Gemeentelijk reglement voor verdeling van stadstoelage voor initiatieven die het bedrijfsleven en de tewerkstelling ondersteunen – hoofdstuk b 'Toekenning van een toelage voor de herontwikkeling en ingebruikname van leegstaande



Dovnload 28.42 Kb.
Datum23.07.2016
Grootte28.42 Kb.
Gemeentelijk reglement voor verdeling van stadstoelage voor initiatieven die het bedrijfsleven en de tewerkstelling ondersteunen – hoofdstuk B 'Toekenning van een toelage voor de herontwikkeling en ingebruikname van leegstaande handelspanden':

ARTIKEL B1 :
Het Stadsbestuur van Brugge verleent een toelage voor de herontwikkeling en ingebruikname van leegstaande handelspanden onder de voorwaarden die in dit reglement worden bepaald. De bedoeling van dit reglement is een stimulerende toelageregeling mogelijk te maken in het kader van de bestrijding van de leegstand en het verdwijnen van winkels uit het doelgebied.
De aanvraagdossiers die tijdens de projectperiode (1/12/2011 - 30/11/2013) in aanmerking komen voor EFRO-subsidiëring dienen aan de EFRO-voorwaarden te voldoen (cfr. samenwerkingsovereenkomst en de-minimisverklaring) vooraleer de subsidie kan uitbetaald worden.

ARTIKEL B2 :
De gehanteerde termen worden als volgt gedefinieerd voor de toepassing van dit reglement:
§1 Handelszaak: een commerciële onderneming die strekt tot de uitoefening van een kleinhandel of het bedrijf van een ambachtsman dat rechtstreeks in contact staat met het publiek. Horeca, nachtwinkels (zoals beschreven in de wet van 29 januari 1999), distributiecentra en grote handelsvestigingen (zoals beschreven in de wet van 13 augustus 2004 in verband met de socio-economische vergunning), vrij of intellectueel dienstverlenend beroep of dienstverlenende activiteit zijn daarbij uitgesloten.
§2 Handelaar: de uitbater, als natuurlijke persoon, van de handelszaak zoals omschreven in art 2 §1, onderworpen aan het sociaal statuut van zelfstandigen en die daadwerkelijk het dagelijks beheer van de handelszaak waarneemt. In geval van een rechtspersoon moeten minstens 51 % van de aandelen eigendom zijn van een fysische persoon die daadwerkelijk het dagelijks beheer van de handel waarneemt.
§3 Handelspand: een onroerend goed gelegen binnen de grenzen van het doelgebied van dit reglement, waarin de handelszaak wordt gevoerd door de handelaar. Met uitsluiting van alle delen van het onroerend goed die niet uitsluitend worden gebruikt ten behoeve van de uitbating van de handelszaak, en met uitsluiting van elk onroerend goed waarin geen handelszaak wordt uitgebaat op de benedenverdieping.
§4 Doelgebied: het gedeelte van het grondgebied van de stad Brugge waarop dit reglement van toepassing is: de nominatieve lijst van straten en pleinen, of gedeelten ervan, die dit doelgebied uitmaken, namelijk

- in de binnenstad: Academiestraat, Braambergstraat, Breidelstraat, Burgstraat, Dijver, Dweersstraat, Eekhoutstraat, Eiermarkt, Ezelstraat, Geldmuntstraat, Genthof, Gentpoortstraat, Gruuthusestraat, Guido Gezelleplein, Hallestraat, Hoogstraat, Huidenvettersplein, Jan van Eyckplein, Jozef Suvéestraat, Katelijnestraat, Kuipersstraat, Langestraat, Mallebergplaats, Mariastraat, Markt, Muntpoort, Noordzandstraat, Onze-Lieve-Vrouwekerkhof-Zuid, Oude Burg, Park, Philipstockstraat, Predikherenstraat, Rozenhoedkaai, Simon Stevinplein, Sint-Amandsstraat, Sint-Jakobsstraat, Sint-Salvatorskerkhof, Smedenstraat, Steenstraat, Stoofstraat, ‘t Zand, Vismarkt, Vlamingstraat, Vrijdagmarkt, Walplein, Walstraat, Wapenmakersstraat, Wijngaardstraat, Wollestraat en Zuidzandstraat;

- in de randgemeenten: Zeedijk, Rederskaai, Oostendse Steenweg, Blankenbergse Steenweg, Scheepsdalelaan, Gistelse Steenweg, Torhoutse Steenweg, Rijselstraat, Leiselestraat, Baron Ruzettelaan, Generaal Lemanlaan, Astridlaan, Maalse Steenweg Moerkerkse Steenweg, Dorpsplein, Sint-Lenardsstraat, Heiststraat, Sint-Donaasstraat, Stationsstraat en Walram Romboudtstraat.
§5 Gebruiksrecht: het wettelijk regelmatig recht tot gebruik van het handelspand, zoals gedefinieerd bij dit artikel, voor een periode van minstens 9 jaar dat bestaat in hoofde van de handelaar. Dit gebruiksrecht kan bestaan op grond van volle eigendom, wettelijk of conventioneel vruchtgebruik, recht van erfpacht of recht van opstal, voor zover deze rechten kunnen worden aangetoond aan de hand van een authentieke akte, of op grond van een aantoonbaar geregistreerde en geldige handelshuurovereenkomst.
§6 Heropbouw: het geheel of gedeeltelijk afbreken van een bestaand leegstaand handelspand binnen het doelgebied om op hetzelfde perceel vervolgens een nieuw gebouwd onroerend goed op te richten voor de uitbating van een handelszaak al dan niet gepaard gaand met bewoning.
§7 Herinrichting: de werkzaamheden die er toe strekken een bestaand leegstaand handelspand opnieuw in te richten teneinde dit beter geschikt te maken voor de uitbating van een handelszaak.
§8 Leegstaand handelspand: pand waarvan de handelsruimte op het ogenblik van de aanvraag sedert minstens 6 maanden noch voor bewoning noch voor handelsdoeleinden werd gebruikt. Het bewijs kan onder meer geleverd worden door de lijst van leegstaande verwaarloosde, ongeschikt en onbewoonbaar verklaarde panden, geregistreerd door de stedelijke diensten of bewijs door aanvrager geleverd.

ARTIKEL B3 :
§1 Elke handelaar, eigenaar of houder van een gebruiksrecht van een handelszaak in het doelgebied heeft recht op een toelage voor de heropbouw of herinrichting van dit handelspand krachtens de bepalingen van dit reglement.
§2 Voor de heropbouw of herinrichting van een handelspand kan slechts één natuurlijke- of rechtspersoon een toelageaanvraag indienen.
§3 Elke toelage is uitgesloten met betrekking tot werkzaamheden van heropbouw of herinrichting die in strijd met enige wettelijke of conventionele bepaling worden verricht.
§4 Elke toelage is uitgesloten indien het gaat om de verplaatsing van een handelszaak binnen het doelgebied waarbij, binnen of buiten het doelgebied, een nieuwe leegstand gecreëerd wordt in het verlaten pand, zoals omschreven in artikel B2 §8.

ARTIKEL B4 :
§1 De toelage bestaat uit een financiële bijdrage in de kosten van de heropbouw van het leegstaande handelspand ten belope van 30% en met een maximum van 12.500 euro.
§2 De toelage bestaat uit een financiële bijdrage in de herinrichtingskosten van het leegstaande handelspand ten belope van 25% en met een maximum van 7.500 euro.
§3 Het percentage van de toelage wordt berekend op de reële aantoonbare kosten, exclusief de BTW.
§4 De toelagetypes onder §1 en §2 zijn cumuleerbaar.
§5 Deze toelages zijn niet cumuleerbaar met andere stedelijke premies die betrekking hebben op dezelfde werken en/of kosten.

Artikel B5 :
De toelage wordt slechts verleend nadat de toelageaanvrager aan volgende voorwaarden heeft voldaan:
1 De toelage wordt slechts verleend na het verrichten van een geldige aanvraag door de toelageaanvrager, conform de bepalingen van artikel B 6 van dit reglement.
2 De toelage wordt slechts verleend na het verkrijgen van de goedkeuring van het College van Burgemeester en Schepenen van de toelageaanvraag, waarbij de beslissing wordt genomen op grond van het advies conform de bepalingen van artikel B 7 van dit reglement.
3. De toelage wordt slechts verleend nadat de kosten door de toelageaanvrager zijn gemaakt en voldaan, en nadat dit door de toelageaanvrager op basis van schriftelijke documenten is bewezen.
4 Het blijvend bestaan van het heropgebouwde of heringerichte pand, conform de bepalingen van artikel B 8 van dit reglement.

ARTIKEL B6 :
§1 Een toelageaanvraag moet worden ingediend op een formulier dat het stadsbestuur daarvoor ter beschikking stelt.
§2 Het aanvraagformulier moet worden ondertekend door de toelageaanvrager. Indien de toelageaanvrager meerdere personen inhoudt, zoals mede-eigenaars of meerdere huurders, dienen alle handtekeningen voor akkoord van de betrokkenen te zijn vermeld.
§3 De principiële toelageaanvraag moet ingediend worden tijdens een periode van leegstand van het betreffende handelspand en vooraleer enige werken van heropbouw of herinrichting zijn gestart. Bij de aanvraag moet een beschrijving en een raming van de werken worden gevoegd.
§4 De werken mogen slechts aangevat worden nadat het College van Burgemeester en Schepenen de premie principieel toegezegd heeft, en nadat alle wettelijke vereiste vergunningen werden bekomen.
ARTIKEL B7 :
§1 De toelageaanvraag, indien deze geldig is verricht, maakt het voorwerp uit van een voorafgaand advies door de bevoegde diensten van de Stad Brugge.
§2 Het voorwerp van de aanvraag wordt beoordeeld:


  • op conformiteit met de voorwaarden voor de toepasbaarheid van de bij dit reglement geregelde toelage, alsmede op de realiteit en de duurzaamheid van de voorgestelde werkzaamheden waarvoor de toelage wordt aangevraagd.

  • op conformiteit met de vigerende kwaliteitsnormen (o.a. inzake brandveiligheid en hygiëne).

§3 Aan de hand van het advies van de betrokken diensten en de bepalingen van dit reglement, beslist het College van Burgemeester en Schepenen principieel over de eventuele toekenning van een toelage. De toelageaanvrager wordt schriftelijk in kennis gesteld van deze beslissing.


§4 Het bedrag van de toelage wordt definitief bepaald en toegezegd na de voltooiing van de werken en het indienen van een volledig stavingdossier met de bewijsstukken van alle uitgaven die in het kader van deze werkzaamheden werden gedaan. Dit stavingsdossier moet ingediend worden binnen de drie jaar na de principiële beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen tot toekenning van de toelage.
§5 Het ingediende stavingdossier wordt beoordeeld:


  • op de conformiteit met de voorwaarden van de bij dit reglement geregelde toelage.

  • op de realiteit en duurzaamheid van de uitgevoerde werkzaamheden warvoor de stavingstukken werden ingediend.

  • op de conformiteit van de uitgevoerde werkzaamheden met de vigerende kwaliteitsnormen (o.a. inzake brandveiligheid en hygiëne).

§6 Het College van Burgemeester en Schepenen kan alle nodige onderzoeken laten verrichten, ter controle van de uitgevoerde werken, en de verstrekte gegevens controleren. Weigering van medewerking aan het onderzoek zal het verval van het recht op de toelage met zich meebrengen.


§7 Het College van Burgemeester en Schepenen zal, op basis van het advies van de betrokken diensten en de bepalingen van dit reglement, beslissen over de definitieve toekenning en het bedrag van de toelage. De betrokken toelageaanvrager wordt schriftelijk in kennis gesteld van de beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen.
§8 De uitbetaling van een toegekende toelage gebeurt door de Stadskas via een overschrijving op de rekening aangegeven door de toelageaanvrager.

ARTIKEL B8 :
§1 De betoelaagde heropbouw- of herinrichtingwerken in het handelspand moeten, voor de toepassing van dit reglement, gedurende een ononderbroken en opeenvolgende periode van 5 jaar vanaf de definitieve toekenning door het College van Burgemeester en Schepenen te worden in stand gehouden.
§2 In het geval dat de handelsactiviteit of de werken zouden worden gewijzigd binnen die periode van 5 jaar wordt dit aangemerkt als een niet-continuïteit. Deze wijziging dient door het College van Burgemeester en Schepen te worden goedgekeurd zoniet vervalt het recht op de toelage.
§3 Bij niet naleving van §1 of §2 dient de ontvangen toelage aan het stadsbestuur terugbetaald te worden, pro rata het aantal overblijvende jaren, desgevallend verhoogd met de wettelijke interest vanaf de datum van ingebrekestelling tot terugbetaling.
§4 In geval van misbruik van deze toelageregeling door de toelagegerechtigde zal, bijkomend, een administratieve boete van 25% van de uitgekeerde toelages verschuldigd zijn door de toelagegerechtigde, onverminderd elke verdere gerechtelijke vervolging op grond van het gemene recht.

ARTIKEL B9 :
§1 De toelage in het kader van dit reglement kan slechts éénmaal om de 5 jaar worden aangevraagd per handelspand.
§2 Het stavingdossier moet ingediend worden binnen één jaar na de principiële beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen tot toekenning van de toelage.


F. Slotbepaling
De reglementen dd. 25 juni 1996 en 29 april 1997 met zelfde voorwerp worden ter rekenen met 1 januari 2005 opgeheven.
Dit reglement treedt in werking op 1 februari 2005.
Indien de aanvrager de aanvraag tot uitbetaling van de subsidie niet tijdig kan inleveren, kan hij voor het verstrijken van de voorziene termijn uitstel vragen bij het college van burgemeester en schepenen via een gemotiveerd schrijven. Het college van burgemeester en schepenen deelt zijn beslissing mee via een gewone zending.




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina