Fout! Alleen hoofddocument. Evolutietheorie



Dovnload 365.37 Kb.
Pagina8/12
Datum22.07.2016
Grootte365.37 Kb.
1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   12

c. De mens en zijn doel: ethiek en sociaal gedrag

Een fundamentele vraag blijft het moment van het ontstaan van de soort die wij nu in het algemeen aanduiden met het begrip “mens”. Wanneer werd de mens menselijk? Was dat op het moment dat de mens rechtop liep, een grotere schedelinhoud dan 1000cc. had, gereedschappen gebruikte, vuur kon aanleggen, taal had,289 etc.? Het is moeilijk hier een antwoord op te geven, ook omdat de archeologische vondsten wel erg weinig houvast bieden.290

Hoe het ook zij, als toegegeven moet worden dat de mensen die nu leven fundamenteel anders zijn dan apen291 - hun intelligente natuur is niet slechts gradueel292 maar wezenlijk verschillend van die van de andere primaten293-, dan moet er iets ingrijpends gebeurd zijn op het moment van ontstaan van de eerste mensen. Omdat de ziel van de mens van een geestelijke natuur is - ze is immers de drager van een immateriële werking, het denken - daarom kan het levensprincipe van de mens niet ontstaan zijn uit om het even welk materieel substraat van eicel en zaadcel van een primaat. Er is blijkbaar elke keer dat een mens ontvangen wordt een direct ingrijpen van het Hoogste Scheppingsprincipe nodig.294 Hoewel we kunnen toegeven dat onze lichamen veel lijken op die van de primaten, toch moeten we de bovennatuurlijke oorsprong van de ziel van de mens aannemen, om zijn geestelijke natuur, zijn persoonzijn, uniciteit en waardigheid te garanderen.
Een van de meest kenmerkende eigenschappen van mensen is hun vaak bewust doelgericht gedrag. Dit geldt voor het organische niveau,295 maar vooral op het geestelijke vlak: mensen maken plannen, en werken aan de oplossing van problemen. Typisch menselijk is ook de vraag naar zin en betekenis van het leven.296

Een eerste vraag in verband met de evolutietheorie is, hoe mensen tot dit doelgerichte gedrag komen, wanneer onze oorsprong - en dus ook ons doel! - louter toevallig is, en we niet meer dan toevalsproducten zijn. Kan doelgericht handelen helemaal voortkomen uit accidentele oorzaken?297 Wat zouden wij ons immers voor zinvolle doelen kunnen stellen als het onmetelijke heelal zelf doelloos is? Zoals Gilson terecht stelt:

“By far the hardest problem for philosophy and for science is to account for the existence of human wills in the world without ascribing to the first principle either a will or something which, because it virtually contains will, is actually superior to it. To understand this is also to reach the deeply hidden source of Greek mythology, and therefore of Greek religion. The Greek gods are the crude but telling expression of this absolute conviction that since man is somebody, and not merely something, the ultimate explanation for what happens to him should rest with somebody, and not merely with something.”298

Het echte probleem komt met name om de hoek kijken, wanneer we naar de fundamenten van de ethiek en religie kijken, naar de grondslag van waarden299 en normen die verplichtend karakter bezitten.

Allereerst is moreel en religieus300 gedrag bij uitstek en wezenlijk doelgericht gedrag, d.w.z. gericht op iets goeds,301 op (ultieme) waarden.302 Zonder een doel van mijn handelingen, d.w.z. iets dat goed voor mij of jou of ons is, kan er ook geen hiërarchie van waarden bestaan. Waarden worden afgemeten naar een doel, dat goed is.

Ten tweede, normen, d.w.z. wetten die een bepaald gedrag als goed of slecht verplichtend voorschrijven respectievelijk afwijzen, zijn zonder referentiekader waarbinnen een orde tot een doel heerst totaal ondenkbaar. Een louter beroep op de biologie,303 of het ontkennen van het eigene van ethiek,304 lijkt hierbij te weinig te verklaren.305 Daarbovenop komt nog dat ethiek als normatieve wetenschap niet kan worden afgeleid uit pure bestaande feiten of zelfs waarden. Dit wel te doen zou de zgn. “natural fallacy” zijn, nl. het afleiden van “ought” vanuit “is,” het “moeten” vanuit het “zijn”. Wanneer nu de ontwikkeling van de soorten louter toevallig zou zijn, kan er voor geen enkele soort ooit een verplichte richting voor de toekomst worden gevonden, en is er geen enkele normering van handelingen mogelijk.306

Een evolutie zonder doel heeft dus geen hiërarchie van waarden en, a fortiori, geen normatieve structuren. Strikt gesproken zijn chaos, anarchie, immoraliteit en zedeloosheid in zo’n ‘systeem’ even acceptabel als rechtvaardigheid en vrede. Sociaal gedrag is niet méér te prefereren dan asociaal gedrag. Zelfs niet als de soort of de individuele “zelfzuchtige” genen307 er ‘baat’ bij vinden.308 Want wat is dan ‘baat hebben bij’? Zelfs het overleven of voortplanten is in een toevallig universum geen geprefereerde status.309 Men kan eveneens niet meer zeggen dat er een ‘donkere’, ‘kwade’ of ‘bedreigende’ kant aan de natuur en/of ons is.310 Deugd en zonde zijn in deze situatie evenwaardig. De nihilistische ethiek van Nietzsche, met zijn “Umwertung aller Werte,”311 die nog de emoties als hoogste waarde accepteerde, is uitermate hoogstaand in vergelijking met de totale “Vernichtung aller Werte” die op een dergelijk wereldbeeld zou volgen. Machiavelli is nog een heilige vergeleken met de ethici van dit drogbeeld, aangezien hij tenminste nog de waarde van de macht overeind hield.312

Het enige wat overblijft zou een ethiek op grond van toevallige afspraken kunnen zijn, maar iedereen voelt dat daar voor de toevallig bestaande individuen dan nog geen enkele verplichting uit zou volgen. Trouwens, we voelen na Auswitsch dat ethiek een verplichtend karakter heeft buiten afspraken om,313 en dat is in een toevallig universum ten ene male onmogelijk. Waarom zouden we die afspraken eigenlijk ook maken? Nogmaals, overleven is in dat geval geen doel!

En dus kon, zoals we zagen, reeds Charles Darwin stellen, dat een van de grootste moeilijkheden bij het ontkennen van teleologie in de evolutietheorie het onmogelijk worden is van een consistente moraal314 en religie.315 Wanneer er geen voorgegeven doel is, op hetwelk ons gedrag geordend is, zij het individueel, zij het qua maatschappij, dan is onze wetboek overbodig, en is onze menselijke waardigheid ook zeker niet groter dan die van vrij in het rond zwevende atomen, maar dan wel nog zonder natuurwetten.316

Kort gezegd: waarden en normen kunnen niet bestaan in een toevallig universum, omdat ze een in de natuur verankerde verplichte doelgerichtheid veronderstellen.

Een ander probleem vormt het bestaan van (menselijk) altruïsme. De “survival of the fittest” veronderstelt immers een constante oorlog tussen individuen.317 En, inderdaad, er is veel geweld in de dierenwereld,318 tot aan de hoogste primaten toe.319 Maar er is, merkwaardig genoeg, ook gedrag dat anderen helpt te leven. Er is b.v. evolutie door associatie van verschillende levensvormen.320 En wat te denken van seksualiteit, waarbij de genen van de één samenwerken met die van de ander?321 In paarvorming en opvoeding van nakomelingen blijkt heel duidelijk altruïstisch gedrag. Maar ook in groepen en zelfs tussen soorten in de dierenwereld zijn er vele voorbeelden van - al is het maar schijnbaar - zelveloos gedrag, met name ten aanzien van zwakkere individuen. Is het eco-systeem van de aarde zelfs niet vergeleken met één organisme?322

Er zijn verschillende pogingen ondernomen om dit probleem van het altruïsme met behulp van spel-theoretische categorieën op te lossen.323 Een eerste is de hypothese van de ‘groepselectie’, dat wil zeggen de concurrentie tussen groepen individuen in plaats van tussen de individuen zelf.324 Een tweede mogelijke oplossing zou de “gen-selectie,” d.w.z. de attractie van gelijksoortige genen in een stam: altruïsme in dit geval is slechts egoïsme. Er kunnen hierbij twee vormen worden onderscheiden: “kin-selection325,” d.w.z. waarschuwingssignalen en bescherming tussen familieleden,326 en wederzijdse hulp.327

In mensen lijken deze evolutionaire,328 uiteindelijk materialistisch egoïstische “Selfish gene” of zelfs “Tit for tat” theorieën van veel evolutionisten329 echter geen recht te doen aan specifiek menselijke morele kenmerken,330 zoals het eerst doden voor het eten,331 de verzorging van geestelijk gehandicapten,332 en met name de liefde van mensen als moeder Theresa333 of Maximiliaan Kolbe. De betere vormen van menselijk altruïsme zijn meer dan een uiting van egoïstisch genen.334 Om het in Marxistische termen uit te drukken: de ‘onderbouw’ van de biologie kan de ‘bovenbouw’ van de moraal van met name het christendom niet verklaren. Helaas moeten we niettemin toegeven dat de meerderheid van de mensheid nog op een vrij basaal niveau met elkaar omgaat. Geen wonder dat de ethologen mensen zo gemakkelijk met apen vergelijken.




1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   12


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina