Galaten 6 : 2 Draag elkaars lasten, zo leeft u de wet van Christus na. Thema-preek ‘Homofilie’ Gemeente van onze Here Jezus Christus, sheet 1



Dovnload 34.97 Kb.
Datum17.08.2016
Grootte34.97 Kb.

[]


Galaten 6 : 2 Draag elkaars lasten, zo leeft u de wet van Christus na. Thema-preek ‘Homofilie’
Gemeente van onze Here Jezus Christus,
SHEET 1 Nicky Gumbel is de bedenker van de Alpha-cursus. Hij heeft ook een basisboek geschreven over de 10 onderwerpen van de Alpha-cursus – met als titel ‘Een kwestie van leven’. Daarnaast heeft hij, als vervolg op de Alphacursus, nog twee boeken geschreven. Eentje over de brief van Paulus aan de Filippenzen, met als titel ‘Een leven dat zin heeft’. En het boek ‘Brandende kwesties’. Daarin behandelt hij zeven vragen waar we met het christelijk geloof tegenaan lopen. Beide boekjes zijn heel geschikt om op de bijbelstudie of in de kringen te bespreken.

Eén van de onderwerpen die hij in ‘Brandende kwesties’ bespreekt is homoseksualiteit.

Dat hoofdstuk begint hij als volgt: De Bijbel is het verhaal van Gods liefde voor de hele mensheid. God houdt van alle mensen, ongeacht hun ras, huidskleur, achtergrond of seksuele gerichtheid. Wanneer ik dat laatste onderwerp aansnijd, ben ik me bewust van de enorme strijd die velen op dit terrein hebben te leveren. Jezus is niet gekomen om te veroordelen maar om te verlossen (Joh. 3:17). Zo moet ook de christelijke gemeenschap gevoeligheid en begrip tonen voor hen die dagelijks worstelen met hun homoseksuele gerichtheid. Zij moet hun laten weten dat zij door God geliefde mensen zijn.
Tot zover Nicky Gumbel. En ik voel dat net zo. Preken over homoseksualititeit is preken over een teer onderwerp dat tegelijk ook een moeilijk onderwerp is. Weet je waarom? Omdat je altijd te maken hebt met twee dingen. Aan de ene kant het Woord van God dat ons lief is; en aan de andere kant konkrete mensen, medechristenen vaak, die een zware last te dragen hebben. En de grote vraag is dan: hoe krijg je en hoe hou je die twee bij elkaar? Hoe doe je aan beide recht? Aan het Woord van onze God én aan die concrete medemens. Ja, wie weet, misschien ben jij zelf wel die mens, die zulke homoseksuele gevoelens kent.
Dan heb je het niet alleen zwaar, omdat de Bijbel nergens positief over homoseksualiteit spreekt. Maar ook, omdat veel mensen vaak heel negatief over homo’s spreken. Bij het kindmoment noemde ik dat al even. Maar ik merk dat ook in hoe bv. catechisanten elkaar soms hoor uitschelden: “Homo!” En dan bedoelen ze dat helemaal niet zo zwaar hoor, dat weet ik ook wel. Maar intussen zeggen ze ’t wel! Maar besef je wel, als je dat tegen iemand anders zegt, dat bijna 5 procent van de mensen homofiel is? Weet je dat? Dat is één op de 20 / 25. Dikke kans dus dat er in jouw groep iemand zit die homo of lesbisch is. Ja, stel je voor dat jíj zo bent, en je hoort dat - of ze ’t nou tegen jou zeggen of tegen een ander, dat maakt niet uit - dan weet je dus: wat ik ben, dat is een scheldwoord. Ik ben homo, maar anderen gebruiken dat als een scheldwoord. Ik ben dus een scheldwoord.
Daar komt bij, en dat heb ik ook van volwassenen wel gehoord, dat er gezegd wordt: “Maar ze kiezen er toch zelf voor?” Dat denken sommigen echt. Maar zou dat echt zo zijn? Alsof je kunt kiezen op wie je valt, op een jongen of een meisje. En als jij als jongen ervoor kiest om verliefd te worden op een jongen - of als meisje op een meisje - ja, dan is dat je eigen keus, je eigen schuld; dan had je maar anders moeten kiezen.

Maar zo zit het niet. Bijna elke man of vrouw die homo is, zegt: hier heb ik niet voor gekozen. Anders was ik wel hetero. Nee, in bijna alle gevallen geldt: homo, dat ben je. Niet omdat je ervoor kiest, maar omdat je het bent.


Pas geleden is er een klein boekje verschenen, speciaal voor jongeren, maar net zo geschikt voor ouders en ouderen. Het heet ‘Oké, ik ben dus homo’. Geschreven door Herman van Wijngaarden, die zelf homo én gereformeerd is. Hij werkt bij de HGJB - de Hervormd Gereformeerde Jeugd Bond. Dit boekje heeft als ondertitel ‘over homoseksualiteit en het volgen van Jezus’. Ik kan het echt van harte aanraden voor iedereen die zich verder wil verdiepen in dit gevoelige onderwerp. ’t Kost ook bijna niks, € 8,90.

Meteen in het eerste hoofdstuk komt Jochem aan het woord. Hij is 19 en schrijft het volgende. Luister maar:



Ongeveer vanaf m’n 13e, in de brugklas, begon ik het te ontdekken. In de kleedkamer bij gym vond ik het boeiend om te zien hoe de andere jongens er uitzagen. Dat was spannend, maar ook eng... Op een gegeven moment ging ik me afvragen: “Ik zal toch niet homo zijn?” Want dat wilde ik niet. Ik ging ervoor bidden: “Here, zorg er alstublieft voor dat ik niet zo word”. Op mijn manier deed ik daar ook m’n best voor. Ik probeerde bewust naar meisjes te kijken. Maar het werd steeds duidelijker: wat de andere jongens in meisjes zagen, zag ik gewoon niet, hoe hard ik het ook probeerde. Ik was er niet altijd bewust mee bezig hoor, maar helemaal weg was het nooit. Toen ik 16 was, wist ik het zo langzamerhand zeker: “Het is dus echt zo, ik ben homo!” Daar was ik niet blij mee...
Maar als je het wel bent … of als je dochter of vrouwen walt … of je broer op mannen … of je bent getrouwd en je partner komt er dan pas achter of mee voor de dag. Wat zeg je dan? Wat zeg je dan als christen? Ja, wat moet ik er vanmorgen over zeggen, vanaf de kansel, als woord van God voor vandaag?
Ik wil er een paar dingen over te zeggen. Vanuit het Woord van God. Met de bedoeling om mee te nemen voor vandaag.

SHEET 2 Dan begin ik bij het begin. Bij Genesis 1 en 2. En het begin, dat is de goede schepping van onze goede God. In het paradijs zie je, wat Gods bedoeling is met relaties. Hij is onze Schepper. Hij heeft de mens gemaakt als man en vrouw. En Hij heeft hen, man en vrouw, voor elkaar bestemd. Eerst maakt God Adam. Die moest van de HERE alle dieren een naam geven. Ze kwamen allemaal twee aan twee. Zo kwam Adam erachter, dat hij zelf geen helper vond die bij hem paste. Dat wilde God hem laten ontdekken, zodat hij extra blij is als God hem Eva geeft. Dan zingt Adam het uit van geluk – de allereerste woorden van de allereerste mens die in de Bijbel staan zijn een echte love-song, een lied van ultieme blijdschap: “Eindelijk één die gelijk is aan mij, iemand die perfect bij mij past, iemand om het leven mee te delen!” Zo heeft God de mensen geschapen – als man en vrouw. Zo zijn ze voor elkaar bedoeld, helemaal op elkaar aangelegd. Zo was het in het paradijs. Dat was het goede begin.
Maar zo goed is het niet gebleven. Er is een heleboel anders geworden. Het paradijs is verdwenen. De zonde is gekomen, en in het spoor van de zonde golfde een hoop ellende de wereld binnen. Het leven is zwaar geworden. Er gaat op alle mogelijke gebieden van alles mis. Ook op het gebied van de seksualiteit. Na de zondeval gebeurt het, dat er jongens worden geboren en meisjes, die later, als ze groter worden, ontdekken dat ze zich niet aangetrokken voelen tot iemand van het andere geslacht, maar juist tot iemand van hetzelfde geslacht als zijzelf.
Hoe komt dat? Kiezen zij daarvoor? Is dat een bewusten keus? Nee, in de meeste gevallen niet. Soms wel – maar in verreweg de meeste gevallen is het geen keuze. Het verhaal van Jochem onderstreept dat. Hij zou veel liever hetero zijn geweest. Maar dat is hij tot zijn grote schrik niet.
SHEET 3 Homoseksualiteit – hoe moet je dat typeren? Als je er achter komt dat je lesbisch bent of dat je als man op mannen valt. Ben je dan ziek? Ben je dan zondig? Heb je dan een handicap? Of is het gewoon een scheppingsvariant – net zo goed en net zo mooi als heteroseksualiteit.

In het boekje Óké, ik ben dus homo’ wordt dat laatste afgewezen. “Homoseksualiteit is niet zoals God seksualiteit bij de schepping bedoeld heeft. Het is een gevolg van de zondeval”, zegt de schrijver. Hij wil homoseksualiteit ook geen zonde noemen. Want het is niet “jouw schuld, als je homo bent.” Van schuld en zonde moet je je bekeren. Het is ook geen ziekte, alsof het besmettelijk is, of iets tussen de oren. Van de meeste ziektes kun je genezen. je Daarom is het eerder, zegt hij, een handicap. Daar hoef je je niet van te bekeren, maar je moet er wel mee leren leven. Het is één van de ellendige gevolgen van de zonde. Niet van jouw zonde – en dus krijg jij als straf een handicap. Maar van de zonde van ons allemaal. Maar misschien is zelfs het woord ‘handicap’ wel te negatief. Herman van Wijngaarden noemt het ‘een kwestie’ – het hoeft niet persé een groot probleem te zijn, maar het roept wel allerlei vragen (‘questions’) op. Zeker als je je op dit punt ook afvaagt: WWJD – what would Jesus do? Hoe ga je ermee om als je als gelovige 100% met God door het leven wilt en in alles Jezus wilt volgen?


Tot zover naar aanleiding van het begin, hoe God het bedoeld heeft in het paradijs.

Maar wat staat er verder over homoseksualiteit in de Bijbel?



SHEET 4 Nou, ik zou twee dingen willen benadrukken.


  1. In de eerste plaats: de enige intieme relatie waarover in de Bijbel positief gesproken wordt - heel positief zelfs, is het huwelijk. En het huwelijk in bijbelse zin is aan de ene kant beperkter dan wat wij ervan gemaakt hebben in Nederland, namelijk een relatie tussen één man en één vrouw. En tegelijk is het alomvattender dan wat wij ervan gemaakt hebben in Nederland, namelijk een relatie voor het leven.

Als je dat gelooft – en volgens mij kun je er niet onderuit dat God er in de Bijbel zo over spreekt, is elke andere relatie niet zoals Hij het bedoeld heeft. Of het nu om samenwonen gaat of over polygamie (één man met meer vrouwen) of over homo-relaties.


  1. In de tweede plaats: als er in de Bijbel gesproken wordt over iets dat gaat in de richting van homoseksualiteit, dan is dat zonder uitzondering in een negatieve setting. Alleen moet je je wel afvragen: negatief waarover? Dat is de spannende vraag: gaat het in de Bijbel over homoseksualiteit zoals wij die nu kennen? Of over iets anders?

Ik wil kort een paar Bijbelteksten bijlangslopen.



SHEET 5 Eerst Genesis 19. Daar gaat het over de twee mannen die bij Lot in Sodom aankomen. Het zijn engelen die Lot komen vertellen dat Sodom en Gomorra zullen worden verwoest vanwege hun ongehoord grove zonden. Lot heeft die twee mannen gastvrij onderdak verleend, maar ’s avonds komen de mannen van Sodom bij Lot aan de deur en ze eisen: “Breng die mannen naar buiten, we willen ze nemen!” Een afschuwelijk verhaal, meteen ook de illustratie van de totale verdorvenheid van Sodom en Gomorra.

Homoseksualiteit, heeft lang bekend gestaan als ‘sodomie’, de zonde van Sodom. En de suggestie was: als je homo bent, is Sodom jouw woonplaats. Je hoort bij zulke mensen.

Maar is dat terecht? Gaat het hier om mensen die geboren zijn als homo’s en die geen enkele keus hadden? Lees dan goed wat er staat in Gen. 19 vers 4: alle mannen van Sodom, jong en oud, niemand uitgezonderd, liepen bij Lots huis te hoop. Alle mannen van Sodom! Waren die allemaal homo? Natuurlijk niet. Maar ze deden wel allemaal mee. Ze gingen voor de kick, voor de uitdaging.“Kom op met die kerels, dan pakken wij ze”.

Kun je alle mensen die in 2014 een homoseksuele geaardheid hebben hiermee op één lijn zetten? Nee. Duidelijk niet! Hier zie je eerder iets van een compleet van God losgeslagen samenleving die over alle grenzen heen gaat en waar niets meer heilig is. Dat is Sodom.

Vandaag kennen wij die seksuele uitwassen en uitspattingen ook. Niet alleen op homo-gebied, maar op heel veel terreinen. Maar je doet iemand die erachter komt dat ‘ie homo of lesbienne is, geen recht door hem of haar op één lijn te stellen met die zedeloze mannen van Sodom.
SHEET 6 Iets dergelijks geldt ook voor Romeinen 1. Daar geeft Paulus een beeld van de wereld van zijn tijd. En dat was geen beste tijd. Integendeel. Het lijkt Genesis 19, het lijkt Sodom en Gomorra wel. En dat is geen toeval. Want de Romeinse samenleving van die dagen was ethisch-religieus één grote puinhoop. Mensen trokken zich niets meer van God aan. Ze hadden niet eens het besef dat God bestond. En dus, zegt Paulus, levert God de mensen over aan allerlei vormen van bederf. En één van de onderdelen daarvan - precies als in Sodom - was de homoseksuele ontucht. De vrouwen hebben de natuurlijke omgang verruild voor de tegennatuurlijke, en ook de mannen hebben de natuurlijke omgang met vrouwen losgelaten en zijn in hartstocht voor elkaar ontbrand. Mannen plegen ontucht met mannen. En Paulus zegt erbij: Zo worden ze ervoor gestraft dat ze van God zijn afgedwaald … en doen ze wat verwerpelijk is.

Maar ik stel weer de vraag: moet je christenen die erachter komen dat ze geboren zijn met een homoseksuele geaardheid hiermee op één lijn zetten? Of heeft die ene homo-christen ergens wel een punt, die zei: “Kunt u zich voorstellen, dat ik mij als homofiel gemeentelid niet op één noemer wil zetten met die hoererij en zwijnerij van Romeinen 1?”


SHEET 7 Dan heb je ook nog de misschien wel meest bekende bijbeltekst, nl. Leviticus 18 vers 22: “Je mag niet het bed delen met een man zoals met een vrouw, dat is gruwelijk”.

Een paar jaar terug heeft Adrian Verbree (niet alleen bekend als vrijgemaakte dominee, maar vooral als stukjesschrijver) hier eens over geschreven. Hij gaf in dat stuk eerst aan, waarom hij het onderwerp zo moeilijk vindt. “Mijn probleem”, schrijft hij, “met homofilie, dat is dat waar ik het tegenkom (als predikant vandaag), ik niet altijd herken wat ik in de Bijbel over dit onderwerp lees. Als ik op het Journaal de gay-parade door de grachten van Amsterdam zie drijven, ga ik over m’n nek. Maar als een meisje me geëmotioneerd toevertrouwt dat ze denkt dat ze ‘wel niet zo snel op een jongen zal vallen’, dan ben ik in een totaal andere wereld. Of neem de man die met tranen in zijn ogen vertelt dat hij twintig jaar voor zijn huwelijk heeft gevochten en heeft verloren”.


Maar er staat toch in Leviticus 18, dat homoseksueel gedrag een gruwel is in de ogen van God? Nou, zegt Adrian Verbree dan: in Leviticus 18 staat een heel rijtje sekuele uitspattingen. Die zijn allemaal niet normaal. Dus gaat het hier ook niet over iemand die merkt: ik voel me aangetrokken tot iemand van hetzelfde geslacht. Want dan zou je van al die uitspattingen uit Leviticus 18 ook moeten zeggen (Adrian Verbree noemt er nog meer):

Het ligt in mijn aard dat ik met mijn moeder naar bed wil. Of met mijn schoonzus.

Het ligt in mijn aard dat ik met mijn kleinkind naar bed wil. Of met mijn tante.

Het ligt in mijn aard dat ik mijn kinderen aan de Moloch wil offeren.

Het ligt in mijn aard dat ik als man met een man naar bed wil. Of seks wil met een dier.

Al die dingen – daar staat voortdurend bij: het is een schanddaad, het is een gruwel, het is pervers, het zijn wandaden.


Zie je wel, zegt Adrian Verbree: “Het is zonneklaar dat we het hier over perversiteiten hebben. De Egyptische en Kanaänitische ‘gruwelen’ waar de Bijbel wars van is. In dit rijtje kan ik de gayparade plaatsen. Maar wie durft het meisje hierboven van perversiteit te beschuldigen? Zij worstelt juist wél met haar geaardheid. Daarom is zij absoluut de vreemde eend in de bijt van Leviticus 18.”
SHEET 8 Inderdaad. Je kunt passages als Genesis 19, Romeinen 1 en Leviticus 18 niet gebruiken om er een medebroeder of -zuster mee om de oren te slaan die worstelt met zijn of haar geaardheid. Want daar gaat het niet over.
Maar wat – wat als je daar nou mee geboren bent? Als je, gaandeweg je puberteit, ontdekt dat jij anders bent dan anderen? Wat moet je dan? Mag je dan een relatie aangaan? Of mag je het wel zijn, maar niet doen? Net zoals iedere hetero wel hetero mag zijn, maar het volgens God alleen in het huwelijk met zijn eigen man of vrouw mag doen?
Nou … ik denk dat we die vraag maar even moeten parkeren. Net alsof dat de belangrijkste vraag is! Veel belangrijker is, dat we samen mensen die een moeilijke weg door het leven moeten gaan, steunen.

SHEET 9 Als je alleen door het leven moet gaan – als hetero of homo of als je partner overleden is of als je gescheiden bent – dan ga je een moeilijke weg. Niet omdat je geen seks hebt – ook al denkt onze samenleving massaal, dat je zonder seks per definitie ongelukkig bent. Nee, God zei in het paradijs niet: “Het is niet goed dat de mens geen séks heeft”. Hij zei: “Het is niet goed dat de mens alleen is.” Dat weegt vaak veel zwaarder, want altijd maar alleen maakt je ook heel erg eenzaam. Dat voelen veel alleengaanden vooral als hun grootste probleem: ze voelen zich vaak zo heel erg eenzaam.

Dan mag je juist binnen de kring van de gemeente van Christus verwachten, dat er voor iedereen die het moeilijk heeft, homo of hetero, het maakt niet uit – dat er een plek is waar die eenzaamheid doorbroken wordt, waar je welkom bent, waar je opgevangen wordt; niet omdat je homo of hetero bent, en al helemaal niet omdat je zielig bent, maar omdat je een kind van God bent, geliefd door de hemelse Vader, en daarom geliefd ook door je broeders en zusters. Dus waar ben jij en waar ben ik en waar zijn wij samen om juist die persoon hartelijk te ondersteunen die in zijn of haar leven zo’n moeilijke weg te gaan heeft?


SHEET 10 We lazen ook een stukje uit de brief van Paulus aan de Galaten. Daarin zegt hij tegen ons allemaal: “Draag elkaars lasten”. En homoseksualiteit is een last, beste mensen. Als hetero realiseer je je dat niet zo, misschien. Maar het is echt een last. Er zijn maar weinig mensen die er echt blij mee zijn.

En als je zo’n last te dragen hebt, kun je wel een beetje hulp gebruiken. Dan ben je blij met iemand die niet meteen met z’n oordeel klaar staat, maar die naast je gaat staan en een eindje met je mee loopt op die weg die soms zo weerbarstig en zo taai is.

Dan draag je elkaars lasten.

Dat is niet hetzelfde als: “Je doet maar, het maakt mij niet uit hoe je invulling geeft aan je homo-zijn, ik ben heel ruimdenkend in die dingen”. Dat is onbarmhartig. Net zo onbarmhartig als dat je zegt: “Het mag niet, je weet hoe ik er over denk en voor de rest zoek je het maar uit.”

Paulus heeft het over elkaar samen helpen op de weg door het leven. Samen elkaar helpen om geen misstappen te begaan, maar op de weg van onze Heer te blijven. Daarvoor geeft God ons echt aan elkaar. Want we leven in een gevallen werkelijkheid. We komen een hoop ellende tegen. En we hebben te maken met allerlei handicaps en lastige kwesties.
SHEET 11 Hoe kom je verder? Alleen als we ons samen willen laten leiden door de Geest van Jezus Christus in alle zachtmoedigheid. Samen met de Here. Samen als gemeente van Hem. Door elkaars lasten te dragen. En God te bidden om de leiding van zijn Geest.

AMEN


Galaten 6:2 LITURGIE
Votum + Zegengroet

Amenlied: Gezang 158 (Als een hert dat verlangt naar water)

Wet

Zingen: Psalm 86 : 2 + 4

Gebed

Schriftlezingen: Genesis 2:18-22 + Galaten 6:1-5

Zingen: Psalm 121 : 1, 2, 3, 4

Preek

Zingen: Opwekking 429 (God wijst mij een weg)

Geloofsbelijdenis

Amenlied: Gezang 109:4

Gebed

Kollekte

Zingen: Liedboek 297 : 1 + 2

Zegen






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina