FLes 25: De wederkomst van Christus; eschatologie



Dovnload 71.98 Kb.
Datum25.08.2016
Grootte71.98 Kb.

fLes 25: De wederkomst van Christus; eschatologie

‘Eschatologie’ is de leer (logie) van het eschaton (het laatste). Het gaat over onze tijdelijke en eeuwige toekomst (zowel van een ieder als van heel het mensdom in het algemeen; zowel van onze levensgeschiedenis als van heel de wereld- en kerkgeschiedenis). Let op: het gaat over ónze toekomst! We zijn er dus niet theoretisch mee bezig, maar heel persoonlijk betrokken bij deze steeds dichter bij komende toekomst, waarvoor we worden gewaarschuwd.1

Mensen kijken naar het eerste begin van alle dingen en vragen zich af: waar komen wij vandaan, wat was er vóór dat begin? Ook kijken zij naar het laatste einde van alle dingen – en wat daarachter ligt. Het kan – zo voelt elk weldenkend mens, ook een ongelovige – toch niet eindeloos, eeuwig zo doorgaan...! Waar en hoe zal het einde zijn, niet alleen van mijn leven, maar ook van de wereldgeschiedenis? Veel mensen worden moedeloos en zien geen perspectief, geen uitzicht; het doemdenken neemt toe, naarmate de welvaart toeneemt en het normbesef, de godsdienst afneemt. Waarom zijn zo velen somber? Omdat, al hebben veel mensen nagedacht over de toekomst, niemand het antwoord weet op de vraag wat er ligt achter die grens van de dood of het wereldeinde. Ook een atheïst weet niet zeker dat er na de dood niets meer is.2 Dat wenst hij alleen maar… Niemand, behalve Hij Die het einde al vanaf het begin weet, omdat Hij ‘boventijds’ is: de eeuwige God. Hij openbaart ons iets over die toekomst. Niet genoeg tot bevrediging van onze nieuwsgierigheid, wel genoeg tot onze zaligheid en troost. Nee, Hij geeft ons geen ‘blauwdruk’ of nauwkeurige beschrijving van de toekomst, maar Hij leert Zijn volk, dat de huidige bedéling van gebrek en zonde gelukkig voorbijgaat en dat hun een vol geluk wacht.3 Vooral bedoelt de Bijbel ons te zeggen, dat wij de Heere Jezus Christus moeten en mogen verwachten om met sterk verlangen in te stemmen met de Geest4: “Kom, Heere Jezus!” Ook bedoelt God dat we ons leven dienovereenkomstig inrichten. Wat de Schrift ons over de komst van Christus in glorie vertelt, heeft niet de bedoeling een schema te ontwerpen hoe het precies zal gaan (dat weet God en laten we graag aan Hem over), maar om ons leven zó in te richten dat het met Christus’ komst in overeenstemming zal zijn. Dat Hij spoedig komt, weten wij; niet omdat wij de datum kunnen of willen uitrekenen, maar omdat wij op Gods belofte mogen rekenen.

Gods Koninkrijk breidt zich over heel de schep­ping uit.5 Heel de schepping zucht onder de gevolgen van onze zonden. Ze is in barensweeën van, en ze ziet met sterk verlangen uit naar, de volkomen verlossing van Gods kinderen.6

Christus’ komst op de wolken des hemels te verwachten betekent een extra7 aansporing om heilig te leven8, om hoop te koesteren9, en ervoor klaar te zijn.10 Zeker, als je bedenkt dat de wetteloosheid zal toenemen naarmate de wederkomst dichterbij komt.11

Veel nieuwsgierige vragen zijn er te stellen, maar niet één ervan beantwoordt God ons. Alleen wanneer het nuttig voor ons is, geeft Hij ons antwoord. Nieuwsgierige vragen moeten we in geloof leren kwijtraken en God-verheerlijkende vragen leren overdenken. Wat weten we wel? Dat alles een doel heeft. De grote Schepper heeft een goed plan, Zijn eeuwige Raad. En wie zal dat doel van Gods Raad weerstaan?12 Volgens deze Raad stuurt Hij alle dingen, mensen en gebeurtenissen naar Zijn doel, namelijk de verheerlijking van al Zijn heerlijke Deugden en Namen. Hierin is de zaligheid begrepen van al Zijn uitverkorenen, die Hem deze eer gunnen. De hele Bruidskerk van de Heere Christus (waar jij op de één of andere manier bij hoort!) is op weg naar die toekomst – waarbij de ernstvolle woorden van de Heere Christus niet mogen worden vergeten, dat er tien meisjes wachten op de Bruidegom en dat (door eigen schuld) vijf buitengesloten worden en (door genade) vijf binnen komen... (Mattheüs 25 vers 1-13). Het verschil is: olie alleen in de lampen of ook in de vaten – tijdgeloof houdt niet vol, alleen wáár geloof volhardt tot het einde.13



Hebben wij ook zicht gekregen op de Bruidegom? Hebben wij verlangen naar Zijn komst-in-ons-hart en op de wolken des hemels? Is er een sterk heimwee naar Hem, Die onze Liefste is geworden? Zo tekent de Schrift ons de gestalte van de bruidskerk.14 Of is Hij onze Geliefde niet en zullen we straks horen: “Ik ken u niet!”?15 Het ontzaglijke oordeel wordt immers ook voltrokken, en wel over al Zijn vijanden. De Heilige Schrift is daarover niet onduidelijk.16 De doden, klein en groot, zullen worden opgewekt en zullen voor Hem verschijnen.17

Het chiliasme


Over de toekomst bestaat een veelheid van opvattingen. We onderscheiden het a-chiliasme, het post-chiliasme, en het pre-chiliasme. Wat betekenen deze aanduidingen? Het woord chiliasme komt van het Griekse woord voor ‘duizend’. Dat heeft te maken met het in Openbaring 20 beschreven duizendjarige rijk. Hetzelfde wordt ook op zijn Latijns aangeduid met millennianisme (van het Latijnse woord voor 1000: mille), met de voorvoegsels a- (betekent: geen), post- (betekent: na), en pre- (betekent: voor).

A-chiliasme


Volgens de opvatting van het a-chiliasme is het duizendjarige rijk van Openbaring 20 een aanduiding van heel de tijd tussen Christus’ hemelvaart en Zijn wederkomst, waarin Hij aan ’s Vaders rechterhand regeert (HC, 50 & 51). In deze Nieuwtestamentische tijd is de duivel in die zin gebonden dat hij zijn misleidende heerschappij niet onder alle volken in stand kan houden18, want in tegenstelling tot de tijd van het Oude testament wordt het evangelie nu gepredikt tot aan het einde der aarde en wordt de kerk gesticht niet alleen onder Israël, maar onder alle volken – waarbij cultuur, politiek en zeden (zoals lijkverbranding / crematie, polygamie, kinderoffers, weduwenverbranding) worden gekerstend. Er wordt voor de wederkomst van Christus niet nog een duizendjarige bloeitijd verwacht. Vlak voor de wederkomst zal satan nog losgelaten worden en meer invloed uitoefenen dan ooit (zijn wij in die tijd?). Over het algemeen was dit tot voor kort (of nog?) de opvatting in de reformatorische hoek, zoals ook Augustinus dit leerde.

Post-chiliasme


Volgens de opvatting van het post-chiliasme is het duizendjarige rijk van Openbaring 20 een aanduiding van een toekomstige bloeitijd van Christus’ kerk op aarde, waarna Hij wederkomt. Daarom heet deze opvatting postchiliasme, omdat Christus ná (post) de duizendjarige bloeitijd terugkomt. De oudvaders (predikanten uit de twee eeuwen na de Kerkhervorming in de kerk van ons Vaderland, Engeland en Schotland) hebben veel geschreven en gepreekt over deze toekomst. Ze hebben een bloeitijd voor de kerk verwacht. Eerst zal de antichrist(us)19 vallen (II Thessalonicenzen 2 vers 1-12) en de afgodische roomse kerk verwoest worden. Er zal een lange tijd komen, ‘duizend jaren’, van grote bloei en vrede (geestelijk en natuurlijk). De aarde zal vol worden van de kennis des HEEREN.20 De overgrote meerderheid van de mensen zal waar geloof deelachtig worden. Maatschappelijke verbanden worden Bijbels gevuld en functioneren volgens Gods wil. Satans invloed is duidelijk tot een minimum beperkt. Het einde van alle dingen zal komen, wanneer het evangelie van vrije genade aan alle volken over de hele wereld is gepredikt.21 In het laatst van de tijd, wanneer Gods Woord over de hele wereld verbreid gaat worden, zal ook in het bijzonder de algemene verharding die over het volk der joden ligt, worden weggenomen.22 De bijzondere beloften van God, aan Israël gedaan, zullen dan hun vervulling vinden in de bekering der joden. In Romeinen 11 handelt Paulus over die heerlijke toekomst van Israël, die aanstaande is. Onder de bekering der joden verstaat men de bekering van grote delen van het joodse volk – als volk, als natie (de kanttekening spreekt over grote menigten) tot het geloof in Christus, nadat de heidenen al in menigten tot de gemeente van Christus zijn gebracht. Romeinen 11 vers 26: “En zo zal heel Israël zalig worden.” Hoe en wanneer de bekering der joden zal plaatsvinden, is moeilijk te zeggen. De verwerping van het evangelie door het overgrote deel der joden is hun val, die de gelegenheid is geweest dat aan de heidenen het evangelie is gepredikt en dat deze daardoor tot de zaligheid geroepen en gebracht zijn.23 Het voorbeeld van de gelovige heidenen dient dan om de ongelovige joden ook tot het geloof in Christus op te wekken.24 Zolang de joden Christus verwerpen, erkennen zij niet de Drie-enige God en dienen dus in wezen een andere god en kunnen dus niet zalig worden.

Paulus, de apostel der heidenen, heeft in elke plaats waar hij kwam, altijd het evangelie eerst tot de joden gesproken. Paulus was in het bijzonder met zijn bloedverwanten, het volk der joden, begaan.25 God heeft ook nu, voorafgaand aan die bloeitijd, uitverkorenen onder Israël, die moeten worden toegebracht. Daarom is zending onder de joden geboden.

Helemaal aan het einde van deze duizend jaren zal (ook volgens de pre-chiliasten) satan ongekende invloed uitoefenen, maar uiteindelijk door Christus verpletterend worden verslagen.

Pre-chiliasme


Ook volgens de opvatting van het pre-chiliasme is het duizendjarige rijk van Openbaring 20 een aanduiding van een bloeitijd van de kerk, maar voordat deze aanbreekt, komt Christus lichamelijk op aarde terug. Daarom heet deze opvatting prechiliasme, wat betekent: vóór (pre) deze bloeitijd keert Jezus terug en dán zal Hij gedurende deze (tien) eeuwen vanuit het aardse Jeruzalem regeren over heel de wereldbevolking, die in overgrote meerderheid Hem gelovig zal toebehoren, waarbij satan geen invloed kan uitoefenen. Deze opvatting schijnt te strijden met NGB, 37, omdat er gedurende deze duizend jaren nog miljoenen (om niet te zeggen: miljarden) bekeerd zullen worden, terwijl artikel 37 zegt dat Christus zal terugkomen wanneer het getal der uitverkorenen vervuld zal zijn (= toegebracht, bekeerd). In evangelische hoek, onder pinkster- en baptistenkringen vindt deze opvatting grote aanhang. Ook Bijbelgetrouwe christenen als de bekende C.H. Spurgeon, J.C. Ryle, Andrew en Horatius Bonar en Robert Murray M’Cheyne hingen deze mening aan – die zich op veel vooral Oudtestamentische schriftplaatsen kan beroepen.
Temidden van alle theorieën over de wederkomst, die in de loop der eeuwen zijn ontwikkeld (waarvan er sommige heel onbijbels zijn en andere min of meer waarschijnlijk zijn)26, blijft voor ons persoonlijk de grote vraag: zijn wij bereid om onze Rechter Die onontkoombaar komt, te ontmoeten? Dan zullen de boeken van Gods geheugen en van ons geweten geopend worden (Openbaring 20 vers 11-15). Kunnen jullie allen – aanstaande belijdende leden der kerk – antwoord 52 belijden? Is Hij Die komt, jullie en mijn Borg? In de aanstelling door God en in de liefdevolle verkondiging en uitnodiging van het evangelie van Gods belofte zeker wel. In de toe-eigening door de Heilige Geest echter, door het waarachtig geloof ook? Onderzoek het eerlijk! De eeuwigheid duurt eindeloos! Wat zal het onvoorstelbaar erg zijn om straks voor eeuwig verloren te gaan, terwijl we zo indringend zijn gewaarschuwd en ook lieflijk en welmenend zijn genodigd!

De wederkomst is de laatste trede van de staat van Christus’ verhoging. Dan immers zal al het leed en onrecht, aangedaan aan Zijn kerk – aan Zijn lichaam, dus aan Hemzelf –, voorgoed voorbij zijn. Antwoord 52 gaat over die troost, die ook hierin bestaat dat al de verbitterde vijanden van God en van Zijn volk, terecht, worden verdoemd. De duivel zal nooit meer tot zonde of twijfel en wanhoop kunnen verleiden. De kerk jubelt daarover27 (Psalm 9; II Thessalonicenzen 1 vers 6-10) niet in wraakzucht, maar omdat de dag van Gods wraak Hem verheerlijkt in Zijn rechtvaardigheid en heiligheid.28 Dit jubelen is voor ons nú, in het heden der genade, vermengd met droefheid, omdat we in oprechte liefde tot onze naaste zijn verdoemenis niet wensen, maar zijn zaligheid. Maar op die grote dag zal Gods kerk zo volkomen aan Gods kant staan, dat ze Hem zal loven over de uitvoering van Zijn rechtvaardig vonnis – al is het ook tot verdoemenis van al Zijn (en haar) vijanden…

Die oordeelsdag is vreselijk voor allen die de Heere Jezus Christus niet liefhebben.29 Zij zullen worden gedaagd voor Christus, Die zij hebben versmaad, maar Die toch hun Rechter zal zijn. Huiveringwekkend zal het zijn. De Bijbel leert ons dat alle goddelozen bij die gelegenheid in doodsangst zullen zijn. Zij zullen zeggen tot de bergen en tot de steenrotsen: “Valt op ons en verbergt ons van het Aangezicht van Hem Die op de troon zit en van de toorn van het Lam; want de grote dag van Zijn toorn is gekomen; en wie kan bestaan?”30 Dan is de glorie van Koning Jezus volkomen. Daarom zien Gods kinderen uit naar die dag, dat God alles zal zijn in allen.31 Je bent dan geheel van jezelf verlost.32 Eeuwige blijdschap zal dan het deel van Gods kind wezen.33 Daar komt bij, dat al Gods beloften dan volledig in vervulling zullen gaan, waarmee NGB, 37 eindigt:

Daarom verwachten wij die grote dag met een groot verlangen om ten volle te genieten Gods beloften in Jezus Christus onze Heere.

O, zullen wij daaraan deel hebben? Dan hebben we het beginsel van de eeuwige vreugde nú in ons hart..., zodat we reikhalzend uitzien (zoals de bruid uitziet naar de trouwdag34) naar de volle ontplooiing van Christus’ luister en van Zijn Koninkrijk in ons hart en leven en in heel de samenleving.35



Christus zegt (Mattheüs 24 vers 14): “Dit evangelie van het Koninkrijk zal in de hele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken; en dan zal het einde komen.” De vraag aan ons is: wensen wij in Gods hand een middel te zijn tot bespoediging van de komst van Christus (waar het bruidsverlangen toch op is gericht)? Laten we dan ijverig zijn in de verspreiding van het evangelie! Ga uit om zielen te winnen voor Koning Jezus.
Hoe zal het ongeveer toegaan wanneer Christus komt? Het begint met een bevel van God; Hij Zelf geeft het teken dat de grote dag waarop geen nacht meer volgt en die dus niet 24 uren, maar – volgens Wilhelmus à Brakel – wel duizend jaren kan duren, aangebroken is. Een aartsengel roept met luide stem, als heraut, om de levenden en de doden voor de rechterstoel van Christus te roepen.36 De zon wordt verduisterd en de maan houdt op licht te geven; de sterren vallen van de hemel (we weten niet hoe); de hemelkrachten wankelen.37 Het teken van de Zoon des mensen verschijnt aan de hemel38 (dit teken is volgens sommige kerkvaders, als Chrysostomus, het kruis). De gestorven heiligen staan op uit hun graf.39 Dan verschijnt de Zoon des mensen stralend40, in al de glans van Zijn heerlijkheid41, op de wolken des hemels42, omgeven door al Zijn heilige engelen.43 Al de Zijnen, de uit de dood verrezen en de nog levende heiligen, worden op de wolken de lucht ingevoerd om hun Heere te verwelkomen.44 Hij is hun Verlosser.45 Op Hem hebben zij zo lang gewacht. Zij begeleiden Hem op Zijn triomftocht naar de aarde, waar Hij het rijk van God zal vestigen. Voor henzelf brengt dit moment een nu nog onbekende en onvoorstelbare verheerlijking, want zij zullen Hem gelijk wezen46, ook in hun lichaam47 – geen handicap, ziekte, slijtage meer… Christus houdt Zijn glorieuze intocht in deze vijandige wereld, waar Hij alle God vijandige machten vernietigend verslaat.48 Vooral het boek Openbaring schildert in felle kleuren de komst van onze grote Koning als de laatste veldslag van de Koning der hele aarde tegen de verenigde legers van duivel en de antichristus, het beest.49


Bijlagen

Wilhelmus à Brakel over “De opstanding der doden” (de Redelijke Godsdienst, ii.lviii,xi)


De leer van de opstanding is tot verschrikking van de godlozen, omdat hetzelfde lichaam dat ze nu zo koesteren, waar ze nu zo voor slaven, om het zijn genoegen te geven, dat ze nu zo oppronken, eeuwig in de hel onverdraaglijke pijn zal lijden. Die ogen, die u nu zo zeer misbruikt tot geile ontucht, waarmee u nu de toorn, de hoogmoed, de ijdelheid van uw hart vertoont, zullen met verschrikking de Heere Jezus, als rechtvaardig Rechter, aanschouwen en nooit enig licht meer zien. Die oren, die nu open staan voor alle ijdelheid, nieuwsgierigheid, ontuchtige redenen, komedies, roddel, zullen met verschrikking horen het vonnis van de Rechter: gaat weg van Mij, u vervloekten. Die mond en tong, die u misbruikt tot vloeken, liegen, tot dronkenschap, zullen huilen en schreeuwen, en die tong zult u van smart kauwen. De handen, die nu kaart en dobbelstenen hanteren, die u nu misbruikt tot onrechtvaardigheid en tot allerlei goddeloze stukken uit te voeren, die zult u wringen van weedom. Ja, al de leden, die u nu gebruikt tot wapens van ongerechtigheid, om de wereld en de zonde te dienen, zullen eeuwig in de vlam zijn. O afgrijselijke staat! O, dat de schrik des Heeren u bewoog tot het geloof!

De opstanding van de doden is tot vertroosting van de godzaligen. De gelovigen hebben veel verdriet in dit leven, ook naar het lichaam. Maar weet gelovigen, dat uw lichamen, waarin u nu zo veel moet lijden, van alle smarten eens vrij gemaakt zullen worden, de Heere zal de tranen van uw ogen afwissen, en zal uw vernederd lichaam veranderen, opdat het gelijkvormig wordt aan het verheerlijkte lichaam van Christus, dan zal uw lichaam blinken als de sterren, en als de glans van het uitspansel. Uw ogen zullen zich verblijden in het zien van uw geliefde Jezus, en in al dat heerlijke, dat in de hemel te zien zal zijn. Uw oren zullen zich vermaken in het horen van de Hemelse Halleluja’s, en u zelf zult met hen zingen de hemelse lofzangen, en alles wat God bereid heeft tot verblijding van het lichaam, zal de Heere u voor eeuwig doen genieten.




1 I Thessalonicenzen 5:6 Laat ons dus niet slapen, zoals de anderen, maar laat ons waken, en nuchter zijn.

I Petrus 4:7 Het einde van alle dingen is nabij; weest dus nuchter, en waakt in de gebeden.

2 Een godloochenaar zag eens een jongen van twaalf jaar in zijn bijbeltje lezen, terwijl hij de schapen van zijn vader hoedde. Hij haalde een prachtige appel uit zijn zak en zei: “Die appel is van jou, als jij kunt bewijzen dat God bestaat.” De jongen glimlachte en haalde twee appels uit zijn knapzak en bood ze de godloochenaar aan met de woorden: “En deze twee zijn voor u, als u kunt bewijzen dat God niet bestaat.”

3 I Johannes 2:17 De wereld gaat voorbij, en haar begeerlijkheid; maar die de wil van God doet, blijft in eeuwigheid.

Openbaring 21:5 En Die op de troon zat, zei: “Zie, Ik maak alle dingen nieuw.”

4 Openbaring 22:17 De Geest en de Bruid zeggen: “Kom!” En laat wie het hoort, zeggen: “Kom!”

5 Daniël 2:35,44 Toen werden tezamen vermaald het ijzer, leem, koper, zilver en goud, en zij werden als kaf van de dorsvloeren des zomers, en de wind nam ze weg, en er werd geen plaats voor ze gevonden; maar de steen die het beeld geslagen heeft, werd tot een grote berg, zodat hij de hele aarde vervulde... In de dagen van die koningen zal de God des hemels een Koninkrijk verwekken dat in eeuwigheid niet verstoord zal worden; en dat Koninkrijk zal aan geen ander volk overgelaten worden; het zal al die koninkrijken vermalen en te niet doen, maar zelf zal het in alle eeuwigheid bestaan.

Kolossenzen 1:20 En dat God, door Christus vrede gemaakt hebbende door het bloed van Zijn kruis, door Hem alle dingen verzoenen zou tot Zichzelf, hetzij de dingen die op de aarde, hetzij de dingen die in de hemelen zijn.

6 Romeinen 8:19-22 Het schepsel, met een opgestoken hoofd, verwacht de openbaring van de kinderen Gods. Want het schepsel is aan de ijdelheid onderworpen, niet gewillig, maar om hem die het daaraan onderworpen heeft; op hoop dat ook het schepsel zelf vrijgemaakt zal worden van de dienstbaarheid der verderfenis, tot de vrijheid van de heerlijkheid der kinderen Gods. Want wij weten, dat al het schepsel tezamen zucht, en tezamen in barensnood is tot nu toe.

7 ‘extra’, omdat Gods wil / gebod genoeg aansporing is, maar Zijn beloften van beloning én de verkondiging van Christus’ komst een extra aansporing zijn.

8 I Korinthiërs 15 laatste vers (als conclusie van hét hoofdstuk over de wederkomst van Christus en de opstanding der doden): Zo dan, mijn geliefde broeders, weest standvastig, onbeweeglijk, altijd overvloedig zijnde in het werk des Heeren, als die weet, dat uw arbeid niet ijdel is in de Heere.

I Thessalonicenzen 5:2,6 U weet dat de dag des Heeren zal komen, als een dief in de nacht. Laat ons dan niet slapen, zoals de anderen, maar laat ons waken, en nuchter zijn.

I Petrus 5:4 Als de overste Herder verschenen zal zijn, zult u de onverwelkelijke kroon der heerlijkheid behalen.

II Petrus 3:11-12 Dus omdat al deze dingena vergaan, hoedanigen behoort u te zijn in heilige wandel en godzaligheid! Verwachtende en haastende tot de toekomst van de dag van God, waarin de hemelen, door vuur ontstoken zijnde, zullen vergaan, en de elementen brandende zullen versmelten.

a Namelijk al het zichtbare, hoe mooi en prachtig en waardevol het ook wordt geacht!

I Johannes 3:2-3 Geliefden, nu zijn wij kinderen van God, en het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen. Maar wij weten, wanneer Hij geopenbaard zal zijn, dat wij Hem gelijk zullen wezen; want wij zullen Hem zien, zoals Hij is. En een ieder die deze hoop op Hem heeft, die reinigt zichzelf, zoals Hij rein is.

9 Lukas 21:28 Wanneer nu deze dingen beginnen te geschieden, ziet dan omhoog, en heft uw hoofden opwaarts, omdat uw verlossing nabij is.

10 Mattheüs 24:44 Daarom, wees ook u bereid; want in welke ure u het niet meent, zal de Zoon des mensen komen.

11 Mattheüs 24:12 Omdat de ongerechtigheid vermenigvuldigd zal worden, zal de liefde van velen verkillen.

Openbaring 22:11 Die onrecht doet, laat hem nog onrecht doen; en die vuil is, laat hem nog vuil worden; en die rechtvaardig is, laat hem nog gerechtvaardigd worden; en die heilig is, laat hem nog geheiligd worden.

12 Spreuken 21:30 Er is geen wijsheid, en er is geen verstand, en er is geen raad tegen de HEERE.

Jesaja 14:27 De HEERE der heerscharen heeft het in Zijn raad besloten, wie zal het dan verbreken? en Zijn hand is uitgestrekt, wie zal ze dan keren?

13 Mattheüs 24:13 Wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden.

14 Filippenzen 3:20 Onze wandel (ons burgerschap / onze nationaliteit) is in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten: de Heere Jezus Christus.

I Thessalonicenzen 1:10 …en Zijn Zoon uit de hemelen te verwachten, Die Hij uit de doden verwekt heeft: Jezus, Die ons verlost van de komende toorn.

Openbaring 22:17 En de Geest en de Bruid zeggen: “Kom!”

15 Mattheüs 7:23 Dan zal Ik hun openlijk aanzeggen: “Ik heb u nooit gekend; ga weg van Mij, u die de ongerechtigheid werkt!”

Lukas 13:25 … nadat de Heere van het huis opgestaan zal zijn en de deur gesloten zal hebben en u zult beginnen buiten te staan en aan de deur te kloppen, zeggende: “Heere, Heere, doe ons open!”, en Hij zal antwoorden en tot u zeggen: “Ik ken u niet, van waar u bent.”

16 Mattheüs 11:22 Ik zeg u: “Het zal Tyrus en Sidon verdraaglijker zijn in de dag van het oordeel, dan u (‘kerkgangers’).”

Mattheüs 12:36-37 Ik zeg u, dat van elk ijdel woord, dat de mensen gesproken zullen hebben, zij daarvan rekenschap zullen geven in de dag des oordeels. Want uit uw woorden zult u gerechtvaardigd worden, en uit uw woorden zult u veroordeeld worden.

Mattheüs 13:40-42 Zoals dan het onkruid vergaderd, en met vuur verbrand wordt, zo zal het ook zijn in de voleinding van deze wereld. De Zoon des mensen zal Zijn engelen uitzenden, en zij zullen uit Zijn Koninkrijk vergaderen al de ergernissen en degenen die de ongerechtigheid doen; en zullen die in de vurige oven werpen; daar zal wening zijn en knersing der tanden.

Mattheüs 16:27 De Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid van Zijn Vader, met Zijn engelen, en dan zal Hij een ieder vergelden naar zijn doen.

Mattheüs 25:41,46 Dan zal Hij zeggen tot degenen die ter linkerhand zijn: “Gaat weg van Mij, u vervloekten, in het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bereid is. En zij zullen gaan in de eeuwige pijn.

Markus 9:43-48 Indien uw hand u ergert (= tot zonde verleidt), houw ze af; het is u beter verminkt tot het leven in te gaan, dan twee handen hebbende, heen te gaan in de hel, in het onuitbluslijk vuur; waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt. En indien uw voet u ergert, houw hem af; het is u beter kreupel tot het leven in te gaan, dan twee voeten hebbende, geworpen te worden in de hel, in het onuitbluslijk vuur; waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt. En indien uw oog u ergert, werpt het uit; het is u beter maar één oog hebbende in het Koninkrijk Gods in te gaan, dan twee ogen hebbende, in het helse vuur geworpen te worden; waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt.

Romeinen 2:5,6,8,9 Naar uw hardheid, en onbekeerlijk hart, vergadert u voor uzelf toorn als een schat in de dag van de toorn, en van de openbaring van het rechtvaardig oordeel van God. Die een ieder zal vergelden naar zijn werken. Degenen die twistgierig zijn, en die de waarheid ongehoorzaam, maar de ongerechtigheid gehoorzaam zijn, zal verbolgenheid en toorn vergolden worden: verdrukking en benauwdheid over elke ziel van de mens die het kwade werkt.

II Thessalonicenzen 1:7-9 … in de openbaring van de Heere Jezus van de hemel met de engelen van Zijn kracht; met vlammend vuur wraak doende over degenen die God niet kennen, en over degenen die het Evangelie van onze Heere Jezus Christus niet gehoorzaam zijn. Die tot straf zullen lijden het eeuwig verderf, van het aangezicht des Heeren, en van de heerlijkheid van Zijn sterkte.

Hebreeën 10:26-27 Als wij willens zondigen, nadat wij de kennis der waarheid ontvangen hebben, zo blijft er geen slachtoffer meer over voor de zonden; maar een verschrikkelijke verwachting van het oordeel, en hitte van het vuur, dat de tegenstanders zal verslinden.

17 Johannes 5:28-29 De ure komt waarin allen die in de graven zijn, Zijn stem zullen horen en zullen uitgaan, die het goede gedaan hebben, tot de opstanding des levens, en die het kwade gedaan hebben, tot de opstanding der verdoemenis.

Handelingen 24:15 Hebbende hoop op God, dat er een opstanding der doden wezen zal, zowel van de rechtvaardigen als van de onrechtvaardigen.

I Korinthiërs 15:42-43 Zo zal ook de opstanding der doden zijn: het lichaam wordt gezaaid in verderfelijkheid, het wordt opgewekt in onverderfelijkheid; het wordt gezaaid in oneer, het wordt opgewekt in heerlijkheid; het wordt gezaaid in zwakheid, het wordt opgewekt in kracht.

18 Vergelijk Mattheüs 12:28-29 Indien Ik door de Geest van God de duivelen uitwerp, dan is het Koninkrijk Gods tot u gekomen. Of hoe kan iemand in het huis van een sterke inkomen en zijn vaten ontroven, tenzij dat hij eerst de sterke gebonden heeft en dan zal hij zijn huis beroven. Hoewel aan de andere staan:

  • I Johannes 5:19 Wij weten, dat de hele wereld in het boze ligt.

  • En Openbaring 12:9 En de grote draak is geworpen, namelijk de oude slang, die genoemd wordt duivel en satan, die de hele wereld verleidt, hij is geworpen op de aarde; en zijn engelen zijn met hem geworpen.

19 I Johannes 2:18 Kinderen, het is de laatste ure; en zoals u gehoord hebt dat de antichristus komt, zo zijn ook nu vele antichristussen geworden; waaruit wij kennen, dat het de laatste ure is.

20 Jesaja 11:1-9 Er zal een Rijsje voortkomen uit de afgehouwen tronk van Isaï, en een Scheut uit zijn wortels zal Vrucht voortbrengen. En op Hem zal de Geest des HEEREN rusten. Hij zal de armen met gerechtigheid richten, en de zachtmoedigen van het land met rechtmatigheid bestraffen; maar Hij zal de aarde slaan met de roede van Zijn mond, en met de adem van Zijn lippen zal Hij de goddeloze doden. En de wolf zal met het lam verkeren, en de luipaard bij de geitenbok neerliggen; en het kalf en de jonge leeuw en het mestvee tezamen, en een kleine jongen zal ze drijven. De koe en de berin zullen tezamen weiden, hun jongen zullen neerliggen, en de leeuw zal stro eten, als de os. En een zuigeling zal zich vermaken over het hol van een adder; en een gespeend kind (peuter) zal zijn hand uitsteken in de kuil van de basilisk (giftige slang). Men zal nergens leed doen noch verderven op heel de berg van Mijn heiligheid, want de aarde zal vol van kennis des HEEREN zijn, zoals de wateren de zee bedekken.

21 Mattheüs 24:14 Dit Evangelie van het Koninkrijk zal in de hele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken; en dan zal het einde komen.

22 II Korinthiërs 3:14-16 Hun zinnen zijn verhard geworden, want tot op de dag van heden blijft hetzelfde deksel in het lezen van het Oude Testament, zonder ontdekt te worden, hetwelk door Christus te niet gedaan wordt. Maar tot de huidige dag toe, wanneer Mozes gelezen wordt, ligt een deksel op hun hart. Maar wanneer het tot de Heere bekeerd zal zijn, wordt het deksel weggenomen.

23 Handelingen 13:46-48 Paulus en Barnabas, vrijmoedigheid gebruikende, zeiden: “Het was nodig, dat eerst tot u (Joden) het Woord Gods gesproken zou worden; maar omdat u het verstoot, en uzelf het eeuwige leven niet waardig oordeelt, ziet, wij keren ons tot de heidenen. Want zo heeft de Heere ons geboden: “Ik heb u gesteld als licht voor de heidenen, opdat u bent tot zaligheid, tot aan het uiterste der aarde.”” Toen nu de heidenen dit hoorden, verblijdden zij zich, en prezen het Woord des Heeren; en er geloofden zovelen, als er bestemd waren tot het eeuwige leven.

24 Romeinen 11:11 Hebben zij gestruikeld, opdat zij zouden vallen? Dat zij verre; maar door hun val is de zaligheid voor de heidenen geworden, om hen tot jaloersheid te verwekkena.

a Kanttekening: dat zij door het voorbeeld der gelovige heidenen opgewekt worden, om hen navolgende, het evangelie mede aan te nemen en zich tot Christus te bekeren, en daardoor de zaligheid mede te verkrijgen.

25 Romeinen 11:1-2 Heeft God Zijn volk verstoten? Dat zij verre, want ik ben ook een Israëliet, uit het zaad van Abraham, van de stam van Benjamin. God heeft Zijn volk niet verstoten, dat Hij tevoren gekend heeft.

26 Waarvan geldt: “Door het geloof weet een christen wat hij weten moet, maar ook wat hij niet hoeft te weten.”

27 Psalm 72:4 Hij zal de ellendigen van het volk richten; hij zal de kinderen van de nooddruftige verlossen, en de verdrukker verbrijzelen.

Psalm 97:3 & 10 Een vuur gaat voor Zijn aangezicht heen, en het steekt Zijn wederpartijen rondom aan brand. & Hij bewaart de zielen van Zijn gunstgenoten; Hij redt hen uit de hand van de goddelozen.

Psalm 104:35 De zondaars zullen van de aarde verdaan worden, en de goddelozen zullen niet meer zijn. Loof de HEERE, mijn ziel; hallelujah!

Openbaring 18:20 Bedrijft vreugde over haar (het geestelijke Babylon, dat verwoest is), u hemel, en u heilige apostelen, en u profeten, want God heeft uw oordeel aan haar geoordeeld.

Openbaring 19:1-4 Daarna hoorde ik als een grote stem van een grote schare in de hemel, zeggende: “Halleluja, de zaligheid, en de heerlijkheid, en de eer, en de kracht zij voor de Heere, onze God. Want Zijn oordelen zijn waarachtig en rechtvaardig, omdat Hij de grote hoer geoordeeld heeft, die de aarde verdorven heeft met haar hoererij, en Hij het bloed van Zijn dienaren van haar hand gewroken heeft.” En zij zeiden ten tweeden maal: “Halleluja!” En haar rook gaat op in alle eeuwigheid. En de vier en twintig ouderlingen, en de vier levende wezens vielen neer, en aanbaden God, Die op den troon zat, zeggende: “Amen, halleluja!”

28 Romeinen 12:19 Wreekt uzelf niet, beminden, maar geeft aan de toorn plaats, want er is geschreven: “Mij komt de wraak toe; Ik zal het vergelden”, zegt de Heere.

29 I Korinthiërs 16:22 Indien iemand de Heere Jezus Christus niet liefheeft, die zij een vervloeking; Maran-atha!

30 Openbaring 6:12-17 Ik zag, toen het Lam het zesde zegel geopend had, en zie, er werd een grote aardbeving; en de zon werd zwart als een haren zak, en de maan werd als bloed. En de sterren des hemels vielen op de aarde, zoals een vijgenboom zijn onrijpe vijgen afwerpt, als hij door een grote wind geschud wordt. En de hemel is weg geweken, als een boek dat toegerold wordt; en alle bergen en eilanden zijn bewogen uit hun plaatsen. En de koningen der aarde, en de groten, en de rijken, en de oversten over duizend, en de machtigen, en alle dienstknechten, en alle vrijen, verborgen zichzelf in de spelonken, en in de steenrotsen der bergen; en zeiden tot de bergen en tot de steenrotsen: “Valt op ons, en verbergt ons van het aangezicht van Hem Die op de troon zit, en van de toorn van het Lam. Want de grote dag van Zijn toorn is gekomen, en wie kan bestaan?”

31 I Korinthiërs 15:28 Wanneer alle dingen aan Hem onderworpen zullen zijn, dan zal ook de Zoon Zelf onderworpen worden aan Hem Die Hem alle dingen onderworpen heeft, opdat God zij alles in allen.

32 Romeinen 7:24-25 Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? Ik dank God, door Jezus Christus, onze Heere.

33 Jesaja 35:10 De vrijgekochten des HEEREN zullen wederkeren, en tot Sion komen met gejuich, en eeuwige blijdschap zal op hun hoofd wezen; vrolijkheid en blijdschap zullen zij verkrijgen, maar droefenis en zuchting zullen wegvluchten.

34 Openbaring 19:7 Laat ons blij zijn en vreugde bedrijven, en Hem de heerlijkheid geven, want de bruiloft van het Lam is gekomen, en Zijn vrouw heeft zich bereid.

35 II Korinthiërs 5:4-9 Ook wij, die in deze tent zijn, zuchten, bezwaard zijnde, omdat wij niet ontkleed, maar overkleed willen worden, opdat het sterfelijke door het leven verslonden wordt. Die ons nu hiertoe bereid heeft, is God, Die ons ook het onderpand van de Geest gegeven heeft. Wij hebben dan altijd goede moed, en weten, dat wij, inwonend in het lichaam, uitwonen van de Heere ... Daarom zijn wij ook zeer begerig, hetzij inwonend, hetzij uitwonend, om Hem welbehaaglijk te zijn.

36 Mattheüs 24:31 Hij zal Zijn engelen uitzenden met een bazuin van groot geluid, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeen vergaderen uit de vier winden, van het ene uiterste der hemelen tot het andere uiterste daarvan.

I Korinthiërs 15:51-52 Zie, ik zeg u een verborgenheid: wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden; in een punt van de tijd, in een ogenblik, met de laatste bazuin. Want de bazuin zal klinken, en de doden zullen onverderfelijk opgewekt worden, en wij zullen veranderd worden.

I Thessalonicenzen 4:16 De Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van de aartsengel en met de bazuin Gods neerdalen van de hemel; en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan; daarna wij die levend overgebleven zijn, zullen tezamen met hen opgenomen worden in de wolken, de Heere tegemoet, in de lucht; en zo zullen wij altijd met de Heere wezen.

37 Markus 13:24-25 In die dagen, na die verdrukking, zal de zon verduisterd worden, en de maan zal haar schijnsel niet geven. En de sterren van de hemel zullen daaruit vallen, en de krachten in de hemelen, zullen bewogen worden.

Handelingen 2:19-20 Ik zal wonderen geven in de hemel boven, en tekenen op de aarde beneden, bloed en vuur, en rookdamp. De zon zal veranderd worden in duisternis, en de maan in bloed, eer dat de grote en doorluchtige dag des Heeren komt.

38 Mattheüs 24:30 Dan zal in de hemel verschijnen het teken van de Zoon des mensen; en dan zullen al de geslachten der aarde wenen, en zullen de Zoon des mensen zien, komend op de wolken des hemels, met grote kracht en heerlijkheid.

39 I Korinthiërs 15:22-23 Zoals zij allen in Adam sterven, zo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden. Maar een ieder in zijn orde: de eersteling Christus, daarna die van Christus zijn, bij Zijn komst.

40 Kolossenzen 3:4 Wanneer Christus, Die ons leven is, geopenbaard zal zijn, dan zult ook u met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.

41 Markus 13:26 Dan zullen zij de Zoon des mensen zien, komend in de wolken, met grote kracht en heerlijkheid.

Markus 14:62 En Jezus zei: “U zult de Zoon des mensen zien zitten ter rechterhand van De Kracht (=God), en komen met de wolken des hemels.”

42 Openbaring 1:7 Ziet, Hij komt met de wolken en elke oog zal Hem zien, ook degenen die Hem doorstoken hebben; en alle geslachten der aarde zullen over Hem rouw bedrijven; ja, amen.

43 Mattheüs 25:31 Wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn heerlijkheid, en al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij zitten op de troon van Zijn heerlijkheid.

44 I Thessalonicenzen 4:16-17 De Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van de aartsengel, en met de bazuin Gods neerdalen van de hemel; en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan; daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen samen met hen opgenomen worden in de wolken, de Heere tegemoet, in de lucht; en zo zullen wij altijd met de Heere wezen.

45 Filippenzen 3:20-21 … de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere Jezus Christus; Die ons vernederd lichaam veranderen zal, opdat het gelijkvormig wordt aan Zijn heerlijk lichaam, naar de werking, waardoor Hij ook alle dingen aan Zichzelf kan onderwerpen.

46 I Johannes 3:2 Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen. Maar wij weten, wanneer Hij geopenbaard zal zijn, dat wij Hem gelijk zullen wezen, want wij zullen Hem zien, zoals Hij is.

47 Filippenzen 3:21 Die ons vernederd lichaam veranderen zal, opdat het gelijkvormig wordt aan Zijn heerlijk lichaam.

48 II Thessalonicenzen 1:7-10 … in de openbaring van de Heere Jezus van de hemel met de engelen van Zijn kracht; met vlammend vuur wraak doende over degenen die God niet kennen, en over degenen die het evangelie van onze Heere Jezus Christus niet gehoorzaam zijn. Die tot straf het eeuwig verderf zullen lijden, van het aangezicht des Heeren, en van de heerlijkheid van Zijn sterkte, wanneer Hij gekomen zal zijn om verheerlijkt te worden in Zijn heiligen, en wonderbaar te worden in allen die geloven in die dag.

II Thessalonicenzen 2:8 En dan zal de ongerechtige geopenbaard worden, die de Heere verdoen zal door de Geest van Zijn mond, en te niet maken door de verschijning van Zijn komst.

Zie ook: Lukas 19:27 Deze mijn vijanden, die niet hebben gewild, dat Ik over hen Koning zou zijn, brengt ze hier, en slaat ze voor Mij dood.



49 Openbaring 11:15-19 De zevende engel heeft gebazuind, en er geschiedden grote stemmen in de hemel, zeggende: “De koninkrijken der wereld zijn geworden van onze Heere en van Zijn Christus, en Hij zal als Koning heersen in alle eeuwigheid.” En de vier en twintig ouderlingen, die voor God zitten op hun tronen, vielen neer op hun aangezichten, en aanbaden God, zeggende: “Wij danken U, Heere God almachtig, Die is, en Die was, en Die komen zal, dat U Uw grote kracht hebt aangenomen, en als Koning hebt geheerst; en de volken waren toornig geworden, en Uw toorn is gekomen, en de tijd van de doden, om geoordeeld te worden, en om het loon te geven aan Uw dienstknechten, de profeten, en de heiligen, en die Uw Naam vrezen, de kleinen en de groten; en om te verderven degene die de aarde verdierven.” En de tempel van God in de hemel is geopend geworden, en de ark van Zijn verbond is gezien in Zijn tempel; en er werden bliksemen, en stemmen, en donderslagen, en aardbeving, en grote hagel.

Openbaring 13:1,11 Ik zag uit de zee een beest opkomen, hebbende zeven hoofden en tien hoornen; en op zijn hoornen waren tien koninklijke hoeden, en op zijn hoofden was een naam van lastering. En ik zag een ander beest uit de aarde opkomen, en het had twee hoornen, zoals van het Lam, en het sprak als de draak.

Openbaring 16:10 De vijfde engel goot zijn schaal uit op de troon van het beest; en zijn rijk is verduisterd geworden; en zij kauwden hun tongen van pijn.

Openbaring 17:14 Dezen (de tien hoornen, die tien koningen zijn) zullen tegen het Lam oorlog voeren, en het Lam zal hen overwinnen (want Hij is Heere der heren, en Koning der koningen).

Openbaring 19:19-20 Ik zag het beest, en de koningen der aarde, en hun legers vergaderd, om oorlog te voeren tegen Hem Die op het paard zat, en tegen Zijn legers. En het beest werd gegrepen, en met hem de valse profeet, die de tekenen in de tegenwoordigheid van hem gedaan had, waardoor hij verleid had hen die het merkteken van het beest ontvangen hadden, en die zijn beeld aanbaden. Deze twee zijn levend geworpen in de poel van vuur, die van sulfer brandt.

Openbaring 20:10 De duivel, die hen verleidde, werd geworpen in de poel van vuur en sulfer, waar het beest en de valse profeet zijn; en zij zullen gepijnigd worden dag en nacht in alle eeuwigheid. MAAR





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina