Gebruikershandleiding dtb2000 dtb-nat & dtb-droog



Dovnload 124.06 Kb.
Datum25.08.2016
Grootte124.06 Kb.


Gebruikershandleiding DTB2000
DTB-NAT & DTB-DROOG
versie 1.1 februari 2003

Inhoud


1. Inleiding 3

2 Produktinformatie 5

2.1 Revisie DTB 5

2.2 Topbladen en naamgeving bestanden 6

2.3 Indelingen 7

2.4 Bestandsbeheer 7

2.5 Opbouw DTB 7

2.5.1 Hoogtelayers 7

2.5.2 Objecthoogtegegevens in het DTB 8

2.5.3 Maaiveldgegevens 8

2.5.4 Triangulated Irregular Network (TIN) 9

3 DTB2000_INFO.XLS 10

4 Wijze van inwinning 11

5 AutoCad 12

5.1 Verschillen met DTB-Wegen en DTB-Rivieren 12

5.2 Layers 12

5.3 Multicodering (Themb) 12

5.4 Geotools 13

6 ESRI Coverageindeling en Shapefileindeling 14

6.1 Verschillen met DTB-Wegen en DTB-Rivieren 14

6.2 Naamgeving Arcinfo-coverage en ArcView 3D shape-files 14

tabel 1: naamgeving ArcInfo-coverage en ArcView-shapefiles 15

6.3 Maatwerk of standaard voor ArcView 3D shape-files 15

6.4 Attributen in ArcView 3D shape 16

6.5 Attributen in ArcInfo coverage 16

tabel 3: attributen in ArcInfo-coverages (x= attribuut is aanwezig) 16

6.6Bevragingen met CTE & Themb 16

6.7 GeoTools 17

7 SUF-NEN 18

8 MX 19


9 Orthofotomozaïeken 20

10Metagegevens 21

DTB-Wegen en DTB-Rivieren 21

1. Inleiding

Deze gebruikershandleiding hoort bij de produkten Digitaal Topografisch Bestand Droog (DTB-Droog) en Digitaal Topografisch Bestand Nat (DTB-Nat). Doel van deze handleiding is het gebruik van beide produkten makkelijker te maken.

Aangezien het gebruik van het DTB-Nat en DTB-Droog erg afhankelijk is van het systeem waarin het gebruikt wordt, is ervoor gekozen om naast algemene produktinformatie het gebruik van het DTB per systeem in afzonderlijke hoofdstukken te behandelen. De systemen waarin het DTB gebruikt wordt zijn ArcInfo en ArcView, MX en AutoCad.
Relaties met andere documenten:


  • Produktspecificatie DTB-Droog en DTB-Nat: In de beide produktspecificaties wordt op globaal niveau aangegeven wat beide produkten inhouden en wat de toepassingen zijn. De gebruikershandleiding geeft gedetailleerde technische informatie over gebruik en bestandsformaten.

  • DTB2000_INFO.xls. Een bestand waarin is beschreven welke topografische elementen in welk produkt is opgenomen, inclusief de vorm en in welke coverage, shape-file, AutoCadLayer en/of MX-file het is terug te vinden. Dit document is te verkrijgen via Gis-Plaza of het GeoLoket.

  • Gebruikershandleiding DTB-Wegen. Het DTB-Wegen is de voorloper van het DTB-Droog. Aangezien er nog veel data van het DTB-Rivieren voorhanden is, is deze gebruikershandleiding nog steeds actueel;

  • Gebruikershandleiding DTB-Rivieren. Het DTB-Rivieren is de voorloper van het DTB-Nat. Aangezien er nog veel data van het DTB-Rivieren voorhanden is, is deze gebruikershandleiding nog steeds actueel;


2 Produktinformatie

In dit hoofdstuk wordt algemene produktinformatie gegeven over het DTB-Droog en DTB-Nat zoals:




  • het vastleggen van het maaiveld;

  • het gebruik van verschillende hoogtelayers;

  • de vastlegging van objecthoogtes.

In de volgende hoofdstukken wordt per systeem beschreven hoe het systeem met deze informatie omgaat en wordt meer in detail beschreven hoe de datafiles voor het betreffende systeem zijn opgebouwd.

Als eerste wordt in dit hoofdstuk een vergelijking gemaakt tussen DTB-Droog en DTB-Nat met de oude produkten DTB-Wegen respectievelijk DTB-Rivieren.

2.1 Revisie DTB

Bij de Meetkundige Dienst vindt nu op grote schaal een revisie plaats waarbij het DTB-rivieren en het DTB-kanalen worden omgezet naar het DTB-Nat (25.000 ha per jaar) en het DTB-wegen wordt omgezet naar het DTB-droog (600 km per jaar). Zowel het DTB-Droog als het DTB-Nat (samen ook wel DTB2000 genaamd) hebben hetzelfde datamodel voor zowel de inwinning als uitlevering in coverages, autocadlayers e.d. Het onderscheid tussen DTB-Nat en DTB-Droog is dat niet alle in het datamodel gedefinieerde topografische elementen bij beide produkten worden gebruikt. In een aparte file met technische informatie over het DTB: ‘DTB2000_INFO’ is terug te vinden in welk produkt een bepaald topografisch element te vinden is. In hoofdstuk 3 wordt meer informatie over deze file gegeven. Verfbelijning wordt bijvoorbeeld bij het DTB-Nat niet ingewonnen terwijl bij het DTB-droog geen breuklijnen worden ingewonnen.

Belangrijk bij de revisie is het feit dat niet per topblad wordt gereviseerd maar per Rijksweg of Rivier/Kanaal. Hierdoor zal van een topblad vaak slechts een gedeelte worden gereviseerd en omgezet worden van DTB-Wegen naar DTB-Droog respectievelijk DTB-Rivieren naar DTB-Nat. Er ontstaan hierdoor 2 versies van een topblad, een topblad met een deel van het DTB-Wegen en een topblad met een deel van het DTBDroog. Zie voorbeeld fig. 1. Deze situatie zal zich nog enige jaren blijven voordoen.
Verschillen DTB-Droog met DTB-Wegen


  • 100% vlakvorming op maaiveld i.p.v. alleen punten en lijnen en vlakvorming in XY;

  • vastlegging van betrouwbare gegevens die voor een Digitaal Terrein Model (DTM) gebeuirkt kunnen worden i.p.v. minder betrouwbare DTM-gegevens;

  • vastlegging objecthoogtegegevens zoals 3D gebouwen i.p.v. geen vastlegging;

  • veranderde inwininstructies: bijvoorbeeld puntstuk;

  • 4 verschillende hoogtelayers i.p.v. 2 hoogtelayers;


Verschillen DTB-Nat met DTB-Rivieren


  • 100% vlakvorming op maaiveld i.p.v. beperkte vlakvorming;

  • betere vastlegging maaiveld door extra hoogtepunten en vlakken op maaiveld;

  • onderscheid in detail door definitie van beheergebied en interessegebied;

  • vastlegging objecthoogtegegevens zoals 3D gebouwen i.p.v. geen vastlegging;

  • uitlevering in bestaande indelingen van DTB-Wegen/DTB-Droog;

  • 4 verschillende hoogtelayers i.p.v. 1 hoogtelayer;

2.2 Topbladen en naamgeving bestanden

Alle typen DTB worden standaard in de vorm van topbladen geleverd, volgens de indeling van de Topografische Dienst Nederland (TDN) van 1994. Een ArcView shape-file is te verkrijgen via Gis-Plaza of Geo-Loket. Het DTB-Droog en DTB-Nat kunnen in principe ook als maatwerk in grotere gebieden worden geleverd, bijvoorbeeld als dienstkring, zie figuur 2.




fig1: DTB-Wegen en DTB2000 (knp Zaandam) fig2: relatie projecten in Oracle en topbladen
Probleem bij de revisie is dat de oude produkten DTB-Wegen en DTB-Rivieren nog jaren blijven bestaan, en langzaam kleiner worden. Het DTB-Nat en DTB-Droog areaal wordt daarentegen uitgebreid. Omdat de oude en nieuwe produkten wezenlijk van elkaar verschillen is besloten om bij de levering onderscheid te maken tussen deze produkten. De topografie van een bepaald topblad kan hierdoor in verschillende produkten voorkomen, zie figuur 1.
Onderscheid produkten
Voor het onderscheid van de verschillende produkten wordt een letter aan het DTB-produkt toegevoegd:

een R voor DTB-Rivieren, b.v. R45DN

een W voor DTB-Wegen, b.v. W45DN

een D voor DTB-Nat en DTB-Droog, b.v. D45DN

Hieruit blijkt dat er dus geen verschillende topbladen voor DTB-Droog en DTB-Nat zijn. De topografie van zowel de Rijksweg die een rivier kruist als de topografie van de rivier zelf komt in hetzelfde topblad voor, zie figuur 3. Bij het bestellen of raadplegen van de bestanden is het thans niet mogelijk om onderscheid te maken tussen het DTB-Droog en het DTB-Nat.



figuur3: DTB-Nat en DTB-Droog in hetzelfde topblad 37hn

2.3 Indelingen

In het Gebruikersoverleg DTB-Nat is besloten dat DTB-Nat de bestaande AutoCad-layerindeling, Coverage-indelingen, Shapefile-indelingen en MX-labelindelingen van DTB-Droog gaat gebruiken. Dit was onder andere noodzakelijk omdat in het DTB-Nat t.o.v. het DTB-Rivieren op veel grotere schaal vlakvorming plaats vindt. In het DTB-Wegen/DTB-Droog gebeurde deze 100% vlakvorming al. Voordeel van dit alles is dat het makkelijker is om alle data tegelijkertijd te bekijken en beide producten naadloos op elkaar aansluiten.


2.4 Bestandsbeheer

Zoals aangegeven worden bij revisieopdrachten niet altijd de contouren van de topbladen gevolgd. Het kan binnen een topblad dus voorkomen dat een gedeelte DTB-Wegen bevat en een andere deel het gereviseerde DTB-Droog. Bij de aflevering worden dan 2 produkten van hetzelfde topblad geleverd. Een topblad DTB-Wegen waaruit het gereviseerde wegdeel is weggehaald en een topblad DTB-Droog met het gereviseerde wegdeel. Beide bestanden sluiten goed op elkaar aan. Een bestandsbeheerder dient beide bestanden dus in het archief op te nemen.


2.5 Opbouw DTB




2.5.1 Hoogtelayers

In het DTB zijn 4 hoogtelayers gedefinieerd, dat wil zeggen dat topografie op hooguit 4 verschillende niveaus van elkaar gescheiden is, zie figuur 4.





alle vlakken vlakken in layer 1 vlakken in layer 2



vlak in layer 3 vlak in layer 4

fig4: vlakken in meerdere layers in DTB (Knooppunt Vaanplein)
Voor de verschillende systemen wordt de topografie van deze verschillende hoogtelayers op verschillende manieren geleverd:
In AutoCad in verschillende layers;

In ArcInfo in verschillende coverages + attribuut layer;

In ArcView als verschillende shapefiles + attribuut layer en/of 1 shapefile met attribuut layer;

2.5.2 Objecthoogtegegevens in het DTB

Er zit veel hoogte-informatie in het DTB. Zo is van elk coördinaat de Z-waarde bekend, is het maaiveld beschreven en zijn verschillende objecten 3D vastgelegd, zoals bebouwing. Zie figuur 5.




fig5: gebouwen als vectoren gebouwen als TIN uit vectordata (Rotterdam)
Bovenstaande figuur is te maken door selectie door alle elementen van vlak1 te nemen en een TIN te vervaardigen uit geselecteerde elementen die het gebouw beschrijven in de shapefiles topo_lin (dakrand (CTE=B0553) en nok (CTE=B0551)), de gebouwen in vlak1 (CTE=B*) en de nokhoogten uit topo_sym (CTE=MD18). Indien ondersteuning van de Meetkundige Dienst is gewenst bij dergelijke visualisaties kunt u contact opnemen met uw accountmanager.

2.5.3 Maaiveldgegevens

Van elk topografisch element is bepaald of deze het maaiveld beschrijft of niet. Dit staat vermeld in DTB2000_INFO (zie hoofdstuk 3) in kolom DTM (maaiveld = J). Alle vlakken die op maaiveld liggen worden ook op maaiveldhoogte ingewonnen en kunnen daarom worden gebruikt voor het maken van een TIN op maaiveld niveau. Voor visualisatie in bijvoorbeeld de 3D Analyst van ArcView heeft dit grote voordelen aangezien de 3D shape-file direct gevisualiseerd kan worden en niet eerst een TIN opgebouwd hoeft te worden.




fig6: 3D visualisatie 3D-shapefiles in vorm punt, lijn en vlak (Vaanplein)

2.5.4 Triangulated Irregular Network (TIN)

Standaard kan een TIN (driehoekenmodel) van het DTB geleverd worden die het maaiveld weergeeft. Standaard worden watervlakken uit het TIN gehaald, zie figuur 7a. Als maatwerk kan een TIN worden geleverd waarin de driehoeken over het wateroppervlak lopen, figuur 7b. Dit kan handig zijn om profielen over het water te genereren of om de diepte van het water te bepalen indien ook gegevens van de bodem beschikbaar zijn.




fig7a: TIN zonder water fig7b: TIN over water heen (Hollandse IJssel)

3 DTB2000_INFO.XLS

In het Excell-bestand DTB2000_INFO staat informatie over de inhoud van het DTB-Droog en DTB-Nat. Deze informatie, gecombineerd met de informatie die in de volgende hoofdstukken is beschreven, kan gebruikt worden voor allerlei bevragingen op het DTB. Dit bestand wordt standaard bij levering van DTB op CD meegeleverd. Het is tevens op te vragen bij het Geo-Loket en is ook via Gis-Plaza beschikbaar.


De opbouw van DTB2000_INFO is als volgt:
1. CTE-code (CTE = Classificatie Topografische Elementen)

De volgende klassen zijn in de CTE-classificatie aanwezig:

B bebouwing

F samengestelde

H hoogte

L leiding

MD MD-elementen die niet in CTE zijn opgenomen

N grond


Q objecten wegen en verkeer

R objecten

T terreinafscheiding

V verharding

W water

ZH constructielijnen hoogte


De volledige CTE-classificatie staat op GIS-plaza en is via Geo-Lokoet op te vragen.
2. Naam topografisch element

3. Vorm (punt, lijn of vlak)

4. Klasse precisie (2,3 of 4) xy z

Niveau 1 (terrestrisch) 4 4

Niveau 2 (fotogr. hard) 5 9

Niveau 3 (fotogr. middel) 8.5 10

Niveau 4 (fotogr. zacht) 15.5 12,5

5. Element komt voor in DTB-Droog

6. Element komt voor in DTB-Nat

7. Thema, gebruikte attribuut

8. Themb, gebruikte attribuut indien multicodering is gebruikt

9. Layer, layer in welke element voor kan komen (1,2,3,4)

10. DTM (j,n) kan of wordt element gebruikt voor maaiveld DTM

11. Naam AutoCad-Layer

12. Naam ArcInfo coverage of ArcView 3D shape-file

13. Naar ArcInfo coverage KernGis

14. TIN-code, code voor opbouw van een TIN, in geval element het maaiveld beschrijft

punt 1


hard breakline 3

hard erase polygon 9

15. MX-label, gebruikte label voor MX

16. Overlappend vlak in maatwerk shape-file punt, lijn en vlak



4 Wijze van inwinning


In dit hoofdstuk wordt voor een aantal topografische elementen, of groepen daarvan, aangegeven op welke wijze de inwinning heeft plaats gevonden.
Verfbelijning: midden van de lijn

Verfsymbolen: zwaartepunt van het symbool

Geleiderail: kerende zijde van de geleiderail aan de rijrichting-kant

goten:


puntstukken: omhullende van het puntstuk

verkeersborden:

lichtmasten:

geluidsschermen:

gebouwen:

portalen:

kunstwerken:

duikers:


kant verharding:

5 AutoCad




5.1 Verschillen met DTB-Wegen en DTB-Rivieren



DTB-Droog  DTB-Wegen


  1. DTB-Wegen: layerindeling volgens WOCAD en geen onderscheid tussen elementen op maaiveld en niet maaiveld;

  2. DTB-Droog: layerindeling volgens WOCAD en onderscheid tussen layers op maaiveld en niet maaiveld, en toevoeging attribuut inwindatum;


DTB-Nat  DTB-Rivieren


  1. DTB-Rivieren: layerindeling als RivCad;

  2. DTB-Nat: layerindeling als DTB-Droog;

5.2 Layers

In AutoCAD komen alle vlakken in layers die beginnen met Mdi-vl- en al de andere situatie in layers die beginnen met Mdi-xx-. Hierdoor is het makkelijk om de vlakken in een handeling uit of aan te zetten.

De situatie op het maaiveld komt in layers die beginnen met Mdi- en de kunstwerken die boven het maaiveld liggen in Md1-, Md2- of Md3-.

Alle puntsymbolen hebben een unieke blocknaam en alle lijnen een uniek linetype, daardoor is het mogelijk om onderscheid te maken tussen verschillende lijnen die op 1 layer staan en deze ook met een eigen lijn signatuur te laten tekenen.

Voor geluidsberekeningen zijn er enkele layers toegevoegd, deze beginnen met Mer-. Hierin zitten de dakranden, noklijnen en nokhoogtes

5.3 Multicodering (Themb)

Attributen bij punten, lijnen en vlakken die als themb zijn opgenomen worden als tekst afgebeeld in de DWG-file.




fig8: DWG-file

5.4 Geotools

Er zijn diverse Geo-Tools beschikbaar voor gebruik van DTB in AutoCad. Op GIS-Plaza zijn al deze Geo-Tools beschikbaar inclusief beschrijving.



6 ESRI Coverageindeling en Shapefileindeling

6.1 Verschillen met DTB-Wegen en DTB-Rivieren



DTB-Droog  DTB-Wegen omdraaien


  1. Geen maatcoverages verharding, groen en water meer (behalve voor KernGis)

2. Was er in het DTB-Wegen in het datamodel ruimte voor slechts 2 hoogtelagen, in het DTB-Droog en DTB-Nat is dit aantal uitgebreid tot 4. Hierdoor kunnen nu ook de coverages vlak3 en vlak4 voorkomen. Het gebruik van diverse hoogtelagen is ten opzichte van het DTB-Rivieren geheel nieuw.



alle vlakken vlakken in layer 1 vlakken in layer 2 vlak in layer 3

fig9: vlakken in meerdere layers in DTB zelfde als figuur 4
DTB-Nat  DTB-Rivieren


  1. 100% vlakvorming i.p.v. vlakvorming van alleen stromingsremmende vlakken waardoor veel meer vlak-coverages;

  2. Naamgeving en indeling coverages van DTB-Droog overgenomen;

6.2 Naamgeving Arcinfo-coverage en ArcView 3D shape-files





naam

omschrijving

Arcinfo-coverage

ArcInfo(KernGis)

uitsplitsing van vlak1-coverage

ArcView 3D shape







naamgeving = d[topbladnummer]_naam

bv. d10bn_vlak1




naamgeving = d[topbladnummer]_[naam].shp

bv. d10bn_vlak1_reg.shp

vlak1

alle vlakken op maaiveld = layer 1

vlak1

verh1 (selectie op CTE=V*)

groen1 (selectie op CTE=N* + CTE=T0303 (houtwal)))

wat (selectie op CTE=W*)

vlak1_reg


vlak2

vlakken op layer 2

vlak2

verh2

vlak2_reg

vlak3

vlakken op layer 3

vlak3

verh3

vlak3_reg

vlak4

vlakken op layer 4

vlak4

verh4

vlak4_reg

verfv1

verfmarkering vlak in layer 1

verfv1




verfv1_reg

verfv2

verfmarkering vlak in layer 2

verfv2




verfv2_reg

verfv3

verfmarkering vlak in layer 3

verfv3




verfv3_reg

verfv4

verfmarkering vlak in layer 4

verfv4




verfv4_reg

sam1

vlakken met dubbele betekenis waarbij topografisch element met tweede betekenis wordt gekopieerd naar sam1

komt niet voor

sam1

komt niet voor

sam2

zie sam1

komt niet voor

sam2

komt niet voor

sam3

zie sam1

komt niet voor

sam3

komt niet voor

sam4

zie sam1

komt niet voor

sam4

komt niet voor

kunst

kunstwerken in layer 1 t/m 4

kunst




kunst_reg

verf

verfmarkering punt en lijn in layer 1 t/m 4

verf




verf_lin

verf_sym

topo

topografie punt en lijn in layer 1 t/m 4

topo




topo_lin

topo_sym

bol

hectometerpalen in layer 1 t/m 4

bol




bol_sym
















maat-werk

shape-files

indeling als punt, lijn en vlak

niet mogelijk




inf6_lay_sym

inf6_lay_lin

inf6_lay_reg

tabel 1: naamgeving ArcInfo-coverage en ArcView-shapefiles

6.3 Maatwerk of standaard voor ArcView 3D shape-files


Als maatwerk worden shape-files geleverd waarbij de technisch kleinst mogelijke onderverdeling is gebruikt, namelijk één shape-file met punten, één met lijnen en één met vlakken, zie fig. vlakken. Met de opbouw van de shape-file is rekening gehouden met de verschillende hoogte-layers. De hoogste-layers komen bovenin de shape-file en zullen daardoor als laatste worden afgebeeld op het scherm, wat dus een natuurgetrouwe afbeelding tot gevolg heeft, zie figuur 10.


fig 10: Vaanplein met opbouw nieuwe indeling

6.4 Attributen in ArcView 3D shape





Vorm

CTE

waarde: zie DTB2000_

INFO


Datum


DTM

j,n


LAYER

1,2,3,4


Omschr

waarde: zie DTB2000_INFO



Hecto

Thema

waarde: zie DTB2000_INFO



Themb

waarde: zie DTB2000_INFO



Gradenhoek

PointZ

x

x

x

x

x

x

x

x

x

PolylineZ

x

x

x

x

x




x

x




PolygonZ

x

x

x

x

x




x

x




tabel 2: attributen in ArcView-shapefiles (x= attribuut is aanwezig)

6.5 Attributen in ArcInfo coverage








CTE

info


DATUM

DTM

j,n


LAYER

1,2,3,4


Omschrijving

waarde: zie DTB2000_INFO



Hecto

Thema

waarde: zie DTB2000_INFO



Themb

waarde: zie DTB2000_INFO



Vlakvormend

j,n


Gradenhoek

Point

x

x

x

x

x

x

x

x




x

Polyline

x

x

x

x

x




x

x

x




Polygon

x

x

x

x

x




x

x













Z

Z-gem

Z-min

Z-max

Z-sigma

length

ArcInfo


area

ArcInfo


perimeter

ArcInfo


Point

x






















Polyline




x

x

x

x

x







Polygon




x

x

x

x




x

x

tabel 3: attributen in ArcInfo-coverages (x= attribuut is aanwezig)

    1. Bevragingen met CTE & Themb

Aangezien er in het DTB2000 multicodering wordt toegepast bij zowel punten, lijnen als vlakken is het van belang om een goede query op te stellen indien de data in het DTB2000 bevraagd wordt. Multicodering houdt in dat een punt, lijn of vlak een dubbele betekenis heeft. Bijvoorbeeld een goot met bitumenverharding. Hierbij wordt een vlak bitumenverharding ingewonnen met CTE-code V010101 met daarbij in attribuut THEMB de waarde ‘goot’. Een goot kan echter ook direct worden ingewonnen met CTE-code R27. Wil men dus alle goten in het DTB selecteren dan zal de volgende query moeten worden gemaakt: CTE = “R27” or THEMB = “goot”.

In DTB2000_INFO is terug te vinden welke waarden bij THEMB worden gebruikt.

6.7 GeoTools

De Tools zijn vanaf GisPlaza te downloaden.


MD-DTB-Tools: ArcView3-applicatie voor presentatie DTB met behulp van legenda

MD-TIN-Tools: ArcGIS8/ArcView8-applicatie voor vervaardigen TIN’s uit 3D shapefiles;




7 SUF-NEN

Via een aparte conversie kan vanuit het DTB een SUFNEN file aangemaakt worden. Via een opgenomen hiërarchie van topografische elementen wordt bepaald welke topografische elementen in de SUF-NEN file worden opgenomen. Deze hiërarchie en selectie kan per opdrachtgever verschillend zijn.




B01

B18

Q01

W00

T00

L01

Q39

Z07

B02

V01

Q02

T07

T01

S07

Q19

Z05

B03

V02

Q03

T09

T02

Q15

T20

Z09

B11

V00

Q07

Q08

T04

S08

Z02

Z19

B07

V06

Q06

Q10

T06

Q16

Z06




Hiërarchielijst LKI-codering
Informatie over welke topografische elementen worden geconverteerd naar SUF-NEN is bij het Geo-Loket informatie beschikbaar.



fig11: SUFNEN-weergave

8 MX

Voor gebruik van het DTB in MX wordt een aparte file aangemaakt waarin alleen maaiveldgegevens en sommige topografische elementen (zoals hectometerpalen) zijn opgenomen met hun MX-label. De inhoud en de bijbehorende MX-labels worden vastgesteld in het MX-gebruikersoverleg. De gebruikte codes zijn terug te vinden in DTB2000_INFO.


Naamgeving MX-bestanden
mx.gen_lin, b.v. D46BN_mx.gen_lin

mx.gen_sym, b.v. D46BN_mx.gen_sym




fig12: MX-bestand

9 Orthofotomozaïeken

Specificaties


Celgrootte: 25 cm

Formaat: MrSID en TIFF

Meta-informatie: in georeference file (.tfw & .sdw) of als shape-file


0.25

0

0



-0.25

230000.125

581249.875

Opnamedatum:28-04-2000

Hoogtedata: AHN


0.25

0

0



-0.25

230000.125

581249.875

Opnamedatum:28-04-2000

Hoogtedata: AHN


fig13: voorbeeld georeference-file .tfw voor TIFF .sdw voor MrSID
Orthofotomozaïeken worden ook zoveel mogelijk conform de bladindeling van het DTB geleverd. Echter als maximum grootte van een TIFF-bestand wordt 500 Mbyte aangehouden. Dit kan inhouden dat een topblad in zo’n geval opgesplitst wordt in een westelijk en oostelijk deel. Een andere reden voor het kunnen aantreffen van meerdere mozaïeken in een topblad is het verschil in aanmaakdatum van orthofotomozaïeken door revisie van het DTB. Indien in een topblad bijvoorbeeld meerdere rijkswegen voorkomen die op verschillende data zijn gevlogen zullen ook verschillende mozaïeken zijn gemaakt. In veel gevallen zal het meest actuele mozaïek het minder actuele mozaïek overlappen.
In figuur 14a en 14b wordt beide redenen voor splitsen weergegeven. Blad 7DZW en 7DZO zijn gevlogen op 28 april 2000 en blad 7DZ op 27 maart 2001.


fig14a: metagegevens orthofotomozaïek fig14b: mozaïeken (Groningen)


  1. Metagegevens

DTB-Wegen en DTB-Rivieren

Metagegevens van DTB-Wegen en DTB-Rivieren werden per Rijksweg of Rivier/Kanaal opgeslagen in GeoKey. Er is een verdere onderverdeling naar topblad waarvan ook gegevens beschikbaar waren.


Aangezien met het DTB2000 gebruik wordt gemaakt van een database is het niet meer mogelijk om van de topbladen of rijkswegen/rivieren gegevens bij te houden. Wel is een belangrijk metagegeven, namelijk de datum van inwinning, direct gekoppeld aan de data zelf en is een tool in AutoCad gemaakt (vraagdatum) om de datum op te kunnen vragen. Verder zijn in GeoKey wel de produkten gedefinieerd.
De gegevens van het DTB-Wegen en DTB-Rivieren worden niet meer geactualiseerd. Dit kan inhouden dat een deel van een Rijksweg nog steeds in GeoKey onder DTB-Wegen staat met een oude datum terwijl dit Rijkswegdeel wel al in DTB-Droog voorkomt.

Wel zijn er nu aparte shape-files beschikbaar waarin de actualiteit van het DTB2000 is opgenomen. Deze kunnen via het GeoLoket verkregen worden.






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina