Gegevens over: Torschenslat, De Hommele, Het Brinke, Drummelshutte



Dovnload 68.06 Kb.
Datum23.07.2016
Grootte68.06 Kb.
Gegevens over: Torschenslat, De Hommele, Het Brinke, Drummelshutte

 

Torschenslat en Harmen Janshut, geschiedenis



Torschenslat en Harmen Janshut hebben als gemeenschappelijke factor Harmen Jan Wormskamp, die  in 1795  op Torschenslat geboren is  en de Harmen Janshut, het latere Wormskamp ( Eibergseweg), gebouwd heeft.

Torschenslat

Op 1 oktober 1816 wordt aangifte gedaan van het overlijden van Berend Hendrik Wormskamp, XE "Wormskamp Berend Hendrik.....akte 114"  oud 64 jaren, “geboren en gewoond hebbende op Torschenslat in Meddo, Eheman van Janna Klein Poelhuis, z.v. wijlen Willem Wormskamp en wijlen Maria Besselink” (ook Maria Boeijink, Maria Wesselink).

De aangifte wordt gedaan door  Jacob Kleppers. 60 jaar, op Kleppers en  Jan te Kortschot, 47 jaar, op Weijenboom.

Berend Hendrik is  op 6 april 1755 gedoopt en  een zoon van de op 30 september 1747 gehuwde Jan Willem Wormeskamp,” jm sv Derk W – Meddeho, en   Maria Boijink jd v Harmen Boijink - kerspel Vrede”. Zijn ouders moeten dus al op Torschenslat gewoond hebben.

Bij de  “Weerbare manspersonen boven de agtien en onder de vijvtig jaren ouderdoms.” ( 1784) wordt Berend Hendrik genoemd als “Berend Hendrik Wormskampshuisken”. (zie *1.)

Voor zijn huwelijk  met Janna Klein Poelhuis  (dochter van  Goslijk  Klein Poelhuijs en Geertjen Sikkink en weduwe van Jan Hendrik Oosterhold) op 22 mei 1799 was Berend Hendrik getrouwd  met Henners te Stroete,  dochter van Harmen te Stroete in  Meddo,  op 18 september  1785.

Uit het eerste huwelijk wordt op 16 december 1795 zoon Hermannus Joannes  katholiek gedoopt.

 Janna Klein Poelhuis , “weduwe van Berend Hendrik Wormskamp,   gewoond hebbende op Torschenslat in Meddo”, overlijdt op 22 september 1818 in Winterswijk (dorp). Als leeftijd wordt 70 opgegeven.

Drie jaar eerder doen Jacob Kleppers, 60 jaar, op Kleppers,  en  Steven Jan te Colstee, 36 jaar,  op Weijenboom,  aangifte van het overlijden op 12 april 1815 van  “Maria Oosterhold, XE "Oosterhold Mariua.....akte 59"   oud 23 jaren. zonder beroep,  geboren en gewoond hebbende aan het Torschenslat in de Buurschap Meddo, DV wijlen Jan Hendrik Oosterhold, in leven Landbouwer  gewoond hebbende in de Gemeeente Ligtenvoorde en van desselfs  weduwe Janna Klein Sikkink, in deze Gemeente woonachtig”.

In 1820 is Torschenslat  Meddo    D 115 en in het boek van de Burgerbevolking staat aangetekend dat Torschenslat is afgebrand.

N.B.


Een van de laatste bewoner van Torschenslat  zou de dertigjarige Gerrit Hendrik Wormskamp kunnen zijn,  die op 8 oktober 1819 met Jan Seevink (Schoppers) aangifte doet van het overlijden van Jan Hendrik Wormskamp op Wormskamp.

Dit zal dezelfde Gerrit Hendrik Wormskamp zijn als degene die  op  5 augustus 1866 overleden is op D 69, in de ouderdom van 75 jaar, zoon van  wijlen Berend Hendrik Wormskamp en Hinders te Stroete.(In de periode 1837-1851 is (een) Gerrit Hendrik Wormskamp inwonend op de Hommele.) XE "Borgerink"

*1.Het zou mogelijk kunnen zijn dat Torschenslat een andere / nieuwere naam voor Wormskamphuisje is.

                                                          

Harmen Janshut / Wormskamp

Harmen Jan Wormskamp. 23 jaar, Boerenknegt,z.v. wijlen Berend Hendrik Wormskamp XE "Wormskamp"  en wijlen Henders te Stroete(zie boven), trouwt op  XE "Stroete te"  11-11-1818  met  Joanna Gelink. 29 jaar. dienstmeid, geboren  te Eibergen en wonende in deze Gemeente, DV Jan Derk Gelink XE "Gelink" , landbouwer, wonende in de Gemeente Eibergen en  wijlen Berendina Borgerink.

Nog diezelfde maand wordt Berendina Engelina geboren: “   Harmen Jan XE "Wormskamp"Wormskamp. 23 jaar. Boerenknegt,         wonende aan Gesink in Meddo  heeft verklaard dat  Janna XE "Gesink"Gesink zijne huisvrouw   mede wonende aan Gesink voornoemd   is bevallen van een vrouwelijk kind ”  (Janna Gesink zal een verschrijving zijn, de enige Wormskamp getrouwd met een Geesink in die tijd was Berend Wormskamp met Berendina Geesink)

In 1821 woont het echtpaar op  het Panovenshuisje in Meddo, waar  hun zoon xe "Gellink" Jan Hendrik  wordt geboren, die daar echter op 28-06-1821 al weer overlijdt.

19 maart 1823 wordt er  weer een Jan Hendrik geboren en  op 12 september  1830 nog  een zoon Johannes Hendrikus (beiden  op Panovenhuisje), deze laatste zoon sterft 1 februari 1857 op 26 jarige leeftijd op  D 65.(Harmen Jans Hut)

Op 19 juni 1838 wordt  dochter  Johanna Maria geboren op No 65 in Meddo.(Harmen Jans Hut) .

Op 2 juni 1866 verkopen Harmen Jan Wormskamp en Johanna Geelink aan hun inwonende zoon Jan Hendrik “ Eene hut, genaamd de Harmen Janshut met nieuw ontgonnen grond,gelegen in het Masterveld in Meddo, sectie A nrs.3830 huis en erf (2 roeden 40 ellen) en 3831 bouwland (97 roeden 30 ellen).

2.De gehele inboedel, vee, bouwgereedschap, voortvaring der bouwerij.

De koopsom bedraagt ƒ 400.=, waarvan ƒ 150.= wordt voldaan. Voorts wordt overeengekomen:

a.Koper neemt de schulden voor zijn rekening, begroot op honderd gulden.

b.Koper zal de rest van de koopsom niet voldoen, maar daarvoor levenslang de verkopers van al het nodige voorzien, in ziekte liefderijk verplegen en na dood hen volgens hunnen stand ter aarde doen bestellen.

 

12 januari 1867 verkoopt Harmen Jan Wormskamp, landbouwer in Meddo,  aan Berend



Willem Knuivers, timmerman in Meddo, de volgende percelen in Meddo, sectie A nrs.1612, 1613, 4775, 4776, 4784, 4602, samen groot 58 roeden 30 ellen, voor 200 gulden. Er zijn geen titels van aankomst bekend.

 

Harmen Jan Wormskamp overlijdt op 2 januari 1868 en Johanna Geelink op  8 november 1878. Voor beiden wordt als overlijdensadres opgegeven D67.



Zoon Jan Hendrik is dan al getrouwd met Johanna Geertrui Sieverinck, 30 jaar, zonder beroep, geboren  en wonende te Groenlo ( huwelijk op 10-02-1854.)

0740 Inv.nr.5006, akte nr.1717 d.d. 18721226

Jan Hendrik Wormskamp, landbouwer op de Harmenjanshut in Meddo,geeft zijn testament op:

"De erflater verklaarde alle uiterste wilsbeschikkingen, die hij vroeger mocht hebben gemaakt te herroepen. Voorts tot zijne eenige erfgenaam te benoemen zijne bij hem inwonende huisvrouw Johanna Geertruida Sieverink."

 

0741 Inv.nr.5006, akte nr.1718 d.d. 18721226



Testament van Johanna Geertruida Sieverink, huisvrouw van Jan

Hendrik Wormskamp, landbouwster op de Harmenjanshut in Meddo.

N.B. Dit testament blijkt niet meer aanwezig te zijn.

 

Johanna Geertruida Sieverinck is  04 april  1873 overleden in het huis No 67 in Meddo . Buren van Illeberg en Tjeenk doen aangifte.



Weduwnaar Jan Hendrik trouwt vier maanden later (12-08-1873)   met Anna Maria Tolkamp en herziet zijn testament op 11 augustus 1893:

Johannes Hendrikus Wormskamp, landbouwer op Wormskamp in Meddo, geeft zijn testament op:

"Ik herroep bij deze alle vroeger door mij gemaakte uiterste wilsbeschikkingen. Thans benoem ik tot eenige erfgenaam van alles wat ik bij den dood zal nalaten, mijne echtgenoote Anna Maria Tolkamp, en voor het geval zij vóór mij mocht komen te overlijden, alsdan mijnen bij mij inwonenden neef Johannes Hendrikus Wormskamp."

N.B. Overleden in maart 1894.

 

1074 Inv.nr.5036, akte nr.450 d.d. 18930811



Anna Maria Tolkamp, echtgenote van Johannes Hendrikus Wormskamp senior, landbouwster op Wormskamp in Meddo, geeft haar testament op:

"Ik herroep bij deze alle vroeger door mij gemaakte uiterste wilsbeschikkingen. Thans benoem ik tot eenigen erfgenaam van alles wat ik bij den dood zal nalaten, mijnen echtgenoot Johannes Hendrikus Wormskamp, en voor het geval hij vóór mij mocht komen te overlijden, alsdan mijnen bij mij inwonenden neef Johannes Hendrikus Wormskamp."

 

Jan Hendrik  overlijdt  02-03-1894 in het huis No 135 (Wormskamp) in Meddo .  Johannes Bernardus Esselink, 48 jaar, landbouwer op Groot Esselink en  Jan Albert Uwland, 57 jaar, landbouwer op Tjeenk, doen aangifte.



Anna Maria Tolkamp overlijdt op 4 maart 1918.

 

de Hommele  geschiedenis



Op 12 september 1762 wordt Janna Beerndina, dochter van Hendrik Jan Boeijink en Jenneken te Kolste geboren.

Zij trouwt op 2 oktober 1791 in Winterswijk met Hendrik Holters,  zoon van wijlen Jan Hendrik Holters in Rekken.

Hun eerste kind, dochter Hanna Willemina, wordt op 13 juli 1792 geboren en zij treedt op 18 jarige leeftijd  op 23 december 1810 in het huwelijk met  Jan Aalbert Lemnes, zoon van  wijlen Wander Lemnes in Meddo.

Enkele maanden eerder , op 11 juni 1810, wordt er in het begraafboek van de Nederduits Gereformeerde Kerk in Winterswijk melding gemaakt  van het overlijden van “ Hendrik Boejink, 70 jaar oud, op de Homele in Meddo van de Gererormeerde  Diaconie gealimenteerd, gehuwd geweest en twee meerjarige kinderen nalatend”.

Dit is zeer waarschijnlijk de vader van Janna Berendina, die op 10 juli 1757 getrouwd is met met Jenneken te Colste (overleden op  03-11-1812 op het Brinke , waar haar zoon Jacobus (Cobus) Boeijink  woonde).

Een volgende melding van de Hommele is te vinden in een acte van 8 mei 1811, waarin  Hendrik Heulters, bouwman in Meddo, voor 300 gulden het bouwplaatsje Meddo No 114 verkoopt  aan Jan Aalbert Lemmenes en huisvrouw Hanna Willemina Heulters, bouwlieden in Meddo.

In dezelfde maand ( 25 mei 1811) vermaakt Hendrik Heulters, bouwman in Meddo,  aan zijn schoonzoon en dochter Jan Aalbert Lemmenes en Hanna Willemina Heulters,landbouwers in Meddo,   150 gulden als zij nog aan hem verschuldigd zijn, alsmede alzodane gelden als Hendrik Heulters nog bij anderen heeft uitstaan .Hij beërft hieraan zijn schoonzoon en dochter. Deze laatsten beloven Hendrik Heulters zijn leven lang behoorlijk te zullen alimenteren en verplegen, van kost, drank, klederen, huisvestinge en alle verdere noodwendigheden naar vermogen te voorzien en bij zijn overlijden voor een behoorlijke begravenis te zorgen.

 

Hendrik Hulters overlijdt op 2 februari 1812 op 75 jarige leeftijd. De aangifte wordt gedaan door  Jan Korschot op Weijenboom en  Bernardus Tiggeloven  op Simmelinkhuisjen No 116 in Meddo, waarschijnlijk is hij dus op de Hommele (No 114) overleden.



 

Ruim een week later, op 11 februari 1812 wordt  Hendrik Willem geboren, zoon van Jan Aalbert Lemmenes, 27 jaar, landbouwer, inwoonder deze Gemeente op de Hommelink in Meddeho en Hanna Willemina Hutters.

Een dochter Dora volgt op 3 november 1815 (“geboren Dora, dochter van Jan Albert Lemmenes, 31 jaar, landbouwer op de Hommele in de Buurtschap Meddo en Hanna Willemina Holters.”) en op 12 maart 1819 nog een dochter Janna Willemina. (“ dochter van Jan Albert Lemmenes, 33 jaar, landbouwer, wonende  op de Hommele in Meddo en Hanna Willemina Hutters.”)

Volgens het Bevolkingsregister wonen in de periode 1820 – 1837 eerst de volgende personen  op de Hommele,

No. D 114:

Jan Albert Lemmenes   † 1827

Hanna Willemina Holters

Hendrik Willem Lemmenes

Dora Lemmenes

Janna Willemina Lemmenes

Inwonend:    Gerrit Hendrik Wormskamp

                        Janna Berendina Boeijink, weduwe van Hendrik Hutters(Holters)

Daarna:

Jan Albert Stemerdink metHanna Willemina Holters en haar kinderen uit haar huwelijk met wijlen Jan Albert Lemmenes.



            Inwonend:    echtpaar Gerrit Jan Stemerdink met Gesina Nijenhuis en familie.

 

Op 29 december 1827 overlijdt Jan Albert  Lemmenes op 42 jarige leeftijd. Aangifte wordt gedaan door Jan Derk Rotmans (in 1823 op Stammers en in 1831 op Weijenboom)  en Hendrikus Lenderink (op Luikenhuis)



Hanna Willemina troost zich met Jan Albert Stemerdink (geboren 14 januari 1803), die bij Harmanus Oonk op Keveskamp  ingeschreven staat als inwonend klompenmaker en trouwt hem op 19 december 1828, waarna zoon Jan Albert op 23 mei 1829 op de Hommele geboren wordt. Op 2 januari 1832 wordt daar een dochter geboren, Janna Berendina , die  echter  na  twee  maanden overlijdt  op  11 maart 1832 “op de boerenplaats de Hommele in Meddo” . De aangifte wordt gedaan door Harmanus Wormskamp, landbouwer op Wormskamp, 44 jaar en  Bernardus Tiggeloven, landbouwer  op Simmelinkhuisjen No 116, 63 jaar.

Een  broer  van Jan Albert, Gerrit Jan Stemerdink (12-02-1794) gehuwd met Gesina Nijenhuis,  trekt met 4 kinderen in bij Jan Albert en Hanna Willemina op de Hommele, waar op 3 juni  1836 hun vijfde kind  Hanna Geertruid wordt geboren.

Misschien werd het te vol op de Hommele want  deze broer met familie is in de periode 1837-1851 op het adres D 147 te vinden, het “Hommelehuisjen” en in de periode 1851 – 1861 wonen Gerrit Jan Stemerdink, Gesiena en 4 kinderen  op den Drummele ( “in  ’t  veld”), No. 150. (Zie verder daar.)

(De gebroeders Stemerdink zijn zonen van Teunes Stemerdink en Janna Berendina Vardink , die  op Aarninknijhuis in het Woold woonden. Teunes komt oorspronkelijk van den Pas-Op in het Woold, waar Harmanus Oonk met familie ook vandaan kwam toen hij zich op Keveskamp vestigde. Een andere broer van Jan Albert, Gerrit Willem Stemerdink (03-11-1799), woont en werkt ook als klompenmaker bij Oonk. Deze  Gerrit Willem Stemerdink was ook al knecht bij Harmanus Oonk in het Woold op den Pas-Op, K 109, en verhuist mee naar Keveskamp.)

 

In het Bevolkingsregister periode 1837 - 1851 staan de volgende personen ingeschreven op  De Hommele  D 146



t/m 1840

Jan Albert Stemerdink

met familie

            Inwonend: Janna Berendina Boeijink,  weduwe van Hendrik Hutters (Holters)     †05-02-1837

            Gerrit Hendrik Wormskamp  (1798) gaat naar D 107 of D 109 (in 1840)

Daarna


Frederik Jan Hoenink

Dora Lemmenes

met familie

 

Op 5 februari 1837 overlijdt Janna Berendina Boeijink :  Jan Derk Rotmans, landbouwer op Weijenboom, 42 jaar, en  Jan Hendrik Tiggeloven,  landbouwer op Simmelinkhuisje, 29 jaar, “beide naburen van de hieronder genoemde overledene”, doen aangifte van” het overlijden aan de Hommele No 146 in Meddo van Janna Berendina Boeijink XE "Boeijink Janna Berendina.....akte 21" , zonder beroep,  geboren en gewoond hebbende in deze Gemeente, Weduwe van Hendrik Holters”.



Haar dochter Hanna Willemina Holters overlijdt drie jaar later op 6 februari 1840 “overleden in het huis No 146 in Meddo”.  De buren die aangifte doen zijn Jan Derk Rotmans, landbouwer op Weijenboom, 45 jaar en Hendricus Lenderink, landbouwer op Luikenhuis, 45 jaar.

Na het overlijden van zijn vrouw Hanna Willemina Holters gaat Jan Albert Stemerdink met zijn zoon Jan Albert

(23-05-1829) weer naar Oonk op Keveskamp en wordt “ 7/8e gedeelten aan het bouwplaatsje de Hommele in Meddo” op 17 augustus  1840 verkocht door  de kinderen uit het eerste huwelijk van Hanna Willemina Holters met Jan Albert Lemmenes, te weten  Hendrik Willem Lemmenes, Hendrik Jan Rauwerdink en huisvrouw Janna Willemina Lemmenes, en Teunis Luikenhuis en huisvrouw Dora Lemmenes, landbouwers in Winterswijk,  aan  Berend Willem Beijers, landbouwer in Winterswijk, voor 800 gulden. “Het verkochte is de verkopers aangekomen uit hun ouderlijke nalatenschap; de ouders van de verkopers werden eigenaar bij aankoopakte d.d. 8-5-1811 voor notaris Roelvink.”

 

Op 18 april 1843 verkoopt Berend Willem Beijers, landbouwer in Meddo, het onafgedeelde 7/8e deel aan een bouwplaatsje de Hommele in Meddo door  aan  Johannes Hendrikus Harmanus Josephus Wissing, koopman in Winterswijk. Het verkochte wordt in de acte omschreven als  “ bestaande in bouwmanswoning en huisje met de daarbij gehorende bouw-, gaarde-, gras- en wilde gronden, sectie A nrs.1614 t/m 1617, 1617bis, 1637 t/m 1639, 1647, samen groot 3 bunder 9 roeden 35 ellen, voor 800 gulden. Het onroerend goed is aangekocht bij acte voor notaris Roelvink d.d. 17-8-1840.”



 

 Jan Albert Stemerdink junior trouwt op 2 augustus 1854 met Josiena Willemina Lomans afkomstig van de Slippe (Weduwe van Jan Hendrik Maas )en  Jan Albert senior  trekt bij hen in op de Slippe. Hij zal op 14 september 1873 daar sterven.

Na het vertrek van Jan Albert Stemerdink en zijn zoon wonen vervolgens op de Hommele  Fredrik Jan Hoenink, zoon van Willem Hoenink en Janna Nijenhuis op Hoeninkhuisje  en Dora Lemmenes, dochter van Berend Willem Lemmenes XE "Lemmenes"  en Janna Berendina Schreurs XE "Schreurs"  op Dieterink. Fredrik jan en Dora zijn op 10 februari 1841 getrouwd.

 1 Maart 1842 wordt daar hun dochter Janna Willemina geboren en op 30 mei  1844 Berendina . Vervolgens op 18 november 1845  zoon Berend Willem en op 10 februari 1848 weer een dochter Johanna.

Er wordt  in 1848 nog een baby  geboren op de Hommele: op 19 mei brengt Janna Berendina Schreurs een zoon Gerrit Jan ter wereld. Vader is Gerrit Jan XE "Fonhof"Fonhof,  timmerman, zoon van Gerrit Jan Fonhof en Willemina Schreurs. Dit echtpaar woont echter in het dorp, maar misschien waren ze wel op familiebezoek in Meddo toen de geboorte zich aankondigde! Derk Schreurs op Keveskamp / Lichtmishutte is een oudoom van Janna Berendina Fonhof-Schreurs en  aan de kant van Gerrit Jan Fonhof is Dora Hoenink-Lemmenes familie.

26 Juli 1853 krijgen  Fredrik Jan XE "Hoenink"Hoenink,   wonende in Meddo No 153 en Dora XE "Lemmenes"Lemmenes  nog een zoon, Derk Willem.

Derk Willem wordt maar 3 jaar oud, hij overlijdt op 15 mei 1857. De buren Hendrikus Lenderink, 62 jaar, landbouwer op Luikenhuis en  Hendrikus Grevink, 44 jaar, landbouwer op Wormskamp, doen aangifte. Als adres wordt No 146 in Meddo genoemd.

31 Augustus 1862 wordt er weer een Derk Willem geboren op de Hommele (No 148 in Meddo). Fredrik Jan Hoenink is dan al 60 jaar, zijn vrouw Dora Lemmenes  41.( Deze Derk Willem is de grootvader van J.W. Hoenink op Weijenboom / Snieder.)

Fredrik Jan overlijdt drie jaar later op 12 mei 1865. (” overleden in het huis No 148 in Meddo “) . Dezelfde buren als bij de dood van zoontje Derk Willem 1 doen aangifte.

De weduwe Dora Lemmenes trouwt op 18 juli 1866 met Christiaan Gabriël, landbouwer, 52 jaar, zoon van  wijlen de echtelieden Jan Berend Gabriel XE "Gabriel"  en Janna Geertruid Beernink. Christiaan Gabriël is werkzaam geweest op verschillende adressen, onder ander op het Brinke.

Ruim anderhalf jaar later ( 27 februari 1868) koopt Christiaan Gabriël, landbouwer op de Hommele in Meddo, grond van Berend Willem Knuivers, timmerman, wonende in Meddo. Het betreft de volgende percelen: sectie A nrs.1612 (weiland), 1613 (bouwland), 4775 (heide), 4776 bouwland), 4784 (dennebos) en 4602 (heide), samen groot 58 roeden 30 ellen, voor 200 gulden.Verkoper heeft deze percelen verkregen bij acte van 12-1-1867 voor notaris Dericks verleden.

Christiaan en Dora maken op 11 juli 1869 een testament:

“ Christiaan Gabriel, landbouwer te Meddo, geeft zijn testament op:

"De erflater verklaarde alle vroeger door hem gemaakte testamenten te herroepen. Voorts te legateren aan zijne bij hem inwonende huisvrouw Dora Lemmenes, levenslang het vruchtgebruik zijner nalatenschap en den blooten eigendom aan de kinderen zijner genoemde vrouw, verwekt in echt met nu wijlen haren eersten man Frederik Jan Hoenink."

 

Dora Lemmenes, huisvrouw van Christiaan Gabriel, landbouwer, tezamen in Meddo wonende, geeft haar testament op:



"De erflaatster verklaarde alle vroeger door haar gemaakte testamenten te herroepen. Voorts te legateren aan haren genoemden man Christiaan Gabriel het vruchtgebruik harer nalatenschap."

 

Bij Christiaan en Dora woont de ongetrouwde zoon, Berend Willem (18 november 1845), uit Dora’s eerste huwelijk met  Fredrik Jan Hoenink . Hij  overlijdt op 19 september 1878 “ in het huis No 148 in Meddo”.



 Jan Hendrik Lenderink, 58 jaar, landbouwer ( ongetrouwde zoon van Hendrikus xe "Lenderink"Lenderink en Hendrika Tops op Luikenhuis in Meddo) en  Jan Willem Janssen, 45 jaar, landbouwer op Simmelinkhuisje doen aangifte.

In de periode 1890 – 1915 heeft de Hommele huisnummer D 162.

Als hoofdbewoner staat ingeschreven Albert Deunk (Duunk), geboren te Zelhem en op 31 mei 1867 getrouwd met Janna Willemina Hoenink, dochter van  wijlen Fredrik Jan Hoenink XE "Hoenink"   en Dora Lemmenes XE "Lemmenes" , en hun dochter Dora Hendrika Deunk, geboren op 2 december 1876 in Aalten.

 Christiaan Gabriel en Dora Lemmenes staan ook nog ingeschreven als schoonouders, maar verhuizen naar  No. 159 , Weijenboom / Snieder, waar  zoon resp.  stiefzoon Derk Willem Hoenink ( 1862 ) woont.

Daar overlijdt Dora Lemmenes op 25 maart 1893, Jan Derk Frielink op Kleppers en Johannes Bernardus Frielink  op Weijenboom doen aangifte. Op 7 januari 1901 overlijdt Christiaan Gabriël op 86 jarige leeftijd ook “ in het huis No 159 in Meddo”.

Dora Hendrika Deunk (2-12-1876) trouwt op 16 februari 1900 met Arend Jan Navis, molenaarsknecht uit Miste en zij wonen eerst op de Hommele, waar  15 juli 1900 hun dochter  Janna Willemina wordt geboren. Op 26 december 1901 volgt, op hetzelfde adres, dochter Wilhelmina Elisabeth.

Vervolgens maakt het gezin een uitstapje naar de Lichtmis, waar twee kinderen worden geboren.

Na de geboorte van de laatste op 19 juli  1906 keert het gezin weer terug naar de Hommele( waar (schoon)ouders Albert Deunk en Janna Willemina Hoenink nog wonen) om vervolgens in 1912 naar F 32b (Veldboom Huppel) te gaan.In de periode 1915 – 1920 staat het gezin daar geregistreerd.

In dezelfde tijd wonen Albert Deunk en Janna Willemina Hoenink nog op de Hommele(D 162)  . Als Janna Willemina Hoenink op 30 september 1918 daar overlijdt  vertrekt Albert Deunk naar het Woold (L 67 a). Hij overlijdt op 3 februari 1928.

Vervolgens bewonen Jan Hijink (23-01-1885,Klein Waijerdink) , op 5 maart 1920 getrouwd met  Janna Elisabeth te Kulve ( 09.07.1891  XE "Kulve te" Huppel,het Uwland) de Hommele.

Hun op 3 december 1921 geboren zoon Gerrit Jan Hijink wordt daar ingeschreven.

Zwager / broer Jan Willem te Kulve woont bij hen in als kostganger en vertrekt in 1928 als onderwijzer naar de Haitsma Mulierweg.

De familie Hijink vertrekt uiteindelijk naar Nijveld D 218.

In de periode 1921 – 1938 van het Bevolkingsregister staat Herman Wentink op de Hommele D 213 ingeschreven, met als dag van inschrijving 9 maart 1929.

Herman is op 17 december 1898 in Aalten geboren en op 4 oktober 1928 in Zelhem met Dina Johanna Lettink (geboren 28 mei 1905 in Lichtenvoorde) getrouwd. Hun dochter Mina Johanna is op 7 januari 1929 in Zelhem geboren, zoon Herman aanschouwt het levenslicht op 1 april 1930 in Winterswijk.

De familie Wentink zijn de laatste bewoners van de Hommele.

 XE "Navis"  XE "Wisselink"  XE "Deunk"  XE "Hoenink"

Kennelijk is de Hommele  na de transactie  in 1843, toen Johannes Hendrikus Harmanus Josephus Wissing het bouwplaatsje kocht van Berend Willem Beijers, in ieder geval nog een keer  verkocht, want in 1887 blijkt Gerrit Willem te Voortwis, landbouwer en grondeigenaar op Scholtenhuis in Meddo eigenaar.

Hij geeft  zijn testament op (8 april 1887) en daarin wordt onder andere “mijne rechten of de helft” in:  de bouwplaats Hommele aan zijn zoon Berend Willem te Voortwis vermaakt.

Zijn echtgenote  Janna Kruisselbrink doet hetzelfde.

Als Johanna Kruisselbrink overleden is vindt  28 mei  1904 de scheiding en deling van de gemeenschap van goederen

plaats en wordt Berend Willem te Voortwis eigenaar van de Hommele.

Deze Berend Willem te Voortwis is, na in 1874 weduwnaar te zijn geworden van Janna Aleida te Strake, in 1876 hertrouwd met Maria Elisabeth Simmelink,  dochter van Gerrit Hendrik Simmelink XE "Simmelink"  en Janna Willemina Geessink ( op Simmelink )

Een zoon uit het laatste huwelijk,Gerrit Hendrik (13-11-1882) trouwt  in 1911 XE "Voortwis te"  XE "Simmelink"  met  Johanna Christina Hesselink, dochter van Jan Derk Hesselink XE "Hesselink Jan Derk (vader in de aktes 38 en 39)"   en Janna Willemina Beijers XE "Beijers Janna Willemina (moeder in de aktes 38 wen 39)"  op Harmelink in Meddo. Ze gaan wonen op Harmelink maar 12 mei  1913 overlijdt Johanna Christina. Gerrit Hendrik hertrouwt in 1916 met  Willemina Kruisselbrink uit Corle. Ze gaan wonen op Sikkink in Corle en krijgen op 13 juli 1924 een zoon Gerrit Hendrik.

Deze Gerrit Hendrik te Voortwisch is momenteel nog lid van het Meddosch Gemengd Koor en hij heeft verteld dat zijn vader de Hommele geerfd heeft van zijn opa. Totaal erfde hij ook nog 11 ha grond, waarvan 6 ha. bij de Hommele hoorde.

Gerrit herinnert zich nog goed hoe hij als jongen meeging om vanuit Corle het land in Meddo te bewerken (o.a. het Spekkenslat). Ook heeft hij de familie Wentink als  huurders ( later weduwe Wentink als eigenaar) gekend.

Een buurvrouw van de Hommele, Annie Bollen weet nog dat  de Hommele in  1959 in elkaar is  gezakt. Dit zal waarschijnlijk in het tweede kwartaal geweest zijn: Annie herinnert zich  dat het heel erg warm was en dat ze van school kwam (haar laatste schooljaar).

(Hommeln Dina was toen al hertrouwd met ene Beernink in Huppel.)

Dina en Herman Wentink hadden twee kinderen:

Mientje van de Hommele trouwde met een Berenschot (Mientje Berenschot – Wentink zit nu in de Berkhof)

Herman trouwde met een Duitse en woont in Duitsland.

Annie herinnert zich ook nog de begrafenis van Herman sr. , de lijkkoets maakte heel veel indruk.

Annie meende dat dat eind veertiger jaren was maar in die akten geen Herman Wentink te vinden.

 

Het Brinke



 

Op 17 oktober 1704 wordt Jenneke, dochter van Gosseligh te Poelhuijs (zoon van Jan, misschien de Jan genoemd met broer Herman in het verpondingkohier van 1650????)) geboren.

Ze trouwt als Jenneken Kleijn Poelhuijs  op 13 oktober 1726 met Gerrit Berent Maes.

Hun zoon Jan Berent (23-11-1732) trouwt met Janna Gulden op 24 oktober 1751.

Zij krijgen een dochter Jenneken (17-12-1752) en een zoon Beernt Hindrik (18-01-1756)

Na het overlijden van Jan Berend Maas  wordt bij de boedelscheiding op  13 oktober 1773 het kottenstedeken "Brinke op den Hoff te Poelhuis genoemd.

Janna Gulden hertrouwt op 2 november 1773 met Jan te Kolste. Het echtpaar heeft in 1774 een schuld aan Jan Berent Scholten met als onderpand het  “Kotterstedeken het Brinke genaamd, op den Hof te Poelhuis in Meddeho gesitueerd”.

Zoon Berent Hendrik Maas trouwt op 11 december 1776 met Jenneken Rensgers uit de Brinkheurne, zij krijgen op 11 oktober 1780 een dochter, genaamd Derksken.

In het overlijdensregister wordt melding gemaakt van “23-08-1784 B:H: Poeles_Brink kint    21”. Zeer waarschijnlijk is dit ook een kind van Berend Hendrik Maas en Jenneken Rensgers.

Bij de “Weerbare manspersonen boven de agtien en onder de vijvtig jaren ouderdoms”  in 1784 wordt Berend Hendrik genoemd als “Berend Hendrik ten Brinke”, tussen de buren Fredrik Jan Poelhuis en Jan Hendrik Schuurhof in.

In  1791 wordt Berend Hendrik Maas wordt  genoemd als eigenaar van het erve en goed Brink i.v.m met een zaak betreffende het Masterveld tegen Lubbert Derk Jan Hesselink tot den Dravenhorst

 

Op 11 december 1803 trouwt Derksken Maas met Jacobus Boeijink, zoon van Hendrik Jan Boeijink , zoon van Kuene, en  Jenneken te Colste op Oud Boeyink.



Op 13 december 1804 wordt zoon Jan Willem geboren en op 18 november 1809 zoon Jan Hendrik.

De moeder van Derksken, Jenneken Rensgers, overlijdt 16 mei 1806 “ op 't Brinke in Meddo”.

 

De moeder van Cobus Boeijink Jenneke te Colste is op 03-11-1812 overleden en gezien het feit dat Gerrit Jan Klein Poelhuis en Gerrit Jan Schuurhof als buren aangifte gedaan hebben is het waarschijnlijk dat Jenneken overleden is op het Brinke.



29 december  1813 doet Jacobus Boeijink, wonende “aan het Brinke”  samen met de buren  Gerrit Jan Klein Poelhuis. (Looharm) 50 jaar en Gerrit Jan Schuurhof (de Smid) 28 jaar aangifte van de geboorte van een mannelijk kind zonder leven”

Derksken  is  overleden  op 28 jarige leeftijd  op 19 januari  1815, “  geboren en gewoond hebbende aan ‘t Brinke in de Buurschap Meddo” en  op 2 april 1815 vindt er  een boedelbeschrijving plaats: 

In de boedelbeschrijving (02-04-1815)  voor Jacobus Boeijink, weduwnaar van Derksken Maas, en minderjarige kinderen Jan Willem en Jan Hendrik Boeijink wordt gesproken van  “het plaatsje ’t Brinke onder nr. 121 gelegen inde buurtschap Meddo tussen de goederen van Klein Poelhuis en Schuurhof…”

Cobus Boeijink  hertrouwt  al op 10 mei  1815 met Willemina Keveskamp en ze krijgen op 28 april 1817 een zoon Jan Derk en op 8 januari 1821 een zoon Harmanus, beiden geboren  ”op het Brinke”.

Volgens het Bevolkingregister van 1820-1837 woont in die periode de hele familie op D121 “ Brinke”.

Jan Derk is in die tijd in militaire dienst, verder werken de zoons op verschillende adressen.

Jan Willem (dan wever van beroep) trouwt op 23 januari met Janna Catharina Konings die ook op de Brinke komt wonen.

Cobus Boeijink overlijdt  op 11 juli 1839 in het huis No 155 te Meddo, aangifte wordt gedaan door  Jan Hendrik Wassink, landbouwer op Looharm, 35 jaar en  Gerrit Jan Schuurhof, landbouwer op de Smid, 53 jaar.

 

Het Bevolkingsregister van 1837-1851 laat zien dat, wanneer Cobus op 11 juli 1839 overleden is, zijn weduwe Willemina Keveskamp naar Miste  vertrekt , waar zoons Jan Hendrik en Jan Derk ook wonen.Harmanus is naar Friesland vertrokken.



Nadat  haar beide zoons in Miste overleden zijn ( Jan Hendrik op 23 juli 1845 en Jan Derk op 25 mei 1846) vertrekt Willemina Keveskamp naar Amerika vanuit Miste.

Geen verdere gegevens over Harmanus, misschien is hij van elders (Friesland?) naar Amerika gegaan?

 

 Enkele jaren eerder hadden Jan Hendrik Boeijink en Jan Derk Boeijink, landbouwers in Meddo voor 300 gulden aan Jan Willem Boeijink, landbouwer in Meddo, hun onafgedeelde halfscheid aan 't plaatsjen Brinke in Meddo verkocht.(21 maart 1840)



 

Op 25 juli 1840 maken Jan Willem Boeijink en Janna Catharina Konings op het Brinke een testament ten gunste van elkaar, geen verdere vermelding van het Brinke.

 

Op 11 november 1840 verkoopt Jan Willem Boeijink, landbouwer op het goed Brinke in Meddo,  voor 180 gulden aan Jan Berend Hijink, landbouwer in Huppel, een aan hem in eigendom toebehorend stuk bouwland in Meddo in de zogenaamde Huppelschen Esch, sectie A nr.1709 ad 30 roeden 50 ellen. Het perceel is door verkoper aangekocht bij acte d.d. 21-3-1840 voor notaris Roelvink.



 

 

In een boedelscheidingsakte  van 14 december 1847 betreffende de kinderen van Engelbartus Schreven (op (Oud) Nijenhuis) wordt gesproken  over



 “een contante som(van verkoop bouwplaatsje het Brinke bij akte van 4-12-1844) ad .................................... " 600.= ”

 

 



In de periode 1851 tot en met 1861 wonen Jan Willem Boeijink  en Janna Catharina Konings op het Brinke met enkele  inwonenden.

In de periode 1861 tot en met 1872 woont , na het overlijden van Jan Willem op 24 mei 1872 ( “overleden in het huis No 158 in Meddo”,aangifte door de buren Jan Derk Janssen, 36 jaar, landbouwer op Looharm en  Jan Hendrik Schuurhof, 55 jaar, landbouwer op de Smid) Janna Catharina Konings op het Brinke met  Berend Willem Esselink ,  zijn vrouw Harmina Boeijink en hun zoon Jan Willem Esselink..

Een maand na het overlijden van haar echtgenoot , op 20 juni 1872, maakt Janna Willemina Konings een nieuw testament. (Geen gegevens gevonden van eventuele kinderen van Jan Willem Boeijink  en Janna Catharina Konings)

 

"Ik herroep alle mijne vroegere testamenten. Ik benoem tot mijne erfgename Harmina Boeijink, dienstmeid bij Beskers."



Deze Harmina Boeijink zal de inwonende Harmina Boeijink zijn, die als dank voor goede zorgen beloond wordt?

Ze  is een dochter van Hendrik Jan Boeijink en Johanna Abbink  op D 129, Helmerdink en kleindochter van Jan Derk Boeijink en Geertjen Rotmans. Jan Derk Boeijink is een zoon van  Harmen Weijenboom en Geertjen Sturris op Oud Boeyink.

Janna Catharina Konings overlijdt op 22.01.1876 in het huis No 158 in Meddo, aangifte door Jan Hendrik Schuurhof. 58 jaar, landbouwer op de Smid en  Jan Derk Jansen, 39 jaar, landbouwer op Looharm.

Volgens het bevolkingsregister 1874 t/m 1890 wonen Berend Willem Esselink en Harmina Boeijink en hun kinderen op het Brinke, waarvan Willemina Berendina Esselink, geb. 18-01-1879, de laatst geborene  op het Brinke is.

Het volgende kind, zoon  Gerrit Jan wordt op 8 september 1882 op Leurdijk in Meddo geboren.

 

Op  21-11-1881 vindt er een veiling plaats  ten verzoeke van de Diaconie of Armen Staat der Hervormde Gemeente te Winterswijk.



Geveild worden o.a.:

I.De bouwplaats het Brink in Meddo, bestaande uit huis, erf,

schop, goorden, bouw- en weiland, houtgrond en heide, sectie A

nrs.1540 (huis, erf), 1536, 1475, 1527, 4722, 4711, 4713, 4715,

1476, 4604, 4605, 5301, 5302, 5303, 5304, 5305, 5306, samen

9.67.00 ha.

Koper van de percelen A 1540, 1536, 1527, 4722 ad 2200 ca wordt Jan Derk Jansen, landbouwer in Winterswijk( op Looharm), voor 801 gulden.

b.percelen A 1475, 1476, 4711, 4713, 4715 ad 5380 ca: Derk

Willem Schuurhof, landbouwer te Winterswijk {op de Smid), voor 430 gulden.

c.percelen A 4604, 4605 ad 3.34.20 ha: Gerrit Jan Paaijert,

landbouwer in Winterswijk (op Geessink?), voor 311 gulden.

d.percelen A 5301 t/m 5306 ad 5.57.00 ha: Hendrik Jan Luikenhuis,

timmerman onder Winterswijk (op Nieuwenhuis), voor 240 gulden.

 

Tussen 1881 en 1890 is het Brinke , D 158 afgebrand. (vermeld in het bevolkings register 1874 t/m  1890)



 

De Dreumel, geschiedenis

Gerrit Jan Stemerdink, zoon van Teunis Stemerdink en  Janna Berendina Vardink woont na z’n huwelijk met Gesiena Nijenhuis  op 13 januari 1825 als boerenknecht op Hijink in het Woold.

Op 18 juni 1825 wordt daar hun dochter Janna Berendina geboren.

Daarna wonen ze in 1827 in Huppel (Loohuis, waar dochter Theodora wordt geboren), op Kranenkamp in het Dorpboer (1829 – 1832, geboorte dochter Johanna Hendrika en zoon Jan Willem) waarna op  2 juni 1836 hun dochter Hanna Geertruid op de Hommele (D 114) wordt geboren.

Gerrit Jan, vrouw en kinderen zijn dan inwonend bij Gerrit Jans broer Jan Albert Stemerdink, de tweede echtgenoot  van  Hanna Willemina Holters, op de Hommele.

Na ook nog gewoond te hebben in het Hommelhuisjen wonen Gerrit Jan, Gesiena met  4 kinderen  in de periode 1851 – 1861 op den Drummele ( “in  ’t  veld”)

Gesiena Nijenhuis overlijdt op 1 mei 1867  in het huis No 150 in Meddo (den Dreumel), aangifte wordt gedaan door  Jan Derk Willem Abbink, 53 jaar, veearts  (op 19-05-1813 geboren op Lomans en overleden op 28-01-1886 op Vlaskamp) en  Hendrikus Abbink, 67 jaar, landbouwer (Wandersnieuwhuis)

Enkele maanden  later (12-07-1867) overlijdt in het huis No 150 in Meddo de dochter van Gerrit Jan en Gesiena,  Janna Berendina Stemerdink , op 42 jarige leeftijd. Aangifte wordt gedaan door  Gerrit Jan Abbink, 50 jaar, landbouwer op Vlaskamp en  Christiaan Gabriel, 53 jaar, landbouwer op de Hommele.

Johanna Hendrika trouwt in 1852 met Gerrit Hendrik Lobeek, Theodora in 1867 met  Gerrit Jan Hesselink  en Jan Willem Stemerdink, beroep klompenmaker, trouwt in 1877 in Lichtenvoorde en overlijdt in 1905 in Borculo.    

 

Volgens een akte van 2 mei 1873 verkoopt Gerrit Jan Stemerdink, landbouwer op de Drummelshut in Meddo,



 voor 350 gulden aan Johanna Stemerdink( = Hanna Geertruid), landbouwster in Meddo:

a.De helft aan de Drummelshut, sectie A nrs.4336, 4338 t/m 4340,samen groot 95 roeden 70 ellen.

b.Den inboedel, vee, bouwgereedschap, bouwerij, geoogste en te velde staande vruchten, zoals op de Drummelshut worden gevonden.

Koopster zal de koopprijs niet behoeven te voldoen, maar daarvoor de verkoper levenslang bij zich doen inwonen en verzorgen

 Voorts verklaart de mede verschenen Gerrit Willem te Voortwis, landbouwer op Scholtenhuis in Meddo, te hebben verkocht aan voormelde Johanna Stemerdink, een perceel nieuw ontgonnen weiland sectie A nr.4346 ad 36 roeden 90 ellen voor 50 gulden.

 

Op 6 augustus 1873 trouwt Hanna Geertruid Stemerdink (Johanna) met Jan Berend Lemmenes (Stortelershuisje, Woold)   en ze gaan wonen in wat nu  Hanna’s eigendom  is: de Drummele, met  (schoon) vader Gerrit Jan Stemerdink .



Op 30 augustus 1873 verkopen

1.Gerrit Jan Hesselink, landbouwer te Winterswijk, als gehuwd met Theodora Stemerdink;

2.Gerrit Hendrik Lobeek, landbouwer te Winterswijk, als gehuwd met Janna Hendrika Stemerdink;

 3.dezelfde Gerrit Hendrik Lobeek als gemachtigde van Jan Willem Stemerdink, klompenmaker te Laren.

 aan Jan Berend Lemmenes, landbouwer op de Drummelshut in Meddo, als gehuwd met Johanna Stemerdink, al hun eigendom of 3/8e aan het volgende:

a.De Drummelshut voornoemd, sectie A nrs.4336, 4338 t/m 4340,samen groot 95 roeden 70 ellen.

b.Den inboedel, vee, bouwgereedschap, bouwerij, geoogste en te velde staande vruchten, zoals op Drummelshut wordt gevonden.

De koopprijs bedraagt 260 gulden. Er zijn geen titels van eigendom bekend.

 

Op 24 mei 1874 overlijdt  Gerrit Jan Stemerdink  in het huis No 150 in Meddo [den Dreumel] , aangifte door Christiaan Gabriel. 60 jaar. landbouwer op de Hommele en  Johannes Hendrikus Willemsen. 39 jaar. klompenmaker (Wandersnieuwhuis)



Op  15.07.1877 doet  Jan Berend Lemmenes XE "Lemmenes" , 42 jaren, landbouwer   woonachtig op No 150 in Meddo [de Dreumel] aangifte van de geboorte van een zoon Hendrik Jan.

30 juni 1879 wordt , op een veiling, de Drummelshut  (sectie A nrs.4336, 4338, 4339, 4340 en 4346 samen groot 1.32.60 hectare ) verkocht door  Jan Berend Lemmenes, landbouwer op de Drummelshut in Meddo.

 Koper wordt Gerrit Schols, kleermaker te Meddo [Breedenbosch]voor 720 gulden.

Er zijn geen andere titels van aankomst bekend dan akte van koop voor notaris Dericks d.d. 2-5-1873 en idem d.d. 30-8-1873.

 

De verkoop geschiedde vanwege de beoogde emigratie naar Noord-Amerika van de famile Lemmenes, die vervolgens ook inderdaad doorgang vindt: Jan Berend Lemmenes , zijn vrouw Hanna Geertruid Stemerdink en zoon Hendrik Jan  emigreren  op 2 juli  1879 vanuit Meddo naar Noord-Amerika.



Kleermaker Schols verkoopt de Drummelshut met grond (samen groot 1.32.60 hectare)hetzelfde jaar (6 september 1879) nog door aan Gerrit Hendrik Hijink op Stevenshuis in Meddo voor 550 gulden. In de akte staat dat het huis dan reeds is afgebroken.

 

In het Bevolkingsregister wordt alleen gesproken over de Dreumel, Drummel  of Drummele met als bewoners bovenstaande personen.



In de akten wordt gesproken over Drummelshut, maar wel  weer verwijzend naar dezelfde bewoners / eigenaren.

Zeer waarschijnlijk gaat het om een en hetzelfde pand.



 

 

Gegevens verzameld door Marijke Huysse Meddo



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina