Gemak en Tolerantie twee mooie, intrinsieke kwaliteiten van de Islam



Dovnload 233.26 Kb.
Pagina2/4
Datum20.08.2016
Grootte233.26 Kb.
1   2   3   4
En voorzeker, Wij hebben de kinderen van Adam geëerd en Wij hebben hen op het land en de zee gedragen. En Wij voorzagen hen van de goede zaken. En Wij hebben hen ver boven velen (anderen) onder degenen die Wij hebben geschapen gekozen.”17:70)

Jabir zei dat er een begrafenisstoet voor een Jood voorbij kwam en de Profeet ﷺ stond er voor op, Jabir volgde. Jabir zei toen, ‘O Boodschapper van Allah dat was een lichaam van een Jood!” Hij zei: “Sta er voor op (uit respect)!” (Bukhari)

 

De Tolerantie van de Islam in relatie tot de Sharia:

Tegenwoordig roept de term ‘Sharia’ een zekere mate van angst op; beelden van zweepslapen en andere openbare straffen worden in gedachte opgeroepen bij het horen van de term. In werkelijkheid is de Sharia het goddelijke wettelijke systeem gegeven aan de mensheid. Het is een systeem dat is gebaseerd op tolerantie en gemak. Hier zijn een paar punten om in gedachten te houden:

De tekstuele passages in de Koran en de Soenna (Profetische Traditie) zijn zeer gemakkelijk te begrijpen. Allah, de Verhevene, zegt: “Wij hebben de Koran vergemakkelijkt om (het) te (kunnen) gedenken. Is er dan iemand die hier lering uit trekt?” (54:17) De tekstuele passages zijn zeer duidelijk in hun betekenis, het kost geen moeite om ze te begrijpen wat er bedoeld wordt met de tekst. Als er een situatie is waar men over twijfelt, schrijft God ons voor om naar degenen te gaan die kennis hebben. Hij zegt: “Vraag het maar aan degenen die kennis hebben (van de eerdere Boeken), indien jullie (het) niet weten.” (16:43)

Dit is inderdaad een belangrijk aspect. Als men ontwetend is in een zaak die betrekking heeft op een wereldse kwestie, zouden ze specialisten moeten vragen om de situatie op te lossen. Hetzelfde wordt gedaan als het gaat om zaken van de religie. God heeft bepaald dat praten zonder kennis een zware zonde is. Wie spreekt over de religie zonder kennis en dan een wettige(toegestane) kwestie verbiedt, of het omgekeerde heeft een grote zonde begaan. God, de Verhevene, zegt: “Zeg (O Mohammed): “(Maar) de zaken die mijn Heer heeft verboden, zijn slechts de verdorvenheden, zowel het zichtbare als het verborgene daarvan, de zonde, de onrechtmatige overtreding, het toekennen van deelgenoten aan Allah waarvoor Hij geen bewijs heeft neergezonden en dat jullie over Allah (datgene) zeggen wat jullie niet weten.” (7:33)

De Boodschapper van Allah ﷺ verduidelijkt de negatieve gevolgen van iemand die niet goed is geïnformeerd en spreekt zonder kennis te hebben. Hij zal zichzelf en anderen zeker misleiden. De Profeet ﷺ zei: “God zal geen kennis van zijn slaven wegnemen door ervoor te zorgen dat zij het vergeten; liever, kennis zal verloren gaan door het verlies van geleerden. Wanneer er geen geleerden meer zijn, zullen de mensen onwetende individuen benoemen en zij zullen oordelen uitgeven zonder kennis en daardoor zichzelf en anderen misleiden.” (Bukhari)

Er zijn geen mysterieuze of onverklaarbare zaken in de Islam. Op sommige momenten zijn er kwesties die betrekking hebben op de onzichtbare wereld waar wij geen volledig grip op hebben; in werkelijkheid, zij zullen niet van invloed zijn op iemands geloof, noch hem enig voordeel geven. Eén van deze kwesties is, zoals God zegt: “En zij vragen jou (O Mohammed) over de ziel. Zeg: “De ziel behoort tot de Zaak van mijn Heer. En jullie is slechts een geringe mate van kennis (hierover) gegeven.” (17:85)

Allah, de Verhevene, zegt ook: “Zij vragen jou over het Uur (d.w.z. over de Dag der Opstanding): “Wanneer zal het aanbreken?” Zeg: ”De Kennis hierover is slechts bij mijn Heer. Niemand kan de tijd hiervan kenbaar maken, behalve Hij. Zwaar is het voor (de inwoners van) de hemelen en de aarde (dat zij niet weten wanneer het Uur plaatsvindt) en het zal slechts onverwachts tot jullie komen.” Zij vragen jou daarover net alsof jij daarvan op de hoogte bent. Zeg: “De kennis hierover is slechts bij Allah, maar de meeste mensen weten (het) niet.” (7:187)

Alles wat ten goede aan ons komt in termen van kennis dat gerelateerd is aan de onzichtbare wereld heeft de Profeet ﷺ al aan ons uitgelegd. Dit is inclusief de beschrijvingen van de Hemel en Hel en de verhalen van de vorige naties, zodat wij kunnen nadenken over wat er met hen is gebeurd. Allah, de Verhevene, zegt:

En Ik heb jullie gewaarschuwd voor een laaiend Vuur (d.w.z. voor de Hel). Niemand, behalve de meest ellendige (persoon), zal het binnentreden. Degene die (Allah) verloochent en zich afwendt. En de meest godsvruchtige (persoon) zal daartegen beschermd worden (d.w.z. tegen het binnentreden van de Hel) Degene die zijn bezit uitgeeft om (zichzelf) te reinigen. En niemand heeft bij hem een gunst (hiervoor) tegoed die beloond (d.w.z. terugbetaald) moet worden. (Hij doet dit) slechts strevend naar het Gezicht van zijn Heer, de Meest Verhevene. En hij zal zeker tevreden zijn (wanneer hij het Paradijs binnentreedt).” (92:14-21)

 

In tegenstelling tot de wetten die door de mens zijn gemaakt en van toepassing zijn op sommige terwijl anderen er door worden vrijgesteld door de mazen in de wet, zijn de wetten van de Islam van God afkomstig. De Wet van God is bindend en definitief, deze wetten zijn bedoeld voor iedereen; of zij nou rijk of arm, van adel of gewone burger zijn. Allah, de Verhevene, zegt:



En het schikt een gelovige man en een gelovige vrouw niet, wanneer Allah en Zijn Boodschapper een besluit over een zaak hebben genomen, om een (andere) keuze te maken in hun zaak. En wie Allah en Zijn Boodschapper ongehoorzaam is, is zeker duidelijk afgedwaald.” (33:36)

Allah heeft opgedragen dat ieder het systeem van de wet moet respecteren en moet steunen. Allah, de Verhevene, zegt: “De woorden van de gelovige, wanneer zij uitgenodigd worden naar Allah en Zijn Boodschapper om tussen hen te oordelen, zijn slechts dat zij zeggen: “Wij luisteren en wij gehoorzamen.” En zij zijn degenen die succesvol zijn.” (24:51)

Niemand in de Islam heeft een absolute autoriteit, met inbegrip van het hoofd van een staat; hij is onderworpen aan de wetten, net zoals ieder andere er aan onderworpen is. Dit is de schoonheid en de tolerantie van de Islam. Niemand kan deze regels en grenzen onderdrukken of overtreden. De Profeet ﷺ zei: “Een Moslim moet luisteren en gehoorzamen, behalve wanneer een zondige taak wordt opgelegd, in een dergelijk geval is er geen gehoorzaamheid.” (Bukhari)

Een ander aspect van de wetten van God is dat ze niet vatbaar zijn voor veranderingen en veroudering. Deze wetten zijn absoluut voor alle tijden en plaatsen. In tegenstelling tot de door de mens gemaakte wetten die aan verandering onderhevig zijn en verouderen. God heeft het goddelijke systeem van de wet afgekondigd en het verandert niet. God, de Verhevene, zegt: “Wensen zij dan het oordeel van (de dagen van) onwetendheid. En wie is er beter in het oordelen van Allah voor een volk dat overtuigd is (van de Eenheid van Allah)?” (5:50)

In de Islam is er geen geestelijke structuur, noch zijn er onfeilbare mannen wiens meningen boven het woord van God worden beschouwd. Allah zegt: “Weet dat de zuivere godsdienst alleen aan Allah toebehoort. En degenen die naast Hem helpers nemen (zeggende): “Wij aanbidden hen slechts, opdat zij ons nader tot Allah zullen brengen.” (39:3)

Niemand heeft de macht om te schaden of te profiteren. Dit is iets exclusief voor God alleen. Allah, de Verhevene, zegt:

Voorwaar, degenen die jullie naast Allah aanroepen zijn dienaren, net als jullie. Roept hen dan aan en laat jullie (smeekbeden) verhoren, als jullie waarachtig zijn.” (7:194)

Islam benadrukt dat ieder individu een directe link naar God heeft; er zijn geen tussenpersonen tussen ons en Hem. Hij vergeeft onze zonden en geeft ons wat we willen. Allah, de Verhevene, zegt: “En wie iets slechts verricht of zichzelf onrecht aandoet, en daarna bij Allah om vergeving vraagt, hij zal Allah Meest Vergevingsgezind, Meest Genadevol aantreffen. .” (4:110) Allah, de Verhevene, zegt ook: “En jullie Heer zei: “Roep mij aan, dan geef Ik gehoor aan jullie.” (40:60)

In de Islam zijn er geen religieuze autoriteiten die kunnen legaliseren wat onwettig is of verbieden wat toegestaan is. Het recht van wetgeving maken behoort aan God alleen toe. Het is een bekend feit dat er onder de vorige naties wetten vaak werden veranderd naar de grillen en luimen van de mensen die aan de macht waren. God, de Verhevene, zegt hierover: “Zij (d.w.z. de joden en christen) namen hun rabbijnen en hun priesters als goden (ter aanbidding) aan naast Allah.” (9:31) Toen hun rabbijnen en priesters iets legaliseerde wat onrechtmatig was of toen zij het tegenovergestelde deden volgden de mensen hen. Dit is aanbidding!

Een ander aspect van de tolerantie van de Islam is dat er een systeem is dat bekend is als Shura, of onderling overleg. Dit wordt gebruikt in gevallen waarbij er een openbaar voordeel valt te behalen, mensen met kennis en expertise op een bepaald gebied kunnen worden geraadpleegd om tot de beste beslissing te komen. Allah zegt: “En het was dankzij de Genade van Allah dat jij zacht in de omgang was met hen. En als jij streng en hardvochtig was geweest, dan zouden zij rondom jou uiteengaan. Dus neem hen in genade aan en vraag (Allah) om vergiffenis voor hen. En raadpleeg hen over de zaak. Zodra jij dan een beslissing neemt, stel dan je vertrouwen in Allah. Waarlijk, Allah houdt van degenen die hun vertrouwen in Hem stellen.” (3:159)

Islam heeft de toegangspoort voor Ijtihad geopend, dat is wanneer een geleerde zich inspant om tot een uitspraak te komen in een bepaalde zaak, die misschien niet direct genoemd wordt in de teksten van het Schrift. In de Islam zijn de algemene richtlijnen gegeven en men wordt geacht zich hier aan te houden wanneer zich een situatie voordoet. Dit maakt de wetten van de Islam veelzijdig en passend voor alle plaatsen en tijden.

God heeft wetten voorgeschreven om alle gemeenschappen te beschermen tegen extremisme. Allah, de Verhevene, zegt:

Allah wil het gemakkelijke voor jullie en Hij wil niet het moeilijke voor jullie.” (2:185)

De Profeet ﷺ zei: “Pas op voor extremisme, want dit is waardoor de vorige naties zijn vernietigd.” (Nasaee’)

De Profeet ﷺ predikte een gematigde manier van leven. Anas bin Malik (radi Allahu anhu) zei: “Drie mensen kwamen naar de huizen van de Profeet ﷺ om te vragen hoe hij zijn dagen doorbracht en hoe hij Allah aanbad. Toen ze hoorden wat de Profeet ﷺ deed, vonden zij dit weinig, dus zeiden zij: “De Profeet is vergeven door Allah, wie zijn wij om onszelf met hem te vergelijken?” Eén zei: “Wat ik ga doen is, de hele dag en nacht bidden.” De tweede zei: “Ik zal de rest van mijn tijd vastend doorbrengen.” De derde zei: “Ik zal geen vrouw trouwen.” De Profeet ﷺ kreeg dit te horen en vroeg: “Zijn jullie degenen die dit en dit hebben gezegd?” Hij zei; “Voorwaar ik ben de meest godvrezende onder u en wat mij betreft, ik bid en slaap (ook), vast en eet (ook) en trouw wel met vrouwen. Wie zich van mijn Soennah (levenswijze) afwendt, behoort niet tot mij.”.” (Bukhari)

De Profeet ﷺ vond het belangrijk om zijn metgezellen te begeleiden naar het gematige pad in het leven zodat zij niet in extremisme zouden vallen. Dit is overgeleverd in de hadith van Abdullah bin Amr bin al-Aas (radi Allahu anhu) dat de Profeet ﷺ tegen hem zei: “O, Abd Allah, Ik heb vernomen dat u elke dag en elke nacht vast (de gehele nacht). Toen antwoordde Abd Allah: ‘Ja, O boodschapper van Allah ’ Toen zei de profeet: ‘Doe dat niet; vast voor een aantal dagen en stop dan een aantal dagen; Bid(t) een gedeelte van de nacht en slaap het andere deel. Werkelijk, jou lichaam heeft recht op jou, jou ogen hebben recht op jou, jou familie (d.w.z. vrouw) hebben recht op jou en jou gasten hebben recht op jou. En het is voldoende om drie dagen te vasten in een maand, de goede daad zal beloond worden met een vermenigvuldiging keer tien, zo zal het lijken alsof het hele jaar gevast is.” Abd Allah zei, "O Allah's Boodschapper! Ik heb meer kracht dan dat (d.w.z. om andere dagen te vasten).” De Profeet zei, "Vast dan zoals Profeet David vaste en vast niet meer dan dat." Abd Allah zei, "Hoe vastte de Profeet David?" De Profeet zei, "De helft van het jaar," (d.w.z. hij vastte om de dag). Daarna werd `Abd Allah oud en zei hij, "Het was beter geweest voor mij als ik de toestemming van de Profeet ﷺ had aanvaard (toen hij mij slechts drie dagen gaf om te vasten)” (Al-Bukhari)

Dit betekent niet dat de Islam het aanmoedigt om plezier in dit leven te zoeken ten koste van het Volgende Leven. Integendeel, de Islam is een gematigde manier van leven. Het is een mooie balans tussen de dit wereldse leven en het volgende.

Allah, de Verhevene, zegt:

O jullie die geloven, als er op de vrijdag wordt opgeroepen tot het gebed, haast jullie dan naar het gedenken van Allah en verlaat de handel. Dat is beter voor jullie, als jullie (het maar) wisten.” (62:9)

Met oog op de wereldse behoeften van een persoon, heeft Allah bevolen dat men niet zijn behoefte aan levensonderhoud moet vergeten. Hij, de Verheven, zegt:

En wanneer het gebed is volbracht, verspreid jullie dan op de aarde, en zoek de Gunst van Allah. En gedenk Allah veelvuldig, opdat jullie succesvol zullen zijn.” (62:10)

Allah heeft ook bevolen om verspilling te voorkomen. Hij, de Verhevene, zegt:

O kinderen van Adam, bedek je bij het verrichten van elk gebed met fraaie kleding en eet en drink, maar verkwist niet. Voorwaar, Hij houdt niet van de verkwisters.” (7:31)

Een ander teken van tolerantie in de Islam is wanneer een persoon vreest om te overlijden of dat hem ernstige schade zal treffen, dat het toegestaan is voor hem om dat te consumeren wat onwettig is, zodat hij zichzelf in leven kan houden. Allah, de Verhevene, zegt:

Hij heeft jullie slechts de dode dieren, het bloed, het varkensvlees en dat waarover (de naam van) een ander dan Allah (tijdens het slachten) is genoemd, verboden. Maar wie door noodzaak gedwongen wordt zonder dat hij het wenst, en niet overdrijft, op hem rust er geen zonde. Waarlijk, Allah is Meest Vergevingsgezind, Meest Genadevol. ” (2:173)

Sayyid Qutub, moge Allah hem genade schenken, zei in zijn Tafsir: “Het is de verzameling van wetten en overtuigingen die een mens een mens maakt en niet een dier, engel of duivel. Het houdt rekening met vaardigheden, volledige capaciteiten en menselijke zwakheid.”

Een ander teken van de tolerantie van de Islam is dat iemand zijn goede daden worden vermenigvuldigd. Allah, de Verhevene, zegt: “Wie met een goede daad komt, voor hem is er het tienvoudige daarvan (aan beloning). En wie met een slechte daad komt, hij wordt slecht vergolden met het gelijke daaraan. En er zal hun geen onrecht worden aangedaan. ” (6:160)

Tolerantie in de Islam in termen van Da’wah (anderen uitnodigen tot de Islam)

Islam is een wereldreligie en het is voor alle mensen, alle tijden en plaatsen. Mensen uitnodigen tot de Islam en het uitdragen van het ware geloof moet gedaan worden op een goede en ethische wijze, zodat de anderen die geroepen worden tot het geloof het zullen accepteren en het zien als een onpartijdige optie. Allah, de Verhevene, zegt:

Nodig uit naar de Weg van jouw Heer met wijsheid en goede predicatie, en redetwist met hen op de beste wijze. Voorwaar, jouw Heer, Hij weet wie van Zijn Weg is afgedwaald, en Hij weet wie de recht geleiden zijn.” (16:125)

Laten we het hebben over een aantal aspecten van tolerantie als het gaat om het uitdragen van de Islam.

Wij accepteren mensen van andere geloven. De Boodschapper van Allah ﷺ zei: “Allah is meer tevreden met het berouw van zijn slaaf dan een man die kampeert op een plek waar hij gevaar loopt en een rijdier heeft om zijn voedsel en drinken te dragen. De man gaat even liggen om te rusten en schrikt naar enige korte tijd wakker en ziet dat zijn rijdier weg is. Hij gaat begint met zoeken naar zijn rijdier en lijdt onder de hevige warmte en dorst of wat Allah wilde waar hij last van zou hebben. Hij zegt dan: ‘Ik zal terug gaan naar mijn plek.’ Hij gaat terug naar zijn plek en gaat weer slapen. Vervolgens wordt hij wakker, tilt zijn hoofd op en ziet dat zijn rijdier weer naast hem staat. (Muslim)

Een ander aspect van tolerantie in de Islam wanneer het gaat om het verspreiden van de Islam, is wanneer je iemand wil oproepen tot het geloof; dan moet je dit doen op een goede en uitnodigende manier. De Profeet ﷺ zei:“Geef blijde tijdingen en zorg dat mensen het niet afweren, maak zaken eenvoudig en maak het niet moeilijk.” (Muslim)

Wij worden gevraagd om respectvol om te gaan met degene die een andere mening heeft dan wij. Allah, de Verhevene, zegt:

En redetwist niet met de lieden van het Boek, behalve op een goede wijze, tenzij het degenen onder hen (betreft) die onrecht plegen. En zeg (tegen hen): “Wij geloven in datgene wat er aan ons is neergezonden en (in datgene wat er) aan jullie is neergezonden, en onze God en jullie God is één. En aan Hem geven wij ons over.” (29:46)

Niemand kan een ander dwingen om hun mening te aanvaarden, noch kan iemand een ander overtuigen met kracht. Laten we eens kijken naar het verhaal van Al-Aas bin Wa’il. Hij was een polytheïst die weigerde om het geloof van de Islam te accepteren. Hij ging naar de Boodschapper van Allah ﷺ met een bot dat aan het ontbinden was en hij vernietigde het en zei tegen de Profeet ﷺ: “Beweer jij dat wij worden opgewekt nadat we in dit zijn veranderd?” Hij zei, “Ja…Allah is de oorzaak dat jij zult sterven, daarna zal doen herleven en vervolgens zal Hij jou in het Hellevuur plaatsen.” Hij reciteerde de woorden van God:

En hij stelde Ons een voorbeeld, maar vergat zijn eigen schepping. Hij zei: “Wie brengt de beenderen tot leven wanneer deze zijn vergaan?” Zeg (o Mohammed): “Degene Die deze de eerste keer schiep, zal ze (weer) tot leven brengen. En Hij is op de hoogte van elke schepping” Degene Die voor jullie voor jullie vuur uit de groene bomen heeft gemaakt, waarmee (d.w.z met de bomen) jullie vervolgens (vuur) ontsteken. Is Degene Die de hemelen en de aarde heeft geschapen niet in staat om het gelijke daaraan te scheppen? Welzeker! En Hij is de Schepper, en Alwetende.” (36:78-83)

Argumenten van deze aard maken het onmogelijk voor iemand om de waarheid te weerleggen. Een ander voorbeeld dat wordt genoemd in de Koran gaat over een discussie tussen de Koning een-Namrood en Profeet Ibrahim (Gods vrede zij met hem). Allah, de Verhevene, zegt:

Heb jij degene niet gezien die met Ibraahiem over zijn Heer redetwistte, omdat Allah hem het koningschap had gegeven? Toen Ibraahiem (tegen diegene) zei: “Mijn Heer is Degene Die doet leven en sterven.” Hij zei: “Ik doe leven en sterven.” Ibraahiem zei: “Waarlijk het is Allah Die de zon uit het oosten doet opkomen, doe jij deze dan uit het westen opkomen?” Toen werd de ongelovige met stomheid geslagen. En Allah leidt het onrechtvaardige volk niet.” (2:258) 

Een ander aspect van de tolerantie in de Islam is dat men mensen niet mag irriteren, haat verspreiden of commotie mag veroorzaken. Allah, de Verhevene, zegt:

En zeg tegen Mijn dienaren dat zij dat wat beter is moeten zeggen. Waarlijk, de satan zaait verderf tussen hen. Waarlijk, de satan is voor de mens een duidelijke vijand.” (17:53)

We gebruiken methodes om mensen tot de Islam aan te trekken en er vandaan te houden. Allah zegt:

O lieden van het Boek, waarom redetwisten jullie over Ibrahiem, terwijl de Thora en het Evangelie pas na hem zijn neergezonden? Denken jullie dan niet na?” (3:65)

We zouden zeer zachtaardig en vriendelijk moeten zijn. Allah zegt:

Ga beide naar de farao, waarlijk hij stelt zich tiranniek op. En spreek (met) zachte woorden tot hem, opdat hij er lering uit zal trekken of (Allah) zal vrezen.” (20:43-44)

We vragen altijd aan degenen die een andere mening hebben dan ons, om getuigenissen en bewijzen naar voren te brengen. Allah, de Verhevene, zegt:

Zeg, ( o Mohammed): “Vertel mij over datgene wat jullie naast Allah aanroepen. (En) laat mij zien wat zij van de aarde hebben geschapen. Of hebben zij een aandeel in (de schepping van) de hemelen? Breng mij een boek (dat) hiervóór (is geopenbaard) of een restant van kennis (dat jullie beweringen ondersteunt), als jullie waarachtig zijn.” (46:4)

Wij worden gevraagd om onderwerpen op een constructieve manier te bespreken. Allah, de Verhevene, zegt:

Zeg (o Mohammed): O lieden van het Boek, kom tot een rechtvaardig woord tussen ons en jullie; dat wij naast Allah niemand aanbidden en dat wij niets als deelgenoot aan Hem toekennen en dat wij elkaar niet als goden (ter aanbidding) aannemen naast Allah.” Als zij zich afwenden, zeg dan: “Getuig dat wij waarlijk moslims zijn.” (3:64)

Wie de Islam accepteert en Moslim wordt zal zondevrij zijn, in de ogen van God. Hij zal geen zonde uit zijn vroegere leven meedragen. Allah, de Verhevene, zegt:

Zeg tegen degenen die niet geloven: “Als zij ophouden (met ongelovig zijn), dan zal hun zeker worden vergeven wat zich (in het verleden) heeft voorgedaan. Maar als zij terugkeren, dan is er (voor hen) zeker het voorbeeld (d.w.z. de bestraffing) van de mensen van vroeger dat zeker voorbij is gegaan.” (8:38)

Degene die Moslim wordt zal een beloning ontvangen voor de goede dingen die hij in het verleden, voordat hij Moslim werd, heeft gedaan. Hakim bin Hizam (radi Allahu anhu) zei: “O Boodschapper van Allah! Wat vind je van mijn goede daden die ik voorheen deed tijdens de periode van ontwetendheid (voor het omarmen van de Islam). Zoals het onderhouden van goede relaties met mijn vrienden en verwanten. Het vrij laten van slaven en het geven van aalmoezen etc. Zal ik daar een beloning voor ontvangen? De Boodschapper van Allah ﷺ zei: “Je hebt de Islam omarmd met alle goede daden die je deed.” (Bukhari)

Wie de Islam accepteert vanuit een andere religie zal een beloning in tweevoud ontvangen. Allah, de Verhevene, zegt: “Zij zijn degenen aan wie hun beloning twee keer wordt gegeven, omdat zij geduldig waren en het slechte met het goede weren, en omdat zij uitgeven van datgene waarmee Wij hen hebben voorzien. ” (28:54)

 

Tolerantie van de Islam tegenover niet-moslims

Voordat we beginnen, noemen we de woorden van de Oriëntalist Young: “Er zijn vele dingen die het Westen van de Islamitische beschaving zou moet leren zoals de kijk van Moslims op tolerantie.” 

Alle financiële verplichtingen, zoals het kopen en verkopen van huizen en auto’s en een aandeel nemen in een bedrijf, tussen Moslims en niet-Moslims zijn wettig. Zolang de Islamitische principes worden nageleefd. Aisha, moge Allah tevreden met haar zijn zei: “De Boodschapper van Allah kocht eten van een Jood en voldeed de betaling later. Hij gaf hiervoor zijn schild in onderpand.(Sunan an-Nasa’i)

De enige vorm van ruilhandel dat onwettig is, is datgene wat een zekere mate van schade bevat. Allah, de Verhevene zegt:

O jullie die geloven, nuttig geen verdubbelde en vermeerderde rente, en vrees Allah, opdat jullie succesvol zullen zijn.” (3:130)

Allah, de Verhevene, zegt ook:

O jullie die geloven, de alcoholhoudende dranken, het gokken, de afgodsbeelden en de pijlen (hier worden pijlen bedoeld die gebruikt worden voor het streven naar geluk of het nemen van een beslissing) zijn slechts onreinheden behorende tot het werk van de satan. Dus vermijd deze, opdat jullie succesvol zullen zijn. De satan wil slechts vijandschap en haat tussen jullie veroorzaken door middel van alcoholhoudende dranken en het gokken, en jullie afhouden van het gedenken van Allah en van het gebed. Zullen jullie er dan niet mee ophouden?” (5:90-91)

Het is geoorloofd voor Moslims om gebeden uit te voeren in een niet-Islamitisch gebedshuis. Abu Musa verrichtte gebeden in een kerk in Damascus.

Het is niet lofwaardig voor een moslim om dit te doen, omdat er misschien afgoden of andere beelden aanwezig kunnen zijn. Dus, het is aanbevolen dat een persoon alleen daar gaat bidden wanneer hij geen andere plek kan vinden. Umar zei tegen een Christen, “We gaan jullie kerken niet binnen vanwege de beelden die zijn geplaatst op de muren.”

Het is geoorloofd voor een niet-Moslim om een moskee binnen te gaan als er behoefte aan is. Uitgesloten hiervan is de Grote Moskee in Mekka. Wat betreft Medina, de Profeet ﷺ had hier een ontmoeting met een aantal niet-Islamtische afgevaardigden.

Het is toegestaan voor een Moslim om niet-Moslims te bezoeken die ziek zijn en om dua (d.w.z. smeekbede) voor hun te doen zodat zij beter worden. Anas (radi Allahu anhu) zei dat een jonge jongen met een Joodse achtergrond ziek was en dat de Profeet ﷺ bij hem op bezoek ging en tegen hem zei: “Word Moslim!” Hij keek naar zijn vader en de vader zei tegen zijn zieke zoon: “Gehoorzaam Abal-Qasim (d.w.z. Mohammed ﷺ)” waarop hij de getuigenis van het geloof uitsprak en de Profeet ﷺ zei:



1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina