Gecorrigeerd stenogram eerste kamer, niet voor citaten en niet voor correcties. Aan deze tekst kan geen enkel recht ontleend worden



Dovnload 351.5 Kb.
Pagina1/10
Datum21.08.2016
Grootte351.5 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

GECORRIGEERD STENOGRAM EERSTE KAMER, niet voor citaten en niet voor correcties. Aan deze tekst kan geen enkel recht ontleend worden.


**

*0: EK


*1: 2007-2008

*2: 6


*3: WordXP

*4: 6de vergadering

*5: Dinsdag 6 november 2007

*6: 13.30 uur

**
Voorzitter: Timmerman-Buck
Tegenwoordig zijn 70 leden, te weten:
Asscher, Van de Beeten, Bemelmans-Videc, Van den Berg, Biermans, Van Bijsterveld, De Boer, Böhler, Broekers-Knol, Doek, Dölle, Van Driel, Dupuis, Duthler, Engels, Essers, Franken, Goyert, De Graaf, Hendrikx, Hermans, Hillen, Ten Hoeve, Hofstra, Holdijk, Ten Horn, Janse de Jonge, Van Kappen, Klein Breteler, Koffeman, Kox, Kuiper, Lagerwerf-Vergunst, Laurier, Leijnse, Leunissen, Van der Linden, Linthorst, Meindertsma, Meulenbelt, Meurs, Noten, Peters, Putters, Quik-Schuijt, Rehwinkel, Reuten, Rosenthal, Russell, Schaap, Schouw, Schuurman, Slager, Slagter-Roukema, Smaling, Strik, Swenker, Sylvester, Tan, Terpstra, Thissen, Timmerman-Buck, Vedder-Wubben, Vliegenthart, De Vries, De Vries-Leggedoor, Werner, Westerveld, Willems en Yildirim,
en de heer Klink, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

**
*N


De voorzitter: Ik deel aan de Kamer mede dat zijn ingekomen berichten van verhindering van de leden:
Kneppers-Heijnert, in verband met het bijwonen van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York;
Haubrich-Gooskens, wegens deelname aan de verkiezingswaarneming in Guatemala;
Huijbregts-Schiedon, Eigeman en Elzinga, wegens verblijf buitenslands.

**
Deze berichten worden voor kennisgeving aangenomen.


De voorzitter: Ik verzoek de aanwezigen om te gaan staan.

Op 20 oktober jongstleden, de dag vóór zijn 82ste verjaardag, is oud-senator Harm van der Meulen overleden. Hij was voor het CDA lid van de Eerste Kamer van 1987 tot 1995.

Harm van der Meulen genoot landelijke bekendheid als vakbondsvoorzitter. Vrijwel zijn hele werkende leven heeft hij gewijd aan vakbondswerkzaamheden. Zo was hij 21 jaar verbonden aan de Christelijke Metaalbond: eerst als ambtelijk secretaris, later als bestuurslid en tweede voorzitter. In 1973 werd hij secretaris van het Christelijk Nationaal Vakverbond, maakte hij deel uit van de Sociaal Economische Raad en het bestuur van de Stichting van de Arbeid. Van 1978 tot aan zijn pensioen in 1986 was hij voorzitter van het CNV.

Daarnaast vervulde hij verschillende bestuurlijke nevenfuncties. Zo was hij lid van de Bankraad van De Nederlandsche Bank en van de raad van commissarissen van Joh. Enschedé. Het voorzitterschap van stichting De Ombudsman in Hilversum en van Eemeroord, een instelling voor verstandelijk gehandicapten in Baarn, heeft hij, evenals het lidmaatschap van deze Kamer, tot zijn zeventigste levensjaar vervuld.

In de Eerste Kamer was Harm van der Meulen woordvoerder Sociale Zaken en voorzitter van de gelijknamige Kamercommissie. Bij zijn maidenspeech stond hij tegenover staatssecretaris De Graaf, met wie hij kort daarvoor als CNV-voorzitter stevige discussies had gevoerd. "Het ging er soms rumoerig toe, met vele emoties", memoreerde Van der Meulen die periode in zijn maidenspeech. "De Kamer", zo zei hij, "is een wat ander college; het is geen arena, zoals wij beiden wel eens hebben moeten betreden." Tijdens zijn voorzitterschap stond Harm van der Meulen in die periode van hoog oplopende werkloosheid vaak recht tegenover de kabinetten-Lubbers, als pleitbezorger voor de werknemers en met name de uitkeringsgerechtigden. Ook zijn eigen partij spaarde hij niet. Bij een van zijn vele afscheidsinterviews als CNV-voorzitter zei hij: "Ik kon niet anders dan kritiek spuien. Ik heb het nooit met plezier gedaan, maar ik mag omwille van de familieband toch geen ander standpunt innemen."

Dat, maar ook zijn gelijktijdige loyaliteit aan de partij, karakteriseert Harm van der Meulen. Hij was een charismatische, authentieke, gezaghebbende persoon, bij wiens rijke kennis en ervaring ook deze Kamer baat heeft gehad. Voor zijn maatschappelijke verdiensten is hij tweemaal onderscheiden: hij was Officier in de Orde van Oranje-Nassau en Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

De Eerste Kamer is Harm van der Meulen dankbaar voor wie hij was en wat hij heeft betekend. Moge dit een steun zijn voor de nabestaanden bij het verwerken van hun verdriet.

Ik verzoek de aanwezigen om een moment stilte.

**
(De aanwezigen nemen enkele ogenblikken stilte in acht.)
De voorzitter: De ingekomen stukken staan op een lijst die in de zaal ter inzage ligt. Op die lijst heb ik voorstellen gedaan over de wijze van behandeling. Als aan het einde van de vergadering daartegen geen bezwaren zijn ingekomen, neem ik aan dat de Kamer zich met de voorstellen heeft verenigd.

**

*B



*!Hamerstukken*!
Aan de orde is de behandeling van:

- het wetsvoorstel Wijziging van de Militaire ambtenarenwet 1931 en intrekking van de Wet voor het reservepersoneel der Krijgsmacht in verband met onder andere de invoering van een flexibel personeelssysteem voor de krijgsmacht (30674);

- het wetsvoorstel Wijziging van de Wet belastingen op milieugrondslag (30887);

- het wetsvoorstel Wijziging van de Rijksoctrooiwet 1995 en enige andere wetten naar aanleiding van de evaluatie van de Rijksoctrooiwet 1995 van 2006 (Evaluatie 2006 Rijksoctrooiwet 1995) (30975, R1821);

- het wetsvoorstel Goedkeuring van de op 12 juni 2006 te Luxemburg totstandgekomen Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Albanië, anderzijds, met Bijlagen en Protocollen; Trb. 2006, 212 (31035);

- het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op de bedrijfsorganisatie met betrekking tot de ministeriële goedkeuring van besluiten van bedrijfslichamen (31039).
Deze wetsvoorstellen worden zonder beraadslaging en zonder stemming aangenomen.
De voorzitter: De aanwezige leden van de fracties van de SP en de PvdD wordt aantekening verleend dat zij geacht wensen te worden, tegen het wetsvoorstel Wijziging van de Militaire ambtenarenwet 1931 en intrekking van de Wet voor het reservepersoneel der Krijgsmacht in verband met onder andere de invoering van een flexibel personeelssysteem voor de krijgsmacht (30674) te hebben gestemd.

De aanwezige leden van de fractie van SP wordt ook aantekening verleend dat zij geacht wensen te worden, tegen het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op de bedrijfsorganisatie met betrekking tot de ministeriële goedkeuring van besluiten van bedrijfslichamen (31039) te hebben gestemd.

Ik deel aan de Kamer mee dat voorgenomen beslissingen omtrent ter instemming aangeboden JBZ-besluiten tijdens deze vergadering in de zaal ter inzage gelegd worden, conform de voorstellen van de commissie voor de JBZ-raad. Als aan het einde van de vergadering geen bezwaren zijn ingekomen, neem ik aan dat de Kamer heeft besloten conform deze adviezen.

**
*B

*!Vervanging no-claimteruggave*!
Aan de orde is de behandeling van:

- het wetsvoorstel Wijziging van de Zorgverzekeringswet en de Wet op de zorgtoeslag houdende vervanging van de no-claimteruggave door een verplicht eigen risico (31094).
De voorzitter: Ik heet de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van harte welkom in deze Kamer. De minister heeft deze Kamer eerder van binnenuit meegemaakt, dus hij weet wat hem te wachten staat. Ik wens hem veel succes, niet alleen vandaag, maar alle dagen die komen gaan.

**
De beraadslaging wordt geopend.


*N
Mevrouw Dupuis (VVD): Voorzitter. Omdat ik in mijn bijdrage voor het voorlopig verslag al de problemen uiteenzette die de VVD-fractie met dit wetsvoorstel heeft, ga ik nu vooral in op de memorie van antwoord.

Om te beginnen besteed ik uitgebreid aandacht aan de kwestie van de solidariteit, de achterliggende waarde van de regeling van betalingen in onze gezondheidszorg. De VVD heeft de verantwoordelijkheid van burgers voor elkaars ongeluk en lot hoog in het vaandel. Sociale gerechtigheid en verantwoordelijkheid zijn voor liberalen sleutelwoorden. Een verevening van het leed dat mensen treft, via een door de overheid ingestelde regeling van verzekeringen, vinden wij in dat licht acceptabel, alhoewel wij het verplichte karakter dat aan onze volksverzekering kleeft, verregaand vinden.

Uit de debatten in de Tweede Kamer over dit wetsvoorstel bleek dat vrijwel alle politieke partijen de opvatting huldigen dat er geen enkel financieel verschil zou mogen bestaan in de betalingen voor gezondheidszorg in brede zin tussen frequente gebruikers van gezondheidszorg en degenen die zelden of nooit naar de dokter gaan. De VVD is het daarmee niet eens, zoals ook bleek uit de bijdragen van de VVD-fractie in de Tweede Kamer. De reden is onder meer dat gezondheidszorg niet alleen voor de gezondheid noodzakelijke voorzieningen biedt, maar ook een groot aantal consumentengoederen. Dat deze alle onder de verplichte volksverzekering vallen, gaat ons te ver. Daarom zijn wij voor een systeem van eigen betalingen, zodat degenen die veelvuldig van de gezondheidszorg gebruik wensen te maken, zich realiseren dat gezondheidszorg geld kost, en dat ook merken doordat zij extra uitgaven voor zichzelf genereren door vaak naar de dokter te gaan.

Vanuit het standpunt dat ziektegedrag voor een deel keuzegedrag is, is een systeem van eigen betalingen het beste middel om een overigens op solidariteit gebaseerd systeem in stand te houden. In de meeste westerse landen zijn systemen voor eigen betalingen. Wie vaak naar de dokter wil, is in dubbele zin welkom, maar niet geheel op kosten van anderen.


Mevrouw Slagter-Roukema (SP): Voorzitter. Een vraag ter verduidelijking. Ik luister geboeid naar het betoog van mevrouw Dupuis, maar wat bedoelt zij met "een groot aantal consumentengoederen"? Kan zij voorbeelden geven?
Mevrouw Dupuis (VVD): Ik denk aan de pil, aan allerlei medicatie die we nodig hebben omdat we de wereld over vliegen. Er zijn vele zaken die met leefstijl samenhangen en meer te maken hebben met consumentenkeuzen dan met gezondheidszorg.
Mevrouw Slagter-Roukema (SP): Ik wil geen "slakken" op laag water zoeken, maar vaccinatie voor mensen die de wereld over vliegen komt voor eigen rekening?
Mevrouw Dupuis (VVD): Soms, maar vele ziektekostenverzekeringen zul je daar wel een rekening voor kunnen sturen.
Mevrouw Slagter-Roukema (SP): Dat valt dan wel onder de aanvullende verzekering, zodat je er toch zelf voor moet betalen.
Mevrouw Dupuis (VVD): Oké, maar dan nog blijft het punt staan.

In ieder geval wil ik graag vanuit deze visie het voorliggende wetsvoorstel nogmaals toetsen. Om te beginnen lezen wij, desgevraagd, dat de bedoeling van de minister is de solidariteit te vergroten door middel van de voorliggende eigenrisicoregeling. Hierdoor neemt de solidariteit toe, zegt de minister letterlijk. Maar wat bedoelt hij precies? Dat de kosten van de gezondheidszorg die door de burger via premies worden betaald, gelijkmatiger verdeeld worden over gezonden en zieken? Bedoelt de minister dat er inderdaad een betere balans ontstaat tussen veelgebruikers en niet-gebruikers van gezondheidszorg, in die zin dat gebruikers meer bijdragen dan de niet-gebruikers? Of vindt hij het juist een betere balans als de niet-gebruikers het meeste betalen? Dit laatste is nu het geval. De VVD-fractie zou dit verwerpelijk vinden en vindt dit ook verwerpelijk. Wat bedoelt de minister? En tot welke balans leidt het voorliggende wetsvoorstel als het gaat om gebruikers en niet-gebruikers?

Allereerst willen wij dus heel graag weten wat de minister bedoelt met zijn uitspraak. Want eerdere uitingen van zijn partij verwijzen naar een ander standpunt, voor zover wij dat goed begrepen hebben. Bij de plenaire bespreking vorig najaar van de invoering van de no-claimregeling, die nu ter discussie staat en vervangen lijkt te worden, is door het CDA steeds volgehouden dat alleen grenzeloze solidariteit wenselijk is, en dat er geen verschil in betalingen mag zijn tussen gebruikers en niet-gebruikers. De CDA-fractie is toen schoorvoetend akkoord gegaan met een no-claimkorting en heeft tegelijk daarbij zo veel uitzonderingen afgedwongen, dat de oorspronkelijke bedoeling inderdaad onrealiseerbaar werd. Is het nu zo dat het CDA in deze linkse constellatie weer iets rechts afslaat, of is dat juist niet het geval?

Wat de VVD betreft, geldt in elk geval voor dit wetsvoorstel, dat de balans tussen veelgebruikers en niet-gebruikers volledig scheef is. Dit heeft allereerst te maken met de talloze uitzonderingen die gelden ten aanzien van het eigen risico. Ook administratief is het een monstrum. Maar erger nog is dat het zo dus niet werkt. De VVD is voor een nuancering van het eigen risico voor chronisch zieken en gehandicapten, maar niet op deze manier. Ook zij behoren bij te dragen aan hun eigen kosten. Ook voor hen geldt dat enige rem op het gebruik van gezondheidszorg ingebouwd moet zijn in het systeem.

Verder blijkt uit onderzoek -- het stond vanochtend ook weer in de krant -- dat de premielast van gezonden bovenmatig toeneemt. Er wordt zelfs gesproken, maar ik heb het niet precies nagerekend, van een extra premiedruk op gezonden van €450 per gezin per jaar. Als dit waar is -- wat wij graag van de minister willen vernemen -- dan is de conclusie onontkoombaar dat er in Nederland kennelijk een gezondheidsbelasting bestaat. Over prikkels voor gepast gebruik gesproken! De VVD-fractie wil hierin de lijn volgen van de Tweede Kamerfractie van haar partij en afstand nemen van een dergelijke manier van financiering van de gezondheidszorg. Zoals onze collega, Edith Schippers, aan de overkant opmerkte naar aanleiding van een kennelijk verwijt aan haar adres: dit zijn geen Amerikaanse toestanden, dit is Moskou aan Zee. Inderdaad.

Over de vrijstelling aan de voet, waarover wij in het voorlopig verslag vroegen of deze niet een veel mooiere manier zou zijn om chronisch zieken en gehandicapten tegemoet te komen en tegelijk ook hen aan te sporen tot gepast gebruik, vinden wij de opmerkingen van de minister onvoldoende. Hij zegt dat dit niet in het systeem past. Toch zou dit volgens deskundigen een mooie en in ethische, maar ook in administratieve zin, elegante oplossing zijn. Het systeem van de wet kan toch geen ultiem argument zijn als het om een fundamentele kwestie als deze gaat? De minister vindt dit ook minder solidair. Hier komt dan weer de kwestie naar voren of de minister inderdaad, net als veel Nederlanders vindt, dat veelgebruikers in geen geval meer behoeven te betalen dan niet-gebruikers. Kennelijk is dit de zaak waarom alles draait. Volgens onze fractie zal het overtrekken van de solidariteit haar ondermijnen. Solidariteit is goed en mooi, en hoort bij een verantwoordelijke samenleving, maar een onbegrensde solidariteit zal onze gezondheidszorg onbetaalbaar maken, en dus uiteindelijk in niemands belang zijn.


De heer Thissen (GroenLinks): Ik weet niet -- om maar even in haar metafoor te blijven -- of mevrouw Dupuis geïnterrumpeerd wenst te worden in dit Kremlin aan de Noordzee. Bij welke grens houdt voor haar de solidariteit van gezond voor ziek op?
Mevrouw Dupuis (VVD): Ik vraag de heer Thissen de vraag te preciseren. Gaat het om de ziektelast en hoe dan gemeten? Denkt hij in termen van geld?
De heer Thissen (GroenLinks): U zegt dat het voorstel van de minister lijkt op een belasting op gezondheid. U koppelt daaraan dat de VVD staat voor een solidaire samenleving.
Mevrouw Dupuis (VVD): Zeker.
De heer Thissen (GroenLinks): Na u te hebben beluisterd, heb ik grote twijfels over de vraag welke solidariteit u van gezond vraagt voor de zieke mens.
Mevrouw Dupuis (VVD): Het systeem zoals dat al sinds de Tweede Wereldoorlog oorlog functioneert, getuigt in zich van grote solidariteit. Het kent een zeer breed ziektekostenpakket met een laagdrempelige toegang. De toegang is zó laagdrempelig dat niemand die deze materie een beetje bestudeerd heeft, zich aan de gedachte kan onttrekken dat er een groot risico bestaat op ongepast gebruik. Ik weet het niet zeker en er zijn misschien collega's die de hele wereld goed kunnen overzien, maar mijn vermoeden is dat wij in Nederland misschien wel de meest solidaire regeling hebben ten aanzien van gezondheidszorg. Daarom vraagt de VVD aandacht voor het feit dat wij daarin wellicht zo ver gaan dat het systeem zichzelf om zeep helpt. Dat is namelijk de kern van mijn verhaal op dit punt.
De heer Thissen (GroenLinks): U wilt de solidariteit dus handhaven, namelijk dat sterk voor zwak, rijk voor arm en gezond voor ziek in bres springt. Maar u zegt dat er een bovengrens aan is.
Mevrouw Dupuis (VVD): Of een ondergrens, dat hangt ervan af. Ik kan geen cijfers noemen. Je kunt de solidariteit zo uitdrukken met gehandicapten en chronisch zieken dat je vanaf een hoger niveau pas een eigen risico laat gelden. Er zijn oplossingen te bedenken die toch meer evenwicht in de situatie brengen.

Het bedrag van €150, dat als eigen risico wordt gehanteerd, is gebaseerd op de oude regeling en geeft volgens de minister eenzelfde volume-effect als deze no-claimregeling die nu wordt opgeheven. Zouden wij eigenlijk niet toe moeten naar een groter volume effect, wat dus betekent dat er minder claims op de gezondheidszorg worden uitgebracht? Dit ten gunste van degenen die recht hebben op maximale aandacht voor hun gezondheidsproblemen.



Ten slotte wil ik ook graag plenair gezegd hebben dat de huidige administratieve verwerking van de kosten van medische behandelingen, namelijk een rechtstreekse declaratie door de instelling bij de verzekeraar zonder dat de consument/patiënt daarvan iets ziet, twee nadelige effecten heeft. Ten eerste is er geen substitutie mogelijk aan de kant van de patiënt, omdat deze niet weet wat iets kost en dus niet voor iets minder kostbaars kan kiezen, zo hij dat zou willen. Bovendien is de mogelijkheid van fraude groot. Wie controleert of de gedeclareerde kosten ook werkelijk gemaakt zijn? De fractie wil allerminst suggereren dat er veel gefraudeerd wordt, maar uit onderzoek in de afgelopen jaren blijkt wel degelijk dat het risico van fraude op de loer ligt. Wij willen graag van de minister horen wat hij van deze -- ook nog zeer paternalistische -- gang van zaken vindt.
De heer Thissen (GroenLinks): Als u het hebt over het niet transparant zijn van declaraties, dan hebt u het over de declaraties van de zorgaanbieders in geval van de naturapolis?
Mevrouw Dupuis (VVD): Ik heb het dan met name over de instellingen.
De heer Thissen (GroenLinks): U hebt het dus niet over de zorgverzekerden?
Mevrouw Dupuis (VVD): Nee, ik heb het over de schakel die er tussen zit. Dat zullen niet de individuele huisartsen zijn, want dat is nog een klein en overzichtelijk circuit. Bij de instellingen is gebleken dat er zeer veel fouten worden gemaakt, waarvan sommige werkelijk de vorm van fraude hebben aangenomen.
De heer Thissen (GroenLinks): Dank u. Op dit punt had ik behoefte aan helderheid.
Mevrouw Dupuis (VVD): Wij zouden graag instemmen met een wetsvoorstel waarin een realistische en effectieve regeling voor eigen bijdragen van consumenten van gezondheidszorg gestalte krijgt. Het wetsvoorstel dat voorligt komt in de verste verte niet in de buurt van een dergelijke regeling. Wij houden grote problemen met dit wetsvoorstel.
*N
De heer Putters (PvdA): Voorzitter. Destijds had ik mijn eerste zorgdebat in deze Kamer met de toenmalige minister Hoogervorst over de invoering van de no-claimteruggaveregeling. Dat debat concentreerde zich op de vraag of het rechtvaardig en solidair is om het zorggebruik bij mensen met chronische ziekten en een handicap te willen remmen en hen vervolgens te laten betalen voor een teruggave aan gezonde mensen. Wij noemden dat toen een omgekeerde solidariteit, die voor onze fractie onverteerbaar was en is. Nu, ruim vier jaar later, vindt mijn eerste zorgdebat in de nieuwe Kamerperiode plaats met minister Klink over hetzelfde onderwerp. Het verschil is dat wij nu geen geld teruggeven aan relatief gezonde mensen. In plaats daarvan proberen wij het betalen van een eigen risico aan de voorkant te koppelen aan meer solidariteit met zieke mensen. Het stemt ons positief dat de minister, die als Kamerlid nog voorstander van de no-claimteruggave was tot dit voortschrijdend inzicht is gekomen.

Wellicht herinnert de minister zich dat wij in dat debat -- het was een week voor kerst -- de toenmalige minister Hoogervorst lieten acteren in het sprookje "The Christmas Carol". Hans Hoogervorst was Scrooge, die zich in het schemerdonker op zijn werkkamer in de toren van het ministerie van VWS voorbereidde op het no-claimdebat in de senaat. Hij zag een aantal geesten aan zich voorbij trekken. Het waren allemaal oud-bewindslieden van volksgezondheid, van Dick Dees tot Hans Simons en Els Borst. Allemaal waarschuwden ze hem tegen de invoering van de onrechtvaardige no-claimteruggaveregeling. De een zei: "Het werkt niet Hans, het is onrechtvaardig tegenover chronisch zieken en gehandicapten." De ander zei: "Denk aan het specialistengeeltje en de medicijnknaak, dat wil je toch niet echt? Doe het niet!" Hij deed het toch, voorzitter. Achteraf bezien was het dan ook geen sprookje, maar bittere realiteit. De no-claimteruggave aan gezonde mensen haalt de solidariteit met zieken uit het zorgsysteem en het werkt niet of nauwelijks als rem op zorggebruik.

Welk vervolg krijgt de Christmas Carol enkele kabinetten-Balkenende later? Heel gemakkelijk zou ik een nieuwe geest ten tonele kunnen voeren, te weten de geest van Hoogervorst, die nu het toenmalige Kamerlid Klink voorhoudt dat zijn beslissing van toen eigenlijk onrechtvaardig en ineffectief is geweest, en dat het dus een goede zaak is daar nu iets aan te doen. Maar ik zou die geest van Hans dan ook meteen laten zeggen dat het wel zeer twijfelachtig is of zijn huidige alternatief zoveel meer effectief zal zijn.

Voorzitter. Laat ik niet in sprookjes blijven spreken. Mijn fractie heeft zeer serieuze kritiek. Laat ik echter positief beginnen. De PvdA-fractie is positief gestemd over de door de regering beoogde solidariteit tussen zieken en gezonden en de eerste stap die daartoe wordt gezet via de afschaffing van de no-claimteruggaveregeling. Alhoewel wij het problematisch blijven vinden dat je mensen met onvermijdbare en structureel hoge zorgkosten vervolgens confronteert met een eigen risico, zonder dat zij daadwerkelijk hun zorggebruik kunnen remmen, zijn wij er blij mee dat de premiedaling en de compensatieregeling bij het nu voorgestelde eigen risico ertoe leiden dat deze mensen er financieel gunstiger uit lijken te komen dan bij de no-claimregeling. Het verschil in zorgkosten tussen de gemiddelde chronisch zieke en gehandicapte aan de ene kant en de gemiddelde gezonde Nederlander aan de andere kant wordt iets kleiner. Het betekent dat de inkomensverschillen kleiner worden. Dat is winst en wij vinden het een goede zaak. Juist in het gebruik van die gemiddelden schuilt echter het risico, daarop kom ik straks terug. Voor de PvdA-fractie is de nu voorliggende afschaffing van de no-claim daarom een eerste stap in de richting van het herstel van solidariteit.

Dat brengt mij bij een meer principieel punt vooraf. Eigen betalingen, dus ook een eigen risico, waarbij niet voldoende wordt gedifferentieerd naar draagkracht en zorgbehoefte ondermijnen volgens ons gemakkelijk de risico- en inkomenssolidariteit in de zorg. Kwetsbare groepen, zoals chronisch zieken en gehandicapten, ouderen, verslaafden en mensen met een laag inkomen, worden daar de dupe van. Wij herinneren eraan dat wij bij alle zorgdebatten in de afgelopen jaren steeds hebben aangegeven dat naast het rekening houden met de zorgbehoeften van mensen voor ons ook de inkomensafhankelijkheid bij dit soort regelingen een wezenlijk punt is. Voor mensen met een laag inkomen is €150 eigen risico veel meer dan voor mensen met een hoog inkomen. Wij menen dat de inkomensafhankelijkheid structureel een rol zou moeten spelen in het systeem van eigen bijdragen en eigen risico. Dat dit mogelijk is laat het inkomensafhankelijke eigenbijdragemodel van IZA zien, evenals onderzoek naar de inpassing ervan in het systeem van de Zorgverzekeringswet. Dat dit wenselijk is hebben niet alleen wij, maar ook de CDA-fractie bij monde van oud-senator Hannie van Leeuwen, altijd gesteld bij de behandeling van de zorgwetten. Wij vragen het kabinet hoe het dit in de toekomst meer structureel gaat regelen, waardoor mogelijk ook ingewikkelde compensaties overbodig worden.

Onze kritiek op het voorliggende voorstel concentreert zich op drie hoofdpunten. Het is allereerst twijfelachtig hoe effectief de remwerking gaat zijn voor alle verzekerden, maar zeker voor degenen met structureel hoge en onvermijdbare zorgkosten. In de tweede plaats is het de vraag hoe rechtvaardig en solidair de compensatieregeling precies uitpakt. Ten derde is het onduidelijk hoe consistent de regering is, met in het vooruitzicht een nieuwe en meer uitgebreide regeling om zorggebruik te remmen in 2009, alsmede hoe zij daarbij een zorgvuldig wetgevingstraject wenst te bewandelen, waarbij beide Kamers de tijd krijgen om een gedegen afweging te maken.

Ik loop de kritiekpunten een voor een langs en begin met de effectiviteit. Wij betwijfelen de effectiviteit en wenselijkheid van dit soort maatregelen op zorggebruik. De Raad voor de Volksgezondheid en Zorg wees er herhaaldelijk op dat eigen betalingen weinig effectief zijn om gepast gebruik mee te stimuleren en benadrukt dat de oplossing veel meer gezocht moet worden in maatregelen als call centers, preventie, zelfmanagement en het stimuleren van therapietrouw bij patiënten. Dat werkt effectiever om onnodige zorgkosten te voorkomen. Ook uit evaluaties van de no-claimregeling kan slechts een zeer beperkt gedragseffect worden opgemaakt. Als je dan toch vindt dat zorggebruik met dergelijke prikkels geremd moet worden, dan blijft de vraag overeind of dat bij mensen moet die er niets aan kunnen doen dat ze zorg nodig hebben. Daar zit namelijk de grootste post zorgkosten, maar het is niet solidair om hen dat onevenredig zwaar aan te rekenen. Als je al wilt remmen, zou ook de huisarts in het eigen risico moeten zitten, omdat hij de toegang tot het zorgsysteem bewaakt. De stap naar de huisarts is het belangrijkste moment waarop de patiënt zelf een afweging maakt om het zorgsysteem in te stappen. De huisarts hebben wij er echter terecht uitgelaten, omwille van toegankelijkheid en laagdrempeligheid van de zorg. De conclusie moet dus misschien zijn dat een remgeldregeling als deze gewoonweg niet effectief kan zijn en dat wij hem eigenlijk niet willen. Noch van het specialistengeeltje, de medicijnknaak of no-claimteruggave is de substantiële remwerking bewezen. Bij het instellen ervan werd dat wel steeds verondersteld. Alle maatregelen zijn na een korte periode afgeschaft. Is dit de volgende maatregel in die rij? Kan de minister aangeven waarom het dit keer heel anders zal gaan?

Naar onze overtuiging is deze maatregel niet effectief genoeg en moet de meer structurele inbedding ervan in het zorgsysteem beter worden onderbouwd en onderzocht. Eerder gaven wij al aan dat de inkomenssolidariteit daarbij voor ons van belang is. Als je dan toch op dit moment een tijdelijk systeem invoert, moet dat wel zo effectief mogelijk, anders vervalt de raison d'être van deze hele regeling voor het komende jaar.


Mevrouw

  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina