Fondsvorming collectieve ondernemersbelangen



Dovnload 32.35 Kb.
Datum17.08.2016
Grootte32.35 Kb.






Fondsvorming collectieve ondernemersbelangen

1. Inleiding


Deze notitie bevat een voorstel om te komen tot een fonds. Uit dit fonds kunnen activiteiten worden betaald die in het belang zijn van ondernemers. Het gaat bij die activiteiten dan niet om het belang van slechts één winkel, maar om de collectiéve ondernemersbelangen.

Het doel van deze notitie is een discussie te starten over, en het draagvlak te toetsen voor verplichte heffingen voor dit fonds.


2. Mogelijke bestedingen


Bij activiteiten die collectieve ondernemersbelangen dienen kun je denken aan beveiliging van de winkelstraten via surveillance, camera’s, extra schoonmaak en onderhoud van de winkelstraten door veegploegen en manifestaties zoals de intocht van Sinterklaas of evenementen. Maar ook de feestverlichting, de productie en verspreiding van foldermateriaal in Leiden, de regio en andere steden, gezamenlijke consumentenacties en websites, klanttevredenheidsonderzoek behoren tot de activiteiten.
Om de gedachten te bepalen volgen hier ter indicatie enkele voorbeelden van activiteiten met de bijbehorende kosten. Met alle nadruk: het zijn geen bestedingsvoorstellen, maar ijkpunten voor wat dingen kosten.

Voorbeelduitgaven per jaar in € voor functioneren binnenstad

Activiteit


Bedrag

Status bedrag

Reclamecampagne winkelstad Leiden in media

€ 157.560

Offerte

Feestverlichting in de stad

€ 128.956

Offerte Nuon

Intocht Sinterklaas en Sinterklaashuis

€ 20.000

Ervaringscijfer

Evenementen

€ 15.000

Stelpost

Banieren en aankleding

€ 10.000

Stelpost

Centrummanagement Leiden

€ 30.000

Stelpost

Surveillance binnenstad twee man

€ 113.730

Offerte beveiligingsbedrijf

Schoonmaakploeg zes man

€ 136.000

Offerte buurtwerkmaatschappij

Nieuwsbrief, website, communicatie

€ 5.000

Stelpost op ervaringsbasis

Totaal

€ 616.246



Deze opsomming wijst uit dat, wil fondsvorming enige impact hebben, het om behoorlijke bedragen moet gaan. Deze nog bescheiden reeks activiteiten telt al op tot ruim € 600.000. De conclusie is dat een zinvol startbedrag voor een fonds voor collectieve belangenbehartiging weliswaar niet in de miljoenen loopt, maar ook niet in de tienduizenden. Het gaat om tonnen.


De activiteiten die betaald worden uit dit fonds dragen direct bij aan de sfeer, ambiance en het imago van de binnenstad. Het zijn investeringen om bezoekers vaker, langduriger of opnieuw te binden aan het centrum van Leiden. De bijdrage aan de activiteiten moet dan ook worden gezien als een investering om het toekomstige rendement te vergroten.

3. Waarom is het geld er nu niet voor dit soort activiteiten?


Een schone en veilige stad is niet alleen in het belang van ondernemers, maar ook van bewoners, bezoekers, universiteit, hogeschool, woningcorporaties en van aanbieders van kantoorwerkgelegenheid. De gemeentelijke overheid is er, net als overal in de stad, verantwoordelijk voor de basisdienstverlening. Het is ook redelijk dat de overheid in de binnenstad meer dan die basisdienstverlening verleent, omdat de binnenstad van alle Leidenaars is en door tallozen intensief gebruikt wordt. Maar de overheidsverantwoordelijkheid houdt een keer op; op enig moment moeten bewoners, ondernemers of andere belangengroepen het zelf doen.
Op dit moment is de fondswerving voor collectieve belangenbehartiging een zaak van vrijwilligheid. Ondernemers betalen op verzoek van een winkeliersvereniging een bijdrage aan een project of evenement of een algemene contributie. Het draagvlak voor deze wijze van financieren brokkelt snel af. Daar zijn in ieder geval drie samenhangende redenen voor:


  • Er is een hardnekkig ‘freeridersgedrag’ in de binnenstad. Dat wil zeggen dat een meerderheid van de ondernemers mee profiteert van voorzieningen die op initiatief en op rekening van een minderheid tot stand zijn gekomen.

  • Door de toenemende filialisering worden steeds meer beslissingen buiten Leiden genomen.

  • Het begrip vrijwilligheid staat maatschappelijk gezien onder druk; ofwel onvriendelijk de bedelmethode is uitgewerkt.

Ter illustratie: de intocht van Sinterklaas en de feestverlichting op de Haarlemmerstraat wordt op dit moment slechts door 28 winkeliers opgebracht.


Terwijl het draagvlak voor de financiering van collectieve belangenbehartiging dus afneemt, neemt de behoefte aan financiële middelen juist toe. Het is dus zaak te zoeken naar een nieuwe grondslag voor financiering van de collectieve belangenbehartiging.

4. Wat voor soort oplossing zoeken we?

Er zijn op dit moment drie routes in discussie die alledrie een verplichtend karakter hebben. De eerste oplossing is van private herkomst: een opslag op de huur van winkel- en horecapanden. De tweede en derde route zijn van publieke origine: de precarioheffing en de Onroerend Zaak Belasting.


4.1 Private variant: huurdersvereniging
Er zijn goede voorbeelden van financiering van collectieve belangenbehartiging via een opslag op de huur. In winkelcomplexen in buitenwijken – ook in Leiden - waar slechts één eigenaar is, is het volkomen gebruikelijk dat de eigenaar via de huurincasso bij alle huurders een bijdrage ophaalt voor een fonds waar collectieve zaken als promotie en onderhoud uit betaald worden. Freeridersgedrag is aldus uitgesloten.
Het probleem voor de binnenstad is dat, anders dan in perifere winkelcentra of bedrijfsterreinen, er niet één enkele eigenaar is. Integendeel: het eigendom van het zakelijk onroerend goed in de binnenstad is versnipperd over vele honderden eigenaren. Toch wil het Centrummanagement deze private weg bewandelen. Samen met de makelaardij wil zij bekijken of het de komende jaren mogelijk via opslagen in de huur te komen tot fondsvorming.
Er is echter tijd voor nodig, het resultaat is ongewis en 100% ‘dekking’ is uitgesloten. Daarom dient deze private route geflankeerd te worden met een publieke route.
4.2 Publieke variant: precario
Precario is een belasting op objecten in de openbare ruimte. Vooral de precario op reclame en terrassen is voor eventuele fondsvorming interessant, omdat het om commerciële uitingen gaat die direct samenhangen met het functioneren van de binnenstad. Bovendien kun je deze heffing zeer lokaal opleggen, bijvoorbeeld op postcodeniveau.
Toch is de voorlopige conclusie dat de huidige totaal opbrengst uit precario vrij beperkt is en de mogelijkheid tot stijging van de tarieven gezien de verhouding met andere steden gelimiteerd. Een ander nadeel aan dit instrument is dat niet iedereen mee betaald. Slechts diegenen met reclame uitingen of een terras dragen bij aan de fondsvorming.
4.3 Publieke variant: de OZB
De tweede publieke variant is de Onroerend Zaak Belasting. De gedachte is dat de gemeenteraad voor het zakelijk onroerend goed een hoger tarief vaststelt, waarvan de opbrengst vervolgens gestort wordt in een fonds voor collectieve belangenbehartiging.

Voor een jaarlijkse storting van € 500.000 in dit fonds zou het OZB tarief voor niet woningen in heel Leiden met 3,41% moeten stijgen. Stel dat de opbrengst alleen door het bedrijfsleven in de binnenstad zou moeten worden opgebracht, dan zou de tariefstijging 10% bedragen.

Wat betekent dat nu feitelijk voor de aanslag? Een paar rekenvoorbeelden.

Voorbeeld Gevolg tariefstijgingen OZB niet-woningen bij tariefstijging per jaar


Waarde onroerend goed in euro’s

Huidige opbrengst OZB gebruikers /eigenaren gecombineerd

Meeropbrengst bij tariefstijging 3,4%

Meeropbrengst bij tariefstijging 10%

100.000

628

21

63

250.000

1571

53

157

500.000

3142

107

314

750.000

4712

160

471

1.000.000

6283

214

628

Uit deze rekenvoorbeelden blijkt dat in absolute bedragen de extra last per pand beperkt blijft. Het fonds voor collectieve belangenbehartiging wordt substantieel gevuld, niet omdat enkele onroerend goed bezitters grote bedragen storten, maar omdat velen kleine bedragen opbrengen.


In tegenstelling tot de precario betaalt de gehele stad mee aan de fondsvorming.

In bepaalde maten is dat redelijk. Het bedrijfsleven in de wijken rondom het centrum heeft belang bij een goed functionerende binnenstad. Zij zelf, hun medewerkers en relaties komen er ook, het leidt tot opdrachten enz. Daarnaast bestaat de mogelijkheid de opbrengsten ook ten goede ten brengen aan vormen van collectieve belangenbehartiging voor het bedrijfsleven buiten de binnenstad. Ook op de Leeuwenhoek, De Waard, Roomburg, Rooseveltstraat, 5-mei Plein enz is er behoefte aan gemeenschappelijke activiteiten.



5. Voorstel en randvoorwaarden

Het streven is per 1 januari 2005 te starten met een fonds met een omvang van (richtbedrag) € 400.000, te financieren uit een mix van tenminste drie instrumenten. Gezien vanuit het oogpunt van flexibiliteit en inzetbaarheid van de drie instrumenten, zou een verdeelsleutel van 10% precario, 30% huuropslag en 60% OZB-opbrengst voor het eerste jaar realistisch kunnen zijn.


Voor het succesvol invoeren van een verplichte heffing om te komen tot fondsvorming gelden in ieder geval twee randvoorwaarden


  1. De belangrijkste voorwaarde is een goed doordacht commitment van zowel ondernemers als lokale overheid. Ondernemers moeten er op kunnen vertrouwen dat de gemeente hun bereidheid om mee te betalen aan collectieve belangenbehartiging niet misbruikt voor bezuinigingen. Omgekeerd moeten ondernemers bij voortduring laten blijken dat zij hun verantwoordelijkheid voor het leef- en verblijfsklimaat in de stad willen nemen.




  1. De tweede voorwaarde is dat er een beheersvorm wordt gekozen voor het fonds die voldoet aan eisen van deugdelijkheid en democratisch gehalte.

Thans is aan de orde het verkrijgen van commitment op hoofdlijnen van zowel de ondernemers als de gemeente. We tekenen aan dat de vertegenwoordigers van de georganiseerde ondernemers in het Centrummanagement de hoofdlijnen van dit voorstel al onderschrijven, maar hechten aan een breder draagvlak.


Na verkrijging van commitment op de hoofdlijnen zal een meer definitief voorstel worden opgemaakt.

(een meer uitgebreide versie van deze notitie is te downloaden op www.centrumvanleiden.nl)


Leiden, woensdag 4 februari 2004

Robert Strijk

Centrummanagement Leiden







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina