Gegeven Wij hebben op onze club drie paren waarvan één speler slechtziende is. We spelen met aangepaste kaarten (grote symbolen). Die voorkomen niet dat het aantal verzakingen door de slechtzienden toch wel boven het gemiddelde ligt



Dovnload 61.71 Kb.
Datum25.08.2016
Grootte61.71 Kb.
DebatArena
Naar een initiatief van Mario Ursem


Gegeven

Wij hebben op onze club drie paren waarvan één speler slechtziende is. We spelen met aangepaste kaarten (grote symbolen). Die voorkomen niet dat het aantal verzakingen door de slechtzienden toch wel boven het gemiddelde ligt. Onze arbiters vinden het heel vervelend om verzakingen die voortkomen uit een handicap, te bestraffen met het standaard overdragen van één of twee slagen.


Stelling

***In een lijn waarin slechtzienden spelen, moet ook een voldongen verzaking zoveel mogelijk worden hersteld. Slagen worden alleen overgedragen als die zónder verzaking niet waren gewonnen.***




Verschillende schrijvers geven dat al aan: een vrij geladen stelling. Ik ken mijn plaats. Mijn mening geef ik pas aan het eind van de ruim dertig reacties. Ik ontving ook de regels voor het omgaan met visueel gehandicapte schakers. Die staan boven mijn epiloog.

Veel leesgenoegen,

Rob
Neeeeeeeeeeeeeeeeee!!! 

John van Roosmalen


Deze keer vind ik het supermoeilijk. Mijn vader is door zijn slechtziendheid uit de kaartclub gezet en dat doet pijn. Maar misschien is het een idee om alle slechtzienden te verenigen en met braillekaarten, verder te starten.

Hoe dat in de praktijk opgelost moet worden: geen idee. Maar waar een wil is, is een weg. Te koop bij www.speelkaartenwinkel.nl

Joke Bührs
Met de aanpassing in de nieuwe spelregels, dat je je partner mag behoeden voor een verzaking, zou de partner van de slechtziende dus kunnen voorkomen dat er een voldongen verzaking komt. Hij kan steeds als zijn partner "verzaakt" vragen of het klopt dat hij de gespeelde kleur niet meer heeft. De slechtziende zal dan dus extra controleren of het klopt wat hij bijspeelt.

Met andere spelregels gaan spelen voor slechtzienden lijkt me dan niet nodig.

Sandra Leppen
Nee, ben tegen deze stelling. Wij hebben ook een ernstig slechtziende, (gebruiken geen aangepaste kaarten) maar de partner van de slechtziende zegt steeds (zachtjes)hardop de  bieding die gedaan is of welke kaart wordt opgegooid (en om de partner te ontlasten benoemt iedereen, aan deze tafel, vaak tegelijkertijd zijn ondernomen actie tegen de slechtziende speler). Dit gaat goed en geeft voor niemand  problemen.

Maria Vloet-Peeters
Het feit dat er in de betreffende club al met aangepaste kaarten wordt gespeeld, betekent waarschijnlijk dat er een goede sfeer en een groot begrip voor de slechtzienden is, maar alleen een gewonnen slag door een verzaking toekennen, is een te simpele oplossing. Een verzaking kan immers het verdere spelverloop danig beïnvloeden.

Ik heb zelf vaker op bridgereizen gespeeld tegen slechtzienden en zelfs tegen een nagenoeg blinde speler, die op millimeters afstand wel zijn eigen kaarten kon zien, maar zich toch nog wel eens vergiste. Zijn partner benoemde elke kaart die hij speelde als leider of tegenspeler en er was niemand aan welke tafel dan ook die na een correctie door zijn vergissing ook maar enig bezwaar had tegen het terugnemen van een kaart. Gezegd moet worden dat de partner naar mijn inschatting geen misbruik maakte van een eventuele vergissing. Zo kan het dus ook en zo moet het dus ook.

Mijn conclusie : Arbiter, neem een beslissing waarin de tegenpartij niet wordt benadeeld, maar ook niet beloond wordt met strafslagen als het spelverloop niet is beïnvloed door de verzaking.

Kok van der Giessen
Het uitgangspunt bij bridge is dat beide partijen 50% rechten en 50% plichten hebben. Hierin is van huisuit BALANS. De essentie van de spelregels is dat - zodra onopzettelijk (!!) - deze balans is verstoord, de arbiter tracht de balans te herstellen, maar waarbij echter minstens het nadeel voor de niet-overtredende partij moet worden weggenomen.

Daarnaast staat bridge bij de meeste clubs in het teken van sociaal en ontspanning. In principe gaat het om het spel, en niet om de knikkers.

Met deze uitgangspunten krijgt een dienstdoend arbiter op clubniveau in de geest van het clubbeleid én in de geest van de strekking van de spelregels van mij de vrijheid naar eigen goeddunken te handelen, zodra de onregelmatigheid primair is toe te schrijven aan een lichamelijk gebrek van de overtreder. De niet-overtredende partij hoeft hier niet aan te verdienen (maar mag natuurlijk per saldo ook niet de dupe ervan worden).

Roelof Santing
De slechtziende van het paar kan wel onderscheid maken in plaatjes en in kleintjes.

Daarbij kan kunnen die 3 overige speler de slechtziende er ook op wijzen of ze niet de verkeerde kaart bij gooit.

Om die reden kan je de verzaking gewoon herstellen en is die nog niet voldongen en hoef je dus ook geen slagen over te dragen.

Het draait om een beetje redelijk te zijn aan de tafel, dus houd dan ook rekening met je medemens (je kan tenslotte ook zelf de kaarten tellen).

En als er iets gebeurt waarvan je denkt dan het niet kan, kun je toch gewoon even vragen: ‘Heeft u geen schoppen meer?’

Dan blijven we allemaal vriendelijk aan de tafel en hebben we nog steeds plezier in het spelen van bridge (dat is toch het belangrijkste).

Danny Ahrens 
Een lastig probleem.

Na ampele overwegingen mijn onderstaande reactie. 

Ik ben vóór de stelling.

Voor slechtzienden, die daartoe zelf de wens aangeven, wordt de genoemde afwijkende arbitrage gevolgd.

Ik zou wel graag (vergelijkbaar met de Paralympics) objectief kunnen bepalen wanneer sprake is van slechtziendheid. We gaan ons anders op een hellend vlak begeven wat m.i. nooit de bedoeling kan zijn.

Deze afwijkende wijze van arbitreren geldt alléén voor de slechtziende en niet voor zijn haar partner.

  Op gevaar af als een enorme azijnpisser te worden aangemerkt wel een opmerking hierbij. We moeten wel voorkomen dat dit leidt tot wildgroei. Als iemand door gebrek aan concentratie verzaakt mag het niet zo zijn dat deze speler zich kan beroepen op de specifieke wijze van arbitreren bij slechtzienden.



Ik zou deze wijze van arbitreren, als de betrokkene daar prijs op stelt, willen zien als een rechtzetting voor de achterstand van de slechtziende bij het bridgen. Ik wil daarbij overigens niet veronachtzamen dat de visueel gehandicapte wellicht ook voordelen boven de ziende heeft zoals, naar ik meen,een vaak beter concentratievermogen.

Cas Schreuder
Ik ben in principe tegen het hanteren van verschillende regels voor verschillende spelers. Als slechtziende spelers gemiddeld meer verzaken dan niet-slechtziende spelers, kan dat twee oorzaken hebben. Óf slechtziende spelers spelen gemiddeld slechter dan niet-slechtziende spelers, óf het gebruikte materiaal is niet voldoende aangepast voor het gebruik door slechtziende spelers. Ik ga ervan uit dat het de tweede reden is, die de oorzaak is van veel verzakingen. Dus stel ik voor: verbeter het gebruikte materiaal.

Lejo Groenendijk


Voor slechtzienden zijn speciale kaarten beschikbaar. Daarmee wordt hun euvel verholpen. Dan is er dus ook geen reden slechtzienden anders te behandelen.

Tally Booij
De NBB is een erkende sportbond, die is aangesloten bij NOC-NSF. Voor wedstrijden die binnen de bond plaatsvinden, zijn regels opgesteld die internationale geldigheid hebben. Daarin is niets opgenomen over spelers met een (visuele) handicap. M.i. is het dus niet mogelijk daar zelf iets voor te gaan bedenken, nog afgezien van het feit dat het eigenlijk beledigend voor de slechtzienden is om ze om die reden als "zielig" in een bevoorrechte positie te plaatsen. Een heel ander geval is bijvoorbeeld het aan dezelfde tafel laten zitten van iemand in een rolstoel. Een dergelijke tegemoetkoming tast het spel niet aan en is dus vanzelfsprekend.

Wieb Brouwer 


Ik neem aan dat de mensen waar het om gaat niet in een hoge lijn spelen.

Wat ook erg belangrijk is naar mijn mening?

Hebben de tegenspelers er moeite mee, dat er af en toe problemen zijn veroorzaakt door de handicap?

Wat zou het alternatief zijn?

Ik denk dat het alternatief zal zijn dat deze mensen met hun handicap moeten bedanken voor de club.

Willen we dat deze mensen aandoen.

Ik zou zeggen zolang de tegenspelers willen meewerken laat de mensen dan gewoon lid blijven.

Maar vraag dan ook of zij daarvoor niet meer om arbitrage vragen, want een arbiter moet de spelregels toepassen.

Ab Biesenbeek
It is all in the game. Meedoen betekent ook je houden aan de spelregels,
je weet zelf dat er "risico's" aan verbonden zijn. Geen uitzonderingen dus.
Maurice Peereboom

In de nieuwe spelregels staat dat partner mag vragen of partner geen ....meer heeft.

Lost dat de zaak al niet grotendeels op?

Twee soorten regels is het begin van het einde.

Wat vind je van een speler die regelmatig een kaart uit zijn hand laat vallen, wordt dat geen strafkaart als tegenspeler?
Ik ben voorstander om een visueel gehandicapte als een gewone speler te behandelen. Hij kan echter wel bij voorbaat geholpen worden.

Zet de visueel gehandicapte als Zuid.

In België blijven N/Z steeds zitten. Men weet ook van welke tafel de kaarten komen. Aan die Zuid-speler wordt gevraagd de kaarten mooi in volgorde te steken en bovendien afwisselend zwart/rood. Zo wordt een eerste probleem overwonnen. 

Bij het bieden worden alle biedingen door de partner van de gehandicapte genoemd. Wordt Zuid leider dan noemt (partner) dummy de 13 gelegde kaarten en bij het spelen noemt de partner van de visueel gehandicapte steeds de gespeelde kaarten. Dit geeft zéér goede resultaten.

Tenslotte kan de gehandicapte te allen tijde vragen welke kaart in die slag gespeeld is.

De visueel gehandicapte wenst geen 'voorkeursbehandeling'. Vergist hij zich als tegenspeler dan wordt dat een onvoldongen of voldongen verzaking. Vergist hij zich als leider dan volgt ook de correcte rechtzetting.

Raymond Blomme
Moeilijke beslissing...maar, wanneer ik visueel gehandicapt zou zijn, zou ik daar absoluut geen club mee opzadelen!

Wanneer een arts het beter vindt dat ik niet meer tennis, hockey of golf, dan doe ik dat toch ook niet meer?

Welaan als die drie slechtzienden nu eens met elkaar + 1 gaan bridgen in de huiskamer dat kan toch ook prima?

Er zijn speciale boekjes te koop met huiskamerspellen waarmee men ook een goede spelvergelijking kan maken.

Bovendien zijn er nog meer variëteiten om in de huiskamer te spelen waarin toch een goed competitief element zit.

Met ook nog een vergrootglas erbij kunnen ze prima de edele bridgesport beoefenen.

Ans van Erp
Allereerst complimenten voor de club die met kaarten voor slechtziende speelt om ook mensen met een visuele handicap zo lang mogelijk te laten genieten van het bridgespel.

Nu een reactie op de vraag wanneer en zo ja in welke gevallen je theoretisch zou mogen afwijken van de spelregels en is er dan een kapstok voor te vinden.

In geval van een verzaking zijn de spelregels heel duidelijk, daar is geen misverstand over mogelijk. Hier is echter iets geheel anders aan de hand en ja, er zijn m.i. mogelijkheden, tenminste als je artikel 74 A1 en 2 benut. Als de regels hier klakkeloos worden toegepast zal dat het speelplezier van 4 mensen negatief beïnvloeden. Globaal genomen zal niemand het op prijs stellen een top te behalen ten koste van een tegenspeler als dat niets maar dan ook niets met het bridgespel en de aandacht voor het spel te maken heeft. Als arbiter zou ik zeggen: “uiteraard zorg ik ervoor dat de tegenspelers geen nadeel hebben door de verzaking, maar om het genoegen van het spel niet te verstoren volsta ik met ......

Hélène Alfrink



Ik ben voorstander van het herstellen van de verzaking indien mogelijk. Wel dient er gewaakt te worden voor O.I. waardoor de verzakende partij voordeel zou kunnen halen. In de praktijk zal het dan vaak gebeuren dat er een vervangende uitslag vastgesteld moet worden. Als dat niet mogelijk kun je het spel als niet gespeeld invoeren, waardoor de betreffende paren het gemiddelde krijgen van hun gespeelde spellen.  

Kees de Lange

Ik ben voorstander van de stelling.

Gehandicapten moeten zoveel mogelijk deel kunnen blijven nemen aan het maatschappelijk leven. Bridge kan voor hen daar een belangrijk onderdeel van zijn. Een bridgeclub moet daarvoor ook ruimte bieden.

Als de handicap tot verhoudingsgewijze meer overtredingen van de spelregels leidt is het aan de arbiter maar ook aan de medespelers om daar op gepaste wijze mee om te gaan. Ik kan me niet voorstellen dat niet gehandicapte spelers daar problemen mee zouden hebben. Nagenoeg iedereen speelt toch voor zijn en andermans plezier.

De meest voor de hand liggende handelwijze is zo mogelijk herstellen van de verzaking en daarna gewoon doorspelen. Als dat niet meer kan, dan een reconstructie zonder verzaking toepassen op basis van de meest logische speelwijze.

In deze gevallen zou partner of tegenspelers bij vermoeden van een mogelijke ongewilde verzaking wellicht iets vaker (vriendelijk) kunnen vragen of bij niet bekennen de gehandicapte speler niet meer in de betreffende kleur kan bijspelen om verzakingen te voorkomen.

Thijs Groot

Tegen!
We zijn terug bij een oude discussie: een bridgearbiter bestraft niet, maar probeert een ontstane situatie zo goed mogelijk te corrigeren!
Ik ben wedstrijdleider op een clubje waar de meeste bridgers 80-95 jaar oud zijn. Ook hier wordt wat vaker verzaakt omdat de spelers wel eens wat minder alert zijn
(vermoeidheid, gezondheidsproblemen enz.). Verzakingen worden gewoon vriendelijk gecorrigeerd.
Met vriendelijke groet,
Elly Elgersma

Niet gaan zeuren over spelregels.

Naast het verzaken zullen er ook wel andere dingen fout gaan .

De slechtziende speler baalt er zelf al vermoedelijk van.

Zij zitten niet op medelijden of voortrekken te wachten.

Het lijkt mij beter om een oplossing te zoeken voor de speelkaarten.

Is er niet iets mogelijk op gebied van braille of iets dergelijks.

Geef ze een eerlijke kans zodat verzaken ook echt verzaken is.

Jan Petter


zojuist heb ik het boek van john grisham: the appeal uitgelezen. in het kort: er is een schadevergoedingszaak die wordt toegekend voor 41 miljoen. tegenpartij gaat in beroep. de slechterikken kopen voor 4,5 miljoen een rechter en die krijgt de beroepszaak. wat doet hij: toekennen of verwerpen?

hij is gekocht om te verwerpen en hij heeft dat braaf bij voorgaande zaken gedaan. vlak voor zijn beslissing in deze schadezaak krijgt zijn zoontje onherstelbaar letsel toegediend. nu kijkt hij ineens heel anders naar al die zaken.

jouw vraag doet me aan dit boek denken. want je zou kunnen reageren met: als je meedoet moet je je aan de regels aanpassen. totdat je zelf problemen krijgt .... dan beoordeel je het toch anders. het lijkt mij fantastisch om, als je niet meer goed kan zien je club het zo voor je maakt dat je toch kan blijven meedoen. misschien kan aan de tafel van een visueel gehandicapte af en toe gevraagd worden: heb je geen schoppen? waardoor het verzaken misschien wordt teruggebracht. en als er dan toch wordt verzaakt .......

het lijkt me dat de regels moeten worden gehanteerd. en ik begrijp dat de wedstrijdleiding dat rot vindt. maar ik denk dat de reactie van de visueel gehandicapte, als je het aan hemzelf voorlegt, zal zijn: pas de regels toe, ik ben blij dat ik meedoe en dat ik erbij hoor.

veel groeten,

nel leenards
U gebruikt nog het woord bestraffen en dat is in het nieuwe spelregelboekje gelukkig verdwenen.

Herstellen en niet het belonen van de tegenpartij moet het uitgangspunt zijn.

Als ik sommigen hoor roepen ‘ARBITRAGE!’ dan proef ik dat als: ha, al weer een extra slag.

Het woord strafslag gaat er nooit uit, jammer!

P.S. Een ander thema: Mensen roepen vaak heel hard ARBITRAGE en dat is hinderlijk voor anderen. Het is beter naar de arbiter te stappen, daardoor wordt niemand gestoord.

A. Vultink


Natuurlijk, alleen overdragen als die slagen zonder verzaking niet waren gewonnen.

Als de slechtziende de handicap mag overdragen aan de arbiter, dan mag de arbiter de slagen natuurlijk overdragen.

Het gaat toch om de voortgang van het spel en de motivatie van de spelers.

Martien Hesseling
Wat een kluif deze stelling!
Ik ben het niet eens met de stelling. Want maak je een onderscheid voor slechtzienden, dan is het eind zoek. Dan zijn er namelijk legio andere groepen aan te duiden waarvoor dit ook zou op kunnen gaan, bijv. de beginnende bridgers (wanneer ben je nog een rookie en wanneer niet ... zie je de discussie al komen?)

(Rob: rookie: wordt in de sport gebruik voor een jongere deelnemer of nieuwkomer.)
Maar ik heb wel een oplossing: laat de paren waarvan minstens 1 speler een visuele handicap heeft in een aparte ruimte bridgen, zodat tijdens het afspelen  vóórdat een slag waarin iemand niet bekent dicht gelegd wordt; alle 4 de kaarten met naam en toenaam genoemd moeten worden door de speler die vervolgde afsluitend met de vraag aan degene die niet bekende of hij/zij nog een keertje goed zijn hand wil bekijken.
Karin Poppelaars
Je weet je mensen wel te prikkelen.

Keihard nee als deze mensen op topniveau menen te kunnen spelen.

Nee als deze mensen op een club van enig niveau in de A-lijn spelen.

Bij uitzondering als je een zeer bekwame arbiter op je club hebt die kan beoordelen of er niet teveel ongeoorloofde informatie over tafel is gegaan, dus opgemerkt na de volgende slag.

Ja als je een zeer bekwame arbiter hebt die kan beoordelen wat het gegarandeerde eindresultaat is zonder verzaking.

Ja natuurlijk als je op een club speelt waar het sociale gebeuren hoger in het vaandel staat dan het spelregelboekje.

Zo, net binnen de 100 woorden.

Helaas is het geen voor- of tegen geworden.

Jaap Kerner
Tegen.

Ik vind niet dat de spelregels daarop moeten worden aangepast. Heel fanatieke spelers krijgen dan een vrijbrief om hier gebruik van te maken.

Ik vind wel dat de arbiter de vrijheid dient te krijgen om afhankelijk van de situatie, de verzaking anders te behandelen. Hoe dit dan gedaan wordt dient binnen de club besproken te worden zodat iedereen daarvan op de hoogte is en er later geen gezeur over komt. Hetzelfde vind ik ook gelden voor kaarten die van een plankje vallen. Ook hier zouden afwijkende regels kunnen worden toegepast, zodat iets niet meteen een grote strafkaart wordt.

Rita Anthonijsz


Gegeven:
Ik persoonlijk zou ze ook geen 2 strafslagen er voor geven.
Stelling:
Dat is de x zijde van de medaille, ik denk dat WEDSTRIJDLEIDERS en ARBITERS zich zo veel mogelijk moeten houden aan hun wedstrijdregels .
Die ze opgelegd hebben gekregen of die in de statuten van de club zijn opgenomen, ik merk bij onze club dat die soms duidelijk afwijken dan de NBB regels.
Karin van Casteren-Sabel

Voor herstellen , MAAR… voorkomen is beter dan herstellen. Sta toe (verplicht eventueel) dat de dummy (zonder zich verder met het spel te bemoeien) mee kijkt met de slechtziende. Partner en leider kunnen ook nog helpen door te vragen als de meekijkende dummy in slaap is gevallen.

Marika Romeijn-Kam.



TEGEN


Iedere sport heeft spelregels, die zeker in wedstrijdverband moeten worden nageleefd. Helaas, voor sporters met diverse soorten handicap kun je daarop niet allerlei uitzonderingen gaan maken. Dit geldt ook voor wedstrijdbridge. Maar er is een grote troost: recreatief bridgen is ook ontzettend leuk!

Ad van Gemert
VOOR

Als je slechtzienden in de gelegenheid stelt om aan het clubbridge mee te doen zal je (ook al gebruik je speciale kaarten) rekening moeten houden met de handicap die zij hebben. Spelregels zijn natuurlijk bedoeld voor normaal ziende mensen en zal je dus zelf dit soort criteria moeten stellen. Dat houdt voor mij in zoveel mogelijk de schade herstellen en alleen bij twijfel de standaardregel van 1 of  2 slagen volgens de spelregels. Tegenspelers krijgen daardoor ook niet vaker voordeel omdat zij meer dan anderen tegen slechtzienden spelen. Dit dan gezien t.o.v. de spelers van dezelfde lijn waar zij mee vergeleken worden.

Peter Veldhuis
Men komt de slechtzienden al tegemoet door met kaarten met extra grote symbolen te spelen.

Nu ze er bewust voor kiezen om op een echte club te spelen, moeten ze ook de gevolgen van de spelregels dragen.

Dat is met andere sporten ook het geval:

OF de (hier: oog)gehandicapte speelt in zijn eigen, aangepaste, competitie,

OF hij accepteert de consequenties van zijn handicap! Geen, om die reden, 20 meter voorsprong geven!

Paul Bosch van Drakestein



Beste Rob,

 

Ik begrijp niet goed wat je met deze vraag wil bereiken. Wil je de net vastgestelde spelregels weer aanpassen op het onderdeel verzaken? Lijkt me niet een gelukkig moment nu we spelers en arbiters willen “bijscholen” over de veranderingen. Maakt de zaak alleen maar troebeler.



 

Daarom hierbij mijn ongezouten kritiek.

 

Tegen:


Het is wel leuk dat de arbiters het vervelend vinden om een verzaking (die voortkomen uit een visuele handicap) te behandelen volgens de spelregels, maar dat mag geen criterium zijn.

Belangrijker is wat de visueel gehandicapte, hun partners en de tegenstanders er van vinden? Willen zij in competitie bridgen op hun eigen (zo sterk mogelijke) niveau met de daarvoor gelden spelregels, of is het meer een gezellig samenzijn waar gekaart wordt? Als dat laatste het geval is, is dat prima maar neem dan in het clubreglement op dat je niet speelt volgens de regels van de NBB.

 

Verder is het een verkeerde weg, om voor speciale groepen afwijkende regels te gaan maken. Je komt dan in een oeverloze discussie van welke aanpassing voor welke groep.



En wie bepaalt of mate van b.v. de visuele (of andere) handicap, voldoende is voor de aanpassing? (de arbiter of komt de bridger met een briefje van de dokter J?)

Wanneer geldt de aangepaste spelregel wel en wanneer niet? Als ik mijn leesbril vergeet heb ik dan ook recht op een andere arbitrage?

Verder is bij bridge de kansberekening een belangrijk gegeven. Zo zal een ieder wel eens verzaken (ook zonder visuele handicap) Gaan we de verzaking van de visueel gehandicapte dan ook corrigeren naar het statisch “normale”?

 

Ik denk dat ik dan maar stop als arbiter, want hier kan ik geen chocolade van maken.



 

Met vriendelijke groet,

 

Kees van Holsteijn




Het is mij onduidelijk of de verlichting op de tafels nog verbeterd kan worden.

De kaarten zijn al wel aangepast.

Dan houdt het op, je kunt slechtzienden niet anders gaan behandelen dan de spelers die geen visuele handicap hebben.

Als die ruiten twee verwisselen met harten 2  volgt er ook een voldongen verzaking.

Theo Tonissen
Ik ben het eens met de stelling.

Frieda Maagdenberg


Rob, hieronder staan de spelregels voor het schaken met blinden en visueel gehandicapte spelers.

De intentie is duidelijk. Waar het alleszins redelijk is ‘minder streng’ te zijn (bijvoorbeeld van de regel aanraken is zetten wordt afgeweken), is de hoofdregel aangepast.

Maar je kent dit reglement vast al J

Ruud
Rob: neen, die kende ik niet.


F. Regels voor het schaken met blinden en visueel gehandicapte spelers

F1. Arbiters hebben de bevoegdheid om de volgende regels aan te passen overeenkomstig de plaatselijke omstandigheden. Bij wedstrijdschaak tussen ziende en visueel gehandicapte spelers (juridisch blind) mag iedere speler om het gebruik van twee schaakborden verzoeken, de ziende speler gebruikt dan een normaal schaakbord, de visueel gehandicapte speler een speciaal geconstrueerd bord. Het speciaal geconstrueerde schaakbord dient aan de volgende eisen te voldoen:

a) tenminste 20 bij 20 centimeter;

b) de zwarte velden iets verhoogd;

c) een opening in ieder veld;

d) ieder stuk voorzien van een pen die in de opening past;

e) stukken van het Staunton model, waarbij de zwarte stukken van een speciaal merkteken zijn voorzien.

F2. Er wordt gespeeld onder de volgende regels:

1. De zetten worden duidelijk aangekondigd, door de tegenstander herhaald en op zijn bord uitgevoerd. Om de aankondiging zo duidelijk mogelijk te maken wordt het gebruik van de volgende namen in plaats van de corresponderende letters aanbevolen.

Voor de lijnen :

A - Anna

B - Bella

C - Cesar

D - David

E - Eva

F - Felix

G - Gustav

H - Hector

De rijen van wit naar zwart krijgen de Duitse getallen:

1 - eins

2 - zwei

3 - drei

4 - vier

5 - fünf

6 - sechs

7 - sieben

8 - acht

Rokeren wordt aangekondigd als “Lange Rochade”of “Kurze Rochade”.

De stukken dragen de namen: König, Dame, Turm, Läufer, Springer en Bauer.

2. Op het schaakbord van de visueel gehandicapte speler wordt een stuk als “aangeraakt” beschouwd als het uit de opening is genomen.


3. Een zet wordt als gedaan beschouwd wanneer:

a. ingeval van slaan, het geslagen stuk verwijderd is van het schaakbord van de aan zet zijnde speler;

b. een stuk in een andere opening is geplaatst;

c. de zet is aangekondigd.

Pas dan mag de klok van de tegenstander in gang worden gezet.

Voorzover het de punten 2 en 3 betreft, zijn de normale regels van kracht voor de ziende speler.

4. Een speciaal voor visueel gehandicapten geconstrueerde schaakklok is toegestaan. Deze moet voldoen aan de volgende kenmerken:

a. Een wijzerplaat met verstevigde wijzers, waar iedere vijf minuten zijn gemarkeerd met een stip, en iedere 15 minuten met twee verhoogde stippen.

b. Een vlag die gemakkelijk kan worden gevoeld. Er dient voor te worden gezorgd dat de vlag zo geconstrueerd is dat de speler de minutenwijzer kan voelen gedurende de laatste vijf minuten van het hele uur.

5. De visueel gehandicapte speler dient de notatie van de partij bij te houden in braille of gewoon schrift, of de zetten vast te leggen op een bandrecorder.

6. Een verspreking bij het aankondigen van een zet moet onmiddellijk worden gecorrigeerd voordat de klok van de tegenstander in gang wordt gezet.

7. Als er gedurende een partij twee verschillende stellingen ontstaan op de twee schaakborden, moet dit worden gecorrigeerd met hulp van een arbiter en door het raadplegen van de partijnotaties van beide spelers. Als de twee partijnotaties overeenkomen, moet de speler die de juiste zet heeft opgeschreven maar de verkeerde heeft gedaan, zijn stelling corrigeren met de zet van de partijnotaties.

8. Wanneer dergelijke verschillen voorkomen en de twee partijnotaties blijken te verschillen, worden de zetten teruggenomen tot op het punt waar de twee notaties overeenkomen en een arbiter zal de klok dienovereenkomstig bijstellen.

9. De visueel gehandicapte speler heeft het recht om gebruik te maken van een assistent die een of meer van de volgende taken heeft:

a. Het doen van de zetten van beide spelers op het schaakbord van de tegenstander.

b. Het aankondigen van de zetten van beide spelers.

c. Het bijhouden van de notatie van de visueel gehandicapte speler en de klok van zijn tegenstander in gang zetten. (Rekening houdend met regel 3.c).

d. Het slechts op diens verzoek informeren van de visueel gehandicapte speler over het aantal gedane zetten en de tijd die door beide spelers is verbruikt.

e. Het opeisen van de partij in gevallen waarin de tijdslimiet is overschreden en het informeren van een arbiter wanneer de ziende speler een van zijn stukken heeft aangeraakt.

f. Het verrichten van de nodige formaliteiten wanneer de partij wordt afgebroken. Wanneer de visueel gehandicapte speler geen gebruik maakt van een assistent, mag de ziende speler gebruik maken van een assistent voor het uitvoeren van de taken vermeld onder punt 9.a en 9.b




Epiloog

Zelfs Johan Cruijff zelf, zal zich niet hebben gerealiseerd hoe waar zijn stelling is bij het voor de eerste keer uitspreken daarvan: ‘Elk nadeel heb z’n voordeel’. Dat blijkt ook uit de hoge moeilijkheidsgraad die verschillende schrijvers noemden. Kiezen kan alleen moeilijk zijn als aan beide keuzes nadelen kleven. Hoe groter de nadelen, des te lastiger is het om te kiezen. Hoe meer je geniet van je bridgemiddag of –avond, des te moeilijker het is om mensen uit te sluiten die met de gebruikelijke middelen en regels niet meer uit de voeten kunnen.


Niemand zal tegen het spelen zijn met aangepaste speelkaarten. Voordat je het weet, zul je daaraan zijn gewend. Ook zal geen speler er een probleem mee hebben om te zeggen welk biedkaartje hij neerlegt, of welke kaart hij (bij)speelt. Tot zover zitten we allemaal op dezelfde lijn.
Ook met extra grote cijfers, letters en kaartsymbolen, zullen spelers zonder visuele handicap een veel helderder en completer beeld hebben. En dat je daarmee een grote voorsprong houdt op de spelers die het vooral moeten hebben van grijze silhouetten en wat tijdens het bieden en spelen is gezegd.

Ga alleen maar na hoe vaak je zelf tijdens het biedverloop de verschillende biedingen, en tijdens het spelen de hand van dummy bestudeert.


Aangepaste kaarten verbetert beslist het beeld. Desalniettemin blijft het mee kunnen bridgen voor de meeste slechtzienden een gevecht tegen de grens van het onmogelijke. Een harde grens, want zodra ze dat gevecht verliezen, verliezen ze niet alleen het competitiebridge, maar vooral hun vaste clubgenoten.
De stelling betekent concreet: geen automatische toekenning van één of twee strafslagen louter vanwege een voldongen verzaking. Als een slechtziende tegenspeler verzaakt, dus geen 3SA+1 voor de leider, als die zonder deze verzaking nooit meer had kunnen maken dan 3SA C.
Deze stelling, verandert niets aan de strekking van artikel 64C. Als de arbiter van oordeel is dat de niet-overtredende partij onvoldoende schadeloos wordt gesteld, moet hij een arbitrale score toekennen. En die arbitrale score zal dan het resultaat worden dat waarschijnlijk was behaald zonder verzaking.
Ik ben daar vóór. Niet omdat ik denk dat slechtzienden dat graag willen (uit die hoek krijg ik eerder signalen van het tegenovergestelde), maar alleen omdat ikzelf geen enkel voordeel wil hebben.
Het mooie van deze stelling vind ik, dat deze opheffing van standaardstraf geldt voor álle spelers in die lijn. Dus geen enkel onderscheid tussen goed- en slechtzienden!
Rob Stravers




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina