Five Point Calvinism



Dovnload 50.76 Kb.
Datum09.02.2018
Grootte50.76 Kb.
De dwaling van het vijf-punts Calvinisme

Bewerking van “Five Point Calvinism” (BibleBelievers.net)

Alle Schriftaanhalingen komen uit de Statenvertaling (1977 of HSV)


Vertaling, plaatjes en voetnoten door M.V.

Introductie

De theorie die vandaag algemeen bekend is onder de naam Calvinisme werd voor het eerst geïntroduceerd door Augustinus in de vierde eeuw. Hij leerde dat Christus niet voor alle mensen stierf maar voor een beperkt aantal dat God heeft verkozen en gepredestineerd om Zijn kinderen te worden. Augustinus werd later heilig verklaard door de Rooms-katholieke kerk.

Meer dan 1000 jaar later deed Johannes Calvijn, een ex-katholiek, deze leer herleven die men vergeten was sinds de dood van Augustinus. Vele dwalingen in de katholieke kerk zijn terug te voeren tot de geschriften van Augustinus. Het is van Calvijn, de hervormer, dat die leer zijn naam kreeg: Calvinisme.

Vandaag denken velen dat een christen ofwel een Calvinist ofwel een Arminiaan moet zijn. Dit is geheel fout. Een christen kan en moet de Schrift, Gods Woord, aanhangen. Wij beweren niet dat wij alles begrijpen van Gods gedachten over Zijn soevereiniteit1 en de vrije wil2 van de mens, maar wij begrijpen wel de leer in Gods Woord over de menselijke vrije wil die door God werd gegeven om te kunnen kiezen tussen goed en kwaad en om Christus als Redder te aanvaarden of af te wijzen.



Het Engelse acroniem T U L I P voor de vijf-punten dwaling van Johannes Calvijn

In het Nederlands kunnen wij dit acroniem “tulip” (tulp) niet toepassen, vandaar dat we de Engelse uitdrukkingen erbij geven.



1. Totale Verdorvenheid (Total Depravity).

De Bijbelse interpretatie van Totale Verdorvenheid is dat alle mensen zondaars zijn, door geboorte, keuze en praktijk. Zij hebben een zondige natuur. Totale Verdorvenheid betekent niet dat alle mensen zo slecht zijn als maar mogelijk. Het betekent niet dat alle mensen zo totaal slecht zijn als Calvijn ons zou willen laten geloven. Het betekent ook niet dat alle mensen even slecht zijn. Als de mens geen vrije wil heeft om te kiezen tussen goed en kwaad, hoe kunnen wij dan het grote verschil verklaren tussen de zware gewoontecrimineel en de onbesproken, moreel goede persoon die echter niet gered is? Er zijn goede en aanbevelingswaardige dingen in de levens van vele mensen die echter niet beweren christen te zijn3 (niet goed in Gods ogen maar wel in aardse handelingen).

We zouden Totale verdorvenheid kunnen definiëren als dat alle delen van de menselijke natuur zijn aangetast, besmet, besmeurd, of beïnvloed door de zonde die ieder mens in zich draagt.

Het bovenstaande is de ware bijbelse interpretatie van Totale Verdorvenheid (Total Depravity), en deze positie wordt door ons ingenomen.

Johannes Calvijn voegde aan Gods Woord toe door de bijbelse leer van Totale Verdorvenheid uit te vergroten tot een ultra-extreme, totaal onbijbelse positie. Johannes Calvijn noemde zijn leer Totale Verdorvenheid, maar wat hij inhoudelijk leerde is in strijd met de Schrift. Onder de naam van Totale Verdorvenheid geloofde, leerde en benadrukte Calvijn Totale Onbekwaamheid (Total Inability). Hij leerde dat de mens niets in te brengen heeft in de kwestie van zijn redding, hoegenaamd geen keuze heeft, maar dat redding door God louter werd voorbeschikt terwijl de mens zo mechanisch als een robot daarnaar handelt. In antwoord op vragen schreef Calvijn:

“Wie zal gered worden? Dat is wat Zijn soevereine wil beslist en niets anders. Het is puur een kwestie van de goddelijke soevereiniteit die - ongetwijfeld om goede redenen bekend bij God, maar helemaal niet gerelateerd aan iets wat de mens moreel onderscheid van de ander - sommigen verkiest maar de rest afwijst. Gods uitverkiezing heeft niets van doen met voorkennis, behalve in zoverre dat hij van te voren weet wie de leden moeten zijn van het menselijke ras” (Calvijns Institutie III, xxiii, pag. 10).

Maar van Genesis 2:16 tot Openbaring 22:17 heeft God de mens altijd vrijheid van keuze gegeven. De mens is erbij betrokken. Vergelijken we even Calvijn met Genesis:

“En de HEERE God gebood de mens, zeggende: Van alle boom van deze hof zult gij vrij eten; maar van de boom der kennis des goeds en des kwaads, daarvan zult gij niet eten; want ten dage, als gij daarvan eet, zult gij de dood sterven” (Genesis 2:16-17)

Bemerk dat God Adam beval dat hij niet mocht eten van de boom der kennis van goed en kwaad. Johannes Calvijn wil ons doen geloven dat God reeds had bepaald dat Adam Zijn bevel zou overtreden. Dit zou God tot auteur maken van gewilde ongehoorzaamheid. Kijk maar:

“De enige keer dat redelijkerwijs beweerd kan worden dat vrije wil kon bestaan hebben was in Adam vóór de val. Adam kon weerstand geboden hebben als hij dat wilde, gezien hij louter viel door zijn eigen wil. In zijn rechtschapenheid was de mens begiftigd met vrije wil, waardoor, als hij ervoor gekozen had, hij eeuwig leven kon verkregen hebben. Niettegenstaande zit er geen realiteit in de vrije wil die aldus aan de mens was toebedeeld, aangezien God de val had bepaald, en daarom moet Hij op een bepaalde wijze Adams wil beïnvloed hebben. Het werd niet in neutraal evenwicht gelaten, en evenmin werd zijn toekomst ooit in spanning of onzekerheid gelaten. Het was zeker dat vroeg of laat Adam in het kwaad zou vallen, en met deze onvermijdelijke val verdween daar elk spoor van de vrije wil die de mens kon gehad hebben. Vanaf die tijd werd de wil corrupt samen met de hele natuur. De mens bezat niet langer de capaciteit om te kiezen tussen goed en kwaad” (Calvijns Institutie II, iv, pag. 8). [Benadrukking door mij)

Het geloof dat de mens geen capaciteit bezit om te kiezen tussen goed en kwaad, werpt de verantwoordelijkheid van ’s mensen zonden op God. Calvijn zou ons willen doen geloven dat wij robots zijn en dat onze handelingen bepaald zijn door de soevereine wil van God. In zijn eigen verklaring hierboven spreekt Calvijn een dubbelzinnigheid. Hij zei dat Adam kon weerstaan hebben, dat hij viel door zijn eigen vrije wil, en dat zijn val door God was bepaald. Welke positie neemt Calvijn nu eigenlijk in? Deze verklaringen kunnen samen niet waar zijn.

De Bijbel leert duidelijk dat God “ieder mens” verlicht (Joh. 1:9), “allen” naar zich toe trekt (Joh. 12:32) en “de wereld” overtuigt van zonde (Joh. 16:8). De Bijbel leert ook de vrije wil van de mens en de vrije uitoefening ervan. Dit zal completer behandeld worden in punt 4: Onweerstaanbare Genade. Voorlopig houden wij het hier bij de notie dat doorheen de Bijbel God de vrije wil van de mens uiteenzet, om keuzes te maken voor zichzelf; enkele voorbeelden:

“Maar allen die Hem aangenomen hebben … die in Zijn Naam geloven” (Joh. 1:12).

“… opdat ieder die in Hem gelooft niet verloren gaat …” (Joh. 3:16).

“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie Mijn woord hoort en gelooft Hem Die Mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven …” (Joh. 5:24).

“… dat een ieder, die de Naam des Heeren zal aanroepen, zalig zal worden” (Hand. 2:21).

“… wat moet ik doen, opdat ik zalig worde? En zij zeiden: Geloof in de Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden, gij en uw huis” (Hand. 16:30-31).

Wij verwerpen geheel de leer van Johannes Calvijn over Totale Onbekwaamheid (Total Inability). Wij geloven en leren dat de mens totaal verdorven is, maar dat God, in Zijn soevereine wil, de mens begiftigde met de bekwaamheid te kiezen tussen goed en kwaad, Christus en de duivel, en hemel en hel.

[Zie ook het artikel De Waarde van de Mens: DOC of PDF].

2. Onvoorwaardelijke Verkiezing (Unconditional Election)

Calvijn leerde dat God ervoor koos, of vooraf bepaalde, dat sommige mensen zouden gered worden en naar de hemel zouden gaan. Vele hedendaagse calvinisten verklaren dat zij niet in dubbele predestinatie geloven, wat betekent dat zij niet geloven dat God mensen uitverkoos of predestineerde om naar de hel te gaan, maar wel hen die naar de hemel gaan. Maar als u gelooft dat God inderdaad bepaalde mensen predestineerde om naar de hemel te gaan, dan vraagt dit ook dat u moet geloven dat alle anderen gepredestineerd werden om naar de hel te gaan. Hierover schreef Calvijn:

“Zowel de verworpenen zijn zoals de verkozenen vastgesteld zo te zijn door de geheime raad van Gods wil en door niets anders” (Calvijns Institutie II, xxii, pag. 11).

In een brief aan Christoffel Liertet schreef Calvijn:

“U bent erg bedrogen als u denkt dat de eeuwige decreten van God zo verminkt kunnen zijn dat hij sommigen zou hebben gekozen tot redding maar niemand bestemde voor de ondergang. Er moet een wederzijdse relatie zijn tussen de verkozenen en de verworpenen” (The Teaching of Calvin, hoofdstuk VI, pag. 109).

Opnieuw schreef hij

“Hun lot [dat van de verworpenen] was de rechtstreekse, onmiddellijke toewijzing van God, gerechtvaardigd door hun leven maar niet als noodzakelijke consequentie. Hij kon hen gered hebben van hun ondergang zoals Hij deed in het geval van de verkozenen die niet waardiger in zichzelf waren om gered te worden; maar deze ondergang is vastgelegd van in alle eeuwigheid en niets kon hen transfereren naar de andere klasse, net zomin als iets in de verkozenen ertoe kon leiden dat zij verworpenen werden …” (Calvijns Institutie III, iii, pag. 4).

Dit is totaal in strijd met Gods Woord:

“… Die wil dat alle mensen zalig worden en tot kennis van de waarheid komen” (1 Tim. 2:3-4).

“De Heere … is lankmoedig over ons, niet willende, dat enigen verloren gaan, maar dat zij allen tot bekering komen” (2 Pet. 3:9).

“God … verkondigt nu alle mensen alom, dat zij zich bekeren” (Hand. 17:30).

“Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar het eeuwige leven heeft. Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden” (Joh. 3:16-17).

“Zeg tot hen: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik lust heb in de dood van de goddelozen! maar daarin heb Ik lust, dat de goddeloze zich bekeert van zijn weg en leeft. Bekeert u, bekeert u …” (Ezech. 33:11).

Van in de tijd van Genesis 2:11 tot Openbaring 22:17 heeft God de mens altijd het recht gegeven van te kiezen. God heeft altijd gezegd: “Wie wil …” (Mark. 8:34; Openb. 22:17).

Meende God wat Hij zei? Als we Gods Woord consistent en letterlijk interpreteren moeten wij concluderen dat God meende wat Hij zei. De doctrine van “Onvoorwaardelijke Verkiezing” onderwijzen is dingen aan de Schrift toevoegen die God niet leerde en nooit bedoeld had dat ze geleerd zouden worden.

Wij accepteren geenszins Calvijns leer van Onvoorwaardelijke Verkiezing en Onvoorwaardelijke Verwerping. Wij geloven en leren dat ieder die maar wil tot Christus mag komen. Het is onze verantwoordelijkheid om de mensen de Evangelieboodschap te brengen en hen dus de gelegenheid te geven om voor Christus te kiezen en gered te worden, of Christus af te wijzen en verloren te zijn.

[Zie over het thema uitverkiezing verder het werk van dr. M.R. De Haan: DOC of PDF].

3. Beperkte Verzoening (L imited Atonement).

Calvijn leerde dat het bloed van Jezus Christus enkel voor de uitverkozenen werd vergoten en niet voor de anderen. De Calvinist van vandaag heeft, om zijn geloof te vermommen, het derde punt van het Calvinisme veranderd in “Bijzondere Verlossing”. Een andere naam maar dezelfde dwaling. Ongeacht wat voor naam op de leer werd geplakt, het blijft dezelfde valse leer.

De Bijbel is over dit punt net zo duidelijk als voor elk ander punt van Calvijns leer. De Schrift verklaart dat Christus voor elk mens stierf:

“…opdat Hij door de genade Gods voor allen de dood smaken zou” (Hebreeën 2:9).

“En er zijn ook valse profeten onder het volk geweest, gelijk ook onder u valse leraars zijn zullen, die verderfelijke ketterijen bedektelijk invoeren zullen, ook de Heere, Die hen gekocht heeft, verloochenende, en een haastig verderf over zichzelf brengende” (2 Petrus 2:1).

“En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden der gehele wereld” (1 Johannes 2:2).

Dit laatste vers weerlegt dat Christus enkel voor de verkozenen stierf, of dat Hij enkel voor hen de verzoening was. Het is verwerpelijk te leren dat het bloed van Jezus Christus niet werd vergoten voor alle mensen, vanaf de schepping.

Uit Calvijns verklaringen kunnen we niet afleiden dat het bloed van Christus voor alle mensen werd vergoten:

“Zowel de verworpenen als de verkozenen werden bepaald zo te zijn door de geheime raad van Gods wil en door niets anders” (Calvijns Institutie II, xxii, pag. 11).

“…deze ondergang is vastgelegd van in alle eeuwigheid en niets kon hen transfereren naar de andere klasse …” (Calvijns Institutie III, iii, pag. 4).

Wij accepteren geenszins Calvijns leer van Beperkte Verzoening. Wij geloven en leren dat het bloed van Jezus Christus werd vergoten voor alle mensen, en dat dit doeltreffend is voor de reiniging van zonde voor wie dan ook die tot Christus wil komen.4

4. Onweerstaanbare Genade ( I rresistible Grace).

Met Onweerstaanbare Genade leerde Johannes Calvijn dat indien een persoon verkozen werd voor redding, en God is er klaar voor dat deze persoon daadwerkelijk christen wordt, die persoon dan naar Christus zal komen - niet door keuze, maar als een robot die Gods genade niet kan weerstaan.

Opnieuw, zoals in het geval van Beperkte Verzoening, zien we dat de hedendaagse Calvinist deze doctrine wenst te vermommen of te verbergen. Zij hebben de naam van deze leer veranderd in een andere naam, maar het blijft dezelfde dwaling.

God is een soevereine God. Wij geloven en loven deze waarheid. Maar God heeft in zijn soevereiniteit ervoor gekozen de mens een vrije wil te geven en de bekwaamheid om het Evangelie te verkiezen of af te wijzen. God schiep niet zomaar robots die louter mechanisch tot Christus konden komen “om tot lof van Zijn heerlijkheid te zijn …” (Efeziërs 1:12). Wat voor lof en prijzing brengt het feit mee dat wij op Christus vertrouwden als wij daarbij niets te willen hadden, als onze wil geheel uitgeschakeld was? Wat voor betekenis heeft het als wij niet de mogelijkheid hadden om Zijn genade te weigeren? Geen enkele.

Calvijn verwees dikwijls naar Johannes 6:44-45 als bewijstekst (Verkiezing en Bekering, pp 37, 67, 133). Deze verzen zeggen:

“Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader Die Mij gezonden heeft, hem trekt5; en Ik zal hem opwekken op de laatste dag. Er is geschreven in de profeten: En zij zullen allen door God geleerd zijn. Ieder dan, die het van de Vader gehoord en geleerd heeft, komt tot Mij”

Deze verzen geven geen steun aan Calvijns leer van Onweerstaanbare Genade. Het woord “trekt” betekent niet “dwingt”. Volgens andere teksten in Gods Woord kan dit woord niet betekenen dat God iemand “onweerstaanbaar trekt”. Hetzelfde Griekse woord helkuó dat gebruikt wordt in vers 44 wordt ook gevonden in Johannes 12:32, en zegt:

“En Ik, als Ik van de aarde verhoogd ben, zal allen6 naar Mij toe trekken7”.

Het woord “trekt” betekent in beide teksten dat Christus allen zal “aantrekken”. Dit is in overeenstemming met het gehele Woord van God.

God verlicht “een ieder mens” (Joh. 1:9). God overtuigt “de wereld” van zonde, van gerechtigheid en van oordeel (Joh. 16:8). God trekt “allen”8 (Joh. 12:32). God laat de keuze bij “een ieder” om in Christus te geloven (Joh. 3:16).

Onweerstaanbare genade is op zichzelf een tegenstrijdige uitdrukking. Als genade onweerstaanbaar is, dan is dat helemaal geen genade. Een onweerstaanbare genade zou de persoonlijke kwaliteit en relatie tussen God en mens vernietigen. Genade omvat de vrije respons van de wil op Gods liefde en genade. We zien Gods genade door de mens afgewezen worden in Spreuken:

“Omdat Ik geroepen heb, en gij geweigerd hebt …” (Spreuken 1:24-25)

En God sprak door Jesaja:

“omdat Ik geroepen heb, maar gij hebt niet geantwoord, Ik gesproken heb, maar gij niet gehoord …” (Jesaja 65:12).

En de Heer Jezus Christus zei:

“en zij wilden niet komen” (Mattheüs 22:3)

“en gij hebt niet gewild” (Mattheüs 23:37).

“En toch wilt u niet tot Mij komen opdat u het leven hebt” (Johannes 5:40).

En Stefanus:

“Gij hardnekkigen en onbesnedenen van hart en oren, gij weerstaat altijd de Heilige Geest; gelijk uw vaders, alzo ook gij” (Handelingen 7:51).

Wij geloven dat God de mens verlicht, overtuigt en trekt, maar dat Hij eenieder (Joh. 3:16) de keuze laat of hij of zij Gods genade weigert of aanvaardt. Wij accepteren geenszins Calvijns leer dat Gods genade onweerstaanbaar is. Geen enkele Schriftplaats leert dat Genade met onweerstaanbaarheid gepaard gaat.

5. Volharding van de Heiligen ( Perseverance of the Saints).

Velen verwarren dit met de doctrine van Eeuwige Zekerheid. Calvijns leer op dit punt was geheel anders dan de bijbelse leer van Zekerheid. Calvijn leerde dat een persoon die tot de verkozenen behoorde, zal volharden. Zijn leer had helemaal niets van doen met de bewarende kracht van God. Het was gewoon een feit, in die zin dat het was beslist, omdat u werd verkozen. Hij leerde dat als een persoon niet volhardt tot het einde, hij niet tot de gekozenen behoorde en hij slechts een valse belijder is geweest. Zijn benadrukking lag op wat de titel hierboven zegt: volharding van de heiligen, niet de heiligen verzegeld door de Heilige Geest en bewaard door Gods kracht. Calvijns leer verschilde geheel van bijbelse eeuwige zekerheid. Hier enkele verzen die leren dat wij bewaard worden in Gods kracht: Joh. 10:28-29; Rom. 8:35-39; Ef. 4:30; 1 Petr. 1:4-5.


Hierna enkele waarnemingen met betrekking tot de kwestie van de soevereiniteit van God, de vrije wil van de mens, en de vreemde leer van Johannes Calvijn.

1. De Soevereiniteit van God. Wij geloven in Gods soevereiniteit, maar wij geloven dat in de kwestie van de redding God de finale beslissing bij de mens legt. God heeft een plan van redding opgemaakt, maar Hij heeft de mens de keuzemogelijkheid gegeven om dit plan te aanvaarden of af te wijzen.

Wij geloven ongetwijfeld dat God reeds vóór de grondlegging van de wereld met voorkennis wist wie Christus zou kiezen en aanvaarden, en wie Hem zou afwijzen. Petrus zegt:

“De uitverkorenen naar de voorkennis van God de Vader …” (1 Petrus 1:2).

Wij geloven echter niet dat God decreteerde, besliste, vastlegde of selecteerde wie wel en wie niet Christus zou ontvangen, met voorbijgaan aan de menselijke wil.



2. Verwarrende Termen. Met betrekking tot het hedendaagse Calvinisme is er veel verwarring en foutief begrip. Wij horen termen zoals Calvinist, Hyper Calvinist, Vijf-punts Calvinist, en dan horen we ook nog van Een-punts, Drie-punts, Vier-punts Calvinist, samen met termen als Twee-en-een-half-punts Calvinist. Ik kan geen plaats vinden voor al die termen als we het hebben over de doctrine die Calvijn aanhing en leerde.

De vijf punten die Calvijns leer kenmerken (bij Engelstaligen bekend als TULIP) zijn als domino’s: zij staan of vallen samen. Als een persoon beweert een Een-punts Calvinist te zijn (Total Depravity Calvinist), en hij de doctrine gelooft zoals Calvijn ze geloofde, dan moet hij ook de andere vier punten accepteren. Als de persoon gelooft in Total Inability (geen bekwaamheid om te kiezen met “ja” of “nee”), dan moet hij de leer accepteren dat God sommigen onvoorwaardelijk verkoos voor de hemel en anderen voor de hel. Als de mens geen wil heeft om te beslissen, dan moet hij ook de leer aanvaarden dat iemand los van de mens de beslissing heeft gemaakt. Iemand moet beslissen. In Calvijns leer was die iemand God. De mens moet dan aanvaarden dat God in het eeuwige verleden selecteerde wie zou gered worden en wie niet zou gered worden, en die beslissing door God was dan niet relatief aan enige wilsdaad van de mens.

De volgende domino in de lijn is Onweerstaanbare Genade. Als iemand in Total Inability gelooft dan impliceert dit dat hij ook in Onvoorwaardelijke Verkiezing moet geloven. Deze twee samen vereisen dat we ook geloven in Onweerstaanbare Genade. Als men geen deel heeft aan de beslissing, dan is de enige overblijvende mogelijkheid dat de mens mechanisch tot Christus komt.

Wat is de volgende domino? Het is Calvijns leer van Beperkte Verzoening. Als u gelooft dat God inderdaad verkoos dat bepaalde mensen zouden gered worden, en al de rest zou naar de hel gaan, dan moet u de doctrine van Beperkte Verzoening accepteren. Hoe kan een mens zeggen dat hij/zij gelooft dat het bloed van Christus werd vergoten voor de hele wereld als hij/zij gelooft dat slechts de uitverkozenen de gelegenheid krijgen gered te worden en de niet-verkozenen daartoe geen gelegenheid of kans krijgen? Met Calvijns woorden:

“…deze ondergang is vastgelegd van in alle eeuwigheid en niets kon hen transfereren naar de andere klasse …” (Calvijns Institutie III, iii, pag. 4).

U kan niet het ene accepteren en het andere afwijzen. Dat zou dubbelzinnig zijn.

De leer van de Volharding van de heiligen, zoals geleerd door Johannes Calvijn, valt in dezelfde lijn. Het moet aanvaard worden samen met de eerste vier punten. Als dit wordt afgewezen ten gunste van de leer van Eeuwige Zekerheid, zoals geleerd en geloofd door bijbelgelovige mensen, dan hebben de andere vier punten geen grond meer om op te staan.

Ik zie geen ruimte voor een een-, twee, twee-en-een-half-, drie-, drie-en-een-half-, of vier-punts Calvinisme. Ik zie geen verschil tussen een Calvinist en een Hyper-Calvinist, of een vijf-punts Calvinist.

Wij verwerpen alle vijf punten van de leer die Calvinisme wordt genoemd; een leer die naar boven kwam door Augustinus, een katholieke ‘heilige’ uit de 4de eeuw, en een leer die beroemd werd en veel verwarring veroorzaakte door toedoen van Calvijn in de 15de eeuw. Johannes Calvijn schreef commentaren over de meeste boeken van de Bijbel, commentaren die onderschreven werden als zijnde “beter dan de meeste” door de eerloze Karl Barth.

3. Contradicties.

Als volgende vraag aan een Calvinist wordt gesteld: “Wat moet een persoon doen om gered te worden?”, en hij antwoordt: “Geloof in de Heer Jezus Christus en u zal gered worden”, dan is de menselijke wil daarbij betrokken en zijn antwoord spreekt zijn leer tegen. Hij zou moeten antwoorden: “Om gered te worden moet u een van de verkozenen zijn en dan kan u geloven in de Heer Jezus Christus en gered worden”.

Hij kan ook antwoorden: “U moet wachten tot er een ‘trekken’ is dat u niet kan weerstaan; dan zal u gered worden want als u een van de verkozenen bent zal u automatisch gered worden”.

Ik heb nooit enig materiaal gelezen van een Calvinist, of zogenaamde Calvinist, dat niet continu zijn leer tegenspreekt.

Het onderwijzen van Calvijns doctrine veroorzaakt overal verwarring, laat de mensen met niet beantwoordbare vragen zitten, en creëert conflicten en verdeeldheid.

4. Pogingen om zich te rechtvaardigen.

In een poging hen te rechtvaardigen hebben mensen over anderen (meestal vrienden) die toegewijde Calvinisten zijn, gezegd: “Ja, hij is een Calvinist, maar hij wint net zoveel zielen als anderen die ik ken”. Maar het winnen van zielen zal valse leer niet meer rechtvaardigen dan de prediker, die door het winnen van zielen genoeg verdienste bij God wil opbouwen om de gevolgen van zijn zonden te elimineren.



5. Het krachteloosmakend effect. Laat me opnieuw citeren uit The Teachings of John Calvin, hoofdstuk VIII, deel III, pag. 159:

“… zijn attitude van onverschilligheid ten overstaan van heidense volken. Hij liet hen over aan de genade van God en vertoonde geen spoor van zendingsenthousiasme”.

Hoe totaal tegengesteld is dit met wat God benadrukte in Zijn Woord:

“De Heere vertraagt de belofte niet (gelijk enigen dat traagheid achten), maar is lankmoedig over ons, niet willende, dat enigen verloren gaan, maar dat zij allen tot bekering komen”


(2 Petrus 3:9).

De Bijbel besluit met te zeggen:

“En de Geest en de Bruid zeggen: Kom! En die het hoort, zegge: Kom! En die dorst heeft, kome; en die wil, neme het water des levens om niet” (Openbaring 22:17).

6. Samenvatting.

In werkelijkheid staat de doctrine van het vijf-punten Calvinisme diametraal tegenover het ware en eenvoudige Evangelie van Jezus Christus, en het is er een aanval op. Het is inderdaad boos te leren dat God, in het eeuwige verleden, zonder respect voor iemands beslissing waarvan Hij voorkennis had, sommigen verkoos om naar de hemel te gaan en anderen predestineerde om naar de hel te gaan. De Schrift zegt in 1 Johannes 2:2:

“En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden der gehele wereld”.

Gods Soevereiniteit

Vrije wil en verantwoordelijkheid van de mens

Ons werd gezegd dat er twee grote doctrines staan in Gods Woord: de soevereiniteit van God en de vrije wil en verantwoordelijkheid van de mens. Ons werd gezegd dat we beide doctrines moeten aanvaarden maar dat we met ons eindige verstand de twee niet met elkaar kunnen verzoenen. Maar als men zegt dat God soeverein is, en men bedoelt daarmee dat God 100% dominant is in 100% van de zaken van de mens, dan moeten we die stelling verwerpen.

Wij aanvaarden het feit dat God soeverein zou kunnen handelen over alle zaken van de mens, voor elke minuut en detail van zijn leven. Dat God dat zou kunnen doen is niet te betwisten. Hij is God. Maar wij geloven echter dat God, in zijn soevereiniteit, Zichzelf opzettelijk beperkte doordat Hij de mens een vrije wil gaf.9 Dit beperkt of onteert geenszins de soevereiniteit van God. Wij geloven dat God reeds vóór de grondlegging van de wereld elke beslissing kende die elk mens zou maken in elk detail van zijn leven (1 Petrus 1:2). Wij aanvaarden niet de leer die zegt dat God al die beslissingen, details en acties decreteerde.

Indien Gods wil zich uitstrekt boven de vrije wil van de mens, of wanneer gezegd wordt dat ’s mensen vrije wil altijd in harmonie met Gods soevereine decreten handelt, dan staan de zogenaamde soevereine decreten van God, zoals uitgewerkt in het dagelijkse leven van de mens, in voortdurend conflict met Gods Woord, Zijn natuur, karakter en heiligheid. De mens die Gods (tevoren beschikte) decreten vervult zou een mechanisch bestaan creëren dat geen plaats laat voor een echte menselijke verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid, of een grond voor rechtvaardig oordeel van God.

In Exodus 20:3-4a zegt God:

“Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben. Gij zult u geen gesneden beeld, noch enige gelijkenis maken …”.

Zou dezelfde God gedecreteerd hebben dat de Israëlieten onder Aärons leiding een gouden kalf zouden maken, waarvan Aäron zei: “...Dit zijn uw goden ...” (Exodus 32:4a), nadien tegen Aäron zeggen: “uw volk, dat gij uit Egypteland opgevoerd hebt, heeft het verdorven” (Ex. 32:7)? Te leren dat God het ene ding beval en tegelijk decreteerde dat mensen het tegenovergestelde zouden doen, is totaal inconsistent en onaanvaardbaar.

Hetzelfde geldt voor de valse goden die de mensen vandaag aanhangen: als God beval dat wij geen valse goden zouden hebben, maar tegelijk decreteerde dat wij dat wel zouden doen, is dat totaal inconsistent.

In Exodus 20:14 zegt God: “Gij zult niet echtbreken”. Dan te leren dat koning David door Gods decreet overspel zou plegen is godslastering. Dezelfde God die zei: “Ik ben heilig” kan niet beschuldigd worden van het decreteren van Davids zonde, noch van de zonden van wie dan ook. Dit type theologie is een aanval op het karakter en de heiligheid van God (1 Petrus 1:15-16).

De Bijbel zegt: “Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en in eeuwigheid” (Hebreeën13:8). Hij kan Zijn eigenheid niet veranderen. Hij verandert niet (Maleachi 3:6). Hij is nooit inconsistent. Hij werpt Zijn heiligheid nooit af.

Wij zouden kunnen voortgaan en een oneindige lijst maken van zulke dingen als hierboven, maar bovenstaande illustreert duidelijk het punt. De mens heeft een vrije wil en kan daarmee los van Gods soevereiniteit handelen, omdat God decreteerde dat de mens dit privilege zou hebben. De mens is verantwoordelijk voor zijn daden.

Wij geloven dat God voorkennis heeft van elk puntje op de “i” maar wij geloven niet dat Hij alle puntjes op de “i” decreteerde. Wij geloven dat God soeverein is en alle dingen had kunnen decreteren, maar dat Hij verkoos dat niet zo te doen. Hij verkoos, in Zijn soevereiniteit, de mens vrijheid van keuze te geven. Daarom geloven wij dat de mens een vrije wil heeft, en dat God hem trekt, verlicht, aantrekt, overtuigt, beïndrukt, maar hem niet domineert; en de mens is verantwoordelijk voor zijn daden, zonden, gedachten, woorden en alles wat hij doet. Wij geloven niet dat Gods soevereiniteit, en de verantwoordelijkheid van de mens, twee bijbelse doctrines zijn die wij niet kunnen verzoenen met ons verstand. We moeten ze beide erkennen.

“Hem verkondigen wij, vermanende een ieder mens, en lerende een ieder mens in alle wijsheid, opdat wij een ieder mens volmaakt zouden stellen in Christus Jezus” - Kolossenzen 1:28.
Aanvullende Artikels:


  • De Waarde van de Mens: DOC of PDF.

  • De Uitverkiezing: DOC of PDF.

  • The Calvinism Debate: Who is the Enemy?

De Constitutie van Calvijn:

http://www.ccel.org/ccel/calvin/institutes.html

E-mail: verhoevenmarc@skynet.be

Homepage: www.verhoevenmarc.be of users.skynet.be/fa390968

Ga hier naar de Nieuwste Artikelen



1 Zie over Gods soevereiniteit b.v. Rm 9:18: “Zo ontfermt Hij Zich dan, over wie Hij wil, en verhardt, die Hij wil”.

2 Zie over Gods beroep op ‘s mensen vrije wil b.v. Mt 23:37; Jh 5:40: “gij hebt niet gewild”, en Op 22:17: “die wil”.

3 Anders zouden er geen “goede Samaritanen” zijn. Zie ook Rom. 2:14-15. De mens is nog steeds een beelddrager (1Ko 11:7; Jk 3:9; Gn 1:27) van God: hij is niet verworden tot een louter dierlijke of biologische staat. Als mens verdient hij respect en God heeft hem lief en gaf Zijn leven voor hem. Zo ook moeten wij al onze medemensen liefhebben - zonder uitzondering, tot onze vijanden toe.

4 Op 22:17: “En die dorst heeft, kome; en die wil, neme het water des levens om niet”.

5 Kantt. 55 SV: “trekke: Dat is, tenzij dat hij dengene, die van nature onbekwaam en onwillig is, door de krachtige werking Zijns Heiligen Geestes bekwaam en willig maakt; Hand. 16:14; Fil. 2:13”. God werkt inderdaad het willen (Fil. 2:13) en opent de harten (Hand. 16:14), maar gaat onze wil beslist niet voorbij. Zo “overtuigt” de Heilige Geest de wereld van zonde (Joh. 16:8) opdat de mensen zich gewillig aan God zouden overgeven om gereinigd te worden. God heeft zelfs de woonplaats van alle volkeren zo geschikt “opdat zij de Heere zouden zoeken, of zij Hem wellicht tasten en vinden mochten” (Hand 17:26-27).

6 Kantt. 37 SV: “allen tot Mij: Dat is, niet alleen de Joden, maar ook de heidenen, die in mij zullen geloven …”

7 Kantt. 38 SV: “trekken: Dat is, niettegenstaande den wederstand des duivels en des vleses, tot mijne gehoorzaamheid en vervolgens tot de eeuwige heerlijkheid met mij brengen”. Dit “trekken” heeft niets van doen met een uitschakeling van de wil maar alles met het opruimen van barrières en Gods overtuigingswerk van de Heilige Geest.

8 “Allen”: Sommigen denken hier aan “alle mensen”. Anderen menen dat God enkel “alle geroepenen” (Rom. 8:28-30; Jud. 1:1), de “bestemden” (Ef. 1:11-12), de “uitverkorenen naar de voorkennis van God” (Ef 1:4-5; 1 Petr. 1:2), “zij die verordineerd waren” (Hand 13:48), hen waarover Hij Zich “ontfermt” (Rom. 9:18), zal trekken. God weet van tevoren, met voorkennis (1 Petrus 1:2, 20) wie op zijn “trekken” (Hand. 16:14) zullen reageren, en die trekt Hij dan op Zijn tijd, terwijl anderen quasi ongemoeid gelaten worden (niet zo direct en intens benaderd). Zie De Uitverkiezing van dr. M.R. De Haan (zie achteraan dit artikel).

9 De mens werd gemaakt naar Gods beeld (Gn 1:26-27; 1Ko 11:7; Jk 3:9). De mens werd niet als een dier, niet louter een biologische machine, geen robot.







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina