Figuur 1 Maarten Luther 1483 1547



Dovnload 45.06 Kb.
Datum23.08.2016
Grootte45.06 Kb.

luther_dvd.doc



Vragen en opdrachten over Luther


Figuur 1 Maarten Luther 1483 - 1547
Naam: ………………………...
Klas:……………………………


Figuur 2 DVD Luther
Inleiding | Erasmus




Figuur 3 Erasmus van Rotterdam


De Nederlander Erasmus (1469 - 1536) was één van de belangrijkste onderzoekers die zich met de Kerk bezighielden. Hij schreef zijn boeken in het Latijn. In zijn boeken schreef hij over misbruiken in de Kerk. Veel priesters en pausen gedroegen zich niet naar de leefregels van Jezus Christus. Erasmus wilde met zijn kritiek de kerk verbeteren maar steeds meer mensen gingen zich tegen de kerk verzetten.


Erasmus was een ‘humanist’. In het humanisme staat de mens in het middelpunt. Humanisten vinden dat je goed moet nadenken over hoe je met mensen, de wereld en jezelf omgaat. Je moet dit altijd met zorg en aandacht doen. De humanisten van nu geloven niet in God. Dat was in de tijd van Erasmus wel zo. Ze vonden dat het in het christendom eigenlijk ook vooral om mensen ging.


Erasmus las veel over de Grieken en Romeinen.

Erasmus werd waarschijnlijk in 1469 in Rotterdam geboren als zoon van een priester. Het was al snel duidelijk dat hij monnik moest worden. Na zijn opleiding op onder andere een kostschool van de Broeders van het Gemene Leven kwam hij in het klooster Steyn bij Gouda terecht. Erasmus was vooral blij met de bibliotheek van het klooster. Hij dook in de boeken over de klassieke oudheid (de tijd van de Grieken en de Romeinen). Hij las schrijvers uit die tijd, maar ook van Italiaanse humanisten die erover schreven. Deze Italiaanse geleerden hadden veel uitgezocht over de oudheid en er kritisch over nagedacht. Ze brachten de klassieke oudheid heel dichtbij.



Erasmus reisde door heel Europa.

Het kloosterleven met zijn strenge regels was niets voor Erasmus. Zijn enorme kennis van het Latijn (de taal van de Romeinen) maakte het mogelijk dat Erasmus het klooster kon verlaten. Hij reisde als geleerde door Europa en verdiende zijn geld met het schrijven van Latijnse teksten. Om zich heen vormde zich een groeiende groep fans die hem steunden. Via een groot brievennetwerk hield hij contact met vrienden en mensen die zijn ideeën deelden.


Hoe een mens zich moet gedragen?

In 1500 schreef Erasmus de Adagia, een verzameling klassieke spreekwoorden. Je kreeg als lezer een snelcursus hoe je moest leven en denken volgens het humanisme. Adagia was één van de eerste ‘bestsellers’ van de net uitgevonden drukpers. Erasmus schreef veel boeken. Ze gingen er vaak over hoe mensen zich moesten gedragen. Hij schreef dit soort boeken voor edelen maar ook voor gewone mensen. Hij wilde iedereen opvoeden tot wijze en nadenkende christenen. Zijn boek “Lof der zotheid” uit 1509 spotte met de manier waarop mensen eigenlijk alleen maar aan zichzelf denken.


Een betere vertaling van de Bijbel.

Erasmus ging als eerste op een humanistische, kritische manier aan de slag met christelijke teksten. Hij wilde het Nieuwe Testament (een deel van de Bijbel) kunnen lezen in de taal waarin het geschreven was. Dus leerde hij Grieks. Toen hij alles gelezen had, schreef hij een nieuwe Latijnse vertaling van het Nieuwe Testament. Erasmus vond zijn vertaling beter dan de officiële Bijbelvertaling van de kerk, de Vulgata. Hij vond ook dat kritiek op de Bijbel best mocht, omdat je daardoor alleen maar sterker zou gaan geloven.

Erasmus hoopte dat iedereen belangrijke stukken uit de Bijbel uit zijn hoofd zou kunnen opzeggen: de boer tijdens het ploegen, de wever aan zijn weefgetouw en de reiziger tijdens het reizen. Zelfs vrouwen moesten de bijbel lezen, vond Erasmus, en dat was een bijzondere mening in zijn tijd.
Erasmus kon niet kiezen.

Vanaf 1517 kwamen er steeds meer strijd binnen de kerk. De Duitser Maarten Luther had veel kritiek op de kerk en wilde allerlei zaken vernieuwen. De Rooms-katholieke kerkleiders stonden dat niet toe en zetten Luther uit hun kerk. Luther begon met zijn volgelingen een nieuwe kerk: de protestantse of ‘gereformeerde’ kerk. Erasmus dacht over veel dingen hetzelfde als Luther. Toch wilde of durfde Erasmus geen keuze te maken. Hij wilde niet met de Rooms-katholieke kerk breken en hoopte dat gezond verstand de verschillen zou oplossen. Daardoor kreeg hij van beide kanten kritiek.


In de zomer van 1536 overleed Erasmus, in het woonhuis van zijn drukker Froben, in Basel. Erasmus had heel zijn leven dubbele gevoelens bij zijn geboortestad en -land. Hij noemde zich graag Desiderius Erasmus van Rotterdam. Tegelijkertijd was hij vaak negatief over de boerse manieren en slechte smaak van zijn landgenoten.

WW | Erasmus 0.08 59





  1. Als je alle vragen hebt beantwoord dan lever je die antwoordenlijstjes, uitgeprint in.

  2. Doe er even een nietje in zodat het een net boekje wordt en geen stapeltje vage beduimelde blaadjes.

  3. Zet naam en klas op het werk dat je inlevert.

  4. Maak twee lijstjes met antwoorden. Het ene lijstje zijn antwoorden die je uit de DVD moet halen. Je nummert die antwoorden met A, B, C enz.

  5. Het tweede lijstje met antwoorden zijn dingen die je zelf moet opzoeken op bv. internet. Gebruik voor dit lijstje een nummering met 1, 2, 3 enz.

  6. Moet je weten waar plaatsen liggen? Dan vind ik Google-maps handig.

  7. Voor plaatjes kun je veel vinden bij Google-afbeeldingen.

  8. Als je iets zoekt op internet is Google handig. Zoek je een bepaald woord, klik, dan bij Google op het woord “cache”. Dan wordt het door jou gezochte woord met een kleur in de tekst aangegeven. Dat spaart je tijd, je hoeft niet meer de hele tekst door te lezen om het door jou gezochte woord te vinden.

  9. Zoek je naar een combinatie van woorden, bv. “Laatste oordeel”? Zet deze woorden dan in de invulbalk bij Google ook tussen aanhalingstekens.

  10. Beantwoord de vragen met goede, begrijpelijke zinnen.

  11. Kopieer geen hele lappen tekst van internet.



De blikseminslag
"Help, heilige Anna, ik wil een monnik worden!"

Een gebeurtenis, die het leven van Luther ingrijpend veranderde, vond op de 2e juli 1505 bij Stotterheim plaats. Deze gebeurtenis zal uit de student in de rechten, een naar de genade van God zoekende monnik maken. Luther, die juiste de graad van magister verworven had en nu een studie in de rechten gestart was aan de universiteit van Erfurt, was op de terugreis van een bezoek aan zijn ouders in een zware storm terecht gekomen.


Nog een paar uur van Erfurt verwijderd, trof hem een zwaar onweer. In zijn nabijheid sloeg de bliksem in, en hij werd zelfs door de luchtdruk tegen de grond geslingerd. In dit ogenblik riep hij de heilige Anna aan en hij deed een gelofte: "Ik wil een monnik worden."
Luther heeft later nog meerdere keren over deze gebeurtenis gesproken.

Ook wordt voor zeker gehouden, dat hij reeds vóór de ervaring in de storm met de gedachte, om monnik te worden, gespeeld heeft.


Tot woede van zijn vader lost hij de gelofte ook in: op 17 juli begeeft Luther zich in het Zwarte Klooster te Erfurt en wordt hij monnik.
Fragment 1: 0.00 – 13.26 = 14.00

Luther en het onweer | de inwijding | naar Rome


  1. In welk jaar werd Luther geboren en ik welk jaar is hij overleden?

  2. Knip de kaart, achterin dit boekje, uit en zet daarin een rode stip op de plaats waar Erfurt ligt. Zet er het woord “Erfurt” bij.

  3. Wat is de taal die in de Rooms-katholieke kerk vaak wordt gebruikt?

  4. Luther is bang voor het “Laatste oordeel”. Wat is het “Laatste oordeel”?

  5. Vertel in het kort. Wat is de “hemel”?

  6. Vertel in het kort. Wat is de “hel”?

  7. Vertel in het kort. Wat is het “vagevuur”?

  8. Zet op de kaart van vraag 2 een rode stip waar Rome ligt en zet er het woord “Rome” bij.

  9. Een man vraag om een “aalmoes”. Wat voor man is dat en wat is een “aalmoes”?

  10. Vertel in het kort. Wat is “aflaat”?

  11. Hoe heet het landje waar de paus nu nog het staatshoofd van is?





Figuur 4 Een aflaatbrief



    1. Luther is op weg naar Erfurt, wordt overvallen door een onweer. Welke belofte doet Luther?

    2. De kerk waar Luther wordt ingewijd heeft hoge spitse ramen. Hoe heet deze laat Middeleeuwse bouwwijze?

    3. Hoe heet de bouwstijl die daarvoor, in de vroegere Middeleeuwen werd toegepast?

    4. Geeft twee kenmerken van deze vroegere Middeleeuwse bouwstijl.

    5. Hoe zijn monniken gekleed? Geef twee kenmerken.

    6. Luther wordt naar Rome gestuurd. Geef één voorbeeld van iets dat hij ziet en wat eigenlijk volgens de kerk absoluut niet zou mogen.

    7. Mensen denken dat door het “boete doen” hun zonden worden vergeven. Welke vorm van “boete doen” zie je in dit fragment?

    8. Luther verfrommelt het papier dat hij kocht en gooit het weg. Waarom doet Luther dat?

    9. De paus komt te paard voorbij galopperen. Deze man lijkt niet op een geestelijke. Hij lijkt meer op een ……………………

    10. De paus is niet alleen leider van de kerk. Hij is ook de leider van een land. Hoe heet het gebied waar de paus staatshoofd van is? Zie hiervoor kaart 2 achterin dit boekje.

    11. Eigenlijk is deze kaart niet geschikt voor deze opdracht. Bekijk deze kaart goed! Waarom is deze kaart eigenlijk niet de juiste kaart voor het onderwerp “Luther”. Je komt er niet uit? Zie het antwoord op vraag 1….

    12. Beschrijf de grootte van het gebied waar de paus staatshoofd van is.

Fragment 2: 13.26 – 26.17 = 13.00

Terug in Leipzig, Hanna, Thomas, lesgeven


  1. Vertel in het kort. Wat is de “biechten”?

  2. Waarom “biechten” mensen? Anders gezegd, wat is het doel van “biechten”?

  3. Luther is terug in Leipzig. Zet op de kaart van vraag 2 een rode stip waar Leipzig ligt en zet er het woord “Leipzig” bij.

  4. Wat is dat, de “heilige vader”?

  5. Vertel in het kort. Wat is het “Nieuwe Testament”.

  6. Luther gaat studeren in Wittenberg. Zet op de kaart van vraag 2 een rode stip waar Wittenberg ligt en zet er het woord “Wittenberg” bij.

  7. “Duivel, duivel, duivel……..” Geef in één zin aan wie de duivel eigenlijk is.

  8. Welke andere naam wordt aan de duivel gegeven. (Het is iets dat je ook in elk huis wel vindt…….)

  9. Wie zich tegen het Rooms-katholieke geloof verzet kon te maken krijgen met de “Inquisitie”. Wat is de “Inquisitie”?

  10. Welke straffen werden er door de Inquisitie uitgesproken?

  11. Zoek op en geef in het kort antwoord. Wie is Johannes Tetzel?




Figuur 5 De hel



  1. Thomas pleegt zelfmoord. Hij hangt zich op! Daarom mag Thomas niet in “gewijde grond”, in of bij de kerk, worden begraven. Wat doet Luther?

WW | Paus Adrianus 0.08 70


Fragment 3: 26.17 – 41.13 = 15.00

Tetzels voorstelling op het plein, wat de paus van Luther vindt, verkoop van aflaat, de 95 stellingen



  1. Paus Alexander VI (de 6e) had drie maîtresses en vijf kinderen. Vertel met één woord of een korte zin wat een “maîtresse” is.

  2. Deze paus had vijf kinderen. Dat kan eigenlijk ook niet want Rooms-katholieke geestelijken moesten toen, maar ook nu nog, leven zonder vrouw. Ze moeten leven in ………..

  3. Er is ook een Nederlandse paus geweest. Wat is zijn naam?

  4. Wanneer was hij paus? (Geef de jaartallen)

  5. Luther wordt boos op de regels van de kerk. Hij zet zijn kritiek op een stuk papier: de “95 stellingen”. Hij spijkert deze stellingen op de deur van de kerk van Wittenberg. Zet op de kaart van vraag 2 een rode stip waar Wittenberg ligt en zet er het woord “Wittenberg” bij.





Figuur 6 De tiara, de kroon van de paus


  1. Een paus heeft ook een kroon, net als koningen. Maar de kroon van de paus ziet er anders uit dan die van koningen. Beschrijf hoe de pauselijke kroon er uitziet.

  2. Johannes Tetzel komt naar de stad om aflaten te verkopen. Waar heeft de paus dat geld van die aflaten voor nodig?

  3. Hanna koopt een aflaat voor haar kreupele dochter Grete. Wat is de reactie van Luther als Hanna aan Luther vertelt dat ze een aflaat heeft gekocht? Waarom reageert Luther zo?

  4. De drukpers is uitgevonden. Wat voor invloed heeft de drukpers op het bekend worden van Luthers ideeën?



Fragment 4: 41.13 – 53.13 = 12.00

Luthers denkbeelden, schuld bekennen bij Cajetan, vlucht



  1. Luther moet zich verantwoorden in Augsburg. Zet op de kaart van vraag 2 een rode stip waar Augsburg ligt en zet er het woord “Augsburg” bij.

  2. Luther wordt ervan beschuldigd een “ketter” te zijn. Wat is dat?




Figuur 7 Luther bij kardinaal Cajetan


  1. Kies. Waar moet een goed Christen volgens Luther naar luisteren? Naar de bijbel of naar de paus?

  2. Kies. Waardoor wordt een mens volgens Luther gered? Door Jezus of door de aflaat?

  3. Wat moet Luther zeggen als hij bij kardinaal Cajetan op het matje moet komen?

  4. Wat doet Luther verkeerd als hij bij kardinaal Cajetan is?

  5. Waarom doet Luther dat?



Fragment 5: 59.22 – 1.08.44 = 10.00

Luther als varken, de wil van de paus, de belofte van de keizer, het volk



  1. Ga op onderzoek uit. Karel V (de 5e) was keizer van het “Heilige Roomse Rijk”, Dat Heilige Roomse Rijk is de voorloper van wat nu Duitsland is. Van wanneer tot wanneer was Karel V keizer van dat gebied?




Figuur 8 Het Heilige Roomse Rijk



  1. Karel V was ook de koning van de Nederlanden. Van wanneer tot wanneer was Karel V koning van de Nederlanden.

  2. Zie figuur 8. Noem drie onderdelen van dit Heilige Roomse Rijk.

  3. Luther moet terecht staan Worms. Zet op de kaart van vraag 2 een rode stip waar Worms ligt en zet er het woord “Worms” bij.

  4. Luther treft “excommunicatie”. Wat is dat?




Figuur 9 Luther op de rijksdag in Worms


  1. De paus wil dat Luther wordt overgeleverd aan de kerk. Doet de beschermheer van Luther, de keurvorst van Saksen, dat?

  2. Luther wordt vergeleken met een zwijn, een varken. Hoe loopt het in de DVD af met het zwijn?

  3. Wat moet er volgens de kerk / de paus met de boeken van Luther gebeuren?

  4. Wat doet Luther met het papier waarop zijn veroordeling staat?

  5. Wat wil Luther met dit gebaar zeggen?

  6. Wat zou er met Luther gebeuren als hij aan de paus van Rome zou worden uitgeleverd?

  7. De keurvorst van Saksen, Frederik, is bang dat Luther niet levend uit de stad Worms zal terugkomen. Wat vraagt hij aan Karel V en wat belooft Karel V?

  8. Luther wordt beschuldigd van ketterij. Wat is een ketter?

  9. Hoe reageren de gewone mensen op Luther?


Fragment 6: 1.13.11 – 1.18.58 = 6.00

Legende? “Hier sta ik, ik niet anders”


  1. Geeft Luther toe dat hij een fout heeft gemaakt?

  2. Voor wie kiezen de Duitse Keurvorsten? Voor de paus of voor Luther?



Fragment 7: 1.18.58 – 1.34.39 = 16.00

Onrust en plunderingen.


  1. Als Luther op de terugweg is wordt de kar waarmee hij reist aangehouden en Luther wordt meegenomen. Zijn dit vrienden of vijanden?




Figuur 10 Luthers kamer in kasteel de Wartburg. Hier vertaalt Luther de bijbel in het Duits.


  1. De keurvorst van Saksen verstopt Luther. Wat voor werk doet Luther in het kasteel waar hij wordt verstopt?

  2. Waarom is dat werk dat Luther daar doet zo belangrijk voor Duitsland?

  3. Beschrijf de gebeurtenissen in Duitsland en in Wittenberg na de uitspraak van de Rijksdag in Worms. Wat doet men met kerken? Wat doet men met geestelijken?

  4. Waarom wordt Luther erbij gehaald? Wat bereikt Luther?

  5. Hoeveel slachtoffers vallen er in Duitsland in deze onrustige tijden?


Fragment 8: 1.45.57 – 1.50.00 = 4.00

Luther en Katharina van Bora. Welke keuze maken de keurvorsten?



  1. Karel V roept de keurvorsten bijeen om ze te dwingen zich weer bij de Katholieke kerk te voegen. Hoe reageren de keurvorsten hierop?

  2. Luther was een hervormer. De hervorming wordt ook wel de reformatie genoemd. Geef de namen van vier andere mensen die, net als Luther, tot de Reformatie behoren.




Figuur 11 Katharina van Bora



  1. Wat voor relatie hebben Luther en Katharina van Bora?

  2. Knip kaart 3 uit en voeg de kaart toe onder vraag 39.
    Maak de legenda af. Gebruik de woorden. Protestants, Rooms-katholiek, Islam en Orthodox.

  3. Is kaart 3 van voor 1500 of van na 1500? Leg uit hoe je aan dit antwoord komt.

  4. Beschrijf wat je op deze kaart te weten kunt komen over geloven in Nederland


Kaart 1

Kaart van Europa.


De kaart is uit onze tijd. Op deze kaart zie je grenzen tussen landen die er in de tijd van Luther meestal nog niet waren.
Gebruik deze kaart om de plaatsen aan te geven die in de opgaven worden genoemd.
Knip deze kaart uit en gebruik hem in je verslag.


Kaart 2
Knip deze kaart uit en gebruik hem in je verslag.


Kaart 3
Knip deze kaart uit en gebruik hem in je verslag.

Deze opdracht bevat 78 vragen.

© Jan Methorst | 23 - 08 - 2016 | HH:53:04 uur

http://www.xs4all.nl/~jmethors/

janmet@xs4all.nl





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina