Fontys Sporthogeschool (fsh)



Dovnload 82.2 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte82.2 Kb.



Fontys Sporthogeschool (FSH)

Goirleseweg 46, 5026 PC Tilburg

Tel.: 0877 – 870199

Fax: 0877 – 875388





Formulier voor persoonlijke leerdoelen en feedback



Persoonlijke leerdoelen




Feedback stagementor












Formulier voor het voorbereiden, realiseren en evalueren van een les Lichamelijke Opvoeding




Naam student: Rick Grond + Marco Op den Kamp

Naam mentor/docent: R. van der Vliet







Klas: 2F

School:







Datum: Tijd: blokuur (100 min.)

Klas: VWO 3 Aantal leerlingen: 26 14 J / 12 M



Lesopdracht: in termen van het beïnvloeden van bewegingsgedrag

Deze les gaan we oefenen:


Het verbeteren van steunspringen(hurksprong) op/over de kast met behulp vanaf de reuterplank.






Beginsituatie: Voor de relevante dimensies concreet ingevuld


Stap 2B:
Groep:
Sensomotorisch:

G = Springen

I = Steunspringen

C = Hurksprong over de kast

Cr = Hurksprong over de kast met behulp van een reutherplank tot stand achter de kast
Niveau:

Zorg Springt met de knieën op de breedte kast, steunt bijna niet met handen en reutherplank staat tegen

kast

1 Springt gehurkt over de breedte kast, steunt korte tijd op de handen reuterplank staat tegen kast



2 Springt gehurkt over de breedte kast, steunt lange tijd op de handen en landt in balans

3 Springt met gebruik van de vering van de reuterplank, zweeft kort naar de breedte kast en landt in

Balans

prima
Cognitief:


De leerlingen kennen allemaal de techniek hoe je moet hulpverlenen. Klemgreep aan de bovenarm en afvangen/zekeren als de leerling als zelfstandig de oefening kan uitvoeren.

De leerlingen kennen niet de goede techniek van het inspringen in de reuterplank:

- Aansprong is vlak en van redelijke afstand, bij de afzet moet het lichaamszwaartepunt zich achter het afzetpunt bevinden (voeten)

Alle leerlingen weten hoe ze hun handen moeten plaatsen op de kast.

De leerlingen weten niet hoe ze moeten steunen op de armen:

- Handen naar voren afduwen, waardoor de romp zich opricht. ( remhefwerking, tijdens deze actie wordt de rotatie voorover omgezet in rotatie achterover)

Niet alle leerlingen kennen de goede techniek van de landing:

- Landing: Actief landen met de voeten op heupbreedte en inveren in enkel-, knie-, en heupgewricht (even stilstaan)

Evt structuur aanbrengen:

Regels


Moeilijke woorden

Bew. criteria


Conditioneel/structureel:
Er zijn 2 meisjes (Florieke en Liselottehaha) die nog niet hun gewicht kunnen dragen en zakken door hun armen.

De rest van de leerlingen kunnen hun eigen gewicht dragen.



Emotioneel/volitioneel:
Iedereen durft elkaar te helpen bij het hulpverlenen, de kleine draaigreep aan de bovenarm uit te voeren en af te vangen als een leerling het zelfstandig kan.

Er is 1 jongen (Jantje) die durft nog niet hard aan te lopen en op de reutherplank te springen.

De rest van de klas durft wel allemaal te springen op of over de kast.

ok



Doelstelling: Voor de relevante dimensies – in relatie tot de beginsituatie – zo concreet mogelijk ingevuld in toetsbaar leerlinggedrag


Stap 3B:
Groep:
Sensomotorisch:
G = Springen

I = Steunspringen

C = Hurksprong over de kast

Cr = Hurksprong over de kast met behulp van een reuterplank tot stand achter de kast


Niveau:

Aan het eind van de les….

Zorg Springt gehurkt over de breedte kast, steunt korte tijd op de handen reuterplank staat tegen kast

1 Springt gehurkt over de breedte kast, steunt lange tijd op de handen en land in balans

2 Springt met gebruik van de vering van de reuterplank, zweeft naar de breedte kast en landt in

balans


3 Springt met gebruik van de vering van de reuterplank, zweeft over de lengte kast en landt in balans

Cognitief:

Aan het eind van de les kennen de leerlingen de volgende bewegingscriteria:




  • Insprong: Aansprong is vlak en van redelijke afstand, bij de afzet moet het lichaamszwaartepunt zich achter het afzetpunt bevinden (voeten)

  • Steunfase: Handen naar voren afduwen, waardoor de romp zich opricht. ( remhefwerking, tijdens deze actie wordt de rotatie voorover omgezet in rotatie achterover)

  • Landing: Actief landen met de voeten op heupbreedte en inveren in enkel-, knie-, en heupgewricht (even stilstaan) ok

Regels?


Moeilijke woorden?

Conditioneel/structureel:
De 2 meisjes (Florieke en Liselotte) kunnen na deze les hun gewicht dragen door middel van de goede techniek, goede techniek is sensomotorisch…. en zakken niet meer door hun armen.

Emotioneel/volitioneel:
Nadat Jantje is begonnen in te springen op de reuterplank zonder kast? Zonder aanloop?? en steeds een klein beetje verder van de reuterplank. Lukte het hem aan het eind van deze les over de kast te springen.

De leerlingen gaven aan het eind van de les elkaar aanwijzingen en hielpen zo elkaar als een team.










Fasering in tijd


lestijd verdelen over

inleiding

kern

afsluiting




Stap 4B:
Inleiding:
Tijdsplanning?


Kern:
Waarom niet een heterogene stationsorganisatie, waarin je naast het steunspringen ook nog een andere leerlijn of andere leerlijnen oefent. De leerwinst zal enorm toenemen!!!

Afsluiting:


Onderwijsleerstof: inhoudelijk beschreven en methodisch opgebouwd

- Voorbereidende oefeningen:



  • Hazensprongetjes

  • Steunsprongen tussen banken die oplopen (staan aan 1 kant op een kastdeksel) over stokken of touwtjes, laatste sprong over kastdeel

  • Tussen 2 kasten/bokken overhurken over losliggend touwtje

  • Bokspringen over levende bokken (eventueel met meer levende bokken achterelkaar dmv inhaken benen)

- Hurksprong op lengtekast ( eventueel min 1 of 2 delen).

- Hurksprong op lengtekast met als opdracht: als je met de handen op de kast

komt moet je direct hard afzetten dat je los bent met je handen als de voeten op

de kast komen.

- Hurksprong over de breedte kast met hulpverlenen met klemgreep aan de

bovenarm.

- Hurksprong over de breedte kast waarbij de plank verder weg gaat --> eerst

zweeffase vergroten. Hulpverlenen met klemgreep.

- Hurksprong over de lengte kast. Hulpverlenen met klemgreep, eventueel in een

later stadium zekeren.

Pilates oefening: rugrol na een les steunspringen zou ik kiezen voor een intensievere afsluiting, bijv. een spel!


deze oefening niet op een te harde ondergrond.

1. Ga op je rug liggen met je benen gestrekt en armen uitgestrekt boven je hoofd. Hou je schouders naar beneden.

2. Hou je rug op de vloer, als je inademt til je langzaam je armen op richting het plafond.

3. Als je uitademt til je je hoofd op en rol je langzaam naar voren waarbij je je rug wervel voor wervel van de mat tilt. Richt je blik naar voren. Hou je buikspieren aangespannen maar niet verkrampt.

4. Bij de volgende inademing trek je je knieën op en sla je je armen om je benen heen. Bij het uitademen rol je terwijl je je knieën omarmt terug op de vloer en strek je je langzaam uit als in de beginpositie.

5. Bij het inademen begin je weer opnieuw met het optillen van je armen (punt 2.)

Herhaal deze oefening 5-10 keer.



Te verwachten fouten in het onderwijsleerproces:


concreet benoemen naar wezenlijke kenmerken


Stap 7B:


Didactische werkvormen: duidelijk aangeven hoe te handelen m.b.t.

het in beweging zetten

de controle, correctie methodische hulp

de aanpak van de organisatie




De aanpak van de organisatie en het in beweging zetten:
Inleiding:
De leerlingen verzamelen zich op de gele lijn, frontale richting met de docent. Vanuit hier wordt er uitleg over veiligheid gegeven en de technieken van de voorgaande les herhaald. Haal ze dichtbij…. Beter contact dan alles op die gele lijn.

Dit zijn de technieken van het hulpverlenen en de techniek van de hurksprong over lengte kast m.b.v. reuterplank.

Hierna worden er vier groepen gemaakt die de ll zelf zal onthouden.

Er staan al vier situaties klaar, twee moeten eerst nog worden aangepast (de kernsituatie hoeft namelijk maar één keer opgebouwd te worden aan het begin van de dag en kan er de hele dag mee gewerkt worden) naar: steunsprongen tussen banken die oplopen en de situatie:

tussen twee kasten/bokken overhurken over losliggend touwtje.

De andere twee situaties zijn: Bokspringen over levende bokken, dit wordt door de groep uitgevoerd, waarbij een lange rij van bokken ontstaat die iedere keer door rolleert zodat iedereen vaak springt, in een gedeelte van de zaal.

En hazensprongetjes (hiervoor zijn twee banken nodig die ook worden opgebouwd)

Er zijn nu vier situaties waarover de vier groepen zich zullen verdelen, als de groep bij elk onderdeel drie keer heeft gesprongen word er door gewisseld met de klok mee.


Kern:
De vier groepen zijn geëindigd bij een onderdeel, dit ruimen ze zelfstandig op of bouwen ze weer terug naar de kernsituatie zoals ze deze al aantroffen aan het begin van de les.

Vanuit hier wordt er gedifferentieerd, de leerling heeft vanuit de voorgaande les onthouden waar hij/zij was geëindigd.

Vanuit hier is je startpunt, en vanuit hier gaan wij (docenten) de leerling sturen,tips geven EN aangeven of ze een onderdeel kunnen doorschuiven.
Nog even terug naar het begin punt waar de leerling staat waar hij/zij de vorige keer is geëindigd.

De leerling begint hier met een aantal keer inspringen zodat hij weer ritme krijgt en weet hoe en wat hij kan.

Na een aantal keer inspringen zal de docent de groep stil leggen om nogmaals dingen aan te geven, te herhalen en voor te doen waar je moet op letten.

De docent geeft een fout en een goed voorbeeld en laat één leerling het ook goed voordoen.

Vanuit dier zal de docent de meeste aandacht besteden aan de ‘mindere’ leerlingen zodat deze de meeste vooruitgang boeken door de aanwijzingen en tips.

Als de groep weer een aantal keer heeft gesprongen, wordt de groep weer even stil gelegd en mag de leerling zelfstandig aangeven of hij /zij doorschuift naar een moeilijker onderdeel of een makkelijker als het nog niet lukt.

De docent zal hierna weer kijken of de leerling goed heeft gehandeld en waarnodig ingrijpen en hij/zij op het goede onderdeel plaatsen.
Afsluiting:
De leerlingen verzamelen op de gele lijn. Hierna zoeken ze een vrije plaats in de zaal waarbij ze op een matje staan. Per klein matje kunnen twee leerlingen en op de dikke matten kunnen vier leerlingen. De andere







Stap 5B:

  • Voorover vallen bij de landing (voorwaartse rotatie wordt niet omgezet in achterwaartse rotatie)

  • OORZAKEN:

    • Met te veel voorwaartse snelheid op de kast komen (te hard aanlopen of te veel naar voren afgezet)

    • Steunfase niet actief genoeg

    • Te weinig vormspanning


  • Niet over de kast komen

  • OORZAKEN:

    • Te weinig aanloopsnelheid

    • Aansprong te hoog, je verliest je snelheid

    • Handen vooraan op de kast plaatsen

    • Geen actieve steunfase op de kast


  • Geen ruime zweeffasen

  • OORZAKEN:

    • Te weinig aanloopsnelheid

    • Geen actieve steunfase op de kast



  • Geen doorhurken tijdens de steunsprong

  • OORZAKEN:



Leerlingen pakken een klein matje uit de berging en leggen deze op een vrije plaats. Dit hebben ze al vaker gedaan dus hier zullen geen moeilijkheden bij ontstaan. Alle jongens mogen deze keer op een dikke mat om daar moeilijkheden over te laten ontstaan.

De leraar staat in het midden aan de zijkant van de zaal en zal de oefeningen meedoen en verbaal begeleiden.

de controle, correctie methodische hulp




  • Voorover vallen bij de landing

  • Oorzaken/MAATREGELEN:

    • Voorwaartse rotatie wordt niet omgezet in achterwaartse rotatie:

      • actief hulpverlenen waarbij schouder geblokkeerd wordt, verbaal ondersteuning

  • Te weinig vormspanning:



  • Niet over de kast komen

  • Oorzaken/MAATREGELEN:

    • Te weinig aanloopsnelheid:

      • In de methodiek een stapje terug

    • Aansprong te hoog, je verliest je snelheid:

      • In de methodiek een stapje terug

    • Handen vooraan op de kast plaatsen:

      • Streep op de kast waar de handen geplaatst moeten worden

    • Geen actieve steunfase op de kast:

      • In de methodiek een stapje terug, basisoefeningen om te komen tot vormspanning, heffen vanuit ligsteun

  • Als de barrière van psychische aard is:

  • Zet de plank steeds iets verder weg bij de breedte kast en/of zet een hindernis voor de breedte van de kast


  • Geen ruime zweeffasen

  • Oorzaken/MAATREGELEN:

    • Te weinig aanloopsnelheid:

      • In de methodiek een stapje terug

    • Geen actieve steunfase op de kast:

      • In de methodiek een stapje terug, basisoefeningen om te komen tot vormspanning, zoals ligsteun met juiste vormspanning, heffen vanuit ligsteun


  • Geen doorhurken tijdens de steunsprong

  • Oorzaken/MAATREGELEN:

    • Te weinig aanloopsnelheid:

      • In de methodiek een stapje terug (eerst ophurken dan doorhurken)

    • Angst:

      • In de methodiek een stapje terug

    • Onvoldoende lichaamsbesef:

      • In de methodiek een stapje terug






Organisatie:


de gekozen werkorganisaties tekenen voor onderwijsleermiddelen, leerlingen en leerkracht



Stap 6B:
Inleiding:


  1. Hazensprongetjes

  2. Bokspringen over levende bokken

  3. Steunsprongen tussen banken die oplopen

  4. Tussen 2 kasten/bokken overhurken over losliggend touwtje

Alle situaties van de kern staan opgebouwd, twee worden aangepast met punt 3 en 4.



De leerlingen starten bij de pylonen tegenover de oefening. De leraar staat in het midden aan de zijkant van de zaal als hij alle overzicht wil hebben. Voor individuele aanwijzingen zal hij dichter bij het onderdeel gaan staan.




Materiaallijst:


per lesonderdeel aangeven

aard en aantal van de onder-wijsleermiddelen




  • 6 banken

  • touwtjes

  • 2 kasten

  • 2 stokken

  • 2 bokken






  • 4 dikke matten

  • 4 kleine matten

  • 4 pylonen

  • 4 kasten

  • 4 reuterplanken

Basisinventaris gymzaal:

2 dikke matten en 2 kasten en 2 reutherplanken
Evt. oplossen door heterogene stationsorganisatie

- 4 dikke matten

- 6 kleine matjes

- cd-speler

- pilates cd



Kern:


De leerlingen starten bij de pylonen tegenover de oefeningen. De leraar staat in het midden aan de zijkant van de zaal als hij alle overzicht wil hebben. Voor individuele aanwijzingen zal hij dichter bij het onderdeel gaan staan.

Afsluiting:

Opstelling kern met nog twee extra kleine matjes. De docent staat in het midden aan de zijkant van de zaal. Daar staat ook de cd-speler waar de pilates muziek op afgespeeld wordt.

Ok

BAW 8




Evaluatie door lesgever: kritische terugblik op de les naar:

Product: doelstellingen – vastgestelde beginsituatie

Proces: inhoud van de les: tijdsplanning – onderwijsleerstof – te verwachten fouten – didactische werkvormen – organisatie



Productevaluatie:
De les begon met een inleiding waarin ze rustig konden beginnen met het inspringen richting het einddoel hurksprong over de kast. Het is gewoon de bedoeling dat ze alle onderdelen even hebben gehad. Dan zijn ze warm en ook meteen klaargestoomd voor de kern van de les. Hierbij waren geen problemen. Er was wel één kind dat heel veel moeite had om het bokspringen over een ander kind te laten lukken. Het tilde één been op en probeerde de ander zoveel mogelijk op de grond te laten. Dit lukte nooit waardoor de “levende bok” omviel. Toen hebben we besloten om de bok lager te maken. Maar dan ging ze er wel overheen, maar zette zich niet af. Daarna bij een echte bok, waar een reuterplank voor stond, ging voor haar heel gemakkelijk. Ze had nu dus een betere sprongkracht, wardoor het eenvoudiger ging.

De kern van de les is qua doelstellingen heel goed in de buurt gekomen van onze gedachten. Iedereen is over de breedtekast gekomen. Er waren wel drie kinderen die heel veel hulpverlening nodig hadden. Dit kwam omdat ze zich nooit goed afzetten op de kast. Hierdoor kwamen ze maar nipt over de kast heen. Daarna was er een hele grote groep die over de breedtekast kwam, waarbij de reuterplank bijna een meter van de kast af stond. Vier leerlingen hadden op het laatste de reuterplank nog verder gezet. Terwijl drie leerlingen over de lengtekast hebben gesprongen. Na afloop van de les hebben we de bewegingscriteria nog eens herhaald. Hierbij was heel duidelijk dat deze helemaal bekend was. Al is dat moeilijk om te zien of iedereen dat beheerst, omdat je niet iedereen aan het woord kunt laten. Maar we verwachten dat de anderen het ook oppikken als het zeker nog eens herhaald wordt aan het einde van de les. Het hulpverlenen ging heel goed. Dit konden ze zelfstandig en niemand was bang om elkaar vast te pakken. Enkele leerlingen, de betere, gaven ook aanwijzingen voor de mindere leerlingen om deze verder te helpen.



Procesevaluatie:
De les is goed verlopen. Alle leerlingen aren op tijd in de les met de juiste uitrusting. Hierdoor konden we snel met de inleiding beginnen. In deze klas zitten twee jongens die we heel goed in de gaten moesten houden. Ze kunnen gekke dingen doen als je even niet oplet. Na het eerste incident hebben we deze twee leerlingen heel erg duidelijk gemaakt dat we dit niet konden accepteren in deze les. Anders zou het voor hen heel snel afgelopen zijn en zouden ze een extra opdracht voor thuis krijgen. Dit as voor hen zo duidelijk dat ze zelfs heel behulpzaam waren tegenover andere leerlingen. Hier hebben ze ook aan het einde van de les een heel erg groot compliment voor gekregen.




Evaluatie door mentor/docent: Kritische terugblik op de gegeven les















De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina