Fontys hogescholen sittard vakgroep Nederlands



Dovnload 126.19 Kb.
Datum26.07.2016
Grootte126.19 Kb.
Studietaak

FONTYS HOGESCHOLEN

SITTARD

Vakgroep Nederlands



STUDIETAAK


VAKDIDACTIEK CAPITA

Docent: T. Neutelings

BESCHRIJVING STUDIETAAK




Motivering


Na meer dan 3 jaar opleiding en stage, waarbij de vakinhouden en didactiek elkaar steeds hebben ondersteund, zal in deze laatste vakdidactische module aandacht worden besteed aan elementen die te weinig aan bod zijn geweest om startbekwaam te zijn en/ of zaken waar de student heel graag nog aandacht aan zou willen besteden. De didactiek van het lezen, spreken, luisteren, lezen en van taalbeschouwing zijn uitgebreid aan bod geweest. Het ging daarbij vooral om didactiek in het vmbo en het havo en vwo.

Hoe het vak Nederlands in het mbo eruit ziet, hebben enkele studenten wel gezien in de stage, maar slechts vanuit één invalshoek: die van de betreffende stageschool. Welke ontwikkelingen er in het mbo zijn geweest, de verschillen in aanpak tussen verschillende scholen wat betreft de didactiek en invulling van het vak Nederlands is nog niet aan bod geweest. Vandaar, dat de eerste helft van de module ingevuld zal worden door het vak Nederlands in het mbo.

Na de eerste 4 lessen, hebben de studenten vanuit de opleiding de benodigde basis van de vakdidactiek gehad. Zelf zullen zij tijdens hun eigen ontwikkeling tegen bepaalde problemen zijn aangelopen, of zijn ze juist gefascineerd door een bepaalde aanpak, invulling, et cetera. Ook kan het na ruim 3 jaar zo zijn, dat studenten uitgesproken ideeën hebben over de uitwerking van een vakdidactisch onderwerp, maar hebben ze nooit de tijd gevonden deze onderwerpen uit te werken. In het tweede deel van deze module krijgen de studenten om bovenstaande redenen de tijd om naar eigen keuze een vakdidactisch onderwerp in te vullen.

Doelstellingen


  • De studenten kennen de ontwikkelingen van het vak Nederlands binnen het mbo van de laatste jaren.

  • De studenten onderzoeken op een mbo-school hoe het vak Nederlands er gegeven wordt: vanuit de visie van de school, vanuit methodes en vanuit de ondervonden praktijk.

  • De studenten beschrijven significante verschillen tussen de didactiek van het vak Nederlands in het mbo enerzijds en het vmbo/ havo/ vwo anderzijds.

  • De studenten kunnen duidelijk beschrijven in hoeverre het vak Nederlands vakgerelateerd is in het mbo (m.n. in de bezochte school).

  • Studenten onderzoeken een zelfgekozen vakdidactisch onderwerp vanuit vakliteratuur.

  • Studenten ontwerpen vanuit het onderzoek een vakdidactische bijdrage voor het onderwijs.



Ingangsniveau


Algemene vakdidactische principes zijn bekend. Vakdidactiek van het lezen, schrijven, spreken, luisteren en taalbeschouwing is uitgebreid aan bod geweest. Dit was vooral toegespitst op vmbo/ havo/vwo. Studenten zijn verder al bezig aan hun vierdejaars stage.

Studietijd


  • Begeleid 9 sbu

  • Zelfstudie 7 sbu

  • Opdracht les 1 4 sbu

  • Eindopdracht onderzoek en uitwerking 63 sbu

  • Presentatie (en voorbereiding) 1 sbu




  • Totaal 84 sbu = 3 ECTS



Studieactiviteiten


Bijwonen van de colleges (1 en 4). Mbo-school bezoeken en daar opdrachten uitvoeren (vgl. opdracht 1) en hiervan later de bevindingen presenteren. Zelf opzetten van een onderzoeksplan (volgens de leidraad in opdracht 2), uitvoeren van onderzoek, bestuderen van relevante literatuur en opzetten en uitvoeren van praktijkideeën. In de tentamenweek: presenteren van de bevindingen op een motiverende manier.


Opdrachten



Opdracht 1: Nederlands in mbo

Inleiding

De vmbo-scholen in Nederland verschillen nogal van elkaar, betreffende de invulling van het schoolvak Nederlands. Binnen het havo en vwo zijn er uiteraard ook verschillen, maar deze zijn kleiner en van een andere aard. In de eerste drie jaren van de opleiding is hier geregeld op ingegaan.


In de onderzoeksopdracht voor de komende twee/ drie weken ga je zelf onderzoeken hoe Nederlands in het mbo gegeven wordt, wat de plaats is van Nederlands binnen het mbo, wat de onderwerpen zijn, die aan bod komen, hoe praktijkgericht Nederlands in het mbo is, hoe de methodes eruit zien, waar de nadruk op ligt, hoe de lessen gegeven worden, hoe de mbo-school aansluit bij de opvattingen over vakdidactiek uit de eerste didactische cursus van de opleiding – zoals o.a. communicatief onderwijs, taalbeschouwelijke attitude, transfer op verschillende niveaus, deelvaardigheden in dienst van totaalvaardigheden, OVUR-model, etc. – wat de ontwikkelingen van de laatste jaren zijn binnen het vak Nederlands in het mbo, et cetera.
Deze opdracht ga je voor het grootste deel uitvoeren op een mbo-school. Immers, daar zul je de meeste en de meest recente informatie vinden.
Je gebruikt bij je onderzoek verschillende bronnen: artikelen, interviews met docenten, leerlingen, etc. van de middelbare school waar je op bezoek gaat, methodes (met handleidingen), computerprogramma’s, schoolgidsen, etc.
Exacte opdracht

Schrijf een verslag naar aanleiding van eigen onderzoek over de plaats van Nederlands in het mbo. Dit verslag moet voldoen aan de eisen, die komen uit de cursus rapportagetechniek.

Je maakt eerst kort een kort onderzoeksplan, dat je ophangt aan een centrale vraag. Maar daarvoor zul je allereerst moeten brainstormen. Na het brainstormen en de globale vaststelling van de bronnen (waaronder minimaal 8 artikelen), stel je jezelf een vraag (vanuit een probleemstelling). Hieromheen ga je subvragen formuleren, die uiteindelijk je onderzoeksplan vormen. Dan ga je aan de slag. Je zoekt antwoorden op je vragen vanuit de verschillende bronnen (mogelijke bronnen werden in de inleiding van deze opdracht al gegeven). Dit leg je vast in je verslag, waarbij je in het laatste hoofdstuk dus concludeert – onder andere door antwoord te geven op de centrale vraag.

Ook kun je foto’s maken of een videocompilatie mbo, voorzien van commentaar.


Schematisch ziet het er dus als volgt uit (dit is een hulpmiddel om structureel te kunnen werken):

Onderzoeksplan Nederlands in het mbo



  • brainstormen over wat je weet over/ denkt van Nederlands in het mbo;

  • globale literatuur verzamelen (zo veel mogelijk). Zie als hulp bijlage 1 in deze studietaak. Ook kun je op de school zoeken naar literatuur;

  • zoeken van (informatie over) methodes Nederlands, specifiek natuurlijk die van de school waar je naartoe gaat;

  • probleem/ vraag schetsen en de centrale vraagstelling formuleren;

  • subvragen noteren, die samenhangen met de centrale vraag (soort inhoudsopgave)

  • de juiste literatuur hierbij selecteren om antwoorden te vinden;

  • naar de mbo-school gaan om antwoorden te vinden;

  • subvragen met antwoorden ombouwen tot een goed lopend verslag;

  • conclusies trekken.

  • Eventueel videofragmenten, foto’s, etc. inbouwen als bijlage ter ondersteuning.




  • Presentatie voorbereiden, waarbij de belangrijkste/ meest opvallende zaken aan bod komen, ondersteund met foto’s, voorbeelden uit methodes, praktische zaken (bijvoorbeeld uitspraken in interviews; een observatie van een les Nederlands, afgezet tegen een gelezen artikel en de verschillen/ overeenkomsten benoemen)..



Centraal in je onderzoek staan de mbo-school, waar je het onderzoek gaat uitvoeren en de artikelen, die je vooraf leest.
Onderwerpen die op een of andere manier zeker aan bod moeten komen zijn de volgende:

  • globale invulling van het schoolvak Nederlands in het mbo (met specifieke verwijzingen naar de school waar je het onderzoek uitvoert);

  • korte vergelijking met de invulling van het vak in het voortgezet onderwijs;

  • de beroepsgerichtheid van het vak op de mbo-school;

  • de aandacht aan taal bij andere vakken;

  • communicatief onderwijs, transfer, taalbeschouwelijke attitude, deelvaardigheden in dienst van totaalvaardigheden, OVUR-model;

  • op welk aspect van het schoolvak Nederlands ligt de nadruk en hoe komt dit?

  • Jouw eigen mening op ieder aspect dat je bespreekt, goed onderbouwd en getuigend van een duidelijke visie op taalonderwijs.

Verder is het van belang, dat je je centrale vraag vanuit verschillende invalshoeken bekijkt: artikelen, methodes, interviews met docenten, interviews met leerlingen, observaties in de klas, visie van de school, etc. Op deze manier kom je met de problematieken in aanraking rond de praktische invulling: hoe het zou moeten, welke materialen er voorhanden zijn en hoe het uiteindelijk wordt uitgevoerd.


Wijze van beoordeling

Geordend verslag (vgl. rapportagetechniek) en een gedegen presentatie in week 4, met visuele ondersteuning (powerpoint/ foto’s/ sheets/ video/ documenten/ (scans van) methodes/ etc.).

Opdracht 2: Verdieping vakdidactisch onderwerp.

Zoals bij de motivering al werd aangegeven, hebben jullie al heel wat vakdidactiek gehad vanuit de opleiding. In de stage ben je ook constant met vakdidactiek in de weer. Als vierdejaars student heb je waarschijnlijk wel al een bepaalde stelling ingenomen over wat goed onderwijs is het in het schoolvak Nederlands behelst. Dat het communicatief moet zijn, functioneel, strategisch, realistisch en ga zo maar door, dat zal iedereen wel vinden – en als dat niet zo is, kun je daar je onderzoek op richten.

Ieder mens heeft echter eigen voor- en afkeuren, eigen interesses; iedere student heeft eigen specifieke ideeën om het onderwijs in onze taal beter te maken. Iedere student heeft ook andere stages, andere scholen en andere mentoren gehad, dan andere studenten. Kortom: het zal niet zo zijn, dat iedereen uit deze vierdejaars groep na bijna 4 jaar opleiding en stage graag hetzelfde voorgekauwd wil krijgen. Vandaar, dat er in deze afsluitende module de mogelijkheid wordt geboden om een vakdidactisch onderwerp aan te gaan pakken van jouw voorkeur. Dat kan vanuit verschillende argumenten komen:


  • je bent erg geïnteresseerd in een bepaald onderwerp/ een combinatie van bepaalde onderwerpen;

  • je hebt altijd al graag eens aandacht willen besteden aan iets, wat in jouw ogen te weinig aan bod is geweest in de opleidingen/ of de stage;

  • je hebt ergens uitgesproken ideeën voor en je krijgt nu eindelijk eens de tijd om die onderwerpen uit te werken;

  • je wil iets totaal nieuws uitproberen;

  • etc.

Je gaat als volgt te werk:



  • kies een vakdidactisch onderwerp

Dit mag van alles zijn, uiteraard overleg je eerst met de docent. Het mag uiteraard niet iets zijn, wat al elders in de opleiding aan bod is geweest. Een uitwerking van iets wat slechts sporadisch aan bod is geweest kan uiteraard wel;

Mogelijke onderwerpen

  • fictief schrijven voor vmbo/ havo/ vwo

  • motiverend stelonderwijs

  • jeugdliteratuur in de klas als hoofdthema

  • vakkenintegratie vanuit jeugdliteratuur

  • grote en moderne aandacht aan spreken/ luisteren

  • Nederlands en multimedia uitgebuit

  • Meer … op mijn stageschool: een beleidstekst met concrete materialen en een ideeënboek;

  • Anders…




  • brainstorm over het onderwerp en je ideeën;

  • maak een bronnenlijst van ruw materiaal;

  • beschrijf de probleemstelling;

  • stel een (vakdidactische) centrale vraag op;

  • maak subvragen in logisch verband (bouwplan). Zorg er hierbij voor, dat het onderzoek uiteindelijk het onderwijs moet dienen (dus een lessenreeks met goed beargumenteerde onderbouwing, of een beleidsplan met concrete materialen en ideeën, een project, etc.). Dus je krijgt een onderzoek met vakdidactische invulling, die vanuit literatuur beargumenteerd/ onderbouwd wordt;

  • selecteer je belangrijkste bronnen (denk naast boeken, artikelen en internet ook aan interviews, etc.);

  • werk je ideeën uit n.a.v. je bouwplan in een goed lopend verslag;

  • trek conclusies, die antwoord geven op je centrale vraag en die een oplossing bieden voor de probleemstelling;

  • uiteraard voldoet het eindwerkstuk aan de eisen, die vanuit de cursus rapportagetechniek komen;

  • als het werk klaar is, bereid je een presentatie voor, waarbij je in twintig minuten op zeer motiverende wijze de hoofdpunten van je onderzoek aan de groep introduceert. Je gebruikt daarbij visuele middelen en aangeleerde presentatietechnieken. Het doel van je presentatie is andere studenten ervan te overtuigen ook op deze manier met de betreffende materie om te gaan in de klas/ in de school. Werk dus vooral vanuit praktische voorbeelden! Laat ook de bestudeerde literatuur zien en vertel iets over achterliggende theorie, maar laat vooral zien wat voor nieuws jij in de praktijk hebt gebracht.


Infrastructuur


Zie bijlage 1

Methodes Nederlands voor het mbo

Zelf gevonden literatuur in het kader van opdracht 1 en 2

Toetsvorm


  1. Nederlands in het mbo: verslag van uitgewerkte opdrachten en presentatie.

  2. Onderzoeksverslag en presentatie van de bevindingen.

De verslagen worden beoordeeld, mits de presentaties voldoende zijn. Bij goede presentaties kan het cijfer van de verslagen met een punt omhoog worden gehaald.


Studiewijzer
Nederlands in het mbo
Week 1

Toelichting op de laatste vakdidactische cursus. Onderzoeksopzet; vakdidactiek die te weinig aan bod is gekomen in de opleiding; aanzet voor een vakdidactische scriptie.

Globale inhoud:


  • Nederlands in het mbo (les 1-4);

  • Individuele verdieping in een vakdidactisch onderwerp (les 4-8). Denk al na over een onderwerp (voor voorbeelden: zie week 4).

Ervaringen van studenten die in het mbo les geven/ hebben gegeven. Verschillen met vmbo/ havo/ vwo – Marthe Knarren.

Aansluiting mbo op vmbo. Eerst wordt er vanuit ervaringen van studenten gekeken. Later volgt dan een uiteenzetting over het Emmacollege te Hoensbroek.
Bespreken van een aantal artikelen, waarbij de onderwerpen zijn: taalgericht vakonderwijs:

Taalgerichtheid op de opleidingen/ taal in het beroep

'Ja, nou je het zegt ...'

'De taal is een visitekaartje'

Geen d's en dt's
Beroepsgericht opleiden met competenties (taal)

http://www.rug.nl/let/voorzieningen/etoc/beroepspraktijk
“Methode, waarin beroepsgerichtheid belangrijk is

http://www.uitgeverij-deviant.nl/blauwebijlage.cfm?PN=yes
Krantenartikel over de nieuwe manier van Nederlands in het mbo

http://www.rocva.nl/sf/sf.cgi?20258

Toelichten opdracht: Nederlands in het mbo. Belangrijk is het, dat iedereen alles tijdig heeft afgerond! Als dit iet het geval is, volgt er een vervangende opdracht.



Week 2

Zelf aan de opdracht werken: werkplekstage.



Week 3

Verder aan de opdracht werken: werkplekstage.


Week 4


Presentaties van de onderzoeken naar het mbo. De presentaties tellen mee voor de eindbeoordeling, samen met het verslag.

De verschillen tussen de scholen zullen zeker besproken worden.



Individuele verdieping vakdidactisch onderwerp

Week 4


  • Toelichting opdracht.

  • Maken van afspraken voor de komende lessen.



Week 5


Per student wordt het onderwerp, de probleemstelling met de centrale vraag bekeken en de literatuur, die de student wil gaan gebruiken. Ook kunnen de studenten vragen stellen over de invulling van de opdracht. Als het conceptbouwplan al af is, wordt dat uiteraard ook bekeken.

Na goedkeuring van de centrale vraag en de te gebruiken literatuur kunnen de studenten aan de slag.

Er wordt een afspraak gemaakt over wanneer het bouwplan definitief doorgemaild wordt.

Let op: ook wordt aan het einde van het gesprek een afspraak gemaakt voor een tweede voortgangscontrole in week 7.
Week 6

Studenten werken aan de opdracht.


Week 7

Studenten werken aan de opdracht en rapporteren de docent over hun vorderingen. Dit gebeurt weer op daarvoor afgesproken tijdstippen.


Week 8

Studenten werken verder aan hun onderzoek.



Tentamenweek


Presentaties, eventueel uitwisseling van ideeën, inleveren verslagen van opdracht 1 en 2.
BIJLAGE 1
In het volgende zijn allemaal artikelen te vinden over Taal/ Nederlands/ het onderwijs/ de didactiek in het mbo. Ze zijn erg uiteenlopend, maar vooral de beroepsgerichtheid, ook bij taal, staat voorop. Kies hier dus minimaal 8 artikelen uit, die je in je onderzoek gebruikt.
Nederlands op het MBO:

Instruct (methode Nederlands voor het MBO): http://www.instruct.nl/sf35/sf.mcgi?960


Exameneisen MBO (niet taalspecifiek): http://www.minocw.nl/examenvmbo/examenmbo.html
Communicatieve competenties in de beroepsopleiding: http://www.rug.nl/let/voorzieningen/etoc/beroepspraktijk

Productief Nederlands (methode MBO): http://www.uitgeverij-deviant.nl/productiefNL.cfm?PN=yes

Goed voorbeeld! Belangrijke hyperlinks!
Artikel Levende Talen Magazine (aanwezig in KLC): http://taalunieversum.org/onderwijs/tijdschriften/artikel.php?artikel_id=95&tijdschrift_id=11
Taalvaardigheden onder de loep: http://taalunieversum.org/onderwijs/tijdschriften/artikel.php?artikel_id=102&tijdschrift_id=6
En nog meer uit Taalunieversum: http://taalunieversum.org/onderwijs/onderzoek/1969-1997/artikel.php?id=20 en http://taalunieversum.org/onderwijs/onderzoek/publicatie/221 en http://taalunieversum.org/onderwijs/onderzoek/publicatie/
Brief over taalbeleid aan tweede kamer: http://www.onderwijsachterstanden.nl/taal.php/achtergrond/zitbel018.html
Muiswerk producten MBO: http://www.muiswerk.nl/producten/main2mbo.shtml
Campagne leersucces in VMBO en MBO: http://www.minocw.nl/vmbo/docs/leersucces.pdf
Nieuwe kansen voor taalonderwijs aan anderstaligen: http://www.integratie.net/kcgs/servlet/nl.gx.siteworks.client.http.GetFile/id=141209/file=Nieuwe_kansen_voor_taalonderwijs.pdf/textonly=149398
Krantenartikelen over Nederlands op het MBO:

Handig Nederlands leren (NRC Handelsblad): http://www.rocva.nl/sf/sf.cgi?20258


Taalonderwijs (Trouw): http://www.trouw.nl/opvoedingenonderwijs/artikelen/1049951318446.html
MBO-student strandt op Nederlands (Volkskrant): http://www.volkskrant.nl/binnenland/1045639096063.html
Wat algemenere sites die wellicht al bekend zijn:

Expertisecentrum Nederlands: http://bscw.socsci.kun.nl/taalonderwijs/en/

Trefpunt Talen (Kennisnet): http://trefpunttalen.kennisnet.nl/

Vakspecifieke artikelen


Hoe schrijf je hygiëne?
Rene Leverink spreekt met Ton Oosterveer over taal in het praktijkboek voor het leerwerktraject in de foodsector. Uit: de Taalkrant 1/1, december 2002, p. 8-9
Hoe schrijf je hygiëne?

Ton Oosterveer is adviseur van de SVO, het opleidingsinstituut voor de foodsector. Deze organisatie beschikt over zeven eigen scholen, bedoeld voor het leerlingwezen. Dit betekent dat de SVO nauwe contacten onderhoudt met de leerbedrijven. De organisatie ziet erop toe dat de leerling op het leerbedrijf een goede opleiding krijgt. Daarnaast is de SVO in deze branche de instantie die zich bezighoudt met de invoering van de leerwerktrajecten.

Oosterveer: "Wij hebben contacten gezocht met vmbo-scholen die een consumptieve afdeling hebben of die bezighouden met grootkeukens. Vanuit die scholen krijgen wij leerlingen die een werkplek zoeken voor hun leerwerktraject. Als SVO hebben we gezorgd voor een praktijkboekje, dat we zowel aan de praktijkopleider als aan de leerling zullen overhandigen."



Snuffelen

Bij de samenstelling van het praktijkboekje hebben Oosterveer en zijn medeauteurs zich afgevraagd wat men precies kan verwachten van een leerwerktraject. "Het gaat om leerlingen van veertien, vijftien jaar. Deze willen eigenlijk snuffelen aan het slagersvak Je moet met het vak in contact komen om het leuk te gaan vinden. Daarom hebben we gezocht naar bedrijven waar ze ook werkelijk kunnen snuffelen. Waar ze van alles kunnen zien en proeven, zodat ze inhoudelijk goed weten wat dat slagersvak inhoudt. Dat was ons uitgangspunt voor het praktijkboekje."



Hiegiejeenuh

In het slagersvak speelt taal een belangrijke rol. Denk maar aan de omgang met klanten. Daarnaast gaat het ook om de taal waarin de leerlingen in het praktijkboekje en op de werkvloer worden aangesproken. Oosterveer: "In het leerlingwezen hebben wij te maken met mensen van 17 en 18. Qua taal en belevingswereld verschillen die van leerlingen van 14 en 15 jaar. Om die reden hebben wij ons materiaal ter beoordeling voorgelegd aan Monique van de Laarschot van het Platform Taalgericht Vakonderwijs. Zij kwam onder meer met de waardevolle opmerking dat op vmbo-scholen vaak gewerkt wordt met het schema voorkennis activeren, uitvoeren en terugblikken. Dat laten we in het praktijkboekje terugkomen. Verder heeft ze ons nuttige adviezen gegeven over het aanpassen van de tekst aan het niveau van de doelgroep. Een voorbeeld: hoe spreek je het woord ‘hygiëne’ uit? Op advies van Monique schrijven we het een keer zoals je het zegt: ‘hiegiejeenuh’. Dat is iets waar we zelf nooit aan gedacht hadden."



Taal in de dagelijkse praktijk

Welke taalaspecten zijn in de dagelijkse praktijk van het slagersvak van belang voor de snuffelende leerling? Oosterveer: "Het contact met klanten is natuurlijk erg belangrijk. Daarbij moet je onderscheid maken tussen verschillende bedrijven. Bij een Keurslager hoor je heel beleefd en netjes te zijn. Bij een prijzenslagerij, zo’n gooi-en-smijtzaak, wordt daar minder op gelet. Ook de omgang met collega’s is daar anders. Het is goed dat een leerling dat verschil leert kennen. Dat komt zijn communicatieve vaardigheden ten goede. Andersom kan de leerling in de praktijk van het vakonderwijs en het leerwerkbedrijf ook zijn taal verder ontwikkelen. Telefoongesprekken voeren, bestellingen opnemen, klanten te woord staan, zo vorm je je taal. Dan is het niet meer zo erg belangrijk of je paard nu met een d of met twee d’s schrijft. Het gaat erom hoe je communiceert."



Geen d's en dt's
Rene Leverink spreekt met Joop Holla over taal in leerwerktrajecten. Uit: de Taalkrant

Geen d's en dt's

Joop Holla is momenteel coördinator ICT-onderwijs aan het Nova College, een vmbo-school in Amsterdam. Daarnaast is hij docent Nederlands. Vorig jaar heeft hij in die hoedanigheid meegewerkt aan het opzetten van een programma voor leerwerktrajecten.

Al in 1984 begon Holla met het ontwikkelen en aanbieden van onderwijs in school- en vaktaal aan allochtone leerlingen. Hij was er vroeg van overtuigd dat je het vak Nederlands niet alleen binnen de muren van het klaslokaal moet geven. Een kwart eeuw later moet hij constateren dat deze opvatting nog lang niet overal weerklank heeft gevonden. Hoe komt dat volgens hem? "Herinrichtingen van het onderwijs hebben veel tijd drie, vier jaar vijftig procent van de schoolpopulatie allochtoon. Dan heb je veel meer met de problematiek van school- en vaktaal te maken dan in andere regio's."



Motivatie

Toch wil Holla het onderscheid nodig. Ook ziet men niet overal de noodzaak van veranderingen. Hier in Amsterdam is binnen tussen omgangstaal, schooltaal en vaktaal niet alleen betrekken op de allochtone leerlingen. "Het speelt overal. Vergeleken met vroeger zie je dat de motivatie en het niveau van de leerlingen duidelijk is afgenomen. In het kader van de leerwerktrajecten hebben we van veertig leerlingen een competentieanalyse laten maken. Wat daaruit gekomen is, weet eigenlijk iedere docent wel. Maar het moet eerst objectief worden vastgesteld, voor er iets mee gedaan wordt. Ik bedoel dat de leerlingen van nu niet alleen tekortschieten op het gebied van taal, maar ook in sociale vaardigheden. En dat zijn ze zich lang niet altijd bewust. Zo vonden die leerlingen dat ze goed voor zichzelf opkomen, terwijl dat in werkelijkheid helemaal niet zo is. Op de stageplek wordt van lwt-leerlingen verwacht dat ze eigen initiatief nemen, communicatief vaardig zijn en een kritische houding durven aan te nemen. Dat ontbreekt nogal eens. Met name bij allochtone leerlingen. Vaak is dat ook een kwestie van cultuur."



Geen theorie

Naast het opzetten van de leerwerktrajecten op het Nova College heeft Holla zich ook beziggehouden met de praktische invulling daarvan. "We waren er al in een vroeg stadium van overtuigd dat je deze leerlingen niet te veel lastig moet vallen met theorie. Ze hebben echt geen belangstelling voor d's en dt's, gezegde en persoonsvorm Het programma moest zo in elkaar zitten, dat het evengoed door een vakdocent als door een docent Nederlands begeleid kon worden. We hebben een driesporenbeleid ontwikkeld. Spoor één is het aanleren van functionele taalvaardigheid. Het tweede spoor is specifiek vaktaalonderwijs. Spoor drie is directe ondersteuning door de docent Nederlands in de lessen vaktheorie. Soms kan een leerling het antwoord op een technische vraag niet vinden omdat hij de vraag niet begrijpt. Dat betekent natuurlijk wel dat je als docent Nederlands in het vaklokaal moet komen. Deze aanpak vraagt om een nauwe samenwerking tussen de docenten Nederlands en de vakdocenten. Ik heb zelf heel prettig gewerkt met docenten metaaltechniek en maakte min of meer deel uit van de vakgroep. Helaas is er op veel scholen nog een strikte scheiding tussen theorie- en vakdocenten. Ook is het vaak zo dat een docent Nederlands veel te hoge eisen stelt aan de taalvaardigheid van de leerlingen. Mijn streven is echt niet dat ze perfect Nederlands kunnen als ze hier van school komen. Ik probeer ze de taalvaardigheden bij te brengen waarmee ze verder kunnen. De taal leren ze vooral in de praktijk. Bijvoorbeeld tijdens een leerwerktraject. Daar moeten ze een telefoongesprek voeren, overleggen met collega's en een verslag schrijven. Als ze dat onder de knie hebben, ben je al een stuk verder."



Verrijking

Kijkend vanuit zijn positie als docent Nederlands ziet Holla de leerwerktrajecten als een verrijking: "De leerling wordt eerder geconfronteerd met de werkelijkheid van het maatschappelijk leven en het bedrijfsleven. Hij komt in aanraking met andere mensen. De ervaring is dat leerlingen dan sneller de taal oppikken dan als ze in het schoolsysteem blijven. Een leerwerktraject kan dus een positieve invloed hebben op het verwerven van de taal."



Het memoryspel van Wendy en Ineke
Annelies Kappers interviewt Wendy Eelhart en Ineke Burger van de opleiding Haarverzorging van het ROC, Amsterdam. Ze zijn allebei bezig met de didactische cursus voor zij-instromers in het BVE.

Het geheim van Lilian
Annelies Kappers interviewt Lilian Stüger, docent Recht op de afdeling Juridische Hulpverlening op de locatie Schipluidenlaan van het ROC van Amsterdam. Zij heeft op de rechtbank gewerkt, werkt nu bij het stagebureau, geeft les en is bezig met de didactische cursus voor zij-instromers in het BVE.

Geef leerlingen structuur, feedback en beloning’
Annelies Kappers interviewt Yvonne Stinis en Arie Kuiper, docenten geschiedenis in het VAVO, Vestiging Joke Smit van het ROC Amsterdam op de Reinier Vinkeleskade.

'Ja, nou je het zegt ...'
Rene Leverink spreekt met Bert de Vos over taal in het praktijkboek voor het leerwerktraject in de administratieve sector. Uit: de Taalkrant 1/1, december 2002, p. 9-10
'Ja, nou je het zegt ...'

Bert de Vos zit bij APS in de projectgroep Taal&Vak, die zich vooral bezighoudt met taalgericht vakonderwijs. Actuele vraag: is het mogelijk om dit ook in de leerwerktrajecten vorm te geven?

De Vos: "De brancheorganisaties zijn druk bezig met het maken van praktijkboeken. Wij zien graag dat die niet alleen op de inhoud van het vak gericht zijn, maar dat er ook aandacht besteed wordt aan het vergroten van de taalvaardigheid van de leerlingen. Toen we dat aan de verschillende brancheorganisaties voorlegden, waren de reacties uiteenlopend. Sommige zagen niet er niet direct de noodzaak van in, maar andere gaven aan dat ze zelf ook in die richting zaten te denken. De ECABO (een landelijk kenniscentrum voor de administratieve, ICT- en veiligheidssectoren van het middelbaar beroepsonderwijs, samen goed voor die circa 85.000, red.) heeft ons bijvoorbeeld haar praktijkboeken opgestuurd, met de vraag er commentaar bij te geven."



Niet alleen de inhoud

Het viel De Vos op dat de brancheorganisaties in eerste instantie de taalcomponent een beetje over het hoofd hebben gezien. "Als je ze daar dan op wijst, zeggen ze: ja, nou je het zegt, daar moeten we inderdaad meer aandacht aan besteden. Dat verhoogt de waarde van de leerwerktrajecten. Het gaat niet alleen om de inhoud van het vak, maar ook om het vergroten van de algemene vaardigheden van de leerlingen."

Volgens De Vos moet het vak Nederlands geen geïsoleerde positie innemen. "De voortgezette taalverwerving is een zaak van alle vakken, niet alleen van Nederlands. Natuurlijk kan een docent Nederlands zijn leerlingen prima tekstbegrip laten oefenen aan de hand van een tekst uit een methode Nederlands, maar het effect wordt veel groter als ook bij andere vakken aandacht wordt besteed aan tekstbegrip."

Inbedden

Hoe kan het taalonderwijs effectief in de leerwerktrajecten geïntegreerd worden? "Er komt eigenlijk een poot bij. Je hebt de les Nederlands, de praktijklessen en nu ook het leerwerkbedrijf. In al die situaties hebben de leerlingen taalvaardigheden nodig. De leerwerktrajecten bieden de mogelijkheid om alles een beetje te integreren. Je kunt de leerling in het leerwerktraject talige taken geven, waar hij samen met de vakdocent en de docent Nederlands op terugkijkt. Zo kun je bijvoorbeeld het introductiegesprek of het stageverslag samen evalueren. Het mooiste is natuurlijk dat aan deze zaken al vooraf in het praktijkboek aandacht wordt besteed. En dat is iets waar we de brancheorganisaties graag op willen wijzen. Daarnaast zou taalgericht vakonderwijs ingebed moeten worden in de onderwijskundige en logistieke organisatie van de school. Ook het leerwerkbedrijf kan hier een belangrijke rol in spelen. Bijvoorbeeld door de leerling in de gelegenheid te stellen gesprekken te voeren met medewerkers en klanten. De school kan het leerwerkbedrijf hierbij terzijde staan. Die samenwerking tussen school en bedrijf komt langzamerhand steeds beter uit de verf."



Niet kunstmatig, maar doelmatig
René Leverink spreekt met Monique van de Laarschot over taal in het praktijkboek voor de foodsector. Uit: de Taalkrant 1/1, december 2002, p. 10-11

'De taal is een visitekaartje'
René Leverink spreekt met Henny Jacobs over taal in het praktijkboek voor zorg en welzijn. Uit: de Taalkrant 1/1, december 2002, p. 11-12

'De taal is een visitekaartje'

Henny Jacobs (SLO) werkt in opdracht van de OVDB (het landelijk orgaan voor de Zorg en welzijn) als projectleider aan het ontwikkelen van praktijkboeken voor de leerwerktrajecten voor deze sector. In het bijzonder gaat het om verzorging, welzijn, facilitaire dienstverlening en sport en bewegen. Voor al deze disciplines wordt één gezamenlijk praktijkboek gemaakt.

Het praktijkboek is deels gereed en kan ingezien worden op de website van de OVDB (www.ovdb.nl). Henny Jacobs: "Het is bedoeld als een handvat voor de leerling, de docent en de werkplekbegeleider. De leerling bereidt zich op school door middel van een beperkte hoeveelheid theorie en een aantal oefeningen voor op zijn werkperiode. Hij maakt op basis hiervan voor zichzelf een korte samenvatting of reminder, zodat hij de belangrijkste informatie ter plekke beschikbaar heeft."



Sociaal-communicatieve vaardigheden

Henny Jacobs vindt dat in leerwerktrajecten veel aandacht besteed moet worden aan de sociaal-communicatieve vaardigheden. "De vraag is echter: hoe pak je dat aan? De werkplekbegeleider weet niet altijd met welke type leerling hij te maken krijgt, wat hij van deze leerling kan verwachten en hoe hij er op een pedagogisch-didactisch verantwoorde manier mee om moet gaan. Er is een spanningsveld tussen wat de leerling kan en mag. Dit is afhankelijk van het bedrijf of instelling, van de werkplekbegeleider en van de leerling. Men is vaak huiverig om de leerling meer verantwoordelijkheid te geven. Soms kan een leerling meer dan men denkt en omgekeerd. Het is een kwestie van aftasten. De kunst is om opdrachten te bedenken die aantrekkelijk en uitdagend zijn voor de leerlingen en die het werkveld óók tevreden stellen. Dat is schipperen, want in de ene instelling mag een leerling amper een kind een luier omdoen, terwijl dat in een andere instelling wel mag. Dat ligt heel gevoelig en maakt de ontwikkeling van leermaterialen soms wat lastig. Aan de andere kant horen we van de kant van de docenten vaak: dáár zaten we nu juist op te wachten."



Nieuwe ideeën

Het praktijkboek sluit aan bij de eindtermen van de sector Zorg & welzijn van het vmbo, zeker ook wat betreft het aanleren van sociaal-communicatieve vaardigheden. Aan de orde komen onder meer kennis maken, een telefoongesprek voeren, een boodschap doorgeven en het uitleggen van de bediening van een apparaat, bijvoorbeeld de afstandbediening van de televisie. Henny Jacobs: "Dat zijn heel talige opdrachten. Op dat moment wordt de invloed van Taalgericht Vakonderwijs merkbaar. We maken gretig gebruik van de nieuwe ideeën die we uit die hoek aangereikt krijgen. Bijvoorbeeld: hoe pak je dat uitleggen van zo’n apparaat nu aan? De ontwikkelaars van het materiaal zijn docenten huishoudkunde of gezondheidskunde. Die hebben vaak wel het onderdeel omgangskunde in hun programma, maar zijn natuurlijk niet primair taalgericht. Gelukkig hebben we deze vakdocenten en ook de OVDB ervan kunnen overtuigen dat de factor taal een grote rol speelt in een leerwerktraject. Het is een ander soort taalgebruik dan de leerlingen gewend zijn. Ze moeten zich opeens professioneel opstellen. Dat is anders dan thuis of op school. Je taal is een visitekaartje. Het gaat er niet alleen om hoe je eruit ziet, maar ook wat er uit je mond komt. Zeker bij Zorg en welzijn. Dat professionele taalgebruik wordt onder meer geoefend met behulp van rollenspellen en simulaties op school. Dit wordt aangestuurd vanuit het praktijkboek."



Praktijkboeken en taal
Een inleiding bij vijf interviews van René Leverink. Uit: de Taalkrant 1/1, december 2002, p. 7

NASK en taal 1
Twan Brouwers beschrijft waarom aandacht voor taal bij lessen natuur- en scheikunde belangrijk is. Uit: de Taalkrant 1/1, december 2002, p. 1-2

NASK en taal 2
Twan Brouwers gaat in op didactische achtergonden voor de aandacht voor taal bij lessen natuur- en scheikunde. Uit: de Taalkrant 1/1, december 2002, p. 2-4

NASK en taal 3
Twan Brouwers gaat in op de rol van taal bij het denken en op enkele vragen van lezers. Uit: de Taalkrant 1/1, december 2002, p. 4

achtergrondinformatie het Platform links publicaties reacties faq's

algemene artikelen vakspecifieke artikelen verwante artikelen

opsomming overzicht

persberichten nieuwe bijdragen op de stee nieuwe publicaties

Als het moeilijk wordt ga je denken; leren lezen in het voortgezet onderwijs


Als het moeilijk wordt ga je denken; leren lezen in het voortgezet onderwijs. 50 min. Regie: Maarten van der Burg, Scriptfactory. In opdracht van APS-project Taal&Vak

Prijs: 40,50 inclusief handleiding voor gebruik, exclusief verzendkosten, inclusief btw. Besteladres: APS, secretariaat Taal&Vak, Postbus 85475, 3508 AL Utrecht.

Tel. 030 2856715, fax 030 2856776, taalaanpak@aps.nl, bestelnummer 400046.

 

Beschrijving

In de videofilm Als het moeilijk wordt, ga je denken; leren lezen in het voortgezet onderwijs zijn twee voorbeeldlessen te zien over het begrijpend leren lezen van vakteksten. De docent Nederlands zet door middel van activerende werkvormen zijn leerlingen van een eerste en een derde klas v.o. aan het denken over hun aanpak van een tekst uit het aardrijkskundeboek. Ze leren daarbij zowel van elkaar als van de docent die via de 'hardop-denk-methode' zijn eigen aanpak demonstreert. De film is gemaakt vanuit de ervaring dat de huidige aanpak van het leesonderwijs in het voortgezet onderwijs aan de hand van stappenplannen saai en weinig activerend is en daarom ook niet leidt tot de gewenste transfer naar de zaakvakken.


  • De les is ontworpen aan de hand van enkele uitgangspunten voor effectief leesvaardigheidsonderwijs, die afgeleid zijn uit de literatuur en de praktijk.

  • De les sluit aan bij kennis die de leerlingen al hebben van strategisch handelen in dagelijkse situaties.

  • De leerlingen ervaren dat het bewust inzetten van strategieën een handig middel kan zijn om een doel te bereiken en dat je van de aanpak van anderen (medeleerlingen en de docent als expert) kunt leren. 

  • De les is gericht op bewustwording van eigen leesgedrag en de uitbreiding van het eigen repertoire.

  • De leerlingen ontdekken dat niet iedereen dezelfde strategieën gebruikt en/of nodig heeft.

  • De aanpak van de docent is mede gebaseerd op de principes van rolwisselend leren, aan de hand van de 'hardop-denk-methode'.

Daarnaast voldoent de les aan een aantal algemene criteria voor effectief en taalgericht onderwijs, zoals:

  • Een heldere lesstructuur.

  • Heldere lesdoelen.

  • Gevarieerde werkvormen die alle leerlingen stimuleren om hun denken onder woorden te brengen, in hun eigen taal.

  • Inzet van een vormgever als hulpmiddel om het denken te verwoorden.

  • Heldere instructie op de opdrachten.

  • Veel procesgerichte feedback van de docent. 

Doelgroep

Taalcoördinatoren/interne begeleiders kunnen de film gebruiken om hun eigen ideeën over dit onderwijs te toetsen, aan te scherpen en uit te breiden. Ze kunnen de film daarnaast inzetten in een scholings/begeleidingstraject voor collegae Nederlands en andere vakken, die -bijvoorbeeld in het kader van taalbeleid- gericht willen werken aan het verbeteren van de leesvaardigheid.



achtergrondinformatie het Platform links publicaties reacties faq's

algemene artikelen vakspecifieke artikelen verwante artikelen

opsomming overzicht

persberichten nieuwe bijdragen op de stee nieuwe publicaties

Literatuurlijst Taalgericht vakonderwijs


februari 2004

 


    1. Aalsvoort, M. van de & B. van de Leeuw (1992). Taal, school en kennis. Enschede: SLO

    2. Bakker, A. (2000). Naar een taalgerichte vakles. Experimenten in het leerwegondersteunend onderwijs, In: Moer 2000/4, p. 176-184

    3. Bosch, P. Taalgericht vakonderwijs. Taalgericht vakonderwijs biedt efficiënt antwoord in de praktijk. In Moer 2003/3, p. 87-88

    4. Bots, R. (2000), De pest komt in Kampen. Werken aan vakinhoudelijke en taalvaardigheidsdoelen bij geschiedenis. In: MOER 2000/4 , p. 214-223

    5. Bots, R., B. van Hilst & M. Veen (2000). Taalspellen in alle vakken. Mag ik van jou ... . In: Les, 107, november 2000, p.

    6. Bots, R. & M. Veen (2001). Extra paar handen in de klas: language support teacher. In: Rotterdams Onderwijs Magazine 23/3 , maart 2001, p.

    7. Breedijk, J. (1999).Taalgericht vakonderwijs (TVO): Vanzelfsprekend! In: Impuls oktober 1999, p. 32-33 ,

    8. Breedijk, J. (2000). Taalgericht vakonderwijs (TVO) 2. Lezen  bij natuurkunde (bij scheikunde of biologie. In Impuls januari 2000, p. 21-22

    9. Breedijk, J. Taalgericht vakonderwijs(TVO) 3. Drie lessen over fasen en fase-overgangen met aandacht voor vaktaal. In: Impuls, april 2000, p.

    10. Breedijk, J. (2001). Een stappenplan voor Taalgerichte natuurkundelessen. In: Impuls,

    11. Brok, P. den, M. Hajer, J. Patist, L. Swachten (2004). Werken in een kleurrijke school. Bussum, Coutinho, te verschijnen.

    12. Brouwer, C. (2003), Het ME-taalproject. Een combinatie van taal- en praktijkvak.  In: LES 125, 21/oktober 2003, p. 8-11

    13. Brouwer, T. (2001). Inleiding op de landelijke conferentie van Docenten Natuurkunde, De Reehorst, Ede, januari 2001.

    14. Burg, M. van der, A. Tordoir & B. de Vos (2000). Als het moeilijk wordt, ga je denken. Videofilm. Utrecht: APS

    15. Burg, M. van der, A. Tordoir & B. de Vos (2001). Heeft een kwal botten? Twee taalgerichte vaklessen aan lwoo-leerlingen. Videofilm. Utrecht: APS

    16. Ebbers, D. (2000). De Tien Geboden voor taalbeleid. In: Levende talen Tijdschrift, 1, 3, p. 13 - 19

    17. Ebbers, D. (2003). Nederlands in een geïntegreerd curriculum: schering en inslag? In: Levende talen Tijdschrift, 4, 4, p. 3 - 11

    18. Ebbers, D. & J. Boland (2002). Nederlands in de basisberoepsgerichte leerweg. Enschede: SLO

    19. Elbers, E., M. Hajer, T. Koole, J. Prenger (2002). Leerzame tweegesprekken: individuele begeleiding in multiculturele klassen. Pedagogiek 22,2, 159

    20. Diemont, C. & Y. De Jager-Struik (2000). Taalgericht vakonderwijs op het Vader Rijncollege te Utrecht, In: Moer 2000/4, p. 224-232

    21. Diemont, C. (2000). Taalgerichte biologieles op het Vader Rijncollege, In: Impuls , jaargang 8, no 1, oktober 2000, p 26 - 28

    22. Emmerik, R. (2003). Naar een ontwerp voor duurzame verbetering van VO-scholen: de onderwijskansenformule. www.onderwijskansen.nl/forum/netwerkvo/netvo002.html

    23. Doelandt, I. (2003). Leren voor later, later is nu!. intergartie van vmbo en mbo op het Wellantcollege in Rotterdam. In: LES 125, 21/oktober 2003, p. 14-16

    24. Galema, K. (2003). Je eigen praktijk onderzoeken. Actieonderzoek op het Montessori-College Oost in Amsterdam. In: LES 125, 21/oktober 2003, p. 4-7

    25. Galema, K. (2003). Ze halen er uit wat er in zit!. Een projectmatige aanpak op het NOVA-College Amsterdam. I: LES 125, 21/oktober 2003, p. 18-21

    26. Hacquebord, H. (2003). Onderwijs met taalkwaliteit. Kenmerken van integraal taalbeleid in het voortgezet onderwijs. In: LES 125, 21/oktober 2003, p. 33-36

    27. Hajer, M. (1996). Leren in een tweede taal . Groningen: Wolters-Noordhoff (dissertatie KUB)*

    28. Hajer, M, (2000). Kringen in de vijver. De reikwijdte van  taalgericht vakonderwijs. In: MOER 2000/4, p. 277-282

    29. Hajer, M. (2001). Werken aan onderwijskansen. In: Aarssen, J., K. Broekhof, H. Cohen de Lara, M. Hajer & M. Hoogbergen. Duidelijke taal: Het bestrijden en voorkomen van onderwijsachterstanden.   Utrecht: Sardes

    30. Hajer, M. (2003). Kleurrijke gesprekken. Interactie in een multiculturele klas. Openbare les. Utrecht: Hogeschool van Utrecht

    31. Hajer, M. (2003). Kleurrijke gesprekken. Het belang van interactie in een multiculturele school. In Moer 2003/4, p. 131-139

    32. Hajer, M., T. Meestringa & M. Miedema (2000), Taalgericht vakonderwijs; Een nieuwe impuls voor taalbeleid. In: Levende Talen Tijdschrift 1, 1, maart 2000, p. 34-43

    33. Hajer, M. & A. Riteco (2003). Tussen denken en doen. Onderzoek rond didactiekontwikkeling van docenten in taalgericht vakonderwijs, In: LES 125, 21/oktober 2003, p. 11-13

    34. Herder, A.. & T. Meestringa (red.) (2000). Verslag werkconferentie over Taalgericht vakonderwijs. Enschede: SLO (interne publicatie)

    35. Hilst, B. van (2000). Instrumenten voor taalbeleid bekeken. In: Levende talen Tijdschrift, 1, 3, p. 5 - 12

    36. Hilst, B. van, & R. Bots, Taalspellen in vaklessen? In HSN 13, 2000, p. 93-97

    37. Hilst, B. van & T. Meestringa (2001). Goed gereedschap? Een koffertje voor taalbeleid en taalgericht vakonderwijs. In: Vernieuwing 60, 3 / 4, p. 26-28

    38. Hoffman, I. (2003). Taalvaardig genoeg voor het ROC? Taalvaardigheden vmbo-roc onder de loep. In: LES 125, 21/oktober 2003, p. 37-397

    39. Janssen-van Dieten, A. (2000). Sleutelen aan de leerling of sleutelen aan de les ? Twee invalshoeken voor Content Based Language Instruction nader bekeken, In: Moer 2000/4, p. 232-240.

    40. Janssen-Van Dieten, A. (2003). Taaldoelen en vakdoelen bijten elkaar niet. Van denkhandelingen naar taalhandelingen. In: LES 125, 21/oktober 2003, p. 27-29

    41. Laan, E. van der (2000). Taalgericht lesgeven in alle vakken. Rotterdam: Partners, training en innovatie (video)

    42. Laan, E. van der, & T. Meestringa (red.) (2001). Verslag werkconferentie over Taalgericht vakonderwijs. Enschede: SLO (interne publicatie)

    43. Van der Laan, E. & T. Meestringa (2002). Bronnenboek Taalgericht vakonderwijs , Enschede: SLO

    44. Laan, E. van der, T. Meestringa en T. Ekens (2003). Handreiking sectorwerkstuk. Enschede: SLO

    45. Land, J. & T. Sanders (2003). Hoe begrijpelijk en aantrekkelijk zijn studieboekteksten op het vmbo? In: LT-tijdschrift, 2003, nr.1 , p. 12-19.

    46. Legierse, A. (2001) Aandacht voor taal in de biologieles. In: Niche

    47. Kamp, M. (2000).Taalspellen in de biologieles,: In: Impuls , jaargang 8, no 1, oktober 2000, p. 31 - 33

    48. Knippenberg, M. van (2003). Taal geen vak apart. een verkenning van het concept Taalgericht vakonderwijs aan de hand van het SIOP-observatie-instrument. Universiteit van Tilburg: Faculteit der letteren, Duale opleiding NT2-expert (ongepubliceerde sciptie)

    49. Meestringa, T. (2000). Over de invoering van Taalgericht vakonderwijs. In Levende Talen Tijdschrift 1/3, oktober 2000

    50. Meestringa, T (2001) Bij alle vakken taal leren! Tien aandachtspunten om te zoeken naar vormen van taalgerichte vaklessen. In: Les , maart 2001

    51. Meestringa, T. & D. Ebbers (2002). Werkkaarten voor Nederlands in de basisberoepsgerichte leerweg. In: Retoriek en praktijk van het schoolvak Nederlands 2001 , red. Lidwien Derriks, Gent: Academia Press, p. 237-243

    52. Meestringa, T., M. Hajer & M. Miedema. (1999). Nieuwe wegen voor steunlessen Nederlands (als tweede taal). In Rymenans, R. & H. de Jonghe (red.). Het Schoolvak Nederlands. Verslag van de twaalfde conferentie, p. 308-315

    53. Meestringa, T & A. Tordoir (1999). Taalbeleid in de lespraktijk. Aanbevelingen op grond van zes casestudies Taalbeleid in de praktijk van het voortgezet onderwijs. Utrecht: APS/SLO*

    54. Miedema, M. (1996), Samenwerkend leren in heterogene klassen. Enschede: SLO/APS (Studie en onderzoek binnen het project Nederlands VO 23)

    55. Miedema, M. (2000), Professionele ontwikkeling van binnenuit; werken aan een taalgevoelige school. In: Levende Talen Tijdschrift 1,4, p. 25-32

    56. Miedema, M. & T. Meestringa (red.) (1999). Verslag werkconferentie over Taalgericht vakonderwijs. Enschede: SLO (interne publicatie)

    57. Olthof, A. en K. Laarveld (2003). Kleurrijke scholen voor voortgezet onderwijs. Schoolontwikkeling en collegiale consultatie. Houten: EPN (MesoFocus 52)

    58. Rutgers, H. & A. Schoo (2003). Het draait om winnen. Hoe vaktaalspellen in de praktijk uitpakken. In: LES 125, 21/oktober 2003, p. 25-26

    59. Schoo, A. (2001). Schrijfkaders vmbo. Rotterdam: CED, Het Projectbureau

    60. Sebregts, C. (2000). De kracht van rolwisselend leren. In: Moer 2002/4 , p. 104-112

    61. Tijssen, M. (2003). Schering en inslag. Competentiegericht leren en NT2. In: LES 125, 21/oktober 2003, p. 22-24

    62. Tordoir, A., & T. Meestringa (1997). Taalbeleid op drie vbo/mavo-scholen. Drie casestudies in het jaar 1995-1996. Enschede: SLO/APS (Studie en onderzoek binnen het project Nederlands VO 24)

    63. Tordoir, A., & T. Meestringa (1998). Taalbeleid op drie vo-scholen in grote steden. Drie casestudies in het jaar 1996-1997. Enschede: SLO/APS (Studie en onderzoek binnen het project Nederlands VO 27)

    64. Tordoir, A.(2002). Taalbeleid in de 21 ste eeuw: een nieuwe koers. In: Meso-magazine. 22, 127, p. 3 - 8

    65. Veen, M. (2000). Je leert heel snel met een spel. In: Moer 2000/4 , p. 203-213

    66. Veer, E. van der (2000). Monocultuur en klimaatbeheersing. In: Moer 2000/4, p. 184-193

    67. Verhallen, S. (2000). Taalbeleid in een V(S)O-school, In: Moer 2000/4,   pg. 194-203

    68. Vos, B. de, (2002), Heeft een kwal botten ? Een serie taalgerichte biologielessen in het eerste jaar van het LWOO. In: Retoriek en praktijk van het schoolvak Nederlands 2001 , red. Lidwien Derriks, Academia Press, Gent, 2002, p.33-37.

    69. Zanden, A. van der (2000). Taalgericht vakonderwijs in de eerste opvang, In: Moer 2000/4, pg.168-176

 

achtergrondinformatie het Platform links publicaties reacties faq's

algemene artikelen vakspecifieke artikelen verwante artikelen

opsomming overzicht

persberichten nieuwe bijdragen op de stee nieuwe publicaties

MBO
http://www.nederlands-online.nl/




NederlandsOnline

Praktijk & theorie voor Nederlands in het mbo

NederlandsOnline is de online versie van de boeken en cd voor Praktisch Nederlands in het mbo. Studenten kunnen een jaarabonnement afsluiten.



Er kan op twee verschillende manieren worden ingelogd: als student of als docent.

De troeven van NederlandsOnline:

  • Bevat alle studiemateriaal van Praktisch Nederlands voor het mbo (niveau 3 en 4).

  • Bladermogelijkheden als door een boek, maar ook via gerelateerde kennis.

  • Opdrachten.

  • Ondersteuning voor groepen.

  • Mail- en chat-functionaliteit.

  • Geavanceerde zoekfunctionaliteiten met filtermogelijkheden.












De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina