Film History The Invention and the early years the cinema, 1880-1904



Dovnload 175.88 Kb.
Pagina1/5
Datum22.07.2016
Grootte175.88 Kb.
  1   2   3   4   5
Film History


  1. The Invention and the early years the cinema, 1880-1904

  2. The International Expansion of the cinema

  3. National cinemas, Hollywood classicism, and World war 1 1913-1919

  4. France in the 1920s

  5. Germany in the 1920s

  6. Soviet cinema in the 1920s

  7. The last silent era in Hollywood

  8. International trends of the 1920s

  9. The introduction of sound

  10. Hollywood studio system

  11. Cinema and the state: the USSR, Germany, and Italy, 1930-1945

  12. France: Poetic realism, the popular font, and the occupation 1930-1945

  13. Leftist, documentary, and experimental cinemas, 1930-1945

  14. American cinema in the postwar era, 1945-1960

  15. Postwar European cinema: neorealism and it context, 1945-1960

  16. Postwar European cinema: France, Scandinavia, and Britain, 1945-1959

  17. New waves and young cinemas, 1958-1967

  18. Documentary and experimental cinema in the postwar era, 1945-mid-1960s

  19. Hollywood’s fall and rise: 1960-1980

  20. Documentary and experimental film since the late 1960s

  21. American cinema and the entertainment economy: the 1980s and after

  1. The Invention and the early years the cinema, 1880-1904

- De cinema werd uitgevonden rond 1890. Dat ontstond tijdens de industriële revolutie.

- Eerst moest het er goed uitzien voor het menselijk oog:

- Phenakistoscoop (1832) uitgevonden door Plateau en Stampfer, Zoetroop (1833).

- Ten tweede moest het technisch mogelijk zijn om meerdere plaatjes te plaatsen.

- Toverlantaarn

- Ten derde: Fotografie gebruiken:

- Stille foto (1826) door Niépce, negatieven op papier (1839) door Fox Talbot

- Ten vierde: Ontwikkelen foto’s en camera’s:

- De Kodak (1888) door George Eastman

- Ten vijfde: experimenten waren nodig.
- Eadweard Muybridge: in 1878 fotografeerde hij paarden etc. voor bewegingsstudies. In 1882 de Franse Marey heeft dit verder ontwikkeld.

- Emile Reynaud had op een geïsoleerde manier invloed op de ontwikkeling van de film. Hij maakte in 1877 de ‘Projectie Praxinoscoop’. Dit zorgde voor de eerste publiekelijke vertoning. Maar kwaliteit nog niet goed. In 1895 gebruikte hij een camera. Maar de competitie was te sterk en hij stopte.

- Le Prince maakte in 1888 als eerste een filmpje, op 16mm, kon geen goede projector vinden. Niks meer vernomen van hem, geen invloed.
- 1888: Thomas Edison maakte samen met W.K.L. Dickson de Kinetograaf camera en de Kinetoscoop projector. Gebruikmakend van de 35mm film van Eastman.

- In de eerste filmpjes werden attracties vertoond.

- op 14 april 1894 opende de eerste Kinetoscoop in New York.
- Duitsland: Broertjes Skladanowsky ontworpen de Bioscop.

- Frankrijk: Broertjes Lumière ontworpen de Cinématograph een camera die snel en voordelig werkte. Zo maakten ze de eerste film: Workers leaving the factory deze werd getoond op een publieke samenkomst in Parijs.

- In december 1895 in Grand Café in Parijs werd een vertoning van een aantal korte filmpjes een groot succes.

- R.W. Paul maakte replica’s van de Kinetoscoop. En verkocht deze ipv uitlenen, dit zorgde voor een verspreidimg van de filmindustrie. George Méliès kreeg op deze manier steun.

- Melies maakte Voyage dans la lune in 1902 met veel gebruik van superimposition. Hij vertelt films zoals ze op het podium zouden plaatsvinden. De acteurs buigen ook.
-Amerika:

- The Latham groep vertoonde films in een klein theater met eigen camera en projector.

- Jenkins en Armat vertoonde eerst films met Phantoscoop projector, daarna met Kinetoscoop (die hij na verbetering Vitascoop noemde)

- Casler en Dickson vormden samen met anderen de American Mutoscope Company, het grootste filmbedrijf in 1897.


- Films bestaan vaak uit een shot.

- Vaudeville bezorgde de middenklas verschillende attracties.

- Veel actualiteiten en reisverslagen.

- Fictiefilms waren ook belangrijk, zoals Arroseur arrosé van de Lumière broertjes in 1895 en werden het populairst.

- Overal werden films vertoond, maar gemaakt in Frankrijk, Duitsland en de VS.

- Bewegende camera werd populair, op treinen en boten.

- De Lumière broertjes gingen in 1897 hun camera’s verkopen.

- na een brand op een vertoning verloor de projector wat populariteit.

- Méliès en Pathé waren ook heel belangrijk in de filmproductie.

- Hepworth werd een belangrijke Britse producent vooral door trickfilms.

- Brighton School: Filmtechnieken ontwikkelden ook steeds meer, zoals The Big Swallow van Williamson waar een grote mond de camera ‘opeet’, medium shots en Phantomrides waren voor hen kenmerkend.
- na de introductie van Edison’s Vitoscoop wordt film snel verspreid.

- The American Mutoscope Company wordt in 1899 American Mutoscope and Biograph. D.W. Griffith was een bekende filmmaker die bij deze maatschappij zat.

- American Vitagraph was ook een belangrijke maatschappij, projecteerde alleen films van Edison.

- Porter was een belangrijk projectorist en maker daarvan, ook een maker van films, werkte ook voor Edison. (Life of an American fireman), Zijn bekendste film is The great train robbery, de eeste lange fictiefilm, te vergelijken met een western.


- Edisons verloren rechtszaak zette aan tot grotere productie. Een succesvolle tactiek: langere film, opgenomen in studio. Industrie concentreerde zich op maken van fictie (kan tevoren gepland worden en dichtbij huis, volgens vast schema, opgenomen worden). En: publiek prefereerde fictie. Een populaire maker als Edwin Porter (Edison-stal) was cameraman annex regisseur en paste nieuwe technieken toe en ontwikkelde er zelf enkele. Keek vertelling in shots bijvoorbeeld af van Méliès. Soms waren films 1 shot views, steeds vaker serie shots (bijvoorbeeld achtervolgingen). Porters The Great Train Robbery (1903) was zeer populair. Verbeelding gewelddadige actie (o.a. van schot gelost op publiek). Film switcht tussen verschillende locaties maar gebruikt nog geen intercutting. 1904: fictie was voornaamste filmproduct. Vertoners huurden. Dit vestigde praktijk van driedeling productie, distributie, vertoning, die bijdroeg aan expansie filmindustrie. Film verspreidde zich verder internationaal. Filmproductie bloeide op kleine schaal ook op in andere landen dan Frankrijk, Engeland en VS (voorbeelden: Spanje en India). 1895-1905: omstandigheden ontstonden voor internationale groei industrie. Filmmakers begonnen creatieve mogelijkheden van film te exploreren, wat in volgende tien jaar zou intensiveren.

2. The International expansion of the cinema. 1905-1912
- Van 1905 tot 1906 groeide de Franse cinema sterk.

- Er waren 2 grote productiemaatschappijen: Pathé en Gaumont die de verticale filmindustrie beheersten, de productie, distributie en vertoning.


- In 1905 waren er 6 filmmakers aan’t werk voor Pathé:

Ferdinand Zecca leidde hen. Verschillende genres: actualiteiten, historische films, trickfilms, drama’s, vaudevill acts, en achtervolgingen.

-Pathe ontwierp handgekleurde kleurschema’s voor de film.

- komedies zoals de Boireau series, de Rigadinfilms en de Max Linder series.


- Gaumont groeide ook snel, had een aantal filmmakers in dienst, zoals Louis Feuillade die de supervisie na Alice Guy overnam (die zelf langere films ging maken).

- Genres: komedies, historische films, thrillers en melodrama’s.

- de reizende theaters, fêtes foraines, bestonden in 1910 niet echt meer, toen ging het meer om de grote filmtheaters.
- Italië: sommige films waren imitaties en remakes van Franse films. Veel permanente theaters openden, omdat Italië minder afhankelijk was van de Europese film. Italië werd door Bulwerlytton’s ‘The last days of Pompeii’ (1908), bekend als historische spektakels films.

- Meerdere reels, delen.


- Denemarken: Films werden uitgebracht onder de naam Great Northern.

- Olsen was een bekende filmmaker, hij bouwde glasstudio’s.

- Nordisk, de naam voor het type film, waren vaal crime thrillers, drama’s en melodrama’s.

- Asta Nielsen en Max Linder waren bekende acteurs.

- Na WO I ging het slecht met de exportmarkt voor films.
- Voor WOI leidde de VS de filmmarkt niet, ook was het niet het beste economische land. Dat was Engeland en andere Europese landen.

- Tussen 1905 en 1907 kwamen er veel kleine filmtheaters bij, de Nickolodeons waar mensen met een ‘nickel’ naar binnen konden. Deze hadden zo’n succes omdat er kortere werkweken waren, en het goedkoop was.

- Een aantal belangrijke zakenmannen hadden profijt van dit verschijnsel, The Warner Brothers, Carl Lemmle (Universal), Mayer (MGM), Zukor (Paramount), Fox (20th Century-Fox) en Loew (ouderbedrijf MGM).

- rechtzaak Edison- American Muthoscope & Biograph, AM&B won omdat Edison geen patent had op de Biograph. De andere bedrijven moesten hun betalen om te overleven.

- Het werd een chaos en Edison en AM&B besloten te fuseren. (MPPC). Meerdere landen sloten hierbij aan. Frankrijk en Italië hadden in Europa de grootste markt.

- Films werden standaard massa producten, zoals worst.

- Independents begonnen bij Carl Lemmle, die zijn vergunning weggooide. (IMP) Er kwamen steeds meer onafhankelijken bij, zodat er steeds meer oligopolies ontstonden. (1910s) Later werd dit Hollywood.

- Nickolodeons hadden een slechte naam gekregen en werden rond 1908 gesloten. The National Board of Censorship werd gevormd.

- Films werden langer en complexer in het narratief. Meer delen die afzonderlijk vertoond werden.

- Films werden vaker in grote theaters vertoond dan in Nickolodeons.

- Florence Lawrence, Florence Turner en Maurice Costello waren de eerste acteurs die als sterren werden gezien.

- Eerst fanblad: The Motion Picture Story Magazine.

- Los Angeles was het grootse centrum.
- Klassieke Hollywood Cinema: standaard films

- Het belang van goede editing zorgde ervoor dat het publiek de film begreep.

- Twee soorten titels; Expository Titels en Dialog titels.

- Camerapositie en acteren werden beter bepaald, bv. Griffith die de gezichtsuitdrukkingen zo beter kon bepalen.

- Kleur: tinting en toning.

- continuiteitssysteem met editing. (intercutting, analitisch monteren, contiguity monteren)





  1. National Cinemas, Hollywood Classicism, and World War 1. 1913-1919

Vanaf 1916 was Amerika de grootste supplier van films.

- Vitagraph opende het eerst een distributiebedrijf in Europa.

- Amerikaanse films werden steeds populairder in Europa, voor hen was het ook goedkoper een Am. film te kopen dan een eigen productie te financieren.


- Duitsland:

- Eerst niet populair, werd gezien als een concurrent. In 1913 kwam de auteursfilm (autorenfilm) op. Dat betekende toen dat het originele werk nagemaakt werd. Leek een beetje op het Franse Film d’Art. Meest succesvol: The Student of Prague (Rye), gebaseerd op een stuk van Wegener.

- Duitsland stopte import van buitenlandse films door de druk van de oorlog.
- Italië:

- de ‘Caberia’ beweging werd een veel voorkomende techniek in mid-1910.

- Stijging van het sterrendom.

- De andere genres zoals ‘Strongman’films werden in het heden geplaatst en niet in een historische context.

- na 1923 zonk de film in een crisis, om er weer uit te klimmen door het bedrijf Unione Cinematografica Italiana (UCI).
-Rusland:

- Hadden nav de oorlog een geïsoleerde nationale filmindustrie. Rond 1914 was er een kleine, gezonde filmindustrie.

- Bedrijven werden gevormd zoals de Yermoliev firma.

- Rusland hield van tragische eindes, trage vertelling, door fascinatie met psychologie.

- Bauer en Protazanov waren de grootse regisseurs.

- De Bolsjewiekse revolutie zorgde ervoor dat de filmindustrie stagneerde.


- Frankrijk:

- Industrie groeide nog steeds na 1910. Pathé werd onafhankelijk in 1913. Gaumont was juist succesvoller voor de oorlog.

- Newsreels en patriottische fictiefilms werden belangrijk.

- Het effect van Amerika werd pas na de oorlog echt duidelijk.


- Denemarken:

- Nordisk-films van Ole Olsen domineerden en ontwikkelden zich tot films met meer delen.

- Na de oorlog geen belangrijke bron in internationale distributie.
- Zweden:

- Grote firma Svenska Biografteatern (1907), een inspiratie door Nordiskfilms.

- een paar belangrijke figuren: Klercker, Stiller en Sjosrom, Greta Garbor.
Klassieke Hollywoodcinema:
- Paramount had de beschikking over de meeste bekende stille-acteurs.

- Warner Bro’s bleef redelijk klein, Fox ook.

- Paramount was de eerst in Blockbusting, er mochten alleen film gekocht worden als de andere ook gekocht werden.

- Verticale integratie was een grote factor in de internationale macht van Hollywood.


- tijdens het filmen werd er een continuïteitsscript gebruikt. Het succes kwam ook door het in stand houden en ontwikkelen van de klassieke cinema.
- Ince en D.W. Griffith (The Birth of a Nation, 1915) waren controversieel in hun films.

Geen film heeft ooit zo overtuigend bewezen dat het culturele en commerciële belang van de cinema enorm kan zijn als The Birth of a Nation (VS: Griffith, 1915). Dit werk van D.W. Griffith leerde dat film een machtig politiek propaganda-instrument kon zijn en, zowel binnen als buiten de bioscoop, een kolossale reactie kon opwekken. Bedrijfsmatig gezien wierp deze film een waterscheiding op in de ontwikkeling van de filmindustrie. Na The Birth of a Nation was duidelijk dat films miljoenen op konden brengen en dat (tegen het decor van de Eerste Wereldoorlog) de Amerikaanse filmindustrie die van Europa overvleugelde. De langere speelfilm zou nu eerder norm dan uitzondering zijn en productiepraktijken en distributietechnieken veranderden onder invloed van Griffiths succes, waaronder een versnelde beweging van de cinema richting prestigieuze vertoningen in bioscooppaleizen (picture palaces) en een veel beter sociaal imago.


- de nieuwe generatie regisseurs: Tourneur (Experimenteel en intelligent), De Mille (Historische epische geluidsfilms), John Ford (lowbudget westerns).
- Slapstick komedie: Regisseur Sennett bracht ons Chaplin, Turpin en Normand.

- Chaplin begon als music-hall performer, was eerste en ster met Keystone om daarna zijn eigen films te maken.

- Concurrent van Sennett was Hal Roach, hij had imitatie Chaplin; Harold LLoyd.

- Western was ook populair tijdens de jaren ’10. William S. Hart bekende acteur, Tom Mix was tegenovergesteld.

- Veel succes voor Hollywood, in 1919 domineerde zij.
- Animatiefilms werden na 1910 een vast onderdeel van een filmvertoning.

Samuel barber - adagio for Strings

loudon wainwhright - pretty good day

Sergio mendes - mas que nada

quand je pense a


  1. France in the 1920s

- Na de oorlog belande de Franse filmindustrie in een crisis. Geïmporteerde films waren vaak een groter succes dan hun eigen films. Export was iets beter.

- Er waren een paar grote productiemaatschappijen en een heleboel kleintjes. Pathé en Gaumont stapten af van verticale productie en richtten zich op distributie en vertoning.

- het was goedkoper een geïmporteerde film aan te schaffen dat een hele productie te financieren. De overheid kon die concurrentiestrijd niet tegenhouden en hief ook nog, ten nadele van, belasting op bioscoopkaartjes.

- technisch lagen de fransen ook achter. Lichttechniek en studio’s waren nog ouderwets.

- kostuumdrama’s en literaire verfilmingen moesten in delen vertoond worden, ook historische epische films waren populair. Komedies bleven populair (Max Linder).


- Impressionistische filmmakers zagen film als kunst en hadden belangstelling voor de beeldende kunst en psychische exploration.

- toen de kleine financierende productiebedrijfjes failliet vervaagde deze stroming.

- Impressionisten filmden op locatie en maakten ‘pur cinema’.

- fotogeniekheid (photogénie) was een divers en complex punt van de impressionisten, framing, zwart-wit, film stock, optische effecten etc…

- visuele ritmes, emoties moesten de basis van film niet het narratief.

- ook point-of-view, superimpositions, filters, flashbacks etc.




  1. Germany in the 1920s

- Expressionisme herees in 1920 en ging door tot 1929.

- De grootste successen kwamen toen Duitsland in een geïsoleerde positie zat in WOI

- De Hyperinflatie in 1929 en dit zorgde dat er meer mensen naar de bios gingen en gaf de kans om grotere theaters te bouwen. En zo kwam er meer export en import.

- genres: spektakel, duistexpressionisme en de ‘Kamerspiel’film.

- Lubitsch was een regisseur van de spektakelfilm, beoefende de klassieke Hollywoodstijl. De spektakelfilm werd na midden 1920 minder populair, ook omdat er teveel budget voor nodig was.

- het expressionisme had een experimenteel uiterlijk, het decor klopte niet veel hoeken en rare figuren en de acteurs speelden met dansbewegingen en overdrevenheid, had ook veel weg van schilderijen.

Das Kabinet of Dr. Caligari (1920) door Robert Wiene startte deze stroming.

- Een Kamerspiel film concentreerde zich op een paar karakters en beschreven een crisis in hun leven tot de details nauwkeurig. Psychologisch met een ongelukkig einde.


- de Duitse techniek ontwikkelde zich snel.

- de Staaken Studio was een van de grootste ter wereld.


G.W. Pabst duikt op in dit fragment, dat verder ook ingaat op een geheel ander onderwerp: de Bergfilms, een populair Duits genre dat wat onderbelicht blijft in Film History en waarin we Leni Riefenstahl voor het eerst aantreffen.

6. Soviet cinema in the 1929s
- 3 periodes:

- tijdens de communistische oorlog 1918-1920:

De februarirevolutie had weinig effect op de filmindustrie, er werden meer politieke films gemaakt die aansloegen.

De Bolsjewiekrevolutie had echter wel effect. Er werden propagandafilms gemaakt. Daarna gingen de filmmakers naar Parijs.

- Narkrompos werd door de overheid aangesteld om een oogje op de film te houden, dit gaf een positieve wending.

- van 1918-1920 was de filmindustrie erg chaotisch. Er waren weinig producties en veel kleine propagandafilms of nieuwsfilmpjes.

- In 1919 nationaliseerde Lenin de filmindustrie, tot 1922 werden oude films uit de kast gehaald.

- Kuleshov ging lesgeven op de State Film School, erg lowbudget, maar ze ontdekten zo deze nieuwe kunstvorm. Close-ups werden uitgevonden en tijdens het monteren van oude stocks film werd het Kuleshov effect ontwikkeld. Eyeline match, scènes zonder establishing shots. Hij maakte zo een ruimte in de film die niet bestond tijdens het filmen.

- Nieuwe politiek 1921-1924:

Lenin introduceerde de NEP, dat de kapitalistische ideeën tijdelijk liet aanwakkeren. Zo groeide de productie van particuliere- en overheidsgroepfilms. Lenin vond dat films een goede verhouding tussen entertainment en educatie moesten vertonen. Film was tenslotte de belangrijkste kunstvorm. De bolsjewieken hadden door dat film de beste vorm van propaganda was. Rusland was afhankelijk van de import van film. Verschillende importbedrijven concurreerden met elkaar zodat de prijzen stegen. Pas in 1923 kwam er een film uit die net zo populair was als de geïmporteerde films. Hierna werden er meer binnenlandse films populair. Er brak een avant-garde beweging aan bij de Montage films.

- 1925-1930: De export groeide.

Goskino werd vervangen door distributiebedrijf Sovkino in 1925. Eisenstein met Potemkin werd een megahit ook in Duitsland. Hadden met dit succes de kans om door te filmen in de Montage Avant-garde stijl.

- Constructivisme kwam op gang, er ontstonden stromingen die Cubo-Futurisme en Suprematisme heetten. De regering liet dit abstracte wel toe, maar was het er niet mee eens. Het moest wel een doel krijgen. Constructivisten zagen film vaak als een machine. Studio’s werden gezien als fabrieken. Propaganda/educatieve films werden aangeprezen. Het constructivisme beïnvloedde de gehele kunstwereld.

- Belangrijke montage filmmakers: Kuleshov, Eisenstein en Pudovkin. Ook Vertov. Kozintsev, Trauberg en Yutkevich vormden de FEKS.

- Kuleshov was conservatief, Pudovkin gin g daar iets verder mee, Vertov was radicaal, Eisenstein was het meest gecompliceerd. Hij geloofde in ‘montage van attracties’, ofwel ‘colision montage’. De Montage regisseurs dachten zo een nieuwe samenleving te ontwikkelen.

- genres non-montage: komedies, literaire verfilmingen. Montage: gebeurtenissen in de geschiedenis van de revolutionaire beweging. Ook drama’s en komedies.

- weinig individuele protagonisten.

- meer shots. Overlapping editing, elliptical cutting, jump cuts, intercuting, non-diégetisch insert (intellectuele montage), grafische overeenkomsten.

- dynamisch gefilmd.

- Kregen rond 1930 kritiek van de overheid opdat de films te moeilijk zouden zijn voor het grote publiek. Tijden het nieuwe 5-stappen-plan.

7. The late silent era in Hollywood.
- Tijdens The Roaring Twenties leefde de economie weer op. Wall Street investeerders investeerden in de filmindustrie. De verticale integratie vergrote zich.

-Paramount en MGM de grootste, door vi (zie boven), kopen van theaters en block booking. De firma’s moesten films bij elkaar kopen, want er waren er niet genoeg.

- The Balaban & Katz hadden air-conditioning. Luxe voor de arbeiders- en middenklasse.

- grote 3: Paramount, Loew’s (MGM) en First National. Kleine 5: Universal, Fox, The Producers Distributing Corporation, the Film Booking Office en Warner Bro’s.

Universal olv Carl Leammle deed lowbudget films en bezat een aantal kleine theaters, ook grote namen die zich snel ergens anders vestigden.

Warner Bros. was kleiner, geen distributie of theaterbezit. Wel werden er belangrijke films gemaakt. Hun investering in geluidstechniek bracht hun later tot een hoger stadium.

De andere kleine firma’s hadden niet zo’n succes, vormden later RKO. United artists (UA) was een onafhankelijke firma.

- Om censuur te ontwikkelen en het imago van Hollywood op te poetsen ontwikkelden alle maatschappijen de Motion Picture Producers and Distributors of America (MPPDA). Daar olv Hays ontstond er een begin van de Production code.

- Rond 1920 werd er gebruik gemaakt van donkere studio’s en three-point lighting system. Het continuïteitssysteem was va 1920 in gebruik. D.W. Griffith was de eerste beoefenaar hiervan. Ook werd er in daglicht gefilmd voor landschapshots en close-ups werden binnen geschoten.

- De eerste big-budget film was ‘The four horsemen of the Apocalypse’ van Ingram in 1921.

De Mille, Griffith, Erich von Stroheim waren toen de grote namen in de jaren ‘20.

- Ben hur (1926) door MGM was blockbuster. Wings van William Wellman (1927) won de eerste Oscar.

- Douglas Fairbanks was de eerste die een film uitbracht bij UA, met “His Majesty, The American’(1919) werd hij een ster in het komediegenre en later bij actiefilms als ‘the mask of zorro’ en ‘the three musketeers’. Westerns werden ook populair mede door John Ford. Ook horror maakte het in Amerika, ‘The Phantom of the Opera’. Gangsterfilms waren nog niet zo belangrijk in de 20er jaren. Naturalistische drama’s en romantische drama’s werden ook goed bekeken.

- Voor 1920 kwamen er een hoop buitenlandse filmmakers hun geluk beproeven in Amerika. Meeste kwamen uit Duitsland zoals Ernst Lubitsch (Paramount en Warner Bro’s). Uit Scandinavië kwamen Benjamin Christensen, Mauritz Stiller en Victor Sjöström (allemaal MGM). F.W. Murnau was belangrijk bij Fox. Oscar Micheaux was de eerste Afrikaans-Amerikaanse producer/regisseur. De Fleischer broers hadden bij de animatiefilms het ;roroscoping; ontwikkeld, animatie over echte film.

8. International trends of the 1920s.
- De tegenstellingen van de oorlog verdwenen. Europese landen konden niet concurreren met het grote, succesvolle Amerika. De frans-duitse Aubert-Ufa deal hield in dat er Europese films gemaakt moesten worden, dus gezamenlijk. Er kwamen een aantal coproducties. Maar de meeste hadden geen succes, omdat ze de Amerikanen imiteerden. Van Duitsland, Frankrijk en Engeland was vaak meer dan de helft van de uitgebrachte films afkomstig uit de VS. Toen er in 1929 geluid kwam, werden nationale films weer populair, omdat de voorkeur uitging naar een eigen taal. Ook sloeg de depressie in Europa toe. In de jaren ’30 nam de filmproductie af, maar sommige effecten waren nog te zien.

- Stijlinvloeden wisselden elkaar uit door de verschillende landen.

- Carl Dreyer was een belangrijke regisseur in Europa. Hij maakt een van de beste internationale films ‘The Passion of Joan of Arc’(1928).

- buiten deze stijlen was er ook experimentele film. Filmers waren beïnvloed door het Kubisme, abstracte kunst, Futurisme, Dadaïsme en Surrealisme. Maar de jonge filmmakers dachten echter een nieuwe filmstijl uit te vinden in een non-commerciële, alternatieve cinema. Rond 1910 werd abstracte animatie ook een trend. Hans Richter was een bekende expressionist uit Duitsland en sloot zich aan bij een dadaïstische beweging in Zwitserland. Samen met Eggeling maakte hij een soort ‘visuele muziek’. Ruttman was de eerste die een abstracte film maakte. Richter ging ondertussen door met film maken. Hun successen vervaagden bij de komst van het geluid.

- Dadaïstische films kwamen op in de jaren ’15 als een gevolg van het betekenisloze verlies van leven in de WO I. Ze waren gefascineerd door collages met allerlei objecten die niets met elkaar te maken hadden. Tzara, Ray, Picabia, Duchamp en Richter behoorden tot de bekendste kunstenaars. Het dadaïsme was wel over rond 1922, de meeste kunstenaars stapten over op het surrealisme.

- het surrealisme had veel overeenkomsten met het dadaïsme. Alleen ging dit niet over dromen en het onbewuste, maar het overzetten daarvan in het visuele. Belangrijke surrealisten waren Ernst, Dalí, Miró en Klee. Ook Man Ray, Dulac, Bunuel etc.. Rond 1930 hield de stroming op. Wel was de invloed goed te merken na de WO II.

- Cinema Pur was het gebruik van allerdaagse objecten in een ritmische montage (1924).

- de City Symfonie was een gemixte documentaire-experimentele film.

- In de Sovjetunie was het documentairemaken het belangrijkst.

9. The introduction of sound
-Defrost bracht als eerst zijn Phonofilm op de markt, een strook die naast de 35mm liep. Ook bracht Western Electric tussen 1910-1920 een sound-on-disc systeem uit, maar de meeste studio’s durfde daar nog niet in zee mee te gaan.

- Het ging in die tijd goed met Warner Bro’s, ze hadden een radioprogramma die met apparatuur van Western Electric werkte. Zij namen de filmgeluidsapparatuur wel aan en dit zorgde voor een groot succes.

- Fox nam het sound-on-film systeem en hernoemde het als Movie-tone.

De Dubbed Phothophone werd ook ontwikkeld. De grote 5 sloten een verbond en besloten hiermee in zee te gaan met 1 geluidssysteem, het Western Electric’s systeem. Veel theaters gebruikte verschillende afspeelapparatuur, dus het duurde even voordat de grote 5 de films zo hadden verspreid. In 1931 stapte elk bedrijf over op sound-on-film. Maar de photophone verdween niet, er werd een nieuw bedrijf opgericht, RKO en kon zo concurreren met Western Electric.

- De musical kwam op. Lubitsch was het eerst met de sound-editing, zodat het geluid kon doorlopen in het volgende shot. Vidor ‘Halleluja’(1929) maakte gebruik van nasynchronisatie.

- In Duitsland werd driemaal het sound-on-film systeem uitgevonden. UFA nam er een optie op. In 1928 vormden verschillende internationale bedrijven het geluidsbedrijf ‘Tobis’. Later ontstond er nog een bedrijf, genaamd ‘Klangfilm’. Die twee vormden in 1929 1 bedrijf. UFA tekende een contract met hen. Na een rechtszaak tussen Warner en Tobis-Klangfilm mocht er geen filmapparatuur en film geïmporteerd en geëxporteerd worden naar Duitsland.

In 1930 kwam de eerste geluidsfilm uit: ‘The land without women’.

- Tobis-Klangfilm controleerden de markt van Duitsland, Scandinavië, oost en midden europa en andere landen. Amerika bezat canada, Australië, India de USSR en andere regio’s. Frankrijk viel daarbuiten.

- Fritz Lang maakte een van zijn beste geluidsfilms, ‘M’(1931). Experimenteerde met soundbridges.

- Rusland kwam pas in 1935 met geluidsfilms. Ook ware grote regisseurs zoals Eisenstein tegen het gebruik van geluid, het zou een einde maken van de montagetechniek. Later zou het geluid voor vooruitgang zorgen.

- In Frankrijk kwam het geluid laat op gang. Engelandse industrie lag voor 75% in de handen van Amerika.

10. The Hollywood studiosystem 1930-1945.
- Tussen 1930 en 1945 was er tijdens de WOII ook een economische depressie. Vanaf 1940 kwam er weer een grote bloei, door de oorlogsindustrie en het vele beschikbare werk.

- RKO, was na de invoer van het geluid een van de grootste bedrijven (Phothophone). Fox moest juist aan het begin van de depressie iets innemen en verkocht aandelen in First national aan Warner Bro’s, die later uitgroeide tot een van de grootste.

- Er waren de grote 5 (majors): Paramount, Loew’s, Fox, Warner Bro’s., ans RKO. Ze moesten allen verticaal geïntegreerd zijn, een theaterketen bezitten en een internationale distributie organisatie hebben.

Kleine 3 (minors): Universal, Colombia en United Artists.

-Paramount groeide sterk na zijn faillissement olv Barney Balaban. In de beginjaren ’30 was Paramount bekend om zijn Europees getinte films. Veel Europese regisseurs. Later werden er meer normale-films gemaakt.

- Loew’s/MGM deed het geheel deze periode goed. Door de kleine theaterketen waren er minder risico’s. Nicolas Schenk en Louis B. Mayer runden de boel. De films waren een stuk luxer dan die van andere studio’s. Marie Dressler was een van de grootste sterren.

- 20th Century - Fox had een slechte start in de geluidsperiode. Totdat Sidney Kent kwam inspringen en 20th Century erbij kwam. Een paar grote sterren en gespecialiseerd in musicals.

- Warner Bros. Had net als Fox geleend voordat de depressie begon, toen mesten er holdings verkocht worden en bezuinigd. Probeerden populaire genres te ontwikkelen.

- RKO groeide hard in een korte tijd. Ze hadden was geisleerde hits, bv ‘King Kong’. En hadden musicalsterren als Fred Astaire en Ginger Rogers die het grote geld binnenhaalden. Ook bracht Citizen Kane (1941) veel op.

-Universal: constante geld problemen, veel B-films

-Columbia: lowbudgetfilms weerhield hun er niet van om winst te maken. Ze kwamen de depressie goed door, bleven we afhankelijk van B-westerns en andere goedkope films.

-United Artists: Tijdens de oorlog verloor zij al enige al haar winsten. Konden erna alleen nog Mid-budget of B films maken.


- De filmtechniek ontwikkelde zich. Microfoons, uitvindingen in multiple-track of symphonic score. De meeste muziek die werd gebruikt diende de aandacht niet op zichzelf te trekken maar op het narratief.

- Cranes en dolly’s werden uitgevonden.

- Technicolor ontwikkelde zich meer. Kleur werd toe vaak gebruikt bij fantasiefilms, musicals en spektakel. Werd alleen gebruikt door Majors.

- in de geluidsperiode werden er aparte special-effectafdelingen aangesteld door de studio’s. Rear projection (eerder geschoten film wordt geprojecteerd achter de acteurs) of optical printing (matte, matte painting, traveling mattes, wipes, fades/disolves, montage sequencies).

- Begin jaren ’30 wilde iedereen een ‘zacht’beeld, een stilistische trend op dat moment. Eastman Kodak introduceerde de Super Sensitive Panchromatic stock. Shot/reverse shots werden gebruikt, out of focus shots en deep focus shots. Deze technieken spreidden zich uit over heel Hollywood.

- Charles Chaplin ging door met de stille cinema. Josef von Stenberg maakte 6 films met Merlene Dietrich. Ernst Lubritsch had zich snel aangepast aan het geluid, hij maakte succesvolle musicals en komedies (regisseerde Greta Garbo). John Ford werkte met Shirley Temple in een klassieke kostuumfilm. Daarna stapte hij over op westerns. Speelde met diepte en longshots. Howard Hawks werkte aan verschillende genres maar hield zich aan de continuïteits montage.William Wyler maakte lowbudget westerns en maakte ook gebruik van deep-focus.

- Orson Welles horde bij de nieuwe filmmakers en brak door met Citizen Kane (1941).
- Er waren verschillende soorten musicals: revue musicals (ging om songs), backstage musicals (waar songs bij karakters pasten, Warner Bros.) en operetta musicals (die zich in fantasielokaties afspeelden) en integrated musicals (dansen en zingen in gewone omgeving). MGM maakte ze ook)

- In screwball komedies draait het verhaal om een stelletje en is slapstick. (Runnaway Bride)

- De horror werd een belangrijk genre, en een groot succes voor Universal. Vooral met Dracula (1931, Tod Browning). The Bride of Frankenstein (1935).

- De Sociale Problemen film werden veel gemaakt nav de depressie in de jaren ’30.

- De Gangsterfilm was gerelateerd aan de sociale problemen.

- Film Noir waren gewelddadige versies van de gangsterfilms, betekende donker, detectives. Gericht op het mannelijke publiek.

- De oorlogsfilm kwam ook op in de jaren ’30.

12. Cinema and the state: the USSR, Germany and Italy, 1930-1945
Intro:

Tijdens de jaren ’30 was er een aantal dictaturen die een aantal nationale filmindustrieën in haar macht had. De belangrijkste industrieën waren die van de USSR, Duitsland en Italië.

De manier waarop de overheid controle had op de industrieën liep sterk uiteen: de USSR pikte filmbedrijven in, Duitsland kocht ze over en Italië steunde de filmindustrie slechts en ze censureerde de films.

The Soviet Union: Socialist Realism and World War II:

In 1930 werd de sovjet filmindustrie in het eerste 5-jaren plan onder een firma gecentraliseerd: Soyuzkino. Het doel was om de industrie meer efficiënt te maken, hoewel lage productie en inefficiëntie toch problemen bleven geven. Tussen 1930 en 1945 was er een strengere controle over de films die werden gemaakt.

Boris Suhmyatsky werd het hoofd van Soyuzkino, hij stond direct onder Stalin, en onder Boris S. is de Montagebeweging uitgestorven. Hij introduceerde het “Sociale Realisme”.

 

Films of the Early 1930’s

Voor het Sociaal Realisme werd geïntroduceerd zijn er wel nog wat opvallende films uitgebracht, waaronder Men and Jobs van Alexander Macheret. In die film werd de montagestijl gecombineerd met het accent op de grote productie wat onderdeel was van het eerste 5-jaren plan.

 

Doctrine of Socialist Realism

Het sociaal Realisme is in 1934 tijdens het “Sovjet Schrijvers Congres” geïntroduceerd. Dat hield in dat alle mensen die een artistiek beroep hadden – in welk medium dan ook – onder strenge controle stonden. In Januari 1935 werd het Sociaal Realisme officieel ingevoerd in de filmindustrie.

In elke fase van het maken van de film, stond de film onder strenge controle, en kon de film herzien worden. Hierdoor ging de productie van de films zeer snel achteruit. Dit laatste feit is ironisch omdat het idee van de eerste 5-jaren plan was om de productie op te krikken.

Uiteindelijk werd Boris S. in 1938 ontslagen bij Soyuzkino, wat betekende dat Stalin een nog centralere rol ging spelen bij het maken van ideologische beslissingen.

 

The Main Genres of the Socialist Realism

Door het Succes van Chapayev is de “burgeroorlogfilm” een belangrijk genre geworden in het Sociaal Realisme. Ondanks de tegenslagen van de burgeroorlogen, kan er toch terug gekeken worden op een tijd waarin de Communistische doelen duidelijk voor ogen waren en waarin snelle veranderingen mogelijk waren.

Chapayev heeft er ook voor gezorgd dat de bibliografische film een belangrijk genre is geworden, waarin belangrijke figuren uit de tijd van de Revolutie en de Burger oorlog vaak centraal stonden. Maar ook mensen van voor de revolutie en zelfs tsaren kwamen steeds meer centraal te staan.

Maxim Gorky werd gezien als de belangrijkste Sociaal Realistische schrijver.

Het was gebruikelijk om heroïsche verhalen van gewone mensen te maken.

“Musical comedies” waren de populairste films uit de tijd.

 

The Soviet Cinema in Wartime

Voor de tweede wereldoorlog vermeden veel landen om anti-Nazi films te maken, omdat de films (nog steeds) naar Duitsland werden geëxporteerd. Dit was echter niet het geval in Rusland, waar tegen het einde van 1930 verscheidene anti-Nazi films werden gemaakt., zoals de film Professor Mamlock (1938, Adelf Minken en Herbert Rappoport). Toen Stalin echter het non-agressiepact had getekend met Duitsland, werden de anti-Nazifilms uit de roulatie gehaald.

Toen Duitsland toch delen van Rusland ging bezetten moest de filmindustrie uitwijken naar andere gebieden die niet bezet waren. Hierdoor ontstond het probleem dat kleine studio’s flink moesten worden uitgebreid, om de grote firma’s te kunnen ‘huisvesten’. Ook moesten er veel vrouwen worden getraind in beroepen die mannen hadden voordat ze het leger ingingen om te vechten in de oorlog. Het maken van ‘featurefilms’ werd belemmerd door die problemen à in het begin van de oorlog kwamen er alleen featurefilms,die voor de invasie zijn gemaakt, korte films en (dagelijkse) journaals uit.

De filmreeks “Fighting Film Albums” voorzag in de behoefte aan films over de oorlog. Het waren compilaties van allerlei verschillende beelden over de oorlog. Het was echter wel zo dat die serie niet in het gebied werd gefilmd waar ook daadwerkelijk gevochten werd: het was dus niet geheel de realiteit

In 1942 kwamen de ‘fiction features’ op. Om extra haat jegens de Duitsers in te boezemen (mooie zin hè? ;-), werden er vooral vrouwen en kinderen als slachtoffer van het geweld gefilmd. Leo Arnstam heeft Zoya gemaakt, een film gebaseerd op een waar gebeurd verhaal. Andere films zijn Once there was a Girl van Victor Eisimont en The Rainbow van Mark Donskoi.

Hoewel de oorlog het maken van komedies niet stimuleerde, zijn er wel een paar verschenen, (vooral na 1943 toen de “battle of Stalingrad” hoop gaf aan de USSR) zoals Wedding van Isidor Anensky.

Tijdens de oorlog bleven de biografische films een belangrijke rol spelen. Een voorbeeld is de film Kutuzov (1944) van Petrov.

Omdat Stalin de militaire leider was van de USSR, kon hij in de films in één lijn worden gesteld zowel met de progressieve tsaren als met de zegevierende generaals. Stalin werd met name geïdentificeerd met Ivan de Verschrikkelijke à Eisenstein heeft gewerkt aan een trilogie over dat onderwerp; twee delen zijn volledig afgemaakt. Het eerste deel was een groot succes, het tweede deel minder. Stalin zag het tweede deel als een teken dat hij niet progressief was, en daarom werd de film tot 1958 geboycot.

De Russische filmindustrie heeft zware verliezen geleden tijdens de oorlog. Het is wel zo dat de overheid controle bleef houden over de films die uitkwamen.

 

VANYA


- Het eerste Vijf-jarenplan zorgde ervoor dat de Sovjet filmindustrie onder een bedrijf valt: Soyuzkino, in 1930. Boris Shumyatsky kreeg van Stalin de controle over de filmindustrie. Zoals er voor het Sociaal Realisme nog belangrijke films gemaakt, wat vanaf 1928 anders werden filmmakers gedwongen propaganda te maken. En om deze stijl te accepteren als enige stijl. Officieel rond 1935. Voordat een script werd gebruikt moest deze eerst door de censuur apparatuur. Toen een Sovjet Hollywood niet lukte en er censuur ook werd beoefend op hem, werd Shumytsky geëxecuteerd.

- De Burgeroorlogfilm werd een belangrijk genre. Ook de Biografische film werd belangrijk, deze films richtten zich niet op een historische grootheid, maar op belangrijke figuren die voor de revolutie waren. Later mochten er ook films komen waar een menselijkere indruk werd gegeven van de figuren. Ook kwamen daarna de verhalen over de alledaagse helden, Bezhin Meadow (Eisenstein) werd gecensureerd en niet vertoond)

- Alexandrov werd bekend met zijn Socialistische Musicals, die Stalin geweldig vond. Zo maakte hij een recordaantal films en werd benoemd tot ‘Sakhanovite’.

- Hoe andere voorzichtig waren met het maken exporteren van anti-nazi films, was Rusland dat niet. Omdat de Communisten tegenstanders van de Nazi’s waren. Na het anti- agressiviteitspact werden verschillende anti-Duitse films verboden.

- Duitsland viel Rusland toch aan in 1941. Had veel effecten op de filmindustrie.

Vanaf 1942 kwamen onder stress en haat voor Duitsland, anti-Duitse fictiefilms. Weinig komedies werden er nog gemaakt. Wel veel biografische films. Zo maakte Eisenstein 3 films over Ivan de Verschrikkelijke. De eerste was een succes, de tweede werd gecensureerd.


- Hitler en Goebbels (controle over film) waren filmfans. In 1934 kreeg Goebbels controle over censuurschap. Hij was wel onder de induk van Eisenstein’s ‘Potemkin’. Ook moesten de overgebleven, arische, filmmakers antisemitische films maken. Ufa maakte de eerste fascistische films. Omdat export en import belangrijk was kwamen er gecensureerde films van buiten binnen. Daarna werd het genationaliseerd.

De grote studio’s werden overgenomen door de overheid (anders dan in USSR). Buiten dat werden er toch 6x meer entertainmentfilms gemaakt dan propagandafilms.



Leni Riefenstal maakte een aantal propagandafilms, opdat zij eigenlijk meer geïnteresseerd was in de schoonheid en de suspense van de evenementen en niet in het maken van ‘propaganda’.

De nederlaag zorgde ervoor dat veel propagandafilmers vluchtten.

 

The German Cinema Under the Nazis

Ondanks het feit dat veel Duitse filmmakers tijdens de jaren ’20 naar Hollywood zijn vertrokken, zijn er toch belangrijke films gemaakt tussen 1930 en de overname van de Nazi’s in 1933.

De eerste geluidsfilm van Frist Lang was meteen ook een van zijn beste: M (1931).

Tijdens deze periode heeft G. W. Pabst drie belangrijke films gemaakt: Westfront 1918 (1930), The threepenny Opera (1931) en Kamaradschaft. De eeste en de laatste in het rijtje zijn pacifistische films die “tegen de oorlog” zijn.

De eerste belangrijke film van Max Ophüls was The Bartered Bride (1932). In die films komen bepaalde karakteristieken van Ophüls naar voren, zoals ‘deep staging’, geperfectioneerde camerabewegingen en het direct aanspreken van het publiek. Ophüls Kwam bekend te staan door het creëren van intense Romanticisme, wat onder andere in zijn film Liebelei (1933) naar voren komt.

Leontine Sagan heeft haar debuut gemaakt met de film Mädchen in Uniform (1931).

Door het nieuwe politieke regime zijn al de vier regisseurs (Lang, Pabst, Ophüls en Sagan) in 1933 vertrokken uit Duitsland.

 

The Nazi Regime and the Film Industry

Ondanks het feit dat er na de eerste wereldoorlog een relatief liberaal klimaat heerste in Duitsland, verschoof het gedurende de jaren ’20 totaal naar rechts. Op een gegeven moment waren de Nazi’s de enige legale politieke partij, en werden zowel mensen die communistische ideeën hadden, als mensen die van een bepaalde afkomst waren, een andere huidskleur of overtuiging hadden onderdrukt: het Duitse volk werd als superieur gezien.

Zowel Hitler als Goebbels waren ‘filmfans’. In 1934 had Goebbels controle over het censureren van de films. Ondanks het feit dat hij tegen het communisme was, was hij een bewonderaar van Potemkin van Eisenstein, omdat er zeer krachtige propaganda in voorkwam: dat was een doel wat hij ook nastreefde.

Ook zorgde Goebbels ervoor dat vrijwel alle Joden werden verwijderd uit de filmindustrie. Ook mensen die licht linkse of communistische ideeën hadden werden verbannen. Dit had tot gevolg dat zeer veel talent (zoals Ophüls) is gevlucht naar het buitenland. Ook verbood hij het vertonen van films die voor 1933 geproduceerd waren, waar een persoon van Joodse afkomst bij betrokken was.

Goebbels’ hoofddoel was om de filmindustrie te nationaliseren. Dat was echter geen noodzaak omdat de meeste aandelen van Ufa in handen waren van de rechtse “media-man” Alfred Hugenberg. Hoewel de meeste kopstukken van de Ufa tegen het Nazi regime waren, zijn de eerste Fascistische films door dat bedrijf gemaakt.

Goebbels zag er ook vanaf om meteen de nationalisatie van de filmindustrie door te zetten, omdat hij bang was om te vervreemden van andere landen, omdat ze afhankelijk waren van het exporteren en importeren van films.

Uiteindelijk heeft Goebbels toch de nationalisatie doorgezet: dat deed hij niet zoals Rusland die openbaar bedrijven inpikte. In de periode van 1937 tot 1938 heeft het Nazi regime in het geheim belangrijke sectoren van de filmindustrie opgekocht. Het ging vooral om de bedrijven Ufa, Tobis , Bavaria, Terra en Froelich. De nationalisatie is voltooid in 1942, en alle Duitse filmbedrijven waren verenigd onder de overkoepelende Ufa-Film (Ufi). Ufi was een verticaal geïntegreerd bedrijf.

Hoewel Duitsland niet het aantal films maakte wat ze van plan waren, is het wel goed gelukt om toezicht te houden op de inhoud van de films:

 

Films of the Nazi Era

De meeste films die tussen 1933 en 1945 zijn gemaakt waren entertainment films, zonder politieke lading. Dit zorgde ervoor dat de meeste films niet veel verschilden van de films die in Hollywood of Engeland zijn gemaakt.

De eerste propagandistische films kwamen in 1933 uit: SA-Mann Brand door Franz Seitz, Hans Westmar door Franz Wenzler en Hitlerjunge Quex door Hans Steinhoff. De drie films zijn gemaakt om aanhangers voor de Nazipartij te winnen. De films spelen zich vlak voor de machtsovername van de Nazi’s af en ze stelden de strijd tussen de Communisten en de aanhangers van Hitler voor.

Voor het publiek van vandaag de dag is Leni Riefenstahl de meest bekende filmmaker uit de tijd van het Nazi-regime. Haar twee hoofdfilms zijn Triumf des Willens (1935) en Olympia (1938) en het zijn praktisch de enige Nazi-propagandafilms films die tegenwoordig nog worden bestudeerd omwille de artistieke kwaliteiten.

Triumf des Willens is een documentaire van de Nazi congres in Nuremberg in 1934. Hitler heeft haar gevraagd om de film te maken – tegen een zeer hoge beloning. In de film kwam de Nazi-ideologie indrukwekkend naar voren. Ook kwamen de angstige buitenwereld en de kracht van het Duitse leger naar voren.

Olympia was minder openlijk propagandistisch omdat in die film de Olympische spelen van 1936 in Berlijn werden vastgelegd. De film is wel door de overheid gefinancierd.

Er bleven films uitkomen die tegenstanders van het “derde rijk” onder vuur legden. Er kwamen met namen films uit die in gingen tegen de USSR, hoewel die films niet meer uitkwamen na de nederlaag van de Duitsers in Leningrad.

De meest beruchte films echter waren de films gericht tegen de Joden; vijf van dat soort films zijn tussen 1939 en 1940 verschenen (naar een opdracht van Goebbels). Voorbeelden van films zijn Jud Süss (1940 Veit Harlan) en Der ewige Jude (1940 Fritz Hippler). Die films waren er op gericht om negatieve geruchten over de Joden de wereld in te helpen.

Propagandafilms zorgden er ook voor dat de soldaten “zin kregen” om oorlog te voeren. Sommige films richtten zich op de romantische kant ervan (Drei Unteroffiziere, 1939, Werner Hochbaum) terwijl andere films erop gespitst waren dat het eervol was om te vechten en te sterven voor je vaderland (Kolberg, 1945, Veit Harlan).

Ondanks het feit dat de meeste films bedoeld zijn als entertainment, was er toch soms een politieke onderlaag aanwezig in de film (Der Herrscher, 1937, Veit Harlan). Het was dus wel zo dat er films uitkwamen die puur als entertainment bedoeld waren.

 

The Aftermath of the Nazi Cinema

Nadat de Geallieerden Duitsland hadden veroverd, zijn er veel filmmakers, die voor de Nazi’s hebben gefilmd, gevlucht. Het was ook heel moeilijk om aan te kunnen tonen (zodat bepaald kon wworden of ze veroordeeld konden worden) dat bepaalde filmmakers al dan niet zijn gedwongen om propaganda te maken. Dat was het geval met Veit Harlan; hij zei dat hij werd gedwongen om de films te maken.

Leni Riefenstahl werd niet veroordeeld omdat Triumf des Willens puur een documentaire was.


VANYA
 - Italië had tijdens de depressie een grote steun van de overheid. Er was wel censuur, maar Mussolini liet de meeste films toe. Rond de jaren ’30 kwam bijna alles weer in handen van de particulieren.

Veel epische spektakelfilms. Romantische melodrama’s en komedies waren de grootste genres.


Italy: Propaganda Versus Entertainment

In Italië was er niet echt sprake van een nationalisatie van de filmindustrie omdat de Fascistische ideologieën in Italië puur waren gebaseerd om nationalisme, en dus ‘vager’ was dan het communisme en het Nazisme. Het was ook zo dat het Regime van Mussolini minder stabiel was.

 

Industry Tendencies

Begin jaren ’30 ging het slecht met de Italiaanse cinema. Toen de economie van Italië werd geraakt door een depressie, heeft Mussolini ervoor gezorgd dat de Italiaanse film gestimuleerd werd (door middel van regels, zoals het heffen van belasting op buitenlandse films). Het was wel zo dat de productie van Italiaanse films tussen 1930 en eind jaren ’30 was gestegen van 12 naar 45 films, maar de populariteit van die films was niet gestegen. Daarom werd in 1934 Luigi Freddi aangenomen als hoofd van “General Direction of Cinema”.

Freddi was van mening dat er geen zware propagandistische films gemaakt moesten worden, maar dat er vooral (naar aanleiding van Hollywood) vermakende films gemaakt moesten worden. Door zijn denkbeelden werd de “National Office for the Cinema Industry”, ENIC, geopend. Dat bedrijf kon zich inmengen in alle gebieden van de film. In 1937 werd een studio geopend, waar tot 1947 de helft van de Italiaanse films zijn gefilmd. Ook werd er een filmschool geopend en er kwam een filmblad uit wat een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de filmtheorie. Door de bijdrage van de overheid kreeg de Italiaanse film internationale prestige.

De Italiaanse films zijn ook nooit zo politiek geladen geweest als de Duitse en Russische films. Het was wel zo dat Mussolini praktisch elke film “checkte” voordat ze werden getoond, maar hij heeft bijna nooit een film “verbannen”. Ondanks de steun van de overheid is de Italiaanse film nooit zelfvoorzienend geworden, en maakten de meeste producties verlies.

 

A Cinema of Distraction

Het was echter niet zo dat de gehele Italiaanse cinema gevrijwaard was van propaganda. De propaganda was vooral aanwezig in materiaal van LUCE, het bedrijf wat de documentaires en de journaals overzag. Het tien jarig bestaan ven de partij van Mussolini, bij voorbeeld, heeft geleid tot Camicia nera en Veccia Guardia (1932 en 1933).

Een belangrijk genre was het “romantische melodrama”. Een voorbeeld daarvan La Signora di tutti (“De vrouw van iedereen”, 1934) van Max Ophüls. Een ander belangrijk genre was de komedie, en net als in andere landen bracht de geluidsfilm de romantische komedie met zich mee. Ook zorgde het geluid ervoor dat er komediefilms gebaseerd waren op een dialect. Een voorbeeld hiervan is Nerone (1930) en La tavola dei poveri (1932).

 

A New Realism?

Door de successen (1940-1942) van Italië op het slagveld heeft de filmindustrie een enorme duw vooruit gekregen. In 1941 zijn er 89 ‘features geproduceerd, in 1942 waren dat er maar liefst 119. Door deze groei in de productie waren er heel veel jonge regisseurs die een carrière tegemoet konden gaan.

Zelfs tijdens de oorlog was er geen sterke censuur.

Er heeste een bepaalde trend die terug keek op de 19de eeuwse kunst: het “calligrafisme”. Dit werd vernoemd naar de decoratieve impulsen en naar het zich terugtrekken uit de realiteit.

De jongere generatie debatteerde over realistische kunst en schrijvers waren voor de terugkomst van een Italiaanse traditie van het regionale naturalisme. Ook werd er gepleit voor het filmen van de problemen van gewone mensen in een normale omgeving. Filmmakers waren onder de indruk van Sovjet Montage, het Franse Poëtische Realisme en van populistische Hollywood regisseurs. De debatten werden kracht bijgezet door de films die uitkwamen. Die films hadden een nieuw vertrouwen in regionale dialecten, het filmen op locatie en het inzetten van onprofessionele acteurs. Een voorbeeld daarvan is La Nave bianca van Roberto Rossellini, 1941.

Drie belangrijke films zijn Four steps in the Clouds(1942) , Children Are Watching Us (1943) en Ossessione (1943), die films staan dicht bij de “mainstream” tradities. Toen in 1943 Italië binnen werd gevallen stortte de filmindustrie in, die echter in 1945 hersteld was. Toen zouden de herinneringen aan opstand en een beeld van de cinema als middel om het dagelijks leven vast te leggen, voor de “Neo Realistische” beweging zorgen.

 

Moraal van het verhaal: als je de situaties in de USSR, Duitsland en Italië bekijkt, zie je drie verschillende manieren waarop de staat greep probeert te hebben op de filmindustrie:



  • In de USSR vond nationalisatie vroeg plaats, op een openlijke manier

  • De Nazi’s namen stiekem bedrijven over en dwongen ze vervolgens films te maken die het Regime zouden steunen

  • Italië gebruikte meer indirecte methodes om de medewerking van de filmindustrie te garanderen

 

Situatie na de oorlog:



  • Het Sovjet systeem hield stand tot eind jaren ‘80

  • Na de verovering van de Nazi’s was de Duitse Filmindustrie aan diggelen

  • In Italië, waar niet echt nationalisatie heeft plaatsgevonden, vond een geleidelijkere overgang plaats naar het “vrede volle” filmmaken.


13. France: Poetric realism, the popular front, and the occupation, 1930-1945

De Franse filmindustrie was hard getroffen door de Depression.

Maar de Franse films hadden nog wel een invloed over de wereld na Hollywoodfilms. Het zwakke studiosysteem zorgde ervoor dat filmmakers met vrijheid en flexibiliteit konden werken.

Na de oorlog veranderde de conditie van de filmproductie en veel filmmakers gingen of moesten weg.

 

De jaren ’30

De komst van het geluid gaf een enorme impuls aan de Franse filmindustrie, sinds het publiek dolgraag dialogen wilden horen.

In sommige gevallen waren filmmakers voor niks aan het werk nadat ze hun werknemers hadden betaald, ze verdienden er niets aan.

De opkomst van het geluid en de regering die regelde dat Amerika geen monopolie meer had op de Europese markt. Voor het eerst sinds de WO1 was de helft van de Europese markt voor Franse films.

De decentraliserende structuur van de Franse productie verklaart waarom er zo veel blijvende films gemaakt zijn in een tijdperiode van 10 jaar.

Veel kleine bedrijven deden niets op de uitgebreide productie in de U.S., Duitsland en de USSR uit. Daarentegen in Japan waren veel regisseurs in staat om voor zichzelf te werken. Deze situatie zorgde voor vele trends.

Tijdens de jaren ’30 ging de “stille periode” en de surrealistische traditie gewoon door.

Veel belangrijke Franse films uit de jaren ’30 waren hoge kwaliteit studio producties. Menig van de Franse films van deze periode waren gemaakt door buitenlandse filmmakers, zoals de Duitsers. Ook Fritz Lang was een tijdje in Frankrijk nadat hij Duitsland had verlaten omdat hij niet onder de Nazi’s wilde werken.

Pagnol, een beroemde filmmaker, vond dat geluidsfilms een ideale manier waren om films op te nemen. Met zijn winsten zette hij zijn eigen productiemaatschappij op en produceerde de ene populaire film na de andere.

 

Poetic Realism

Veel van de meest herinnerde Franse films uit de jaren ’30 behoren tot de Poetic Realism. De films uit deze periode hebben als uitgangspunt karakters die leven aan de rand van de gemeenschap. Deze karakters waren werklozen of criminelen.

Poetic Realism begon in mid-1930 en zijn belangrijkste filmmakers waren Julien Duvivier, Marcel Carne en Jean Renoir.

De meest beroemde regisseur van de Franse cinema was Jean Renoir. Hij maakte zeer verschillende films.

Ondanks de slechte situatie van de productie, de Franse cinema van de jaren ’30 creëerde een hoge portie van belangrijke films. Dit kwam mede door de getalenteerde mensen die werkzaam waren.

Tijdens de jaren ’30 ontstond er een gat tussen de extreem rechts en linkse groeperingen van politieke partijen. De linksen vochten tegen de opkomst van fascistische tendensen in Frankrijk.

In 1939 veranderde de Franse politiek drastisch. De PCF besloot zich aan te sluiten bij de Socialisten en in Juni werd deze partij de “Popular Front” genoemd.

Economische problemen en angsten van fascisme leidde tot een Popular Front overwinning tijdens de verkiezing van 1936.

Kort als het Popular Front was had het nog wel invloed op de cinema. Ze vormde een groep “Cine-Liberte”, om films te maken en een onderwerpmagazine. Ook maakten ze een film die als uitstekende propaganda diende voor de verkiezingen.

Veel films geïnspireerd door het Popular Front vertonen gelijkenis met Poetic Realism.

 

Filmmaken in een bezet Frankrijk

Toen Duitsland begon met de WO2 door Polen aan te vallen besloten Frankrijk en Groot Britannië om de oorlog te verklaren aan Duitsland Veel Franse filmmakers waren mobiel en de productie van vele films werd uitgesteld.

 

Vichy Cinema: producers moesten door een uitgebreid aanvraagproces om permissie vragen om een film te mogen maken en censuur onder het Vichy regime was strenger dan die van de Duitse controle.

De Joden werden uit de filmindustrie gehaald.

 

Occupied France: er was geen Franse productie meer en er was een verbod op geïmporteerde films uit Amerika, Britse films en Franse van de Vichy-zone gaven Duitsland een monopolie in de cinema. Men wilde wel weer graag Franse films zien, omdat ze goed waren. Toen kwam de Franse film langzaam weer op gang en zonder concurrentie van de Amerikaanse film bracht de Franse film zelfs nog aardig wat winst op.

Productiemaatschappij “Continental” beheerde verticale integratie en had zijn eigen studio’s.

 

Films of the occupation period: de meeste films die tijdens de bezetting gemaakt werden waren komedies en melodrama’s van het soort die er al waren van voor de oorlog.

Censuur in Duitsland en de Vichy-zone verplichtten de filmmakers om onderwerpen over de oorlog en andere sociale problemen te vermijden. Gevolg was de “Cinema of Quality” :indrukwekkende sets en belangrijke sterren.

 

De belangrijkste filmmaker tijdens de bezetting was Robert Bresson: in zijn films komen we veelal dezelfde onderwerpen tegen nl. hardnekkige nonnen die moordenaressen helpen om vrede te vinden.



 

Het einde van de bezetting bracht veel veranderingen voor het Franse filmmaken inclusief de nieuwe competitie van geïmporteerde Amerikaanse films. De meeste filmmakers van de oorlogsperiode bleven werken en de decentraliserende industriële structuren overleefden de oorlog.




14. Leftist, documentary, and experimental cinemas, 19300-1945.
Intro
The spread of the political cinema

De Russische Montage beweging werd wereldwijd bekeken. Ze werden geprezen om hun stilistische techniek en zagen ze als begin van de leftist cinema.

The U.S.: Politieke filmmakers confronteerden met armoede en racisme. De Film and Photo League werd opgericht die in het begin demonstraties, protesten en hongermarsen filmden.

Filmfront, een filmkrant werd uitgegeven. Nykino werd opgericht, een non-profitorganisatie. Frontier as een belangrijke documentairemaker.

Duitsland: het linkse filmmaken begon redelijk vroeg in DL.

In de late jaren ’30 was er een burgeroorlog gaande de hulp was oneerlijk verdeeld, want niet alle landen deden mee. Veel vrijwilligers hielpen.

‘Spanish Earth’ van Joris Ivens was een succes, hij werd ook naar Amerika gebracht. Hij maakte ook docu’s over de Japanse burgeroorlog.
Government- and corporate-sponsored documentaries

US: Sommige filmmakers die bij het leftist Film and Photo Leages zaten, mochten in de jaren 30 werken bij de overheid in Amerika. Pare Lorenz mocht als een van de eersten hier gebruik van maken en maakte ‘The plow that broke the plaines’(1936). Sponsoring van docu’s werd gedurende de tijd steeds belangrijker.

GB: Omdat er een goede basis was voor filmers, hoefden de makers niet veel sponsoring van de overheid te zoeken. Gierson, Flathery invloedrijke filmers. The Empire Marketing Board helt op te bestaan en de filmers stapten over naar General Post Office. Daarna verschenen er meer sponsorbedrijven.
Wartime documentaries

Toen de WOII begon, voerden de documakers de strijd tegen het fascisme. Docu’s werden steeds belangrijker, omdat er ook nog geen tv was.

De US vroeg Frank Capra om propaganda te maken tegen de Axis (DL, IT, JP etc.). Ook andere Hollywood filmmakers gingen in dienst van het leger. Zo ook John Ford (Field Photographic Branch). Ook William Wyler (Air Force) en John Huston (Maltese Falcon).

GB: Bijdrage geleverd tegen de Nazi-aanvallen. Jennings maakte veel docu’s voor de GPO Film Unit (later de Crown Film Unit).

DL,USSR: dood en verderf werden nooit getoond, gigantische propaganda-industrie.
Na de oorlog waren er minder docu’s te zien in het theater.

The experimental cinema

Door de opkomst van het geluid kon er minder geëxperimenteerd worden en gingen veel filmmakers de docurichting op. Maar Avant-garde en Lyrische films waren vooral voor nieuwkomers interessant.

City symfonie en lyrische films waren voor de lowbudget makers populair.

Surrealistische films werden vaak met een groter budget gemaakt, Bunuel was hierbij de grote man. Deze stroming was schaars, maar met grote invloed.

Animatiefilms hadden vaak weinig kosten en daar kon flink mee geëxperimenteerd worden, Fantasia bv.

15. American cinema in the postwar era, 1946 – 1967

 

 




  1   2   3   4   5


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina