Gedeelte uit “The Great Evangelical Disaster”1



Dovnload 79.47 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte79.47 Kb.

De Grote Evangelische Ramp

Gedeelte uit “The Great Evangelical Disaster”1

1984 Dr. Francis A. Schaeffer

Vertaling en voetnoten door Marc Verhoeven - 27 maart 2003.

De scheidslijn trekken


Gezien de Schrift vernield werd door theologische infiltratie en compromis, en evenzo door culturele infiltratie en compromis, hebben wij dan de moed - als Bijbelgelovige christenen - de scheidslijn te trekken?

Hebben wij de moed om een lijn te trekken, en wel in het openbaar, tussen hen die een gezonde zienswijze handhaven op de Schrift, en zij die theologisch en cultureel besmet werden?

Als wij die moed niet hebben, zullen wij de grond vanonder de voeten van onze kinderen weghalen, en wij zullen elke hoop vernietigen om bederfwerend zout en licht te zijn in onze stervende cultuur.

Wij kunnen niet op anderen wachten om de scheidslijn te trekken. Wij moeten die lijn trekken!

Het zal niet gemakkelijk zijn, en voor velen een te hoge prijs betekenen. Het zal zeker niet populair zijn. Maar als wij werkelijk geloven in de oneindige persoonlijke God - de God van heiligheid en liefde - als wij de Heer en Zijn Woord en Zijn Kerk echt liefhebben, dan hebben wij geen andere keus…



Blad 01 — Een scheidslijn
Blad 02 — Een verdeeld huis
Blad 03 — De grond vanonder weggehaald
Blad 04 — Vormgevende vrijheid of chaos
Blad 05 — Relativisme óf Gods zekerheden
Blad 06 — De nieuwe neo-orthodoxie
Blad 07 — De scheidslijn trekken
Blad 08 — Een innerlijk gevoel óf objectieve waarheid
Blad 09 — Een verdeelde Bijbel
Blad 10 — Het nieuwe vluchtgat
Blad 11 — Ondanks al de fouten
Blad 12Culturele infiltratie
Blad 13 — Wat voor verschil maakt het?
Blad 14 — Hedonisme
Blad 15 — Het plooien van de Bijbel
Blad 16 — Het teken van onze tijd
Blad 17 — Confrontatie

Blad 01 — Een scheidslijn

Niet ver van waar wij wonen in Zwitserland is er een bergkam met aan weerszijden een vallei.

Op een keer was ik daar toen er sneeuw lag op deze bergkam. De sneeuw lag daar ononderbroken, een schijnbare eenheid. Echter, die eenheid was een illusie, omdat het op een grote scheidslijn lag, tussen twee valleien.

Als de dooi intreedt zou het ene deel van de sneeuw smelten en weglopen in de ene vallei.

De sneeuw van het andere deel zou ook smelten maar in de andere vallei lopen.

Het gebeurde dan zo dat het smeltwater dat in de ene vallei terechtkwam een smalle rivier vormde die uiteindelijk in de Rijn terechtkwam. De Rijn loopt door Duitsland en eindigt in de koude wateren van de Noordzee.

Het smeltwater dat aan de andere kant naar beneden liep kwam terecht in de Rhonevallei. Vandaar gaat het water naar Lac Leman - of zoals wij dat noemen: het Meer van Genève - en dan loopt het weer lager weg in de Rhonerivier, die doorheen Frankrijk loopt en terechtkomt in de warme wateren van de Middellandse Zee.

De sneeuw ligt ononderbroken op de scheiding, als een schijnbare eenheid. Maar wanneer het smelt, en het zijn bestemming bereikt, ligt het smeltwater duizenden kilometers van elkaar verwijderd. Dat is een waterscheiding2, en dat doet een waterscheiding. Een waterscheiding scheidt. Er kan een zuivere scheidslijn getrokken worden tussen wat oorspronkelijk één geheel leek te zijn, maar dat geheel eindigt in twee zeer verschillende bestemmingen.

Blad 02 — Een verdeeld huis

Wat heeft deze illustratie van doen met de evangelische wereld van vandaag? Ik zou zeggen dat het een erg accuraat beeld geeft van wat er aan het gebeuren is. Evangelicals vandaag worden geconfronteerd met een scheiding betreffende de aard van bijbelse inspiratie en bijbels gezag. Het is een scheiding die erg overeenkomt met onze illustratie. Binnen het evangelicalisme is er een groeiend aantal die hun zienswijzen veranderen over de inerrantie3 van de Bijbel, zodat het gezag van de Bijbel volledig ondergraven wordt. Maar dit gebeurt op erg subtiele manieren. Zoals de sneeuw op beide zijden van de bergrug ligt, lijken de nieuwe zienswijzen over bijbels gezag niet zo veraf te liggen van wat evangelicals tot op recente tijden altijd geloofd hebben. Maar, zoals de sneeuw weerszijden langzaam wegsmelt naar twee verschillende bestemmingen, zullen de nieuwe zienswijzen, als die opgevolgd worden, eindigen op duizenden kilometers veraf.

Wat in het begin slechts een klein verschil leek te zijn, zal na de afloop een wereld van verschil maken. Het maakt een enorm verschil met betrekking tot theologie, leer en geestelijke materies, maar het zal ook een enorm verschil maken met betrekking tot het dagelijkse christelijke leven en hoe wij ons als christenen moeten gedragen tegenover de wereld om ons heen. Met andere woorden: afdoen aan het volle gezag van de Schrift tast aan wat het theologisch betekent een christen te zijn, en hoe we moeten leven in het volle spectrum van het menselijke leven.

Er is reden om te geloven dat het vraagstuk omtrent het volle bijbelse gezag tamelijk recent is. Tot voor een tweehonderd jaar geloofde eigenlijk elke christen in de volledige inerrantie van de Bijbel, of in overeenkomstige equivalente termen uitgedrukt. Zowel vóór als na de Reformatie. Het probleem met de middeleeuwse kerk van vóór de Reformatie is niet van die aard dat zij niet geloofden in een inerrante Bijbel, maar dat zij een hele hoop van niet-bijbelse theologische ideeën en bijgelovigheden lieten opwassen in de kerk. Deze ideeën werden langs de Bijbel geplaatst en zelfs erboven, zodat het gezag en de leer van de Bijbel ondergeschikt werden gemaakt aan niet-bijbelse leringen. Dit resulteerde in de misbruiken die tot de Reformatie leidden. Maar merk op dat het probleem niet was dat de pre-Reformatie-kerk niet geloofde in de inerrantie van de Schrift; het probleem was dat zij de inerrantie van de Schrift niet uitwerkten, omdat zij de Bijbel ondergeschikt maakten aan hun valse leringen.

Het is dus belangrijk te beseffen dat tot op recente tijden 1° geloof in de inerrantie van de Schrift (ook al werd dat niet volledig beoefend) en 2° te beweren christen te zijn, werd gezien als twee dingen die bij elkaar hoorden. Indien je een christen was, dan vertrouwde je ook op de volledige betrouwbaarheid van Gods geschreven Woord, de Bijbel. Als je niet geloofde in de Bijbel, dan beweerde je niet een christen te zijn. Maar niemand, tot op de laatste tweehonderd jaar, zou gezegd hebben: “Ik ben een christen, maar tegelijk geloof ik dat de Bijbel vol fouten is”. Zo ongelooflijk als dit toescheen aan christenen in het verleden, en zo ongelooflijk dit mag lijken voor Bijbel-gelovige christenen vandaag, toch is dit wat er nu gebeurt in de evangelische wereld.

Dit probleem dat zo’n tweehonderd jaar geleden begon, is in de laatste decennia van onze tijd helemaal vooraan gekomen bij de evangelicals. Het is een probleem dat ik (en anderen) publiekelijk begon bekend te maken in het midden van de jaren zestig, en opnieuw in de zeventiger jaren, en herhaald in de jaren tachtig. Wij mogen de velen dankbaar zijn die hierin een sterk standpunt innamen, maar we moeten verdrietig genoeg ook zeggen dat het probleem verdergaat en groeit. Het evangelicalisme is verdeeld, sterk verdeeld. En het zal niet helpen, noch eerlijk zijn dit te negeren of te ontkennen. Het is niet iets wat eenvoudig zal verdwijnen, en het kan niet onder de mat geveegd worden.

Hetgeen volgt in dit hoofdstuk is gegroeid uit studie, denken, bidden, dikwijls met tranen, dat ik gedaan heb betreffende deze zaak van ‘waterscheiding’ gedurende mijn hele leven als christen, maar in het bijzonder wanneer ik het onderwerp behandelde in mijn toespraken en schrijven in de laatste twee decennia. Het volgende dan is een herformulering op basis van verdere ontwikkelingen in het geheel van mijn werk op dit gebied.



Blad 03 — De grond vanonder weggehaald

Er zijn in onze dagen twee redenen waarom wij vast moeten houden aan een strerke, compromisloze kijk op de Schrift. Eerst en vooral:

Dit is de enige manier om getrouw te zijn

aan wat de Bijbel op zichzelf leert,

aan wat Christus leert uit de Schrift, en

aan wat de kerk consequent en eeuwenlang vasthield.



Dit zouden redenen genoeg moeten zijn. Maar vandaag is er een bijkomende reden waarom wij vast moeten houden aan een sterke, compromisloze kijk op de Schrift. Er staan ons harde tijden te wachten - voor onszelf en voor onze geestelijke en fysische kinderen. En zonder een sterke kijk op de Schrift, als een fundament, zijn wij niet klaar voor de harde tijden die komen zullen. Tenzij de Bijbel foutloos is, niet enkel wanneer hij spreekt over de kwestie van het behoud, maar ook wanneer hij spreekt over geschiedenis en de kosmos, hebben wij geen fundament voor het beantwoorden van vragen over het bestaan en de gedaante van het universum, en het unieke van de mens. Noch hebben wij dan enige moreel vaststaande waarden, of zekerheid van behoud, en de volgende generatie christenen heeft niets meer om op te staan. Onze geestelijke en fysische kinderen zal de grond vanonder hun voeten zijn weggehaald, zonder fundament om er hun geloof en levens op te bouwen.

Het Christendom voorziet niet langer in een consensus, een eenheid van denken, voor onze maatschappij. En het Christendom voorziet niet langer in een consensus waarop onze wetten gebaseerd zijn. Dat is niet om te zeggen dat de Verenigde Staten ooit een “Christelijke natie” was, in de betekenis dat de meesten van onze burgers christenen waren, noch in de betekenis dat de natie, zijn wetten, en sociale leven ooit een volle expressie waren van de christelijke waarheid. In het verleden was er geen ‘gouden eeuw’ die we kunnen idealiseren, of dat nu het vroege Amerika betreft, de Reformatie of de vroege kerk. Maar tot in recente decennia bestond er zoiets dat terecht een christelijke consensus of karakter kan genoemd worden, die een onderscheidende, kenmerkende vorm gaf aan de Westerse maatschappij en de Verenigde Staten, op een besliste manier. Wel, die consensus is bijna verdwenen, en de vrijheden die het meebracht worden vernield voor onze ogen. Wij zijn in een tijd beland waarbij het humanisme zijn (natuurlijke) beslissingen neemt in de moraal, de waarden en de wetten. Al wat de maatschappij vandaag bezit zijn relatieve waarden, gebaseerd op statistische gemiddelden, of de willekeurige beslissingen van hen die de wettelijke of politieke macht bezitten.

Blad 04 — Vormgevende vrijheid of chaos

De Reformatie met zijn nadruk op de Bijbel, voorzag door al wat het leerde - als zijnde de openbaring van God - in vrijheid in de maatschappij en tegelijk ook in de vormgeving daarvan. Er waren dus vrijheden in de landen van de Reformatie (zoals de wereld voordien nooit gekend heeft) die de chaos tegengingen, omdat zowel de wetten als de gestelde moraliteiten ingebed waren in een consensus die rustte op wat de Bijbel leert. Deze toestand is nu beëindigd, en wij kunnen de maatschappij vandaag niet meer begrijpen tenzij we de realiteit verstaan van wat er is gebeurd. Als we terugblikken dan zien we dat sinds de dertiger jaren, in de Verenigde Staten, de christelijke consensus nog maar door een dalende minderheid werd aangehangen, en ze voorzag niet langer in de overheersende morele en wettelijke opvattingen van onze maatschappij, en bezat niet langer de belangrijkste invloed om ze vorm te geven.

Het belangrijkste kenmerk van bijbels Christendom is de leer dat de oneindige persoonlijke God de finale realiteit is, de Schepper van alles, en dat elkeen vrijelijk naar deze heilige God kan komen op grond van het voleindigde werk van Christus, en alleen op grond daarvan. Niets moet er toegevoegd worden aan Christus’ voleindigde werk, en niets kan daaraan toegevoegd worden. Maar gelijk ook, waar het Christendom in een consensus voorziet, zoals in de Reformatie-landen (en in de Verenigde Staten tot enkele decennia geleden), brengt het Christendom ook vele secundaire zegeningen mee. Een van deze zijn de grote vrijheden geweest, zonder chaos, omdat de Bijbel in een consensus voorziet waarbinnen vrijheid kan opereren. Maar van zodra de christelijke consensus werd verwijderd, zoals het is gegaan in onze dagen, dan worden diezelfde vrijheden, die uit de Reformatie komen, een destructieve kracht die tot chaos leidt in de maatschappij. Dit is de reden waarom wij een neergang zien van de moraliteit, overal in onze samenleving vandaag - de complete devaluatie van het menselijke leven, een totaal moreel relativisme, en een doorgedreven hedonisme4.

Blad 05 — Relativisme óf Gods zekerheden

Met zulk een arrangement kijken wij, die Bijbel-gelovige christenen zijn, of onze kinderen, tegen beslissende dagen aan. Voor evangelische christenen zijn de zachte dagen voorbij, en slechts een sterke zienswijze op de Schrift voldoet om te weerstaan aan de druk van de tegenstand die voortvloeit uit een alles-doordringende cultuur die gebouwd is op relativisme en relativistisch denken. Wij moeten ons herinneren dat het een sterke zienswijze was van absoluutheden die de oneindige persoonlijke God gaf aan Zijn volk in het Oude Testament, in de openbaring van Christus door de vleeswording, en in het daarna ontwikkelende Nieuwe Testament - absolute zekerheden die de vroege kerk in staat stelden de druk van het Romeinse Rijk te doorstaan. Zonder een sterke verbintenis met Gods zekerheden zou de vroege kerk nooit getrouw gebleven zijn in de confrontatie met de constante Romeinse teistering en vervolging. En onze situatie vandaag is opmerkelijk overeenkomstig gezien onze wettelijke, morele en sociale structuur gebaseerd is op een toenemende anti-christelijke, seculiere consensus.

Maar wat gebeurt er in het huidige evangelicalisme? Is daar nog dezelfde verbintenis met Gods zekerheden die de vroege kerk had? Met verdriet moeten wij zeggen dat die verbintenis er niet is. Alhoewel toenemend in aantal, voor zover de naam betreft, in de hele wereld en de Verenigde Staten, moet gezegd worden dat het evangelicalisme niet verenigd is in een sterke zienswijze op de Schrift. Maar wij moeten zeggen dat, indien evangelicals evangelicals zijn, wij in onze zienswijze op de Schrift geen compromissen mogen maken. Het heeft geen zin dat het evangelicalisme groeit en groeit, als terzelfder tijd aanmerkelijke delen van het evangelicalisme slap worden met betrekking tot de Schrift.

Wij moeten met verdriet zeggen dat in sommige plaatsen seminaries, instituten, en enkelingen, die als evangelicals bekend zijn, niet langer vasthouden aan een volwaardige zienswijze op de Schrift. De kwestie is duidelijk. Is de Bijbel werkelijk waar en onfeilbaar in alles wat hij zegt, inbegrepen waar de geschiedenis en de kosmos wordt aangeraakt, of is de Bijbel in zekere zin openbarend waar hij godsdienstige onderwerpen aanraakt? Dat is de kwestie.


Blad 06 — De nieuwe neo-orthodoxie

Er is maar één manier om hen te beschrijven die niet langer vasthouden aan een volwaardige zienswijze op de Schrift. Alhoewel velen van hen graag voor zichzelf de evangelische naam willen behouden, is de enig juiste beschrijving van deze zienswijze dat het een vorm is van neo-orthodoxe existentiële theologie. De kern van neo-orthodoxe existentiële theologie is dat de Bijbel ons een bron geeft van waaruit wij religieuze ervaringen kunnen putten, maar dat de Bijbel fouten bevat waar hij verifieerbare dingen aanraakt - namelijk geschiedenis en wetenschap. Ongelukkigerwijs moeten wij zeggen dat dit concept geïntegreerd is in bepaalde kringen die nog steeds behoren tot wat genoemd wordt het evangelicalisme. Kortom, in deze kringen wordt de neo-orthodoxe existentiële theologie geleerd onder de naam van evangelicalisme.



De kwestie is of de Bijbel ‘propositional5 truth’ (waarheid die in proposities kan gesteld worden) geeft wanneer de geschiedenis en kosmos wordt aangeraakt, en dit van helemaal terug tot de pre-Abrahamitische geschiedenis en de eerste elf hoofdstukken van Genesis; of dat in plaats daarvan de Bijbel enkel betekenisvol is in wat als godsdienstig wordt beschouwd. T. H. Huxley, de bioloog en vriend van Darwin, de grootvader van Aldous en Julian Huxley, schreef in 1890 dat de dag niet meer veraf was dat geloof zou gescheiden worden van alle feitelijkheden, en in het bijzonder alle pre-Abrahamitische geschiedenis, en dat geloof daarna voor altijd verder zou triomferen. Dit is een verbazende uitspraak voor 1890, vóór de geboorte van de existentiële filosofie of existentiële theologie. Huxley voorzag een en ander inderdaad duidelijk. Ik ben er zeker van dat hij en zijn vriend dit beschouwden bij wijze van kwinkslag, want zij zullen wel verstaan hebben dat als geloof wordt gescheiden van feit, en in het bijzonder de pre-Abrahamitische ruimte-tijd geschiedenis, er van het geloof niets anders overblijft dan een andere vorm van wat vandaag een ‘trip’ genoemd wordt.

Maar ongelukkigerwijs zijn het niet enkel de belijdende neo-orthodoxe existentiële theologen die nu aanhangen wat T. H. Huxley voorzag, maar ook zij die zichzelf evangelicals noemen. Dit kan komen vanuit de theologische hoek die zegt dat niet de hele Bijbel openbarend is, of het komt uit de wetenschappelijke hoek die zegt dat de Bijbel weinig of niets leert over de kosmos, of het komt uit de culturele hoek die zegt dat de morele leringen van de Bijbel eerder expressies zijn van de situaties waarin de Bijbel werd geschreven en dus niet gezaghebbend zijn voor vandaag.

Martin Luther zei:

Als ik met de luidste stem en de helderste uiteenzetting elk deel van Gods waarheid onderwijs, behalve precies dat kleine punt dat de wereld en de duivel op dat moment aanvallen, dan beken ik Christus niet, alhoewel ik toch Christus onderwijs. Waar de strijd woedt, daar wordt de loyaliteit van de soldaat bewezen, en om staande te blijven op het hele front, is het louter vaandelvlucht als hij terugwijkt voor dit ene punt.



Blad 07 — De scheidslijn trekken

Vandaag is dit de kwestie van de Schriftuur. Houden aan een sterke zienswijze op de Schrift, of niet, dat is de scheidslijn in de evangelische wereld.

Het eerste wat wij onder ogen moeten zien, liefdevol maar duidelijk gezegd, is:

Evangelicalisme is niet samenhangend evangelisch tenzij er een lijn wordt getrokken tussen hen die een volwaardige zienswijze op de Schrift handhaven, en zij die dat niet doen.

Zo’n scheidslijn kan getrokken en nadien geobserveerd worden. Als iemand in Zwitserland b.v. zou aangesteld worden om de hydro-elektrische kracht van het afvloeiende water te onderzoeken (zie ons voorbeeld), dan zou hij de topografie van het land bestuderen en daarna de lijn trekken waar het water langs weerszijden zou neerdalen. Wat zou het in de evangelische wereld betekenen zo’n lijn te trekken? Het betekent liefdevol uitzien waar die lijn valt, en aantonen dat sommigen zich aan de àndere kant van de lijn bevinden, en duidelijk maken aan iedereen - dus aan beide kanten van de lijn - wat de consequenties daarvan zijn.

In dit duidelijk maken van waar die scheidslijn valt, moeten wij begrijpen wat er werkelijk gebeurt. Door het ontkennen van het volle gezag van de Schrift werd een aanmerkelijk deel van het evangelicalisme besmet door de algemene wereldlijke zienswijzen van onze tijd. Deze wereldse infiltratie is werkelijk een variant van wat in liberale theologische kringen domineerde onder de naam neo-orthodoxie.

Blad 08 — Een innerlijk gevoel óf objectieve waarheid

Het is verbazingwekkend te zien hoe duidelijk de liberale neo-orthodoxe manier van denken wordt weerspiegeld in het nieuwe verzwakte evangelische denken. Bijvoorbeeld, een tijdje terug was ik op de radioshow van Milt Rosenberg “Extension 720” in Chicago (WGN), samen met een jonge liberale pastor die afgestudeerd was aan een welbekend liberaal theologisch seminarie. Het programma was opgezet als een driewegsdiscussie tussen mezelf, de pastor en Rosenberg. Deze laatste beschouwt zich niet als een religieus persoon. Rosenberg is echter een handig gespreksleider. En met ‘A Christian Manifesto’6 en de vraag over abortus als discussiepunten, ging hij dieper en dieper graven in het verschil tussen de liberale pastor en mezelf. De pastor bracht Karl Barth, Niebuhr en Tillich naar boven, en we bespraken ze. Maar het werd in deze driewegsdiscussie erg duidelijk dat de jonge liberale pastor nooit de Bijbel aanhaalde en er ook niet de bekwaamheid toe had. En dan zei de pastor: “Maar ik beroep me op Jezus”. Mijn antwoord over de radio was dat, gezien zijn kijk op de Bijbel, hij er nooit zeker van kon zijn dat Jezus geleefd heeft. Zijn antwoord was dat hij een innerlijk gevoel had, een innerlijke weerklank, die hem zei dat Jezus heeft bestaan.

Het intrigerende bij mij was dat een van de leidende mannen van de verflauwde kijk op de Bijbel, die een evangelical wordt genoemd, en die zeker de Heer liefheeft, in een lange en inspannende maar aangename discussie, bij mij thuis enkele jaren geleden, over de kwestie hoe zeker hij wel was van de opstanding van Jezus Christus, hij praktisch dezelfde woorden gebruikte. Hij zei dat hij zeker was van de opstanding van Jezus Christus wegens een inwendig getuigenis. Deze twee antwoordden uiteindelijk op dezelfde manier.

Mijn punt is dat een aanzienlijk en invloedrijk deel van het evangelicalisme geïnfiltreerd werd door een zienswijze die direct verwant is aan de zienswijze in liberale theologische kringen, onder de naam neo-orthodoxie. Voor mij was dit verwonderlijk toen ik het een aantal jaren geleden zag gebeuren, omdat waar dit op eindigde reeds was gedemonstreerd door het Niebuhr-Tillich-“God-is-dood”-syndroom.

Neo-orthodoxie leid naar de dood en eindigt met een dode God, zoals reeds werd gedemonstreerd door de theologie van de zestiger jaren. En is het niet merkwaardig dat sommige evangelicals dit nu weer oppikken alsof we daaraan moeten vasthouden als we “bij” willen blijven vandaag? Maar even significant is dat die liberale pastor, en de leider, met hun slappe kijk op de Schrift en die zichzelf evangelisch noemen, beiden eindigen op dezelfde plaats, met geen beter eindargument dan “een inwendig getuigenis”. Zij beschikken niet over een finale, objectieve gezagsgrond.

Dit benadrukt juist hoe omvattend de infiltratie is. Namelijk, net zoals de neo-orthodoxe wortels slechts een theologische expressie zijn van de omgevende wereldbeschouwing en methodologie van het existentialisme, is hetgeen wat voortgebracht wordt als een nieuwe kijk op de Schrift in het evangelicalisme niet anders dan een infiltratie van de algemene wereldbeschouwing en methodologie van het existentialisme. Door een radicale nadruk te leggen op subjectieve menselijke ervaring, ondergraaft het existentialisme de objectieve kant van het bestaan. Voor de existentialist is het een illusie te denken dat wij alles werkelijk kunnen kennen, dat er zoiets bestaat als zekere objectieve waarheid of morele absoluutheden. Alles wat we hebben is subjectieve ervaring, met geen finale basis voor goed en kwaad of waarheid of schoonheid. Deze existentiële wereldbeschouwing domineert de filosofie, en veel van de kunst en de algemene cultuur zoals novellen, poëzie en de film. En alhoewel dit denken zich ogenschijnlijk ophoudt in academische en filosofische kringen, is het eveneens doorgedrongen in de populaire cultuur. Het is onmogelijk je TV aan te zetten, of een krant te lezen, of te bladeren door populaire tijdschriften, zonder gebombardeerd te worden met de filosofie of moreel relativisme, subjectieve ervaring en de ontkenning van objectieve waarheid. In de nieuwe kijk op de Schrift onder evangelicals vinden we dezelfde noemer, namelijk dat de Bijbel geen objectieve waarheid is, dat hij in de gebieden van het verifieerbare vele fouten bevat, dat waar hij leert over geschiedenis en de kosmos hij niet vertrouwd kan worden, en dat zelfs wat de Bijbel leert over moraliteit geconditioneerd is door de cultuur en niet in absolute zin geaccepteerd kan worden. Maar niettegenstaande dit alles benadrukt deze nieuwe slappe zienswijze dat op een of andere manier “een godsdienstig woord” uit de Bijbel doorbreekt, hetgeen uitloopt in uitdrukkingen als “een innerlijk gevoel”, “een innerlijke weerklank” of “een innerlijk getuigenis”.

Blad 09 — Een verdeelde Bijbel

De volgende twee citaten zijn hiervan duidelijke voorbeelden. Ze komen van mannen die in de wereld zeer ver uit elkaar wonen. Zij komen zowel uit evangelicale kring als uit degenen die het idee voorstaan dat in het gebied waar het verstand opereert de Bijbel fouten bevat. De ene schrijft:

Maar er zijn er vandaag die de volledige en verbale inspiratie van de Bijbel beschouwen als een verzekering voor zijn inerrantie, niet enkel in zijn bedoeling om Gods machtige reddende handelingen te vertellen en te interpreteren, maar ook in al zijn bijkomstige verklaringen die te maken hebben met zulke niet-openbarende materies als geologie, meteorologie, kosmologie, botanie, astronomie, geografie, enz.

Met andere woorden, de Bijbel is verdeeld in twee helften. Voor iemand als ik klinkt dat allemaal erg vertrouwd vanuit de geschriften van Jean-Paul Sartre, Albert Camus, Martin Heidegger, Karl Jaspers, en van de duizenden moderne mensen die de existentiële methodologie hebben geaccepteerd. Dit citaat zegt hetzelfde maar met dit verschil dat nu deze existentiële methodologie verbonden wordt aan de Bijbel.

Een overeenkomstig citaat van een andere evangelicale leider, in een land ver buiten de Verenigde Staten:

Problematischer naar mijn mening is de omvang van het fundamentalistische principe van niet-tegenstrijdigheid van de Schrift in zaken als geschiedenis, geografie, statistiek en andere bijbelse verklaringen die niet altijd de kwestie van de behoudenis raken, en die behoren tot het menselijke element in de Schrift.

Deze twee citaten doen beide hetzelfde:

Zij maken een dichotomie7; zij maken een verdeling.

Zij zeggen dat er fouten staan in de Bijbel, maar niettegenstaande moeten we vasthouden aan zijn betekenispatroon, het waardenpatroon, en de godsdienstige dingen.

Dit dan is de vorm waarin de existentiële methodologie in evangelische kringen is binnengedrongen. Het resulteert uiteindelijk hierin dat de waarheid van de Schrift wordt afgesneden van de objectieve wereld, en vervangen wordt door de subjectieve ervaring van een “innerlijk getuigenis”. Het doet ons denken aan een term van de seculiere existentiële filosoof Karl Jaspers: “the final experience”, en alle andere termen die een vorm zijn van het concept van finaal gezag van het innerlijke getuigenis. In de neo-orthodoxe vorm, de seculiere existentiële vorm, en deze nieuwe evangelische vorm, wordt de waarheid uiteindelijk slechts als iets subjectiefs beschouwd.

Dit alles staat in scherp contrast tot de historische zienswijze door Christus zelf en de historische kijk op de Schrift in de christelijke kerk, waarbij de Bijbel als objectieve, absolute waarheid geldt. Uiteraard weten wij allemaal dat er subjectieve elementen betrokken zijn bij onze persoonlijke lezing van de Bijbel en in de kerkelijke lezing van de Bijbel. Maar niettegenstaande is de Bijbel objectieve, absolute waarheid in al de gebieden die hij aanraakt. En daarom weten wij dat Christus leefde, dat Christus opstond uit de doden, en al de rest - niet omwille van enige subjectieve, innerlijke ervaring, maar enkel omdat de Bijbel vaststaat als een objectieve, absolute autoriteit. Dit is de manier van ons kennen. Ik heb het niet over de ervaring die rust op deze objectieve realiteit, maar het is de manier hoe wij weten, namelijk op basis van het feit dat de Bijbel objectieve, absolute waarheid is.

Of om het op een andere manier te zeggen: de cultuur moet constant getoetst worden aan de Bijbel, in plaats van dat de Bijbel zich moet plooien aan de omringende cultuur. De vroege kerk deed dit ten opzichte van de haar omringende Romeins-Griekse cultuur van die dagen. De Reformatie deed dit in zijn dagen ten overstaan van de cultuur aan het eind van de Middeleeuwen. Wij moeten nooit vergeten dat alle grote geloofsopwekkers dit ook zo deden tegenover de omgevende cultuur van hun dagen. En de christelijke kerk deed dit op elk hoogtepunt van zijn geschiedenis.



Blad 10 — Het nieuwe vluchtgat

En om de zaak nog gecompliceerder te maken zijn er daar mensen binnen het evangelicalisme die graag woorden gebruiken als “onfeilbaar”, “inerrant” en “foutloos”, maar na nauwkeurige analyse bedoelen zij iets geheel anders dan wat deze woorden betekend hebben in de geschiedenis van de kerk. Dit probleem kan waargenomen worden in wat gebeurde in de verklaring over de Schrift in het Verdrag van Lausanne in 1974. De verklaring luidt:

Wij bevestigen de goddelijke inspiratie, waarheidsvolheid en het gezag van de Schriften, van zowel het Oude als het Nieuwe Testament, in hun geheel als zijnde het enige geschreven Woord van God, zonder fouten in alles wat het bevestigt, en als de enige onfeilbare regel voor geloof en werken.

Bij een eerste lezing lijkt dit een sterke verklaring voor het ondersteunen van het volle gezag van de Bijbel. Maar een probleem duikt op in de frase “in alles wat het bevestigt”. Dit wordt door velen gebruikt als een vluchtgat. Ik zeg erbij dat deze kleine frase geen deel uitmaakte van mijn eigen bijdrage aan het Lausannecongres. Ik wist niet dat deze frase in het Verdrag zou ingevoegd worden, totdat ik het zag in gedrukte vorm, en ik was er niet helemaal gelukkig mee. Niettegenstaande is het een goede verklaring indien de woorden juist worden opgevat. Wij willen natuurlijk niet zeggen dat de Bijbel foutloos is in dingen die hij niet bevestigd. Een van de duidelijkste voorbeelden is waar de Bijbel zegt: “De dwaas heeft in zijn hart gezegd, ‘Er is geen God’”. De Bijbel leert niet “Er is geen God”. Dat is niet iets wat de Bijbel bevestigt, alhoewel die uitdrukking in de Bijbel staat. Bovendien willen wij niet zeggen dat de Bijbel foutloos is in al de projecties die de mensen hebben gemaakt op grond van de Bijbel. Dus, die verklaring, zoals ze in het Lausanneverdrag staat, is een perfecte, zuivere verklaring op zichzelf.

Echter, van zodra ik het Verdrag in gedrukte vorm zag, wist ik dat het zou misbruikt worden. En het is droevig vast te stellen dat die frase “in alles wat het bevestigt” inderdaad door velen als vluchtgat werd gebruikt. Hoe werd het een vluchtgat? Het werd een vluchtgat door de existentiële methodologie die wilde zeggen dat de Bijbel het waardensysteem bevestigt en bepaalde godsdienstige dingen die uiteengezet zijn in de Bijbel. Maar op de basis van de existentiële methodologie zeggen die mannen en vrouwen in hun achterhoofd, zelfs als zij het Verdrag ondertekenen: “Maar de Bijbel bevestigt niet zonder fouten te zijn wanneer het dingen leert op het gebied van de geschiedenis en de kosmos”.

Vanwege de alom geaccepteerde existentiële methodologie in bepaalde delen van de evangelische gemeenschap, worden de woorden “onfeilbaar”, “inerrant” en “foutloos” vandaag betekenisloos, tenzij er een frase wordt toegevoegd zoals: de Bijbel is foutloos, niet enkel wanneer hij spreekt over waarden, betekenissen en godsdienstige dingen, maar hij is ook zonder fout wanneer hij spreekt over geschiedenis en kosmos. Als er niet zo’n frase wordt toegevoegd, zijn die woorden vandaag de dag betekenisloos. Er moet in het bijzonder op gewezen worden dat het woord onfeilbaarheid vandaag gebruikt wordt door mensen die het woord niet van toepassing brengen op de gehele Schrift, maar enkel op het waarden- en betekenissenpatroon en bepaalde godsdienstige dingen, weglatende de dingen waar de Bijbel spreekt over geschiedenis en de dingen die van wetenschappelijk belang zijn.



Blad 11 — Ondanks al de fouten

Enkele maanden geleden kwam er een heel goed voorbeeld hiervan onder mijn aandacht. Vandaag zien we dat dezelfde kijk op de Schrift, die gehanteerd wordt door de moderne liberale theologen, wordt onderwezen in seminaries zie zichzelf evangelisch noemen. Deze zienswijze volgt de existentiële methodologie van seculiere denkers die zeggen dat de Bijbel fouten bevat maar dat hij toch op een of andere manier moet geloofd worden. Bijvoorbeeld, ik ontving recent een brief van een erg bekwame denker in Groot-Brittannië, waarin hij schreef:

Evangelicals ontmoeten vele problemen vandaag, niet in het minst vanuit de neo-orthodoxie in relatie tot de Schrift. Ik studeer een tijdje aan het Tyndale House [een studiecentrum in Cambridge, Engeland]. En daar is er een erg beminnelijk professor, van een prominent seminarie in Californië dat hij evangelisch noemt, en hijzelf noemt zich een “open evangelical”. Hij heeft openlijk in een theologisch debat verklaard dat hij gelooft in de Bijbel “ondanks al de fouten erin”

Deze christelijke leider in Engeland, die me deze brief schreef, is helemaal juist in zijn betiteling neo-orthodoxie van wat doorgaat als evangelisch. Is het niet merkwaardig dat evangelicals tegenwoordig hebben opgepikt wat progressief is, juist nu dat de liberalen hebben ondervonden dat neo-orthodoxie leidt naar de “God is dood”-theologie? En vermits het enkele jaren geleden al duidelijk was dat dit seminarie [Fuller Theological Seminary] en andere, gewoon een vorm van neo-orthodoxie aanreikten betreffende de Schrift, onder de evangelische dekmantel, hebben zij toen snel de scheidslijn getrokken? Was er haast bij het evangelische leiderschap in de zaak van het verdedigen van Schrift en geloof? Het is droevig dat wij hierop neen moeten zeggen. Behalve enkele eenzame stemmen, was er een grote, veelomvattende stiltei.



Blad 12 — Culturele infiltratie

Zij die de Bijbel afzwakken op wat hij aanraakt op het gebied van de geschiedenis en de kosmos, doen dit door te zeggen dat deze dingen in de Bijbel cultuur-georiënteerd zijn. Dit wil zeggen dat de Bijbel op die punten enkel zienswijzen toont die gehouden werden door de cultuur in de dagen dat het betreffende deel van de Bijbel werd geschreven. Bijvoorbeeld, wanneer Genesis en Paulus bevestigen, zoals zij dat duidelijk doen, dat Eva voortkwam uit Adam, dan werd dit zo gezegd omdat het ontleend werd aan de algemene culturele zienswijze in de dagen dat die boeken werden geschreven. Dus niet enkel de eerste elf hoofdstukken van Genesis, maar ook het Nieuwe Testament wordt als relatief beschouwd in plaats van absoluut.

Maar laat ons realiseren dat wij zulk een proces niet kunnen aanzetten zonder dat het verder loopt. Deze dingen zijn verder gegaan onder sommigen die zichzelf nog steeds evangelisch noemen. Zij blijven nog steeds vasthouden aan het waardenpatroon en de betekenissen en de godsdienstige dingen waarin de Bijbel voorziet, maar voor hen is de Bijbel enkel cultureel georiënteerd wanneer hij spreekt over geschiedenis en de kosmos. In recentere jaren is daar nog een uitbreiding aan gekomen. Nu worden ook van Bijbelse morele absoluutheden, op het gebied van persoonlijke relaties, gezegd dat ze cultureel georiënteerd zijn. Ik zou twee voorbeelden willen geven, alhoewel er vele andere zouden kunnen gegeven worden.

Vooreerst is er het gemakkelijk scheiden en hertrouwen. Wat de Bijbel duidelijk leert over de beperkingen op het gebied van echtscheiding en hertrouwen, wordt nu door sommige evangelicals verschoven naar het domein van de culturele oriëntatie. Zij zeggen dat dit enkel ideeën waren uit de tijd dat het Nieuwe Testament werd geschreven. Wat de Bijbel over deze dingen leert is voor hen niet meer dan nog een cultureel bepaalde kwestie erbij, en dat is alles. Er zijn oudsten, voorgangers in kerken die bekend staan als evangelicals, die zich niet langer gebonden voelen aan wat de Schrift bevestigt over deze zaken. Zij zeggen dat wat de Bijbel over deze dingen leert cultureel bepaald is en niet als zijnde absoluut moet aanzien worden.

Als tweede voorbeeld zien we hetzelfde gebeuren op het gebied van de heldere bijbelse leer aangaande de orde in huis en kerk. De geboden over deze orde worden door sommige zogenaamde evangelische sprekers en schrijvers nu ook al beschouwd als zijnde cultureel georiënteerd.

Met andere woorden, in de laatste jaren is de situatie verschoven, van het vasthouden aan de waarden, betekenissen en de godsdienstige dingen en tegelijk zeggen dat wat de Bijbel leert over geschiedenis en kosmos cultureel bepaald zijn, naar een verdere stap van nog steeds vasthouden aan de Bijbelse waarden maar nu worden ook deze morele geboden op gelijke voet behandeld als de geschiedenis en kosmos, en dus zijn ook deze cultureel georiënteerd. Er komt geen eind aan dit alles. De Bijbel is gemaakt om slechts dat te zeggen wat uit de omgevende cultuur weerklinkt, in onze tijd van de geschiedenis. Het Bijbelwoord wordt gebogen naar de cultuur in plaats van dat de Bijbel zou oordelen over onze gemeenschap en cultuur.

Eens dat mannen en vrouwen het pad neerdalen van de existentiële methodologie, onder de naam van evangelicalisme, is de Bijbel niet langer het Woord van God zonder fout - elk deel ervan wordt stap na stap weggevreten. Wanneer mannen en vrouwen in deze toestand zijn gekomen, wat is de Bijbel dan geworden? Hij is geworden wat de liberale theologen ervan zeiden, in de jaren twintig en dertig. Wij zijn terug in de dagen van een geleerde als J. Gresman Machen, die erop wees dat de fundering waarop het Christendom rust aan het wegzakken was. Wat is die fundering? Die is dat de oneindige, persoonlijke, bestaande God niet in stilzwijgen is gehuld, maar propositionele8 waarheid heeft gesproken in alles wat de Bijbel leert - inbegrepen wat hij leert over geschiedenis, kosmos en eveneens in morele absoluutheden over godsdienstige onderwerpen.

Noteer evenwel wat het primaire probleem was en is:

Infiltratie door een vorm van een ons omgevende wereldbeschouwing, ten nadele van de onbeweeglijke basis van de Bijbel voor het beoordelen van de altijd wisselende, gevallen cultuur.

Als evangelicals moeten wij op het standpunt staan van niet geïnfiltreerd te worden door deze altijd-wisselende, gevallen cultuur die ons omgeeft, maar dat wij deze cultuur moeten beoordelen vanop de vaste basis van de Bijbel.



Blad 13 — Wat voor verschil maakt het?
Maakt foutloosheid enig verschil? Een overweldigend verschil! Het verschil is dat, met een Bijbel die Gods absolute Woord is en Zijn objectieve waarheid, wij niet hoeven aangetast te worden door de altijd-veranderende cultuur die ons omringt. Zij die niet vasthouden aan de inerrantie van de Schrift hebben dit voorrecht niet. In zekere mate zijn zij overgeleverd aan de gevallen, veranderende cultuur. En de Schrift is dus kromgebogen om overeen te komen met de veranderlijke wereldgeest van de dag, en daarom hebben zij geen vaste autoriteit op grond waarvan zij de zienswijzen en waarden van deze veranderende, alternerende wereldgeest kunnen beoordelen.

Wij echter, moeten voorzichtig zijn tegenover de Heer. Als wij zeggen dat de Bijbel het inerrante, gezaghebbende “Alzo zegt de HEERE” is, dan zullen wij niet bloot komen te staan aan de gierende winden van verandering die ons omgeven, met alle verwarring en terreur. Maar de andere kant van de medaille is, dat als wij zeggen dat de Bijbel het “Alzo zegt de HEERE” is, wij er ook naar moeten leven. Als wij dat niet doen, dan hebben we niet begrepen wat wij hebben gezegd over het staan op de inerrantie van de Schrift.

Ik zou opnieuw willen vragen: maakt inerrantie werkelijk verschil uit, met betrekking tot hoe wij onze levens leven doorheen het hele spectrum van het menselijke bestaan? Het is droevig dat wij moeten zeggen dat wij, evangelicals, die waarlijk vasthouden aan het volle gezag van de Schrift, niet altijd goed gepresteerd hebben in dit opzicht. Ik heb gezegd dat bijbelse inerrantie de scheidslijn is in de evangelische wereld. Maar dat is niet louter een theologisch debatonderwerp. Het gehoorzamen van de Schrift is de scheidslijn! Het is het geloven en toepassen in onze levens wat zal demonstreren of wij de Bijbel werkelijk geloven.



Blad 14 — Hedonisme

Wij leven vandaag in een maatschappij waar alle dingen relatief zijn, en de uiteindelijke waarde van iets is dat waar het individu of de gemeenschap zich “gelukkig” bij voelt voor het moment. Het is niet slechts de hedonistische jonge mens die maar doet wat hij aangenaam vindt; het is de maatschappij in zijn geheel. Dit heeft vele facetten, maar één is de instorting van alle stabiliteit in de maatschappij. Niets is nog vast, er zijn geen finale waarden; enkel hetgeen iemand “gelukkig” maakt is dominant. Dit is zelfs waar met betrekking tot het menselijk leven zelf.

Het onderwerp in Newsweek op 11 januari 1982 had op de cover een verhaal van vijf of zes pagina’s, dat overtuigend aantoonde dat het menselijk leven begint van bij de conceptie. Alle biologiestudenten zouden dit reeds lang moeten weten. En dan op een volgende pagina is er een artikel getiteld: “Maar is het een persoon?” De conclusie op die pagina is: “Het probleem is niet te determineren waar het eigenlijke menselijke leven begint, maar wanneer de waarde van dat leven het overwicht heeft op andere overwegingen, zoals de gezondheid of zelfs het geluk van de moeder”. De afschuwelijke frase is hier: “of zelfs het geluk van de moeder”. Dus, zelfs erkend menselijk leven kan en wordt beëindigd omwille van iemand anders zijn “geluk”.

Zonder gestelde waarden is, voor mij en de gemeenschap, alles wat telt het geluk van het moment. Ik moet zeggen dat ik niet kan begrijpen waarom zelfs de liberale juristen van de ‘American Civil Liberties Union’ niet opgeschrikt worden door deze ontwikkeling.

En, uiteraard, wordt het in toenemende mate geaccepteerd dat indien een pasgeboren baby de familie of gemeenschap ongelukkig zal maken, het dan ook moet toegestaan zijn het te aborteren, het te doden. Alles wat u moet doen is te kijken naar uw televisieprogramma’s en dit komt in toenemende mate bij u langs, als een vloed. Het is op basis van zulke zienswijze dat Stalin en Mao toestonden (en ik gebruik een erg vriendelijk woord als ik zeg “toestonden”) dat miljoenen moesten sterven voor wat werd beschouwd als het welzijn van de gemeenschap. Dit dan is de terreur die de kerk van vandaag omringt. Het individuele of maatschappelijke geluk neemt de hoogste voorkeur in, zelfs boven het menselijke leven.



Laten wij ons realiseren dat wij in net zoveel gevaar vertoeven geïnfiltreerd te worden door de ons omgevende amorele denkvormen van onze cultuur, als dat wij in het gevaar vertoeven geïnfiltreerd te worden door de existentiële denkvormen. Waarom? Omdat wij omringd zijn door een maatschappij zonder vaste standaarden en het “niemand treft schuld”. Elk ding wordt psychologisch weggedrukt of weggeredeneerd zodat er geen goed of kwaad is. En, zoals het “geluk” van de moeder voorrang heeft op menselijk leven, zo kan alles gemist worden wat een belemmering vormt voor het “geluk” van het individu of de maatschappij.

Blad 15 — Het plooien van de Bijbel

Het is het gehoorzamen van de Schrift wat een echte scheidslijn vormt. Wij kunnen zeggen dat de Bijbel zonder fout is en hem toch tegelijkertijd vernielen als wij de Schrift plooien, door er onze cultuur in te laten passen in plaats van deze te beoordelen door de Schrift. En vandaag zien wij dit meer en meer gebeuren, zoals in het geval van gemakkelijk scheiden en hertrouwen. Deze “niemand treft schuld”-echtscheidingswetten, in vele van onze staten, zijn helemaal niet gebaseerd op humanitarisme of aardigheid. Ze zijn gebaseerd op de zienswijze dat er geen goed of kwaad is. En dus is alles relatief, hetgeen betekent dat de maatschappij, en de enkeling, handelen volgens wat hen geluk lijkt te brengen voor het moment.

Moeten wij niet toegeven dat zelfs velen in de evangelische kerk, die nochtans beweert dat de Bijbel zonder fout is, het Schriftwoord hebben kromgebogen op het gebied van echtscheiding, om eerder de cultuur tegemoet te komen dan de Schrift die oordeelt over de huidige standpunten van de gevallen cultuur? Moeten wij niet toegeven dat op het gebied van echtscheiding en hertrouwen er een gebrek aan Bijbelse lering en discipline is geweest, zelfs onder evangelicals? Wanneer ik, tegen de Schrift in, mij het recht aanmeet de familie aan te vallen - niet de familie in het algemeen, maar mijn eigen familie aanvallen en afbreken - is dat niet hetzelfde als een moeder die zich het recht aanmeet om haar eigen baby te doden voor haar “geluk”? Ik vind het hard om zeggen, maar er is een infiltratie van de omgevende maatschappij die net zo destructief is voor de Schrift als een theologische aanval. Allebei zijn dit tragedies. Allebei plooien ze het Schriftwoord om die in overeenstemming te brengen met de ons omgevende cultuur.

Blad 16 — Het teken van onze tijd

Wat is het nut van een evangelicalisme dat, meer en meer in grote aantallen van hen die de naam “evangelical” dragen, niet langer vasthoudt aan wat het evangelicalisme evangelicalisme maakt? Als dit zo voortgaat zijn wij niet getrouw aan wat de Bijbel beweert te zijn, en wij zijn niet getrouw aan wat Jezus Christus beweert over de Schrift. Maar ook - laten wij het nooit vergeten - als dit zo voortgaat zullen wij en onze kinderen niet gereed zijn voor de moeilijke dagen die voor ons liggen.

Bovendien, indien wij berusten, zullen wij niet langer het bederfwerende zout zijn voor onze cultuur - een cultuur die zich toevertrouwt aan het concept dat zowel moraal als wetten slechts een kwestie zijn van culturele oriëntatie, van statistische gemiddelden. Dit is een teken - het teken van onze tijd. En als wij door dit teken zijn gemarkeerd, hoe kunnen wij dan nog het bederfwerende zout zijn in deze gebroken, gefragmenteerde generatie waarin wij leven?

Hier dan is de scheidslijn, de ‘waterscheiding’ van de evangelische wereld. Wij moeten erg liefdevol maar toch duidelijk stellen:

Evangelicalisme wordt niet beschouwd als evangelisch

tenzij er een lijn getrokken is tussen

hen die een volle kijk op de Schrift aanhouden

en zij die dat niet doen.

Maar herinner u dat wij niet spreken over een louter abstracte theologische doctrine. Het maakt op het eind weinig uit of de Schrift gecompromitteerd werd door theologische infiltratie of door infiltratie door de omringende cultuur. Het is het gehoorzamen van de Schrift wat de scheidslijn is - de Bijbel gehoorzamen in zowel de leer als in de manier hoe wij leven in het volle spectrum van het leven.



Blad 17 — Confrontatie

Maar als wij dit echt geloven, dan moet er iets overwogen worden. Waarheid brengt confrontatie met zich mee. Waarheid vraagt om confrontatie; liefdevolle confrontatie, maar toch confrontatie. Als onze reflex altijd aanpassing is, ongeacht of de kern van de waarheid erbij betrokken is, dan is er iets fout. Net zoals we kunnen zeggen dat heiligheid zonder liefde niet Gods heiligheid is, evenzo kunnen we zeggen dat liefde zonder heiligheid, inbegrepen de noodzakelijke confrontatie, niet Gods liefde is. God is heilig, en God is liefde.



Wij moeten, gepaard met gebed, neen zeggen aan de theologische aanval op de Schrift. Wij moeten hiertegen neen zeggen, duidelijk en liefdevol, met kracht. En wij moeten neen zeggen tegen de aanval op de Schrift die voortkomt uit de infiltratie in onze levens door het huidige werelddenken van “niemand treft schuld” in morele kwesties. Wij moeten in gelijke mate neen zeggen tegen deze twee dingen.

De wereld in onze dagen heeft geen vaste waarden en standaarden, en daarom is alles wat de mensen aanzien als hun persoonlijk of maatschappelijk geluk van toepassing op alles. Wij staan echter niet in die positie. Wij hebben de inerrante Schrift, die wijst naar Christus voor kracht tegen de reusachtige druk omdat onze hele cultuur tegen ons is op dit punt, en wij moeten de infiltratie afwijzen, zowel in de theologie als in het leven. Wij moeten zowel de inerrantie van de Schrift bevestigen als eronder leven, in onze persoonlijke levens en in de maatschappij. Niemand van ons is perfect, maar het moet “vastgezet” worden in ons denken en leven. En als wij falen moeten we Gods vergiffenis vragen.

Gods Woord zal nooit voorbijgaan, maar als we terugkijken naar het Oude Testament, en sinds de tijd van Christus, dan moeten wij in tranen zeggen dat door gebrek aan vastberadenheid en getrouwheid bij Gods volk, Gods Woord vele malen werd kromgebogen, om in overeenstemming te zijn met de omgevende, voorbijgaande, veranderende cultuur van dat moment. Dit alles ten nadele van het staan op het inerrante Woord van God dat oordeelt over de vormen van de wereldgeest en de omringende cultuur op dat moment. In de naam van de Heer Jezus Christus, moge onze kinderen en kleinkinderen niet zeggen dat zulks van ons kan gezegd worden.
http://www.antithesis.com/features/watershed.html

http://www.antithesis.com/community_pages/labri.html

E-mail: verhoevenmarc@skynet.be

Homepage: http://users.skynet.be/fa390968/index.htm of http://www.verhoevenmarc.be/index.htm

Ga hier naar de Nieuwste Artikelen of http://www.verhoevenmarc.be/NieuwsteArtikelen.htm



1 Hoofdstuk 2, zoals gepubliceerd op: http://www.antithesis.com/features/watershed.html. Het boek is nog steeds verkrijgbaar: ISBN 0-89107-308-6.

2 Eng. watershed.

3 Inerrantie: onfeilbaarheid, foutloosheid.

4 Hedonisme: genotzucht, epicurisme.

5 Propositioneel: gegrond op een stelling.

6 “A Christian Manifesto”, over de invloed van het humanisme in onze maatschappij, is een boek van Francis Schaeffer dat uitgegeven werd in 1981.

7 Dichotomie: tweedeling

8 Propositioneel: gegrond op een stelling.

i Eindnoot bij blad 11: “Er was inderdaad ten minste één persoon die een eenzame en moedige stem liet horen toen dit Seminarie [Fuller Theological Seminary] de neo-orthodoxe zienswijze begon te aanvaarden over de Schrift. Dit was Jay Grimstead, die afstudeerde aan dit Seminarie, en ik wens hem te vermelden en te eren voor zijn inspanningen. Jay Grimstead speelde een beslissende rol bij de stichting van de “International Council on Biblical Inerrancy” [Internationaal Congres over Bijbelse Inerrantie]. Het Congres werd formeel georganiseerd op 16 mei 1977 in Chicago, met tien mensen van ons aanwezig. Het bezit nog steeds niet de steun van de meeste evangelische leiders, en van hun zijde was er evenmin een engagement waar te nemen voor deze zaak.

Het Congres werd specifiek opgezet voor het verdedigen van de historische orthodoxe positie ten aanzien van de Schrift. De eerste Verklaring, uitgegeven in oktober 1978, was getiteld: “The Chicago Statement on Biblical Inerrancy” [De Chicago Verklaring over Bijbelse Inerrantie]. De tweede Verklaring, uitgegeven in november 1982, is “The Chicago Statement on Biblical Hermeneutics” [De Chicago Verklaring over Bijbelse Hermeneutiek]. Beide verklaringen zijn bijzonder waardevol, ten eerste om uit te leggen wat het betekent dat de Bijbel foutloos is, en ten tweede hoe dit van toepassing is op het verstaan en interpreteren van de Bijbel. De tweede verklaring over hermeneutiek voorziet in een opmerkelijk evenwichtige en nuttige reeks van 25 “bevestigingen en ontkenningen” over hoe de Schrift correct bestudeerd en geïnterpreteerd wordt. Tezamen geven deze verklaringen de totale integriteit aan van bijbelse inerrantie.









De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina