Flessenscheepjesjournaal 1992 -2012 jubileumjaar mei 2012



Dovnload 42.46 Kb.
Datum21.08.2016
Grootte42.46 Kb.


FLESSENSCHEEPJESJOURNAAL
1992 -2012
JUBILEUMJAAR
Mei 2012


-2-

Nieuwsbrief nr 1 mei 2012.

__________________________________________________________




Van de redactie
Dit jaar bestaat het flessenscheepjesmuseum 20 jaar.

U begrijpt dat wij dat niet zo maar voorbij laten gaan. Er is behoorlijk veel

werk verricht om een mooie tentoonstelling te maken met “Hoe het begon” en hoe het museum zich verder op de kaart heeft gezet.

Maanden van voorbereiding hebben we achter de rug, extra vergaderingen zijn er geweest, heel veel uitzoeken, in de archieven duiken, het poetsen van de flessen, de verhalen erbij. Het her-inrichten van de vitrinekasten. Het is héél véél werk geweest. Er was zelfs sprake van “een ombouwteam”. De vrijwilligers hebben ontzettend veel vrije tijd besteed om het museum onherkenbaar te maken in positieve zin.

Natuurlijk staan de bekende vitrines zoals gewoonlijk opgesteld, maar

wat U er nu ziet staan is een geheel andere collectie. Niet voor niets heeft het flessenscheepjesmuseum de grootste collectie ter wereld!!!

U maakt een wandeling door de 20 jaar heen, u maakt kennis met

de man achter het flessenscheepje, de bouwer door middel van zijn werk.

U zult uw ogen uitkijken als U die prachtige gevulde flessen ziet met de fragiele scheepjes erin. Maar ook de ruige scheepjes, gemaakt met eigengemaakt gereedschap ( immers de drevel bestond toen nog niet)

hebben hun bekoring.

Het geheel is een tentoonstelling geworden waarvan wij hopen dat deze

Uw hart zal raken.


Verder is de stad Enkhuizen voorzien van posters en of flyers. Waar het maar even mogelijk was, werd een poster opgeplakt.

In de hotels, zelfs op de hotelkamers, bij het VVV, en niet te vergeten op de diverse schepen van de Bruine Vloot zijn ook posters en of flyers afgegeven en of dat niet genoeg was is er zelfs in Hoorn “geplakt”.

Ook is er een speciale etalage gemaakt midden in de stad (Westerstraat hoek Vijzelstraat) en een vitrine in de biliotheek (Kwakerspad).
Wij nodigen u dan ook van harte uit om onze gast te zijn en te genieten

van de jubileum-collectie.




De opening is zaterdag 19 mei a.s. om 14.00 uur.

Als van ouds zijn daar dan weer de drankjes en de “ Henkuzer Herinkjes”. En dit keer in een muzikale entourage.

-3-



Titanic-jaar.
Het zal niemand ontgaan zijn dat het 100 jaar geleden is dat de Titanic

ten onder ging na een aanvaring met een ijsberg.

De afgelopen periode stond bol van de publiciteit rondom dit gebeuren.

Het verhaal is inmiddels wel bekend net als de film uit 1997 met in de hoofdrollen Leonardo di Caprio en Kate Winslet.

Het grootste deel van de film is echt gebeurd, maar zoals in veel films is er ook gebruik gemaakt van de fantasie.

De televisie heeft op verschillende zenders ook aandacht geschonken aan deze gebeurtenis, de een als documentaire en andere zenders zonden films uit. Er is nu een 3D versie gemaakt.

Het museum heeft dan ook de 2 flessenscheepjes van de Titanic extra mooi opgepoetst en er is een mooie poster gemaakt.

Deze staat als publiekstrekker voor het raam van het museum.






De RMS Titanic in 1912





Ondergang van de Titanic in het flessenscheepjesmuseum te Neuharlingersiel



-4-


Hoe het flessenscheepjesmuseum er is gekomen.

Bovenkant formulier

Onderkant formulier

Historie

Halverwege 1991 werd ik benaderd door Jan Visser uit Amsterdam. Hij was zelf geen flessenscheepjesbouwer, maar een verzamelaar. Hij was in die tijd handelaar in maritieme artikelen. Hij vroeg mij: ‘Wil jij samen met mij een museum voor scheepjes in flessen oprichten?’ Jan was in die tijd een zakelijke relatie van mij. Hij vertelde, dat een poging om in het Amsterdamse Havenkwartier een museum op te richten, gestrand was wegens gebrek aan geld bij de stichting, dat het nautisch kwartier moest ontwikkelen. Men was slechts tot de vloer gekomen.Ik had toen een uitgebreid netwerk en Jan dacht, dat ik wel in staat zou zijn om een museum in Enkhuizen te realiseren. Jan maakte mij enthousiast voor het idee. Hij zou circa 350 scheepjes in flessen inbrengen en ik de volledige inventaris, van kassa tot vitrines, lampen enz. Het probleem was; waar in Enkhuizen? Wij besloten om een presentatie te doen bij het College van Burgemeester en Wethouders en zij waren razend enthousiast. Wanneer een vestiging in Enkhuizen om welke reden dan ook niet mogelijk zou zijn, zou Jan Visser de gemeente Harlingen benaderen.Met Joop Knukkel, de toenmalige wethouder van Cultuur, zijn we met zijn drieën door het havengebied van Enkhuizen gelopen en toen kwamen wij uiteindelijk terecht bij het Spuihuisje,



Het Spuihuisje

een sluiswachterhuisje, dat begin 17e eeuw gebouwd was bovenop een sluisdeur, welke het eerste gat in de West-Friesche Omringdijk afsloot, en waar op dat moment de familie Ruiter woonde. Het toeval wilde, dat de familie zou verhuizen naar Denenburg, een wooncentrum voor senioren. Het huisje was slecht geïsoleerd en men loosde het toilet, de keukenafvoer en de douche op het oppervlaktewater onder het huisje, de doorgang van de Zuider Haven naar de voormalige Zuiderzee.In november 1991 werd de Stichting Flessenscheepjes Museum opgericht met als doel: het tentoonstellen van een collectie flessenscheepjes en in het in standhouden van het museum, een stichting zonder winstoogmerk. Jan Visser werd secretaris/penningmeester en ik werd voorzitter.Er werd een bedrijfsplan gemaakt, (dat was en is mijn kennis en kunde) en de gemeenteraad ging uiteindelijk akkoord met een wijziging van de bestemming van woonhuis in museum, ging tevens akkoord met het verbouwingsplan tot museum. De kosten van de verbouwing kwamen volledig voor rekening van de gemeente. Algemeen werd namelijk aangenomen, dat het museum een goede bijdrage zou leveren aan de toeristische en culturele aantrekkelijkheid van Enkhuizen. Het cultuurtoerisme moest gestimuleerd worden. Een toeristentrekker dus.De Dienst Rijksmonumenten ging akkoord met de verbouwing en uiteindelijk kon het museum in mei 1992 onder geweldige belangstelling, waaronder het NOS-journaal, geopend worden. Alleen al door de aankondiging van de opening bracht een aantal flessenscheepjesbouwers ertoe, om een schenking te doen aan het museum. In de loop van de jaren volgden er vele schenkingen, legaten. Ook werden er aankopen verricht.

-5-


Thans bevat de collectie meer dan 1000 flessenscheepjes, de één nog mooier dan de andere. Van een scheepje in een zekering en een fietslampje tot in een 10-literfles, met een complete vloot erin.Sinds de opening zijn er vele thematentoonstellingen geweest en zijn delen van de collectie uitgeleend aan andere – buitenlandse – musea, bibliotheken, verzorgingstehuizen enz. Vele Tv-zenders hebben aandacht besteed aan het museum, dat werkelijk uniek is in de wereld. De Oostenrijkse TV, de ZDF, de Avro, de NOs (klokhuis), de KRO, de Canadese TV, de Taiwanese TV, die drie dagen opnamen heeft gemaakt, omdat het museum onderdeel was van een quiz over Nederland.

De filmmakers van de ‘Scheepsjongens van Bontekoe’ hebben het museum in de film gebruikt als kroeg.

Jan Visser overleed op 6 januari 2004. Ter ere en nagedachtenis aan hem hangt er een gedenkplaat in het museum, welke tijdens de opening van een thematentoonstelling door zijn weduwe, Louise Bron, werd onthuld (zie foto’s).

Gedenkplaat Jan Visser












Het museum heeft een aantal jaren een moeilijke tijd doorgemaakt. Het aantal vrijwilligers verminderde door natuurlijke afvloeiing jaarlijks en hoewel er regelmatig aandacht aan dit probleem werd en wordt besteed, blijft het moeilijk om voldoende mensen te vinden. Het museum is daardoor structureel op maandag gesloten.Het team van vrijwilligers is een zeer enthousiast team, dat heel veel energie stopt in het voortbestaan van het museum. Zonder hen zou het museum niet kunnen bestaan. Het museum wordt niet gesubsidieerd en is dus volledig afhankelijk van de inkomsten uit entreegelden, verkoop van commerciële flessenscheepjes, ansichtkaarten, cd’s met liedjes over flessenscheepjes, giften, sponsoring e.d.

Natuurlijk hoop ik, dat het museum, dat met veel moeite en energie is opgericht en in stand gehouden, nog tot in de eeuwigheid zal voortbestaan….

Jan Hetteling, voorzitter bestuur

Het spuihuisje.


-6-


Ansichtkaart


__________________________________________________________


Colonfon

Voorzitter stichting FSM: Jan Hetteling tel:0228317762

Redactie en teksten FSMjournaal: Hankie Hesse tel: 0228315713

Telefoon museum: 0228318583

E-mail: info@flessenscheepjesmuseum.nl

Het Flessenscheepjesjournaal is een uitgave van de Vrienden van het

Flessenscheepjesmuseum.

Zuiderspui 1

1601 GH Enkhuizen

__________________________________________________________




Wat is de wereld toch klein door internet…………………………
In verband met het verzenden van de uitnodigingen is er in het archief “gegraven” naar adresgegevens van flessenscheepjesbouwers. Sommige adressen bleken niet meer te kloppen

en onze coördinator Frans is als een echte Sherlock in de weer geweest om de nieuwe adressen op te sporen, hetgeen hem aardig is gelukt.

Hieronder een antwoord van Fridtjof van der Harst ergens uit Mongolië.

Dhr. Van der Harst is de bouwer van “de Bruine Vloot” deze bevinden zich in de vitrine in de serre.


From: Froit van der Harst
Subject: Re: 20 jaar Flessenscheepjes Museum
Wat leuk, een oproep uit het verleden.

Ik was vorige week nog even op de site van FSM, een wonder dat het nog bestaat.

Zo breekbaar als het idee was, toen, in 1990 toen ik Jan voor het eerst ontmoette, op het terras buiten de Nieuwe Kerk in Amsterdam, in de aanloop van Sail 1990.

Of ik misschien demonstraties wou geven, van 'het geheim', met een set demo-scheepjes en een lege fles.

In die dagen was ik zelf bezig met een plan om op de kade 'VOC Amsterdam' in de fles te verkopen, dus ik had er een aantal op voorraad gemaakt.

Maar Jan kocht ze meteen allemaal, daarmee mijn project torpederend, maar ook meteen mijn steun inkopend., en daar zat ik, ín de Nieuwe Kerk, met mijn handel.

Ik bewaar nog steeds een setje demo-scheepjes, want die vraag blijft natuurlijk komen.

Mede dank zij het FSM heb ik mijn jongensdroom in vervulling zien gaan, en ben ik de Atlantic overgestoken, zeilend, betaald, goed betaald, heen en weer.

Aan boord van de Star Flyer, en later de Star Clipper, waar ook een aantal van de bruine-vloot-flessen is gemaakt, want ik zat toen midden in dat project.
-7-
Ééntje is zelfs twee keer geflest, die is toen aan boord gevallen op de stenen vloer voor de open haard in de bibliotheek, echt waar, een stenen vloer op een schip!

Stenen vloeren en flessen-scheepjes, da's geen goed huwelijk.

Maar het leven op zee heeft ook zo zijn nadelen, en na zeven maanden had ik het wel gezien.
Met mijn zakken vol dollars, en een hutkoffer vol flessen ben ik toen in Cannes gedeserteerd, van boord gesprongen, zoals dat heet, maar dan per rubberboot, kwamen we aan midden in de opening van het film-festival, men dacht dat we bij de nieuwe James-Bond-film hoorden.

Daarna heb ik tot na de eeuw-wisseling nog scheepjes gemaakt voor klanten, allemaal blije mensen, heerlijk, wat een vak.

Helaas waai ik graag met de wind mee, en zo zit ik nu in een heel andere tak van blije mensen, en staat het flessenscheepjes-maken op een zeer laag pitje.

Ik zit hier in het meest scheep-loze land ter wereld, al zijn er wel een paar rubberboten op 'het meer', dat dan weer wel.

In onze toon-kast staan nog wat flessen die zijn overgebleven uit mijn vorige leven, en waar ik speciale banden mee heb.

En mijn gereedschaps-kistje, een kopie van die die in het FSM staat, dat staat in de slaapkamer, altijd klaar voor gebruik.

Later in de zomer komen mijn vrouw en ik weer even naar NL, dan komen we zeker langs in het Spuihuisje.
Grt de

Froit


UlaanBaatar

Mongolie
P.S. Froit = Fridtjof, maar dat kunnen ze niet uitspreken in Mongolië vandaar…………


________________________________________________________
Het verhaal van de Mijnwerksgeduldfles

Door Hans de Haan

Tijdens mijn bezoek aan het Flessenscheepjesmuseum (FSM) in verband met de voorbereiding voor de thematentoonstelling ‘Geduldflessen met een verhaal’, ter gelegenheid van 20 jaar FSM, viel mijn oog op de hiernaast afgebeelde fles. Hij stond een beetje uit het zicht boven op een van de vitrine kasten.

Dit soort flessen, met een mijntafereel er in geknutseld, worden wel ‘Bergmännische Geduldflaschen’ genoemd; vrij vertaald: mijnwerkersgeduldflessen. Zij zijn vooral afkomstig uit de omgeving van de voormalig Oostenrijks-Hongaarse monarchie en het Duitse mijnbouwgebied.

De flessen zijn, afhankelijk van de grootte, onderverdeeld in 3 tot 4 etages. Heel soms kom je exemplaren met 2 of 5 etages tegen. De meeste flessen geven het leven in de ertsmijnen weer; van winning van het erts tot verwerking. Op de bovenste etage zie je wel muziekkapellen, volksdansgroepen, religieuze taferelen of soms een vergadering van hoge mijnbeambten. De makers van deze geduldflessen verwerken bijna altijd mineralen uit de lokale mijnbouw in hun fles.

De oudste exemplaren dateren uit de 18e en 19e eeuw, maar deze volkskunst van het bouwen van dit soort flessen is van vader op zoon, zélfs op dochter, overgegaan. Daarom kun je tegenwoordig in zowel het Saksische Ertsgebergte, als in midden Slowakije en oost Hongarije nog nieuwe exemplaren te koop tegenkomen.

-8-
Een kennis van mij, Peter Huber uit Oostenrijk, is een expert op het gebied van bovengenoemde geduldflessen. Hij heeft samen met Otto Fitz het boekje ‘Bergmännische Geduldflaschen’ geschreven en in 1995 uitgebracht.

Bij Peter heb ik navraag gedaan naar de fles met mijntafereel, die in het bezit is van het FSM. Ik heb hem de door mij gemaakte foto’s gestuurd en een schetsjeg van de tekst op het briefje, dat in de flessenhals is bevestigd. Daar is het volgende uitgekomen:

De tekst op het briefje in de hals van de fles in het FSM luidt:


Woord???

Terézia Simonová,


geboren Cervenová
(uit) Banská Stiavnica *in het jaar 1972
De fles betreft een “nieuwe”, welke gebouwd is in 1972 door Mw.Terézia Simonová in Schemnitz, dit was een bekend mijnbouwgebied (zilver).Het heet tegenwoordig Banská Stiavnica en ligt midden in Slowakije.Ten tijde van de monarchie hoorde dit gebied tot Hongarije.

Terézia Simonová (1899 - 1992) was de dochter van de beroemde flessenbouwer Joszef Cerven (1861 - 1932) en heeft de traditie van haar vader voortgezet. De meeste flessen van Terézia Simonová zijn in de jaren 1972 tot en met 1982 gemaakt. Ze was destijds al een oude dame en werkte vaak wat slordig.

De traditie van mijnwerkersgefduldflessen werd in Schemnitz (Banská Stiavnica) door de familie Cerven voortgezet. Jozef Cerven is met zijn karakteristieke handwerk, vanaf 1910 tot aan zijn dood, bekend. Zo ook zijn dochter Terézia Simonová (geb. Cerven), met flessen uit de periode 1972 t/m 1982, en zijn zoon Vojtech Cerven (1913 - 1986) met flessen uit de periode 1971 t/m 1982.

De inrichting van de Cerven-flessen onderscheidt zich wel wat van de oude mijnwerkersgeduldflessen. Ze is wat eenvoudiger: op de bovenste verdieping vind je vaak kleine huisjes, kerken en bomen (bij Terézia meestal van kunststof) en vaak werden grote ladders, als verbinding tussen de verschillende verdiepingen, ingebouwd. De figuurtjes zijn gekleed in de traditionele wit/rode klederdracht. De Cerven’s gebruikten minder de zwart/witte uniformen of bruine of blauwe broeken. Kenmerkend is dat zij in de fles zowel oude als nieuwe mijnbouwtechnieken naast elkaar uitbeelden, evenals het gebruik van grote flessen en het in de flessenhals aangebrachte briefje, met de naam van de bouwer en het bouwjaar erop vermeld.

Hier ziet u een foto van een andere fles van mevrouw Simonová.

Bronnen: Peter Huber – Wenen, Oostenrijk



“Bergmännische geduldflaschen” door Ooto Fritz en Peter Huber, 1995 uitgegeven door het Oostenrijkse Museum voor Volkenkunde




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina