Film History The Invention and the early years the cinema, 1880-1904



Dovnload 175.88 Kb.
Pagina4/5
Datum22.07.2016
Grootte175.88 Kb.
1   2   3   4   5

Challenges to censorship


 

Er ontstonden problemen voor films om soms goedkeuring te krijgen van de lokale censorship commissies vanwege vaak controversiële onderwerpen. 1952 werd vrijheid van menigsuiting in films gegarandeerd. De Supreme Court maakte later duidelijk dat sommige films konden worden gecensureerd op grond van obsceniteiten. Het eigen censurerings mechanisme van de filmindustrie, de Motion Picture Association of America (MPAA) had problemen met zijn productie code. Het wapen van de MPAA was dat ze distributeurs verplichtten goedkeuring te krijgen voor hun film zodat ze hun films konden laten vertonen in bioscopen die lid waren van de MPAA. Nadat de vijf grote studio’s hun bioscopen moeten afscheiden konden vertoners ook afgekeurde films vertonen. Dus produceerde men zulke films want het was een goede manier om met de tv de competeren, want men kon meer controversiële onderwerpen aansnijden. Dus grens van de productie code werd zodoende steeds verlegd. De afgekeurde films werden toch vertoond en dat betekende dat de code niet alleen oneffectief maar ook juist vrij publiciteit voor de desbetreffende film meebracht. In 1966 gingen ze niet meer certificaten verstrekken, maar een advies geven. Dit systeem werd later weer veranderd.

 

Hollywood adjusts to television


 

Tv was een dreiging voor bepaalde producten van de bioscoopprogramma’s. Nieuwsuitzendingen werden nu vertoond op tv in plaats van in de bios. De cartoons bleven nog wel populair in de bioscopen, vooral door Warner Brothers, MGM en United Productions of America (UPA). Disney produceerde korte en lange films, die zeer populair waren. Midden jaren 60 had de tv het toch overgenomen van de film en stopte bijna alle studio’s met het produceren van cartoons. Er waren nog andere manieren waarop film zich aanpaste op de tv en de filmindustrie had veel voordeel door de andere industrie. De netwerken hadden veel shows nodig om hun tv-programma te vullen. Men gebruikte daarvoor vaak oude films. In 1955 gingen de grotere studio’s de tv-rechten van hun filmbibliotheken verkopen wat een goede bron van inkomsten werd. Ook begonnen Hollywood studio’s hun eigen tv-shows creëren. Omdat de netwerken van live-tv naar opgenomen tv gingen, werd de vraag naar materiaal intensiever. Omdat de grote studio’s minder films produceerden kon men de productiefaciliteiten verhuren aan onafhankelijke producenten, voor film en tv. Disney weigerde zijn cartoons te verkopen en startte zijn eigen tv-programma, Disneyland. Dit werd een hit en leidde ook tot een pretpark. Dus Hollywood films hebben niet gelijd van de competitie van tv, ze pasten zich juist aan.

 

Stories, styles, and genres


 

Zelfs toen Hollywood in verval raakte, bleef de klassieke stijl een krachtig model voor verhaalvertelling. Het onderging enkele belangrijke modificaties gedurende de naoorlogse jaren. Door Citizen Kan was het geluid dat een vogue creëerde voor subjectieve narratieve technieken. Veel film hadden aspecten van het Frans impressionisme of Duitse expressionisme. Ook werd de narratieve constructie gecompliceerde. Men experimenteerde bijvoorbeeld met flashbacks. Geen enkele innovaties bedreigde de grondbeginselen van de klassiekale narratieve filmmaker. Gedurende de jaren zestig, waren veel films ook beïnvloed door de Europese kunstfilm. Ander filmmakers omarmde een nog nooit eerder vertoonde realisme van setting, licht en narratie. De trend van op locatie filmen, door de regering opgelegd om de setkosten te drukken, continueerde. De semidocumentaire film werd populair, zoals in de films Sunset Blvd., The Killing. Kane had het gebruik van lange scenens en de deep-space geïntroduceerd en deze technieken werden steeds prominenter in films. Veel van deze innovaties werden geassocieerd met film noir, de donkere style die belangrijk bleef tot aan eind jaren ’50. Noir films werden steeds meer baroque waardoor men een doel van satire werd. Deep focus bleef nog tot de jaren zestig populair in zwart-wit films, maar kleurenfilms gebruikten vaak shallow-focus. In de jaren zestig begon men onder invloed van Direct Cinema en New Wave de long-focal-lenght lenzen te gebruiken. Ook ging men opzichtiger en sneller monteren. Ook werd de integratie van gehele liedjes in actiescenès populair. Films studio’s gingen samen werken met muziekbedrijven want ze zagen heil in cross-plugging films en opnames en zorgden dat de soundtrack album een bron van inkomsten werd.

 

Upscalling genres


 

De belangrijke bedrijven verbeterden bijna alle genres. Elke film kreeg nu een eigen karakter. Veel scripts werden van B naar A films veranderd. De western, waarin vaak sociale en psychologische tendensen naar voren kwamen, werden erg populair. Ook de melodrama werd veranderd. Vooral de musical profiteerde van de veranderingen, zoals de films The wizard of oz, Singin’ in the rain. De meeste musicals werden geproduceerd door MGM. Westerns, melodrama’s en musicals werden de grootste genres voor vele jaren, maar door de inflatie van de productie waarden kwam er een ander genre tot stand. De bijbelse spektakel werd populair. De genres hadden menigten, kolossale gevechten en grandioze sets maakte het goed voor widescreen processen en kon men nieuwe technieken laten zien. Een ander genre de sf kwam na de oorlog opzetten, vooral door George Pal. Het effect van het intensiveren van B-film material was zeer duidelijk in de groei van de big-budget spionage films (James Bond). Low-budget films moesten hun eigen verkooppunten zien te vinden om nog mee te kunnen competeren. De misdaad film werd bijvoorbeeld meer geweldadiger.

 

Major directors: several generations


 

Allerlei regisseurs waren succesvol in Hollywood. Een paar van de veteranenregisseurs, zoals DeMille, Borzage, King en Marshall bleven nog steeds films maken. John Ford, die vooral westerns maakte had daar veel succes me. Ook veel buitenlandse regisseurs, zoals Hitchcock, Preminger, Welles, bloeiden op in Hollywood.

Verder allerlei voorbeelden van belangrijke regisseurs.

Ondanks het verval van de industrie, maakten regisseurs van verschillende generaties en achtergronden de naoorlogse Hollywood films tot een centrale kracht in de wereldcinema. Het systeem had zijn economische stabiliteit verloren, maar de genres en stijlen van het klassieke filmmaken leverde een structuur waarin jonge filmmakers wie tot bloei kwamen in Europa in begin jaren zestig veel inspiratie hadden door de naoorlogse Hollywood film.



16. Postwar European Cinema; Neorealism and its context, 1945-1959
The Postwar Context

Veel landen warden geregeerd door een conservatieve politieke partij. Na de oorlog domineerden US en USSR. De Amerikaanse macht groeide in Europa. Europa was bang voor ook hun macht over de media en kunst.



Filmindustries and Film Culture

Omdat de Amerikaanse distributiebedrijven (MPEAA) macht hadden in Europa bestonden er speciale Hollywood-protocollen. Ze vonden dat Hollywood propaganda prima werkte tegen communisme en fascisme. Amerika wilde dat Europa hun grootste afzetmarkt bleef.

-West-Duitsland: Ontving hulpgeld van de VS, daardoor groeide de industrie. Wel bleef alles in handen van de Amerikanen, W-DL. Was een soort uitpost van Hollywood. De VS kon blind- blockbooking uitoefenen. Populaire genres waren: populaire entertainment, boekverfilmingen en remakes van klassiekers. De populairste was de Heimatfilm (thuisland).

- Veel Europese landen hadden een grote onafhankelijke filmindustrie. Ze stelden daarom protectie maatregelen. Bijv. importquota’s op Amerikaanse films of screeningtijd. Of de inkomsten van de Am. firma inkorten. Europese bedrijven gingen zichzelf ook compatibel maken met de V.S. Ook filmfondsen begonnen te bestaan (Britain’s National Film Finance Corpoation, 1949).

-Europa maakte coproducties, er waren technische ontwikkelingen, gespecialiseerde exhibitie en archivering en filmfestivals.

- Door het succes van de film trok dit nieuwe filmmakers aan die de moderne traditie voortzetten.

- Het modernisme liet vaak de nare situatie na de oorlog zien, fascisme, en oorlog.

Objectief realisme’ maakte gebruik van open eindes, stilte om situaties te benadrukken en long takes om het zo realistisch mogelijk te laten lijken.

Bij het ‘Subjectieve realisme’werden er flashbachs gebruikt om de belevingswereld van de karakters beter te laten zien. Hier was ook vaak de invloed van Het Franse Impressionisme en het Duitse Expressionisme te zien.

Ook ‘Authorial Commentary’ was subjectief maar maakte eerder gebruik van een alwetende kijkersblik.

- De narratieve verteller kwam vaker voor, de kijkers waren steeds meer gewend aan non-chronologische vertellingen.
Italy: Neorealisme and after

Samen met de culturele en sociale veranderingen kwam het Neorealisme op. In de lente van 1945 werd Italië bevrijd, die periode van onafhankelijkheid werd de ‘Italiaanse Lente’ genoemd.Italië was bekend om magnifieke studio’s. Toch bweegden de makers zich naar de straten en het platteland. Ze werkten met nasynchronisatie. Ook werd de verse historie van de oorlog beschreven. Snel waren er geen patriottische grootheden, maar gewone mensen met sociale problemen als werkloosheid die in de picture stonden. In 1948 eindigde de Italiaanse Lente.

-3 punten Neorealisme: Gevormd door de politieke situatie, karakters waren herkenbaar, schoonheid van het normale bestaan.

- Vorm en stijl: Op lokatie gefilmd, nonacteurs, ruige camerabewegingen en standen. Geluid is altijd in postproductie gedaan. Verlies van lieneair plotverband door open eindes. Verder gaat de film door zoals de tijd verstrijkt. Al deze technieken hadden grote invloed.

- Toen de economie weer steeg, daalde de aandacht voor Neorealistische films. Rossellini en Antonioni waren de belangrijkste regisseurs. Rossellini gebruikte vaak extravagante personages die opnieuw de normen en waarden ontdekken na de oorlog.

- Na 1950 wordt er meer rond individuelen gefocust.



A Spanish Neorealism?

Spanje was beinvloed door de Italiaanse stroming.



17. Postwar European Cinema: France, Scandianavia, and Britain, 1945-1959
French Cinema of the Postwar Decade

Na de onafhankelijkheid werd er een liberaal systeem opgezet. Er waren 200 kleine filmbedrijfjes.Er was weinig te besteden en Amerika vormde een bedreiging. Ze hielden zich wee aan de vooroorlogse quota’s. Alleen werd Frankrijk op die manier een open markt voor de VS. De CNC werd opgezet om de industrie te regulieren. In 1948 werd er een nieuwe importquota gesteld, 121 Amerikaanse films per jaar. Films bleven populair, de tv had was nog niet doorgebroken.

- In Fr. kwam ‘Tradition of Quality’. Een prestigieuze cinema, die veel literaire verfilmingen bracht. Films werden vergeleken met de Romantiek en het Poëtisch Realisme van voor de oorlog.

- Veteranen kwamen weer terug uit andere landen en kwamen met nieuwe technieken etc. Ophuls’s (romantiek) en Renoir (natuur).



Scandinavian Revival

- Denemarken had rond 1910 een internationale naam, maar door de WOI afgezwakt, in de late ‘30er jaren door grote investeringen van overheid ging het weer beter.

- Zweden was afgezwakt toen grote regisseurs weg waren.

Door snelle wederopbouw ging het ook beter met de film. ‘Kamerspiel’’, beïnvloed door het duitsexpressionisme.


England: Quality and Comedy

- Na de oorlog was Britse film populair, zelfs in Am. Totdat de kosten omhoog gingen en de VS 80% van de markt eiste. Na een bijna-boycot, werd dit omgedraaid in GB-films 45%.

Een paar grote bedrijven hadden de grootste macht, The Rank Organisation bijv. Omdat ze monopoly vreesden, moesten er delen verkocht worden, alleen deden ze dit niet omdat de VS de theaters dan kon kopen. Toen kwam er een fonds (NFFC) die geld in de verkeerde onafhankelijke stopte en toen ging het nog slechter. Daarna een tax-systeem, omzet steeg, maar er was concurrentie van tv.

20. New Waves and Young Cinemas, 1958-1967
The Industries’New Needs

De film had een paar bedreigingen, zoals (goedkope) tv, ze probeerde nieuw publiek te trekken dmv coproducties en erotische films. Door de nieuwe generatie en leefomstandigheden waren de filmmakers de juiste om de jeugd te beïnvloeden. Film werd internationaler.


Formal and Stylistic Trends

De jonge cinema was zeer verschillend in elk land, toch waren er overeenkomsten: De nieuwe generatie had een heldere kijk op het filmverleden, meer technische uitvindingen, Direct Cinema documentaires, Discontinu edditen, long takes, gingen nog een stapje verder in het objectief realisme (Neorealisme), flashbacks werden in de subjectief realistische films als mind gebruikt, het combineren van objectief, sulectief realisme en authorial commentary. Film was enige realiteit.



France: New Wave and New Cinema

De ‘Nouvelle Vague’kwam op gang onder de nieuwe generatie. Zij waren toe aan wat experimentelere films. De CNC gaf subsidie voor nieuwe kwaliteitsfilms en voor goede ingeleverde scripts, zo konden er veel films gemaakt worden.

- De New Wave had als ideologie dat films gepersonaliseerd werden en vernieuwend waren. Veel nieuwe filmmakers maakten vergelijkbare films, maar er waren er een paar die deze ideologie haalden. NV-filmers hadden vaak bij ‘Cahiers du Cinema’gewerkt en hingen de auteurs politiek aan, hielpen elkaar met geld en natura.

Truffaut’s ‘The 400 Blows’en Godard’s (meest provocatief) ‘Breathless’ waren de invloedrijkste.

Films kosten niet zo veel en hadden vaak grote omzetten. Centreren op een Femme Fatale.

Beinvloed door Italiaans Neorealisme en keken ook naar andere film tradities.

- Een andere invloedrijke groep was ‘the Left Bank’groep. Zij waren wat ouder en minder filmgek dan de ‘Cahiers’. Ze zagen film als een zelfde kunstvorm als bijv. literatuur. Ze waren experimenteel. ‘Hiroshima mon Amour’ was een intellectuele film. Ook ‘Last year at Marienbad’ (Robe-Grillet), een experiment met tijdszones, had succes.
Italy: Young Cinemna and Spagetti Westerns

Tussen 1950 en 1960 deed de Italiaanse film het beter dan de Franse. VS en Europese bedrijven zochten Italiaanse coproducties. Fellini en Antonioni waren auteursfilmers met een goede reputatie. Nieuwe filmmakers waren beïnvloed door het Neorealisme, maar veel provocatiever met politiek. Het bijbelverhaal werd nog realistischer verteld. Het succesvolste genre was de ‘Sagetti Western’, die in eerste instantie van de samuraifilms afkwamen. Verhaal van de harde realiteit, veel geweld. Landschappen en extreme close-ups.



Great Brittain: Kitchen Sink Cinema

Horror-remakes kwamen op, maar vooral de ‘Kitchen Sink’, ofwel het alledaagse leven, waar de regisseurs afkwamen van de Free Cinema groep. Die films gingen vaak over de werkende klasse en vooral over de ‘boze-jonge-man’. Kitchen Sink was een korte trend. Daarna werd de lifestyle van Londen in.



Young German Film

26 jonge filmmakers verklaarden de oude film dood in 1962. Een commissie voor jonge filmers werd opgericht en maakten vooral shockerende ‘backpack films’. Na deze korte trend stortten schrijvers zich op ‘Autoren’. Literaire kwaliteit. Relateren vaak naar historische gebeurtenissen.


New Cinema in the USSR and Eastern Europe

Veel filers filmed traditioneel. Wel werd steeds meer de aandacht op de jeugd gericht door films over kids of jeugd. Anderei Tarkovsky de meest geprezen regisseur, was een poëtische filmer. Wel vaak donkere, zware films. Sovjet cinema begon eigenlijk pas vanaf 1970 met het verder ontwikkelen van kunst.

Roman Polanski was belangrijk in Polen.
The Japanese New Wave

De beweging is bijzonder omdat het via een bewuste weg ging binnen de filmindustrie. Er was de zwaardvechtfilm voor jongens en de romantische melodrama voor meisjes. Er was een sterke verticaal geïntegreerd studiosysteem. Complexe flahbackstructuren, fantasie en symboliek, experimenteel shotdesign, kleur, cutting en camerawerk werd normaal.


Brazil: Cinema Novo

De Cinema Novo wilden de situatie van de etnische minderheden en de armen vastleggen. Combineren van geschiedenis en mythe. Veel film buiten de stad gefilmd. Invloed van de auteurstheorie. Populariteit van Braziliaanse muziek (in films ook) werd het land als modern en energiek gezien. En maakte mensen meer bewust over het leven. Politiek provocerende films. Van 1969 en 1973 was er een burgeroorlog. Nav dat kwam er meer censuur op kunst.



21. Documentary and Experimental cinema in the postwar era, 1945-mid-1960s

 

In het kort: -De experimentele film en de documentaire werden een opvatting van individuele uitdrukking van de filmmaker. –Vanaf de vijftiger jaren ziet het neorealisme de waarheid in de ongecontroleerde gebeurtenis, dit leidde tot een herleving van de ‘direct’ cinema. –Ook de avant-gardisten leefden weer op na de Tweede Wereldoorlog. Dada en Surrealisme kwamen weer terug en er werden films zonder narrativiteit gemaakt.



 



1   2   3   4   5


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina