Fout! Alleen hoofddocument. Evolutietheorie



Dovnload 365.37 Kb.
Pagina3/12
Datum22.07.2016
Grootte365.37 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   12

b. Charles Darwin


Charles Darwin (1809-1882)104 is gevierd als de man die voor het eerst de oorzaken van het evolutionair proces heeft ontdekt. Zijn Origin of Species (1859) is de uitwerking van de vondsten gedaan tijdens zijn reis met het schip The Beagle, waarop hij als naturalist de Stille Oceaan en meer in het bijzonder de Galapagos eilanden bezocht. Nadat hij in 1836 het schip verlaten had, was het echter pas de ornitholoog John Gould, werkend met de verzameling vogels van de reis, die hem in 1837 bekend maakte met het feit dat de verschillen tussen de vogels overeenkwamen met de verschillende eilanden. Van toen af realiseerde Darwin zich dat geologische isolatie en natuurlijke selectie de factoren zijn die een rol spelen in de verandering van soorten.



The Origin of Species is verdeeld over verschillende hoofdstukken, die over van elkaar onafhankelijke theorieën handelen. De twee nieuwe basis-concepten zijn gemeenschappelijke afstamming en natuurlijke selectie, waarbij de laatste variaties tussen de individuen van dezelfde afkomst veronderstelt.105

Het feit van de gemeenschappelijke afstamming, in plaats van een lineaire serie van de scala naturae, kan volgens Darwin veel feiten verklaren: de hiërarchie van Linnaeus’ classificatie, patronen van distributie, feiten bekend vanuit de comparatieve anatomie, morfologie en celtheorie.106


Levende organismen brengen afstammelingen voort die van hen verschillen. Hoe komen deze mutaties tot stand? Darwin stelde dat hij “sterk genegen was om te verwachten dat de vaakst voorkomende oorzaak van de variabiliteit toegeschreven kan worden aan de mannelijke en vrouwelijke voortplantingselementen, die vóór de act van conceptie zijn beïnvloed.”107 Darwin hield de theorie van “pangenesis,”108 d.w.z. de theorie dat tijdens het leven door elk deel van het lichaam kleine deeltjes, “gemmulen” of “pangenen” worden afgegeven, die door het lichaam circuleren en ook door de voortplantings- of kiemcellen worden opgenomen, zodat het volgende organisme de karakteristieken zal verkrijgen die het vorige organisme tijdens zijn leven heeft verworven.

Het idee van mutatie is onafhankelijk ook ontdekt door A.R. Wallace in 1858: “Er is een algemeen principe in de natuur dat ervoor zorgt dat vele variëteiten het oudergenus overleven, en veel successievelijke variaties veroorzaken.”109


Darwin’s verklaring voor het ontstaan van de soorten wordt door de bekende evolutionair bioloog Mayr (1905-2005) als volgt samengevat:

Feit 1: Alle soorten hebben een zodanig grote potentiële vruchtbaarheid, dat hun populatie exponentieel zou aangroeien als alle individuen die geboren worden succesvol zouden reproduceren (vgl. Malthus);



Feit 2: Behalve kleine jaarlijkse fluctuaties en toevallige grotere fluctuaties vertonen populaties normaal gesproken stabiliteit.

Feit 3: Natuurlijke voorraden zijn beperkt. In een stabiele omgeving blijven ze relatief constant.

Redenatie 1: Omdat meer individuen worden voortgebracht dan door de beschikbare voorraden kunnen worden onderhouden, terwijl de populatiegrootte constant blijft, betekent dit dat er een felle strijd om het bestaan gevoerd moet worden tussen de individuen van deze populatie, wat resulteert in het overleven van slechts een - vaak zeer klein - deel van de afstammelingen van een geslacht.

Deze feiten, afgeleid van de populatie-ecologie, leiden tot belangrijke conclusies, wanneer ze worden gecombineerd met bepaalde genetische feiten.



Redenering 2: Het overleven in de strijd om het bestaan is niet het gevolg van toeval, maar hangt ten dele af van de erfelijke constitutie van de overlevende individuen. Deze ongelijke overlevingskans constitueert het proces van natuurlijke selectie.

Redenering 3: In de loop van de generaties zal dit proces van natuurlijke selectie leiden tot een continue verandering van populatie, d.w.z. tot evoluties en tot de productie van nieuwe soorten.”110
Ofschoon de Origin of Species verscheen in 1859, duurde het nog tot 1871 voordat Darwin de consequenties ervan voor de mens uitwerkte in zijn The Descent of Man, and Selection in relation to Sex, 2 Vol. (1871).111 Dit deed hij pas nadat anderen, Thomas Huxley (grootvader van schrijver Aldous Huxley) in zijn Man’s place in nature (1863), Charles Lyell in zijn Antiquity of Man (1863) en Ernst Haeckel in zijn Generelle Morphologie (1866) de conclusie betreffende het ontstaan van de mens uit zijn theorie hadden getrokken. In zijn Descent probeert Darwin bewijzen aan te voeren voor de afstamming van de mens uit een lagere levensvorm, door te verwijzen naar homologe and rudimentaire embryonale lichaamsstructuren112 en naar instincten in de mens, die niet meer dan een gradueel verschil vertonen met geesteskrachten.113 Hij merkt op dat dieren ook emulatie, schaamte, grootmoedigheid, verbazing and nieuwsgierigheid, imitatie, aandacht, herinneringen, voorstellingsvermogen, en een zekere kracht tot overleg en rede hebben.114 Ze kennen het gebruik van gereedschap,115 en taal.116 Aan de andere kant, was het niet dan tot laat in de evolutie dat de mens zelfbewustzijn kreeg en algemene ideeën, een zin voor het schone, en geloof in God verwierf.117 De zin voor het morele, de moral sense, waaraan hij een heel hoofdstuk wijdt, omdat dit menselijk vermogen volgens hem het belangrijkste verschil met dieren is, is voor hem echter niet meer dan een sociaal instinct: de wet van de gemeenschap bepaalt individuele oordelen en acties.118

In een volgende hoofdstuk, IV, beschrijft hij verschillende karakteristieken van mensen: rechtop gaan, een grotere schedel bezitten, een naakte huid hebben, geen staart bezitten, maar ook sommige bijzondere trekken van bepaalde typen mens in bepaalde gebieden en onder bepaalde omstandigheden.





1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   12


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina