fientje moerman



Dovnload 11.55 Kb.
Datum19.08.2016
Grootte11.55 Kb.
fientje moerman

vice-minister-president van de vlaamse regering, vlaams minister van economie, onder-nemen, wetenschap, innovatie en buitenlandse handel





antwoord

op vraag nr. 49 van 10  

van helga stevens




1. Inzake de beleidsprioriteiten voor buurtwinkels werden in het voorbije jaar twee initiatieven genomen, namelijk de oprichting van een kenniscentrum voor centrummanagement en distributiebeleid enerzijds en de uitvoering van een voorbereidend onderzoek met het oog op de behoeftenbepaling van een impulsbeleid voor buurtwinkels anderzijds.
Het eerste initiatief kadert in het project ondernemingsvriendelijke gemeente en bestaat in de uitbouw van een Kenniscentrum voor centrummanagement en distributiebeleid. Steden en gemeenten zullen er terecht kunnen voor goede praktijken, ervaringsuitwisseling, weten-schappelijk studiemateriaal, statistische gegevens inzake distributie in de meest brede zin, reglementering, modellen en instrumenten. Het project verzamelt essentiële data zoals beschikbare verkoopoppervlakte, beschikbaarheid van investeringsruimte voor de distributie in en buiten de kernen, inkomensstatistieken, mobiliteitsgegevens, wetgeving, decreten, reglementen, koop-stroomgegevens, bestedingspatronen, toepassing van de wet op de handelsvestigingen, …
Het tweede initiatief omvat de uitwerking van een call naar de steden en gemeenten toe, voor het indienen van buurtwinkelprojecten. Bij het Steunpunt Ondernemen, Ondernemerschap en Innovatie werd een studie besteld over hoe buurtwinkels het best zouden worden ondersteund en welke de meest geëigende criteria zijn waarop een buurtwinkelbeleid kan worden afgestemd. Ook werd gepeild naar kritische succesfactoren, nu recent een trendbreuk werd vastgesteld, waaruit blijkt dat buurtwinkels terug in de lift zitten. Op basis van de studie werd de administratie gevraagd een voorstel uit te werken. De studie wordt eerstdaags besproken met de opdrachtnemers.
2-3. De antwoorden op de vragen twee en drie kunnen samen behandeld worden. In het regeerakkoord is een specifieke passage gewijd aan de buurtwinkels: “We ondersteunen en versterken buurtwinkels (betere verweving woon- en handelsfunctie, wonen boven winkels, uitbreiding van de producten en diensten die door buurtwinkels mogen worden geleverd, productinnovatie) ”
Zowel in plattelandsgebieden als in stadswijken moet de terugloop van de kleinhandel worden tegengehouden. In het algemeen kunnen we stellen dat er geen fundamentele verschillen zijn tussen steden en gemeenten wat betreft de behoeften in verband met buurtwinkels, maar wel met betrekking tot de oplossingen die moeten geformuleerd worden. Vanuit deze vaststelling wordt binnen de Vlaamse Regering bekeken hoe daarop het best kan worden ingespeeld. Op Vlaams niveau, werd meermaals overleg gepleegd met het Kabinet Leterme. Het kabinet van Institutionele hervormingen, Landbouw, Zeevisserij & Plattelandsbeleid zal zich toespitsen op projecten uit het platteland. Het kabinet van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie & Buitenlandse Handel maakt geen onderscheid tussen platteland en stad met betrekking tot buurtwinkelprojecten. Er is afgesproken om op volgende manier tewerk te gaan: het kabinet van Economie zorgt voor een objectieve studie uitgevoerd door het Steunpunt Ondernemen, Ondernemerschap en Innovatie, met als doelstelling het bepalen van objectieve criteria om de buurtwinkelprojecten te beoordelen. Het kabinet van Institutionele hervormingen, Landbouw, Zeevisserij & Plattelandsbeleid zal bepaalde criteria toevoegen die van toepassing zullen zijn op de projecten die uit het platteland komen. De call voor buurtwinkelprojecten zal worden uitgewerkt door het departement Economie in samenwerking met het departement Platteland. En voor de jurering van de projecten zullen de departementen samen een onafhankelijke jury samenstellen.
Er is geen overleg met de federale collega’s.
4-6. Voor de vragen 4 tot en met 6 werden zowel cijfers opgevraagd aan het departement van Professor Van Ossel aan de VLERICK management School als rechtstreeks aan AC Nielsen.
Beide instanties hebben laten weten dat de graad van detail die wordt gevraagd niet beschikbaar is. Daarnaast zit er een zekere ruis op de cijfers omdat Brussel volgens de definitie van AC Nielsen niet samenvalt met het Brussels gewest, zodat cijfers voor het Vlaamse gewest apart niet exact zijn.
Bovendien zijn er geen aantallen gekend voor de nachtwinkels aangezien die geen aparte NACE-code hebben. De cijfers hieronder geciteerd komen uit het rapport “Voedingsuniversum” van 2004 en 2005 van AC Nielsen en betreffen cijfers tot en met 2004.
Uit de cijfers kan worden opgemaakt dat het aantal winkelpunten verder daalt, zij het aan een verlaagd tempo.

Bron: AC Nielsen – Voedingsuniversum 2005


Het F3 winkeltype verliest 132 winkels in 2004 tov 2003: dit is het netto resultaat van de sluiting van 76 traditionele bedieningswinkels en de sluiting van 56 superettes (zelfbediening).
In de jaren 2002, 2003, 2004 zien we dat het aantal superettes relatief constant blijft, het aantal bedieningswinkels is licht gedaald.
Wat het aantal zelfstandige buurtsupermarkten in het Vlaamse Gewest betreft, blijkt er een lichte daling van 2002 naar 2003. Cijfers van 2004 zijn echter niet gekend. Onder deze groep zijn de niet-geïntegreerde middelgrote voedingswinkels gekend, zoals AD Delhaize, Super Partner GB, Alvo, Samgo, Spar,…(groter dan 400 m²).

Bron: AC Nielsen – Voedingsuniversum 2005







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina