Geestelijk leven, niet tijdgebonden, wel tijdbetrokken



Dovnload 46.01 Kb.
Datum07.10.2016
Grootte46.01 Kb.




GEESTELIJK LEVEN, NIET TIJDGEBONDEN, WEL

TIJDBETROKKEN1
In een oude prekenbundel (Menigerlei Genade, 1911) met preken van dominees uit de Gereformeerde Kerken in Neder- land las ik één dezer dagen een preek van dr. B. Wielenga, uitgesproken op 28 mei 1911 in de Plantagekerk te Amsterdam. Over een tekst uit Joh. 15:16: ‘Gij hebt Mij niet uitverkoren, maar Ik heb u uitverkoren...’. Een preek over de wortel van het geestelijk leven: de uitverkiezing en de wedergeboorte en over de vrucht daarvan in het christenleven van alledag.
Het opvallende van deze preek is, dat de gemeente wordt opgeroepen met vreze en beven haar zaligheid te werken; in de weg van het pleiten op Gods verbondsbeloften en van het onderzoek van het eigen hart. De grote vraag van ‘s mensen eeuwig heil doorwaait deze preek. ‘Onderzoek uw hart, uw weg, of gij daarin de beginselen der toegepaste genade bespeurt’ (‘de trekking van de verkiezende liefde Gods in de belofte van Gods Woord, in de tekenen des verbonds, in de leidingen des levens, in de vroege indrukken, de treffende bevindingen, in de bezoekingen, uitreddingen, tranen, noden, vreugden’).
Ook worden in deze preek de kinderen van het verbond die ‘in zelfverblinding niet eens weten, dat hun eerste levensvoorwaar-de (om vruchten voort te brengen) namelijk de wedergeboorte ontbreekt’, dringend opgeroepen om zich te verootmoedigen: ‘Vergeet het niet: zonder wortel geen vrucht. Leer eerst voor God uw onmacht kennen, uw onwil en onwaardigheid... Zoek voordat gij als discipel heengaat om vrucht te dragen, in Christus ingeplant te zijn... Leer te sterven, voor gij leeft. Opdat gij niet ontnuchterd wordt en uitgesloten, ook al hebt gij hier in Jezus’ Naam geprofeteerd en in Zijn tegenwoordigheid gegeten en gedronken. Ontwaakt, gij die slaapt en staat op uit de doden en laat Christus over u lichten.’

Een preek van dr. B. Wielenga


Ziedaar enkele citaten uit genoemde preek van dr. B. Wielenga. Helder klinkt hier de boodschap van de soevereine genade Gods, van het wonder van de rechtvaardigheid van de goddeloze en van het hart en leven vernieuwende werk van God de Heilige Geest door. Het is de boodschap zoals deze door de Reformatie is gebracht. We herkennen er duidelijk ook de toonaarden van de Nadere Reformatie in. Kennelijk lopen hier ook de lijnen door van wat de afgescheidenen van 1834 voor ogen stond in een - wat wij noemen - bevindelijke prediking. En dat in de Gereformeerde Kerken in Nederland, ook ondanks het kwaad dat dr. A. Kuypers leer van de veronderstelde wedergeboorte inmiddels in die kerken had gesticht. In 1934 – een eeuw na de afscheiding – kon daarom ook nog de synode van de Gereformeerde Kerken aan de synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken het verzoek richten om door samenwerking tot eenheid te komen (zie Menigerlei Genade, 1935, in een preek van dezelfde dr. B. Wielenga over ‘de eenheid der waarheid en de eenheid des levens.’).

De na-oorlogse Gereformeerde Kerken


Zeg ik te veel, wanneer ik zeg, dat deze toonzetting van de prediking in de na-oorlogse Gereformeerde Kerken in Neder- land haast spoorloos zoek is geraakt? Het - soms zelfs grimmig - vragen van de mens naar het Godsbestaan (naar de voorzienig- heid, naar het ‘zinloze’ lijden ondermeer) overspoelde in theologie en prediking de kernvraag van de Reformatie: ‘Hoe zijt gij rechtvaardig voor God?’ De waarheid Gods leek niet te kunnen bestaan zonder inmenging van de mens met al zijn vragen en bedenkingen. Een doe-godsdienst met alle nadruk op het ‘menselijke’, op de uitdagingen van de cultuur, op het maatschappelijke en politieke engagement verdrong die klassiek Gereformeerde elementen die we zojuist signaleerden in een prediking als van dr. Wielenga en waarin een kort geding tussen God en de zondaar wordt aangespannen met het oog op ‘s mensen eeuwige bestemming.
In het licht van dit alles moet haast vanzelf de vraag opkomen, of het type geestelijk leven zoals dat gevoed werd door een prediking als die van dr. Wielenga in de eerste helft van onze eeuw, in de Gereformeerde Kerken niet als een achterhaald tijdverschijnsel moest worden beschouwd. Een ontwikkeling overigens die in de Nederlandse Hervormde Kerk al sinds jaar en dag gaande is geweest. In beide gevallen is er sprake van een diepe kloof met het verleden van de eigen Gereformeerde traditie. En ik constateer, dat het eenwordingsproces tussen de Gereformeerde Kerken en de Nederlandse Hervormde Kerk in Nederland zich afspeelt over deze kloof heen. Het is een zaak van een aan de tijd gebonden geestelijk leven.

Bij-tijds geloven?


Nu is het niet mijn bedoeling om me met deze inleiding uitvoerig te mengen in de discussie van onze dagen met betrekking tot Samen op Weg. Ik heb de invalshoek van de ontwikkeling in de Gereformeerde Kerken gekozen om onszelf, om de Gerefor- meerde beweging in de N.H. Kerk een dringende vraag te stellen. Het is de vraag van de titel van mijn onderwerp. Het is deze vraag: wanneer men voor het geestelijk leven/christen-zijn van belang acht, dat er ingespeeld wordt op de vragen van de tijd (cultuur, maatschappij, politiek), houdt dat dan automatisch in, dat men vroeg of laat vervreemdt van de Gereformeerde traditie en dat men dan de voor het Gereformeerde zo karakteristieke trekken van het geloofsleven verspeelt? Met andere woorden: is geestelijk leven zo gekoppeld aan de tijd, dat het er nu gerust heel anders uit mag zien dan in de dagen van Augustinus, van Calvijn, van John Bunyan of van de belijdenisgetrouwen uit de eerste helft van onze eeuw? Ook onder ons worden vurige pleidooien gevoerd voor ‘bij-tijds’ geloven, voor een contextueel belijden.

Ik wil op die vraag naar het al of niet tijdgebonden zijn van het geestelijk leven twee antwoorden geven. In de eerste plaats zou ik het stellig willen ontkennen, dat geestelijk leven iets tijdgebondens is. Het is zaak, dat we op dit punt aan hartbewaking doen.



Is God tijdgebonden?


De vraag, of geloven iets tijdgebondens is, hangt samen met de vraag, of God ook tijdgebonden is. Nu, wij leven in tijden waarin op allerlei wijzen is afgerekend met de zogenaamde metafysische God, de God boven wolken en sterren. De moderne mens kan daar niet meer mee uit de voeten. God moet relevant zijn. God kan kennelijk alleen ter sprake komen, voor zover dat van belang is voor de mens met zijn vragen, met zijn humaniteit, met zijn geschiedenis, met zijn toekomst. De mens, deze mens is helaas in de theologie en in de prediking vandaag middelpunt van denken geworden. Vanuit dat middelpunt komt dan ook God ter sprake. En het beeld dat van God ontworpen wordt, wisselt dan ook steeds. God is in deze context derhalve ook tijdgebonden.

De Bijbel verkondigt ons evenwel een God die in de eeuwigheid woont en Die in Zijn bestaan en voortbestaan niet afhankelijk is van de mens en Zijn geschiedenis. Hij is de soevereine, voor Wie elke sterveling heeft te buigen. Die naar Zijn eeuwig welbehagen heeft bepaald wat goed en kwaad is; en ook daarvoor zal ieder mens buigen. Die alles geschapen heeft tot de glorie van Zijn onvolprezen Naam. Die Zich geopenbaard heeft in de geschiedenis van Israël en van Zijn Zoon Jezus Christus en Zich laat kennen door Zijn Woord en Geest. Die naar datzelfde Goddelijk welbehagen verkiest en verwerpt. En die - dat is ook het wonder van Zijn God-zijn - mensen binnenhalen wil in Zijn gemeenschap, door hen door Zijn Woord en Geest te wederba- ren en naar Zijn heilig recht te vernieuwen.


De God van de Bijbel is niet tijdgebonden. ‘De Heere is in Zijn heilige tempel! Zwijg voor Zijn Aangezicht, gij ganse aarde’ (Hab. 2:20; Zef. 1:7; Zach. 2: 13). Calvijn die ‘de overtuigde heraut van Gods soevereiniteit is genoemd, de mens die dronken was van Gods heilige majesteit’ 2 heeft in heel zijn theologie dit ‘theocentrische middelpunt’. Het gaat in alles om de ‘gloria Dei’, de eer van God.
Mijn antwoord op de vraag, of geloven tijdgebonden is, is daarmee in beginsel gegeven. Hoe kan geloven tijdgebonden heten, als de God in Wie geloofd wordt, niet tijdgebonden is?

Is de Bijbel tijdgebonden?


In de tweede plaats hangt de vraag, of geloven iets tijdsgebondens is samen met de vraag, of de Bijbel tijdgebonden is. Ook op deze vraag antwoord ik ontkennend.
De Bijbel is niet buiten de tijd om ontstaan. De Bijbel is in een historisch proces tot ons gekomen. De Bijbel is in zeer verscheiden (culturele en historische situaties) en door middel van vele mensenhanden geschreven. Maar ook zo is de Bijbel door de inspiratie van God de Heilige Geest het gezaghebbende en betrouwbare Woord, de openbaring van de levende God. Eén doorlopend Goddelijk getuigenis van wat deze God met ons mensen wil. Het gaat in de Bijbel om de openbaring van Gods gerechtigheid. het heilig en aanbiddelijk recht van God, Zijn heilige wet die voor het schepsel als de lucht voor de vogel en het water voor het visje is. Dat recht van God moet overeind komen in de schepping en in het mensenleven. Het is daarvoor, dat Mozes en al de profeten hebben gestreden. En het is dit heilig en heerlijk recht van God dat overeind is gekomen in Christus Jezus en dat als een reddende gerechtigheid is uitgebazuind door de apostelen (vgl. Rom. 1:16v).

Het kan bekend zijn, dat Kohlbrugge die zijn leven lang nooit anders heeft gedaan dan de rechtvaardiging van de goddeloze prediken, steeds dat doel heeft beoogd: Het moet komen tot de oprichting van Gods heilige wet in het leven van de zondaar. In een preek over vraag en antwoord 1 van de Heidelberger schrijft hij: ‘Waarom hoorde men vroeger zoveel van waarachtige bekeringen? Waar kwamen die mensen vandaan, die enkelen nog (hun aantal wordt alsmaar kleiner, ook in onze gemeente, de meesten liggen al op het kerkhof) van waar kwamen die profeten en profetessen die konden getuigen van Gods genadige erbarming? Mensen die wisten: ‘dit is goud en dat is valse munt!’ Van waar? Waren zij niet geboren in de afgrond der verlorenheid, toen zij wegzonken voor Gods wet?’3


Is geloven iets dat tijdgebonden is? Het antwoord op deze vraag kunt u zelf geven, door te antwoorden op de vraag: Is deze boodschap van de Bijbel tijdgebonden?

Is de prediking tijdgebonden?


In de derde plaats hangt de vraag, of geloven iets tijdgebondens is samen met de vraag, of de prediking van het Woord van God tijdgebonden is. Welnu, we leven in tijden waarin zowel de Bijbel als de prediking worden gezien als veelsoortige uitdrukkingen van Godsbelevingen van mensen.

De Bijbel geeft dan modellen waaraan men kan zien, hoe vroegere geslachten over God dachten, met Hem leefden en daarnaar handelden. En de prediking is dan een eigentijds reageren daarop, een spoorzoeken aan de hand van deze vroegere modellen. En dat kan dan betekenen, dat wij met alle respect voor geloofsverwoordingen uit vroeger tijden, vandaag, staande in een totaal andere context, in een heel andere culturele situatie, met andere vragen bezig zijn. Was de reformatie bijvoorbeeld vooral bezig met zonde en genade, thans zal de vraag naar het Godsbe-staan, naar de voorzienigheid, naar de zin van het lijden centraal moeten staan in de prediking. Ook ethisch brengt dat consequenties met zich mee. In onze context zal men dan bijvoorbeeld over homofilie bepaald anders moeten spreken dan Paulus dat doet in Romeinen 1:26v.

Mij dunkt echter om te weten, of de prediking zich überhaupt zo gedragen moet naar de agenda van de tijd, kunnen wij het beste te rade gaan bij de grote heidenapostel Paulus. Had hij ooit meer reden om zich te gedragen naar de agenda van de tijd dan toen hij preekte voor de wijsgeren van Griekenland op de Areopagus te Athene?4
Daar stond hij binnen de context van de geestelijke elite van zijn dagen. Hij heeft ook waarlijk wel zijn best gedaan om ‘on speaking terms’ te komen met zijn gehoor. Door te spreken over het ‘altaar aan de onbekende god’ en door Griekse dichters te citeren. Maar juist daar heeft hij zonde en genade gepreekt. Juist daar heeft hij opgeroepen zich te bekeren van de dwaze afgodendienst. Juist daar heeft hij de dag van het grote oordeel in het vooruitzicht gesteld. Juist daar heeft hij de ergerniswekkende boodschap van de opstanding van Jezus Christus verkondigd, de Joden een ergernis en de Grieken een dwaasheid.
De vraag blijft: Hoe ben ik rechtvaardig voor God?

Ik vat nu nog eenmaal mijn antwoord op de vraag, of geloven tijdgebonden is, samen. Als God en de Bijbel en de prediking niet tijdgebonden zijn, dan kan een tijdgebonden geestelijk leven moeilijk een gestalte van het ware geloof heten. Integendeel, geestelijk leven dat bestaat in Gods verborgen omgang, in een leven naar de orde van Gods Woord en in een hangen aan de lippen Gods via de prediking van dat Woord, wordt door alle tijden heen gekenmerkt door ontzag voor de majesteitelijke en soevereine God, door de liefde voor Gods heilige wet, door een gestaag toevlucht nemen tot de gekruisigde en opgestane Zaligmaker, door een levenslange strijd tegen het hoogmoedig en eigengerechtigde hart, door een hartstochtelijk begeren om naar het beeld van Christus gelijkvormig gemaakt te worden. door de wederbarende Heilige Geest.


‘Hoe ben ik rechtvaardig voor God?’ (Heid. Cat. zondag 23). Dat is de grote vraag. En daarmee zijn ook al de toe-eigeningsvragen gegeven, waarvan de Bijbel zo vol is en die in de Reformatie en Nadere Reformatie volop aandacht kregen. Ik kom ze ook tegen in de genoemde preek van dr. Wielenga.
De diagnose

En waar zijn deze voor de Gereformeerde prediking zo elementaire dingen dan vandaag gebleven? Waarom is dit hart van de zaak niet bewaakt? Had dat niet gekund, ook toen de vragen van het christen-zijn vandaag (in een geseculariseerde wereld) hun opmars maakten? Waarom zijn al die vragen naar de toe-eigening van het heil, in de Bijbel en in het leven van het geloof steeds gesteld, overwoekerd door en ingeruild voor de actualiteit? Dat kan toch moeilijk liggen aan het besef, dat het van belang is om bij-tijds te geloven en contextueel te belijden. Dat moet een diepe oorzaak hebben. En is die oorzaak niet te zoeken in een geestdodende mentaliteit, waarin het verbond van God met al zijn weldaden tot een verworvenheid is geworden, waarover niet meer behoeft te worden gepraat? Heeft de leer van de veronderstelde wedergeboorte in de Gereformeerde Kerken en heeft wat de Hervormden betreft een kwalijke invloed van het Barthianisme niet haast vanzelf de geest van het doe-christendom opgeroepen?


Maar…bedreigt ook ons niet het gevaar van vanzelfsprekendheid en gearriveerdheid, als wij vanuit een zeer eenzijdige verbondsopvatting nalaten de noodzaak van de wedergeboorte en de persoonlijke toe-eigening van het heil te prediken en daarom voorrang te verlenen aan de vragen die samenhangen met het christen-zijn vandaag, in een geseculariseerde cultuur en maatschappij.

Om Godswil, om wille van uw en mijn zaligheid, maar al evenzeer omdat het getuigenis van de kerk in de wereld alleen zo recht gediend kan zijn, roep ik u toe om aan hartbewaking te doen. Kohlbrugge zei op zijn sterfbed: ‘De eenvoudige Heidelberger, mijn kinderen, houdt daaraan vast’.



Geestelijk leven, tijdbetrokken!


Maar dan komt nu mijn tweede antwoord op de vraag, of geestelijk leven tijdgebonden is. Ik moet namelijk ook een misverstand uit de weg ruimen. Tijdgebonden is immers nog wat anders dan tijdbetrokken. Als u daarom zou vragen, of geestelijk leven tijdbetrokken is, zou ik daarop met even grote stelligheid ‘ja’ antwoorden als ik op de vraag naar de tijdgebondenheid ‘nee’ heb geantwoord.

Geloven is geen tijdloos iets. Het staat niet buiten de context van de tijd. Het is concreet.

Laat ik om dit antwoord van een fundament te voorzien ook hier drie dingen zeggen. Ik doe dat heel kort.

God, Bijbel, prediking


In de eerste plaats moeten we zeggen, dat God de eeuwige en onveranderlijke God, al is Hij niet tijdgebonden, toch wel zeer tijdbetrokken is. In de openbaring van Zijn eeuwig wezen blijkt Hij te zijn de God Die de tijd en de geschiedenis maakt en die in de voortgang van de Godsopenbaring steeds concreter en binnen de context van zeer verschillende cultuursituaties onder Israël en onder de volkeren (in het N.T.) gevarieerd gestalte geeft aan deze openbaring.
In de tweede plaats zou ik ook de Bijbel het tijdbetrokken Woord van God willen noemen. Als God spreekt, spreekt Hij mensen aan in hun situatie. De Bijbel laat ons zien, hoe het Woord van God is ingegaan in het dagelijks leven van oud-Israël en in dat van de eerste christengemeente te Jeruzalem (om slechts deze twee voorbeelden te noemen). Het Woord van God heeft de eeuwen door het maatschappelijke, culturele en politieke leven sterk beïnvloed.

Te denken is hier aan het instituut van het jubeljaar, waardoor elke halve eeuw het sociale leven onder Israël weer op orde werd gebracht. We denken ook aan de brief van Paulus en Filémon, waarin oudtijds in feite dynamiet is gelegd onder het instituut van de slavernij.

In de derde plaats is ook de prediking van het woord van God tijdbetrokken te noemen. Dat is in de Bijbel zelf al zo. Denk aan de sociaal gekleurde prediking van de profeten En aan de vele passages uit de brieven van Paulus waarin ingegaan wordt op de dwalingen die de eerste christenen bedreigden, zowel van de zijde van het Judaïsme als van de kant van gnosticerende heiden - christenen.
Laten deze summiere opmerkingen genoeg zijn om duidelijk te maken, dat geestelijke leven, hoewel het niet tijdgebonden is, zich toch ook altijd afspeelt binnen de context van de tijd. Was het zo ook niet in de dagen van de Reformatie? Heeft Calvijn bijvoorbeeld buiten de context van Genève om getheologiseerd en gepreekt? Geestelijk leven is geen tijdgebonden iets. Maar het is tegelijk wel een tijdbetrokken zaak. Het is in elk geval nooit tijdloos.

Revalidatie


Welnu, ook bij dit tweede antwoord op de vraag, hoe geestelijk leven binnen de context van de eigen tijd zou kunnen functioneren, wil ik graag een oproep laten horen. Er is hartbewaking nodig, maar ook revalidatie. Neem het letterlijk: wij moeten weer valide worden. De waarde van het Gereformeerd belijden en van het Gereformeerd geloven moet blijken in het leven van alledag.
En laat ons dan maar eerlijk erkennen, dat wij als Hervormd-Gereformeerden binnen de NH Kerk niet zo sterk zijn op dit punt, terwijl we juist hier toch een geweldige roeping te vervullen hebben. Wij lopen bepaald wel gevaar om ons terug te trekken in het bastion van de Gereformeerde belijdenis, in een piëtistische afzonderingspositie waarin de vragen van de tijd slechts als hoogst gevaarlijk worden gezien, in het ghetto van een eigen positie in de kerk, waarbij de eigen identiteit zoveel mogelijk is gewaarborgd. En inmiddels stormen de vragen op ons af, al was het alleen via onze kinderen. De vragen die gegeven zijn met een multiculturele en multireligieuze maatschappij, met een leven van alledag waarin abortus, euthanasie, alternatieve samenlevingsvormen - om maar iets te noemen - de gewoonste zaken ter wereld zijn geworden.

De vraag is: Hoe kan het Gereformeerd geloofsleven waarin het hart van de zaak recht bewaakt is, valide blijken te zijn in het derde millennium? Ik wil daar tenslotte nog drie dingen van zeggen.



Concrete zondebeleving


In de eerste plaats: het komt erop aan, dat wij nu, ja juist nu, concreet beleven en uitspreken wat zonde is. Ik bedoel te zeggen, dat geen sterveling geholpen is, wanneer wij hem slechts zeggen, dat hij een groot zondaar is, als we hem niet ook zeggen, op welke punten hij het is. Schuldbesef in bijbels-gereformeerde zin dient zich in alle opzichten te onderscheiden van fatalistisch verlorenheidsgevoel.
Mijn vraag aan u is, of onze zondebeleving concreet genoeg is. Als ons geestelijk leven meer is dan zondagschristendom, zal het zich zeker ook openbaren in een ootmoedige wandel in het leven van alle dag. Men zie toe, dat men elkaar niet ‘bijt en eet’ (Gal.5:15) in een heilloze strijd om beuzelingen, waardoor het eigen ik op de troon komt en de zegen van de prediking der verzoening belet wordt. Men zie toe, dat ons liberaal ingestelde hart niet stikt in het materialisme, waardoor we het onszelf onmogelijk maken om zorg te hebben over de afschuwelijke armoede en de verpolitiekte machtsstructuren waardoor de derde wereld in ellende vergaat. Als God schuldenaar maakt, dan doet hij het heel concreet. De vraag is, wat wij met Gods heilige wet hebben gedaan in het leven van alledag. En het rappe antwoord dat in sommige evangelische kringen wordt gegeven, namelijk dat wij niet meer onder de wet maar onder de genade zijn, is geen antwoord.

Concrete geloofsbeleving


In de tweede plaats: komt het niet nu, ja juist nu aan op een geloofsbeleving die concreet is? Er zijn evangelische jongeren die aan ons dominees vragen, waarom we zo nadrukkelijk preken, hoe een mens tot Jezus Christus komt, maar zo weinig wat het is om door Gods Geest uit de volheid van Christus te leven? Zeker, zo'n vraag kan uit een verkeerde bron voortkomen (namelijk uit de gedachte, dat men geen christen hoeft te worden, omdat men het immers allang is). Maar wij mogen er ons ook wel eens op onderzoeken, of wij in staat zijn om anderen, ook deze jongeren te zeggen wat het is om de enige troost in leven en sterven deelachtig te zijn en hoezeer dit welverzekerd geloof ons gebracht heeft tot een radicale en ongereserveerde overgave aan Christus en tot een leven uit Gods Geest. Met de vruchten van de Geest als: zekerheid, vrede, blijdschap. En met de gaven van de Geest als: vrijmoedigheid in het getuigenis en in het dienen van de naaste in de minste broeder of zuster. Zou het ook kunnen liggen aan ons achterop komen in het geestelijke leven, dat wij door onze dagelijkse handel en wandel anderen zo weinig jaloers kunnen maken?

Concrete godzaligheid


In de derde plaats: komt het niet nu, ja juist nu aan op een uitleving van het christen-zijn in een concrete praktijk van godzaligheid? Onze tijd stelt ons voor duizend en een uiterst moeilijke vragen. En wie wil eigenlijk in het bijzonder het opgroeiend geslacht op deze punten in de steek laten? Wordt van ons niet gevraagd, dat we die velen die het spoor bijster zijn, de weg wijzen?

Onlangs hoorde ik van iemand, dat hij er grote moeite mee had om God Vader te noemen. Hij had in zijn jonge jaren onder een formalistisch gezag van een aardse vader gezucht en was daarvan eindelijk bevrijd. Moest hij dan nu weer bukken onder een hemelse Vader die Zijn wil aan hem wilde opleggen? U gevoelt, hoezeer het waar is, dat wij met ons vader - zijn en de wijze waarop wij onze kinderen de weg door het leven wijzen, een beletsel kunnen zijn voor het geloof in God de Vader en Zijn heerlijke wil. Beter gezegd: als wij zelf de schone dienst van God de hemelse Vader persoonlijk doorleven en uitleven mogen, zullen wij dan niet eerst recht in staat zijn om liefdevol en concreet anderen te leren, welke weg zij door het leven moeten gaan? Dat geldt ook de vragen rondom seksualiteit. Zijn wij in staat om onze kinderen uit te leggen, dat het Gods wil is, dat zij in hun verlovingstijd niet leven als man en vrouw in het huwelijk?



Macrovragen


Bij-tijds geloven. Contextueel. Ik ben me bewust, dat ik door het noemen van deze dingen nog niet ben toegekomen aan de zogenaamde macrovragen die ons in deze tijd bezighouden. De vragen van de maatschappij - inrichting, van de verhouding tussen woord en daad in evangelisatie en zending, van de verhouding tussen Kerk en Israël, van de verhouding tussen de rassen, van de verhouding man en vrouw in huwelijk, maatschappij en kerk. Liggen er op deze terreinen geen vragen die stuk voor stuk uitdagingen zijn aan ons adres? En hebben wij niet uitnemende mogelijkheden om onze Gereformeerde traditie in dit alles vruchtbaar te maken voor onze tijd?
Ondubbelzinnig. Dat houdt in, dat wij het hart van die Gereformeerde traditie constant bewaken.

Maar ook onbekrompen. Dat betekent, dal wij ons verre wensen te houden van confessionalisme. Dat wij vanuit het allesbeheersend Woord van God - waar nodig - ook onze eigen traditie onder kritiek stellen.


Laat ik ook hierin concreet zijn. Ik noem slechts één punt. Het feminisme. Een verschijnsel dat bijzonder in onze tijd blijkt uit de wortel van de revolutiegeest ontsproten te zijn. Maar heeft juist dit verschijnsel ons niet voor een aantal vragen gesteld? Moeten wij er onszelf en onze Gereformeerde traditie er niet op nakijken, of wij niet vanuit een verkeerde uitleg van Genesis 3 de vrouw een rol hebben toebedeeld, waardoor zij uiterst moeilijk kon toekomen aan een bijbelse, eervolle en waardige plaats in kerk en samenleving? Daarmee zijn geen verkapte pleidooien gevoerd voor de vrouw in het ambt. Daarmee stellen wij onszelf slechts een eerlijke vraag. En dat moet kunnen lijden.

Uitdagingen


In de Gereformeerde traditie sluimeren naar mijn inzicht de antwoorden op de uitdagingen van onze tijd. Maar dan komt het wel op twee dingen aan: op hartbewaking en revalidatie. Hartbewaking, want het geestelijk leven is ten diepste niet tijdgebonden. En revalidatie, want in een concrete doorleving van het christen - zijn vandaag moet het geestelijk leven telkens weer zijn kracht bewijzen.

Ik zeg met dr. B. Wielenga, nee, ik zeg met de Schrift: ‘Gij hebt Mij niet uitverkoren, maar Ik heb u uitverkoren, en ik heb u gesteld, dat gij zoudt heengaan en vruchtdragen en dat uw vrucht blijve…(Joh. 15:16).




1 Deze voordracht is gehouden op de jaarvergadering van de Gereformeerde Bond in 1987 en is eerder gepubliceerd in De Waarheidsvriend (wekelijks orgaan van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk); jrg.75 nummer 24 en 25, blz.375v en 389v.

2 Aldus: J. D. Benoit, Calvijn als zielszorger, Nijkerk 1947, blz. 58.

3 Dr. H. F. Kohlbrugge, De eenvoudige Heidelberger, de catechismuspreeken die nog aanwezig zijn. Nijkerk 1941 (red. P .A .van Stempvoort, B. van Ginkel).

4 De afbeelding toont ons Paulus op de Areopagus (Athene); door Pianello Giovanni Battista. Uit Francesco Giola, Paolo di Tarso. Libreria Editrice Vaticana, 2003.








De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina