{femm}Commissie rechten van de vrouw en gelijke kansen



Dovnload 44.57 Kb.
Datum27.08.2016
Grootte44.57 Kb.


EUROPEES PARLEMENT


1999



2004

{FEMM}Commissie rechten van de vrouw en gelijke kansen

<RefStatus>VOORLOPIGE VERSIERefStatus>

<RefProc>2000/2174RefProc><RefTypeProc>(INI)RefTypeProc>

Par2<RefVer>RefVer>

{15-02-2001}21 februari 2001

ONTWERPVERSLAG

over de vrouwen en het fundamentalisme

(2000/2174(INI))

Tweede deel: Toelichting



{FEMM}Commissie rechten van de vrouw en gelijke kansen

Rapporteur: María Izquierdo Rojo



TOELICHTING



I. Inleiding
1.1. Diverse vormen van fundamentalisme
Ofschoon het woord "fundamentalisme" in de titel in het enkelvoud staat, dient men, om een beter inzicht te krijgen in het fenomeen "fundamentalisme", steeds de meervoudige betekenis van deze generieke term, het feit dat hij betrekking heeft op zeer uiteenlopende situaties, voor ogen te houden. Net zoals uit het oogpunt van de vrouw hier ook het meervoud "vrouwen" verkieslijker is, omdat dit een concretere verwijzing is, en op die manier een abstracte benadering, en dus een neiging tot idealisering, wordt vermeden. Er dient hoe dan ook duidelijk te worden gesteld dat de term "fundamentalisme" slaat op een groot aantal bewegingen, invloeden, groepen en feiten, en dat het verkeerd is een bepaalde vorm van fundamentalisme gelijk te stellen met de vele andere uitingen van deze denkwijze.
1.2 Terminologie en referenties
De term fundamentalisme werd voor het eerst gebruikt in de Verenigde Staten voor een groep protestanten die een letterlijke interpretatie van de Bijbel voorstond en tot 1910 een tijdschrift uitgaf dat "The fundamentals" heette. De benaming werd dus aanvankelijk in verband gebracht met ultraconservatieve en rigoristische christelijke bewegingen, en daarna ook gebruikt voor protestantse fundamentalisten en het katholieke integrisme in de twintigste eeuw, met name in Frankrijk. De term werd vervolgens toegepast op uiteenlopende godsdienstige verschijnselen waarbij een extremistisch verband tussen godsdienst en politiek wordt gelegd.
De benaming fundamentalisme heeft dus eigenlijk betrekking op een verschijnsel dat zich op een zeker ogenblik van de geschiedenis in de meeste godsdiensten voorgedaan heeft. Men gebruikt thans ook wel de uitdrukkingen "wetenschappelijk fundamentalisme", voor bepaalde rigoristische wetenschappelijke theorieën, of "politiek fundamentalisme", zoals in het geval van het "stalinistische integrisme", "technocratisch fundamentalisme", enz., maar de term wordt toch nog steeds vooral in een religieuze context gebruikt.
Anderzijds en parallel aan het toenemende politieke belang van bepaalde islamitische groeperingen wordt de algemene term "fundamentalisme" wat al te gemakkelijk toegepast op uiteenlopende bewegingen van het "islamitische fundamentalisme", vaak als synoniem van "islamitisch integrisme", "islam" of "terrorisme", in een taalkundig amalgaam dat sinds 1970 dient om de stereotiepe "islamitische vijand" als de grote Satan af te schilderen.
Men dient een onderscheid te maken tussen de zeer uiteenlopende uitingsvormen van het godsdienstig fundamentalisme (islamitisch, christelijk of joods): van het christelijke fundamentalisme, zoals het "nationaal katholicisme" en de diverse aspecten van de Inquisitie, tot het islamitische fundamentalisme dat een groot aantal islamitische bewegingen en leiders omvat: het fundamentalisme van de Neo hanbalita wahabi in Midden-Arabië in het midden van de 18de eeuw, waaruit het wahabisme is ontstaan, dat in de 20ste eeuw weer is opgeleefd; Hassan al Banna (Arabische wereld) en Abul ala Maududi (India); de Moslimbroeders (1927); de "Nahda"; al "Da wa" in Irak (1956) en Dubaï; Hizbollâhi in Iran en Libanon (1980); de Palestijnse Hamas-beweging; het FIS (1991) in Algerije; de Nahda in Tunesië; de Marokkaanse beweging Rechtvaardigheid en Naastenliefde; Islam al Bachir in Soedan; Elkadi Husein in Pakistan; Yamaa Islamiya in Libanon; de Iraakse Islamitische Partij; de Talibaan in Afghanistan; islamitische verenigingen en de Liga voor geloofsverkondiging (Dawa) in Europa en de Verenigde Staten, en nog vele andere.
1.3 Aandacht voor de situatie van de vrouw
Wij wensen ons hier te beperken tot de situatie van de vrouw ten aanzien van het fundamentalisme, en zullen dan ook de talrijke andere aspecten van het thema buiten beschouwing laten. Het ligt voor de hand dat deze analyse door de Commissie rechten van de vrouw wordt verricht. De situatie van de vrouw is een van de essentiële aspecten van het probleem van het fundamentalisme maar is als studieobject toch vrij nieuw. Uit de zeer omvangrijke bibliografie over het fundamentalisme blijkt dat tot nu toe relatief weinig aandacht werd besteed aan dit aspect.
Het godsdienstige fundamentalisme heeft nochtans een uiterst negatieve invloed uitgeoefend op het proces van emancipatie van de vrouw. Het is een bron van schending van de rechten en de fundamentele vrijheden en oefent zijn invloed niet alleen rechtstreeks, maar ook via wetten, religieuze voorschriften, culturen, gewoonten, politieke acties en maatschappelijke normen uit.
De enorme draagwijdte van het fundamentalisme mag bij een diagnose van het probleem niet over het hoofd worden gezien, en dit zowel kwantitatief, gezien het grote aantal vrouwen wier rechten in de loop van de geschiedenis over de hele wereld zijn beknot op grond van fundamentalistische theorieën, als kwalitatief, gezien de ernst en de onomkeerbaarheid van de aangerichte schade. Het effect van het fundamentalisme is moeilijk te meten, omdat het zeer uiteenlopende vormen aanneemt en het niveau ervan zeer verschillend kan zijn, maar als wij de schendingen van de mensenrechten als graadmeter nemen, dan moeten wij tot onze ontzetting constateren dat honderden miljoenen vrouwen te lijden hebben onder fundamentalistische beperkingen van hun rechten.
1.4 Mensenrechten
Fundamentele rechten en vrijheden worden vaak beperkt of helemaal genegeerd onder het voorwendsel van toepassing van verouderde, maar nog steeds geldende voorschriften, geloofsovertuigingen of tradities die beantwoorden aan bepaalde vormen van fundamentalistische godsdienstijver. De beginselen waarop vele vormen van fundamentalisme steunen zijn onverenigbaar en in strijd met de democratische rechten en vrijheden. Men hoeft slechts de Universele Verklaring van de rechten van de mens te doorlopen om zich bewust te worden van de ernst van deze schendingen. Artikel 2 bepaalt dat de rechten voor alle vrouwen gelden, tot welke godsdienst of welk ras ze ook behoren of wat ook hun politieke overtuiging of hun nationaliteit is, en artikel 3 garandeert het recht op leven, vrijheid en onschendbaarheid van de individuele persoon. Vrouwen worden niettemin nog steeds geëxecuteerd wegens overspel of veroordeeld tot de dood door steniging. Moedige prominente figuren, zoals Fatima Mernissi, en kunstenaars, schrijvers of journalisten worden ter dood veroordeeld middels een islamitische "fatwa". Artikel 4 bepaalt dat niemand in slavernij of horigheid gehouden zal worden en dat slavernij en slavenhandel in iedere vorm verboden zijn, maar de leefomstandigheden die het fundamentalistische regime van de Talibaan in Afghanistan aan meer dan 11 miljoen vrouwen oplegt zijn daarmee vergelijkbaar of zelfs nog erger. Artikel 6 stelt dat eenieder het recht heeft als persoon erkend te worden voor de wet, en artikel 5 dat niemand zal worden onderworpen aan foltering, noch aan een wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, terwijl vrouwen onmenselijke straffen moeten ondergaan en een huiveringwekkend hoog aantal vrouwen het slachtoffer is van geweld, ook in Europa. Volgens artikel 7 is iedereen gelijk voor de wet, maar er bestaan in het gewoonterecht nog een groot aantal regels die de vrouw achterstellen en ondergeschikt maken aan de man. Artikel 16, lid 2 stelt dat een huwelijk slechts met vrije toestemming van de aanstaande echtgenoten kan worden gesloten, maar volgens de familiewet van talrijke landen hebben de vader of naaste familieleden het recht een vrouw te "verkopen". De artikelen 8, 9 en 13 voorzien in het recht op rechtshulp van bevoegde nationale rechterlijke instanties, een verbod op willekeurige arrestatie, detentie of verbanning, het recht zich vrijelijk te verplaatsen en te vertoeven binnen de grenzen van een land, maar dat geldt blijkbaar niet voor miljoenen vrouwen, evenmin als het asielrecht (artikel 14) en het recht op eigendom (artikel 17), die worden ondermijnd door discriminerende bepalingen in het erfrecht.
Vele schendingen van deze rechten steunen op de omzetting van religieuze voorschriften op politiek en wetgevingsgebied, zoals in het geval van de sharia, die wordt beschouwd als zijnde van goddelijke aard en oorsprong. De sharia kan in de praktijk betrekking hebben op alle aspecten van het leven: persoonlijke en gezinsstatus, keuze van de echtgenoot, minimale huwelijksleeftijd, polygamie, verstoting, legale adoptie, initiatiefrecht op het gebied van echtscheiding, toewijzing van kinderen, passief en actief stemrecht, emancipatie van de vrouw, erkenning van de rechten en de rol van de vrouw.
De dagelijkse realiteit toont dus aan dat het godsdienstige fundamentalisme en de instrumenten voor de praktische toepassing ervan leiden tot ernstige schendingen van de mensenrechten.
1.5 Enkele sleutels van het probleem
Een van de sleutels is de secularisering of de scheiding tussen openbare zaken, die tot de politieke sfeer behoren, en geloof en godsdienstige overtuigingen, die vrij moeten kunnen worden beleefd en moeten worden gerespecteerd, en die tot het privé-leven van de individuele persoon behoren. De plaats die de godsdienst in een maatschappelijk en politiek bestel inneemt en de marge van autonomie van de menselijke wil ten aanzien van de goddelijke wil kunnen zeer verschillend zijn. Ook binnen de islamitische cultuur is voor sommige mohammedanen godsdienst een privé-aangelegenheid, terwijl volgens andere de islam alles bepaalt, ook het privé-leven. De neutraliteit van een staat moet de rechten en vrijheden van de menselijke persoon en de erkenning van de vrijheid van geloof garanderen.
Een andere sleutel is de moderniteit. Maatschappelijke moderniteit is onmogelijk zonder moderniteit ten aanzien van de eerbiediging van de individuele persoon. Pogingen om de samenleving te moderniseren maar daarbij de vrouwen van de democratisering uit te sluiten zijn tot mislukking gedoemd. Vandaar dat moet worden gewaarschuwd voor gedeeltelijke moderniseringsprocessen van leiders van staten die alleen de economische en technologische aspecten willen moderniseren, maar daarnaast de grondslagen van een verouderde, patriarchale samenleving intact willen laten. De vrouwen zijn momenteel de voornaamste draagsters van de moderniteit: wanneer de vrouw zich moderniseert, moderniseert de hele samenleving zich. De fundamentalisten zijn daarentegen geneigd de modernisering van de samenleving af te remmen, en het is juist daarom dat ze vrouwen vaak rechtstreeks of onrechtstreeks vervolgen.
In het verslag worden serieuze bezwaren gemaakt tegen regressieve ideologieën die de nostalgie naar het verleden koesteren, en voor vrouwen antwoorden voor de toekomst hebben die steunen op retrograde opvattingen. Het proces van emancipatie en bevrijding van de vrouw wordt in maatschappelijk en antropologisch opzicht beschouwd als een aspect van de historische vooruitgang van de mensheid, waarmee het op een natuurlijke wijze evolueert. De situatie van de vrouw hangt nauw samen met de mate van vrijheid en ontwikkeling in een land: waar vrijheid bestaat, kunnen vrouwen zich ontplooien, waar geen vrijheid bestaat, zijn ze daarvan de eerste slachtoffers.
De identiteit is een derde aspect waarop het fundamentalisme een grote invloed uitoefent. In de resolutie wordt onderstreept dat het model van een geëmancipeerde vrouw niet bestaat, dat de universele mensenrechten geen culturele of identiteitsnorm, maar een juridische norm opleggen voor een minimale bescherming van de menselijke waardigheid, dat de identiteit van de vrouw persoonlijk en individueel moet kunnen zijn, los van godsdiensten, tradities en culturen, en dat stereotypen, kleding, waarden, leefwijzen en gedragingen een kwestie van persoonlijke keuze zijn. Er wordt ook op gewezen dat godsdienst en politiek helaas vaak worden gebruikt om de identiteit van een persoon te schragen en dus grote invloed kunnen uitoefenen op de vorming van de identiteit van vrouwen. Wetten verschaffen immers een identiteit omdat zij mensen een leefwijze voorschrijven.
De aandacht wordt erop gevestigd dat sommige islamitische jonge vrouwen die in steden zijn grootgebracht of een universitaire opleiding hebben genoten een andere houding aan het aannemen zijn, hun rol in de samenleving en hun actieterrein aan het verleggen zijn, en daarbij feministische houdingen in overeenstemming proberen te brengen met fundamentalistische standpunten. Een dergelijke houding kan bevorderlijk zijn voor het proces van emancipatie van de vrouw in een strikt islamitische context, zoadat de vrouw een rol kan spelen bij de modernisering van de Arabisch-islamitische wereld, uitgaande van eigen waarden ten aanzien van vormen van modernisering die worden ervaren als exogeen en vreemd aan de eigen cultuur.
In de resolutie wordt er tevens op gewezen dat problemen van identiteit, misleiding of verwerping tussen volkeren en culturen en situaties van ernstige maatschappelijke ongelijkheid in de loop van de geschiedenis hebben geleid tot gevaarlijk religieus extremisme en dat het fundamentalisme in de derde wereld vaak ontstaan is als een reactie op het culturele en ontwikkelingsmodel dat bepaalde vormen van kolonialisme en westers fundamentalisme hebben willen opleggen.
Behandeling - De methoden die in het verleden werden gebruikt, waarbij het godsdienstige fundamentalisme werd bestreden door er een ander fundamentalisme tegenover te stellen, hebben steeds gefaald en moeten worden verworpen. De remedie tegen het fundamentalisme is de toepassing van de beginselen van eerbiediging van de menselijke persoon, bevordering van en eerbiediging van de democratische vrijheden, secularisering, openheid, emancipatie van de vrouw, bevordering van ideologische en culturele diversiteit en een pluralistische samenleving, dialoog en politieke flexibiliteit, vrije uiting van ideeën, geloofsovertuigingen en levensopvattingen, geleidelijke en relativistische begripsvorming in tegenstelling tot reductionistische vereenvoudiging, economisch en sociaal welzijn.
Voor een politieke benadering van het probleem dient er ook rekening mee te worden gehouden dat sommige groepen van islamitische fundamentalisten hulp bieden in stadswijken en op het platteland waar de regeringshulp niet geraakt, en dat ze, als ze worden geaccepteerd en kunnen rekenen op krediet in de samenleving en de sympathie van jongeren, dit meestal niet is vanwege hun extremistische doctrines, maar omdat ze zich verzetten tegen sectoren die door de samenleving als corrupt worden beschouwd.

II. Samenvatting van de ontwerpresolutie
De ontwerpresolutie steunt met name op de volgende overwegingen:
2.1 Om de fundamentalistische invloeden te bestrijden en te beperken is een praktische benadering nodig en dienen concrete voorstellen te worden gedaan.
2.2 Het fundamentalisme als politieke interpretatie van een godsdienst. Het fundamentalisme dat een vrijbrief meent te hebben gekregen om de mensenrechten ernstig te schenden. Godsdienstijver of gesacraliseerde patriarchale privileges die worden misbruikt voor de verwezenlijking van politieke doelstellingen. Het fundamentalisme prevaleert altijd, zelfs boven de democratische beginselen.
2.3 De fundamentalisten als personen die zichzelf beschouwen als de hoeders en beschermers van de zuiverheid en de kwintessens van een religieuze overtuiging, en die deze rol vervolgens misbruiken om zichzelf en hun acties te rechtvaardigen, andere mensen, en met name vrouwen, te onderwerpen, moordzuchtige levenshoudingen goed te praten, een ras of een volk te vergoddelijken, de voorrechten van bepaalde religieuze elites in stand te houden of bepaalde privileges te behouden, hetgeen leidt tot allerhande vormen van fanatisme.
2.4 De in bepaalde islamitische landen vaak voorkomende "politieke onderhandelingen", waarbij afspraken over onderwerping van de vrouw in het dagelijkse leven als wisselgeld dienen. Overdrachten waarbij sectoren of personen die de macht in handen hebben met fundamentalistische moslims "een schikking treffen". In dergelijke gevallen wordt van het fundamentalisme zogezegd "nuttig" gebruik gemaakt om "andere" voordelen te behalen en te behouden, ook al moeten de vrouwen -de helft van de samenleving- dan worden uitgesloten van democratische vooruitgang. Het resultaat is de volledige mislukking van de modernisering en het zogenaamde democratiseringsproces. Daarbij doet zich de paradoxale situatie voor dat de invloed die de islamitische fundamentalisten op de status van de vrouw uitoefenen oneindig veel groter is dan hun vrij beperkte institutionele of politieke macht.
2.5 Bepaalde kenmerken van het fundamentalisme, zoals een neiging tot zelfontkenning: niemand komt ervoor uit dat hij een fundamentalist is. Het gaat in wezen om een gemeenschappelijk probleem dat niet buiten onze Europese cultuur staat. Het totalitaire karakter van het integrisme en het fundamentalisme, in die zin dat hun aanhangers van oordeel zijn dat zij alleen de waarheid bezitten en er het monopolie over hebben, en, zogezegd voor het welzijn van alle mensen, hun denkwijzen en leefregels aan elke individuele persoon en de samenleving in haar geheel willen opleggen. De simplistische, dogmatische en onherroepelijke regels van de fundamentalisten kunnen voor sommige personen weliswaar een geruststellend effect hebben. Hun extremistische ideeën zijn echter een bron zijn van misbruik, geweld en terrorisme, ook ten aanzien van degenen die tot een andere cultuur behoren. Zij passen de pedagogie van de angst toe.
2.6 Het fundamentalisme heeft een verwoestend effect op de cultuur, de kunsten en de wetenschappen en leidt tot intellectueel totalitarisme, vervolging en uitroeiing van de vrijheid van denken en de creativiteit, waarbij intellectuelen en kunstenaars, ook uit andere landen, worden bedreigd en vermoord, en tot dramatische geweldsuitbarstingen en enorme sociale achteruitgang.
2.7 In een door fundamentalisten beheerste samenleving vertonen vrouwen ernstige en onherstelbare tekortkomingen op het gebied van opvoeding en onderwijs. In vele plattelandsgebieden in de wereld worden jonge meisjes rond hun tiende levensjaar nog steeds van school genomen. De vereiste beroepskwalificaties zijn voor vrouwen veel lager dan voor mannen. Voorlichting en interculturele openheid dienen te worden bevorderd. De opleiding en de mobiliteit van vrouwen en vrouwelijke studenten moeten worden gestimuleerd, door te voorzien in uitwisselingsprogramma's, teneinde ze in staat te stellen hun opleiding in het buitenland te vervolledigen.
2.8 Vrouwen moeten er met name op worden gewezen dat fundamentalistische invloeden kunnen leiden tot de volledige ontkenning van hun rechten en vrijheden en onderdrukking tot de dood, en uitmonden in gevaarlijk extremisme, dat zij een stap terug betekenen in de maatschappelijke vooruitgang, dat zij intellectuele vervreemding, onterende behandeling en allerhande vormen van discriminatie op sociaal, politiek en arbeidsgebied, de toewijzing van een mensonwaardige rol, sociale segregatie van de vrouw en onderwerping van de vrouw aan de man in de hand werken. Vrouwen hebben dringend behoefte aan moderniteit en democratie.
De extreme lichamelijke en psychische onderdrukking van vrouwen onder het in 1996 aan de macht gekomen fundamentalistische regime van de Talibaan moet worden veroordeeld. Het analfabetisme bij vrouwen is in de grote eeuw van de intercommunicatie enorm toegenomen. De situatie van de vrouwen in Afghanistan is ongelooflijk verslechterd: echte apartheid, misdadige behandeling, zelfs openbare kastijding. Vrouwen mogen zich er niet meer op openbare plaatsen vertonen, mogen geen onderwijs of opleiding genieten, geen arbeid verrichten, leven er in extreme armoede, kunnen geen beroep doen op de nodige medische en sanitaire voorzieningen en moeten trachten te overleven in mensonterende omstandigheden.
De religieuze fundamentalisten oefenen een obsessieve controle op het lichaam van de vrouw uit. Bepaalde culturele en traditionele praktijken, zoals genitale verminking, moeten worden beschouwd als verkrachting, bestraffing en aantasting van de lichamelijke integriteit van vrouwen, en moeten worden veroordeeld. Dit soort tradities en repressieve wetgevingen worden ook in de EU toegepast. In de meeste communautaire landen bestaat er wat dit probleem betreft een leemte in de wetgeving. De regeringen van de lidstaten dienen maatregelen te treffen om dit soort praktijken te verbieden.
In het dispositief wordt het volgende voorgesteld:
2.9 De mensenrechten moeten worden geëerbiedigd, en mogen niet worden beknot of genegeerd onder het voorwendsel van godsdienstige interpretaties, culturele tradities of onverenigbare gewoonten of wetgevingen. In de EU mogen geen normen of tradities worden toegepast die onverenigbaar zijn met de mensenrechten of daarmee in strijd zijn.
2.10 Vrouwelijke immigranten moeten in de EU-lidstaten worden geïnformeerd over het verbod op discriminatie, een beroep kunnen doen op diensten voor de verdediging van hun rechten en door personen die tot hun cultuur behoren worden aangeraden praktijken te vermijden die een schending van hun rechten vormen, zonder dat zij daarom de essentiële aspecten van hun cultuur verloochenen.
2.11 De instelling van een wereldwijd moratorium op terechtstellingen van vrouwen op grond van fundamentalistische theorieën moet een van de prioriteiten van het buitenlands beleid van de Europese Unie worden.
2.12 Wij dienen onze erkentelijkheid te betuigen aan landen die een einde maken aan wettelijk vastgelegde vormen van discriminatie van mensen.
2.13 De Commissie moet worden verzocht te voorzien in een voorlichtings- en opleidingsprogramma waarin het probleem van de pernicieuze invloed van het fundamentalisme op het leven van vrouwen centraal staat.
2.14 De Raad en de Commissie dienen ertoe te worden aangespoord een beleid te voeren dat erop gericht is de invloed van het fundamentalisme te beperken, door openheid en interculturele uitwisselingen te bevorderen, vrouwen mogelijkheden van opleiding, voorlichting en toegang tot nieuwe technologie te bieden en te zorgen voor de nodige culturele, literaire en artistieke promotie op internationaal vlak, ten behoeve van vrouwen van diverse culturen, steun aan en bevordering van internationale vrouwenverenigingen, bevordering van een pluriculturele en populaire benadering in sectoren zoals mode en design, bevordering en verspreiding van publicaties en informatiebrochures over het probleem van het fundamentalisme, en van radio- en televisie-uitzendingen.
2.15 De Raad en de Commissie moeten voorzien in mechanismen voor het verschaffen van informatie over aanslagen, overtredingen en discriminatie door fundamentalisten, waarbij ernaar moet worden gestreefd voor elke concrete situatie alternatieven voor te stellen. De Commissie dient te zorgen voor netwerken voor het verzamelen van gegevens over vorderingen en verbeteringen in de situatie van vrouwen, en over schendingen van hun rechten.
2.16 De goedkeuring en tenuitvoerlegging van een communautair programma voor uitwisseling en mobiliteit van studenten en opleiders, met name ten behoeve van vrouwen, en de oprichting van een open universiteit voor vrouwen.
2.17 De lidstaten verzoeken de consulaten toe te staan visumaanvragen persoonlijk en individueel te behandelen, ook wanneer het paspoort van de aanvrager een gezinspaspoort is.
2.18 De lidstaten vragen te voorzien in de mogelijkheid van individuele behandeling van verblijfsvergunningsaanvragen van vrouwen.
2.19 De lidstaten verzoeken bij het verstrekken van arbeids- en verblijfsvergunningen voor de EU voorrang te geven aan vrouwen wier rechten worden geschonden of die op grond van fundamentalistische theorieën worden gediscrimineerd.
2.20 Aanbevelen dat in de toekomstige richtlijnen inzake procedures voor asielverlening in de EU-lidstaten rekening wordt gehouden met de gevallen van vervolging op grond van fundamentalistische theorieën, die moeten worden erkend en opgenomen in de definities en regels inzake vluchtelingen die in het kader van de Europese regelgeving zullen worden vastgesteld.
2.21 Ervoor pleiten dat wordt bepaald in welke omstandigheden het asielrecht en de status van vluchteling formeel kunnen worden verleend aan vrouwen die op grond van hun geslacht en de maatschappelijke groep waartoe ze behoren het slachtoffer zijn van vervolging op basis van fundamentalistische theorieën; de regeringen van de lidstaten verzoeken de vervolgingen en schendingen van rechten op grond van fundamentalistische theorieën waarvan vrouwen het slachtoffer zijn te erkennen als "vervolging van personen omdat ze tot een bepaalde maatschappelijke groep behoren", in de zin van het Verdrag van Genève, zodat deze vrouwen formeel de status van vluchteling kunnen verwerven; vragen dat voor de behandeling van dergelijke aanvragen richtsnoeren en wettelijk bindende instructies worden vastgesteld.
2.22 De Raad verzoeken de onmenselijke onderdrukking en discriminatie van vrouwen door de fundamentalistische Talibaan in Afghanistan, alsook de voortdurende en geëxporteerde oppressie van vrouwen door de regering van Saoedi-Arabië, scherp te veroordelen; de Iraanse autoriteiten ertoe oproepen rechtvaardige en openbare processen te houden en hun beleid ten aanzien van vrouwen te herzien.

III. Slotbeschouwingen
3.1 De aanvaarding van het religieuze pluralisme kan het ontstaan van extremistische afwijkingen, zoals de diverse vormen van fundamentalisme, voorkomen. Vandaar dat de lidstaten de obstakels voor een bevredigende en volledig normale uitoefening van de vrijheid van godsdienst door alle burgers moeten wegnemen. Wanneer een godsdienstige organisatie niet beschikt over middelen om zich normaal te ontwikkelen en zich te financieren, dan krijgt zij vaak steun van buitenaf, waardoor fundamentalistische beïnvloeding kan ontstaan.
3.2 Dat sommige fundamentalisme bewegingen worden geaccepteerd en kunnen rekenen op krediet in de samenleving en de sympathie van jongeren, is meestal niet zozeer te wijten aan hun extremistische doctrines, als wel aan het feit dat ze zich verzetten tegen sectoren die als corrupt worden beschouwd.
3.3 Het fundamentalisme wordt vaak op subtiele wijze gebruikt voor de verwezenlijking van politieke doeleinden. Het heeft in dat geval vele facetten en wordt dan een uiterst complex verschijnsel. Talrijke groepen fundamentalisten worden misbruikt door mogendheden, staten, autoriteiten of corrupte sectoren, voor eigen profijt, of in het kader van een wapenhandel, of vanwege financiële belangen, in een complex netwerk waarin in sommige gevallen ook democratische landen verwikkeld zijn.
3.4 Welke vorm het fundamentalisme ook aanneemt, welke leefwijze het ook voorschrijft, of zijn invloed subtiel is, of het resultaat van heimelijke afspraken, of juist heel direct en brutaal, uit het oogpunt van de repressie van vrouwen en de schending van de mensenrechten is het resultaat van zijn actie steeds funest.

PR\433180.NLdoc PE 287.060/PAR2

NL NL





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina