Gemeente van onze Heer Jezus Christus



Dovnload 11.52 Kb.
Datum25.08.2016
Grootte11.52 Kb.
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Als je gewikkeld bent in een lastige situatie, is het van grote waarde dat er mensen zijn die zich met je verbinden. Dingen kunnen veranderen als mensen bereid zijn om zich open te stellen en de han­den ineen te slaan. Je kunt het engagement noemen, of persoonlijke toewijding. Maar zonder dat verkilt het leven en wordt de samenleving onbestuurbaar. Toch ben je er niet alleen met welwil­lendheid en actie. Er zijn genoeg voorbeelden bekend van mensen die de wereld wilden veranderen, maar het liep uit op onderdrukking en geweld. Ik denk aan de ontsporing van het communisme, of aan de terreur van de Zuid-Amerikaanse bevrijdingbeweging de Farc. Je hebt het ook nodig dat je geïnspireerd wordt en moed houdt als het even niet gaat. En wat je nastreeft zal ook verbonden moeten zijn met mildheid en liefde. Vanuit geloof en spiritualiteit bekeken, kun je zeggen: je hebt Gods licht en geest nodig, want anders kan drang tot bevrijding verworden tot nieuwe terreur. Vanmorgen gaat het over engagement van mensen, jezelf openstellen en toegewijd zijn, maar het gaat ook over de Eeuwige die mensen opent en vertrouwen geeft. En het een kan niet zonder het ander. Bezig gaan zonder verbonden te zijn met de Eeuwige kan leiden tot fanatisme en eigenbe­lang. Maar als je alleen maar uit bent op inspiratie en een vredig gevoel voor je zelf, dan komt er ook niets van de grond. Een evenwicht wordt pas gevonden in: bid en werk, werk en bid.

Het verhaal van Manoach dat vanmorgen centraal staat, begint in een duistere periode. Veertig jaar lang al wordt Israel geterroriseerd door de Filistijnen. Ik stel me zo’n oorlogssituatie voor: als er gezaaid is en het koren is opgekomen, kan er maar zo een vijandige bende komen en al je eten ro­ven. Als je een schaapskudde hebt of een aantal koeien, kan je veestapel geplunderd worden. Ja zelfs je leven is niet zeker. En je bent volkomen machteloos tegen de onverhoedse aanvallen. We zien misschien ook de beelden voor ons van de tweede wereldoorlog, of van het geweld in Afgha­nistan of Syrië. Hoe onzeker kan het leven zijn!

En dan, midden in die duistere periode van angst en onderdrukking, is er plotseling een lichtpuntje: iemand zegt, dat het leed nu wel geleden is en dat er eindelijk bevrijding komt. Het is – zo zegt het verhaal - een engel van de Heer. Nu hoeven we ons daarbij een lichtende gestalte met vleugels voor te stellen. Het Hebreeuwse woord dat met ‘engel’ vertaald wordt betekent eenvoudigweg ‘bode’ of ‘gezant’. Dus er verschijnt iemand die als afgezant van God het nieuws komt brengen dat er midden in de oorlogsellende een bevrijder komt. Dat is de gedachte.

En daarbij wordt allereerst iets gevraagd: toewijding, het vervullen van een taak. En vervolgens kun je er ook bij lezen, dat God met zijn licht en kracht aanwezig zal zijn, daar waar mensen zich inzet­ten.

Het begint met menselijke toewijding: ben je bereid iets op je te nemen en je ergens aan te verbin­den. Aan de vrouw van Manoach wordt toegezegd, dat ze een zoontje zal krijgen, maar dat zal geen gewoon kind zijn. Hij zal opgroeien en een man worden met een bijzondere opdracht. En daarom moet hij een nazir zijn, of wel een nazireeër. Een nazir is in de letterlijke betekenis van het woord: iemand die apart gesteld is, en wel: voor de dienst van God. Hij mag zijn geest niet laten bedwel­men door wijn en blijkbaar geldt dat ook al voor zijn moeder. Tijdens de zwangerschap mag ze geen wijn drinken en geen onrein voedsel eten. De jongen die geboren zal worden zal nazir zijn vanaf zijn geboorte en gedurende zijn hele leven. Dat gold niet voor elke nazireeër. Je kon je ook voor een bepaalde periode van je leven op deze bijzondere manier aan God wijden. In Numeri 6 lezen we nauwkeurig waaraan een nazir allemaal moet voldoen. Hij mag geen wijn drinken, ja zelfs hele­maal niets dat met druiven te maken heeft: geen druivensap, verse of gedroogde druiven,zelfs geen velletjes of pitjes. En verder: Zijn hoofd mag niet door een scheermes worden aangeraakt. Het woord ‘nazir’ kan ook betekenen ‘ongesnoeid’. In zijn oorspronkelijke, natuurlijke kracht zal hij in dienst staan van zijn schepper. En tenslotte mag hij niet in de buurt van een dode komen, zelfs niet wanneer zijn vader of moeder en broer of zus sterft. Als er onverwacht iemand in zijn nabijheid sterft, moet hij zijn hoofdhaar afscheren en de priester moet dan voor hem een reinigingsoffer op­dragen. En dan begint de hele periode van toewijding weer opnieuw. Als iemand voor een bepaalde periode nazir is en hij beëindigt het nazireeërschap, dan moet ook een uitgebreid offer gebracht worden. Het hoofdhaar wordt dan afgeschoren en op het vuur onder het vredeoffer worden gegooid. Het klinkt ons waar­schijnlijk allemaal wat vreemd in de oren. Maar de bedoeling van het nazireeër­schap en ook van het offer is duidelijk. Je drukt ermee uit, dat je je leven niet zomaar voor jezelf wilt leven, maar dat je beseft dat de wereld groter is dan jouw eigen belang. Je zegt ermee: ik wil beschikbaar zijn, toege­wijd zijn aan de Eeuwige, openstaan voor wat ik voor anderen kan beteke­nen. Het is vergelijkbaar met wat Maria tegen de engel Gabriel zegt als ze van hem gehoord heeft dat ze de moeder van Jezus zal worden. Ze zegt dan: de Heer wil ik dienen. Laat er gebeuren wat u gezegd hebt. ‘Mij geschiede naar uw woord’, stond er in een oudere vertaling. Maria bedoelt niet niet: het moet dan maar zo ge­beuren, maar: ik wil de taak op mijn nemen zoals u die mij toegezegd hebt.

Manoach en zijn vrouw willen zich ook op een goede manier voorbereiden op de bijzondere taak van hun zoon die geboren zal worden. Als de bode van God opnieuw verschijnt, biedt Maonach hem aan een bokje te slachten, zodat hij kan eten. De gezant van God wijst dat af, maar hij zegt wel: Als u een brandoffer aan de HEER wilt opdragen, mag u dat doen.’ Intussen weet Manoach nog niet dat de engel van de Eeuwige voor hem staat. Hij vraagt dan ook: ‘Hoe is uw naam.’ Dan krijgt hij een opvallend antwoord: ‘Waarom vraagt u naar mijn naam? Die is voor u toch te won­derbaar­lijk.’ Je kunt ook vertalen: die is onvatbaar, onbegrijpelijk. Het herinnert ons aan andere bijbelver­halen: Jacob in gevecht met die mysterieuze gestalte bij de Jabbok, vroeg ook naar zijn naam en kreeg geen antwoord, wel een zegen (Genesis 32:27). Mozes bij de brandende braamstuik, kreeg alleen het antwoord: ‘Ik zal zijn die ik zijn zal, of: ‘ik zal er zijn’, voor jou, maar je beseft niet hoe. (Exodus 3:14). Geloven in God is leven met een mysterie. Je hebt te maken met iets dat onvatbaar is, ondoorgrondelijk. Je mag er geen beeld van maken, je kunt er geen voorstelling van maken. En toch ga je gezegend verder. In het verhaal van Manoach komt dat op een prachtige manier naar vo­ren. Wanneer hij een offer brengt aan de Eeuwige is dat een teken van toewijding en inzet: ik wil alles doen wat mij te doen staat. Op dat moment stijgt de engel van de Eeuwige op in het vuur. Een beetje bizar, natuurlijk, maar de zin van het verhaal is duidelijk: waar wij als mensen een ont­vanke­lijke houding aannemen en ons willen inzetten, daar verbindt de Eeuwige zich met ons.

De engel of gezant in dit verhaal, verbeeldt hoe God iets van zichzelf laat zien. Manoach roept dan ook in paniek: Nu gaan we dood,want we hebben God gezien. Dat drukt een oude opvatting uit. In Exodus 33:20 lezen we, dat God tegen Mozes zegt: ‘mijn gezicht zul je niet kunnen zien, want geen mens kan mij zien en in leven blijven.’ God bedekt Mozes dan eerst met zijn hand, zodat hij hem alleen van achteren ziet. (Exodus 33:23). Een voor ons wat vreemde gedachte, maar het drukt uit: het mysterie van de Eeuwige kun je niet zien of benaderen. Je hebt te leven met de geheimen van het bestaan. Maar soms licht er even iets op. Bij Manoach was het de aankondiging van een bevrij­der: een nieuw begin.

Later wordt er verder over gedacht hoe God nabij kan zijn in gezanten, boden, engelen. Ze worden getekend, tenslotte zelfs als lichtgestalten met vleugels. En ze krijgen veelzeg­gende namen. Gabriel, ‘vriend van God’ betekent het, maar hij is ook een vriend van mensen als be­middelaar van een goede boodschap. We kennen hem uit het boek Daniel (8:16, 9:21), maar ook uit de aankondigings­verha­len van Zacharias en Maria (Lucas 1:19,26). In momenten van onmacht en kleinheid kun je iets hebben aan de voorstelling van de engel Michael. Zijn naam betekent ‘Wie is als God?’ In Da­niel en Openbaring is hij de leider van de legers tegen de duistere machten. Rafael is de engel van de genezing. Zijn naam betekent ‘God geneest’. We komen hem tegen in het bijbel­boek Tobit, waar hij Tobias helpt om genezing te brengen aan zijn blinde vader. Tenslotte: Uriel, de aartsengel die vol­gens oude joodse geschriften, zou heersen over de wereld van de doden. Zijn naam betekent ‘God is licht’. Hij wordt ook gezien als het licht van God, dat je geest verheldert en je denken ver­licht.



Engelen - misschien staan ze ver af van onze dagelijkse werkelijkheid. Maar afgaande op hun na­men, kunnen we er mogelijk toch iets bij denken: Als je je ergens voor inzet, maar ook weet van je grenzen en beperkingen, dan kan er het besef zijn, dat je er niet alleen voor staat. Er zijn mensen om je heen en de Eeuwige omgeeft je. En in dat alles ervaar je vriendschap, kracht op momenten van onmacht, genezing in welke vorm ook, licht dat het duister doorbreekt. Daardoor kun je verder. Wie zich geeft, inzet, vol­houdt, zal ook elke keer weer die lichtpunten vinden.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina