Gebiedsplan ‘Agrarische gebieden met natuurlijke handicaps Zuid-Holland’



Dovnload 29.46 Kb.
Datum07.10.2016
Grootte29.46 Kb.
Gebiedsplan

‘Agrarische gebieden met natuurlijke handicaps Zuid-Holland’

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland

September 2004


Inhoudsopgave



Kaartbijlagen 1 t/m 3. 3

Inleiding 5

Gevolgde procedure 6

Begrenzing probleemgebieden 6

Gevolgen voor nieuwe SAN-aanvragen 7

Gevolgen voor bestaande beschikkingen 7

Meer informatie 7

Bijlage 1: SAN-pakketten met en zonder component ‘natuurlijke handicaps’ 8





Kaartbijlagen 1 t/m 3.


Inleiding

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) heeft de provincies op 13 februari 2004 verzocht om uiterlijk 1 oktober 2004 de begrenzing van nieuwe probleemgebieden (gebieden met natuurlijke handicaps) in het kader van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer (SAN) af te ronden.


Probleemgebieden zijn agrarische gebieden waar agrariërs vanwege, meestal fysieke omstandigheden in het landschap (z.g. ‘natuurlijke handicaps’), een concurrentienadeel hebben. De handicaps hebben betrekking op reeds bestaande omstandigheden zoals de aanwezigheid van smalle percelen of een niet optimale ontwatering. Ter compensatie van deze natuurlijke handicaps komen boeren in aanmerking voor financiële steun. Deze steun wordt deels door de rijksoverheid betaald en deels door de Europese Commissie (EC) gecofinancierd. Voorwaarde voor het mogen verstrekken van deze subsidie is dat de gebieden waar deze subsidie wordt verstrekt zijn aangemeld bij en goedgekeurd door de Europese Commissie.
In Nederland is de subsidie natuurlijke handicaps gekoppeld aan SAN-subsidies uit het Programma Beheer. Dit betekent dat deze subsidie alleen kan worden verkregen in combinatie met een reguliere SAN-overeenkomst voor vlakdekkend weidevogel- of botanisch beheer. De bijdrage van € 94,-/ha/jr is in de vorm van de zgn. component ‘natuurlijke handicaps‘ reeds in de betreffende pakketten opgenomen.
Begin jaren ’90 zijn reeds een aantal gebieden in Zuid-Holland als probleemgebied begrensd. Het betreft o.a. delen van de Alblasserwaard, Aarlanderveen, Polder Achttienhoven, Ade, Rijnstreek-Noord, Midden-Delfland en de uiterwaarden langs de Lek. Voor deze gebieden is goedkeuring verkregen van de EC.

Via Programma Beheer ontvangen echter ook boeren een dergelijke vergoeding in níet bij de EC aangemeld gebieden. Voor de betreffende gevallen geldt dat de financiële steun door de EC niet geoorloofd is en dat er ook geen cofinanciering kan worden verkregen. Nederland handelt daarmee dus niet “Brussel-proof”.


Om aan deze ongewenste situatie een eind te maken heeft de minister van LNV de provincies verzocht uiterlijk 1 oktober 2004 een maximaal areaal aan probleemgebied te begrenzen.

De provincies hebben de minister laten weten aan deze wens gehoor te willen geven. De provincie Zuid-Holland doet dit in de vorm van het voorliggende gebiedsplan.


De begrenzing van de probleemgebieden is gebaseerd op de aanwezigheid van natuurlijke handicaps en heeft tot doel de genoemde subsidie van € 94 gekoppeld aan een SAN-pakket beschikbaar te houden voor boeren die actief werken aan agrarisch natuurbeheer.

Het probleemgebiedsplan vormt daarmee een aanvulling op het beheersgebiedsplan Zuid-Holland waarin is vastgelegd welke SAN-pakketten kunnen worden aangevraagd in het agrarisch gebied, én op de natuurgebiedsplannen waarin is vastgelegd welke SAN-pakketten kunnen worden aangevraagd binnen (een deel van de) begrensde natuurgebieden in het kader van de overgang naar duurzaam natuurbeheer.


De begrenzing van probleemgebieden vormt geen aanleiding om enige vorm van beperkend beleid, zoals verslechtering van de waterhuishoudkundige en/of planologische condities, op deze gebieden van toepassing te verklaren.

Gevolgde procedure

De vaststelling van het gebiedsplan heeft plaatsgevonden volgens de in de SAN en SN opgenomen procedure op grond van 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hierdoor is gewaarborgd dat alle betrokken belangen in de afweging van het begrenzingsproces worden betrokken.


Vanwege de korte proceduretijd zijn de eerste stappen van de procedure samengevoegd; dit betreft het opstellen van het ontwerpvoornemen en het ontwerpplan. Het ontwerpplan is opgesteld in overleg met de land- en tuinbouworganisaties (WLTO, Natuurlijk Platteland) en agrarische natuurverenigingen. In mei 2004 zijn hiervoor twee voorlichtingsavonden gehouden.

In juli 2004 is het ontwerpplan door GS vastgesteld; het ontwerp heeft van 28 juli 2004 tot en met 24 augustus 2004 ter visie gelegen bij alle Zuid-Hollandse gemeenten en waterschappen en in het provinciehuis. Tot en met 7 september 2004 konden bedenkingen worden ingediend.


De ruim 90 bedenkingen hadden grotendeels betrekking op de door LNV vastgestelde criteria voor de begrenzing van gebieden en spelregels voor toekenning van subsidies. Deze bedenkingen hebben daarom niet geleid tot significante aanpassing van het gebiedsplan. Wel heeft de provincie de minister van LNV naar aanleiding van de reacties op het ontwerpplan verzocht om na te gaan of de criteria en spelregels zodanig kunnen worden aangepast dat deze tot een breed gedragen inzet van het bergboeren-instrumentarium kunnen leiden.

Begrenzing probleemgebieden

In zijn algemeenheid geldt dat als probleemgebied zijn begrensd:



  • Landbouwgronden die in het kader van de SAN zijn begrensd en waarvan de doelstelling vlakdekkend weidevogelbeheer of botanisch beheer is (gebieden waar alleen landschapsbeheer of alleen perceelsrandenbeheer mogelijk is kunnen niet worden aangewezen als probleemgebied).

  • Landbouwgronden die zijn aangewezen als natuurgebied (SN) waar beheer op basis van de SAN mogelijk is (het vroegere overgangsbeheer).

De in Zuid-Holland aangewezen probleemgebieden vallen daarnaast in één van de volgende categorieën:



  • Diepe veenweidegebieden
    Hieronder vallen alle veengronden met de minerale ondergrond beginnend op meer dan 120 cm onder maaiveld waar sprake is van wateroverlast en hierdoor een opbrengstderving op grasland groter dan 35 %. Dit laatste is bepaald op basis van een door het EC-LNV gemaakte kaart “wateroverlast voor grasland”. De natuurlijke handicaps bestaan in hoofdzaak uit een geringe draagkracht; een slechte ontwateringsituatie en verkaveling

  • Uiterwaarden
    Hieronder vallen alle buitendijkse gebieden langs de Waal en de Lek. De natuurlijke handicaps van uiterwaarden zijn enerzijds het min of meer frequent overstromen met rivierwateren anderzijds het reliëf, als gevolg van sedimentatie, erosieprocessen en kleiwinning ten behoeve van baksteenindustrie. Daar naast kan een slechte ontwatering een rol spelen.

Uitgangsmateriaal voor de begrenzing vormt de door het ExpertiseCentrum van LNV gemaakte kaart “wateroverlast voor grasland”. Deze kaart bevat gebieden waar op grond van bodemtype en grondwatertrap een opbrengstderving van minstens 35% te verwachten is ten opzichte van een referentiegebied met een ideale verkaveling en drooglegging.


De kaart is daarna op de volgende wijze bewerkt:

  • Alle wateroverlastgebieden met een niet-agrarische functie volgens de vigerende streekplannen (inclusief glastuinbouw) zijn verwijderd;

  • Alle resterende wateroverlastgebieden die niet als beheersgebied zijn begrensd in het beheersgebiedsplan Zuid-Holland zijn van de kaart verwijderd;

  • Alle op grond van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 (Sn) begrensde (c.q. met grote zekerheid te begrenzen) natuurgebieden, voor zover gelegen binnen de wateroverlastgebieden, zijn aan de kaart toegevoegd.

Het resterende kaartbeeld is daarna handmatig gecorrigeerd, waarbij zoveel mogelijk aansluiting is gezocht bij in het veld zichtbare grenzen, zoals wegen, kaden en waterlopen. Hierbij zijn zowel gebieden toegevoegd aan de kaart (in het veld herkenbare gebiedsdelen die op het oog voor meer dan de helft uit wateroverlastgebied bestaan) als gebieden van de kaart verwijderd (in het veld herkenbare gebiedsdelen die voor minder dan de helft uit wateroverlastgebied bestaan). Per saldo is door de handmatige correctie de oppervlakte probleemgebied toegenomen.


De begrensde probleemgebieden zijn aangegeven in de kaartbijlagen.

Gevolgen voor nieuwe SAN-aanvragen

Binnen de begrensde probleemgebieden zal LNV vanaf 1 januari 2005 in de vergoeding voor de SAN-beheerspakketten de component ‘natuurlijke handicaps’ van € 94,-/ha/jr handhaven. Buiten de probleemgebieden vervalt deze bijdrage.

Dit geldt uiteraard alleen voor die pakketten, waarin op dit moment die component wel is opgenomen. In sommige pakketten is die component niet opgenomen. Voor die laatste geldt dat er geen sprake zal zijn van verlaging van de vergoeding met € 94,-/ha/jr.

In bijlage 1 is weergegeven in welke pakketten SAN de component ‘natuurlijke handicaps’ wel respectievelijk niet is opgenomen.


Voor nieuwe aanvragen van de subsidie natuurlijke handicaps (bijlage 31 van de SAN) geldt dat LNV deze alleen positief worden beschikt als er op exact dezelfde locatie een reguliere SAN-aanvraag (weidevogelbeheer, botanisch beheer etc) van dezelfde hectare-omvang positief is of wordt beschikt. Er ontstaat dus een één op één koppeling tussen SAN-bijlage 31 en overige SAN-beschikking.
De minister van LNV zal in het kader van de herziening van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid bezien of de vergoedingen voor natuurlijke handicaps in de toekomst ook los van de SAN kunnen worden ingezet.

Gevolgen voor bestaande beschikkingen

Om Brussel-proof te werken is het nodig dat de component ‘natuurlijke handicaps’ van € 94,-/ha/jr uitsluitend wordt uitgekeerd aan boeren met gronden in de door de overheid begrensde probleemgebieden.

De minister van LNV heeft ervoor gekozen om bestaande beschikkingen voor gronden buiten de begrensde probleemgebieden aan te passen. In voorkomende gevallen zal het bedrag van € 94,- vanaf 1-1-2005 niet meer verstrekt worden ofwel zal -in het geval van een “losse” beschikking bijlage 31 SAN- de beschikking beëindigd worden. LNV zal beheerders in de gelegenheid stellen hun huidige subsidierelatie zonder sancties te beëindigen als zij dat wensen in verband met het verlaagde subsidiebedrag.

Beheerders die nu een “losse” beschikking voor bijlage 31 van de SAN hebben (beschikkingsdatum uiterlijk 1-12-2004) èn die (na 1-10-2004) in een door de provincie begrensd probleemgebied liggen, worden in staat gesteld hun tijdvak uit te dienen. Vernieuwing van dergelijke beschikkingen is echter niet aan de orde.



Meer informatie

Voor vragen over probleemgebieden en de SAN kunt u terecht bij de Dienst Landelijk Gebied (DLG) Zuid-Holland, telefoon 070-3371300.


Bijlage 1: SAN-pakketten met en zonder component ‘natuurlijke handicaps’





Pakketomschrijving

Bijlagenummer SAN







MET component ‘natuurlijke handicaps’ (€ 94/ha/jr; bouwland € 82 ha/jr)










Botanisch beheer, vollevelds en randenbeheer

6 t/m 15

Weidevogelbeheer met rustperiode en plas-dras, incl. voorweidenpakketten en rustperiode tot 23 mei

16; 18; 19 t/m 22, onderdelen 5i, ii en iii.

Faunarand (oud pakket, met varianten, uit 2000)

23 (oud)

Bouwland- of akkerrandbeheer

24 t/m 28







ZONDER component ‘natuurlijke handicaps’










Weidevogelbescherming via vluchtstroken en nestbescherming

17; 19 t/m 22, met uitzondering van de onderdelen 5i, ii en iii.

Faunarand (nieuw pakket, beschikkingen vanaf 1 1 2004)

23 (nieuw)

Hamsterpakket

28a

Snelgroeiend bos

29; 30

Landschapspakketten

32 t/m 46





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina