Fotografie in de 19



Dovnload 23.14 Kb.
Datum28.08.2016
Grootte23.14 Kb.
Fotografie in de 19de eeuw
Niépce wordt beschouwd als de uitvinder van de fotografie. Al in 1793 was hij begonnen met experimenteren met een camera een etsplaat te kunnen maken. In 1816 was het gelukt om een foto te maken door in een camera obscura een plaat te steken met lichtgevoelig materiaal en deze plaat bloot te stellen aan licht. Deze foto’s bleven echter niet lang bestaan, ze vervaagden snel. De eerste foto’s hadden een belichtingstijd van wel acht uur. Later ontmoette hij Daguerre, en samen ontwikkelden ze de eerste succesvolle foto.
Naast Niépce, wordt ook Louis Daguerre beschouwd als een van de uitvinders van de fotografie. Samen met Nicéphore Niépce maakte hij de eerste goede of succesvolle foto. Dit was in 1826.

Daguerre zocht naar een snellere manier om foto’s te ontwikkelen. Dit lukte in 1839, toen hij het Daguerreotypie uitvond. Het Daguerreotypie is een manier waarmee op grote schaal foto’s ontwikkeld konden worden. Het is een methode waarbij een zilveren plaat gepolijst wordt en met zoutoplossing wordt bewerkt. Het beeld dat er op tevoorschijn komt is in spiegelbeeld. Het is een uniek beeld, want het kan niet gereproduceerd worden. De beelden die er uit kwamen, waren scherper dan de eerdere foto’s.

Daguerre gebruikte de foto’s voor zowel de beeldende kunsten als voor de wetenschap.

Daguerre wilt niet teveel kwijt over zijn werkwijze, en deze gaat dan ook grotendeels verloren bij een brand in het diorama van Daguerre. Slechts enkele foto’s zijn bewaard gebleven.




Boulevard du Temple, IIIe arrondisement van Parijs, Daguerre; eerste foto met een mens
De foto’s van Daguerre hadden hoge ontwikkelingskosten. Het was dus alleen mogelijk voor de welgestelde mensen om foto’s te laten maken. In de jaren zestig van de negentiende eeuw kwam daar verandering in doordat men overging op de calotypie.

Het calotypie is een proces waarbij een papieren negatief door een chemisch proces een positief beeld op papier wordt afgedrukt.

Dit type is niet zo gedetailleerd als het daguerreotypie, de contouren zijn vager en er kan gespeeld worden met licht en donker. Van dit type fotografie kunnen meerdere afdrukken gemaakt worden met het negatief, en is dus minder uniek als het daguerreotypie, maar ook een stuk goedkoper.

Er is ook meer manipulatie mogelijk tijdens het afdrukproces, wat meer creatieve vrijheid geeft. De calotypie is van William Talbot.

De calotypie is zich blijven ontwikkelen, tot aan de moderne fotografie toe.
Officier aan boord van de HMS Superb, Henneman; calotypie
Talbots negatief gaf zachte contouren, en de structuur van de papiervezels bleven in de foto zichtbaar. Daardoor kreeg de foto’s een schilderachtige indruk. Er was een lange belichtingstijd voor nodig, en was daarom erg geschikt voor landschapsfotografie. Dan kan de lens namelijk gewoon lang openstaan, zonder dat er al teveel beweegt.

Gustave Le Gray bracht een belangrijke verbetering aan in het procedé van Talbot, namelijk de met was ingewreven papiernegatief, dat kon van tevoren worden geprepareerd. Hierdoor was een kortere sluitertijd nodig. Hierna volgden in een snel tempo de verbeteringen van het negatiefproces elkaar op.

In 1861 is de eerste echte kleurenfoto gemaakt met drie kleurenfoto’s. Dit werd gedaan door James Maxwell. Hij wordt tot de grootste natuurkundigen gerekend samen met Einstein en Newton. Maxwell heeft aangetoond dat je met de drie primaire kleuren rood, groen en blauw alle kleuren maken kunt. Dit heeft hij laten zien door een gekleurd lint met drie filters apart te fotograferen en later drie projecties over elkaar heen te laten zien. De originele kleuren waren te zien.

Het was echter een projectie, geen foto.



De eerste echte kleurenfoto, Maxwell

In eerste instantie werd de camera gebruikt om de perspectief goed te krijgen op een schilderij. Een camera werd dan ook veel in de schilderkunst gebruikt. Heel vreemd is het dan ook niet dat de eerste fotografen eigenlijk schilders waren, zoals Daguerre en Talbot. Daarnaast werd het ook in de wetenschap gebruikt.

Veel mensen wilden dan ook dat het niet gezien werd als een alleenstaand medium in de kunst, maar als een hulpmiddel in de beeldende kunsten, de natuurkunde, de sterrenkunde, etc. Dit werd onder andere betoogd door François Arago in de Académie des Sciences. Volgens hem was fotografie een ‘dienstbaar medium’.

Doordat er steeds kortere belichtingstijden komen, ontstaat er een nieuwe, fascinerende beeldwereld, die heel dicht bij de realiteit komt. Hierdoor raakt de schilderkunst op de achtergrond. De fotografie vervangt bijvoorbeeld de schilder in portretten. Het wordt ook voor een grotere bevolkingsgroep betaalbaar om foto’s (van zichzelf) te laten maken. Hierdoor ontstaan er in Parijs fotostudio’s. Een van de bekendste studio’s was die van de fotograaf Nadar. Hij heeft veel Franse sterren op de foto gezet. Het portret had zijn tradities en betekenissen, maar Nadar imiteerde geen schilderijen, hij maakte portretten.

Voor Nadar was fotografie een grafisch medium zoals elk ander medium. Het had zijn eigen techniek en methodes, maar het was net zo goed een vorm van kunst als een ets of een schilderij.

Door veel mensen werd de fotografie namelijk als een ‘mechanische’ en ‘reproduceerbare’ techniek gezien. Het hanteren van de camera was een kunst op zich, net zoals het behandelen van de belichte plaat. Elke foto werd toen nog afzonderlijk met de hand afgedrukt en kwam met even veel artistieke ambitie tot stand als ieder ander kunstwerk. Daarnaast bepaalt het licht wat je ziet, maar de kunstenaar bepaalde de compositie en het onderwerp.

De belichting van een onderwerp is erg belangrijk bij de fotografie. De weergave van een groot aantal halftonen bepaalde de kwaliteit van de afdruk. In fotografietijdschriften werden foto’s geroemd om hun fijne detaillering en warme tonen, terwijl foto’s waarbij het ontbrak werden bekritiseerd.

Naast het perspectief hielp de fotografie ook met houdingen van lichamen. Door de camera konden er allemaal moeilijke standen worden aangenomen, die een mens niet lang vol kan houden, maar die wel vastgelegd konden worden met de camera. De kunstenaar kon op die manier dus moeilijke poses natekenen. De naaktfoto’s waren daarnaast ook goedkoper dan een model.

Ondanks de mooie producten van getalenteerde fotografen werd de foto

een symbool van vulgariteit. Ze werden



Naaktfoto’s voor kunstenaars
namelijk ook verkocht om aan genotzoekers plezier te verschaffen.

De afbeeldingen van modellen werden ook in het kunstonderwijs gebruikt. Bijvoorbeeld de Amsterdamse Rijksacademie en de Rijksschool voor Kunstnijverheid bezaten fotocollecties voor de studenten. Het waren echter niet alleen maar foto’s van modellen, maar ook foto’s van dieren, landschappen en stadsgezichten.

Ook na de academie bleven kunstenaars de foto’s gebruiken als inspiratie of om het schilderij later nog een keer te kunnen reproduceren.
In de 19de eeuw kwam in Frankrijk de ‘realistische school’ op. Zij streefden naturalisme na. Ze zochten een onmiddellijke omzetting van waarheid naar kunst zonder de tussenkomst van een vertaler, een code of een traditie. De camera dus.

Baudelaire was kritisch; ‘Wat betreft de schilderkunst en beeldhouwkunst is het credo van de mensen: ‘Ik geloof in de natuur en in niets dan de natuur. Ik geloof dat kunst niets anders is en kan zijn dan het exact weergeven van de natuur. Zo bezien zou de nijverheid, die ons een resultaat oplevert dat identiek is aan de natuur, de absolute kunst zijn. Omdat de fotografie ons alle garanties van exactheid geeft die wij maar wensen, zijn fotografie en kunst hetzelfde’.

‘Het fotovak is de wijkplaats van alle schilders met te weinig talent of schilders die te lui zijn om hun studie af te maken. De nijverheid is doordat het het gebied van de kunst is binnengedrongen, de grootste doodsvijand van de kunst is geworden. Als de fotografie de kunst in sommige functies mag verlangen, zal het deze spoedig verdrongen of totaal bedorven hebben, dankzij de natuurlijke stuen die het zal vinden in de domheid van de massa.‘ Volgens Baudelaire moest de fotografie terugkeren naar zijn echte taak, de dienaar zijn van wetenschap en kunst.
De kunstgeschiedenis heeft nooit de moeite genomen om de fotografie op te nemen in de kunsten. Daardoor werd fotografie een van de laagste kunsten.

Nadar is dus eigenlijk maar een nietszeggend persoon. Zijn foto’s zijn van goede kwaliteit, hij is een kunstenaar, zijn foto’s zijn echt kunst. Maar de critici zien het niet op die manier, en behoort hij dus eigenlijk niet tot de grote namen.

Echter de portretfotografie is een van de eerste overwinningen van de fotografie.

Maar Julia Cameron heeft het medium ‘fotografie’ tot kunst gemaakt. Dit kwam doordat haar foto’s meer lijken op iets uit de fantasie, dan op een echte foto. Net zoals een schilderij uit die tijd.

De doorslaggevende breuk tussen schilderen en fotograferen is een mentale en een psychologische breuk. Niet zomaar het resultaat van een technische uitvinding.

Heel veel kunstenaars hebben geëxperimenteerd met de fotografie, maar velen wezen het af. Het was een geschikter medium voor de wetenschap.

Enkele andere bekende fotografen uit die tijd zijn Charles Nègre, Henri Le Secq, Gustave Le Gray en Roger Fenton.
Kunsthistorici discussiëren over fotografie in termen van het schilderen en over de invloed van het ene medium en het andere. Ze proberen te laten zien dat fotografen foto’s maken die lijken op schilderijen, of juist andersom, dat schilders schilderijen maken die lijken op foto’s.

Dat kan ook niet anders, want de schilderkunst heeft veel invloed gehad op de fotografie, en andersom. Het is bekend dat enkele schilders zoals Edouard Manet, Dante Gabriel Rossetti, George Breitner gebruik hebben gemaakt van foto’s als voorstudies. De schilders gebruikten foto’s om de realiteit na te streven, terwijl de fotografie in het begin nog geen eigen richting had, en de schilderkunst na deed. Er zijn foto’s gevonden die zeer veel lijken op schilderijen, waarbij de foto’s soms tot in detail is nagemaakt.

Volgens Heinrich Scwartz is de ‘fotografische visie, de informaliteit en het directe bereik dat we waarderen in de fotografie, al was voorbereid in schilderijen van de late 18de eeuw, vooral in schilderstudies of schetsen van landschappen’.
De vroege fotografie was vaak onduidelijk, zoals bijvoorbeeld de kleur. Schilderijen konden dit veel beter laten zien. Daarnaast waren de onderwerpen van de fotografie nog dezelfde als die van de schilderkunst, namelijk portretten, landschappen, kunstvoorwerpen en stillevens.

Maar vaak komt het er op neer dat er zo neerbuigend werd gedaan over fotografie omdat het niet paste in die tijd.

Dat fotografie niet kan liegen, is een kwestie van geloof. Het is niet dat de fotografie meer gelijkenis heeft dan een handgemaakte afbeelding, maar ons geloof garandeert dat de foto authentiek is, we geven ons zonder slag of stoot over aan de overtuiging dat de fotografische afbeelding is van iets dat echt voor de camera stond, in situatie die na te maken is. Misschien geloven we de camera meer dan onze eigen ogen. De fotografie heeft een symbolische waarde gekregen.

Sinds de ontdekking van de fotografie is men omringd door duizenden foto’s. Je weet niet meer hoe je de wereld zou waarnemen zonder alle foto’s. Je weet niet hoe de wetenschap zich zou hebben ontwikkeld zonder de fotografie.


Tijdens de 19de eeuw blijft de fotografie geconcentreerd tot Europa. Belangrijke bijdragen aan de fotografie uit andere werelddelen is niet bekend. Pas bij de eeuwwisseling wordt er kennis gemaakt met grote fotografen uit andere werelddelen.

Tegenwoordig doet iedereen aan fotografie.

Bronnen:
• Reader Romantiek en Realisme, invalshoek 5; https://portal.fontys.nl/instituten/kunsten/CKV_01/CKV%202/Forms/AllItems.aspx?RootFolder=%2finstituten%2fkunsten%2fCKV%5f01%2fCKV%202%2freader%20cultuur%20romantiek%20en%20realisme%2freader%20romantiek%20en%20realisme&FolderCTID=&View=%7b6B695FB4%2dC052%2d4B86%2dBAE7%2dE23ED87F6173%7d
Boeken:

• Boom, M., Rooseboom, H., 1996, Een nieuwe kunst, fotografie in de 19de eeuw, Gent, Snoeck-Ducaju

• Vaughan, W., 1999, Arts of the 19th century, Volume Two 1850-1905, Parijs, Editions Citadelles & Mazenod

• Evers, H.G., 1969, Kunst van Europa, impressionisme, expressionsime, abstracte kunst, Van historisme tot functionalisme, Amsterdam, Elsevier


Websites:

http://nl.wikipedia.org/wiki/Louis_Daguerre

http://www.metmuseum.org/toah/hd/dagu/hd_dagu.htm

http://nl.wikipedia.org/wiki/Bestand:Boulevard_du_Temple_by_Daguerre.jpg

http://nl.wikipedia.org/wiki/Daguerreotypie

http://nl.wikipedia.org/wiki/Calotypie

http://nl.wikipedia.org/wiki/Bestand:Officer_on_board_the_HMS_Superb_1845.jpg

http://www.nederlandsfotomuseum.nl/content/view/351/200/lang,nl/

http://nl.wikipedia.org/wiki/Fotografie

http://www.forbes.com/sites/davidewalt/2011/01/03/gpotd-maxwells-tartan-ribbon/



http://www.digischool.nl/ckv2/romantiek/romantiek/nadar/nadar.htm

http://www.cultuurnetwerk.nl/producten_en_diensten/bronnenbundels/1991/1991_61.htm



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina