Frankrijk. Bezienswaardigheden van Dijon



Dovnload 60.68 Kb.
Datum25.07.2016
Grootte60.68 Kb.

Frankrijk.



Bezienswaardigheden van Dijon.

  • Het oude stadshart is redelijk gaaf bewaard gebleven en voor een deel goed gerestaureerd na de zware beschadigingen in WO II.

  • De belangrijk­ste monumenten op cultureel gebied zijn: Cathédrale St. Bénigne, Musée archéologique, Église Notre Dame, Palais des Ducs de Bour­gogne, Musée des Beaux Arts en, iets buiten het centrum, de Chartreuse de Champmol.

  • Dijon is daarnaast een stad om in rond te dwalen; langs de talloze patriciërshuizen, waarvan vele met gracieuze binnenhoven, langs winkeltjes en over pleintjes.

  • De lange winkelstraat, Rue de la Liberté, en een deel van de zijstraten, zoals Rue des Forgcs, Rue Musette, Rue de la Chouette en Place F. Rude zijn autovrij (soms alleen openbaar vervoer), zodat het daar plezierig wandelen en winkelen is.

  • Vanaf het station loopt de Avenue du Maréchal Foch naar een gezellig plein dat door het autoverkeer wat druk en rommelig is.

Place Darcy.

  • Rust vindt u in het gelijknamige park.

  • De Pontaine de Jeu­nesse, omringd door een vijver met zwanen, is van Max Blondat, de plas­tiek `Ours Blanc' (IJsbeer), is een kopie van het beeld van Francois Pompon.

  • Onder het plein ligt een overdekte parkeergarage.

  • Via de 18de eeuwse Porte Guillaume, genoemd naar de architect Guillaume de Vol­piano, aan de zuidoostelijke zijde van het plein, betreedt u de oude stad, die in de Middeleeuwen door elf stadspoorten was ontsloten.

  • Gelijk na de poort gaat u rechtsaf de Rue Dr. Maret in.

  • Aan het eind ziet u aan de overkant eerst het archeo­logisch museum en daarna de kathedraal.

Cathédrale St: Bénigne.

  • In 535 had de bisschop van Langres boven het graf van de heilige Benignus al een kerk laten bouwen.

  • Een jaar na het magische jaar 1000 begon de uit Lombardije afkomstige bouwmeester­abt Guillaume de Volpiano met de bouw van een pelgrimskerk, die bestond uit een vijfbeukige basiliek met daaraan vast een rotonde van drie verdiepingen, die in het oosten werd afgesloten door een vierkante Mariakapel.

  • Na enkele verwoestingen en een instorting in 1272 werd in 1280 begonnen met de huidige kathedraal in puur gotische stijl.

  • De 93 m hoge, groen uitgeslagen torenspits, is neogotisch en werd aan het eind van de 19de eeuw voltooid; het bontgeglazuurde dak dateert van diezelfde eeuw.

  • Van het romaanse bouwwerk zijn de donkere, ongewoon hoge crypte, achter de apsis (ingang via sacristie), het onderste deel van de rotonde en de Mariakapel ontkomen aan de vernielzucht na de Franse Revolutie.

  • Dat kwam omdat dat deel in zijn geheel met zand en pain werd dichtgegooid; pas in het midden van de 19de eeuw werd het weer blootgelegd.

  • De rotonde bestaat uit drie cirkels van zuilen uit één blok.

  • Op deze zuilen, maar ook op enkele smallere pilaren, rusten nog enkele 11de eeuwse Karolingische kapitelen met menselijke gestalten, dieren­ koppen en geometrische figuren, die behoren tot de vroegste Bourgondi­sche beeldhouwkunst (stilistisch nog wat ruw).

  • Niet alle kapitelen zijn origineel, maar die met het masker is dat in ieder geval wel.

  • Van de sarco­faag van de heilige is alleen de dekplaat over.

  • Van het kloostercomplex resteren liet 13de eeuwse gotische dormitorium en de lle eeuwse kapit­telzaal.

  • In deze vertrekken ziet u nu een museum.

Musée archéologique.

  • Dit archeologisch museum heeft naast voorwerpen uit de Prehisto­rie en de Gallo Romeinse periode een verzameling middeleeuwse kunst.

  • Zo ziet u hier een massief gouden armband (1300 gram, 9de eeuw, gevon­den bij La Rochepot), de eind 14de eeuwse `Buste van Christus' van Sluter (deel van de Mozesbron, een `Christus aan het lawis' van zijn leerling Claus de Werve, verschillende Karolingische kapitelen en twee 12de­ eeuwse romaanse timpanen van de kerk.

  • Op het ene timpaan is het laat­ ste avondmaal afgebeeld en op het andere troont Christus in de mandorla tussen de symbolen van de vier evangelisten.

  • Na de kathedraal slaat u linksaf de Rue Michelet in.

Église St. Philibert.

  • Deze 12de eeuwse romaanse kerkheeft een aantal wijzigingen ondergaan (zoals een gotische torenspits), maar bezit nog wel een romaans zijportaal (Rue Danton).

Place Bossuet.

  • Dit plein, aan het eind van de Rue Danton, oogt eerder als een straat.

  • Hier hadden de leden van het Parlement van Bourgondië hun herenhuizen.

  • Op nr. 18 werd de 17de eeuwse politicus en kanselrede­ naar Jacques Bénigne Bossttet geboren.

  • Zijn standbeeld (1921) staat naast de 15de eeuwse Église St: Jean, nu het Theatre du Parvis St. Jean.

  • Via de Rue Bossuet (Links) komt u op het kruispunt, 'Coin du Miroir', van de Rue de la Liberté.

  • Het 15de eeuwse vakwerkhuis (rechts) heeft als bijnaam `het huis met de drie gezichten'.

  • Hotel de Millière bezit een gracieuze 16de eeuwse erker.

  • U loopt de brede winkelstraat rechts een eindje af tot de Place Francois Rude met de sierlijke Fontaine du Bareuzai, die óf een dansende bosgod voorstelt of een wijnboer die met zijn voeten de druiven plet.

  • Rond dit plein en in de Rue Musette staan op dinsdag­en vrijdagochtend en op zaterdag marktkraampjes.

  • Rechts begint één van de karakteristiekste straten van Dijon.

Rue des Forges. (Straat van de Smeden)

  • Achtereenvolgens ziet u: het 15de­ eeuwse Hotel Morel Sauvegrain (nr. 52 Hm 56), Hotel Aubriot (nr. 40), een 13de eeuws herenhuis, waaraan in de lle eeuw een classicistisch portaal werd toegevoegd, Maison Milsand (nr. 38) met een renaissancefaçade en beeld­houwwerk van Hugues Sambin, en Hotel Chambellan (nr. 34), een 15de eeuws herenhuis van een rijke lakenkoopman, dat op de binnenplaats een fraaie wenteltrap bezit.

  • De gewelfribben van de trap, gedrapeerd als wijnstokken, eindigen bovenin in een door een wijnbouwer gedragen korf.

  • Het hoofdkantoor van het toerisme kon zich geen betere behuizing wensen (rechts nog een fraai portaal).

Église Notre Dame.

  • Ontegenzeggelijk één van de belangrijkste bouw­werken van de Bourgondische gotiek, gebouwd tussen 1229 en 1250.

  • De façade is curieus: boven de drie bogen van de narthex zijn twee even hoge etages aangebracht met sierlijke zuiltjes met bladkapitelen.

  • Elke verdie­ping wordt van de andere gescheiden door een fries met een rij pseudo ­waterspuwers: mens of dier, maar elke keer anders.

  • Dit beeldhouwwerk werd in de 19de eeuw aangebracht als remplaçant van gelijksoortig werk.

  • Op de rechter achthoekige torenspits ziet u een klokkenslager, een Jaquemart, van Vlaamse oorsprong.

  • In 1382 bracht Filips de Stoute, na zijn overwinning in Kortrijk op de rebellerende Vlamingen, het uurwerk als oorlogsbuit mee.

  • De inwoners van Dijon vonden Monsieur Jaquemart maar een eenzame figuur en besloten hem in de 17de eeuw van een vrouw Jacqueline) te voorzien.

  • Een eeuw later werd de familie uitgebreid met het jongetje Jacquelinet en in de vorige eeuw kwam daar zijn zusje Jac­quelinette bij.

  • Elk kwartier laat de familie muzikaal van zich horen.

  • In het interieur komt het principe van de Bourgondische gotiek, waarin niet gestreefd werd naar irrationele hoogten, goed naar voren.

  • De driede­lige wandopstand (arcade, triforium en lichtbeuk) is, kenmerkend voor deze regionale gotische stroming, boven de arcadenzone dubbelwandig.

  • De driebeukige basiliek met dwarsbeuk wordt in het oosten afgesloten door een vijfhoekig koor zonder omgang en kapellenkrans.

  • De vensters in het linker deel van de dwarsbeuk zijn 13de eeuws en de resten van de muurschildering 15de eeuws.

  • In de kapel rechts van het koor staat de 12de ­eeuwse `Vierge Noire', een zwart houten Mariabeeldje.

  • Het wandtapijt uit 1950 in de rechter transeptarm herinnert aan de twee bevrijdingen van Dijon, die van 1513 en 1944.

  • Naast de kerk loopt de Rue de la Chouette (Uitstraat) met eerst een ongecompliceerd vakwerkhuis (nr. 16), daarna het eind 16de eeuwse Maison Millière en het begin 17de eeuwse Hotel de Vogüe, dat een renaissanceportaal en een vrolijk dak van geglazuurde dakpannen toont.

  • Op een pilaar van de eerder genoemde kerk in deze straat (voor u de huizen passeert), herkent u een uil: na het strelen van het beeldje met uw linkerhand mag een wens worden geuit.

  • Haaks op deze straat loopt u de Rue Verrerie (Glasblazerijstraat) in met (links) 15de eeuwse vakwerkhuizen.

  • In een zijstraat rechts, de Rue Chaudronneric (Koperslage­ rijstraat), dateren de huizen op nr. 1, 4 en 5 respectievelijk van de 16e, 13de en 15de eeuw en dankt het begin 17de eeuwse Maison des Gariatides zijn naam aan de twaalf figuren (ook beelden van mannen) die de voorgevel sieren.

  • De Rue Vannerie (3de straat links; Mandenmakerijstraat) staat in het teken van de barokke 18de eeuw, standbeelden Mars en Minerva boven ingang).

  • De drie gebeeld­houwde renaissanceramen en de uitbouw op nr. 66 (rechtsaf) worden toe geschre­ven aan Hugues Sambin.

  • Als u de Rue Vannerie verder uitloopt, arriveert u op de Place St. Michel.

Église St. Michel.

  • Hoewel de façade boven de portalen duidelijk in renaissancestijl is uitgevoerd, is de kerk grotendeels in flamboyant goti­sche stijl opgetrokken.

  • Met de bouw van de kerk werd aan het eind van de 15de eeuw begonnen, maar de gevel werd pas een eeuw later voltooid en de twee torens in de 17de eeuw.

  • Boven de drie portalen loopt over de volle breedte een fries met bladmotieven en grotesken.

  • In medaillons daaron­der zijn portretbustes te herkennen van de proleten Daniël, Baruch, Jesaja en Ezechiël en die van koning David (met harp) en Mozes (stenen wetstafelen).

  • Op het timpaan boven het middenportaal is het Laatste Oor­deel uitgebeeld.

  • Op de sokkel van het 16de eeuwse beeld van aartsengel Michaël, geplaatst tegen de middenspijl van het portaal, ontwaart u zowel mythologische als bijbelse figuren: Johannes de Doper en Salomo naast Apollo en Hercules.

  • In het interieur vallen vooral de hoogte van het koor (zonder omgang) en de 18de eeuwse houten lambrisering op.

  • In de Rue Vaillant (recht tegenover de St. Michel) is in de voormalige Église ft.­Étienne het Musée Rooie, gewijd aan de 18de  19de eeuwse beeldhouwer François Rede uit Dijon, alsmede de Beurs gevestigd.

  • In het museum (ingang Rue Vaillantnr 8) zijn vooraf afgietsels van Rudes werken ondergebracht.

  • Aan het eind van de straat tipt de Place du Thédtre (met het theater) en aanslui­tend daarop de Place de la Ste. Chapelle met het door de 19de eeuwse beeldhouwer Eugène Guillaume vervaardigde standbeeld van componist Jean Philippe Rameau.

  • Rechts op het pleintje is de ingang van het Musée des Beaux Arts, Via de Rue Rameau (het verlengde van de Rue Vaillant) bereikt u een plein.

Place de la Libération.

  • Dit halfronde plein, de arcaden rondom en een deel van het paleis werden aan het eind van de 17de eeuw ontworpen door Jules Hardouin Mansart, hofarchitect van Versailles, maar uitgevoerd door Martin de Noinville.

Palais des Ducs de Bourgogne.

  • Van het voormalige hertogelijke paleis dateren de oudste delen van de 14de eeuw, maar het grootste deel van de 17de eeuw.

  • In de 19de eeuw werd nog een vleugel in het oosten aange­bouwd.

  • Nadat de gebouwen hun functie van paleis aan het eind van de 15de eeuw hadden verloren, stond het een tijd leeg, maar aan het eind van de 17de eeuw besloten de Staten van Bourgondië tot nieuwbouw met gebruik van wat nog redelijk intact was.

  • Het strakke classicistische paleis is gegroepeerd rond drie binnenhoven: de Cour d'Honneur in het mid­den, afgesloten van het plein door een smeedijzeren hek, links de Cour de Fiere en rechts de 14de eeuwse Cour de Bar.

  • Het gehele complex wordt gedomineerd door de 15de eeuwse Tour Philippe le Bon.

  • Een wenteltrap van 316 treden brengt u naar de top op 46 m hoogte, vanwaar zich een aan­trekkelijk panorama ontvouwt dat zich bij helder weer uitstrekt tot de wijngaarden in de omgeving, de rivieren Ouche en Sadne en eventueel ook de bergen van de jura.

  • Bezienswaardig rond de Cour de Fiere is de 18de eeuwse classicistische trap van Jacques Gabriel naar de Salie des États (op de eerste etage, vergaderzaal van de Staten) en de door dezelfde kun­stenaar in Louis XVI stijl gedecoreerde Chapelle des Plus (waar tussen de vergaderingen door de missen werden gelezen).

  • De Tour de Bar (ingang Rue Rameau) werd in de 14de eeuw gebouwd door Filips de Stoute, maar tijdens de regeerperiode van Filips de Goede zat René d'Anjou, hertog van Bar en Lotharingen, in deze toren gevangen, vandaar de naam.

  • De massieve toren wordt voorafgegaan door de fraaie 17de eeuwse Escalier de Bellegarde.

  • Naast de trap staat een bronzen beeld van Claus Sluter (hamer en beitel in de hand) gemaakt door Bouhard.

  • De hertogelijke keu­kens uit 1435 hebben een af meting van 12 bij 12 m.

  • Hoe het paleis er in de hoogtijdagen van het hertogdom heeft uit gezien, is goed te zien aan de achterzijde van het paleis vanaf de Place des Ducs de Bourgogne, waar nog een deel van de gotische façade met haar hoge vensters is overgeble­ven.

  • Op ditzelfde pleintje is het hoektorentje van het 16de eeuwse Hotel de Berbis aantrekkelijk.

  • Een deel van het complex is stadhuis, maar het grootste deel biedt plaats aan een museum.

Musée des Beaux Arts.

  • Qua collectie ná het Louvre in Parijs het belangrijkste museum van Frankrijk.

  • Begane grond: in een gotische zaal worden kunstvoorwerpen uit het Bourgondië van de lle (bisschopsstaf) tem de 16de eeuw en die van de Rid­derorde van het Gulden Vlies tentoongesteld.

  • U ziet een `lezende Maria' van Juan de la Huerta, beelden van renaissancekunstenaars als Sambin en Dubois, alsmede 15de eeuwse glasvensters.

  • De andere zalen zijn bestemd voor wisselende tentoonstellingen.

  • Bij de trap naar de eerste etage staat het beeld dat Francois Rude maakte van Jeanne d Arc.

  • Eerste etage: de omvangrijke collectie schilder  en beeldhouwkunst bevat een klein altaartriptiek van Pietro Lorenzetti (begin 14de eeuw uit Siena), een `Geboorte van Christus' van de `Meester van Flémalle' (Robert Campin uit Doornik, begin 15de eeuw), werken van Duitse en Zwitserse primitieven (15de eeuw), stuldeen van Titiaan, Hals, Tintoretto, Veronese, Rubens en Conrad Witz en van de Franse schilders Jean Tassel en Jean­Baptiste Greuze.

  • De beeldhouwkunst is onder meer vertegenwoordigd door Rude, Pompon, Canova, Houden, Dampt en Carpeaux.

  • De belangrijkste zaal van het museum is de Salie des Gardes, de feestzaal gebouwd voor Filips de Goede; in de 16de eeuw gerestaureerd.

  • Deze zaal is het enige dat overbleef van het woongedeelte van de `grote hertogen'.

  • Hier staan de uit de Chartreuse de Champmol (15) afkomstige, rijk bewerkte praalgraven van Filips de Stoute, waarvan tussen 1385 en 1410 achtereenvolgens door Jean de Marville, Claus Sluter en zijn neef Claus de Werve werd gewerkt, en   in dezelfde stijl uitgevoerd  van Jan zonder Vrees en zijn vrouw Margaretha van Beieren, van de hand van Juan de la Huerta (begonnen in 1443) en Antoine Le Moiturier (voltooid aan het eind van de 15de eeuw).

  • De gotische graftomben behoren tot de indruk­wekkendste kunstwerken van de Bourgondische Gouden Eeuw.

  • De graf­tombe van Filips, die toch vooral wordt toegeschreven aan Sluter, is een verfijnde combinatie van zwart marmer, witte albast, goud en filigrain ­achtig beeldhouwwerk.

  • Ontroerend zijn de beeldjes van de `pleurants', de in witte pijen gestoken, treurende, kartuizer monniken, andere gees­telijken en officieren op de wanden van de sarcofaag, die de processie uitbeeldt van de tocht van de overleden hertog van de Nederlanden naar Dijon.

  • Elk van de 40 gebeeldhouwde figuren heeft een eigen uitstraling, ondanks het feit dat de gezichten, sommige geheel verscholen achter hun kappen, weinig variatie kennen.

  • Het element beweging en expressie komt vooral tot uiting in de gewaden, die om het lichaam zijn gedra­peerd.

  • Aan het hoofdeinde van de liggend met gevouwen handen afge­beelde hertog houden twee engelen met gouden vleugels de kroon vast.

  • Claus Sluter (ca. 1350 1406, afkomstig uit Haarlem) introduceerde een nieuwe beeldhouwstijl.

  • Hij verzette zich tegen de gangbare gotische stijl, de `weke stijl', die in zijn ogen steriel en onnatuurlijk was.

  • Zijn voorkeur ging uit naar een realistische en naturalistische weergave, waarbij expressiviteit niet geweerd moest worden.

  • In dezelfde zaal staan twee voorbeelden van de stijl waarvan Sluter afstand nam.

  • Het gaat om ver­fijnd gebeeldhouwde, met bladgoud verrijkte altaren, die door de Vlaming Jacques de Baerze aan het eind van de 14de eeuw werden vervaar­digd voor het kartuizer klooster.

  • Karakteristiek is de lieflijke ge­laatsuitdrukking en de wat gereserveerde houding van de figuren.

  • In nis­sen op het ene altaar is het leven van Christus uitgebeeld: de Aanbidding der Koningen, de Kruisiging en de Graflegging.

  • De ,buitenpanelen zijn door de Vlaming Melchior Broederlam beschilderd.

  • Broederlam heeft het werk niet in Bourgondië gemaakt; het altaar werd per schip naar zijn werkplaats in leper vervoerd en door de schilder zelfweer teruggebracht.

  • Op de panelen ziet u scènes uit het leven van Maria: links de Aankondiging en de Visitatie en rechts de Presentatie in de tempel en de vlucht naar Egypte.

  • De achtergrond is of landschappelijk of architectonisch, ter­wijl dieptewerking onder meer wordt gesuggereerd door het omhoog lopende rotspad.

  • Deze schilderijen met veel symbolische verwijzingen worden tot de beste werken van Broederlam gerekend.

  • Van het andere altaar, eveneens van De Baerze, zijn de schilderingen niet bewaard geble­ven.

  • Het beeldhouwwerk op dit altaar omvat heiligen (onthoofding Johannes de Doper) en martelaren (Catharina en Barbara).

  • Verder ziet u in dit vertrek nog een portret van Filips de Goede uit 1445 van Rogier van der Weyden, 15de 16de eeuwse wandtapijten en, als onderdeel van de architectuur, een flamboyant gotische schoorsteenmantel.

  • Tweede en derde etage: in de periode 1969 '86 schonken de Fransman Pierre Granville en zijn Amerikaanse echtgenote Kathleen een rijke col­lectie 19de 20ste eeuwse kunst aan het museum.

  • Tentoongesteld zijn bij­voorbeeld werken van Delacroix, Millet, Géricault, Daumier, Vierra da Silva, De Staël, Picasso, Delaunay en Manessier.

  • U loopt de Rue des Bons Enfants (steeltje links vanaf de Place de la Libération) in.

Musée Magnin.

  • In dit voormalige 17de eeuwse Hotel Lantin hangt de privé collectie van de kunstverzamelaar Maurice Magnin, die bestaat uit Europese schilderkunst van de 16de t/m de 19de eeuw (o.a. Pous­sin en Vouet).

  • Na het museum slaat u rechtsaf de Rue Philippe Pot (op nr. 3 Hotel de Vesvrotte met een mooie hevel aan de binnenhof) in.

Palais de Justice.

  • Het aan de Place du Palais gelegen 16de eeuwse renais­sanceportaal onder een door zuilen gedragen voorhal is een kopie; het origineel van de hand van Hughes Sambin bevindt zich in het Musée des Beaux Arts.

  • De Salle des pas perdus (zaal van de verloren voetstappen) bezit een houten gewelf, de Salle des Assises een houten plafond met allegorische voorstellingen, de Chambre Doré een houten plafond met afbeeldingen van wapens en de Chapelle du St. Esprit een gebeeldhouwd koorhek en houtsnijwerk van Hugues Sambin.

  • U vervolgt uw weg door de Rue du Palais links in te slaan.

Bibliothèque municipale.

  • De leeszaal was vroeger de 16e eeuwse kapel van een jezuïetencollege dat werd gebouwd in opdracht van de rijke familie Godran.

  • De bibliotheek bezit meer dan 300.000 manuscripten, waaronder enkele verluchte handschriften uit Citeaux (eerste helft 12de eeuw).

  • Op de patio staat de 16de eeuwse `bron van de liefde'.

  • U loopt le Rue Amiral Roussin rechts in.

  • Vanaf de binnenplaats van huis nr. 23 kunt u een blik werpen op het 16de eeuwse Hótel Fyot de Mimeure, waarvan Hugues Sambin zowel de architect als de beeldhouwer was.

  • Rechts ziet u op de hoek van de Rue J.B. Liégeard de vier uitkijktorentjes van het Hotel Liégeard in renaissancestijl en verderop op het kruispunt met de Rue Vauban op nr. 16 een vakwerkhuis van een timmerman /na een antiquarische boekhandel).

  • Dit huis herkent u aan gebeeldhouwde gordijnen op de luiken en scènes uit het ambacht op de gevel.

  • Ook het vakwerkhuis ernaast is fraai. Via de Rue Vauban (nr. 27 Hotel Legouz de Ger­land, eind 17e eeuw) komt u weer op de Place de la Libération en links via de Rue de la Liberté op het beginpunt van de stadswandeling.

Overige bezienswaardigheden.

Chartreuse de Champmol (ingang Bd. Chanoine Kir)

  • Ten westen van het centrum bevindt zich een psychiatrische kliniek, gebouwd op de plaats waar Filips de Stoute tussen 1383 en 1388 het kartuizer klooster liet bouwen (gesloopt tijdens de Franse Revolutie).

  • De kloosterkerk moest het mausoleum van het hertogelijke geslacht Valois worden.

  • Monniken en abt waren ondergeschikt aan het wereldlijk gezag: zij moesten de praalgraven beschermen en bidden voor het zielenheil van de overledenen.

  • De graftomben en de altaren zijn te bewonderen in het Musée des Beaux Arts.

  • Ter plaatse resten nog het kerk­portaal en de Puits de Moïse (Mozesput; achter liet hoofdgebouw). Deze put, is één van de topwerken uit Sluters oeuvre.

  • De zes profeten rond de 3 m hoge sokkel frapperen door hun levensechte voorkomen. Vooral Mozes, met in zijn handen de wetstafelen en een spreukband, en de zes engeltjes, die op hun wijd uitgespreide vleugels het nu lege platform dra­gen, zijn opvallend expressief.

  • Mozes drukt wijsheid, maar ook kracht uit, Zacharias weemoedigheid, terwijl Jesaja's gerimpelde voorhoofd en halfgesloten ogen duiden op moeizame innerlijke gedachten.

  • Niet alles is van Sluter, de engelen zijn van zijn leerling De Wetve.

  • Oorspronkelijk was de put geheel in kleur, maar doorverwering bleef hiervan niets over.

  • Om verdere aantasting tegen te gaan, werd de put in de 17de eeuw door een zeshoekig, glazen koepeltje omgeven.

  • De `Buste van Christus', die boven op de sokkel stond, is naar het archeologisch museum overge­bracht.

  • Het eind 14de eeuwse kerkportaal (in de nieuwe kapel) is eveneens van Claus Sluter.

  • De knielende en in gebed verzonken Filips de Stoute en zijn vrouw Margaretha van Vlaanderen worden vergezeld door hun beschermheiligen, respectievelijk Johannes de Doper en de heilige Ca­tharina.

  • Allen aanbidden de in het centrum geplaatste Maria met kind.

  • Opvallend is de gracieuze en levendige weergave van de figuren, de intensiteit van de gelaatsuitdrukkingen en de frappante levensechtheid, die afweek van het houterige, rechtopstaande en uitdrukkingloze beeld­houwwerk dat in die tijd nog gebruikelijk was.

Jardin de I'Arquebuse.

  • Tegenover het station ligt een botanische tuin met ongeveer 3500 plantensoorten.

Musée d'Histoire naturelle.

  • Voor de natuurhistorische liefhebber is dit geheel gerenoveerde museum een must.

  • U loopt langs talloze vitrines met opgezette dieren (ca. 35.000 stuks).

  • Eén van de pronkstukken is het pantser van een glypto­don, een prehistorisch gordeldier, dat in de 19e eeuw in de omgeving van Montevideo (Uruguay) werd gevonden.

  • Het Pavillon Ruines toont volgens zeggen 3,5 miljoen vlinders.

Musée de la Vie bourguignonne Perrin de Peycousin.

  • Dit etnografisch museum, gevestigd in een 17e eeuws klooster, is gewijd aan het dagelijks leven in Bourgondië.

Musée d'Art Sácré.

  • Tot de kunstvoorwerpen (14de 19de eeuw) behoren een eind 12de eeuws Madonnabeeld en het monu­mentale in marmer en stuc gebeeldhouwde baldakijn met beelden van het hoofdaltaar, vervaardigd door Jean Dubois (17de eeuw).

Rue Berbisey.

  • Dit is weer zo'n straat met schitterende herenhuizen: het 17de eeuwse Hótel le Compasseur heeft een trap in Louis XVI stijl en het begin 17de eeuwse Hôtel de la Berchère bezit een portaal met symbolische figuren.

  • Het Petit Hotel Berbisey is eind 18de eeuws.

Église Ste: Bernadette. (in de buitenwijk Grésilles)

  • Deze kerk werd tus­sen 1959 '64 door de Parijse architect J. Belmont ontworpen.

  • Het iets vooruitspringende dak dat bijna tot de straat reikt, ligt boven de onder­grondse kerk, ook wel crypte genoemd.

  • De wanden van de loodrecht op het dolt geplaatste vierkante bovenverdieping bestaan uit 276 vergulde aluminiumplaten die de indruk van een geslepen diamant moeten geven.

  • Recht tegenover de ingang is de kleine campanile, voorzien van een 35 m hoge aluminiumpaal die uitloopt in een kruis.

Église Sacré Coeur. (in de buitenwijk Maladière)

  • Architect Julien Bar­bier liet zich bij de bouw van deze kerk (1932 1938) overduidelijk inspire­ren door de vroegchristelijke basilieken en de Moorse architectuur.

  • Bin­nen werden mozaïeken van Ravenna, Russische iconen, alsmede Romeinse catacomben geïmiteerd.

Lac Kir.

  • Dit stuwmeertje (1,5 km lang en 300 m breed) met strand ontvangt zijn water van de Ouche.

  • Behalve een camping zijn hier faciliteiten voor watersport, midgetgolf, vissen, kanoën en tennis. Van begin maart tot eind oktober kunt u op zondag met een treintje langs de Ouche en het Canal de Bourgogne naar Velars sur Ouche.

Parc de la Colombière.

  • Dit park van 32 ha bestond reeds in de tijd van Lodewijk XN en werd aangelegd door een leerling van Le Nótre.

  • Het is door zijn strenge geometrische vorm een goed voorbeeld van barokke tuinarchitectuur.

Combe à la Serpent.

  • Een 350 ha groot park met een joggingtraject en picknickfaciliteiten.

Cellier de Clairvaux.

  • In deze rond 1300 gebouwde wijnkelder van de voormalige cisterciënzer abdij van Clairvaux worden wisselende ten­toonstellingen gehouden en kunt u in de zomermaanden tegen betaling verschillende Bourgondische wijnen proeven.








Samengesteld door: BusTic.nl







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina