Frankrijk. Bezienswaardigheden van Auxerre



Dovnload 32.03 Kb.
Datum26.08.2016
Grootte32.03 Kb.

Frankrijk.



Bezienswaardigheden van Auxerre.

  • De hieronder beschreven stadswandeling start bij de Pont Paul Bert, één van de bruggen over de Yonne.

  • Komt u vanaf het station dan bereikt u de brug via de Rue Jules Ferry en de Av. Gambetta.

Pont Paul Bert.

  • Deze brug biedt een fraai panorama op liet oude stads­hart: links de Église St: Pierre, in het midden de Cathédrale St. Étienne en rechts de Abbaye St: Germain, en overal daartussen de huizen met hun rode en bruine dal een, die schots en scheef tegen de helling zijn gebouwd.

  • Deze brug uit het midden van de 19de eeuw draagt de naam van de in Auxerre geboren Franse politicus/wetenschapper Paul Bert, wiens standbeeld in het midden is geplaatst.

  • U loopt via de Rue du Pont /het verlengde van de brug), een gezellige winkelstraat.

Église St. Pierre.

  • Dit is een 17de eeuwse classicistische kerk met hier en daar wat renaissance elementen in de versiering, die sterk contrasteert met de 16de eeuwse flamboyant gotische klokkentoren waarvoor de toren van de kathedraal model heeft gestaan. Binnen keert alleen de renais­sancestijl terug.

  • Het kerkplein wordt afgesloten door een renaissance­poort, waarop het beeldhouwwerk een combinatie is van mythologie (Romeinse godin Ceres) en christelijke leer (Ark van Noach).

  • U gaat rechts de licht stijgende Rue Jouberteen eind in en slaat wederom rechts (de tweede straat) de Rue Sous Mars (drie vakwerkhuizen naast elkaar) in tot aan de Qnai de la République, de kade langs de Yonne, waar u links gaat.

Place St. Nicolas.

  • Rondom dit rustieke pleintje woonden de vissers en de schippers, die hun brood op de Yonne verdienden en die het beeldje van Nicolaas van Myra (Sinterklaas), de beschermheilige van de zeelieden, in een gevelnis plaatsten ter verering.

  • Praai zijn de vier vakwerkhuizen links in de Rue de la Marne.

  • U neemt de Rue du Mont Brenn (rechts; ook mooie vakwerkpanden).

Maison du Coche d'Eau.

  • Dit 16de eeuwse vakwerkhuis is een voormalig trekschuitenhuis.

  • Via de Rue du Dr. Labosse (links) en de Rue Cochois (rechts, een stevige klim) pas­seert u links een fraai vakwerkpand en komt u op een plein.

Abbaye St. Germain

  • Bisschop Germain nam in de loop van de 5de eeuw het voortouw voor de bouw van een oratorium, waarin na zijn dood in Ravenna (in 448) zijn beenderen werden bijgezet.

  • Koningin Clothilde, echtgenote van Clovis, vergrootte het in de 6e eeuw tot basiliek.

  • In de 9de eeuw werd het uitgebreid met een crypte.

  • In de 12de eeuw ontstond de   nu losstaande   klokkentoren, Tour St. Jean, en tussen de 13de en de 15de eeuw verrees de gotische abdijkerk (de façade is neogotisch), die op zich­zelf niet erg interessant is.

  • Van de lokale kunstenaar Brochet staan twee houten beelden in de kerk: één, een vrouw met kind, is een deel van een groep van 80 beelden, `Le massacre des innocents'.

  • Belangwekkend is de crypte die bestaat uit twee boven elkaar geplaatste ruimten.

  • Boven ligt de driebeukige Karolingische basiliek, die in het oosten wordt afgesloten door de tien hoekige, gotische Chapelle St. Maxime (spitsbooggewelven in tien delen), en onder een crypte met de eveneens gotische Chapelle St. Clément (ook tiendelig gewelf).

  • Het oudste deel van de bovenste etage wordt bedelot door een tongewelf, terwijl korte, Gallo Romeinse zuilen (kapitelen met acanthusbladeren) en daarboven architraven van eikenhout, de verschillende beuken schei­den.

  • In 1927 werden achter het pleisterwerk zeldzame fresco's in oker en rood uit het midden van de 9de eeuw ontdekt, die tot de oudste van Frank­rijk behoren.

  • Afgebeeld zijn: het leven en de dood van St. Étienne, twee bisschoppen en de Aanbidding der Koningen.

  • De fresco's, waarop te zien is dat vier bisschoppen in de crypte worden bijgezet, dateren van na 890.

  • De steen met het Christus monogram was de afdekplaat van het graf van de heilige, dat later als altaar werd gebruikt.

  • Het graf (5 m diep) is nu overdekt met een gewelf, waarop in navolging van de mozaïeken in Ravenna de zon, als symbool van de eeuwigheid, is aangebracht.

  • In de kloostergebouwen, die volledig worden gerestaureerd, huist het zeer interessante Musée St. Germain.

  • De permanente collectie bestaat uit Gallo romaanse kunst en een afdeling Pre  en Protohistorie.

  • Daarnaast zijn er veel tijdelijke exposities (ook moderne kunst)

  • U loopt de Rue du Lycée j. Amyot (recht tegenover de abdij) en links de Rue de l'Étang St. Vigile in.

Cathédrale St. Étienne.

  • Voordat deze in grauwe kalksteen opgetrokken kathedraal haar huidige gotische vorm kreeg, stonden hier al enige bedehuizen, maar alleen van de in 1057 gewijde, stenen kerk zijn nog niet alle sporen uitgewist.

  • In 1215 werd onder auspiciën van bisschop Guillaume de Seignelay met de bouw van de vijfde kathedraal begonnen, waarin de crypten (rond 1030 gebouwd) werden geïntegreerd.

  • Aan het eind van de 13de eeuw stond het onderste deel van de westgevel en een tiental jaar later was ook de zuidelijke trans­eptarm voltooid.

  • Aan het begin van de 15de eeuw was de westgevel pas tot aan de onderkant van de torens af, was het schip nog gewelfloos, en in het midden van de 16de eeuw was er aan de gevel een toren toegevoegd.

  • Door de `beeldenstorm' van de hugenoten in 1567 werd de kathedraal voor een groot deel van haar beelden, altaren en glasvensters ontdaan, maar de restauratie en de vernieuwing kwamen redelijk snel op gang.

  • Dit bouwproces vond zijn einde in de restauratie in de 19de eeuw door Prosper Merimée, Viollet le Duc en de lokale architect Piéplu.

  • Exterieur: de flamboyant gotische westgevel met drie portalen bestaat uit vier met pinakels en arcaturen versierde etages, die in het midden uitlopen in een puntgevel (roosvenster), een eveneens rijk gedecoreerde noordelijke toren (68 m hoog, te beklimmen) en een zuidelijke toren die nooit is afgebouwd.

  • Het timpaan van het eind 13de eeuwse rechter por­taal is gewijd aan de jeugd van Christus en het leven van Johannes de Doper.

  • Deze thema's worden herhaald op de archivolten.

  • Bas reliëfs ver­ halen over de liefde tussen David en Bathseba, terwijl acht beelden alle­ gorieën zijn voor filosofie (rechts) en de zeven vrije kunsten. Rechts van het portaal is Salomons oordeel afgebeeld.

  • Het timpaan van het centrale portaal (begin 14de eeuw) stelt de tronende Christus voor, gezeten tussen Maria en Johannes.

  • De bas reliëfs van de onderbouw verbeelden scènes uit het leven van jozef (links) en het verhaal van de Verloren Zoon (uniek als thema op een kerkportaal).

  • De archivolten zijn verlucht met de twaalf apostelen en engelen, de deurposten met de twaalfwijze en dwaze maag­den.

  • Op een klein medaillon van de onderbouw is Aristoteles, die op zijn rug Phyllis draagt, te herkennen: een parabel voor de zege van het vrou­welijk vernuft over de wijsheid.

  • Het linker portaal (begin 14de eeuw) is ver­sierd met de levenscycli van Maria en haar ouders, Joachim en Anna, ter­wijl de medaillons van de onderbouw verhalen uit Genesis voorstellen.

  • Het zuidelijke portaal van de dwarsbeuk uit de 14de eeuw is opgedragen aan de patroonheilige St. Etienne, het noordelijke 15de eeuwse portaal van deze beuk aan St. Germain, terwijl hier ook een plaatsje is in ge­ruimd voor St. Pélerin.

  • Interieur: het klassiek gotische interieur is door de architect wat acade­misch en fantasieloos uitgevoerd, maar het begin 13de eeuwse koor van drie verdiepingen en de kooromgang zijn imponerend en qua proportie (2:1:1) bijzonder harmonieus en elegant.

  • Typerend voor de Bourgondi­sche gotiek is de lage arcadenzone, de getemperde hoogte van de kerk, die nooit irrationeel wordt, en de dubbele wanden boven de arcaden.

  • Speciale aandacht verdienen de 13de eeuwse medaillon vormige glas in­ loodramen in de kooromgang, de compleetste cyclus na die van Bourges en Chartres, waarbij in het kleurenpalet helrood, diepblauw en mos­groen overheersen.

  • Te zien zijn bijvoorbeeld: de historie van David, ver­halen uit Genesis, de Ark van Noach, de verkoop van jozef door zijn broers, de legende van Andreas, het verhaal van Sainson en dat van de Verloren Zoon.

  • Jeanne d'Arc wordt ook in deze kathedraal niet vergeten (raam en standbeeld).

  • Tot de kerkschat behoren vele liturgische voorwer­pen (13de t/m 16de eeuw), een collectie email uit Lunoges (13de eeuw), getij­denboeken en miniaturen en een 13de eeuwse bronzen crucifix.

  • In de 11de eeuwse romaanse crypte werd tot aan het begin van de 13de eeuw de frescokunst beoefend.

  • Bij één van de fresco's (op het tongewelf van de travee voor de apsis) wordt algemeen aangeno­men dat het hierom de triomfantelijke intocht van Christus gaat: Chris­tus (met nimbus) zit met gespreide armen op een schimmel in het mid­den van een kruis.

  • Ook de vier engelen, elk afgebeeld op de armen van het kruis, zijn te paard afgebeeld.

  • Dit thema komt in de romaanse schilderkunst zelden voor.

  • Een ander fresco (Christus in de mandorla, omgeven door de vier symbolen van de evangelisten) is veel traditioneler.

  • Na de kathedraal loopt u links langs het atelier van Francois Brochet de Rue Fou­rier in tot de Place des Cordeliers (parkeerplaats), waar u op de helft van dit grote plein linksaf slaat naar de Place Hótel de Ville (autovrij).

  • Het 18e eeuwse raadhuis wordt omringd door enkele aardige vakwerkhuizen.

  • Tien modern standbeeld (van Francois Brochet; origineel in kathedraal) herdenkt dat de dichteres Marie Noël haar hele leven in Auxerre heeft gewoond.

Tour de l'Horloge.

  • Deze gotische toren werd in de 15de eeuw gebouwd op de fundamenten van de Gallo Romeinse wallen en maakte deel uit van de middeleeuwse stadsmuren.

  • Het 17de eeuwse uurwerk heeft een dubbele wijzerplaat, waarvan de ene kant de dagelijkse bewegingen van zon en maan aangeeft en de andere kant (westen) de uren.

  • Onder de poort door komt u in de voor voetgangers gereserveerde zone (weer beeld van Brochet): de Rue de (Horloge (15de eeuws vakwerkhuis op nr. 6), linksaf in de Rue de la Draperie (dubbel 15de eeuws huis op nr. 21 23), en daarna op de Place Suruque (standbeeld Cadet Roussel van Brochet) met zijn fraaie vakwerkhuizen.

  • U steekt het pleintje rechts aanhoudend over, en gaat de Rue Schaeffèr ín.

Église St. Eusèbe.

  • In deze kerk, een overblijfsel van een klooster dat hier rond 640 werd gesticht, komen drie verschillende kunststijlen aan bod: romaans (12de eeuwse toren met gotische opengewerkte top), gotisch (kruisribgewelven) en renaissance (koor met omgang en kapellen en de glas in loodramen).

  • Een kapel in de rechter beuk bevat achter luiken een kostbaar reliek: de `Zweetdoek van St. Germain', die gediend zou hebben om het lichaam van de heilige te omhullen toen de stoffelijke resten in 841 werden overgebracht.

  • Het is een blauwzijden doek, versierd met gou­den adelaars (hoogstwaarschijnlijk van Byzantijnse makelij).

  • Na de kerk neemt u links de Rue d'Égalité en links de Rue d'Églény (de derde/.

Musée Leblanc Duvernoy.

  • Collec­tie: Beauvais tapijten, faience, meubilair, schilderijen.

  • U loopt terug naar het kruispunt en pakt de andere kant van de Kue d'Igiény.

Place Robillaid

  • Het 14de eeuwse Hótel du Cerf Volant op nr. 5 is het oud­ste huis van Auxerre.

  • Via de Place C. Lepère (rechts) komt u op de Place des Gordeliers en van daaruit afdalend weer op de kade van de Yonne.

  • Buiten de hierboven beschreven stadswandeling zijn er in Auxerre nog enkele bezienswaardigheden:

Chapelle des Visitandines.

  • Dit is een 18de eeuwse barokkapel, ingericht als museum voor Francois Brochet.

Musée d'Histoire Naturelle

  • Natuurhistorisch museum.

Pavillon de l'Arquebuse

  • In dit 18e eeuwse paviljoen, opgetrokken uit roze baksteen, hielden de in de 14de eeuw opgerichte `Ridders van de Schuttersgilde' hun schietoefeningen.

Cadet Roussel.

  • Cadet Roussel a une maison

  • qui n'a ni poutre ni chevron

  • eest pour loger les hirondelles!

  • que direz vous de Cadet Roussel?

  • Ah! ah! ah! mais vraiment

  • Cadet Roussel est bon enfant.




  • Menig Fransman zingt bij het horen van de naam `Cadet Roussel' onmiddel­lijk dit wat abracadabra achtige lied (met een lange sliert van coupletten), geschreven door Chenu du Souchet.

  • Deurwaarder Guillaume Roussel (1 743 1807) uit Auxerre stond model voor dit volksliedje, dat, gezongen door de vrijwilligers uit Auxerre tijdens de veldtochten van de patriottische jaren na de Franse Revolutie, snel over het land verspreid raakte.

  • De `Cadet' was behalve een vurig patriot vooral een wat harlekijnachtige fratsenma­ker, die ook nog wel wat parvenuachtige trekjes vertoonde, als dat beter uitkwam.

  • Zo had hij voor zichzelf een `woning' gecreëerd, die bestond uit een loggia van zeven bij twee meter naast de ingang van de Tour de ('Hor­loge. Auxerre is zijn `Cadet' niet vergeten, want op het belangrijkste plein, de Place Suruque, staat het moderne, kleurrijke standbeeld van Francois Brochet.

  • Jong en oud ontmoeten elkaar hier.








Samengesteld door: BusTic.nl






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina