Fout! Alleen hoofddocument. Evolutietheorie



Dovnload 365.37 Kb.
Pagina12/12
Datum22.07.2016
Grootte365.37 Kb.
1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   12

303 M. Gruter, Law and the Mind. Biological Origins of Human Behaviour (London: Sage, 1991); Paul Slurink, Evolutionaire ethiek: kan dat?, in: Algemeen Nederlands Tijdschrift voor Wijsbegeerte 92(2000), pp. 63-84;

304 Vgl. voor deze visie M. Ruse, E.O. Wilson, “The Evolution of Ethics”, in: New Scientist Oct. 17 1985, pp. 50-52, waarin op p. 51 staat dat ethiek is “an illusion fobbed of on us by our genes to get us to cooperate…” Ook hier geldt echter weer dat men via de achterdeur doelgericht gedrag binnenhaalt (de samenwerking). Vgl. ook M. Ruse, “The Morality of the Gene”, in: Monist 67(1984), pp. 167-99. Jane Maienschein, Michael Ruse, red., Biology and the Foudations of Ethics (Cambridge: Cambridge University Press, 1999) geven een historisch overzicht van deze mening. Philip Clayton, Jeffrey Schloss, Evolution and Ethics (Gran Rapids: Eerdmans, 2004) een up to date overzicht.

305 Vgl. Arthur Peacock, God and the new Biology (Gloucester, Mass.: Peter Smith, 1994), pp. 113vv., levert hierop kritiek.

306 Vgl. H. Schöndorf, “Wissenschaftstheoretische Zurückweisung von evolutionäirer Erkenntnistheorie und Ethik als ungenügend,” in: R. Kolterman, red., Universum, Mensch, Gott. Der Mensch vor den Fragen der Zeit (Graz: Styria, 1997), pp. 117-136, hier p.130; dit wordt overigens ook toegegeven door een vertegenwoordiger van een zwakke versie van deze theorie, Pouwel Slurink, “Evolutionaire ethiek: kan dat?” In: Algemeen Nederlands Tijdschrift voor Filosofie 92(2000)1, pp. 63-84, die zegt: “De grote kracht van de evolutionaire ethiek boven andere ethische systemen ligt er in dat zij tot een radicale doorvoering komt van het socratisch ‘Ken uzelf’en ons herinnert aan de biologische en evolutionaire oorsprong van onze waarden en normen … Weliswaar kan (sic) uit een vermeende kennis van deze ‘ware aard’ geen normen ontleend worden, het is ook waanzin om onze ogen ervoor te sluiten.” p. 82

307 Vgl. R. Dawkins, De zelfzuchtige genen (Amsterdam: Contact, 1986)

308 Vgl. H. Rolston, III, Genes, Genesis, and God. Values and their Origins in Natural and Human History, (Cambridge: Cambridge University Press, 1999), hfdst. 5: Ethics, pp. 212-292

309 Vgl.: “Survival and/or adaptation are themselves ethically neutral.” P. Farber, The Temptations of Evolutionary Ethics (Berkeley: University of California Press, 1994), p. 173

310 Vgl. L. Watson, Dark Nature. A Natural History of Evil (London: Hodder and Stoughton), 1995

311 Vgl. F. Nietzsche, Umwertung aller Werte (München: DTV, 1969)

312 Vgl. zijn « Il principe ».Dit is in twee uitgaven in het Nederlands te verkrijgen: De vorst. Vert. en ingel. door J. Otten (Amsterdam: De Bussy, 19836); De heerser Vert. en ingel. door F. van Dooren (Amsterdam: Atheneum, 1997)

313 Vgl. de Neurenberg-processen aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, waarin oorlogsmisdadigers op grond van het natuurrecht werden veroordeeld, en hun beroep op orders binnen het positieve recht werd afgewezen. Vgl. het klassieke artikel van G. Radbruch, “Gesetzliches Unrecht und übergesetzliches Recht,” in: Süddeutsche Juristenzeitung 1(1946), pp. 105-108; Nederlandse vertaling: “Wettelijk onrecht en bovenwettelijk recht,” in: C. Maris, F. Jacobs, uitgs., Rechtsvinding en de Grondslagen van het Recht (Assen: Van Gorcum, 1996), pp. 78-84

314 Dit niettegenstaande verschillende pogingen hiertoe, zoals R. Wright, The Moral Animal. Why we are the way we are: The New Science of Evolutionary Psychology (New York: Vintage Books, 1994); Frans de Waal, Van Nature Goed. Over de oorsprong van goed en kwaad in mensen en andere dieren (Amsterdam: Contact, 1996)

315 Vgl. W. Burkert, Creation of the Sacred. Tracks of Biology in Early Religions (Cambridge, Mass: Harvard University Press, 1996); M. Ridley, De oorsprong van de moraal (Amsterdam, Contact, 1997); W. Drees, Religion, Science and Naturalism (Cambridge: Cambridge University Press, 1997)

316 Vgl. J. Rachels, Created from Animals. The Moral implications of Darwinism (Oxford: Oxford University Press, 1991); Vgl. met name ook de ethicus P. Singer, die dit in feite door laat werken in zijn ethische theorieën: “All animals are equal,” in: P. Singer, uitg., Applied Ethics (Oxford: Oxford University Press, 1986), pp. 215-229; Waar dit toe leidt, is te lezen in: Tussen dood en leven. De teloorgang van onze traditionele ethiek (Utrecht: Jan van Arkel, 1997).

317 Dit was al opgemerkt door Kropotkin tegen T.H. Huxley, in zijn Mutual Aid: A Factor in Evolution, (London: Allan Lane, 1902/1972). Vgl. M. Ridley, The Origins of Virtue/De oorsprong van de moraal, (Amsterdam: Contact, 1997), met name pp. 9-15. Vgl. ook: W. Allee, A. Emerson, O Park and K. Schmidt, Principles of Animal Ecology (Philadelphia, 1959); R. Ricklefs, Ecology (New York: Chiron Press, 1979); P. Ehrlich, The Machinery of Nature (New York: Simon and Schuster 1987), p. 169, vgl. pp. 222 e.v., en p. 231; D. Wilson, “Language as a Community of Ineracting Belief Systems: A Case Study Involving Conduct toward Self and Others,” in: Biology and Philosophy 10(1995), pp. 77-97; E. Sober, “Did Evolution Make Us Psychological Egoists?,” in: G.wolters, J. Lennox, uitgs., Concepts, Theories, and Rationality in the Biological Sciences (Pittsburg: University of Pittsburg Press, 1995), pp. 241-262. Voor een algemeen overzicht van dit probleem, zie: R. Augros, G. Stanciu, De nieuwe biologie (Rotterdam: Lemniscaat, 1989), hoofdstuk. 4 en 5. Voor een interessante analyse van de begrippen “zelfzuchtig” en “altruïstisch”, zie: H. Rolston, Genes, Genesis, and God, pp. 277 vv.

318 Vgl. K. Lorenz, Das sogenannte Böse. Zur Naturgeschichte der Aggression (München: Deutscher Taschenbuch Verlag, 199217); Ned.: Agressie bij dier en mens (Sesam, 19947)

319 Vgl. R. Wrangham, D. Peterson, Demonic Males. Apes and the Origins of Human Violence (Boston: Houghton Mifflin Company, 1996)

320 J. Sapp, Evolution by Association. A History of Symbiosis (Oxford: Oxford University Press, 1994); Peter

Corning, Nature's Magic. Synergy in Evolution and the fate of Humankind (Cambridge: Cambridge University



Press, 2003); http://www.complexsystems.org/publications/index.html

321 Vgl. het themanummer van Science 281(1998), pp. 1979-2008: “The Evolution of Sex,” waar echter de spanning centraal staat hoe enerzijds seksualiteit de genetische variëteit bevordert (samenwerking), maar anderzijds in ditzelfde proces ook succesvolle genen vervangen kunnen worden door slechtere.

322 Vgl. J. Lovelock, Gaia. Een nieuwe visie op de Aarde (Utrecht: Kosmos, 1980)

323 Vgl. Chr. Stephens, “Modelling Reciprocal Altruism,” in: Brittisch Journal forPhilosophy of Science 447(1996), pp. 533-551, die een overzicht geeft van speltheoretische overwegingen. Ph. Kitcher, “The Evolution of Human Altruïsm,” in: Journal of Philosophy 90(1993), pp. 497-516; D.S. Peter, “Altruistisches Verhalten im Lichte Moderner Selektionstheorien,” in: Ph. Kaisar, D.S. Peters, Evolutionstheorie und Ethische Fragestellungen (Regensburg: Pustet, 1981), pp. 163-186; J. Cohen, “Cooperation and Self-Interest: Pareto-Inefficiency of Nash Equilibria in Finite Random Games,” in: Proc. Natl. Acad. Sci USA 95(1998), pp. 9724-9731

324 Vgl. V.C. Wyne-Edwards, Animal Dispersion in Relation to Social Behaviour (London: Oliver and Boyd, 1967). Na een tijd inpopulair te zijn geweest, wordt deze theorie opnieuw verdedigd door E. Sober, D. Wilson, Unto Others. The Evolution and Psychology of Unselfisch Behaviour (Cambridge, Mass.: University Press, 1998)

325 Deze theorie is van W.D. Hamilton, “The genetical theory of social behaviour, I en II,” in: Journal of. Theoretical Biology 7(1964), pp. 1-32; vgl. A. Hughes, Evolution and Human Kinship (Oxford: Oxford University Press, 1988)

326 Vgl. D.S. Peters, “Altruistisches Verhalten im Lichte moderner Selektionstheorien,” in: P. Kaisar, D.S. Peters, red., Evolutionstheorie und ethische Fragestellungen (Regensburg: Pustet, 1981); D. Young, The Discovery of Evolution (Cambridge: Cambridge University Press, 1992), pp. 227-8. Vgl. L. Thomas, “Love and Morality: the Possibility of Altruism,” in: J. Fetzer, Sociobiology and Epistemology (Dordrecht: Reidel, 1985), pp. 115-129, die denkt dat altruïsme zijn oorsprong heeft in ouderliefde.

327 Vgl. R.L. Trivers, “The evolution of reciprocal altruism,” in Quaterly Review of Biology 46(1971), 35-57

328 Vgl. H. Fisher, Anatomy of love. Natural History of Monogamy, Adultery, and Divorce (New York: Norton, 1992), die de aantrekking van de geslachten op deze wijze probeert te verklaren.

329 Vgl. R. Wright, The Moral Animal. Why We Are The Way We Are: The New Science Of Evolutionary Psychology (New York: Vintage Books, 1994); E.O. Wilson, Sociobiology. The Abridged Edition (Cambridge, Mass.: Belknap press, 1980), pp. 271-301; Idem, On Human Nature (Cambridge: Mass.: Harvard University Press, 1978)

330 Vgl. P. Zwart, De achtergronden van de moraal (Assen: Van Gorcum, 1996), pp. 60-85.

331 Vgl. “… whereas human hunters kill their prey before they start to eat its flesh, chimpanzees do not seem to care whether the victim is dead or not. Typically they begin to eat small preay by biting open the skull, which causes death, but their purpose appears to be limited to keeping the victim immobile to facilitate the process of tearing into its flesh.” Ph. Lieberman, Uniquely Human. The evolution of Speech, Thought, and selfless behaviour (Cambridge, Mass.: Harvard University Press, 1991), p. 153

332 Vgl. P. Zwart, De achtergronden van de moraal, p. 65

333 Vgl. F. de Waal, “In menselijke termen komt het erop neer dat Moeder Teresa op basis van hetzelfde instinct handelt als elke heler of dief. Een cynischer opvatting is nauwelijks denkbaar.” in: “Dierenmoraal” in: Natuur en Techniek 64(1996), p. 25

334 Vgl. P.R. Wolpe, “If I am only my genes, what am I? Genetic essentialism and a Jewish response,” in: Kennedy Institute of Ethics Journal 7(1997), pp. 213-230; L. Siep, “Was ist Altruismus?,” in: K. Bayertz, Evolution und Ethik (Stuttgart: Reclam, 1993), pp. 288-306

335 M. Ridley, Evolution (Boston: Blackwell, 19931), pp. 57; 323-4

336 Vgl. L. Elders, Aristotle’s Theology. A Commentary on book of the Metaphysics (Assen: van Gorcum, 1972)

337 Vgl. Summa theologica I,2,3.

338 Vgl. L. Farmer, “Human is Generated by Human and Created by God,” in: American Catholic Philosophical Quarterly 70(1996), pp. 413-427; Vgl. de toespraak van de paus tot de Pauselijke Academie van de Wetenschappen, in: R. Russell, W. Stoeger, F.Ayala, red., Evolutionary and Molecular Biology: Scientific Perspectives on Divine Action (Vaticaanstad, Libreria Editrice Vaticana, 1998), pp. 2-9

339 Vgl. R.J. Russell, Special Providence and Genetic Mutation: A New Defense of Theistic Evolution, in: R. Russell, e.a., Evolutionary and Molecular Biology..., pp. 191-223

340 Hier hebben Rooms katholieken het misschien wat gemakkelijker dan protestanten… Vgl. M. Ruse, Can a Darwinian be a Christian? The Relationship Between Science and Religion (Cambridge: Cambridge University Press, 2001), pp. 118vv., omdat ze eerder de meewerking van de schepping in de orde van genade accepteren. Vgl. P. Josef Kentenich, Causa Secunda. Textbuch zur Zweitursachenlehre (Freiburg i.B.: Josef-Kentenich-Institut, 1979)

341 A. Peacocke, God and the New Biology, pp. 97v. De mate waarin de auteur in zijn boek toeval nog steeds een prominente plaats geeft, lijkt me echter nogal aanvechtbaar.

342 Vgl.: “Videmus enim quod aliqua quae cognitione carent, scilicet corpora naturalia, operantur propter finem: quod apparet ex hoc quod semper aut frequentius eodem modo operantur, et consequantur id quod est optimum; unde patet quod non a casu, sed ex intentione perveniunt ad finem. Ea autem quae non habent cognitionem, non tendunt in finem nisi directa ab aliquo cognoscente et intelligente, sicut sagitta a saggitante. Ergo est aliquid intelligens, a quo omnes res naturales ordinantur ad finem: et hoc dicimus Deum.” Thomas van Aquino, Summa Theologica I,2,3. Vgl. C.J. Ducasse, “Explanation, Mechanism, and Teleology,” in: The Journal of Philosophy 22(1925), pp. 150-154; C. Kahn, “The Place of the Prime Mover in Aristotle’s Teleology,” in: A. Gotthelf, red., Aristotle on Nature and Living Things (Pittsburgh: Mathesis Publications, 1985).

Voor een kritiek op deze visie, zie b.v. M. Bedau, “Against Mentalism in Teleology,” in: American Philosophical Quarterly 27(1990), pp. 61-70 en Idem, “Where’s the Good in Teleology?,” in: C. Allen, G. Lauder, red., Nature’s Purposes (Cambridge, Mass.: MIT press, 1998), pp. 261-291, die waarden als oorzaak van teleologie ziet. De vraag blijft dan echter waar die waarden-ordening vandaan komt; waarden staan altijd in relatie tot een doel, een perfectie.



343 Vgl. P. Mourlon Beernaert, Aux origines du genre humain. Que dit la science? Que dit la bible? (Brussel: Lumen Vitae, 1996); G. Verdegaal, W. Weren, Stomen uit eden. Genesis 1-11 in bijbel, joodse exegese en moderne literatuur (Tabor: Brugge, 1992); J. Arnould, La théologie après Darwin. Élements pour une théologie de la création dans une perspective évolutioniste (Parijs: Éditions du Cerf, 1998)

344 Een samenvatting van het geologisch creationisme is te vinden in: D. Wise, “Creationism’s Geologic Time Scale,” in: American Scientist 86(1998), pp. 160-173. Veel argumenten vindt men ook in het tijdschrift Leviathan (Klein Potestraat 6; B-3130 Betekom, België). Vgl. voor de strijd evolutionisten vs. creationisten, http://www.origins.org en http://www.talkorigins.org/origins/other-links.html. Duidelijke argumenten tegen het moderne creationisme in de meest brede vorm vinden we bij R. Pennock, Tower of Babel. The Evidence against the New Creationism (Cambridge, Mass.: MIT press, 1999); Idem, Intelligent Design Creationism and its Critics, Philosophical, Theological, and Scientific Perspectives (Cambridge, Mass.: MIT Press, 2001)

345 The Science of God. The Convergence of Scientific and Biblical Wisdom (London: The Free Press, 1997)

346 Vgl. zelfs al St. Augustinus in zijn De genesi ad litteram die dit ontkent

347 Vgl. R. Pennock, Tower of Babel... en Idem, Intelligent Design...

348 Vgl. H. Berger, Evolutie en metafysica (Budel: Damon, 2001), pp. 187vv.; J.M. Maldamé, "Évolution et création. La théorie de l'évolution: ses rapports avec la philosophie de la nature et la théologie de la création," in: Revue Theologique 96(1996), pp. 575-616, pp. 609vv.

349 Vgl. Rupert Sheldrake, die in zijn Een nieuwe Levenswetenschap. De hypothese van de vormende oorzakelijkheid (Wassenaar: Mirananda, 1983) spreekt over morfogenetische velden. Helaas is hier een zeker Platoons dualisme niet helemaal vermeden. Vgl. H.-P. Dürr, F.-Th. Gottwald, Rupert Sheldrake in der Diskussion (Bern: Scherz, 1997)

350 Vgl. A.N. Whitehead, Process and Reality. An Essay in Cosmology (New York: Free Press, 1978); Ch. Hartshorne, The Logic of Perfection (1962); Vgl. John F. Haught, God after Darwin. A Theology of Evolution (Boulder, Col.: Westview Press, 2000);

351 Karl Rahner, Schriften zur Theologie, bnd. 16 (Einsiedeln, 1983), pp. 24-62, hier p. 44; vgl. H. Kessler, “Gott, der kosmische Prozeß und die Freiheit” in: G. Fuchs, H. Kessler, Gott, der Kosmos und die Freiheit (Würzburg: Echter, 1996), pp. 189-238, hier p. 222

352 Geciteerd in J. van der Veken, Een kosmos om in te leven (Kampen: Kok, 1990), p. 65.

353 Vgl. Simon Conway Morris, Life's Solution. Inevitable Humans in a Lonely Universe (Cambridge: Cambridge University Press, 2003)

354 Vgl.: “Corpere et anima unus, homo per ipsam suam corporalem condicionem elementa mundi materialis in se colligit, ita ut, per ipsum, fastigium suum attingant et ad liberam Creatoris laudem vocem attollant” Gaudium et Spes 14

355 Vgl. M.D. Leroy, L’évolution des espèces organiques (Paris: Perrin, 1892), pp. 10-11, gec. in: J. Arnauld, Darwin, Teilhard de Chardin et Cie. L’Église et l’évolution (Paris: Desclée de Brouwer, 1996), p. 226





1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   12


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina