstel niet meer wijzigen.

De EBC voerde haar werkzaamheden uit op dinsdag 3 september.

Op basis van de beoordeling van de individuele dossiers en rekening houdend met het promotiebeleid van de faculteit en het beschikbare bevorderingscontingent, stelde de EBC aan het faculteitsbestuur de volgende rangschikking voor:



  1. Katia Segers

  2. Patrick Deboosere

  3. Jo Pierson

Het faculteitsbestuur sloot zich unaniem aan bij het voorstel van de EBC.

Het advies en de argumentatie van de facultaire evaluatie- en bevorderingscommissie volgend stelde het faculteitsbestuur aan het bestuurscollege de volgende rangschikking voor de bevorderingsronde 2014 voor:

1. Katia Segers

2. Patrick Deboosere

3. Jo Pierson

Marc Jegers benadrukt dat hij geen kritiek wenst uit te oefenen op de voorgestelde collega’s, maar wel bedenkingen heeft bij de wijze waarop de bevorderingsdossiers werden behandeld. Vooreerst ging de vergadering door op een moment waarop hij, als lid van de commissie, niet aanwezig kon zijn. In het verleden werd altijd gestreefd naar vergadermomenten waarop alle commissieleden aanwezig konden zijn. Voorts heeft hij het gevoel dat van de principes wordt afgeweken: waarom wordt nu enkel bevorderd tot een bepaalde graad en zijn er geen bevorderingen tot andere graden. Tenslotte meent hij dat de dimensie “leiderschap” onevenredig belang krijgt bij de beoordeling van de dossiers: wie aangeeft geen decaan te willen worden, ontbeert het blijkbaar aan leiderschapscapaciteiten en kan dus niet bevorderd worden tot gewoon hoogleraar, los van de verdiensten inzake onderwijs en onderzoek. Collega Jegers concludeert dat deze werkwijze er alleen kan toe leiden dat sommige collega’s gedemotiveerd geraken. Collega Jegers distantieert zich dan ook van de beslissingen die door de EBC werden genomen.

De decaan merkt eerst en vooral op dat leden van de EBC bij afwezigheid altijd de kans hebben een schriftelijk verslag over te maken. Voorts stelt de decaan dat in de voorbereidende gesprekken, die hij voerde met de collega’s die overwogen een bevorderingsdossier in te dienen, altijd zeer duidelijk de contouren heeft geschetst van wat, gegeven de context van het facultaire bevorderingsplan, de mogelijkheden en prioriteiten waren. Wat de dimensie leiderschap betreft, beklemtoont de decaan dat de EBC handelt binnen het kader dat wordt geschetst in de ZAP-Opdrachtsmatrix, die op het VUB-intranet staat (Directie Personeel  Reglementen, decreten en besluiten) en door iedereen kan worden geraadpleegd. Leiderschap is een dimensie die, voor bevorderingen tot hoogleraar en gewoon hoogleraar, een steeds groter gewicht wordt toebedeeld in de beoordeling. Leiderschap betekent niet noodzakelijk dat men de bereidheid vertoont decaan te willen worden. Het gaat, volgens de ZAP-matrix, om “het in significante mate opnemen van bestuursfuncties”. De decaan beseft dat er bij elke bevordering altijd collega’s zullen zijn die enigszins worden ontgoocheld. Net daarom voorziet de faculteit ook systematische voor- en nagesprekken met de kandidaten.

2.3.1.2.Aanduiding titularis voor het studiedeel ‘Inleiding tot het bedrijfsbeheer I’.


Het studiedeel Inleiding tot bedrijfsbeheer I wordt in serviceonderwijs door de faculteit ES aangeboden aan diverse opleidingen uit andere faculteiten. Naar aanleiding van de ingrijpende programmahervormingen die ingaan dit academiejaar, en de ermee gepaard gaande opdrachtherbepalingen, was afgesproken dat dit studiedeel zou worden opgenomen in het mandaat van de nieuwe doctorassistent bij de vakgroep BUSI. De door de selectiecommissie en het faculteitsbestuur aan het bestuurscollege voorgestelde beste kandidaat kent evenwel onvoldoende Nederlands om een Nederlandstalig studiedeel te verzorgen.

Diane Breesch, als vakgroepvoorzitter BUSI, heeft Jonathan Cornelissen, als praktijkassistent werkzaam bij BUSI vanaf 1 oktober 2013 en sinds dit jaar houder van een doctoraat in financial econometrics, gevraagd om in het academiejaar 2013-2014 op te treden als titularis. Jonathan Cornelissen is bereid het opleidingsonderdeel Inleiding tot het bedrijfsbeheer I te verzorgen binnen zijn mandaat.



Ingaand op het verzoek van de vakgroep BUSI stelde het faculteitsbestuur aan het bestuurscollege voor om Jonathan Cornelissen aan te stellen als titularis voor het studiedeel Inleiding tot het bedrijfsbeheer I voor de periode van 1 oktober 2013 tot 30 september 2014.

2.3.1.3.Aanstelling Jan Loisen: aanpassing


In het faculteitsbestuur van 27 augustus 2013 (agendapunt 2.1.1.1.1.) werd het voorstel geformuleerd om Jan Loisen aan te stellen als 100% ZAP docent (vakgroep SCOM) voor de periode van 1 oktober 2013 tot 30 september 2016, zie uittreksel hierna:

Uittreksel uit verslag faculteitsbestuur 27 augustus 2013

De decaan motiveert de allocatie van 40% van de openstaande 60%-vacature aan Jan Loisen in het kader van het beleid van de faculteit ES om zoveel mogelijk tot voltijdse ZAP-mandaten te komen. Jan Loisen zou, op basis van eerder genomen beslissingen van het bestuurscollege en voorstellen van de faculteit LW, per ingang van 1 oktober 2013 reeds een tijdelijk deeltijds ZAP-mandaat bekleden van 60%. Met een uitbreiding van het mandaat met 40% bereikt hij een voltijdse aanstelling.

Het advies en de argumentatie van de selectiecommissie volgend stelt het faculteitsbestuur aan het bestuurscollege voor om 40% van de uitgeschreven ZAP-vacature LW/2013/003 toe te wijzen aan Jan Loisen en Jan Loisen aldus aan te stellen als 100% ZAP docent (vakgroep SCOM) voor de periode van 1 oktober 2013 tot 30 september 2016.

De decaan heeft over dit voorstel nog overleg gepleegd met de personeelsdienst. Zoals blijkt uit het voorstel van het faculteitsbestuur en zoals door de decaan besproken met Jan Loisen in het reglementair voorziene gesprek met de decaan over zijn toekomstige aanstelling, was het uitgangspunt om Jan Loisen in eerste instantie aan te stellen voor een periode van 3 jaar. Ten gevolge van zijn eerdere deeltijdse ZAP-aanstelling impliceert een uitbreiding naar 100% evenwel meteen een vaste benoeming. Dat was niet de intentie, en wordt ook door de senaat als onwenselijk beschouwd.

In het licht hiervan stelde de decaan voor om het oorspronkelijke voorstel aan te passen, en het mandaat van Jan Loisen uit te breiden tot 90% en tegelijk zijn lopend mandaat als doctorassistent te reduceren naar 10%.

Het faculteitsbestuur sloot zich unaniem aan bij het aangepaste voorstel.



Het advies en de argumentatie van de selectiecommissie volgend, en rekening houdend met de wens om Jan Loisen in eerste instantie aan te stellen voor een periode van 3 jaar, stelde het faculteitsbestuur aan het bestuurscollege voor om 30% van de uitgeschreven ZAP-vacature LW/2013/003 toe te wijzen aan Jan Loisen en Jan Loisen aldus aan te stellen als 90% ZAP docent (vakgroep SCOM) voor de periode van 1 oktober 2013 tot 30 september 2016.

Een aandachtspunt is dat het huidige mandaat van doctorassistent van Jan Loisen vroeger afloopt dan het ZAP-mandaat waarop hij nu wordt aangesteld, namelijk per 31 maart 2015. Het faculteitsbestuur zal ten gepaste tijde actie ondernemen om het mandaat van doctorassistent te verlengen en zo in overeenstemming te brengen met de termijn van het ZAP-mandaat.


2.3.2.Personeelszaken - Assisterend Academisch Personeel (AAP)


Nihil.

2.3.3.Personeelszaken - Bijzonder Academisch Personeel (BAP)


De volgende personeelsbewegingen met betrekking tot het bijzonder academisch personeel (BAP) werden aan het faculteitsecretariaat medegedeeld:

1) Aanstellingen



Naam

Vakgroep

Mandaat

FTE

Begindatum

Einddatum

Tina Van Rossem

SOCI

bursaal

100%

1/10/2013

30/09/2014

Levi Vermote

MOSI

bursaal

100%

1/10/2013

31/01/2014

Bryan Cassady

BUSI

Vrijwillig medewerker

10%

1/10/2013

30/09/2015

Johan Hellemans

BUSI

Vrijwillig medewerker

10%

1/10/2013

30/09/2015




















2.3.4.Personeelszaken – Administratief en Technisch Personeel (ATP)

2.3.4.1.Bevorderingen en/of schaalverhogingen 2014 (aanvragen 2013)


Het faculteitsbestuur formuleerde een voorstel op basis van het advies van de promotiecommissie ATP. Deze commissie voerde haar werkzaamheden uit op dinsdag 3 september.

De commissie stelde voor om kalenderjaar 2014 een schaalverhoging (5.2 naar 5.3) toe te kennen aan de heer Ivan Wynant.

Het faculteitsbestuur sloot zich unaniem aan bij het voorstel van de promotiecommissie ATP.

Het advies en de argumentatie van de facultaire promotiecommissie ATP volgend stelde het faculteitsbestuur aan het bestuurscollege voor om vanaf kalenderjaar 2014 een schaalverhoging (5.2 naar 5.3) toe te kennen aan de heer Ivan Wynant.

2.3.5.Andere

2.3.5.1.Update vertegenwoordigers van de faculteit in de diverse bestuursorganen van de universiteit en in de facultaire commissie


(vervolg faculteitsraad 28 augustus 2013)
2.3.5.1.1Vertegenwoordiging in de onderzoeksraad (OZR)

De door de faculteit voorgedragen vertegenwoordigers door de onderzoeksraad werden aanvaard. Dit betekent dat volgende personen namens de faculteit zullen zetelen in de onderzoeksraad:

Onderzoeksraad (OZR)




ZAP-afgevaardigde

K. Celis (eff)/P. Deboosere (plvv)

S. Vanduffel (eff)/M.A. Guerry (plvv)


De decaan meldt nog dat de onderzoeksraad, op voorstel van de decanen humane wetenschappen, Katia Segers heeft aanvaard als effectief lid en vertegenwoordiger voor de humane wetenschappen.
2.3.5.1.2Vertegenwoordiging in Raad Internationaal Beleid (RIB)



Raad Internationaal Beleid (RIB)

Wordt afgevaardigd

ZAP-afgevaardigde

Eff. Alison Woodward

Academiejaar 2013-2014: 2de jaar

Eff. Leo Van Audenhove

Academiejaar 2013-2014: 1e jaar



Leo Van Audenhove zal in de RIB zetelen als vertegenwoordiger van het facultair beleid en Alison Woodward als voorzitter van de Facultaire Commissie voor Internationale Relaties (FACIR).
2.3.5.1.3Vertegenwoordiging in opvolgingscommissie doctoraten



Opvolgingscommissie Doctoraten

(*)

Voorzitter

Ignace Glorieux

(*) Iedere faculteit richt één commissie voor de doctoraatsopvolging (CDO) op. Deze wordt samengesteld uit ten minste vijf leden van het ZAP, aangevuld met ten minste één lid van het AAP, dat optreedt als waarnemend lid. Het aanvullend facultair doctoraatsreglement regelt de precieze samenstelling en de werkwijze van deze commissie.

Op de raad van bestuur van 21 december 2010 en 3 juli 2012 werden een aantal aanpassingen aan het Centraal Reglement voor de Toekenning van de Academische Graad van Doctor goedgekeurd. Hierdoor dient ook het aanvullend facultair doctoraatsreglement te worden herzien. De samenstelling en de werkwijze zullen later worden vastgelegd, na herziening en goedkeuring van het aanvullend facultair doctoraatsreglement.

Elke CDO heeft als taak te waken over het vlotte verloop van alle doctoraten in haar faculteit.

Het faculteitsbestuur besliste om de screening van de facultaire aanvullingen op het centraal doctoraatsreglement en om de precieze samenstelling, bevoegdheden en werkwijze van de doctoraatsopvolgingscommissie eerst te bespreken in een werkgroep die bestaat uit Ignace Glorieux (voorzitter), de afgevaardigden van de faculteit in de OZR: Karen Celis en Steven Vanduffel, de afgevaardigde humane wetenschappen in de OZR Katia Segers, de afgevaardigde van de faculteit in de Doctoral School Raad Lieselot Vanhaverbeke en de administratief secretaris Marc Janssen. Deze werkgroep zal eerstdaags worden samengeroepen.

Het faculteitsbestuur bracht reeds de volgende twee verbeteringen aan in het doctorale proces, in het kader van de kwaliteitsbewaking:


  1. Het faculteitsbestuur besliste dat voortaan alle samenstellingen van begeleidingscommissies en doctoraatsjury’s eerst behandeld worden door het faculteitsbestuur en daarna worden voorgelegd aan de faculteitsraad ter goedkeuring.

  2. Het faculteitsbestuur besliste dat voortaan alle ingediende doctoraatsthesissen ook elektronisch worden ingediend en gescreend door Turnitin.


2.3.5.1.4Voorzitters en secretarissen opleidingsraden



Opleidingsraden




Opleidingsraad Sociologie

Voorzitter: Christophe Vanroelen

Academiejaar 2013-2014: 1ste jaar



Secretaris: Hadewijch Vandenheede

Academiejaar 2013-2014: 1ste jaar



Opleidingsraad

Politieke Wetenschappen



Voorzitter: Dimokritos Kavadias

Academiejaar 2013-2014: 1ste jaar



Secretaris: Jacobus Delwaide

Academiejaar 2013-2014: 2de jaar



Opleidingsraad Communicatiewetenschappen

Voorzitter: Jo Bauwens

Academiejaar 2013-2014: 1ste jaar



Secretaris: Karen Donders

Academiejaar 2013-2014: 1ste jaar



Opleidingsraad TEW/HI

Voorzitter: Bruno Heyndels

Academiejaar 2013-2014: 1ste jaar



Secretaris: Leo Van Hove

Academiejaar 2013-2014: 1ste jaar



Opleidingsraad

Bedrijfskunde en Management



Voorzitter: Michaël Dooms

Academiejaar 2013-2014: 2de jaar



Secretaris: Kim Willems

Academiejaar 2013-2014: 2de jaar




2.3.5.1.5Voorzitters vakgroepsraden



Vakgroepsraden




Vakgroepsraad Sociologie

Voorzitter: Ignace Glorieux

Academiejaar 2013-2014: jaar



Vakgroepsraad Politieke Wetenschappen

Voorzitter: Kris Deschouwer

Academiejaar 2013-2014: jaar



Vakgroepsraad Communicatiewetenschappen

Voorzitter: Caroline Pauwels

Academiejaar 2013-2014: 1ste jaar



Vakgroepsraad Business

Voorzitter: Diane Breesch

Academiejaar 2013-2014: 3de jaar



Vakgroepsraad Applied Economics

Voorzitter: Marc Jegers

Academiejaar 2013-2014: 3de jaar



Vakgroepsraad Business Technology and Operations

Voorzitter: Cathy Macharis

Academiejaar 2013-2014: 1ste jaar




2.3.5.1.6Programmadirecteurs



Programmadirecteurs




BSc, MSc Sociologie + Schakel- en voorbereidingsprogramma

Programmadirecteur: Christophe Vanroelen

Academiejaar 2013-2014: 1ste jaar



BSc, MSc Politeke wetenschappen + Schakel- en voorbereidingsprogramma

Programmadirecteur: Dimokritos Kavadias

Academiejaar 2013-2014: 1ste jaar



BSc, MSc Communicatiewetenschappen + Schakel- en voorbereidingsprogramma

Programmadirecteur: Dave Sinardet

Academiejaar 2013-2014: jaar



BSc, MSc Toegepaste Economische Wetenschappen: Handelsingenieur + Schakel- en voorbereidingsprogramma

Programmadirecteur: Bruno Heyndels

Academiejaar 2013-2014: 1ste jaar



BSc, MSc Toegepaste Economische Wetenschappen: Handelsingenieur + Schakel- en voorbereidingsprogramma

Programmadirecteur: Bruno Heyndels

Academiejaar 2013-2014: 1ste jaar



MSc in Communication Studies

Programmadirecteur: Leo Van Audenhove

Academiejaar 2013-2014: jaar



MSc in Management Science

Programmadirecteur: Leo Van Hove

Academiejaar 2013-2014: jaar



MSc in Management + Voorbereidingsprogramma

Programmadirecteur: Michël Dooms

Academiejaar 2013-2014: 3de jaar



MSc in Bedrijfskunde + Schakel- en voorbereidingsprogramma

Programmadirecteur: Michaël Dooms

Academiejaar 2013-2014: 3de jaar



MSc in European Integration and Development

Programmadirecteur afstudeerrichting European Politics and Social Integration: Harri Kalimo

Academiejaar 2013-2014: 1ste jaar



Programmadirecteur afstudeerrichting Economic Integration: Marc Jegers

Academiejaar 2013-2014: jaar




2.3.5.1.7Vertegenwoordiging voor het overlegorgaan IT Humane Wetenschappen in het Expertencomité

Voor de raad van bestuur van 1 oktober wordt gevraagd om de samenstelling van het ICT Experten comité vast te leggen.

Het ICT Experten comité komt alleen samen op afroep en vergadert alleen over de echt belangrijke strategische vraagstukken van ICT, in principe een keer per jaar.

Voor het overlegorgaan IT Humane Wetenschappen ontbreekt ook nog een naam. Er wordt afgesproken om Katie Goeman (vakgroep SCOM) hiervoor voor te dragen.

2.3.5.1.8Overdrachtsgesprekken met nieuwe facultaire vertegenwoordigers

Het faculteitsbestuur wenst een standaardprocedure te hanteren bij de overdracht van vertegenwoordigende functies. De nieuw aangeduide vertegenwoordigers nemen contact op met de oude vertegenwoordigers, met de bedoeling dat die zo hun kennis en expertise overdragen.

Op deze wijze hoopt het faculteitsbestuur dat een goed evenwicht wordt gevonden tussen de principes van rotatie en continuïteit.



Het faculteitsbestuur besliste dat de nieuw aangeduide vertegenwoordigers in universitaire of facultaire commissies of raden contact moeten opnemen met de vorige vertegenwoordigers, met de bedoeling dat die zo hun kennis en expertise overdragen.

2.3.5.2.Facultair ombudspersoon


In de faculteitsraad van 28 augustus 2013 (uittreksel hieronder) werd afgesproken dat het faculteitsbestuur de opportuniteit zou bespreken van de combinatie van de functie van academisch directeur en facultair ombudspersoon.

Uittreksel uit verslag faculteitsraad 28 augustus 2013

Collega Jegers vraagt zich of de vereniging van de functies van facultair ombudspersoon en academisch directeur wel ideaal is. Onvermijdelijk zal de academisch directeur, wiens bureau op het faculteitssecretariaat is naast dat van de decaan, worden gepercipieerd als deeluitmakend van de staf van de decaan. In gevallen waar beslissingen van de decaan of van het faculteitssecretariaat onderwerp van betwisting vormen, is dat geen ideale situatie. De decaan heeft begrip voor de opmerkingen van collega Jegers. Het faculteitsbestuur zal de kwestie verder bespreken, maar gaat er van uit dat de combinatie van functies nu enkel voor het komende academiejaar werd vastgelegd. Op het einde van die termijn zal de werkwijze worden geëvalueerd.

Het faculteitsbestuur besprak de kwestie en besloot het oorspronkelijke voorstel te handhaven: tijdens het academiejaar 2013-14 worden de functies van facultair ombudspersoon en academisch directeur voor één jaar gecombineerd uitgeoefend door Patrick Stouthuysen. Na dat jaar zal een evaluatie plaatsvinden.

Het faculteitsbestuur steunt het voorstel op deze argumenten:



  1. In de eerste fase van de procedures speelt de facultaire ombudspersoon een cruciale rol en het is belangrijk vooral op dat moment consistent te zijn bij de beslissingen omtrent sancties e.d. Daarom is het beter dat er een grote continuïteit bestaat in de persoon die de functie invult;

  2. Belangrijk is ook dat de facultaire ombudspersoon van studenten informatie krijgt die eventueel van nut kan zijn in functioneringsgesprekken met de ZAP-leden;

  3. Een mogelijke onverenigbaarheid bestaat er in dat bij een eventuele voortzetting van de procedure via de Interne Beroepscommissie (IBC) de facultaire ombudspersoon niet meer kan optreden, vermits de academisch directeur ambtshalve met waarnemende status deelneemt aan de IBC’s. Vermits uiteindelijk slechts een klein aantal door de facultaire ombudsman behandelde kwesties ook door de IBC wordt behandeld, stelt dit probleem zich echter eerder uitzonderlijk;

  4. Door de steeds belangrijker wordende en ook steeds tijdsintensievere functie van facultaire ombudspersoon te koppelen aan die van academisch directeur, worden de andere ZAP-leden ontlast.

Het faculteitsbestuur besliste dat in het academiejaar 2013-14 Patrick Stouthuysen (academisch directeur) zal optreden als facultair ombudspersoon. Deze combinatie zal na één jaar worden geëvalueerd.

2.3.5.3.Commissie Middelen


Cathy Macharis deed een aanvraag bij de Commissie Middelen, teneinde het business game "The Fresh Connection" te kunnen organiseren voor haar studenten.

Het faculteitsbestuur oordeelde dat het om een verantwoorde aanwending van de middelen gaat en keurde de aanvraag goed.

2.3.5.4.Verzoek tot beëindiging promotorschap masterproef


De decaan krijgt af en toe vragen van promotors van masterproeven die willen ontlast worden van het promotorschap van bepaalde masterproeven. Merkwaardig genoeg voorziet het OER in een procedure waarbij de student van promotor kan veranderen, maar bestaat er geen procedure op basis waarvan promotors de samenwerking met een student kunnen stopzetten.

Het faculteitsbestuur besliste in dergelijke gevallen –de promotor wenst niet langer samen te werken met de student- de volgende procedure te hanteren:

  1. Promotoren engageren zich slechts voor één academiejaar. Als de student de masterproef niet afwerkt in dat academiejaar dient hij/zij het volgende jaar opnieuw de goedkeuring te vragen van de promotor. Het staat de promotor dan vrij te weigeren.

  2. Wanneer promotoren tijdens een lopend academiejaar de samenwerking wensen te beëindigen, nemen ze contact op met de masterproefcoördinator uit het desbetreffende programma. De masterproefcoördinator vervult een bemiddelende rol (eventueel in samenwerking met de facultaire ombudspersoon) en probeert een voor alle partijen bevredigende oplossing te vinden, die eventueel een verandering van promotorschap kan inhouden.

  3. Wanneer geen bevredigende oplossing kan worden gevonden, wordt de zaak overgemaakt aan de decaan die de beslissing mbt. promotorschap neemt.




1   2   3   4   5   6


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina