‘frembde Jungfer’ out-of-town singer en niet Maria Barbara, die al jaren in Arnstadt woonde, Chr. Wolff



Dovnload 26.98 Kb.
Datum16.08.2016
Grootte26.98 Kb.
Arnstadt 1703-1707

‘frembde Jungfer’ out-of-town singer en niet Maria Barbara, die al jaren in Arnstadt woonde, Chr. Wolff, Johann Sebastian Bach, OUP 2000 p. 88.

Mühlhausen 1707-1708

Weimar 1708-1717

concertmeester 1714

Anhalt-Köthen 1717-1723

Leipzig 1723-1750

Niet alleen Telemann, ook Christoph Graupner bedankte voor Tomascantoraat (Wolff/Koopman III p. 223, Wolff OUP 2000 p. 223). Mocht niet van Landgrave Ernst Ludwig.

Examination in Latin to test his theological competence (Wolff OUP 2000 p. 240)

dirigent Collegium Musicum 1729 → mensen voor grote werken, zoals Matthäus Passion

23.3.1730 Kurtzer, iedoch höchstnöthiger Entwurff einer wohlbestellten Kirchen Music.

leerlingen Thomasschule over vier koren verspreid

hofcomponist 1736

Niet erg piëtistisch, dicht bij Luther (Wolff/Koopman III p. 128).

Neiging tot biblicisme (Wolff/Koopman III p. 132)
Slotkoralen hebben doorgaans een catechiserende functie ((Wolff/Koopman III p. 138).

Wet vaak in cantates weergegeven door canon, is nl. streng.


Cantates Mühlhausen (1707-1708) nog geen recitatieven, die leerde Bach kennen bij de Italiaanse opera. Afwisseling tempi binnen de verschillende delen. Stilistisch verwant aan cantates van Pachelbel en Buxtehude. Zonder vraagtekens m.b.t. datering: BWV 71 Gott ist mein König, BWV 96 Herr Christ, der einge Gottessohn.

Cantates Weimar (1708-1717) hadden een kleine bezetting; o.a. BWV 12 Weinen, Klagen, Sorgen, Zagen, BWV 132 Bereitet die Wege, BWV 152 Tritt auf die Glaubensbahn, BWV 165 O heiliges Geist und Wasserbad.

30 mei 1723 – begin juni 1724 eerste jaargang cantates Leipzig. O.a. BWV 40, Dazu ist erschienen der Sohn Gottes; BWV 46, Schauet doch und sehet, ob irgend ein Schmerz sei; BWV 69a, Lobe den Herrn, meine Seele; BWV 75, Die Elenden sollen essen; BWV 76, Die Himmel erzählen die Ehre Gottes; BWV 104, Du Hirte Israel, höre; BWV 147, Herz und Mund und Tat und Leben.

1724-‘5 tweede jaargang cantates Leipzig van 11 juni 1724, de eerste zondag na Trinitatis, tot Pasen 1725; begon met koraalcantates, o.a. BWV 93, Wer nun den lieben Gott lässt walten; BWV 99, Was Gott tut das ist wohlgetan; BWV 178, Wo Gott der Herr nicht bei uns hält; BWV 180, Schmücke dich, o liebe Seele. Veel Wittenberg hymns van Luther en anderen, gepubliceerd vanaf 1524; heel goed mogelijk dat jaargang 2 bedoeld was om 200 jaar Lutherse hymnodie te vieren. In het algemeen minder veeleisend dan veel van de cantates uit de eerste jaargang (met koorfuga’s, zoals BWV 69a), die het Thomanerchor helemaal gek moeten hebben gemaakt (Boyd, Bach Oxford Companion p. 86).


BWV 1, Wie schön leuchtet der Morgenstern, :7 Wie bin ich doch so herzlich froh, ook in duet eind BWV 49

BWV 2 Chafe blz. 128-132

BWV 4. Vroege Paascantate, over feest uittocht uit Egypte. Dubbele altvioolpartij, geen blazers. Later drie trombones toegevoegd om de zangpartijen te verdubbelen. In e-mineur, een toonsoort die Bach verder nooit gebruikte. Elk deel eindigt met Hallelujah.

BWV 6, Bleib bei us, denn es will Abend werden; 3 = BWV 649.

BWV 8, Liebster Gott, wann werd ich sterben; 24 sept. 1924, dus tweede jaargang. E groot, later getransponeerd naar D groot; :1 tijd tikt genadeloos weg. :4 basaria Doch weichet, ihr tollen, vergeblichen Sorgen!, met fluit.

BWV 9 Chafe blz. 149-160

BWV 12:2, 1714; chorus Weinen, Klagen, Sorgen, Zagen, hierop Crucifixus uit h-moll Messe gebaseerd (Chr. Wolff, Bach, OUP 2000 p. 440), met chromatisch dalende baspartij, zgn. lamento-bas. Tweede cantate na aanstelling in Weimar.

BWV 13:3 koraal door alt

BWV 15: van Johann Ludwig Bach

BWV 17:1 → Missa in G BWV 236:6

BWV 18 Chafe blz. 102-108

BWV 22 – daarmee presenteerde Bach zich in Leipzig.

BWV 30 Freue dich, erlöste Schar, parodie van BWV 30a; :3 alto Kommt, Ihr angefochtnen Sünder.

BWV 30a Angenehmes Wiederau, waarin 210/8, een noot naar beneden getransponeerd.

BWV 40:1 → Missa in F major BWV 233:6

BWV 46, Schauet doch und sehet, ob irgend ein Schmerz sei. Besproken in Chafe blz. 132-138. Eerste deel openingskoor gebruikt voor Qui tollis peccata mundi in H-moll Messe.

BWV 49 :1 sinfonia, van BWV 1053:3; in duet slot: Wie bin ich doch so herzlich froh, vers 7 van Wie schön leuchtet der Morgenstern.

BWV 51 kan geschreven zijn voor castrato Giovanni Bindi in Dresden of eventueel voor Faustina Bordoni Hasse; Bindi waarschijnlijker. Marshall 27-31.

BWV 58 Ach Gott, wie manches Herzeleid. Voor zondag na besnijdenis = vlucht naar Egypte.

BWV 59 Wer mich liebet, der wird mein Wort halten. Pasen 1723, music later reused for BWV 74, met dezelfde titel.

BWV 60 Chafe Ch. 9.

BWV 65 Sie werden aus Saba alle kommen :1 Jes. 60:6, Uit Scheba zullen zij allen komen :4 Gold aus Ophir ist zu slecht: 1 Kon 9:28 goud uit Ophir voor Salomo, verderop ook. Ophir = Ofir in Portugal? (zie J. Rentes de Carvalho, Portugal blz. 132).

BWV 71 Gott ist mein König 1708 voor inauguratie city council Mühlhausen; Bach’s first large-scale vocal-instrumental composition; i.t.t. post-Mühlhausen vocal works printed during his lifetime. Chr. Wolff, Johann Sebastian Bach, OUP 2000 pp. 109-111.

BWV 72:1 → Missa in g BWV 235:2

BWV 75, Die Elenden sollen essen. Eerste cantate produced na benoeming te Leipzig; uitgevoerd in Nicolaikirche. :1 Ps 22:27 De ootmoedigen zullen eten en verzadigd worden, wie de Here zoeken, zullen Hem loven. Uw hart leve op, voor immer. (:26?) Die Elenden sollen essen, daß sie satt werden, und die nach dem Herrn fragen, werden ihn preisen. Euer Herz soll ewiglich leben.

:14 slotkoor Was Gott tut, das ist wohlgetan, met tegenmelodie in orkest.

BWV 76, Die Himmel erzählen die Ehre Gottes. Tweede cantate na benoeming in Leipzig; uitgevoerd in Thomaskirche. :6 → Missa in A major BWV 234:2

BWV 77 Du sollt Gott, deinen Herren, lieben Chafe Ch. 7 v.a. blz. 161, Ch. 8 v.a. blz. 183

:1, waar het kerklied ‘Dies sind die heilgen zehn Gebot’ in een tweestemmige canon klinkt in de uitvergroting van de tekst van het dubbelgebod van de liefde (Wolff/Koopman III p. 139).

BWV 79 Gott, der Herr, ist Sonn und Schild :1 → Missa in G BWV 236:2

:2 → Missa in A BWV 234:5

:5 → Missa in G BWV 236:4

BWV 80 trompetten en pauken niet oorspronkelijk, overgenomen van een parodie van W.F. Bach

BWV 84, Ich bin vergnügt mit meinem Glücke, sopraancantate; :3 Ich esse mit Freuden mein weniges Brot.

BWV 102:1 → Missa in g BWV 235:1

:3 → Missa in F major BWV 233:4; :5→ Missa in F major BWV 233:5

BWV 106. Geen ‘harde’ instrumenten: viool, altviool, hobo.

BWV 109 Ich glaube, lieber Herr, hilf meinem Unglauben Chafe blz. 108-11

BWV 110 Unser Mund sei voll Lachens, :1 ontleend aan 4e suite.

BWV 121 Christum wir sollen loben schon Chafe blz. 139-149

BWV 131 Aus der Tiefen rufe ich, Herr, zu dir. Eerste cantate, 1707 Mühlhausen. Echokoren. Korte, snel in tempo wisselende koordelen.

BWV 136:1 → Missa in A BWV 234:6

BWV 138:5 → Missa in G BWV 236:3

BWV 146, Wir müssen durch viel Trübsal; eerste koor ontleend aan langzame deel BWV 1052, 1ste klavierconcert.

BWV 149 Man singet mit Freuden vom Sieg. Voor St Michael, openingskoor als slotkoor jachtcantate BWV 208; slotkoor als slotkoor Joh. Passion.

BWV 153 Herzlich thut mich verlangen Chafe blz. 111-128

BWV 156, Ich steh’ mit einem Fuss im Grabe; sinfonia = largo uit klavierconcert no.5, BWV 1056.

BWV 169, Gott soll allein mein Herze haben;:1 BWV 1053:1 van E naar D, orgel i.p.v. clavecimbel, 3 hobo’s toegevoegd; :5 (= 2e aria) op basis BWV 1053:2.

BWV 170 Vergnügte Ruh beliebte Seelenlust :3 geen basso continuo, want vaste basis weg.

BWV 171 Gott, wie dein Name, so ist auch dein Ruhm nieuwjaar, :1 gebruikt voor Patrem Omnipotentem h-moll Messe, :4 adaptation 205:9, slotkoraal = slotkoraal BWV 41

BWV 179:1 → Missa in G BWV 236:1

:3 → Missa in G BWV 236:5

:5 → Missa in A BWV 234:4

BWV 180, Schmücke dich, o liebe Seele; :1 in 12/8 maat, ritme van een gigue; :2 tenor aria met obbligato dwarsfluit ritme van een bourrée; :5 sopraanaria ritme van een polonaise.

BWV 187:4 → Missa in g BWV 235:3

:3 → Missa in g BWV 235:4

:5 → Missa in g BWV 235:5

:1 → Missa in g BWV 235:6

BWV 207/1, bewerking van BWV 1046/3, eerste Brandenburgse concert.

BWV 211, Schweigt stille, plaudert nicht, :10 (slotkoor) is een bourree.

BWV 212 Mer hahn en neue Oberket = Bauernkantate. Tekst Picander. Dieskau is voorouder Fischer-Dieskau. :20, basaria Dein Wachten sei fest is parodie van Pans aria Zu Tanze zu Sprunge uit BWV 201.

BWV 231. Begrafenismotet. Met blazers, want die kunnen met begrafenisstoet mee naar buiten.

BWV 232, Mis in b.

Qui tollis peccata mundi overgenomen van eerste deel openingskoor BWV 46, Schauet doch und sehet, ob irgend ein Schmerz sei.Crucifixus eerst openingskoor BWV 12:2, Weinen, Klagen, Sorgen, Zagen. Et incarnatus est onmiddellijk daaraan voorafgaand an inserted afterthought and apparently Bach’s last choral setting, dating from 1749 (Chr. Wolff, Bach, OUP 2000 p. 440).

BWV 233-236 missen, parodieën van ... , zie M. Boyd 1999 blz. 298-9.

BWV 236 mis, laatste beweging opening BWV 17, Wer dank opfert, der preiset mich.

BWV 244 Matthäus Passion. Tekst Picander. Eerste uitvoering 11 april 1926, daarna in 1727. In 1736 consequent tweekorige omwerking: vier fluiten, vier hobo’s, dubbele strijkers, dubbele b.c (twee orgels); slotkoor eerste deel toen overgenomen uit tweede vesie Johanes Passion.

Openingskoor in e, O Lamm Gottes unschuldig in G (Chr. Wolff, Johann Sebastian Bach, OUP 2000 p. 302).

Eerste uitvoering na Bachs dood door Mendelssohn op 11 maart 1829, meteen gevolgd door Johann Nepomuk Schelble (1789-1837) in mei 1829 met Cäcilienverein in Frankfurt.

BWV 245 Johannes Passion. Bach kon niet een bestaande passie-oratoriumtekst gebruiken als ‘Der für die Sünde der Welt Gemartete und Sterbende Jesus’ van Barthold Heinrich Brockes (1712), want consistorie eiste adherence to the biblical Passion text. Wel Brockespassies van Telemann, Handel, Mattheson, Fasch e.a. (Wolff 2000 p. 292).

BWV 249 Oster-Oratorium. Originally a congratulatory cantata (BWV 249a) for birthday Duke Christian of Saxony-Weissenfels, performed on 23 Febr. 1725. Music promptly re-used first Easter feria 1 April 1725. Sinfonia and adagio almost certainly taken from a concerto written at Köthen. :5 menuet, :7 bourrée, :9 gavotte, :11 gigue

BWV 645-650 Schübler Choräle

BWV 645 Wachet auf BWV 140:4

BWV 646 Wo soll ich fliehen hin waarschijnlijk originele compositie

BWV 647 Wer nun den lieben Gott läßt walten BWV 93:4

BWV 648 Meine Seele erhebt den Herren BWV 10:5

BWV 649 Ach bleib’ bei uns BWV 6

BWV 650 Kommst du nun, Jesu BWV 137:2

BWV 838 keyboard Allemande and Courante now attributed to Graupner.

BWV 992, Capriccio sopra la lontananza de il fratro dilettissimo, N.B.: de il fratro, en niet: del suo fratello. Twijfelachtig of het geschreven is t.g.v. vertrek broer Johann Jacob, kan ook geschreven zijn voor schoolvriend Georg Erdmann. Chr. Wolff, Johann Sebastian Bach, OUP 2000 pp. 74-75.


Johann Georg Pisendels Sonata for unaccompanied violin possibly provided the inspiration for Bach’s solo violon works (Bach Oxford Companion)
BWV 1025 voor viool en clavecimbel, bewerking van een luitsonate van Silvius Leopold Weiß.

BWV 1041, vioolconcert in a; bewerkt als klavierconcert BWV 1058

BWV 1043 voor twee violen, bewerkt als klavierconcert BWV 1062

BWV 1049, 4e Brandenburgse concert; bewerking als klavierconcert BWV 1057.

BWV 1052, 1ste klavierconcert, 1 en 2 gebruikt in BWV 146:1 en 2 Wir müssen durch viel Trübsal.

BWV 1053, 2e klavierconcert, :1 → BWV 149:1, :2 → BWV 149:5, :3 → BWV 49:1

BWV 1054, 3e klavierconcert, transposition of Violon Concerto in E

BWV 1056, 5e klavierconcert; largo exists as Sinfonia to cantata 156

BWV 1057, 6e klavierconcert, arrangement van 4e Brandenburgse concert BWV 1049

BWV 1058, 7e klavierconcert, transcriptie vioolconcert in a BWV 1041.

BWV 1061, 1ste concert voor 2 klavecimbels: origineel

BWV 1062 3e concert voor 2 klavecimbels, in c; identiek met BWV 1043 voor 2 violen



BWV 1065 concert voor 4 klavecimbels, transcriptie van Vivaldi’s concert voor 4 violen in b Op. 3 No. 10.

BWV 1082, arrangement van Antonio Caldara’s Magnificat (Chr. Wolff, Johann Sebastian Bach, OUP 2000 p. 388).



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina