Gemeenschapsonderwijs, Communicatiedienst, 2006 Inhoudsopgave



Dovnload 113.32 Kb.
Datum20.08.2016
Grootte113.32 Kb.



Gids
van het


Gemeenschapsonderwijs
voor ouders

Gemeenschapsonderwijs, Communicatiedienst, 2006

Inhoudsopgave


1. Gemeenschapsonderwijs, een vrije keuze 5

U kiest zelf een school voor uw kind 5

Drie onderwijsnetten 5

Gemeenschapsonderwijs, officieel onderwijs van Vlaanderen 6

2. Gemeenschapsonderwijs, een brede keuze 7

Een uniek pedagogisch project 7

Kinderrechtenverdrag 7

De totale persoon ontwikkelen 8

Kernwaarden 8

Kwaliteit 8

Een sterke, transparante netstructuur 9

Raad van het Gemeenschapsonderwijs 9

Scholengroepen 9

Scholen 9

Zorgbrede scholen voor gelijke onderwijskansen 10

Een Vlaams decreet voor gelijke onderwijskansen 10

Het formulier ‘gelijkekansenindicatoren’ 10

Methodescholen van het gemeenschapsonderwijs 11

3. De inschrijving, een plicht voor de school, een recht voor uw kind 12

Leerplichtig of niet: altijd laten inschrijven 12

Hoe verloopt de inschrijving? 12

Identiteitsbewijs 12

Rijksregisternummer 12

Kiezen voor godsdienst of zedenleer 12

Schoolreglement 13

Verklaring van instemming, zo niet geen inschrijving 13

Kan een school nog leerlingen weigeren of doorverwijzen? 13

Weigeren 13

Doorverwijzen 14

Commissie inzake leerlingenrechten 14

Lokaal overlegplatform 14

Infobrochure over inschrijvingsrecht 15

Aanvang inschrijvingen 15

Voorrangsregelingen 15

Broers en zussen: overal verplicht 15

GOK-leerlingen: overal facultatief 15

Niet-GOK-leerlingen: facultatief en enkel in Nederlands taalgebied 16

Nederlandstalige leerlingen: facultatief en enkel in Brussel 16

Inschrijvingsregister 16

4. Gemeenschapsonderwijs, een budgetvriendelijke keuze 17

Inschrijvingsgeld verboden 17

Onderwijsgebonden kosten 17

Andere kosten 17

Commissie Zorgvuldig Bestuur 17

5. Het centrum voor leerlingenbegeleiding, een partner in de opvoeding 18

6. Bent u graag betrokken bij de school? 19

In het gemeenschapsonderwijs is ouderparticipatie op school troef 19

Oudervereniging, ouderraad en schoolraad 19

Oudervereniging, oudercomité 19

Ouderraad 19

Schoolraad 19

Ouders steunen ouders 20

Raad voor Ouders van het Gemeenschapsonderwijs (ROGO) 20

Educatieve Vereniging voor Ouderwerking in het Officieel Onderwijs (EVO) 20

Tijdschrift ‘Klasse’ 20

7. Internaat, een thuis weg van huis 21

Gewoon onderwijs 21

Buitengewoon onderwijs 21

Adres zoeken? 21

8. Ook ouders kunnen (bij)leren 22

Volwassenenonderwijs 22

Deeltijds kunstonderwijs 23




1. Gemeenschapsonderwijs, een vrije keuze

U kiest zelf een school voor uw kind


Aan de kwaliteit van het onderwijs over heel Vlaanderen hoeft niemand te twijfelen. Die scoort wereldwijd zeer hoog. Verschillende studies hebben dit aangetoond. Ook de Vlaamse overheid waakt over de kwaliteit van de scholen. De onderwijsinspectie onderzoekt of zij voldoen aan de verwachtingen en of ze degelijk onderwijs geven. Elke school wordt in principe één keer om de zes jaar grondig doorgelicht. Een school is niet verplicht om het doorlichtingsverslag aan elke individuele leerling of ouder door te geven, zelfs niet als u er uitdrukkelijk om vraagt. U hebt wel het recht om schriftelijk of per e-mail een kopie van het verslag op te vragen bij het departement Onderwijs.

Een school kiezen voor uw kind is een ernstige zaak. En natuurlijk kiest u de school die voor uw kind de beste lijkt. Allerhande criteria spelen daarbij een rol. U bent vooral bekommerd om het geluk en de toekomst van uw kind.

Bekwame leerkrachten moeten uw kind niet louter kennis en vaardigheden bijbrengen, maar ook belangrijke waarden voor het leven. U verwacht uiteraard dat er op de school van uw kind vaste regels gelden, dat er discipline heerst. Maar u weet ook dat elke school anders is en haar eigen kijk heeft op onderwijs en opvoeding, haar eigen schoolcultuur.

Misschien vraagt u zich af of uw kind in een bepaalde school voldoende talen kan leren, of het kunstzinnige vorming krijgt, of het er sportief aan zijn trekken komt enz. En wellicht geeft u ook de voorkeur aan een school die u als ouder actief betrekt bij haar beleid.

Ten slotte zijn er de praktische overwegingen: ligt de school op een redelijke afstand van mijn woning, kan mijn kind voor en na schooltijd nog eventjes veilig op school blijven, krijgt het elke dag een verzorgd en gezond middagmaal, kan het er zo lang mogelijk blijven, ook na het lager onderwijs..?

Indien u nog een keuze moet maken, is het is zeker nuttig om vooraf informatie in te winnen. Een gesprekje met andere ouders kan helpen, een informatieavond of een opendeurdag van een school bijwonen en er de sfeer opsnuiven.

Hoe dan ook, als ouder beslist u zelf naar welke school uw kind gaat. Dat is uw grondwettelijk recht. Voor de ene is die keuze makkelijk, voor de andere minder. Het aanbod is immers groot en er is meer dan één aanbieder op de markt.

Drie onderwijsnetten


In België richten verschillende overheden onderwijs in: de Vlaamse, Franse en Duitstalige Gemeenschap, de provinciebesturen, de gemeente- of stadsbesturen.

De Vlaamse Gemeenschap is bevoegd voor het onderwijs in de provincies West- en Oost-Vlaanderen, Antwerpen, Limburg en Vlaams-Brabant. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is de Vlaamse Gemeenschap bevoegd voor de Nederlandstalige scholen, de Franse Gemeenschap voor de Franstalige scholen.

Daarnaast treden ook individuen, vrije verenigingen of private instanties als inrichtende macht op.

In de wandelgangen spreekt men dan ook van officiële scholen (gemeenschapsscholen, provinciale scholen, stads- of gemeentescholen) en vrije scholen. In de praktijk nemen de onderwijsnetten bepaalde verantwoordelijkheden van de inrichtende macht over. Traditioneel onderscheidt men in Vlaanderen drie onderwijsnetten die erkend worden door de Vlaamse Gemeenschap:



  • het officieel gesubsidieerd onderwijs: stads-, gemeente- en provinciescholen

  • het vrij gesubsidieerd onderwijs: hoofdzakelijk katholieke scholen

  • het gemeenschapsonderwijs: gemeenschapsscholen.

Gemeenschapsonderwijs, officieel onderwijs van Vlaanderen


Het Gemeenschapsonderwijs is een openbare instelling die officieel onderwijs organiseert in opdracht van de Vlaamse Gemeenschap. Het is door de grondwet verplicht tot neutraliteit. Dit betekent dat iedereen er terecht moet kunnen. De religieuze, filosofische of ideologische overtuiging van ouders en leerlingen moet gerespecteerd worden.

Het Gemeenschapsonderwijs ontvangt jaarlijks een dotatie van de Vlaamse Gemeenschap. Provincies, gemeenten en privé-initiatieven die onderwijs organiseren volgens de wettelijke normen, ontvangen een subsidie.

De Vlaamse Gemeenschap neemt de personeelskosten voor haar rekening. De dotatie en de subsidie dienen om de werking van de scholen en internaten te bekostigen.

2. Gemeenschapsonderwijs, een brede keuze


Het gemeenschapsonderwijs beantwoordt als officieel onderwijs van Vlaanderen én door zijn actief pluralisme het meest aan het grondwettelijk recht op de vrije keuze van onderwijs.

Wie voor het gemeenschapsonderwijs kiest, kiest voor neutraliteit en actief pluralisme. Betrokkenheid en participatie lopen als een rode draad door het pedagogisch project dat uniek is door zijn grondwettelijke neutraliteit en pluralisme, dat gestoeld is op openheid en verdraagzaamheid en dat streeft naar kwaliteit in alle aspecten van het onderwijs.


Een uniek pedagogisch project


Het Pedagogisch Project van het Gemeenschapsonderwijs (PPGO) is een basisdocument waarin de grondbeginselen en de algemene doelstellingen van het gemeenschapsonderwijs zijn opgenomen. Het omschrijft de ideologische waarden die duidelijk, bewust en zonder enige vorm van indoctrinatie in elke gemeenschapsschool worden nagestreefd. Het biedt m.a.w. een referentiekader om leerlingen te begeleiden in hun totale ontwikkeling tot mens als individu en als lid van de gemeenschap.

U kunt dit document (raGOreg/009) raadplegen op: http://www.gemeenschapsonderwijs.be/rareglijst.htm


Het Pedagogisch Project van het Gemeenschapsonderwijs onderscheidt zich van dat van de andere onderwijsnetten omdat het grondwettelijk neutraal en pluralistisch is. Neutraal onderwijs in een pluralistische omgeving aanbieden is zijn meest fundamentele uitgangspunt.

Maar ‘neutraal onderwijs’ aanbieden betekent veel meer dan leerlingen laten kiezen tussen lessen niet-confessionele zedenleer en onderricht in een van de vijf erkende godsdiensten. Respect hebben voor de filosofische, ideologische en godsdienstige opvattingen van leerlingen en ouders betekent ook dat je de verscheidenheid van meningen en gedragsvormen positief erkent en waardeert.

In het gemeenschapsonderwijs wordt ernaar gestreefd om leerlingen de positieve waarden van een moderne pluralistische samenleving bij te brengen, om dagelijks in de praktijk te bewijzen dat pluralisme niet alleen werkt, maar zelfs tot buitengewoon interessante en waardevolle resultaten leidt.

Kinderrechtenverdrag


Het Pedagogisch Project van het Gemeenschapsonderwijs stemt overeen met de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en meer in het bijzonder met het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Elke leerling wordt beschouwd als een uniek en waardevol individu dat de kans moet krijgen om zich optimaal te ontwikkelen volgens zijn eigen aard en bekwaamheid.

Elk kind heeft recht op gelijke kansen, ongeacht geslacht, levensbeschouwing, sociale status en financiële mogelijkheden. De leuze is: gelijke ontwikkelingskansen voor gelijkbegaafden. Een kind dat door omstandigheden een achterstand oploopt, heeft recht op aangepaste hulpverlening; hoogbegaafden hebben recht op een uitzonderlijke aanpak die hun talenten voldoende stimuleert.

Tegelijkertijd komt het Pedagogisch Project tegemoet aan de behoeften van de mens als lid van de gemeenschap. Een harmonische wisselwerking tussen individu en gemeenschap is onontbeerlijk. Daarom moet elke leerling een zo volledig mogelijke vorming krijgen, een gezond, evenwichtig samengaan van wetenschap, technologie, sociale vaardigheden, cultuur en ethiek; m.a.w. een vorming die de ruimste kansen tot ontplooiing biedt.

De totale persoon ontwikkelen


Het Pedagogisch Project van het Gemeenschapsonderwijs heeft als voornaamste doelstelling de totale persoon te ontwikkelen. De leerkrachten hebben niet enkel de opdracht om kennis van leerstof over te dragen, zij moeten ook de individuele gaven van hun leerlingen helpen ontwikkelen. Zo ontdekken de leerlingen hun eigen mogelijkheden en verwerven ze het nodige zelfvertrouwen.

Bovendien wil het pedagogisch project de leerlingen een dynamisch mens- en maatschappijbeeld meegeven. De leerkrachten spelen ook daar een essentiële rol. Zij geven functionele kennis door, ontwikkelen vaardigheden, leren onderzoeksmethodes en technieken aan om de verworven kennis adequaat te kunnen toepassen, brengen attitudes bij waarmee men zich later vlot kan bewegen in een maatschappij die snel verandert en waarin vrije tijd, nieuwe technologieën, natuur en leefmilieu steeds meer betekenis krijgen.


Kernwaarden


In de gemeenschapsscholen leert uw kind

  • fundamenteel vertrouwen hebben in zichzelf, creatief en zelfstandig denken of handelen;

  • verdraagzaam zijn en andere meningen respecteren;

  • mondig zijn, voor zichzelf en anderen opkomen en eigen standpunten verdedigen;

  • heel zijn leven intellectueel nieuwsgierig blijven;

  • zijn emotioneel, ethisch en esthetisch geweten ontwikkelen;

  • oog hebben voor de sociale werkelijkheid, opkomen voor mensenrechten, voor de democratie en voor meer sociale rechtvaardigheid;

  • zich inspannen om de gelijkwaardigheid van man en vrouw ook in de praktijk te verwezenlijken.

Dit zijn de zeven pijlers of kernwaarden van het Pedagogisch Project van het Gemeenschapsonderwijs.

Kwaliteit


Het Gemeenschapsonderwijs biedt onderwijs aan van een hoog niveau. Wetenschappelijk onderzoek toonde aan dat gemeenschapsscholen een belangrijke leerwinst boeken: hun leerlingen maken een opvallende vooruitgang tijdens hun schoolperiode.

Dit voortdurend streven naar kwaliteit is ook in andere aspecten merkbaar. Gemeenschapsscholen werken permanent aan een aangenaam leerklimaat, aan professioneel onthaal. Nieuwe leerlingen worden geïntegreerd door middel van peter- en meterschap. Er wordt voortdurend gewerkt aan de kwaliteit van het leerlingenvervoer, de maaltijden, de voor- en naschoolse opvang, het boekenfonds, de huiswerkbegeleiding. Scholen werken nauw samen met de bedrijfswereld en wisselen zo kennis en middelen uit. En zij streven naar een ruime keuze aan opleidingen voor al hun medewerkers, zodat ze uw kind nog beter kunnen begeleiden.


Een sterke, transparante netstructuur


Het bestuur van het gemeenschapsonderwijs wordt over drie niveaus uitgesplitst: de school (lokaal niveau), de scholengroep (mesoniveau) en de Raad van het Gemeenschapsonderwijs (centraal niveau in opdracht van de Vlaamse Gemeenschap).

Raad van het Gemeenschapsonderwijs


De Raad van het Gemeenschapsonderwijs is geen koepelorganisatie maar wel het bestuursorgaan dat als centrale inrichtende macht van het gemeenschapsonderwijs optreedt in opdracht van de Vlaamse Gemeenschap. In de andere onderwijsnetten daarentegen, zijn de verschillende inrichtende machten (vzw’s, steden, gemeenten, provincies) wel verenigd in een koepelorganisatie: het Onderwijssecretariaat van de Steden en Gemeenten van de Vlaamse Gemeenschap (OVSG), de Cel voor het Vlaams Provinciaal Onderwijs (CVPO) en het Vlaams Secretariaat van het Katholiek Onderwijs (VSKO).

De vrije schoolkeuze in Vlaanderen en Brussel waarborgen is de fundamentele opdracht van de Raad. Dat betekent concreet dat elke gemeenschapsschool de deuren wijd openzet voor alle kinderen, ongeacht hun geslacht, afkomst, aard of overtuiging. U als ouder en uw kinderen hebben immers recht op kwaliteitsvol en open onderwijs dat uw ideologische, filosofische en godsdienstige opvattingen respecteert.

De Raad van het Gemeenschapsonderwijs beschikt over een eigen administratie, die geleid wordt door een afgevaardigd bestuurder. De hoofdzetel van de centrale administratie is gevestigd in het Alhambragebouw, E. Jacqmainlaan 20, 1000 Brussel.

Wilt u meer weten, surf dan naar http://www.gemeenschapsonderwijs.be.

Meer dan 20.000 personeelsleden (in de scholen, de scholengroepen en de centrale administratie) maken elke dag werk van de opvoeding van uw kind.

Scholengroepen


In het gemeenschapsonderwijs hoort de eigenlijke bestuursbevoegdheid toe aan de 28 scholengroepen. Elke scholengroep heeft bestuursbevoegdheid over alle instellingen van het gemeenschapsonderwijs in een welbepaald gebied. Elke scholengroep omvat minstens een aantal basis- en secundaire scholen, een centrum voor volwassenenonderwijs en in de meeste gevallen ook een centrum voor leerlingenbegeleiding. Aan het hoofd staat een algemeen directeur, bijgestaan door een raad van bestuur en een college van directeurs.

Een overzicht van de scholengroepen vindt u op http://www.gemeenschapsonderwijs.be/kaart/scholengroep/overzicht/scholengroepen.html


Scholen


Het Gemeenschapsonderwijs organiseert onderwijs op alle niveaus, met uitzondering van het hoger onderwijs. Veel gemeenschapsscholen hebben verschillende vestigingsplaatsen die verspreid zijn over de diverse ‘wijken’ van een gemeente.

Aan het hoofd van de school en haar vestigingsplaatsen samen staat één directeur, bijgestaan door een schoolraad, eventueel een ouderraad en een leerlingenraad.


Basisonderwijs


Vandaag telt het Gemeenschapsonderwijs 397 basisscholen (waar zowel kleuter- als lager onderwijs wordt aangeboden), enkele autonome kleuterscholen (met enkel kleuteronderwijs) en enkele autonome lagere scholen (enkel lager onderwijs).

De meeste kinderen gaan naar een school voor gewoon basisonderwijs. Het buitengewoon basisonderwijs is eerder bedoeld voor kinderen die tijdelijk of permanent speciale hulp nodig hebben als gevolg van een lichamelijke of geestelijke handicap, ernstige leerstoornissen of ernstige gedrags- of emotionele problemen.

Op de website van het Gemeenschapsonderwijs staan lijsten met de adressen van alle instellingen. Zoekt u het adres van een gemeenschapsschool voor gewoon basisonderwijs, klik dan op: http://www.gemeenschapsonderwijs.be/kaart/bao/overzicht/BaOscholen.html.

Scholen voor buitengewoon basisonderwijs vindt u op: http://www.rago.be/kaart/buo/overzicht/BuOscholen.html.


Secundair onderwijs


Het gewoon secundair onderwijs omvat drie graden van twee opeenvolgende schooljaren. Vanaf de 2de graad kan uw kind verder studeren in een van de vier onderwijsvormen: algemeen secundair onderwijs (ASO), kunstsecundair onderwijs (KSO), technisch secundair onderwijs (TSO) en beroepssecundair onderwijs (BSO).

In het buitengewoon secundair onderwijs worden vier verschillende opleidingsvormen georganiseerd, elk met zijn eigen doelstellingen, afhankelijk van de aard en ernst van de handicap van de leerling.

De lijst van gemeenschapsscholen voor gewoon secundair onderwijs (middenscholen, athenea, technische athenea, kunsthumaniora’s) bevindt zich op: http://www.gemeenschapsonderwijs.be/kaart/so/overzicht/SOscholen.html,

die voor buitengewoon secundair onderwijs op: http://www.rago.be/kaart/buo/overzicht/BuOscholen.html


Deeltijds beroepssecundair onderwijs


Vanaf de leeftijd van 15 of 16 jaar kan uw kind overstappen naar het deeltijds beroepssecundair onderwijs (DBSO). Het gaat daarvoor naar een centrum voor deeltijds onderwijs (CDO), dat verbonden is aan een school voor technisch of beroepssecundair onderwijs (technisch atheneum). Uw zoon of dochter krijgt er enkele dagen per week les, de andere dagen gaat uw kind werken.

De adressen van de centra voor deeltijds onderwijs van het gemeenschapsonderwijs vindt u op: http://www.gemeenschapsonderwijs.be/kaart/dbso/overzicht/DBSOscholen.html


Zorgbrede scholen voor gelijke onderwijskansen

Een Vlaams decreet voor gelijke onderwijskansen


Het decreet rond gelijke onderwijskansen van 28 juni 2002 maakt het scholen mogelijk om zorgbreed te werken, in de eerste plaats om leerlingen die minder ontwikkelingskansen hebben vooruit te helpen en hun integratie te bevorderen. Maar door de globale aanpak komen deze inspanningen alle kinderen ten goede. Scholen kunnen hiervoor rekenen op aanvullende middelen van de overheid voor begeleiding en ondersteuning.

Het formulier ‘gelijkekansenindicatoren’


Gaat uw kind naar het basisonderwijs of de 1ste graad van het secundair onderwijs, dan zal de school u bij de inschrijving een formulier meegeven met vragen over de sociale, culturele en economische toestand van uw gezin.

Op het eerste zicht lijken die vragen over zeer persoonlijke gegevens te gaan:



  • of de moeder een diploma secundair onderwijs heeft;

  • of de ouders enkel van een vervangingsinkomen leven;

  • of de taal die u samen thuis spreekt het Nederlands is;

  • of u binnenschipper, foorreiziger of woonwagenbewoner bent;

  • of uw kind tijdelijk of permanent buiten uw gezin verblijft.

Deze vragen hebben te maken met de vijf zogenaamde gelijkekansenindicatoren. Zij bepalen of de school waar uw kind ingeschreven is extra middelen en personeel krijgt in het kader van het decreet rond gelijke onderwijskansen. De school krijgt die aanvullende ondersteuning slechts als ten minste 10% van de leerlingen aan de indicatoren voldoet.

Het formulier dat u ingevuld, gedateerd, ondertekend en afgegeven hebt, blijft bewaard in de school. De school moet de gegevens uit uw formulier doorsturen naar het departement Onderwijs, want daar wordt beslist of er aanvullende middelen worden toegekend. Maar het departement krijgt uw naam niet te zien. De gegevens blijven anoniem. Uw recht op privacy is dus gewaarborgd.

U mag weigeren om dit formulier in te vullen. De school moet u trouwens op dit recht wijzen. Maar als u weigert, zou het kunnen dat de school minder kans maakt op bijkomende ondersteuning.


Methodescholen van het gemeenschapsonderwijs


Methodescholen beroepen zich op een bepaalde pedagogie die niet wordt toegepast in het traditioneel onderwijs. Ze gaan uit van de leefwereld en de belangstelling van uw kind. Wat uw kind op zijn leeftijd boeit en bezighoudt is de kernvraag. Methodescholen gaan daarop in omdat zij streven naar een sterke band tussen de leerstof en de wijze waarop uw kind de werkelijkheid beleeft. Kinderen kiezen mee de onderwerpen en maken mee de planningen op. De leraar bepaalt dus niet zelf wat kinderen kan interesseren, maar komt dit aan de weet door actief te luisteren. Hierdoor krijgt leren een grote realiteitswaarde.

In het methodeonderwijs is samenwerking tussen kinderen enerzijds en tussen kinderen en volwassenen anderzijds de regel. Daarom wordt er dikwijls in gemengde groepen gewerkt en niet met een systeem van leerstofjaarklassen. Het werken in heterogene groepen verrijkt de sociale interactie en leert kinderen omgaan met verschillen. Creativiteit, samenhorigheid, verdraagzaamheid en respect krijgen daardoor veel aandacht.

Omdat de school een plek is waar kinderen en leraren samenleven, wordt er aandacht besteed aan gezelligheid en huiselijke warmte. Methodescholen van het gemeenschapsonderwijs streven er bovendien naar dat ook ouders uit verschillende sociale groepen zich in de school kunnen thuis voelen.

In het gemeenschapsonderwijs zijn nu drie soorten methodescholen actief: leefscholen, freinetscholen en één jenaplanschool.

U vindt ze op de website van het Gemeenschapsonderwijs. Voor het basisonderwijs surft u naar http://www.rago.be/ond/bao/methode.htm, voor het secundair onderwijs naar http://www.rago.be/pbd/methodescholen/lijst%20methodescholen%2004-05.doc

3. De inschrijving, een plicht voor de school, een recht voor uw kind

Leerplichtig of niet: altijd laten inschrijven


Als uw kindje nog geen zes jaar is, hoeft het strikt genomen nog niet naar school te gaan, maar het mag. Als het achttien maanden is, kunt u het al in de kleuterschool van uw keuze laten inschrijven, maar het kan pas effectief naar school beginnen gaan vanaf de eerstvolgende instapdatum.

Voor kindjes tussen 2,5 en 3 jaar zijn er elk schooljaar zes instapdata, namelijk op de eerste schooldag na elke vakantieperiode (herfst-, kerst-, krokus-, paas- en zomervakantie) en op de eerste schooldag van februari.

Wilt u wachten tot uw kindje 3 jaar is, dan gelden de instapdata niet. U kunt het in dat geval op elk moment laten inschrijven en het kan dan ook op elk moment instappen. De meeste kinderen tussen 3 en 6 jaar gaan naar de kleuterschool.

Uw kindje wordt leerplichtig op 1 september van het jaar waarin het 6 wordt. Het gaat dan in principe naar het eerste leerjaar van de lagere school. Met het getuigschrift basisonderwijs op zak (na het zesde leerjaar) kan het dan ingeschreven worden in een school voor secundair onderwijs. Uw kind blijft leerplichtig tot de leeftijd van 18 jaar.


Hoe verloopt de inschrijving?


Uw kind in een school laten inschrijven is een belangrijke gebeurtenis. De school zal eerst en vooral nagaan of uw kind aan de toelatingsvereisten voldoet. De school moet de ouders over haar manier van werken informeren, maar moet ook aan de ouders, - soms heel vertrouwelijke - informatie vragen. Een aantal administratieve formaliteiten moet worden vervuld.

De school moet u vragen enkele documenten in te vullen en te ondertekenen. Van één document hangt het af of uw kind al dan niet effectief ingeschreven wordt: het is het formulier waarin u zich akkoord verklaart met het pedagogisch project en met het reglement van de school.


Identiteitsbewijs


Wat u bij de inschrijving zeker bij de hand moet hebben is uw trouwboekje of een uittreksel uit de geboorteakte van uw kind of zijn identiteitskaart of - als het om een basisschool gaat - het identiteitskaartje dat het gemeentebestuur moet opmaken voor kinderen die nog geen 12 zijn.

Heeft uw kind niet de Belgische nationaliteit, dan volstaat een bewijs van inschrijving in het vreemdelingen- of wachtregister. Ontbreekt ook dat, dan kan een reispas dienen. Voor de school mag dit geen reden zijn om uw kind te weigeren. Volgens de Belgische grondwet heeft elk kind immers recht op onderwijs.


Rijksregisternummer


Behalve informatie rond de ‘gelijkekansenindicatoren’ (zie vorig hoofdstuk) vraagt de school u bij de inschrijving ook het rijksregisternummer van uw kind. Het staat vermeld op de SIS-kaart van uw kind. De school moet dit nummer vragen omdat het gebruikt wordt bij de controle op de leerplicht. U kunt weigeren om het mee te delen, maar in dat geval vraagt de school het op bij het departement Onderwijs.

Kiezen voor godsdienst of zedenleer


In het gemeenschapsonderwijs kan uw kind vanaf het 1ste leerjaar les volgen in een van de erkende godsdiensten (katholieke, orthodoxe, protestantse, anglicaanse; joodse en islamitische) of in de niet-confessionele zedenleer. Bij een eerste inschrijving vraagt de school u om een formulier in te vullen waarin u meedeelt welke cursus u voor uw kind verkiest. Bij het begin van elk schooljaar kunt u uw keuze wijzigen.

Schoolreglement


Voor uw kind wordt ingeschreven, moet de school u op papier informatie geven over:

  • het schoolbestuur, d.w.z. de scholengroep waartoe de school behoort

  • het pedagogisch project van de school

  • de organisatie van de schooluren

  • de organisatie van het contact met de ouders

  • de voor- en naschoolse opvang (als de school daarin voorziet)

  • het leerlingenvervoer (ophaaldienst, als de school daarin voorziet)

  • het centrum voor leerlingenbegeleiding verbonden aan de school



In de meeste scholen krijgt u al die informatie mee in de vorm van een schoolreglement. Het schoolreglement bepaalt de wederzijdse rechten en plichten van leerlingen, ouders en schoolbestuur. Het beschrijft de leefwetten die in de school gelden. Welke ‘dresscode’ heeft de school? Wat gebeurt er als een leerling te laat komt? Welke kosten moeten ouders betalen? Wat mag en wat mag niet? Hoe straft de school en hoe kunnen ouders reageren als ze niet akkoord gaan?

Het schoolreglement beschrijft vaak onder meer de studie- en leerlingenbegeleiding en het evaluatiesysteem. Daarnaast is het samen met het rapport en de schoolagenda een belangrijk informatiekanaal tussen de school en u.


Verklaring van instemming, zo niet geen inschrijving


Als u alle informatie over de school gelezen hebt, moet de school u vragen om een ‘Verklaring van instemming met het pedagogisch project en het schoolreglement’ te ondertekenen. Pas als u dat gedaan hebt, en als uw kind aan de toelatingsvoorwaarden voldoet, is de inschrijving een feit. M.a.w. als uw kindje ingeschreven is in een basisschool, blijft het in principe daar ingeschreven zolang het niet van school verandert.

Als u de verklaring van instemming niet ondertekent (omdat u niet akkoord gaat met het pedagogisch project en het reglement), komt de inschrijving niet tot stand. De verplichting om de verklaring van instemming te ondertekenen geldt in alle onderwijsnetten. Telkens als het schoolreglement of het pedagogisch project aangepast of gewijzigd wordt, moet de school u vragen om een nieuwe verklaring te ondertekenen.


Kan een school nog leerlingen weigeren of doorverwijzen?


Sinds het schooljaar 2003-2004 geldt er in alle scholen van het basis- en het secundair onderwijs een inschrijvingsrecht, mits uw kind voldoet aan de toelatingsvoorwaarden en mits u bij een eerste inschrijving instemt met het pedagogisch project en het reglement van de betrokken school.

Dit betekent dat uw kind in principe het recht heeft op inschrijving in de school en/of de vestigingsplaats die u kiest. De redenen die een school nu nog kan aanbrengen om uw kind te weigeren of door te verwijzen naar een andere school zijn zeer beperkt.


Weigeren


De school kan de inschrijving enkel nog weigeren

  • als uw kind niet voldoet aan de toelatingsvoorwaarden;

  • als de inschrijving van uw kind tot plaatsgebrek leidt en als daardoor de veiligheid van de ingeschreven leerlingen in het gedrang komt. De school kan in dat geval een of meer klassen, een hele vestigingsplaats of de hele school ‘vol’ verklaren;

  • als uw kind in de twee voorafgaande schooljaren via een tuchtmaatregel uit de betrokken school gezet is.

Doorverwijzen


De school kan uw kind slechts in twee gevallen doorverwijzen:

  • Afhankelijk van de regio waar de school gelegen is, kan het zijn dat de inschrijving van uw kind het evenwicht (qua aantal) tussen Nederlandstalige en anderstalige leerlingengroepen verstoort. Om de vooropgestelde verhouding te waarborgen, zal de school uw kind doorverwijzen naar een van haar andere vestigingsplaatsen of naar een andere school.

  • Als uw kind specifiek onderwijs, verzorging of therapie nodig heeft en als de school van uw keuze die niet kan bieden, zal uw kind ingeschreven worden in een andere school voor gewoon of buitengewoon onderwijs waar het beter aangepaste opvang en ondersteuning kan krijgen.

    Zolang de doorverwijzingsprocedure loopt, blijft uw kind ingeschreven in de eerste school tot er een andere school gevonden is.


Commissie inzake leerlingenrechten


De Commissie inzake leerlingenrechten waakt over de rechtsbescherming van uw kind in het basis- en het secundair onderwijs. Ze werkt totaal onafhankelijk en heeft twee afgelijnde taken.

U kunt er terecht als u een weigering tot inschrijving van uw kind betwist en een klacht wil indienen, als een gesprek met de school niet geholpen heeft. De commissie zal uw dossier bespreken en een eindoordeel uitspreken. Oordeelt ze dat de school het recht had uw kind te weigeren, dan helpt het lokaal overlegplatform u zoeken naar een andere, geschikte school.

Anderzijds zal de Commissie inzake leerlingenrechten bij doorverwijzingen een oordeel vellen als het lokaal overlegplatform er niet in geslaagd is binnen de afgesproken termijn een oplossing te vinden.
Commissie inzake leerlingenrechten
Hendrik Consciencegebouw
Koning Albert II-laan 15
5de verdieping - lokaal C26
1210 Brussel
Tel.: 02 553 95 61
E-mail: kaat.huylebroeck@ond.vlaanderen.be

Lokaal overlegplatform


De school moet de beslissing tot weigering of doorverwijzing niet alleen aan de ouders meedelen, maar ook aan de voorzitter van het lokaal overlegplatform. Over heel Vlaanderen zijn er 69 lokale overlegplatforms (een aantal voor het basisonderwijs en een aantal voor het secundair onderwijs) die het gelijkekansendecreet helpen uitvoeren. Ze hebben een welbepaald werkingsgebied (een aantal gemeenten of een regio) en treden vooral bemiddelend op.

De coördinaten van de deskundigen van de lokale overlegplatforms kunt u opvragen via de Vlaamse Infolijn – Onderwijs.

De school moet haar beslissing ook meedelen aan het departement Onderwijs, dat erop toeziet of de school een bepaalde motivering voor een weigering of doorverwijzing consequent toepast op elke nieuwe aanmelding.

Infobrochure over inschrijvingsrecht


Heel wat nuttige informatie over de gelijke onderwijskansen van uw kind staat in de brochure ‘Gelijke onderwijskansen voor elk kind…scholen maken er werk van!’, uitgegeven door het departement Onderwijs. De brochure is verkrijgbaar in het Nederlands, het Engels, het Frans, het standaard Arabisch en het Turks.

U kunt het boekje downloaden van de website http://www.ond.vlaanderen.be/GOK/brochures/.


Aanvang inschrijvingen


De inschrijvingen voor een bepaald schooljaar starten normaal ten vroegste op 1 september van het voorgaande schooljaar. Voor het schooljaar 2006-2007 echter start de inschrijvingsperiode ten vroegste op 9 januari 2006 (en dus niet op 1 september 2005). Hebt u uw kind toch al eerder voor volgend schooljaar laten inschrijven, dan moet u zich opnieuw bij de school aanmelden voor een nieuwe inschrijving.

Voorrangsregelingen


Voor de inschrijvingen vanaf het schooljaar 2006-2007 heeft de regering verschillende voorrangsregelingen mogelijk gemaakt, die een uitzondering vormen op het principe ‘eerst komt, eerst ingeschreven’. Alle scholen zijn verplicht de voorrangsregeling voor broers en zussen toe te passen. Deze voorrangsregeling moet alle andere regelingen voorafgaan.

Daarnaast kunnen ze kiezen of ze voorrang verlenen aan zogenaamde GOK-leerlingen (overal), aan niet-GOK-leerlingen (enkel in het Nederlandse taalgebied) of aan Nederlandstalige leerlingen (enkel in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad).

Een voorrangsperiode kan nooit langer dan zes weken duren. Alle voorrangsperiodes moeten de reguliere inschrijvingsperiode voorafgaan.

Broers en zussen: overal verplicht


Kinderen die tot dezelfde leefeenheid behoren als een kind dat al ergens naar school gaat, hebben sowieso voorrang op alle andere nieuwe leerlingen om in dezelfde school te worden ingeschreven. Kinderen die op basis van deze regeling worden ingeschreven, kan de school niet doorverwijzen.

Met ‘kinderen die tot dezelfde leefeenheid behoren’ bedoelt men



  • effectieve broers en zussen (met twee gemeenschappelijke ouders), al dan niet wonend op hetzelfde adres;

  • halfbroers en halfzussen (met één gemeenschappelijke ouder), al dan niet wonend op hetzelfde adres;

  • kinderen die onder hetzelfde dak wonen, maar geen gemeenschappelijke ouders hebben.

Voor het schooljaar 2006-2007 start de voorrangsperiode voor broers en zussen dus op 9 januari 2006. Pas aan het eind van deze periode (na maximum 6 weken) kunnen onze scholen de andere voorrangsregelingen toepassen.

GOK-leerlingen: overal facultatief


In het basisonderwijs en in de 1ste graad van het secundair onderwijs kan elke school in het Nederlandse taalgebied een voorrangsrecht geven aan leerlingen die voldoen aan minstens één van de vijf voorwaarden die vermeld staan op het formulier ‘Gelijkekansenindicatoren’ (zie ook blz. 9). Als een school deze voorrangsregeling wil toepassen, dan moet zij dit doen voor alle leerlingen die aan minstens één voorwaarde voldoen.

In het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad gelden er vier indicatoren: de ouders behoren tot de trekkende bevolking, de moeder heeft geen diploma secundair onderwijs, de leerling wordt tijdelijk of permanent buiten het gezin opgenomen, het gezin leeft van een vervangingsinkomen. Ook hier moet uw kind aan één indicator beantwoorden om voorrang als GOK-leerling te verkrijgen. Ook hier moet de school rekening houden met alle leerlingen die aan minstens één indicator beantwoorden.


Niet-GOK-leerlingen: facultatief en enkel in Nederlands taalgebied


In het basisonderwijs en in de 1ste graad secundair onderwijs kan een school in het Nederlandse taalgebied voorrang verlenen aan niet-GOK-leerlingen, dat zijn leerlingen die niet beantwoorden aan één of meer gelijkekansenindicatoren.

Maar de school mag dit enkel doen, als de relatieve aanwezigheid van GOK-leerlingen in de school zelf 10% of meer hoger ligt dan in het hele werkingsgebied van het lokaal overlegplatform.


Nederlandstalige leerlingen: facultatief en enkel in Brussel


In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kan elke school in het basisonderwijs en de 1ste graad secundair onderwijs voorrang geven aan leerlingen van wie de thuistaal het Nederlands is. Ouders kunnen dit aantonen met een verklaring op eer.

Het lokaal overlegplatform bepaalt aan welk percentage leerlingen met Nederlands als thuistaal de school voorrang kan verlenen. Als er daarover in het lokaal overlegplatform geen akkoord bereikt wordt, ligt het percentage vast op 25%.


Inschrijvingsregister


Elke school moet minstens tijdens de eerste tien schooldagen van een inschrijvingsperiode voor elk van haar vestigingsplaatsen een chronologisch register bijhouden en daarin niet enkel de datum en het tijdstip vermelden, maar ook of een aanvaard of geweigerd werd. Die verplichting is nodig voor het geval er in een school die inschrijvingen heeft moeten weigeren wegens ‘volgeboekt’, toch nog plaatsen vrijkomen omdat bepaalde leerlingen niet komen opdagen. In dat geval speelt de chronologie van de inschrijvingen een belangrijke rol.
Meer informatie over alle voorrangsregelingen en inschrijvingsperiodes kunt u verkrijgen bij elke gemeenschapsschool.

4. Gemeenschapsonderwijs, een budgetvriendelijke keuze

Inschrijvingsgeld verboden


Zolang uw kind naar de kleuterschool gaat of leerplichtonderwijs volgt, is de toegang tot het onderwijs kosteloos. U betaalt dus nergens inschrijvingsgeld.

Onderwijsgebonden kosten


De school mag u niet alleen geen inschrijvingsgeld vragen, in het basisonderwijs geldt daarbovenop de regel dat u ook geen bijdrage betaalt voor activiteiten of schoolbenodigdheden die uw kind echt nodig heeft om een eindterm of ontwikkelingsdoel te bereiken. Dit zijn de zogenaamde onderwijsgebonden kosten, bijvoorbeeld: hand- en werkboeken, schriften, agenda.

In het secundair onderwijs mag de school wel een bijdrage in de kosten vragen voor het didactisch materiaal (boeken, fotokopieën, agenda, …). De meeste scholen werken met een boekenfonds, dat meestal beheerd wordt door het oudercomité. Op die manier kunt u handboeken huren tegen een zeer voordelige prijs. Aan het einde van het schooljaar worden de gehuurde boeken aan de school terugbezorgd.


Andere kosten


Zowel in het basis- als in het secundair onderwijs mag de school aan ouders een financiële tegemoetkoming vragen voor allerlei activiteiten en diensten. Het moet om effectieve, aantoonbare en verantwoordbare kosten gaan. Voorbeelden hiervan zijn de buitenschoolse activiteiten (uitstappen, bos- en boerderijklassen, sneeuw- en sportklassen, geïntegreerde werkperiodes), de voor- en naschoolse opvang, de ophaaldienst (zelfde tarieven als de Lijn), maaltijden, e.d.

De school moet u bij de aanvang van het schooljaar meedelen welk bedrag hiervoor zal gevraagd worden. De meeste scholen doen dit via het schoolreglement.


Commissie Zorgvuldig Bestuur


Het is niet altijd duidelijk, noch voor u noch voor de school, waar de grens ligt tussen datgene waarvoor wel en niet moet betaald worden. Indien u twijfelt, gaat u het best eerst met de school spreken. U kunt dat zelf doen, maar u kunt ook aan een lid van de oudervertegenwoordiging in de school vragen om voor u op te treden. Indien dat niet helpt, kunt u terecht bij de

Commissie Zorgvuldig Bestuur


Hendrik Consciencegebouw
Koning Albert II-laan 15
5de verdieping - lokaal B12
1210 Brussel
Tel.: 02 553 95 55
E-mail: zorgvuldigbestuur.onderwijs@vlaanderen.be

Deze commissie oordeelt ook bij betwistingen of klachten van ouders omtrent verkoopactiviteiten, politieke propaganda en sponsoring en reclame op school.



5. Het centrum voor leerlingenbegeleiding, een partner in de opvoeding


Bij de inschrijving van uw kind moet de school u informeren over het centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB) waarmee ze samenwerkt en wat die samenwerking inhoudt.

Een CLB helpt niet enkel jongeren bij het zoeken naar de meest passende studierichting in het secundair onderwijs. Ook ouders kunnen er kosteloos terecht voor informatie, hulp en begeleiding in de volgende domeinen:



  • leren en studeren

  • onderwijsloopbaan

  • preventieve gezondheidszorg

  • psychisch en sociaal functioneren

In het CLB werkt een team van o.a. artsen, maatschappelijk werkers, pedagogen, psychologen aan het welbevinden van uw kind zolang het naar school gaat. Leerlingen moeten hun kennis en vaardigheden immers in de beste omstandigheden kunnen ontwikkelen.

Een arts van het CLB zal uw kind regelmatig onderzoeken. In sommige leerjaren is de deelname aan dit medisch onderzoek verplicht. Indien u bezwaren hebt tegen de schoolarts van het CLB, kunt u verzet aantekenen en een andere arts kiezen. Voor informatie over deze procedure contacteert u het best de directeur van het CLB.

Meer informatie over de centra voor leerlingenbegeleiding van het gemeenschapsonderwijs vindt u op http://www.gemeenschapsonderwijs.be/kaart/clb/overzicht/clb.html.




6. Bent u graag betrokken bij de school?

In het gemeenschapsonderwijs is ouderparticipatie op school troef


Getrouw aan zijn pedagogisch project, draagt het Gemeenschapsonderwijs participatie hoog in het vaandel. ‘Participatie’ betekent betrokkenheid in de ruimste zin: meepraten, mee de richting bepalen, samen plannen, oplossingen zoeken en dingen doen. Het is belangrijk dat leerlingen, ouders, personeelsleden, directeurs en andere partners samen school maken.

Wilt u als ouder meewerken aan allerhande activiteiten die geld in het laatje kunnen brengen, dan kunt u aansluiten bij de oudervereniging (oudercomité, vriendenkring…). Wilt u meebeslissen over bijvoorbeeld de kostprijs en de bestemming van een geïntegreerde werkperiode, dan kunt u zich verkiesbaar stellen voor de ouderraad van de school, als die er is. En ten slotte kunt u als ouder uw stem laten horen in de schoolraad, waarin per school drie ouders kunnen zetelen.


Oudervereniging, ouderraad en schoolraad

Oudervereniging, oudercomité


Actieve ouders die op school de handen uit de mouwen willen steken, komen meestal samen in een oudervereniging of oudercomité, op basis van vrijwilligheid. Dit informeel orgaan kan altijd opgericht worden, zonder minimale verplichtingen of wettelijke bepalingen. Het kan allerlei activiteiten organiseren, maar ook nieuwe ideeën lanceren en schoolgebonden problemen bespreken. Ook als u geen lid bent, kunt er vaak terecht met vragen of bedenkingen.

Ouderraad


De ouderraad is een formeel orgaan waarvan de oprichting en de bevoegdheden bij decreet geregeld zijn. Enkel als ten minste tien procent (min. drie personen) van de ouders erom vraagt, is de school verplicht een ouderraad op te richten. Niet elke school heeft dus een ouderraad. De leden worden om de vier jaar (her)verkozen door en uit de ouders.

Schoolraad


De schoolraad is een formeel advies- en overlegorgaan. Hij adviseert de directeur of de scholengroep over onder meer de werving van leerlingen, de algemene organisatie van de school, van activiteiten buiten de schoolmuren, van de ophaaldienst, over het schoolbudget, het schoolwerkplan, de schoolinfrastructuur, de programmatie van het studieaanbod enz. Hij overlegt met de directeur b.v. over welzijn en veiligheid op school en over het schoolreglement.
Het schoolwerkplan is een gecoördineerd plan om de school permanent te vernieuwen en te verbeteren. De visie van de school gaat uit van het Pedagogisch Project van het Gemeenschapsonderwijs (PPGO). Elke school beslist zelf welke doelstellingen van het PPGO zij via het schoolwerkplan in het bijzonder wil beklemtonen. Zij doet dit in samenspraak met ouders, leerlingen en personeel. Het schoolwerkplan geeft ook aan op welke manier de brede sociaaleconomische en -culturele omgeving bij de school wordt betrokken.
De schoolraad bestaat uit personeelsleden, ouders en vertegenwoordigers uit de ruimere omgeving van de school (gecoöpteerd uit de sociaal-economische en culturele milieus). Ook leerlingen kunnen erbij betrokken worden.

Drie zitjes zijn voorbehouden voor ouders. Zij worden door en uit de ouders verkozen. De schoolraad wordt om de vier jaar samengesteld na verkiezingen. Iedere ouder die kinderen heeft op de school, kan zich kandidaat stellen. In alle gemeenschapsscholen starten op 1 april 2005 nieuw verkozen schoolraden. De volgende verkiezingen vinden plaats in 2009.


Coaching nieuwe leden


Echte inspraak ontstaat niet vanzelf. De schoolraad moet een echt levend overlegorgaan zijn. Daarom heeft het Centrum voor Nascholing van het Gemeenschapsonderwijs een vormingspakket ontwikkeld dat de nieuwe leden van de schoolraden (en eventueel geïnteresseerde leden van de pedagogische raden, ouderraden en leerlingenraden) moet helpen hun taak zo zinvol mogelijk uit te oefenen. Algemene informatie hierover kunt u vragen via een bericht aan info.schoolraad@gemeenschapsonderwijs.be.

Ouders steunen ouders


In het gemeenschapsonderwijs zijn twee verenigingen actief die ouders steunen in hun engagement voor de school van hun kind. Het zijn de Raad voor Ouders van het Gemeenschapsonderwijs (ROGO) en de Educatieve Vereniging voor Ouderwerking in het Officieel Onderwijs (EVO).

Raad voor Ouders van het Gemeenschapsonderwijs (ROGO)


ROGO richt zich tot alle ouders die hun kinderen toevertrouwen aan het gemeenschapsonderwijs. Deze koepelvereniging verdedigt uw belangen als individuele ouder tegenover het beleid, biedt hulp aan ouderverenigingen en ouderraden en staat met raad en daad ouders bij die in een aangesloten schoolraad zetelen.

ROGO vzw
J. de Lalaingstraat 28


1040 Brussel

Tel.: 02 790 95 83 of 0495 25 09 81 Fax: 02 790 96 92

e-mail: rogo@gemeenschapsonderwijs.be

Web: http://www.rogovzw.be


Educatieve Vereniging voor Ouderwerking in het Officieel Onderwijs (EVO)


EVO vzw is een overkoepelende organisatie die de ouderverenigingen in scholen zoveel mogelijk ondersteunt en nauw samenwerkt met ROGO.

EVO vzw
Schoonmeersstraat 26


9000 Gent
Tel.: 09 222 86 73 Fax: 09 242 01 69
e-mail: evo@argo.be
Web: www.gemeenschapsonderwijs.be/evo

Tijdschrift ‘Klasse’


Echte participatie kan pas als ouders goed geïnformeerd zijn. Daarom geeft het departement Onderwijs het maandblad Klasse voor Ouders uit. Het is gericht op ouders van kleuters tot en met leerlingen van de 1ste graad secundair onderwijs.

Info: http://www.klasse.be



7. Internaat, een thuis weg van huis


Uw zoon wil een gespecialiseerde opleiding volgen die enkel in Oostende gegeven wordt, terwijl u in Lommel woont; u hebt een zelfstandig beroep, bent veel weg van huis en kunt moeilijk opvang vinden voor uw zoon van 7 en uw dochter van 10; de schoolresultaten van uw 17-jarige dochter zouden verbeteren als zij meer onder toezicht kon studeren; u bent binnenschipper of foorreiziger en wenst een gedegen opvang en opleiding voor uw kinderen?

Voor al deze problemen bieden de internaten en tehuizen van het gemeenschapsonderwijs een oplossing:



  • een gezinsvervangend tehuis,

  • georganiseerde studiebegeleiding,

  • ontspanning op maat,

  • dichter bij de school.

De internaten zijn niet meer wat ze geweest zijn. De superstrenge regimes van weleer hebben plaatsgemaakt voor een ontspannen huiselijke sfeer die de prestaties op school bevordert. De sociale omgang met andere internen en opvoeders draagt bij tot de sociale en emotionele ontwikkeling van uw kind.

Gewoon onderwijs


Het Gemeenschapsonderwijs heeft in elke provincie één internaat voor leerlingen van het gewoon basisonderwijs. Hun eigenlijke benaming is ‘Tehuis voor kinderen wier ouders geen vaste verblijfplaats hebben’, behalve in West-Vlaanderen waar het internaat gehecht is aan een basisschool.

Voor leerlingen van het gewoon secundair onderwijs biedt het Gemeenschapsonderwijs plaats in 35 internaten. Zes daarvan zijn autonoom, de overige zijn aangehecht bij een (technisch) atheneum.


Buitengewoon onderwijs


Leerlingen van het buitengewoon basisonderwijs die op internaat zijn in het gemeenschapsonderwijs verblijven in een van de 16 medisch-pedagogische instituten (MPI’s); in het buitengewoon secundair onderwijs worden ze opgevangen in een van de drie instituten voor buitengewoon secundair onderwijs (IBSO’s).

Adres zoeken?


De lijst van de gemeenschapsinternaten vindt u op http://www.gemeenschapsonderwijs.be/kaart/internaat/overzicht/Internaten.html

8. Ook ouders kunnen (bij)leren


Niets belet u, terwijl uw kind op de schoolbanken zit, om zelf ook nog (bij) te leren. Wilt u zich bekwamen of vervolmaken in een of ander studiegebied? Nederlands is uw moedertaal niet, maar u zou het graag leren? U wil ook andere talen leren? Dan vindt u zeker uw gading in een van de centra voor volwassenenonderwijs van het gemeenschapsonderwijs.

Misschien hebt u eerder artistieke verzuchtingen: musiceren, voordragen, toneelspelen of schilderen, tekenen, beeldend scheppen? Dan zijn er voor u onze scholen voor deeltijds kunstonderwijs of kunstacademies. Trouwens, ook uw kind is daar welkom, buiten de uren van het leerplichtonderwijs.


Volwassenenonderwijs


Een nieuwe taal, een nieuwe vaardigheid, een nieuwe technologie. Misschien hebt u zin in een ander beroep, wilt u hogerop, wilt u als zelfstandig ondernemer aan de slag of wilt u gewoon uw vrije tijd nuttig besteden.

Het volwassenenonderwijs geeft u de kans om uw grenzen te verleggen, boeiende technieken onder de knie te krijgen en contacten te leggen met andere volwassenen, met wie u alvast één ding gemeen hebt: een niet te stillen honger naar kennis.

Iedereen die ouder is dan 18 jaar kan er terecht, niet alleen voor de belangrijkste basisopleidingen, maar ook voor bijscholing en allerlei specialisaties.

Voor elke opleiding moet u inschrijvingsgeld betalen, afhankelijk van het aantal lesuren. In sommige gevallen wordt een vrijstelling toegestaan. Voor mensen die werkloos zijn, een beroepsopleiding volgen of een laag inkomen hebben, zijn de opleidingen gratis of goedkoper.

Steeds meer centra voor volwassenenonderwijs organiseren cursussen of opleidingen zowel overdag als ‘s avonds. De centra voor volwassenenonderwijs van het gemeenschapsonderwijs staan borg voor opleidingen van hoge kwaliteit. Als u met succes een algemene opleiding of een specifieke cursus hebt gevolgd, ontvangt u een officieel erkend diploma, getuigschrift of attest.

U kunt kiezen uit een brede waaier van studierichtingen en cursussen. Op het niveau van het secundair onderwijs biedt men enerzijds algemeen, technisch en beroepsonderwijs van de 2de tot de 4de graad en anderzijds vier richtgraden in de studiegebieden talen en Nederlands Tweede Taal.

Op het niveau van het hoger onderwijs (korte type) kiest u voor een agrarische, artistieke, economische, paramedische, pedagogische, sociale of technische richting. Voor heel wat opleidingen is de belangstelling zo groot dat u zich het best tijdig laat inschrijven.

De meeste cursussen starten in september en duren minstens een jaar. Toch worden er nu ook steeds meer opleidingen in de vorm van modules gegeven die geen volledig schooljaar duren en op verschillende momenten in het jaar starten (bijvoorbeeld in september en februari).

De adressen van de centra voor volwassenenonderwijs van het Gemeenschapsonderwijs vindt u op http://www.gemeenschapsonderwijs.be/kaart/cvo/overzicht/CVOscholen.html

De meeste centra hebben vestigingen in verschillende gemeenten.


Deeltijds kunstonderwijs


Het deeltijds kunstonderwijs is opgedeeld in vier studierichtingen: muziek, woordkunst, dans en beeldende kunst. De lessen vinden meestal plaats na de normale lestijden van het voltijds onderwijs. Zowel leerlingen van het basis- en secundair onderwijs als volwassenen kunnen een kunstopleiding volgen.

De lijst van de muziekacademies en scholen voor beeldende kunst van het gemeenschapsonderwijs vindt u op http://www.gemeenschapsonderwijs.be/kaart/dko/overzicht/DKOscholen.html








De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina