Gemeente van onze Heer Jezus Christus



Dovnload 11.37 Kb.
Datum24.08.2016
Grootte11.37 Kb.
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Opnieuw is er geweld in Egypte. Het Tahrirplein was weer vol demonstranten. President Morsi is inmiddels verdreven. In Turkije werd het Taksimplein bezet en nemen de spanningen rondom president Erdogan toe. In Syrië gaat de strijd onverminderd door. Spanningen, con­flicten – er lijkt geen eind aan te komen. Twee we­reldoorlogen hebben de mensheid niet tot inzicht kunnen brengen. Maar ook sociaal onrecht, de kloof tussen arm en rijk, onderdrukking van de vrouw – het is net of elke generatie de pro­blemen opnieuw op moet lossen er daar niet in slaagt. Er lijkt geen voortgang. De geschiede­nis en ook ons persoonlijk leven lijkt soms een repeterende breuk: zoals wanneer je 100 door 3 deelt. Het antwoord is, 33, 3333. De drieën gaan maar door:eindeloos hetzelfde.

Prediker begint met die gedachtegang in het bijbelboek dat naar hem is genoemd: Lucht en leegte, alles is leegte. (…) Generaties gaan, generaties komen, (…) De zon komt op, de zon gaat onder, en altijd snelt ze naar de plaats waar ze weer op zal gaan. (…) [De wind] draait en waait en draait, en al draaiend waait de wind weer terug. (…) De rivieren keren om,

ze gaan weer naar de plaats vanwaar ze komen, Alles is zó vermoeiend, dat er geen woorden voor te vinden zijn. Aangrijpend is ook, dat niets je voldoening geeft: je wilt blijven zien en horen. Er is geen einde aan, alles lijkt steeds weer opnieuw te moeten. Het hele leven is één grote cirkelgang. Dat klinkt niet erg opwekkend. Ja, het heeft iets beklemmends en ontmoedi­gends. We zijn gevangen in een cirkel: een kringloop van geweld, van steeds weer dezelfde fouten maken, maar ook een cirkel van zoeken en nooit verzadigd zijn. En of we nu hard stu­deren of werken, of ons overladen met activiteiten of meer en meer ontspanning nemen het gevoel van onrust kan blijven knagen. Zoeken, nooit verzadigd zijn.

Je kunt Prediker een pessimist noemen, een zwartkijker, maar toch kun je niet om de ervaring heen. Onuitsprekelijk vermoeiend. Soms ervaren wij dat ook zelf: op elk succes volgt ook weer een mislukking, wat je hoopt, kan ook weer anders gaan, vrede en oorlog wisselen el­kaar af. En tenslotte gaat alles onder in de dood. Je zou dat een cirkel van de duivel kunnen noemen, een satanische cirkel: die draaikolk van het leven, die alles naar beneden zuigt. De eeuwig neergaande spiraal.

Maar je kunt ook ergens anders beginnen in je denken, in wat je gelooft en waarop je ver­trouwt. Als je de donkere schaduwplekken in je leven ziet, kun je je ook afvragen: waar komt het licht vandaan. Dat moet toch ergens van boven komen. Als je op die manier je leven af­tast, ben je op zoek naar de opwaartse krachten: God – in alles diep verscholen – maar toch aanwezig.

Als je alles probeert te begrijpen en te beredeneren, dan kan het lastig zijn op dat spoor te ko­men. Want het eerste dat wij voor ogen hebben en dat in onze geest aanwezig is, is toch vaak die cirkelgang: alles wat altijd weer opnieuw moet, de ontmoedigende herhaling, de satani­sche neergaande beweging. Maar als we elkaar aankijken en samen gaan zoeken, kunnen we elkaar ook wij­zen op andere perspectieven: In alle duister kan ook licht verborgen zijn. Bij schrijnende pijn, kun je ook diep met elkaar verbonden zijn. En waar alles verloren lijkt, kan zich ook een ge­weldige kracht ontwikkelen die je weer op weg laat gaan. Uiteindelijk kun je je zo samen be­wust worden van de lichtkracht die meer is dan wij kunnen bedenken: God, die alles verlicht en draagt. Jezus spreekt over het Koninkrijk van God: het besef, dat uiteindelijk God boven alles staat en dat zijn liefde en licht alles doordringt. Dat bewustzijn groeit waar het wordt uitgezaaid. Dat inzicht wordt sterker naarmate het gedeeld wordt. Het moet uitge­dragen wor­den.

We lezen, dat Jezus 72 leerlingen op weg stuurt om niet alleen het Koninkrijk van God met wóórden te verkondigen, maar ook met krácht: ze moeten zieke mensen de handen opleggen. Het woord ‘uitzenden’ dat hier gebruikt wordt – apostelloo – zal later het woord worden waarmee de leerlingen van Jezus worden aangeduid: de ‘apostelen’, de uitgezondenen. Uit­dragen, doorgeven, delen – het heeft te maken met de grondhouding van de kerk. Waar je deelt vermenigvuldigt zich wat je bedoelt. Hier gaat het om het grondleggende vertrouwen dat onze wereld en ons leven niet overgeleverd zijn aan een neerwaartse spiraal, maar dat je steeds weer mag zoeken naar de opwaartse lijn. En als je dat op de een of andere manier aan elkaar voorhoudt en doorgeeft, groeit de dynamiek ervan. Je gaat er steeds meer samen uit leven.

Maar het gaat niet zomaar. Dat maakt Jezus duidelijk aan zijn apostelen. Het begint ermee, dat je ‘vrede’ toezegt. Dat is hier meer dan de eenvoudige groet ‘sjalom lecha’: vrede voor jou. Nee, er is bedoeld: zeg iemand van harte de vrede van God toe. Gun hem of haar iets van dat licht, optimisme, vertrouwen. Maar vervolgens is de vraag: komt het over? Dat hangt er­van af of je te maken hebt met een ‘kind van vrede’; de Nieuwe Bijbelvertaling zegt ‘een vre­de­lievend mens’. Het gaat erom of er openheid en ruimte is bij die ander voor het bijzondere nieuws. Is dat zo, dan zal de vrede op hem of haar rusten; zo niet dat kaatst hij op je terug. Als de openheid er niet is, dring niet aan. Schut het stof van je voeten als teken van afstand. Ge­loof laat zich niet dwingen. Maar wel kun je proberen je eigen geest en die van anderen te openen: samen zoeken naar wat levens­vertrouwen geeft, wat hoop doet opvlammen. Samen erachter komen, dat het geen zin heeft om je te fixeren op mislukking en fouten. Proberen los te laten. Van elkaar leren om verlammende twijfel op te geven, je laten meenemen als een surfer op een hoge golf van overgave en geloof. Het avontuur van het licht.

En als je je daaraan toevertrouwt, merk je - soms tot je eigen verbazing - dat het werkt. De 72 apostelen zijn op weg gegaan – onbeschut en argeloos. En nu komen ze terug en ze zijn ver­wonderd over hun ontdekking en vol enthousiasme: Zelfs boze krachten onderwerpen zich aan ons! Jezus zegt: Je hebt nu macht om slangen en schorpioenen te vertrappen. Laten we ons realiseren, dat het hier om een uitspraak met een diepere betekenis gaat. Slangen en schorpioenen werden beschouwt als hellewezens. Ze zijn de boze demoni­sche machten. Ze staan voor wat negatief is, wat hoop en liefde ondermijnt, wat geluk en ver­trouwen aantast. De venijnige slangen die je kwaad influisteren, de bijtende schorpioenen van onmacht en wanhoop - in Gods naam mag je ze de baas zijn.

En dan gaat Jezus verder: Ik zag de Satan uit de hemel vallen. Jezus grijpt daarbij terug op een profetie uit het boek Jesaja. We lezen daar (Jesaja 14:12-15): ‘O morgenster [helel = stralende = ’Lucifer’], zoon van de dageraad, hoe diep ben je uit de hemel gevallen. Overwinnaar van alle volken, hoe smadelijk lig je daar geveld. Je zei bij jezelf: Ik stijg op naar de hemel, boven Gods sterren plaats ik mijn troon. (…) Ik stijg op tot boven de wolken, ik evenaar de Aller­hoogste. Nee! Je daalt af in het dodenrijk, in de allerdiepste put.’ Dat bijbelgedeelte gaat ei­genlijk over de koning van Babel, maar het werd ook uitgelegd als verwijzend naar Satan als een gevallen engel. Een engel die graag als de morgenster aan de hemel wilde stralen, als een lichtdrager – ‘Luci-fer’ – maar die in de diepste put valt.



Jezus wijst er dus op: de duistere krachten en al onze wanhoop en angst hebben het niet ge­wonnen. Ze zijn in de diepste put gevallen. Ze hebben geen macht meer over de ‘kinderen van de vrede’. Want kijk, als je oplet, wordt je omgeven door iets dat overstijgt, dat je optilt en vasthoudt, zoals een ouder zijn of haar kind. De Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer was opgepakt na een mislukte aanslag op Hitler. Hem hangt de doodstraf boven het hoofd. Toch kan hij op oudejaarsavond 1944 in de gevangenis van Tegel schrijven: Door goede machten trouw en stil omgeven, behoed, getroost, zo wonderlijk en klaar, zo wil ik graag met u, mijn liefsten, leven, en met u ingaan in het nieuwe jaar.

Al gaat de zon op en onder, zoals Prediker zegt, al volgen de generaties elkaar eindeloos op en is alles onuitsprekelijk vermoeiend, toch is er ook méér. Want uiteindelijk zul je uitkomen boven die neergaande cirkelgang. De slangen en schorpioenen van het leven, zullen het niet winnen. Dat besef is waardevol. Maar ga nog één stap verder. In Jezus woorden:‘Verheug je er echter niet over dat de geesten zich aan jullie onderwerpen, maar verheug je omdat jullie naam in de hemel opgetekend is.’ Dat betekent: Je bent door de Eeuwige gekend: met al je vragen, wat je moeilijk vindt, wat je blij maakt. Ons rationele, analyserende denken kan het niet vat­ten. Innerlijk licht, vertrouwen op de Eeuwige – het is een zaak van aanvoelen, van vermoe­den en intuïtie. Wetenschappelijk onderzoek en geleerde reflectie kunnen het je niet geven, maar God onthult het aan kinderen die nog geen weerwoord hebben. En in de schaduw van het leven, kun je toch altijd bij dit licht leven.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina